‘De mens is nog niet volledig mens’

UITGELICHT – Filosoof Helmuth Plessner stelt dat de mens nog niet af is, maar zich nog moet verwerkelijken. Feitelijk gezien is er nog geen sprake van volledig mens-zijn. Plessner stelt dat de mens door zijn constitutieve thuisloosheid* daartoe aangewezen is op techniek en cultuur. Annalin van Putten, dramaturg en student aan de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht, schreef in Koorddanser het artikel Humanoid – de mens-robot, maar hoeveel mens eigenlijk?

‘Iets in ons mensen weet de verbinding met de ‘menselijke robots’ nog niet te maken. Dit kan niet alleen te maken hebben met het feit dat George hoofdzakelijk materie is, aangezien we dan eenzelfde onrust zouden moeten ervaren als bij bijvoorbeeld de confrontatie met een bloempot’
(Annalin van Putten)

‘De humanoid of mens-robot / robot-mens wordt gezien als een ‘stap voorwaarts’ in de menselijke evolutie maar roept tegelijkertijd angst en afgrijzen op. Wat leert de confrontatie met een humanoid ons over de paradigma’s met betrekking tot mens-zijn, menselijk bewustzijn en het zelf? Stuiten we bij deze ‘hernieuwde’ vaststelling op grenzen van mens-zijn en menselijk bewustzijn? Of worden ons nieuwe mogelijkheden getoond?’ (Koorddanser)

* Volgens Rolf Viervant, promovendus aan de Erasmus School of Philosophy, wordt de mens wel getypeerd als het ‘constitutief thuisloze wezen’: altijd in een tussenstadium tussen wat we nu zijn en wat we worden.

‘Naakt geboren, maar niet zonder huis kunnend, moet hij zich altijd een huis verwerven. Daardoor blijft het altijd een keuze, een noodzakelijke keuze dat wel, maar een keuze die anders had kunnen zijn en die anders kan zijn. Ons thuis is nooit definitief, hoezeer we daar ook naar verlangen. Dat maakt ons in zekere zin onaf, altijd fundamenteel open om iets of ergens anders te zijn, altijd in een tussenstadium tussen we nu zijn en wat we worden.’ (Rolf Viervant)


Humanoid George en André Kuipers bij Jeroen Pauw

Buikspreker
Van Putten begint haar artikel met humanoid George, in 2018 te gast in de talkshow van Jeroen Pauw. Een menselijke indruk, vind ik, geeft hij alleen door zijn stem, en het lijkt wel alsof George naast een buikspreker, in dit geval André Kuipers, zit. George’ ogen knipperen, hij kan zingen en hartjes in zijn ogen toveren. Verder ziet hij eruit als een levenloos ding, harde materie. Van Putten zegt dat het voor veel mensen nog niet natuurlijk is om in contact te treden met een humanoid. – Nee, inderdaad, omdat het op niets natuurlijks lijkt.

‘Iets in ons mensen weet de verbinding met de ‘menselijke robots’ nog niet te maken. Dit kan niet alleen te maken hebben met het feit dat George hoofdzakelijk materie is, aangezien we dan eenzelfde onrust zouden moeten ervaren bij bijvoorbeeld de confrontatie met een bloempot.’ (Van Putten)

Zielloos
Dat klopt. Mijn onrust komt omdat ik me met iets zielloos niet kan of wil verbinden. Ik heb geen last van mijn bloempotten. Met iets doods als George wil ik me niet verbinden, een ding dat geprogrammeerd is om woorden te produceren en met ‘ogen’ te knipperen. Dan vraag ik liever aan mijn planten of ze water willen. Dan bloeien ze helemaal op. Volgens van Putten lijkt veel van de menselijke angst voor humanoids gestoeld te zijn op de bewuste gelijkschakeling van robots en mensen:

‘Ze worden geacht in veel opzichten gelijk te zijn aan de mens, en dienen zelfs over een eigen (zelf)bewustzijn te beschikken.’ (Van Putten)

Fake, nullen en enen
Van dat (zelf)bewustzijn van humanoids zal natuurlijk nooit sprake zijn. Ik schakel ze niet gelijk met mensen. Daarom ben ik ook niet angstig. Dat zogenaamde bewustzijn is immers materieel: fake, nullen en enen. De humanoid blijft een ding, ook al noem je hem George. – Interessant is evenwel Van Puttens stelling dat…

