Samen sterven na een lang gedeeld leven

Een goede dood

Ton Vink studeerde filosofie, godsdienstwetenschappen, geschiedenis en psychologieen promoveerde in de filosofie. Daarnaast begeleidde hij jarenlang mensen die overwogen hun leven te beëindigen. Hij schreef een zorgvuldig onderbouwd pleidooi voor gereflecteerde zelfbeschikking. Met Een goede dood laat Vink zien dat we ons minder moeten bezighouden met de procedurele en juridische kant van euthanasie en meer met de vraag wat een goede dood nu eigenlijk inhoudt.

Vink heeft een praktijk voor levenseindevragen. Jarenlang begeleidde hij mensen die overwogen hun leven te beëindigen. Hij schuwt niet om moeilijke vragen te stellen: Wat is een goede dood? En wie bepaalt dat? Vink neemt ons mee in een wereld die ons allemaal aangaat.

Wat is een goede dood? En wie bepaalt dat? De vraag naar het goede van een goede dood wordt vaak verwaarloosd. Ten onrechte, want vraagstukken omtrent een goed levenseinde zijn van groot belang.’ (Vink)

Te vaak wordt het levenseinde beoordeeld vanuit juridisch en procedureel perspectief. In Een goede dood – euthanasie gewikt en gewogen breekt Vink een lans voor een nieuwe manier van denken over euthanasie. Het regisseren van het eigen levenseinde is een moeilijk proces. Vink toont op overtuigende wijze aan hoe en waarom de huidige aanpak van overheid en justitie het proces verder verzwaart. Op basis van een scherpe analyse van concepten als ‘autonomie’ biedt Vink duidelijke handvatten voor broodnodige veranderingen.

‘Thanasiewet’
Een goede dood schuwt moeilijke kwesties niet en verliest ook het individu niet uit het oog. In een gebalanceerd geheel van theoretische en praktische reflectie deelt Vink de vaak ontroerende verhalen van mensen die concreet de regie en zeggenschap over hun eigen levenseinde zochten. Zo neemt hij ons mee in een wereld die ons allemaal aangaat.

Onze wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (hierna ‘WTL’ of ‘euthanasiewet’, maar correcter zou eigenlijk zijn: ‘thanasiewet’, want aandacht voor het goede van de dood die conform de regels van de WTL bezorgd wordt, is er niet. In mijn ogen is de vraag naar het goede van een goede dood ten onrechte verwaarloosd.’ (Uit: Een goede dood)

TonVinkTon Vink (foto: TV) gaat in zijn boek expliciet op deze vraag in en probeert hij antwoord te geven op de vraag naar de kenmerken die tezamen de aanleiding kunnen zijn zo’n dood goed te noemen.

En – belangrijk – dat hoeft overigens niet altijd een variant van een zelfgezochte dood te zijn, al is die laatste wel hoofdthema van dit boek.’ (Uit: Een goede dood)

Samen sterven
Eerder schreef Vink een opiniestuk in Trouw waarin hij een ‘pleidooi’ houdt voor samen sterven. Hij wil een derde ‘euthanasiewet’ voor de groep ‘samen sterven’.

Ouderen die samen wensen te sterven, niet omdat hun leven ‘voltooid’ is, maar omdat de een bij het onvermijdelijk geworden verscheiden van de ander na een lang gedeeld leven niet alleen achter wil blijven. Tegenover ‘voltooid leven’ heeft ‘samen sterven’ het voordeel van duidelijkheid. (Ton Vink in Trouw)

De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL) is volgens Vink gebaseerd op ‘open normen’ en dat maakt mogelijk dat deze wet kan meebewegen met opvattingen binnen de samenleving, ‘vooruitstrevend’ of ‘behoudend’.

Wie na rijp beraad besluit dat zijn levensweg erop zit (‘voltooid’ is) kan, na zorgvuldige voorbereiding, zo nodig zichzelf een ‘goede dood’ bezorgen. Vanwege de eigen verantwoordelijkheid en de goede dood heet dit ‘zelf-euthanasie’, te onderscheiden van ‘artsen-euthanasie’, de goede dood onder verantwoordelijkheid van de arts.’

