‘Intelligentie speelde rol bij ontstaan leven’

Ontdekkingen in de moleculaire biologie onthullen de aanwezigheid van digitale code aan de basis van het leven en suggereren het werk van een meesterprogrammeur. – Dit stelt wetenschapsfilosoof Stephen C. Meyer, van het Centrum voor Wetenschap en Cultuur van het Discovery Institute in Seattle, in het artikel Three Major Scientific Discoveries In The Past Century That Point To God, in The Federalist, van 2 april 2021. ‘Het idee dat God het universum heeft geschapen is tegenwoordig een respectabele hypothese, meer dan ooit in de afgelopen eeuw.

Voormalig geofysicus Meyer zag eerder af van pogingen om vragen te beantwoorden over ‘wie’ het leven zou hebben ontworpen. In zijn in maart 2021 verschenen boek Return of the God Hypothesis geeft hij nu antwoord op misschien wel het ultieme mysterie van het universum. Daarbij onthult hij volgens uitgeverij Harperone ‘een verbluffende conclusie: de gegevens ondersteunen niet alleen het bestaan ​​van een of andere intelligente ontwerper, maar ook het bestaan ​​van een persoonlijke God’. 

De ontdekking van informatie – en een complex systeem voor het verzenden en verwerken van informatie – in elke levende cel, levert dus sterke gronden op om aan te nemen dat intelligentie een rol speelde bij het ontstaan ​​van het leven. Zoals informatietheoreticus Henry Quastler opmerkte, ‘komt informatie gewoonlijk voort uit bewuste activiteit’.

Meyer bestrijdt de strikt materialistische visie op de werkelijkheid, zoals dat ‘het universum precies de eigenschappen heeft die we zouden mogen verwachten als er in wezen geen ontwerp, geen doel is… niets dan blinde, meedogenloze onverschilligheid’. De wetenschapsfilosoof stelt dat drie belangrijke ontdekkingen in de afgelopen eeuw in tegenspraak zijn met de voorspellingen van wetenschappelijke atheïsten en juist in een duidelijk theïstische richting wijzen.

Ten eerste hebben kosmologen ontdekt dat het fysieke universum waarschijnlijk een begin had, in tegenstelling tot de verwachtingen van wetenschappelijke materialisten die het materiële universum al lang als eeuwig en op zichzelf bestaand hadden afgeschilderd (en daarom geen externe schepper nodig hadden).

Als tweede ontdekking noemt Meyer natuurkundigen die ontdekt hebben dat we in een soort ‘Goudlokje-universum’ leven. Hij bedoelt hiermee: precies goed.

Sinds de jaren zestig hebben natuurkundigen inderdaad vastgesteld dat de fundamentele fysische wetten en parameters van ons universum tegen alle verwachtingen in nauwkeurig zijn afgestemd om ons universum geschikt te maken voor leven.’ 

Als derde noemt Meyer ontdekkingen in de moleculaire biologie die de aanwezigheid van digitale code aan de basis van het leven onthuld, wat volgens hem het werk van een meesterprogrammeur suggereert. Hij stelt dat we over het algemeen weten dat informatie – of deze nu in hiërogliefen is gegraveerd, in een boek is geschreven of in radiosignalen is gecodeerd – altijd afkomstig is van een intelligente bron.

Nadat James Watson en Francis Crick in 1953 de structuur van het DNA-molecuul hadden opgehelderd, ontwikkelde Crick zijn beroemde ‘sequentiehypothese’. Daarin stelde Crick dat de chemische bestanddelen in DNA functioneren als letters in een geschreven taal of digitale symbolen in een computercode.’

Meyer beargumenteert in zijn boek Return of the God Hypothesis dat recente wetenschappelijke ontdekkingen over biologische en kosmologische oorsprong beslist theïstische implicaties hebben, wat suggereert dat populaire wetenschappelijke rapporten over de dood van God misschien sterk zijn overdreven.