‘…ik ‘dus’ wel mens móét zijn. Met deze vaststelling ga ik voorbij aan alle zichtbare ‘menselijke kenmerken’ die George vertegenwoordigt. Vanuit het niet herkennen van mijzelf in George besluit ik dat George geen mens is. Ik heb iets in mijn zelf daarvoor als uitgangspunt genomen, vermoedelijk dat wat ik als het persoonlijke zelf ervaar, kan verstaan en begrijpen.’ (Van Putten)


De lezers van Trouw verkozen De Trooster
als mooiste (religieuze) boek van 2018

Humanoid
Een uitermate boeiend artikel van Van Putten, dat je direct aan het denken zet. Zij verwijst in haar verdere artikel naar het authentieke zelf van historicus Yuval Harari (Homo Deus). En naar De trooster van Esther Gerritsen. Ook vertelt zij uitgebreid over de theatervoorstelling Ergens anders van Micha Wertheim. De voorstelling wordt gespeeld wordt door… een humanoid. Van Putten zegt hierover dat zij deze voorstelling ironisch genoeg altijd de meest persoonlijke voorstelling van Wertheim heeft gevonden.

Ben ik menselijk?
Een mooi slot van Van Puttens artikel luidt: ‘De (nieuwe) mens: het wit tussen de regels’. George kan volgens haar hiervoor bij uitstek symbool staan.

‘Ben ik menselijk, of is de mens (nog) ergens anders? De vraag wordt dankzij humanoid George opnieuw gesteld, zodat ik mij als mens mag blijven begeven in het wit tussen de regels.’ (Van Putten)

Zie: Humanoid – de mens-robot, maar hoeveel mens eigenlijk? (Koorddanser)

Beeld:
“Ik ben de originele robotacteur. Vloeiende bewegingen, geweldig uiterlijk en meeslepende interactie. Ik ben al meer dan 14 jaar ontwikkeld en gebruikt in het veld. Daarom ben ik verfijnd, betrouwbaar en uniek vermakelijk. Ik kan praten over een product, gravitas toevoegen aan je evenement, verschijnen in je film of tv-productie, acteren in je theaterstuk, zelfs een manchetpersconferentie houden.” (Engineered Arts)
Update: november 2025 Lay-out / januari 2026 foto’s)

‘JIJ bent de weg de waarheid en het leven’

choix.1

Het exoterisch of ‘oude, kerkelijke’ christendom houdt de mens niet alleen geboden voor, maar ook dogma’s en leerstellingen waarin mensen moeten geloven. Het esoterisch christendom echter leert de mens de weg naar binnen te gaan. In de afgelopen decennia verloor het exoterisch christendom meer en meer de kracht om mensen te inspireren en bij te staan in hun zoektocht naar antwoorden op de vele levensvragen. Een nieuwe inspiratiebron kan je dan vinden in het oorspronkelijke, eeuwenoude esoterische christendom. Of in zen. 

Wat is nu precies het verschil tussen esoterisch en exoterisch? Esoterisch betekent het naar binnen gerichte, in de zin van innerlijk of verborgen, zegt theoloog Hans Stolp. Het tegenovergestelde is ‘exoterisch’, dat het naar buiten gerichte, het uitwendige, het openbare, uitdrukt.

Het esoterische of ‘de esoterie’ houdt zich bezig met de waarheid die zich in of achter de uiterlijke verschijnselen bevindt. Want alles wat bestaat heeft niet alleen een uiterlijke, maar ook een innerlijke kant. Dat geldt voor de vormen die we in de natuur vinden, maar ook voor de verschijnselen en gebeurtenissen die zich in het leven van alledag voordoen. Aan al het uiterlijke ligt iets innerlijks, een verborgen waarheid, een reden van bestaan, ten grondslag.’ (Hans Stolp) 

Het Boeddhistisch Dagblad stelde onlangs de vraag: ‘Heb je werkelijke interesse in esoterie? Wil je werkelijk er achter komen wie je bent?’ Het geeft als voorbeeld het verschil tussen onze persoonlijkheid en zelfontplooiing waarbij persoonsontwikkeling exoterisch is en zelfontplooiing esoterisch. Je kunt naar binnen door de weg, ‘het pad’, op te gaan, op onderzoek uitgaan om dingen te ontdekken met als leidraad waarheid. In het christendom wordt dit bekering genoemd, je keert je op je schreden terug naar binnen, esoterie. Op dat pad ben je zowel het pad als diegene die het bewandelt. Zeshin van der Plas geeft een lezing, een ‘reisbeschrijving’.