Een goede dood | Ton Vink | ISBN 9789086872244 | pag. 144 | Verschijnt vandaag | NUR 730 | UITGEVER Klement | € 19,99

Bronnen: Persbericht uitgeverij Klement; Trouw

‘Vroege christendom trachtte de klassieke cultuur te vernietigen’

Domenico-Fetti_Archimedes_1620

Stel je voor dat we 2000 jaar voort hadden kunnen bouwen op die wiskunde van Archimedes, dat we het atomisme niet vergeten waren of alleen maar het idee hadden gekoesterd dat religie in feite niet zo belangrijk is. – Dit werpt de Britse historica Catherine Nixey op, dochter van een monnik en een non, in een interview met De Morgen. Ze schreef een boek over de oude christenen: Eeuwen van duisternis – de christelijke vernietiging van de klassieke cultuur.

Over het geweld en de onverdraagzaamheid van het vroege christendom schreef Nixey het boek Eeuwen van duisternis, een overzicht van moord, brandschatting en vernieling op een voorheen nooit geziene schaal. Op een paar eeuwen tijd slaagden de christenen erin de antieke cultuur te beëindigen: weg Griekse filosofie en weg Romeins secularisme. In de plaats kwam het Boek.’

Catherine Nixey studeerde Klassieke Oudheid aan de Cambridge University en werkte enkele jaren als leraar Klassieke Oudheid in Londen. Momenteel is ze journalist voor The TimesEeuwen van duisternis is haar debuut. ‘Het vroege christendom was even wreed als IS,’ zegt Nixey. ‘Als je kijkt naar het verleden is de islam in haar ogen niet zo uniek, we­reld­vreemd en wreed als we wel eens denken’.

Augustinus laat er in zijn De Civitate Dei geen enkele twijfel over bestaan. Mensen komen bij hem en vragen hem wat ze met andersgelovigen moeten doen. Uitroeien, zegt hij, want daarmee tonen we hoeveel we van God houden. Hij ging er immers van uit dat God alles ziet, jaloers is en bereid om degenen die ontrouw zijn te straffen. Eens je dat aanneemt, heb je in feite geen keuze meer.’

De Morgen vraagt zich af waarom we dan toch het idee dat het christendom een vredevolle, tolerante religie is. Omdat de geschiedenis door de overwinnaars wordt geschreven, luidt haar antwoord, verwijzend naar Edward Gibbons The History of the Decline and Fall of the Roman Empire uit de tweede helft van de achtste eeuw.

Hij beweerde daarin dat dit Rijk te gronde was gegaan door het christendom, omdat het al de beste maatschappelijke krachten opslorpte en hen in een klooster opsloot. Dat leidde tot verzwakking van het Rijk, waardoor het een vogel voor de kat werd voor de Goten en de Arabieren. Nog voor zijn boek verscheen, had het Vaticaan het al op de index gezet. Het christendom was als geen andere religie bedreven in het redigeren van zijn eigen geschiedenis.’

Dat leidde volgens Nixey tot het een einde van het pluralisme en het intellectuele debat dat zo typerend was voor het Romeinse geestesleven.

Deels kwam dit doordat veel filosofie in tegenspraak was met de religie. Ieder boek dat iets anders beweerde dan de Bijbel was verboden, wat in de praktijk dus alles was behalve die Bijbel.’

En ook de klassieke teksten hadden daaronder te lijden. Bestaande teksten werden van het perkament geschraapt om plaats te maken voor christelijke teksten, niet alleen omdat ze deze verderfelijk vonden, maar ook omdat ze er geen interesse voor hadden. Het intellectuele erfgoed verschraalde daardoor enorm.’

eeuwenvanduisternis

Volgens Marnix Verplancke van De Morgen schrijft Nixey er niet expliciet over, toch lijken er heel wat overeenkomsten te bestaan tussen de vroege christenen en de extremistische islam van vandaag.