Zie: Three Major Scientific Discoveries In The Past Century That Point To God (The Federalist)

Return of the God hypothesis | Three scientific discoveries that reveal the mind behind the universe | Stephen C. Meyer | E-book | 9780062071521 | maart 2021 | Adobe ePub | € 16,99 |
Stephen C. Meyer stelt dat theïsme – met zijn bevestiging van een transcendente, intelligente en actieve schepper – het beste het bewijs verklaart dat we hebben met betrekking tot biologische en kosmologische oorsprong.’ (Uitgeverij Harperone)

Beeld: Detail cover
Mystery of life’s origin (evolutionnews.org)

‘Atheïsten hebben een signaalfunctie’

Atheïsten houden je volgens theoloog Rikko Voorberg een spiegel voor of de kerk nog impact heeft. ‘Als de kerk een zelfbevestigend cirkeltje is geworden, waarin de woorden alleen betekenis hebben voor de gelovigen zelf, dan is dat de dood in de pot.’ Voorberg, een predikant die zich daadwerkelijk vrijgemaakt heeft uit de vrijgemaakt gereformeerde bubble, houdt ook van het perspectief van een vrijgemaakte theologie. AdRem plaatste een interview met Voorberg, bekend van de PopUpKerk in Amsterdam, ‘We gaan ze halen’ en het boek De dominee leert vloeken: over woede, onmacht en daadkracht.

Dit boek is het verslag van een persoonlijke reis met aanknopingspunten voor constructieve actie. Het is voor cynici die hun cynisme zat zijn. Voor kerkelijken die hun kerkelijkheid zat zijn. Voor geëngageerden die verbaasd een dominee aan hun zijde vinden. Voor gelovigen die weten dat het niet om een hemel gaat. Voor ouderen die verlangen naar nieuw elan. Het is voor iedereen die meent dat alles wat we kunnen doen te weinig is, maar dat niets doen echt niet kan. Het is voor iedereen die zich afvraagt waar de moti­vatie en de energie te vinden zijn om steeds hoopvol opnieuw te beginnen.
(Uit: De dominee leert vloeken)

Voorberg zat, als zoon van de dominee, volledig in de vrijgemaakt gereformeerde bubble, zegt hij. Bij Karl Barth las hij over de ongrijpbaarheid van de eeuwige en het idee van God als gebeuren. Barth opende zijn ogen voor het perspectief van een minder vastgelegde theologie, en sindsdien wil Voorberg liefst zo dicht mogelijk op het ‘geleefde en publieke leven theologiseren’.

Het was met name de ongrijpbaarheid van God die me bij Barth raakte, die werd een ‘vreemde’, een verheven entiteit. Alles wat je over God zei moest ook weer ontkend worden, niemand had hem in the pocket. Ik kon weer ademhalen.’
(Uit: De dominee leert vloeken)

En ook de luthers predikant en theoloog Bonhoeffer.

Dietrich Bonhoeffers theologie die direct voortkwam uit de grote, existentiële vragen van zijn tijd zijn zo veel interessanter dan algemene dogmatische discussies…’ 
(Voorberg in AdRem)

De predikant vindt dat het verhaal van het christendom niet alleen betekenis kan hebben binnen de muren van de kerk. In zijn boek zegt Voorberg dat het kunstenaars en activisten waren die hem het idee gaven dat het mogelijk was om goede woede in constructieve actie om te zetten; hij trof ze toen hij de wereld buiten zijn gereformeerde subcultuur ging verkennen.

Mijn zoektocht werd het te ontdekken wat het geloof, wat het Evangelie voor betekenis heeft in de gewone wereld. Ik zeg soms tegen de kunstenaars en niet-gelovigen met wie ik werk, dat het eigenlijk een wat egoïstisch projectje is. Ik wil niet hen bekeren, maar zoek hun inzicht om zelf opnieuw bekeerd te worden tot een relevanter vorm van christendom. Of het christendom iets te zeggen heeft, moet je onderzoeken tussen niet-gelovigen.’
(Voorberg in AdRem)

Atheïsten hebben een signaalfunctie als kanaries in een kolenmijn, is een uitspraak van Voorberg. In de PopUpKerk in Amsterdam die hij initieerde, was een werkregel dat ‘als er geen atheïsten in een PopUpKerk meer aanwezig zijn, die per direct wordt opgeheven’.

Het is zo helend om niet- of andersgelovigen te betrekken bij wat je doet. Zij houden je een spiegel voor of de kerk nog impact heeft.’
(Voorberg in AdRem)

Mensen zoeken rust en comfort in de kerk, maar… zegt Voorberg, religie hoort altijd ook in zekere zin oncomfortabel te zijn.