Beschouw de lezing maar als om een zwembad heenlopen, en alles wat daar afspeelt goed observeren. Erin springen is een heel ander verhaal.’ (Zeshin van der Plas)

Pak jezelf beet, geloof in jezelf, geloof dat je het kan, geloof in verlichting, zegt Van der Plas in het BD. En doe dit onvoorwaardelijk, neem zelf de volledige verantwoording, zegt hij erbij. Volgens hem ben je namelijk verantwoordelijk, simpelweg omdat je geboren bent.

Niet je leraar, je buurman of buurvrouw. Je kunt je pijn niet op de schouders van een ander leggen. Je zult zelf je pijn moeten dragen. Niemand kan voor jouw eten, plassen, of pijn hebben. Jij bent de weg de waarheid en het leven. En… je hoeft het niet te bereiken, het is geen ver verwijderd doel. Het is namelijk: jij bent de weg de waarheid en het leven. Dichterbij kan toch niet. Jij bent hier, het leven is hier en het pad is hier. En toch geloof je niet dat dit voor jou mogelijk is. Wat gebeurt er als je de controle (over jezelf) los laat?’ (Zeshin)

Werkelijk zonder terughouden je leven in de waagschaal leggen, daar heeft Van der Plas het over. Dit is volgens hem wat je tegen komt als je aan zen begint.

Maar… Dit kom je ook tegen als je geen zen doet. Tijdens het leven komt iedereen dit tegen. Het verschil is wanneer je zen beoefent, oefen je jezelf om er mee om te kunnen gaan, je eraan over te geven. Zen is een oefening in leven en sterven. Nee, het is niet makkelijk, maar je leven en sterven wordt er interessanter, waardevoller en intenser van.’ (Zeshin)

Zie: Esoterisch en exoterisch
(Zeshin van der Plas: ‘Maar door te luisteren naar reisverhalen kom je niet op de plaats van bestemming.’ Dat geldt eveneens voor dit blog. Niet alleen lezen…) 😉

Website Hans Stolp

Beeld: han-projet.ch

Niet uit je nek denken, zegt de filosofie

Ren._Gude
Volgens filosoof René Gude ‘moet het verstand niet lullen’. ‘En zo’n filosofieboek dat ons leert om niet uit onze nek te lullen, is Meditaties. Daarin vond René Gude het boek van een gelijkgezinde.’ Florian Jacobs zegt dit in iFilosofie van mei 2019 in zijn artikel Ik stuntel dus ik ben – de filosofie van René Gude. Descartes’ Meditaties gaat over de eerste filosofie waarin het bestaan van God en het onderscheid tussen de menselijke ziel en lichaam worden bewezen. Gude schreef het boek René Gude over René Descartes: fascinatie en wijsheid samen in een boek vol humor en liefde voor filosofie.

Als er één filosoof is waaraan René Gude gehecht was, was het wel zijn naamgenoot, René Descartes. Waarom toch die fascinatie? René Descartes is de vader van de moderne filosofie, een van de grondleggers van de wetenschappelijke methode, een vurig onderzoeker naar goed onderwijs, naar echte wijsheid, naar het goede leven. En naar dat alles was René Gude nou ook precies op zoek.’’

René Gude over René Descartes heeft intrigerend klinkende hoofdstukken, zoals: ‘Van mijlpaal tot pispaal en terug’; ‘Ik vind het zo’n ongelooflijk leuke kerel’; ‘Van niet-weter tot verantwoordelijk betweter’’; ‘Durf te twijfelen’, en als toegift: ‘Wijsheid is het tegendeel van besluiteloosheid’.