Je kunt de overeenkomsten inderdaad niet over het hoofd zien. Het monotheïsme is een krachtig idee dat beweert dat ik beter ben dan jij en dat jij minder menselijk en waardevol bent dan ik omdat ik in de juiste god geloof. Het is een gevaarlijk idee dat we vandaag de kop weer op zien steken en dat voor sommigen bijzonder ­aantrekkelijk is.’

Achter het christelijk geweld zat vaak ook een grote mate van bezorgdheid. Als de christenen toestonden dat je je demonen bleef aanbidden, zou jij na je dood eeuwig branden in de hel, en zij ook omdat ze je niet gered hadden. Daarom oefenden ze hun ‘genadige wreedheid’ op je uit, zoals ze dat noemden.’

Over hoe de wereld eruit gezien zou hebben zonder het christendom verwijst Nixey naar een van de opmerkelijkste boeken die zij kent: het Archimedes-palimpsest, een gebedenboek dat geschreven is op gerecupereerd perkament van zeven boeken van Archimedes. De wiskunde en fysica die daarin aan bod komen, zouden pas weer door Newton ontdekt en gebruikt worden, bijna 2.000 jaar later dus. En mede daardoor kwam Nixey op haar gedachte:

Stel je voor dat we toen voort hadden kunnen bouwen op die wiskunde van Archimedes, dat we het atomisme niet vergeten waren of alleen maar het idee hadden gekoesterd dat religie in feite niet zo belangrijk is. Hoe had de wereld er vandaag dan uitgezien? Wie weet? Misschien hadden we eeuwen geleden al een atoombom gemaakt en waren we er allang niet meer.’

‘Eeuwen van duisternis – De christelijke vernietiging van de klassieke cultuur’ | Catherine Nixey | Hollands Diep | 398 p. |29,99 euro| Vertaling: Aad Janssen, Marianne Palm en Pon Ruiter | ISBN: 9789048831333 | € 29.99 | 09-10-2017 | Ebook | ISBN: 9789048831340 | € 9.99
Het is het nagenoeg onbekende verhaal van een strijdvaardige nieuwe religie, die in het begin van onze jaartelling opdook en overleefde door de klassieke beschaving met geweld te bestrijden, beelden werden aan stukken geslagen en grootse literatuur werd vrijwel volledig vernietigd. Elke andere opvatting moest fanatiek worden bestreden. Iedereen die zich niet naar het christelijke geloof voegde, werd vervolgd, gemarteld en vermoord. (Uitgeverij Hollands Diep)

Zie voor het volledige interview: Catherine Nixey, dochter van een monnik en een non, over het vroege christendom ‘Wat de christenen deden, dát was pas terreur

Beeld:  Archimedes door Domenico Fetti (1620). De ontdekking in 1906 door Johann Heiberg van eerder onbekende werken van Archimedes in de Archimedes-palimpsest heeft nieuwe inzichten verschaft in hoe Archimedes zijn wiskundige resultaten verkreeg. (Wikimedia) Het is een perkament van geitenvel waarop gebeden uit de 13de eeuw staan geschreven. Het perkament bevond zich honderden jaren in een kloosterbibliotheek in Constantinopel.
Na de ontdekking in 1906 raakte het in de jaren 1920 in particulier bezit. Op 29 oktober 1998 werd het Archimedespalimpsest op een veiling in New York door een anonieme koper gekocht voor $2 miljoen. Het is een hergebruikt perkament waarin een tekst van Archimedes is verborgen. Het werk bevat de enige overgeleverde Griekse versie van Drijvende lichamen en de enige afschriften van de Methode van mechanische stellingen. (archimedesfenajolien.weebly.com)

Geluk lag eeuwenlang opgeborgen in het hiernamaals

HermanPleijBroese

Geluk!? Herman Pleij dook er argeloos in en kwam terecht in de geluksindustrie, maar ook op universiteiten waar geluksprofessoren rondlopen. Er zijn zelfs geluksambtenaren, aangesteld door gemeenten. De geluksindustrie is een groeimarkt. Je kunt gelukkig worden tegen contante betaling. En Nederland blijkt hoog te scoren. Staat 6 op de Wereldranglijst van Geluk. We hebben de gelukkigste kinderen. – Herman Pleij, emeritus hoogleraar middeleeuwse letterkunde aan de universiteit van Amsterdam, was woensdagavond weer eens in zijn element. Ditmaal in een uitverkocht Broese in Utrecht.