Als je het licht wilt vinden, dan moet je in het duister zijn, want daar schijnt het. Ik herken dat heel sterk uit het pastoraat en uit levens van vrienden. Of ik doe wat het evangelie vraagt? Ik doe wat ik soms dénk dat het Evangelie van me vraagt in de hoop om te ontdekken wat het Evangelie werkelijk van me vraagt. Zeker weten, dogmatisme is dan de dood in de pot’.’
(Voorberg in AdRem)

Bronnen:
* Zoek je het licht, ga dan naar het duister (AdRem, februari 2021) | ‘In 1807 werd door Westerlingen een bijbel voor slaven gemaakt, maar ze moesten niet op het idee komen om in opstand te komen. Dus werd 90% van het Oude Testament uit hun bijbel geschrapt.(Voorberg in AdRem)

* De dominee leert vloekenRikko Voorberg | De Arbeiderspers | 25-10-2016 | € 20,99 | E-book: € 10,99 | ‘Rikko Voorberg gelooft in lotsverbondenheid met anderen, dichtbij en ver weg, en laat zien wat dat in de praktijk betekent.’ – Petra Stienen, publiciste en arabiste | ‘Eindelijk een alternatief voor volwassen idealisten. Een boek dat ieders aandacht verdient.’ – Karel Smouter, De Correspondent.

Beeld: VISIE-EO

Geloof dat probeert te begrijpen

HetLaatsteAvondmaalMetMuseum.org

‘Een van de oudste definities van theologie is: ‘Geloof dat probeert te begrijpen’. Deze bijzondere omschrijving staat in het verrassend pakkende boek Zoeken naar het goede leven, over de toekomst van de theologie. Nee, nu niet afhaken, want de auteur blijkt in staat de – voor velen antieke – term ‘theologie’ werkelijk nieuw leven en heldere inhoud in te blazen. Zijn essay is een must voor aanstaande studenten die zich oriënteren op een studie in de geesteswetenschappen. Of zij die het helemaal nog niet weten en iets zinvols zoeken. ‘Theologen eindigen niet met God; ze beginnen met God. De theologie denkt de werkelijkheid ‘vanuit’ God.’


‘Wie de geschriften leest van Copernicus, Galilei, Newton, Bacon en zoveel andere grondleggers van de moderne wetenschap, kan onmogelijk over het hoofd zien hoezeer naar hun eigen beleving hun wetenschappelijke activiteit geworteld was in een breed gedeeld theologisch begrip van de werkelijkheid.’
(Uit: Zoeken naar het goede leven)


‘God in alles en in allen’
S
tefan Paas vertelde in zijn lezing tijdens de Nacht van de Theologie, november 2019, dat theologen geen keiharde data leveren, maar wel helpen om bronnen van onze cultuur te verhelderen en kritisch te doordenken. Voor Paas zou het ‘zomaar eens kunnen zijn dat vandaag, in een samenleving waarin vrijwel alle institutionele plausibiliteit van God is weggevallen, het spreken vanuit God meer tot zichzelf kan komen.’ Als een inspirerend visioen voor de toekomst van de theologie ziet hij dat ‘God in alles is en in allen’.

Waarom theologie
I
n het essay bespreekt Paas of er toekomst is voor theologie en hoe dat er dan uitziet. In dit blog licht ik slechts een tipje van de sluier op. Paas legt eerst uit wat theologie is en wat zij doet, en waarom. Hierin slaagt hij helemaal, zijn verhaal is intrigerend. Zelfs voor mensen die zichzelf niet als religieus beschouwen. Nadrukkelijk heeft hij het over ‘denken en spreken over God’, en niet over religiewetenschappen die zich richten op religie als ‘breed veld van religieuze praktijken en culturen’.


‘Iemand als [de Britse natuur- en scheidkundige Michael] Faraday werd door zijn eigen theologie van Gods allesverbindende liefde geïnspireerd tot zijn maatschappelijke theorie van energievelden. Vandaag zullen veel wetenschappers niet langer geïnspireerd worden door specifieke religieuze doctrines of tradities, maar ook dan geldt dat ideeën voor nieuwe programma’s afkomstig zijn uit diepere lagen of hogere sferen, die een ‘transcendent’ karakter dragen. Een theologische faculteit kan de universiteit daaraan herinneren en behulpzaam zijn in het verkennen van die transcendentie.’
(Uit: Znhgl)


Iedereen doet wel aan ‘God-talk’, zegt Paas. Zelfs de atheïst heeft ‘ideeën over God in wie hij niet gelooft’. Theologen claimen echter geen geprivilegieerde toegang tot God, zij hebben dus geen geheime dataset waar God in zit.