Jacobs vermoedt dat René Gude hierin het meest aan Descartes had: hij laat zien dat zekere kennis überhaupt mogelijk is, hoe diep je ook in de put van scepsis zit.

En dan heb ik het niet alleen over kentheoretische scepsis, maar ook over existentiële kennis, de momenten dat je je afvraagt of je überhaupt wel ergens zeker van bent. In scepsis kun je niet wonen, in hoop wel. En Descartes geeft hoop.’

Met Meditaties begon volgens Jacobs de afbreuk van dogma uit de wetenschap – Descartes past mooi tussen Galilei en Newton – met Meditaties begon ook het einde van René Gudes scepsis.

Want dat heeft hij moeten leren. Het is met name één citaat dat René Gude pats-boem aan een hoopvolle vooruitgangsgedachte hielp. Het komt uit de Synopsis die Descartes vooraf laat gaan aan zijn Meditaties en is daarmee zo ongeveer de eerste zin van dat boek:

Omdat wij kind waren voor wij volwassen werden, en omdat wij destijds – terwijl wij nog niet het volledige gebruik van onze rede hadden – nu eens goede en dan weer onjuiste oordelen vormden over zaken die zich aan ons gemoed voordeden, verhindert een residu van veel van die oordelen ons om tot de waarheid door te dringen.’ (Descartes)

Een citaat dat René Gude tot tranen toe roerde en dat hem, zo meent Jacobs, aan de filosofie verslingerde. Gude wil, in een metafoor van Descartes, alle appels uit een mand halen om de rotte weg te gooien en de goede terug te stoppen. Die goede appels, en hier herinner ik u aan de wangen van de echte Descartes van Frans Hals, zegt Jacobs, daar lezen we Descartes voor.

Het godsargument van Descartes sluit volgens Jacobs hier heel goed bij aan. Dat godsargument gaat als volgt: omdat we ons iets perfects helder kunnen indenken – bijvoorbeeld: een goede appel – en we zelf niet deelgenoot zijn van die perfectie – we hebben net een hap genomen van een rotte appel – moet er iets perfects buiten ons bestaan.

Ergo: er zijn goede appelen op de wereld. Descartes noemt dat perfecte God, meer laag-bij-de-grondse moderne zielen spreken misschien liever van een ideaal. Zo keek René Gude er ook tegenaan. Die had niet zo veel met God als ideaal, maar wel met idealen die je in welke precaire situatie dan ook optimistisch kunnen stemmen. Dat rotsvaste vertrouwen in vooruitgang, ongeacht de omstandigheden, dat deelde hij met Descartes. Het idee van vooruitgang is voldoende om ons in beweging te krijgen.’

Zie: Ik stuntel dus ik ben – de filosofie van René Gude.

Gerelateerd: God zei: ‘Denk! (Dan besta je!)’


René Gude over René Descartes is dan ook geen overkoepelende inleiding in het leven en het gedachtegoed van de eminente filosoof. Ja, de lezer steekt genoeg op van de filosofie en de nalatenschap van Descartes. Maar nee, dit is geen essentieel overzicht, geen systematische analyse en geen voltooide studie naar de denker Descartes. Misschien kunnen we het het best een uit de kluiten gewassen liefdesverklaring noemen. Aan de filosofie natuurlijk, aan het spel van argumenten waarmee we met z’n allen nog lang niet klaar zijn. Aan René Descartes, hoeder van de wetenschappelijke methode en net zo’n emotionele dweil als de auteur van dit boek. En aan die auteur, René Gude, wiens liefde voor de filosofie ook jaren na zijn dood nog inspireert en sprankelt als zij tijdens zijn leven deed.” (Florian Jacobs, Riga, februari 2019 – Uit: René Gude over René Descartes.)


Volgens ISVW Uitgevers, heeft iedereen wat aan die filosofie van Descartes, filosofie is immers niets anders dan kennis waar je iets mee kunt. – Meditaties is de oorspronkelijke tekst van Meditationes de prima philosophia, dat al in 1641 verscheen bij Soly (Parijs) en in 1642 bij Elzevier in Amsterdam. Sinds 1989 verscheen Meditaties bij uitgeverij Boom. Door ISVW Uitgevers is René Gude over René Descartes uitgegeven, ingeleid en geredigeerd door Florian Jacobs.

