‘God is aanwijsbaar’ – Wijs maar aan dan!

DSC_0006
Verslag debat in de VU: ‘Voorbij de verwaarlozing’. Drie stellingen kwamen gisteren aan de orde: Religie is natuurlijk, gezond en nuttig; atheïsten schetsen een god waar niemand in gelooft; God is aanwijsbaar.

In de VU Amsterdam debatteerden Floris van den Berg (directeur van de seculier-humanistische denktank Center for Inquiry Low Countries), Taede Smedes (godsdienstfilosoof en theoloog), Stefan Paas (Bijzonder hoogleraar kerkplanting en vernieuwing VU) en Rik Peels (onderzoeker Abraham Kuyper Center for Science and Religion).

Religie is natuurlijk, gezond en nuttig
download
Volgens Floris van den Berg (foto: Houtekiet) ben je atheïst als je nadenkt. Misschien is het daarom dat Smedes enigszins aarzelend reageerde op de vraag of hij geloofde. Hij is bang voor vooroordelen, vermijdt liever het woord ‘christen’ – een besmette term. Paas en Peels konden wel gewoon zeggen gelovig te zijn, zonder toelichting overigens.

Van den Berg is op zoek naar een manier om zo snel mogelijk van religie af te komen. Hij schreef er een boek over: Hoe komen we van religie af? Religie is volgens hem een ziekte; het is niet waar, er is geen kennisclaim en leidt tot veel ellende; alsof je gelooft in kabouters. Religie is een obstakel voor de moraal.

Volgens Smedes wordt de natuurlijkheid van religie steeds meer aangetoond in onderzoeken. We hebben er aanleg voor, net als aanleg voor taal. Aanleg na te denken over hoe de wereld in elkaar zit en dat correspondeert met over hoe in religies over God gedacht wordt. Paas stelde dat religie nuttig is: mensenrechten bijvoorbeeld. Vrijwilligerswerk wordt meer gedaan door gelovigen dan door seculieren. De fysieke en geestelijke gezondheid is ook beter, minder depressies en suïcides.

Van den Berg beaamde dat religie nuttig kan zijn, maar hoeft daarom niet waar te zijn. Besnijdenis noemde hij een godschande. Peels reageerde hierop door te stellen dat vooral negatieve zaken rondom religie in het nieuws komen: natuurlijk zijn er uitwassen.

stefanpaas_rikpels_webStefan Paas (foto godgeleerdheid.vu: re) stelde ook dat religie natuurlijk is; aangeboren. Het is niet opgelegd blijkt uit onderzoek. Er is wel het disciplinerende van die aanleg door ouders en cultuur, en religie kan ook ontsporen. Het atheïsme meent dat er geen God is, maar die stelling heeft onvoldoende grond. Volgens Rik Peels (foto: li) wordt niemand als atheïst geboren, atheïsme ontstaat door argumenten. Het komt niet van nature. Smedes stelde dat ook monotheïsme in aanleg bij de mens aanwezig is. Zelfs bij religies is er altijd wel een oppergod. Het ‘spaghettimonster’ noemde hij enigszins spottend een ‘uitvinding’.

Atheïsten schetsen een god waar niemand in gelooft
Volgens Van den Berg zijn er geen goede argumenten voor het bestaan van God. Dus God bestaat niet. We zijn allemaal atheïst. Zelfs gelovigen zijn atheïsten, want zij geloven alleen in hun eigen God, en zijn atheïst wat betreft de God van andere religies, zo stelde hij. Bestaat God? Laat maar zien! Zeg je dat er buiten een eik staat. Laat maar zien, dan geloof ik het. Gelovigen moeten met bewijs komen. Van den Berg stelde cynisch in kabouters te geloven. Aan hen ontleent hij veel. Paas stelde dat er goede argumenten bestaan tegen het bestaan van kabouters. Smedes kon er niet serieus op ingaan. Van den Berg eiste wel respect voor zijn tuinkabouters…