Als zij iets zeggen over God, doet zij dat op basis van teksten, beelden, symbolen, uitspraken en praktijken – dat wil zeggen, op basis van bronnen die voor iedereen toegankelijk zijn. (…) Theologen onderzoeken niet slechts het spreken over God zelf, maar ook proberen zij te argumenteren hoe een religieus perspectief  (de werkelijkheid denken ‘vanuit God’) verschil maakt.’
(Uit: Znhgl)

Denken en spreken over God
A
ls doel van theologie noemt Paas het denken en spreken over God kritisch te onderzoeken in relatie tot de kennis die we hebben, en zo uiteindelijk te komen tot voorstellen om ‘denken en spreken over God’ te verhelderen en te verantwoorden. En voor atheïstische studenten: Gods bestaan hoeft niet ‘bewezen’ te zijn om in te zien dat denken en spreken over God historisch, cultureel en maatschappelijk van belang is en blijft.

De meeste wetenschappers zullen het erover eens zijn dat wat mensen hebben gedacht en gezegd over God wereldwijd en door de eeuwen heen een historische, culturele en sociale kracht is, die ‘reëel is in zijn consequenties’ – zoals het beroemde Thomas Theorema* stelt. Dat maakt het in principe een belangrijk object voor wetenschappelijke bestudering.’
(Uit: Znhgl)

Sociale wetenschappen
P
aas kijkt naar theologie als een academische discipline, een geesteswetenschap die zich vanuit de universiteit richt tot de samenleving in de breedste zin van het woord. Hij stelt ook dat, of we nu in God geloven of niet, dat velen aanvoelen dat wie over God nadenkt vroeg of laat het hele leven tegenkomt. Theologie is te vinden in levende mensen, en niet alleen in oude teksten. Vandaar, zegt Paas, dat sociale wetenschappen voet aan de grond gekregen heeft in de theologie. Paas citeert William Wood:

Theologie komt het dichtst bij wat op dit moment kan gelden als een algemene studie van alle aspecten van de menselijke cultuur, iet wat ooit heel gewoon was, maar nu erg zeldzaam is geworden.’
(Uit: Znhgl)

zoeken-naar-het-goede-leven
Cultuurdenker
E
en goede theoloog moet overal een beetje verstand van hebben, zegt Paas. Hij of zij is historicus, filosoof, taalkundige, een uitlegger van oude en moderne teksten, en waarschijnlijk nog een paar dingen. Juist die breedte vormt de theoloog tot cultuurdenker:

Maar als het op de een of andere manier van belang blijft onszelf en anderen te begrijpen, dan zijn juist geesteswetenschappers – en dus ook theologen – belangrijk.’
(Uit: Znhgl)

De werkelijkheid kunnen we uiteindelijk alleen begrijpen als universum’: het is daarom dat men in de vroege middeleeuwen de kathedralen ‘universiteit’ ging noemen, weet Paas:

Het instituut waar we streven naar kennis van ‘alles’, universele en geïntegreerde kennis. Het soort kennis dat resulteert in een wereldbeschouwing, een visie op het goede leven.’
(Uit: Znhgl)

*  Dit wil zeggen, dat als mensen situaties als werkelijk definiëren, dan zijn die ook werkelijk in hun gevolgen.

Zoeken naar het goede leven – de toekomst van theologie | Stefan Paas | ISBN: 9789043533836 | Pagina’s: 64 | Publicatiedatum: 19-11-2019 | € 8,95

Beeld: Het Laatste Avondmaal – Pieter Coecke van Aelst – 1527 – (metmuseum.org) – foto: Emile Gezels

Mythen over religie ontrafeld

Pinterest

Religie in een nieuw perspectief gezet door de basisveronderstellingen die erover bestaan in twijfel te trekken. Filosoof, antropoloog en theoloog Jonas Slaats verduidelijkt in zijn boek Religie herzien waarom de basisveronderstellingen mythen zijn en geen realiteit. Slaats gaat voorbij het wij-zij-denken van seculier versus religieus.

Wat we denken over religie komt niet overeen met wat religie is en dit boek laat zien dat het samenleven in een geglobaliseerde wereld daardoor onnodig bemoeilijkt wordt.’ (Uit: Religie herzien)

Gangbare denkkaders schieten tekort
S
laats kiest ervoor steeds uit te gaan van concrete voorbeelden. Deze laten meer dan filosofische en theoretische beschouwingen goed zien waarom de gangbare denkkaders over religie vaak tekortschieten. De auteur stelt dat er veel materiaal voorhanden is waarin onderzoekers telkens één basisaanname over religie analyseren en doorprikken. Dat materiaal is echter voor zover hij weet nog niet eerder op een overzichtelijke wijze bijeen geplaatst. In de inleiding zegt Slaats dat hij hier en daar dieper ingaat op enkele religieuze fenomenen die wat minder bekend zijn en die sommige lezers de wenkbrauwen zullen doen fronsen. Hij licht ze daarom ook wat breedvoeriger toe.