Foto (detail): Vera de Kok – René Gude, Denker des Vaderlands in 2013, bij TEDxAmsterdam in 2012

‘De seculiere samenleving faalt’

BerendVisee (2)

Een nieuwe filosofie zou in mijn ogen de leegte die religie heeft achtergelaten kunnen opvullen.’ Voor Berend Visée, derdejaars student van de opleiding Autonome Beeldende Kunst aan de Willem de Kooning Academie Rotterdam, speelt filosofie in zijn werk een grote rol. ‘In onze ‘westerse’ samenleving heeft wetenschap als het ware religie vervangen.’ Wetenschap zegt volgens Visée wat de wereld is, maar religie, spiritualiteit of filosofie zeggen iets over hoe je erin moet leven. 

Als je het nu over god hebt dan krijg je als snel de reactie dat het niet wetenschappelijk is. Ik denk alleen dat religie wel een sterke functie heeft en dat de seculiere samenleving zoals die nu is, best wel gefaald heeft.’ 

Visée zegt niet dat we ons allemaal moeten bekeren tot een bepaalde religie, maar hij denkt wel dat er binnen een seculiere samenleving een vervanging moet komen voor het belang en de functie van religie in de maatschappij. De student houdt zich momenteel erg bezig met de oosterse filosofie, en de verbinding ervan met de westerse, spreekt hem aan. De gedachte om niet bang te zijn voor de dood past binnen de oosterse filosofie waarin hij zich nu verdiept. Alan Watts en een andere filosoof, Robert Pirsig, wilden de oosterse en de westerse filosofie met elkaar verbinden. Zij hebben de student ‘ontzettend’ geïnspireerd.

Pirsig schreef het boek Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Dit boek en de opvolger daarvan zijn heel belangrijk voor mij en vormen de basis voor een systeem dat ik heb verzonnen voor mijn kunst.’

Deze literaire roman, in het Nederlands vertaald als Zen & de kunst van het motoronderhoud, gaat over de motorfietstocht die de hoofdfiguur en zijn elf jaar oude zoon Chris een zomermaand lang van Minnesota naar Californië maken. Een persoonlijke en filosofische zoektocht naar de fundamentele vragen van het bestaan, en een lucide bespiegeling over hoe wij beter zouden kunnen leven.


‘Het terugwinnen van de ziel in een gemechaniseerde wereld.’ Dat is in de kern waar Pirsigs boek over gaat. Ik ben zelf een boek aan het schrijven over dat onderwerp, Tweespalt getiteld, en heb gedurende het schrijfproces geen moment stilgestaan bij het idee dat ik daarbij geïnspireerd zou zijn door Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Maar bij nadere beschouwing is dat boek veel belangrijker dan ik mij altijd heb gerealiseerd. Welbeschouwd ben ik tot de dag van vandaag bezig om bezieling terug te brengen in een geautomatiseerde, gemechaniseerde, geïndustrialiseerde wereld. Ik overweeg, nu ik door Pirsigs overlijden [2017] opnieuw op zijn denkbeelden ben gewezen, serieus om in Tweespalt alsnog aandacht aan hem te besteden.’ (filosoof en scheikundige André Klukhuhn – de Volkskrant)


Visée zegt er ‘superveel’ aan hebben gehad. Het heeft zijn wereld op zijn kop gezet en vormt nu in principe het fundament van de kunstenaarspraktijk die hij aan het opbouwen is. Het voelt voor hem als een soort van begin van mijn carrière. Het boek kreeg hij van zijn vader, en dat was bijzonder, want Visée junior was toen niet ‘zo cool’ met hem.

Pirsig heeft de werkelijkheid ingedeeld in vier lagen: biologisch, sociaal, intellectueel en spiritueel. Deze vier lagen moeten met elkaar in balans zijn om als mens goed te kunnen functioneren.’