God is aanwijsbaar
taedeasmedes
Atheïst Van den Berg reageerde op deze laatste stelling onmiddellijk met een laconiek: ‘wijs maar aan dan’. Niemand kon dat. Taede A. Smedes (foto: TAS) vond het lastig. God is niet aanwijsbaar als onze medemens. Voor een gelovige is er veel aanwijsbaar vanuit het perspectief van het geloof. Argumenten vond hij net een gebed. Argumenten zijn ook vaak onpersoonlijk en nietszeggend. ‘Finetuning leidt niet tot christendom.’ Peels vond argumenten een mogelijke eerste stap om je te oriënteren op geloof. Smedes vroeg zich af of geloof dan een keuze is. Smedes vond geloven op basis van argumenten lastig. Tegenargumenten kunnen dan tot crises leiden, je bent immers kwetsbaar voor argumenten die sterker zijn. Geloven is een besef; ook al zijn er argumenten tegen. Stel dat uit onderzoek blijkt dat Jezus nooit heeft bestaan, dan nog kunnen er elementen van geloof overeind blijven. Het besef blijft.

Gemiste kans
816a642e-d50e-4d87-8c11-60eaa7d9c08d_0_Paas en Peels_God bewijzen internetJammer was dat gespreksleider / journalist Nienke Sietsma (‘Ik ga naar de kerk voor mijn werk’) veel te snel – en te veel – het publiek erbij betrok. Door vragen en uitgebreide opmerkingen van het publiek is dit debat niet geworden, wat het had kunnen zijn. Er was maar een uur tijd. De vier debaters kwamen zo niet tot het beloofde ‘stevige’ debat. Een gemiste kans. Wie er niet bij was, wordt wijzer van het boek God bewijzen.


Conclusie

Eigenlijk stal Van den Berg de weinige show die er was. In het nogal magere debat kreeg hij geen duidelijk antwoord op zijn vraag of God bestaat. Als naturalist en atheïst nam hij geen genoegen met filosofische argumenten. Hij vond dat geen wetenschap. Daarmee werd God niet zichtbaar zoals de eik op straat. Hij zocht naar houvast, maar een onzichtbare (transcendente) God waarvan hij niet kan houden als zijn vrouw, daar kan hij ook geen genoegen mee nemen. Zijn kreet ‘Wijs maar aan dan!’ leek regelrecht uit zijn hart te komen. Drie gelovige wijzen bleken niet in staat hun noodzakelijke God aan hem te tonen. De atheïst bleef in de kou achter. Het debat maakte vooral duidelijk dat geloven een geheel andere categorie is dan wetenschap. Geloven zit in de geest, maar in de stof blijkt God (nog) niet te bestaan.

Verslag en foto: PD (Van li naar re: Peels, Smedes, Paas, Van den Berg)

God bewijzen – ‘Geest en stof staan tegenover elkaar’

Babies
‘De bewijslast in debatten over God ligt niet exclusief bij gelovigen. Op beide groepen – dus zowel theïsten als atheïsten – rust de taak om met bewijslast voor hun positie of kennisclaim te komen in een argumentatief debat over het bestaan van God.’ Een groep schrijvers onder de naam Tartuffel, heeft de hele discussie over waar de bewijslast ligt voor het bestaan van God, bij de theïst of de atheïst, nog eens op een rijtje gezet. 

‘De atheïst die beweert dat de gelovige zal moeten aantonen dat zijn of haar God níet in dezelfde categorie valt als het monster van Loch Ness en andere sprookjesfiguren, gooit eerst alles op één hoop en beweert dan dat de gelovige maar moet bewijzen dat het andere categorieën betreffen. Atheïsten beweren dat het niet nodig is om het bestaan van God te weerleggen om dezelfde reden dat het niet nodig is om het bestaan ​​van de tandenfee, kabouters, de kerstman en het spaghettimonster (illustr: necoma.nl), enz. te weerleggen.

necoma.nlAlle atheïstische ridiculiseringen van God door Hem in één adem te noemen met dergelijke figuren, zijn gebaseerd op hetzelfde archetype: de vliegende theepot van Russell. Allemaal reuze vindingrijk en amusant, maar de atheïst plaatst zelf met dergelijke vergelijkingen God in dezelfde categorie als het monster van Loch Ness en de andere figuren. Om dat te kunnen doen, zal hij dus zèlf moeten aantonen dat ze een subject zijn met dezelfde attributen (kenmerken).’ 

Het uitgebreide artikel in InfoNu, dat 7 januari jl. nog werd bijgewerkt, laat onder meer zien dat iedere vergelijking tussen God enerzijds en het monster van Loch Ness, de kerstman en het spaghettimonster anderzijds, volkomen mank gaat omdat het een belangrijke oorzaak blootlegt waar het in discussies tussen atheïsten en theïsten heel vaak misgaat. 

