De gevolgen van de leugen voor de menselijke vrijheid

Waarheid Gianni Crestani Pixabay

‘Niet het verspreiden van onjuiste informatie op zichzelf is het grootste probleem, maar de malafide intenties waarmee dat gepaard gaat,’ zegt de Pools-Belgische filosoof Alicja Gescinska in haar essay Kinderen van Apate over leugens en waarachtigheid. Juist in deze tijden vindt De Maand van de Filosofie het belangrijk om waarheid te onderscheiden van leugens. Volgens iFilosofie geeft Gescinska de aanzet tot een herwaardering van waarachtigheid, waaraan onze samenleving en de politiek dringend behoefte hebben.

Revolteren tegen de verlokkingen van de leugen
Niet zozeer de onwaarheid van beweringen is het probleem, als wel hun leugenachtigheid’. iFilosofie publiceerde een deel van haar essay.

Toen Pandora haar beruchte doos opende en de godin Apate ontsnapte, kwamen de misleiding en het bedrog in de wereld, zo vertelt de Griekse mythe. En Apate is nog steeds onder ons: we zijn allemaal haar nazaten, stelt Gescinska in dit essay. Maar we kunnen wel opstandige kinderen zijn betoogt ze, en revolteren tegen de verlokkingen van de leugen. Nooit was dat zo nodig als nu, in dit tijdperk van ‘post-truth’, alternatieve feiten en nepnieuws.’ (Uitgeverij Lemniscaat)

Waarachtig tegenover jezelf blijven
T
egenover een moreel corrupt regime is eerlijk zijn niet zelden zelf moreel verwerpelijk, stelt Gescinska. En om waarachtig tegenover jezelf te kunnen blijven, is het soms nodig om een onwaarachtige houding tegenover anderen aan te nemen.

Een belangrijk criterium om de kwaliteit van een samenleving of een regime aan af te meten is de mate waarin oprechtheid en authenticiteit – de innerlijke en de uiterlijke waarachtigheid – met elkaar harmoniseren dan wel botsen. In een slechte samenleving en onder een slecht regime moet men een leugenachtig masker opzetten, wanneer men eerlijk tegenover zichzelf wil blijven.’ (Uit: Kinderen van Apate)

Participeren in de leugen
G
escinska verwijst naar Poolse filmmaker Krzysztof Zanussi die haar vertelde over de eerste jaren van communistisch Polen waar hij, net als de andere kinderen uit zijn klas, opgevoed werd met een dubbele moraal: er waren dingen die in de klas gezegd moesten worden en voor waar gepresenteerd moesten worden, ook al wist men heel goed dat zij onwaar waren.

En er waren waarheden die voorbehouden bleven voor de huiselijke sfeer. Wat Zanussi’s ouders hem vertelden – en dat was toen heel gebruikelijk – was dit: leer je op school iets over biologie of fysica, dan mag je je leerkrachten vertrouwen. Leer je iets over geschiedenis, economie of politiek – kom dan bij ons maar eens navragen hoe het werkelijk zit. Het zorgde voor absurde taferelen waarbij kinderen op school boodschappen over geschiedenis en communisme declameerden waarvan ze thuis hadden vernomen dat ze onzinnig waren. Maar ze moesten meedoen met het spel, anders zouden sancties volgen. Participeren in de leugen was, met andere woorden, noodzakelijk voor het behoud van de kwaliteit van het leven, en soms voor het levensbehoud zelf.’ (Uit: Kinderen van Apate)

KinderenvanApate

Gevolgen van de leugen voor de menselijke vrijheid
M
en kan zich veel situaties voorstellen waarbij het verkondigen van een leugen geen morele verwerping verdient, meent Gescinska.