Eeuwenlang lag geluk opgeborgen in het hiernamaals voor hen die dat op aarde verdiend hadden. Aan het eind van de Middeleeuwen begint dit al te verwateren tot een aardse voorziening in elke gewenste vorm. Die kon men zelfs zonder enige verdienste bij toeval deelachtig worden: stom geluk, ook bekend als mazzel. Het geluk raakte als sensationele beloning in een zalige eeuwigheid in de greep van vulgarisatie richting aarde en massa.’ (Uit: Geluk!?)

Pleij vroeg zich af hoe ze zo’n vragenlijst over geluk maken. Het blijken simpele enquêtes. Roept vraagtekens op wat betreft gezag en waarde. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) interviewt Nederlanders. Er lijkt een geringe kloof tussen arm en rijk,  de overheid is dichtbij voor de burger en we hebben een goede verzorgingsstaat. Maar geluk is toch privé? En wat wordt bedoeld met geluk? Het is een containerbegrip. Niet maakbaar.

Een beeldschone abdis werd belaagd door een edelman die stapelverliefd op haar was. Ze weigerde hem te ontvangen, maar via haar dienares bleef hij volharden in zijn verlangen haar schoonheid te bewonderen. Wat vindt hij dan mooi aan mij? vroeg ze aan haar helpster. Alles, antwoordde deze, maar vooral uw ogen. Daarop stak de abdis haar beide ogen uit en liet die op een blaadje bezorgen bij haar aanbidder – iedereen tevreden.’ (Uit: Geluk!?)

Ooit werd Vrouwe Fortuna opgevoerd in het christendom. Augustinus roerde zich er ook over: geluk ken je door kennis van goed en kwaad. Het Kwade heeft zin om het Goede te leren kennen. Zelf is Pleij aan de ‘goede kant’ van Hilversum geboren. Rijke vriendjes op school leerde hij kennen. Een ervan had een gloednieuwe leren voetbal. Heerlijk spelen, totdat een vrachtwagen de bal aan flarden reed. Pleij vond het vreselijk. Maar het commentaar van de eigenaar luidde: ‘O, ik krijg morgen wel een nieuwe’. Pleij wist op dat ogenblik, als tienjarige, door dat ongeluk, wat geluk was.

Nog meer zekerheid op de geluksmarkt biedt een zilverkleurige handleiding met Bijbelachtige allure, onder de titel: Geluk. The World Book of Happiness 2.0, met als ondertitel: De wijsheid van 100 geluksprofessoren uit de hele wereld, in 2016 verschenen bij uitgeverij Lannoo te Tielt (België), onder hoofdredactie van Leo Bormans. Hoger van de toren is zeldzaam geblazen.’ (Uit: Geluk!?) 

Geluk gaat om welzijn en welbevinden, zegt Pleij. Maar klagen is gedemocratiseerd in Nederland. Het SCP vraagt jaarlijks aan de burgers naar geluk. Er wordt dan zwaar gekankerd op laag niveau. Maar het persoonlijk welbevinden scoort hoog: 80% van de Nederlanders is zeer tevreden. In een enquête, gehouden in verzorgingshuizen was ook 80% gelukkig. Daar hebben mensen het geweldig naar hun zin.

Niettemin had de kerk zich altijd wantrouwig getoond bij wat volgens haar toch veelvuldig placht te ontaarden in werelds vermaak zonder meer. Dat bleef zich traditioneel uiten in het censureren van de aardse levenskunst. Vooral dansen moest het ontgelden, ook omdat daarvan niet zo gauw een hemelse pendant viel aan te wijzen, zoals bij muziek en zang.’ (Uit: Geluk!?)