‘Een vruchtbare discussie kun je wel vergeten als God in dezelfde categorie wordt geplaatst als het monster van Loch Ness. Uit de aard der zaak valt God niet in dezelfde categorie als het monster van Loch Ness en andere tot de verbeelding sprekende figuren.’ 

Volgens Tartuffel getuigt een dergelijke houding van intellectuele luiheid en is bovendien niet fair. De atheïst zal zijn stelling moeten onderbouwen aan de hand van deugdelijke argumenten. De bewijslast voor een kennisclaim (zoals ‘god is een verzinsel’) ligt bij degene die de claim doet. Over Russells theepot (Illustr: vliegendetheepot.blogspot.com) zeggen de schrijvers: 

‘Ik denk dat we kunnen weten dat het niet bestaat omdat het daar niet is geplaatst door Russische of Amerikaanse astronauten, en we weten dat materie in het universum zichzelf niet kan organiseren in een theepotvorm. Dus al met al beschikken we over nogal wat goede redenen om te kunnen stellen dat Russells theepot niet bestaat. Ook de kerstman kunnen we op gelijke wijze wegstrepen.

13-TeapotWarning-150Dat volwassenen niet in de kerstman geloven komt niet simpelweg doordat er geen goede redenen zijn voor zijn bestaan, maar omdat we goede redenen hebben om aan te nemen dat hij niet bestaat. We hebben hier positief bewijs voor: er woont niemand op de Noordpool en er vliegt niemand rond in een arrenslee om cadeautjes te bezorgen op kerstavond.’ 

Tartuffel stelt dat atheïsme niet slechts de afwezigheid van geloof in God is, anders zou een baby ook atheïst zijn, evenals zijn kat. Over het feit dat de atheïst stelt dat de bewijslast bij de theïst ligt, wordt verwezen naar filosoof Emanuel Rutten die deze repliek zeer verhelderend weerlegt door te stellen dat volgens de één de zijnsgrond van de wereld geest is en volgens de ander stof. Twee opvattingen over de natuur staan tegenover elkaar. 

‘Indien we een goed argument kunnen geven voor het bestaan van een eerste oorzaak van de werkelijkheid, dus iets waarop de hele wereld uiteindelijk teruggaat, iets dat geldt als de uiteindelijke oorsprong van alles wat bestaat, dan zijn de overtuigingen van de theïst en de atheïst structureel equivalent. De theïst beweert namelijk dat deze eerste oorzaak een subject is (een bewust wezen) en de atheïst beweert dat deze eerste oorzaak een object (levenloze materie) betreft. (Illustr 404: weheartit.com)

d4hbs_largeEr is dus sprake van pariteit tussen beide posities. Beide posities betreffen immers een claim over de aard van de wereldgrond. Volgens de één is de zijnsgrond van de wereld geest en volgens de ander is de zijnsgrond van de wereld stof. … Het is niet zo dat de theïst het bestaan van iets bevestigt, terwijl de atheïst slechts het bestaan ervan ontkent. Twee opvattingen over de natuur van de eerste oorzaak, geest of stof, staan tegenover elkaar. De atheïst kan in een argumentatief debat over het bestaan van God dus niet eenzijdig de bewijslast bij de theïst leggen.’ 

Zie: Bewijslast ligt ook bij atheïst in het debat met een theïst

Illust: ryanpeterswrite.com

Religie is natuurlijk, en God waarschijnlijk?

Layer-61
In Amsterdam, op 16 en 29 januari 2014, worden er een Debat en een Nationaal Religiedebat georganiseerd over het bestaan van God. Bestaat God? Moet je gek zijn om in God te geloven? Is godsgeloof redelijk? Kan God weten dat Hij logisch denkt? Heeft God onmiddellijk intuïtief inzicht? Debatten op de VU en in Felix Meritis. Maar ook op blogs woedt de discussie.

‘Nog altijd zijn er weinig onderwerpen die meer stof doen opwaaien dan juist religie. Buiten Europa groeit religieus geloof. En zelfs in het seculiere Nederland zijn er mensen die zich tot het geloof in God bekeren. Natuurlijk kunnen we dat zien als een nieuw bewijs voor de onuitroeibare irrationaliteit van mensen. Maar misschien is er meer aan de hand.’ (VU) 

mihaiMihai Martoiu Ticu (foto: OBA), afgestudeerd in wijsbegeerte en internationaal recht, is daar beslist over: er is geen bewijs dat God bestaat. Bij Joop.nl doet hij een poging te laten zien wat er niet klopt aan de redenering van Emanuel Rutten. Martoiu Ticu benoemt drie zwakheden van het godsargument.