Mythe 1
Religies worden bepaald door een reeks dogmatische geloofsovertuigingen en vastomlijnde gedragsregels waar de gelovige zich aan moet houden. Dit is waarschijnlijk het meest centrale facet van alles wat religie zo religieus maakt.

Mythe 2
Religies zijn hiërarchisch gestructureerd. En wie aan de top van de structuur staat, bepaalt zowel de geloofsinhoud als de leefregels van de volgelingen.


En net als mythen in andere tijden zijn ze iedereen met de paplepel ingegeven. Niet omdat ze ons een beter inzicht in de wereld bieden, maar omdat ze een vatbare symboliek aanreiken rond ‘goed’ en ‘kwaad’. Deze veronderstellingen zorgen dus niet voor een grotere kennis van de maatschappij; ze bieden wel een soort emotioneel-existentiële kijk op de samenleving. Ze zorgen immers voor een wij-zij-denken van seculier versus religieus.’ (Uit: Religie herzien)


Mythe 3
Door hun geloofsovertuigingen, regels en structuren zijn religies goed van elkaar te onderscheiden. Wat concreet betekent dat je bijvoorbeeld kunt zeggen: ‘Dit is boeddhisme en dat is christendom’, of: ‘Dit is een moslim en dat is een hindoe.’

Mythe 4
Spiritualiteit en mystiek contrasteren met religie. Spiritualiteit wordt als mooi en bevrijdend gezien, terwijl religie eerder opgevat wordt als beperkend, waardoor een grote hoeveelheid mensen vandaag stelt dat ze ‘niet religieus zijn, maar wel spiritueel’.


Er is dus veel materiaal voorhanden waarin onderzoekers telkens één basisaanname over religie analyseren en doorprikken, maar dat materiaal is bij mijn weten nog niet eerder op een overzichtelijke wijze bijeen geplaatst. En net dat is de opzet van dit boek. Want enkel door alles voldoende breed te houden was het mogelijk om de rode draden bloot te leggen die de verschillende maatschappelijke discussies over religie met elkaar verbinden.’ (Uit: Religie herzien)


Mythe 5
Wetenschap en religie staan op gespannen voet met elkaar. Religie baseert zich immers op geloof. Wetenschap daarentegen baseert zich op de ratio.

Religie herzien

Mythe 6
Religies zijn gevaarlijk, want door hun irrationele waarheidsclaims ontaarden ze gemakkelijk in geweld. Wat meteen ook aanleiding geeft tot de laatste mythe.


Er is echter een specifieke reden waarom ik er toch voor koos om deze wat meer uitgesponnen anekdotes op te nemen: vermoedelijk kunnen ze een lach op het gezicht van de lezer toveren. En dat vind ik van groot belang. Want verdieping en plezier mogen nu eenmaal best wat vaker samengaan. Zeker wat religie betreft.’ (Uit: Religie herzien)


Mythe 7
Een seculiere samenleving is helemaal anders (en veel beter) dan een religieuze samenleving.


Met name de populaire opvatting dat religie op gespannen voet staat met de wetenschap, wordt ontzenuwd. Het idee dat de kerk de ontwikkelingen van de moderne wetenschap heeft tegengehouden is een 19e-eeuwse misvatting. Het is juist andersom. Zonder krachtige steun vanuit de kerk had de moderne wetenschap zich niet kunnen ontwikkelen. Copernicus werd gedreven door religieuze motieven; Galileï kwam weliswaar in conflict met de paus, maar zijn boeken werden nooit op de lijst van verboden werken geplaatst (pp. 118-119). Ook de theorieën van Darwin later werden niet en masse door gelovigen afgewezen, zoals dat vandaag de dag ook zo is. Het ligt dus allemaal veel genuanceerder.’
(Bert Altena – uit recensie: Jonas Slaats, Religie herzien)

Religie herzien – Voorbij het wij-zij-denken van seculier versus religieus | Jonas Slaats | 6 maart 2020 | Davidsfonds Antwerpen 2020 | 204 blz. | € 22,50 | Ebook € 14,99

Beeld: Pinterest