De inzichten die ik dank aan het boek van Pirsig zijn nog altijd geldig. Ik heb jarenlang gedacht dat stilte de afwezigheid was van geluid. Maar stilte is een áánwezigheid. Een aanwezigheid van energie die zich manifesteert als dat andere er niet is. Als je iets probeert te scheppen vanuit wat je weet, schiet je niet veel op. Maar als je aan het werk gaat zonder dat je precies weet wat er gaat gebeuren – vanuit het ‘niets’ – kun je op nieuwe, onverwachte zaken komen. Het lezen van Zen and the Art of Motorcycle Maintenance betekende voor mij dat er in één klap een leegte werd opgevuld, waarvan ik niet wist dat hij bestond. Pirsig formuleerde zijn ideeën zo treffend dat ik besefte: ja, dat heb ik altijd gevonden, alleen wist ik het niet.’ (kunstenaar Hanshan Roebers – de Volkskrant)


De filosofie van Pirsig vindt Visée echt ‘rete-interessant’ en die wil hij als kunstenaar uitdragen. Daarom heeft hij die verder uitgewerkt tot een systeem met kleuren en symbolen dat hij koppelt aan al het werk dat hij nu maakt.

Bron: ‘Wetenschap zegt wat de wereld is. Religie, spiritualiteit of filosofie zeggen iets over hoe je erin moet leven’ (Humans of Hogeschool Rotterdam)

Foto: Facebook Berend Visée

Zen & de kunst van het motoronderhoud: een onderzoek naar waarden | Robert M. Pirsig | In mei 2017 verscheen de 44e druk – het jaar waarin Pirsig op 88-jarige leeftijd overleed | 509 pagina’s | Vertaling van: Zen and the Art of Motorcycle Maintenance: An Inquiry into Values (1974)
‘De literaire roman Zen & de kunst van het motoronderhoud is een van de belangrijkste en invloedrijkste boeken van de afgelopen halve eeuw. Het is een persoonlijke en filosofische zoektocht naar de fundamentele vragen van het bestaan, en een lucide bespiegeling over hoe wij beter zouden kunnen leven.’ (Uitgeverij Bakker)
Update: 16072024 (Lay-out)

Kabbala: toegankelijke mystiek in Amsterdam

MetratronPD

De tentoonstelling Kabbala, over de mystieke traditie van het jodendom, is werkelijk prachtig opgebouwd, met bijzondere boekwerken, kunstwerken en video’s. Plus heldere informatie. In twee zalen van het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Voor je het weet ben je twee uur verder en vraag je je af waarom kabbala zich niet eerder zo schitterend en toegankelijk liet zien. Een imponerende tentoonstelling die ‘de vele aspecten van kabbala toont in onverwachte combinaties van eeuwenoude objecten en moderne kunstwerken’.

Kabbala staat voor een eeuwenoude, joodse mystieke leer, die oorspronkelijk geheim was en uitsluitend met ingewijden werd gedeeld. Kabbala is onlosmakelijk verbonden met de joodse religie.’ (JHM)

Het boek van de Schepping (Sefer Yetsira) – is er te zien (11e eeuw). Door een anonieme Italiaanse kopiist met inkt op perkament geschreven en in bruikleen geschonken door de Biblioteca Apostolica Vaticana. Het is een van de fundamentele werken van kabbala. Het wordt ‘volgens de meeste geleerden’ zelfs aan aartsvader Abraham toegeschreven, en zou de essentie van kabbala bevatten, ‘de geheime leer der joden’.* Het is gebaseerd op de geheime leer van de kosmogonie, over het ontstaan van het heelal, en de kosmologie, dat zich bezighoudt met de oorsprong en de evolutie van het heelal. De Sefer Yetsira is waarschijnlijk in de tweede of derde eeuw samengesteld.
(* In: Het boek der Schepping, Rabbī ʿAqīvaʾ ben Yōse, 2001, 1e druk)

De tentoonstelling start met een ‘decompressieruimte’, waar bezoekers vanuit de vertrouwde, alledaagse wereld overgaan naar de onbekende wereld van kabbala. Werken van kunstenaars als Barnett Newman, R.B. Kitaj, Marc Chagall en Anselm Kiefer tonen hoe kabbala hen inspireerde.’ (JHW)

Kabbala zou als gids bedoeld zijn voor degenen die de bron van hun ziel willen bereiken, en wordt gezien als mystieke kennis, ‘verborgen wijsheid’, binnen het jodendom. Het is de studie van goddelijke inspiratie en profetie en wordt een weg genoemd om God te benaderen en Hem trouw te blijven. Het gaat kabbala ook om ‘Gods uniciteit, Voorzienigheid en wereldleiding’, en hoe de mens de wereld kan verbeteren door de geboden en verboden uit de Tora na te leven.