‘We hebben geen enkel bewijs dat er slechts vier manieren bestaan om te weten dat God niet bestaat. We kunnen bijvoorbeeld niet uitsluiten dat wetenschap of logica ooit zullen bewijzen dat God niet bestaat. Rutten maakt gebruik van modale logica voor zijn argument. Modale logica trekt conclusies uit het feit dat iets mogelijk is of denkbaar. Ook als we zijn eigen premissen en argumentatiemethode accepteren, komen we tot andere conclusies.’ (Martiou Ticu)

Het antwoord van filosoof en wiskundige Emanuel Rutten (foto: ER) kon niet uitblijven en verscheen drie dagen later: De waarschijnlijkheid van God, waarin hij stelde dat filosofische argumenten voor het bestaan van God laten zien dat het waarschijnlijk is dat God bestaat. Maar absolute erzekerheid is een andere vraag. Hij verwijst Martiou Ticu naar zijn hernieuwde bespreking van het modaal-epistemisch argument op zijn blog gjerutten.nl. Daarin bespreekt hij negen tegenwerpingen op zijn godsargument.

‘We zien zo dat alle hierboven besproken objecties tegen het argument afdoende weerlegd kunnen worden. Het argument maakt dan ook het bestaan van God een stuk aannemelijker. Het aardige van het argument is dat het niet onder één van de bestaande typen van Godsargumenten valt. Het opent als het ware een hele nieuwe categorie van Godsargumenten. Dit betekent dat er voldoende ruimte en uitdaging is voor filosofen om het argument nog verder te verbeteren en zo sterker te maken, net zoals men altijd gedaan heeft met de andere typen Godsargumenten.’ 

Intussen zijn godsdienstwijsgeer Jan-Auke Riemersma (foto: J-AR) en Rutten ook druk in debat delachendetheoloogover de vraag of God kan weten waarom Hij logisch denkt. Deze discussies vinden plaats op hun blogs en ook op de site Geloof en Wetenschap van ForumC.

‘Bepaalde theologen en filosofen zijn er van overtuigd dat god een persoon is die logisch denkt. God ordent al zijn kennis en al zijn inzichten zo dat deze keurig bij elkaar passen. Het is een naadloos, gladgestreken geheel. In de geest van god komt geen enkele tegenstrijdigheid voor. De werkelijkheid is volgens God een strakke logische ruimte en buiten deze logische ruimte is er niets.’ (Riemersma)

‘In zijn bijdrage De God van de rationele theologen op dit forum beweert Jan Riemersma dat als God niet anders kan dan logisch denken, hij niet kan weten waarom dat zo is. Want als God onmogelijk buiten het logisch denken kan treden, dan is elk antwoord van God op de ‘waarom’-vraag onvermijdelijk gebaseerd op logisch denken en dus hopeloos circulair, aldus Riemersma. Wat Riemersma echter over het hoofd ziet, is dat God niet noodzakelijk een beroep op logica hoeft te doen om te weten waarom hij niet anders kan dan logisch denken.’ (Rutten)

downloadOp 16 januari gaat het op de VU over drie stellingen naar aanleiding van het boek God bewijzen van Rik Peels en Stefan Paas. 1) Religie is natuurlijk, gezond en nuttig. 2) Atheïsten schetsen een god waar niemand in gelooft. 3) God is aanwijsbaar.

Wetenschapsjournalist Yvonne Zonderop (o.a. De Groene) leidt het debat met filosoof Floris van den Berg (foto li: Wikipedia) (directeur van de seculier-humanistische denktank Center for Inquiry Low Countries), Taede Smedes (foto re: TAS) (godsdienstfilosoof en theoloog), Stefan Paas (Bijzonder hoogleraartaedeasmedes kerkplanting en vernieuwing VU) en Rik Peels (onderzoeker Abraham Kuyper Center for Science and Religion).