Toch is de teneur in verschillende ethische overtuigingen en theorieën dat liegen een kwalijk karakter heeft en leugenachtigheid van een kwalijk karakter getuigt. En dat heeft veel, zo niet alles, te maken met de gevolgen van de leugen voor de menselijke vrijheid.’ (Uit: Kinderen van Apate)

Vaak tegenstrijdige visies op vrijheid
W
illen we de morele problematiek van liegen begrijpen en het morele en maatschappelijke belang van waarachtigheid ten volle vatten, zegt Gescinska, dan is het van het grootste belang om de relatie tussen leugen en verdrukking, tussen waarachtigheid en vrijheid onder de loep te nemen. Daartoe is niet enkel een beter begrip van liegen noodzakelijk.

Door de eeuwen heen hebben filosofen talloze, vaak tegenstrijdige visies op vrijheid ontwikkeld. Voor de gelovige geldt vaak dat ware vrijheid in een godsvruchtig leven ligt. Voor de atheïst geldt veeleer het tegendeel. De gelovige vindt zijn vrijheid in religie. Maar voor een atheïst, zoals Ludwig Feuerbach, moeten we vrij zijn van religie om vrij te kunnen zijn als mens. Voor de communist is het kapitalisme een onderdrukkend regime. Wie onder het communisme geleefd heeft, weet wat een onderdrukkend regime werkelijk is. Hoe moeten we vrijheid begrijpen, wanneer er zoveel verschillende betekenissen aan worden gegeven, maar ook een goed begrip van vrijheid.’ (Uit: Kinderen van Apate)

Kinderen van Apate | Alicja Gescinska | ISBN: 9789047712442 | Prijs: € 4,95 | Essay van de Maand van de Filosofie | juni 2020

Zie: Voorpublicatie, over leugens en waarachtigheid (iFilosofie)

Beeld: Gianni Crestani (Pixabay) ‘De Mond der Waarheid’ is een marmeren schijf, te vinden in Rome, uit de oudheid met een reliëf snijwerk dat een gezicht voorstelt. Volgens een legende sluit de mond zich als een leugenaar zijn hand er in steekt. De massieve marmeren schijf weegt zo’n 1300 kilogram en beeldt waarschijnlijk het gezicht uit van de zeegod Oceanus. De ogen, neusvleugels en mond zijn open.

‘In de transcendentie ontstaat de vrije mens’

drop-water-1030x800

‘Het transcendente valt niet toe te eigenen. Het is een mogelijkheid, iets wat altijd daar ligt, buiten het verstand ligt. We krijgen er soms iets van mee, als onze ziel geraakt wordt. Maar de bron daarvan ontgaat ons, net zoals we de zon ook niet in een doosje kunnen stoppen. Daarom is het ook niet verbazend dat ieder totalitair systeem als kern heeft om het transcendente op te heffen. Het communisme en fascisme waren ten diepst materialistisch. Zij beseften dat als je de mens zijn vrijheid wilt ontnemen, je het transcendente moet laten verdwijnen.’

Dit zegt Peter van Duyvenvoorde in een polemiek op The Post Online waarin centraal staat dat de rede haar begrenzingen kent en dat er een weten mogelijk is, dat voorbij de rede ligt, maar waartoe de rede wel een noodzakelijke mogelijkheidsvoorwaarde is. Uiteindelijk draait het debat in de kern om de vraag of men het transcendente aanvaardt of dat juist ontkent en alleen uitgaat van de zichtbare, kenbare wereld.

Enfin, transcendentie, voor Plato is dat het Goede. Het is dat wat ons overstijgt, wat zich buiten de kosmos bevindt, God zo u wilt.’

Voor Van Duyvenvoorde sluiten volgens Plato openbaring en rede elkaar helemaal niet uit en laat hij zien dat het goddelijke en de rede elkaar juist nodig hebben om tot waar intellect te kunnen komen.

Maar daarin moet de lezer wel accepteren dat Plato tot in het diepst van zijn denken, een transcendente denker is waarin de mens met zijn voeten in de modder van een gebroken wereld staat en zijn gelaat richt naar die perfecte ideeënwereld. Het is de taak van de mens om zich open te stellen, ontvankelijk te maken middels de rede en hopen dat het goddelijke tot hem komt.’

De masterstudent Filosofie stelt dat het ook bij Kant draait om kennis te krijgen van het goede en dan het zelf open te stellen voor de hulp van hogere bijstand.