Adam en Eva realiseerden zich volgens Pleij wat geluk was na de zondeval. Daarvoor was alles gewoon goed. Waren ze gelukkig. Pleij noemt lijden echt iets van het christendom. Absoluut geluk komt dan in het Paradijs of Eldorado. Later. Dat geldt ook voor andere godsdiensten: na de dood komt het goede. Maar ook het socialisme wierf leden met het ‘Arbeidersparadijs’. Dat zou men zelfs nog mee maken in het eigen leven. Troelstra verleidde de arbeiders ermee. Een soort ‘format voor menselijke zingeving’, zo formuleert Pleij.

Aristoteles en Plato vestigden de aandacht op de laagste vormen van geluksbeleving, die zij in feite afwezen. Dan ging het om het vervullen van de begeerten naar geld, voedsel, drank en seks. Die hoorden volgens hen bij de levensstijl van grazend vee. Men geleek dan op runderen die zichzelf vetmestten, copuleerden en elkaar vertrapten bij de honger naar meer.’ (Uit: Geluk!?)

GelukEr schijnt van alles te zijn na dood,’ zegt Pleij. Maar Ronald Plasterk heeft het slechts over ‘Ietsisme’: de concrete invulling van het paradijs lijkt weggeseculariseerd. Pleij vertelde over een lijstje: vroeger stond bij beroepen nummer 1: rechter, hoogleraar, priester, dominee. En nu? Op nummer 1 staat de chirurg. Die heeft de rol van priester overgenomen. Eerst zorgde de priester voor het eeuwig leven, nu de chirurg: ‘hup, een nieuwe lever of zo en leef lekker door’. Het is technisch bijna mogelijk: onsterfelijkheid. De arts zorgt voor eeuwig leven.

Er is te allen tijde fastfood, de behoefte aan seks kan eenvoudig vervuld worden, klimaatbeheersing is inmiddels binnenshuis geregeld, arbeidsloos inkomen verloopt via bank en beurs en de verjongingsindustrie is definitief overgenomen door de medische boetseerkunst, terwijl de branche levensverlenging de grootse groeimarkt vormt binnen de gehele gezondheidskunde, met het eeuwige leven op aarde als serieuze optie.’ (Uit: Geluk!?)

In de middeleeuwen wisten ze er ook wat van. Volkspredikers verspreidden toen het woord van God. Erasmus vond dat toen niks: ze predikten voor eigen gewin en riepen over hel en hemel. Die predikers waren ware acteurs, volgens Pleij. Ze trokken duizenden belangstellenden op kerkpleinen. Een figuur als Jan Brugman goochelde zelfs met doodskoppen. Het ging tenslotte om het plaatje toen. Iedereen kon het zien en ook ongeletterden konden het begrijpen. Ze schilderden hemelse paradijzen, waar tafels altijd gedekt waren, als een soort foodhall. Vooral spirituele tamtam. De duivel had vat op de mensen, vertelden de predikers. Die was de baas geworden na de zondeval.

Afgelopen woensdagavond kon Pleij blijven vertellen. Helemaal in zijn element. Het maakt niet uit waar hij het over heeft, je luistert geboeid. Hij acteert als conferencier, maar wel een met inhoud. In zijn essay Geluk!? Van Hemelse gave tot hebbeding kan je er alles – en meer – nog eens over lezen. Het is net zo helder als zijn betoog. Op 9 november verzorgt hij een cultuurhistorisch theatercollege over de zoektocht van de Nederlandse identiteit, in Schouwburg Amstelveen.

Geluk!? Van hemelse gave tot hebbeding | Paperback / Ingenaaid | Uitgever: CPNB | oktober 2017 | EAN: 9789059654488 | € 3,50

Beeld: PD – Herman Pleij signeert Geluk!? voor een andere auteur (Margaret van Mierlo)