‘Geloven in God is een normale, redelijke optie voor normale, redelijke mensen. Tenminste, dat vinden filosoof Rik Peels en theoloog Stefan Paas. Samen schreven zij God bewijzen – argumenten voor en tegen geloven, dat recent verscheen bij uitgeverij Balans. Het veelbesproken boek oogst naast kritiek opmerkelijk veel waardering en respect, zowel van gelovigen als atheïsten als agnosten.’ (Felix Meritis)

stefanpaas_rikpels_webOp 29 januari in Felix Meritis klinken de vragen of godsgeloof redelijk is en of massaal ongeloof werkelijk funest is voor de moraal in Nederland. Onder leiding van wetenschappelijk onderzoeker op het gebied van religie in het publieke domein, Markha Valenta, zullenhermanphilipse Stefan Paas (re) en Rik Peels (li) (foto: FM) in debat treden met onder andere Herman Philipse (foto re: PD.)

‘Hoogleraar Wijsbegeerte Philipse vreest dat geseculariseerde culturen worden gemarginaliseerd door gelovigen. Alle claims van gelovigen dat God bestaat, dienen daarom door de ‘universele atheïst’ ontmanteld te worden. In zijn nieuwe boek ‘God in the Age of Science? A Critique of religious Reasons’ vindt hij dat de taak van de atheïst.’ (VGEM)

Bronnen:
Er is geen bewijs dat God bestaat
* De waarschijnlijkheid van God
Wittgensteins Broek 
Kan God weten waarom Hij logisch denkt?
Geloof & Wetenschap
De God van de rationele theologen
Nationaal Religiedebat: Is godsgeloof redelijk?
Debat: Voorbij de religieuze verwaarlozing

Illustr: godevidence.com

Naturalisme ondergeschikt aan een ethisch-religieuze zienswijze

Ephesians_2.12_._Greek_atheos
‘De mens doet er niet toe en de natuur is onverschillig.’ Het naturalisme bouwt voort op het materialisme en ontkent het bestaan van bovennatuurlijke verschijnselen: al het bestaande wordt uit natuurlijke oorzaken verklaard. ‘De natuurlijke geschiedenis van de wereld vertelt eigenlijk alles wat we willen weten.’  

Toch is het naturalisme fout. Docent filosofie Jan-Auke Riemersma stelt in zijn blog van 7 december jl. (herzien op 8 december) dat het naturalisme ondergeschikt is aan een ethisch-religieuze zienswijze. ‘Het bestaan van een transcendente werkelijkheid kan door de naturalist eigenlijk niet worden ontkend.’ In zijn proefschrift Naturalisme en Theïsme (2011) stelde hij dat het naturalisme onverenigbaar, zelfs strijdig is met religie (hfdst. 3,2.)

‘De naturalist gaat er van uit dat wij in staat zijn om de wereld objectief te onderzoeken. Dat is echter niet mogelijk: zelfs als we uiterst rationeel denken zijn we niet objectief, maar subjectief: onze logische modellen van de wereld zijn bedoeld om er in te kunnen ‘wonen’. Al onze modellen van de wereld zijn in die zin ‘aangepast aan de behoeften en noden van de mens’.’ 

Volgens De Lachende Theoloog onderzoeken we de wereld opdat we iets kunnen doen met de resultaten. Maar gelovigen kunnen de wereld niet meer anders zien dan door naturalistische ogen en verliezen daardoor hun geloof. Het naturalisme is een filosofie die heel diep bij de mensen zit.

janriemersmafacebookJan-Auke Riemersma (foto: Facebook) begint – in weer een van zijn fraaie bespiegelingen op zijn blog – met het ontmantelen van het naturalisme: bij de veronderstelling dat de mens onbemiddeld toegang heeft tot de werkelijkheid. Dit stelt ons in staat, zo gelooft de naturalist, om deugdelijke uitspraken te doen over de positie van de mens in de wereld. Het is voor de mens echter niet mogelijk om de wereld te beschrijven op een objectieve, neutrale manier, zoals de naturalist lijkt te denken.

‘Deze kennistheoretische aanname is echter naïef. Je kunt de naturalist voorhouden dat ons beeld van de werkelijkheid hoe-dan-ook een product is van het menselijk brein.’   

Zèlfs de wetenschappelijke (wiskundige) weergave van de werkelijkheid is geen beschrijving van hoe de wereld ‘in zichzelf’ is, een waarneming buiten de logische regels om, maar een beschrijving van hoe de wereld er uitziet in de ogen van een wezen dat altijd en overal vóór alles wil weten wat hij moet doen. Zo vervalst onze logische denkwijze elke beschrijving van de werkelijkheid, stelt de docent filosofie.