Kabbala betekent letterlijk ‘ontvangst’ en gaat ervan uit dat er ‘oerkennis’ bestaat over God, de schepping en over het functioneren van mensen. Vanaf de 20e eeuw bereikte kabbala een steeds breder publiek en werd ook een bron van inspiratie voor kunstenaars, schrijvers, filmmakers en hedendaagse pop-iconen, joods en niet-joods.’ (JHM)

Juliaan van Acker, emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen noemde kabbala in 2017 meer dan ooit noodzakelijk: ‘De joodse mystiek biedt de diamanten die het leven op deze aarde draaglijk kunnen maken’.

Joodse denkers en talmudexegeten zoeken al meer dan duizend jaar naar de antwoorden op essentiële vragen over de zin van het leven. Dat heeft geleid tot kabbala, een Joodse mystiek die zich onderscheidt van een christelijke mystiek doordat het geen vorm is van extase, maar een intellectueel en karaktervormend proces’. (Van Acker)

Kabbala – de kunst van de joodse mystiek | Joods Historisch Museum | Nog tot 25 augustus 2019 | Nieuwe Amstelstraat 1 | 1011 PL Amsterdam

Gerelateerd: Kabbala als leidraad voor spirituele zelfontplooiing

Zondag 26 mei organiseert het JHM in samenwerking met de Joodse Gemeente Amsterdam het symposium De rol van kabbala in de religieuze wereld. Tijdens dit symposium vertellen drie experts over de rol van de kabbala in hun gemeenschap. Rabbijn Akiva Cammisar, Chabad Amsterdam, belicht de chassidische kant, Rabbijn Benjamin Homburger uit Bne Brak (Israël), vertegenwoordigt de Asjkenaziem en Rabbijn Joseph Serfaty van de Portugees-Israëlitische Gemeente de Sefardiem.

Foto: Metratron | Leo Villareal | New York, 2002 | Gloeilampen, plexiglas, elektrische hardware | Te zien bij Kabbala (op video) | ‘De vorm van dit lichtsculptuur is geïnspireerd op een geometrisch patroon uit de oudheid, ook wel de ‘kubus van Metratron’ genoemd. Volgens sommigen zou het een blauwdruk van het universum zijn.’ (JHW)(Foto: PD)

Denkbeelden kunnen ook migreren

9200000014025543

Week van de Klassieken – Alles is terug te leiden naar ondeelbare eenheden, minuscule bouwblokjes, leerdichtte Lucretius al in de laatste eeuw v.C. Atomen noemde hij die blokjes, naar het Griekse a-tomos (‘het ondeelbare’). Lucretius gaf hiermee de filosofie door van Epicurus, volgens wie het heelal uit lege ruimte en atomen bestaat. Die had dat weer van de ‘lachende filosoof’, wiskundige en astronoom Democritus (460 v.C. – 370 v.C.), de grondlegger van het atomisme. Voor hem bestonden er maar twee verschillende dingen: de ruimte en atomen.

Lucretius schreef het leerdicht De Rerum Natura (De natuur der dingen) en vertelde hierin over natuurlijke vormen, zoals de zon, maar ook dieren en het atoom. Van wetenschappelijk en filosofisch werk maakte Lucretius poëzie. Over existentiële vragen dacht hij na, zoals of er leven is na de dood, wat de ziel is en waar we vandaan komen. In Wetenschap zonder bewijs blijft Ingeborg Swart zich verwonderen over hoeveel de klassieke ‘wijsheren’ al wisten.