‘Je kunt het theïsme verdedigen door te betogen dat wij onderdeel zijn van een ethische werkelijkheid: alles draait om de vraag of de manier waarop wij leven, de keuzes die wij maken, goed of kwaad zijn. ‘In deze wereld is geen enkele menselijke handeling zinloos of zonder betekenis.’

De naturalist kan volgens hem geen objectieve beschrijving van de werkelijkheid geven. Als de mens nooit achter de logische beschrijving van de werkelijkheid kan kijken, dan heeft hij goede redenen om te denken dat de werkelijkheid ons verstand overtreft.

‘Je moet wel erg halsstarrig zijn en per se vast willen houden aan je opvatting dat de wereld een logische kooi is waarin wij gevangen zitten en waarbinnen al onze handelingen zonder betekenis zijn, als je niet in staat bent om te zien dat de wereld eigenlijk door en door religieus is en dat al onze handelingen zich afspelen op een zeer gevoelige balans van goed en kwaad. Het naturalisme is zo beperkt dat het eigenlijk niet kán worden verdedigd.’

Het bestaan van een transcendente werkelijkheid kan door de naturalist eigenlijk niet worden ontkend. – Al met al spreekt dit toch sterk in het voordeel van een ‘religieuze’ visie.’

Zie: De mens, in een wereld van goed en kwaad (en de discussie eronder)

Illustr: Het Griekse woord ‘atheoi’ αθεοι (‘[degenen die] zonder god’) zoals deze wordt weergegeven in de brief van Paulus aan de Efeziërs 2:12, op de vroeg 3e-eeuwse Papyrus 46. Dit woord – in een van zijn vormen – verschijnt nergens anders in het Nieuwe Testament of in de Koine Griekse versie (de originele handschriften) van het Oude Testament. (Wikipedia Commons)

Een nieuwe benadering van het christelijk geloof

francisspufford
Het boek van Francis Spufford: Dit is geen verdediging! zou wel eens richtinggevend kunnen zijn voor een nieuwe benadering van het christelijk geloof. Dat stelt journalist en theoloog Theo van de Kerkhof in een boeiend en beeldend geschreven recensie. ‘Wie tegenwoordig aansluiting zoekt bij één van de traditionele christelijke kerken heeft iets uit te leggen. Althans zo voelde dat voor de Britse schrijver Francis Spufford (1964), die zich tot zijn eigen verrassing tegenwoordig christen noemt.’

ditisgeenverdediging‘Spufford moest nogal ergens doorheen voor hij als moderne dertiger zijn vanzelfsprekende atheïstische levensvisie inruilde voor een christelijke. Je kunt zijn boek lezen als een persoonlijk bekeringsverhaal dat in grondstructuur enige overeenkomst vertoont met de vele evangelicale bekeringsverhalen (zonde, vergiffenis, bevrijding zijn ook voor Spufford scharniermomenten). Maar Spufford is niet evangelisch (maar anglicaan) en hij moet al helemaal niets hebben van een benepen kleinburgerlijke moraal.’ 

Als voorbeelden hiervoor geeft Spufford bladzijdelange hilarische opsommingen van alle denkbare vooroordelen waar een christen tegenaan kan lopen. Over bijvoorbeeld zijn dochter, die zal ontdekken dat haar ouders in prehistorische onzin geloven, maar niet in dinosaurussen. Dat zij onderdrukten luchtkastelen na de dood beloven; dat ze sentimentele sukkels zijn die niet zonder papa in de hemel kunnen.

‘Eén van de grootste obstakels als ik wil uitleggen hoe geloof voelt, is dat ik niet met een schone lei kan beginnen. Onze cultuur is aangetast door vrijwel onleesbare religieuze prietpraat.’ 

Theo-vd-Kerkhof-150x150Volgens Theo van de Kerkhof (foto: TvdK) veranderde er iets in de werkelijkheidsvisie van Spufford waardoor hij over een blokkade heen kon stappen en het christendom serieus kon nemen. Ervaringen in een Londens koffiehuis, waar plotseling het Klarinetconcert van Mozart klinkt, spelen hierbij een rol. (Spufford werd vooral getroffen door het middelste deel, het Adagio, pd.)
Ook een andere ervaring, in een kerk, raakt hem. Vervolgens snijdt Spufford kernthema’s aan in zijn boek, zoals genade – als voldoende basis om het godgeloof erop te wagen – en zonde.