Lucretius schrijft over allerlei natuurverschijnselen (en culturele en godsdienstige), en besteedt een flinke tijd aan de grondstof van alles. Hij beredeneert dat alles uiteindelijk terug te leiden moet zijn naar ondeelbare eenheden, minuscule bouwblokjes. (…) Samen met enkele andere filosofen verdedigde hij dit idee. Deze voorvechters van de atomenleer hadden de techniek niet om hun theorie te testen. Zij gingen puur uit van wat voor hen logisch te beredeneren was, en wonderbaarlijk genoeg kwamen ze zo op deze theorie.’ (Swart)

Biologe Swart komt hierop door de Week van de Klassieken (4 t/m 14 april 2019) die dit jaar een programma biedt voor jong en oud rond het thema ‘Van heinde en verre. Migratie in de klassieke wereld’. Migratie gaat echter over meer dan alleen bevolkingsstromen: kennis, macht en denkbeelden kunnen ook migreren, en dat gebeurde ook al in de klassieke wereld. Volgens Swart is het in de huidige wereld vol testapparaten en technologische vooruitgang bijna ondenkbaar om een theorie voor te stellen zonder die te bewijzen. Of zonder in elk geval een opzet daarvoor te geven. – In deze tijd wordt John Dalton gezien als de grondlegger van de atoomtheorie. Hij stelde voor het eerst een echt atoommodel op.

Vroeger moesten ze wel. En was iemand het niet met je eens, dan moest je met nog sterkere argumenten komen om hem van je gelijk te overtuigen. Zonder een handige foto door een elektronenmicroscoop om je atomen te laten zien. Misschien moeten we af en toe weer terug naar die werkwijze: vooraf goed nadenken over alle aspecten van een onderwerp en pas dan actie ondernemen.’ (Swart)  

De wereld waarin wij leven wordt geheel beheerst door natuurlijke processen, en in zes boeken zet Lucretius deze in De Rerum Natura uiteen, stelt Hans Oranje in Trouw.

In de eerste twee boeken behandelt hij uitputtend Epicurus’ leer van de (onzichtbare) atomen en de lege ruimte, die in hun voortdurende werveling de zichtbare werkelijkheid tot stand brengen. Zoals Lucretius het Griekse woord ’atoom’ vermijdt, maar van zaden, kiemen of (eerste) deeltjes spreekt, gebruikt Schrijvers [de vertaler P. H. Schrijvers, PD] ook nergens het woord atoom – terecht, want door de moderne atoomfysica waar Lucretius uiteraard geen weet van had, is dat woord misleidend. Dat neemt niet weg dat ’De natuur van de dingen’ altijd en met de Verlichting in toenemende mate een invloedrijke doordenking van de fysieke werkelijkheid is geweest.’ (Trouw, 2009)

De Rerum Natura – Leerdicht over de Natuur | Titus Lucretius Carus | Vertaling: Marguerite Prakke | 240 pag. | Verschenen in de serie DAMON Klassiek | € 24,90 | ‘Ruim tweeduizend jaar geleden schreef Titus Lucretius Carus het leerdicht De Rerum Natura (De Natuur van de Dingen) waarmee hij de filosofie van de Griekse wijsgeer Epicurus onder de aandacht van het Romeinse publiek wilde brengen. (…) De filosofie van Epicurus bood: vrij van angst voor de goden, vrij van angst voor de dood, met vrienden onder elkaar in vrede discussiëren en de geheimen van de natuur ontraadselen. Door alles te weten kan de angst voor het onbekende overwonnen worden en kunnen de goden die geweld, oorlog en bijgeloof in de hand werken, buiten spel worden gezet.’ (Damon)

‘In circa 7500 dichtregels, verdeeld over zes hoofdstukken, ontvouwt Lucretius de fascinerende wereld van de atomen en de onmetelijke leegte, vertelt hij over onszelf, onze geest, onze ziel en zintuigen, geeft seksuele voorlichting en eindigt met het ontstaan en het reilen en zeilen van de wereld waarin we leven. Op rationele wijze legt hij de wondere verschijnselen in de hemel en op aarde uit. De lezer raakt ontroerd, gefascineerd, geamuseerd en staat versteld. Het is opvallend dat de problemen die Lucretius aansnijdt nog zo verbijsterend actueel zijn.’

Bronnen o.a.:
Epicurus (Filosofie Magazine)
Wetenschap zonder bewijs (Ingeborg Swart)
John Dalton (atoomtheorie)

Beeld: Aziloth Books