‘Maar waar zit dan het draaimoment in zijn betoog? Waar komt dan het geloofsverhaal uiteindelijk toch van de grond? ‘Wat er gebeurt, is dat er vanuit dezelfde ervaring langzaam en met tussenpozen en van tijd tot tijd overweldigend een andere beleving groeit.’ 

‘Beelden tuimelen over elkaar heen: bron van alle echtheid; de flow onder alle flows: universele basis van alle dingen. ‘Ja, het voelt alsof alles wordt gedragen door licht, alsof alles in een zee van licht drijft, alsof alles slechts een oppervlakteverschijnsel is van het licht. En daar hoor ik zelf ook bij. Al mijn lelijke kantjes, de grote stapels herinneringen, geheimen en misverstanden drijven op deze zee. … En hoewel deze ervaring op geen enkele manier uit te leggen is, is ze niet onpersoonlijk. Iemand, niet iets, is hier. … Ik word gezien van binnenuit, maar zonder mijn illusies …. Ik word gelezen door dat waarvan ik ben gemaakt.’ 

Van de Kerkhof stelt dat Spufford poogt het christendom van het leerstellige niveau op te tillen (of moet je zeggen neer te laten) naar een belevingsniveau. Het originele zit in het feit dat hij niet vanuit het christendom naar de wereld kijkt, maar juist andersom vanuit een eigentijds levensgevoel toegang zoekt tot de christelijke traditie. 

‘Zijn benadering is niet institutioneel, of intellectueel, maar existentieel. Dat wil niet zeggen dat intellect of instituties geen rol spelen. Dat doen ze zeker wel, maar de existentie (het alledaagse leven) is sturend in zijn vraagstelling. Bijzonder is voorts dat zijn eigentijdse, existentiële benadering niet automatisch tot een modern gesloten wereldbeeld leidt, maar juist een verbinding tussen het alledaagse en het goddelijk tot stand brengt. Het boek van Francis Spufford zou wel eens richtinggevend kunnen zijn voor een nieuwe benadering van het christelijk geloof.’ 

Zie: Rare jongens, die christenen – of juist niet?

Een eerdere recensie: Voor christenen, atheïsten en mensen die het allemaal niet weten

Foto: vimeo.com 

spufford-580_57431aFrancis Spufford (1964) (foto: universalheartbookclub.com) is lid van de Britse Royal Society of Literature en schreef meerdere boeken. De rode belofte, over de teloorgang van het vooruitgangsgeloof in de Sovjet-Unie, verscheen in negen talen en kreeg lovende recensies in onder meer de NRC, De Standaard en de Volkskrant (vijf sterren!) De Engelse titel van het boek is Unapologetic. Hij heeft het zo genoemd omdat het geen ‘apologie’ is, de technische term voor een verdediging van ideeën.

Dit is geen verdediging! | Francis Spufford | Paperback | 224 pagina’s | ISBN 978 90 259 0306 0 | Prijs € 18,95

‘Als er een God is. Want het kan ook zijn dat er geen God is. Ik weet niet of er een God is. En dat weet jij ook niet, en ook Richard bloody Dawkins weet dat niet. Niemand weet het. God is geen kenbaar iets, zoals gezegd. Ik  weet dat –  als ik mazzel  heb  en  het me lukt  om  erop te letten, ja, als ik voor even het lawaai in mijn hoofd tot zwijgen weet te brengen – ik het gevoel heb dat er een God is. En daarom heeft het emotioneel gezien zin om door te gaan en te doen alsof Hij er is, ja, het erop te wagen met die mogelijkheid. Niet op een verlegen, doodsbenauwde,  emotionele manier, of op een kruiperige, angsthazerige, meesterzoekende  manier,  of  op een scherpslijperige o-wat-ben-ik-goed-manier.  Maar hoopvol, realistisch. Met een gevoel van ook-al-worden-we-uit-het-veld-geslagen-we-blijven-het-proberen. Een gevoel dat ons wordt aanbevolen door die vreemde hemelbewoner, die zegt: wees niet voorzichtig. Wees niet verrast als je de onmenselijkheid van mensen ziet. Maar wees ook niet bang. Er kan meer worden gerepareerd dan je denkt.’
(Slot van het boek)