Of bij Nietzsche voor de mens om zich open te stellen en dan te wachten op iets, alsof het van buiten komt (Inspiratie). De vertroebelde mens kan alleen maar in het water kijken, dat zo helder mogelijk pogen te krijgen en dan hopen op de aanraking van het goddelijke. Dat is waarom de rede niet geheel redelijk is en de verabsolutering van de rede een ondermijning is van het waarlijk wijsgerig denken. Platonisch gezien kunnen we stellen: er is een weten dat geen openbaring is en toch voorbij de rede weet – daarmee ook de grenzen daarvan aangevend.’   

De kern van het epistemologische transcendentie noemt Van Duyvenvoorde het mysterie: uiteindelijk is er ergens een plek die onkenbaar is.

Het is het onzegbare. En tal van filosofen – en kunstenaars in de geschiedenis, proberen dat mysterie en hoe dat mysterie tot ons komt toch zegbaar te maken: Plato spreekt van Eros; Proclus en Pseudo-Dionysius spreken van “geestelijke engelen die vanuit God tot ons komen”; St. Johannes van het Kruis spreekt van een “hert dat mijn hart verwondt en dan verdwijnt”; Nietzsche en Kierkegaard spreken van een bliksem, Sloterdijk spreekt van een ingeademd worden. Dit zijn allemaal metaforen om dat proces, het aangeraakt worden door het Goede, invoelbaar of indenkbaar te maken.’

Zie:

Beeld: transcendentaalleven.nl

De vrijheid geofferd op het altaar van religie

Loesje
Het christendom heeft altijd geclaimd de ware godsdienst te zijn en deelt ons eerst en vooral de waarheid over God mee, alsook de waarheid over de mens en de zin van zijn leven. – Dit stelt filosoof Jacques Leirens in het artikel Postmoderniteit, relativisme en waarheid. De relativist krijgt er dan ook flink van langs. ‘De dictatuur van het relativisme’.

Hierin stelt ‘absolutist’ Leirens dat de waarheid geofferd wordt op het altaar van de vrijheid en in dit geval is het christendom de waarheid. Impliciet zijn andere religies en levensbeschouwingen dan onwaar, ook al adviseert Leirens niet de indruk te geven dat ‘alleen de waarheid voor ons telt’, want anders bevestigen we de relativist – die stelt dat de objectieve waarheid niet echt gekend kan worden omdat ze cultuur- of tijdsgebonden is en dus relatief – in zijn vooroordeel.

jacquesleirensEen interessante kwestie snijdt Jacques Leirens (foto: Facebook), priester, arts en doctor in de filosofie, aan. Hij offert echter op zijn beurt – met de waarheidsclaim van de christenen – de vrijheid op het altaar van religie, i.c. het christendom, want relativeert de vrijheid en verabsoluteert het christendom. ‘Het christelijk geloof deelt ons eerst en vooral de waarheid over God mee,’ stelt Leirens. Hij beargumenteert dat als ‘wij van WC-eend adviseren WC-eend’ door te stellen dat Jezus dat zelf gezegd heeft: ‘Ik ben de waarheid’. Het evangelie werd vervolgens als woord van de waarheid verkondigd.

Dat is nu precies wat de relativist aankaart. Religies claimen allemaal de waarheid; kerken scheuren omdat ze de absolute waarheid ontdekt denken te hebben, maken zich los van kerken die de waarheid volgens hen niet meer kennen.

De waarheidsclaim van de christenen, ‘voor alle mensen bestemd’, versus ‘de dictatuur van het relativisme’? Zonder de zuurstof van de waarheid dooft de vlam van het geloof uit, stelt Leirens. Geloof stelt hij hiermee gelijk aan de waarheid. Wel erg kort door de bocht. Je kunt in een waarheid geloven, maar daardoor is het nog geen waarheid. In 1984 van George Orwell werd door het ‘Ministerie van Waarheid’ onder dekking van het woord ‘waarheid’ precies het tegenovergestelde gedaan dan wat de meeste mensen daaronder verstaan…

Het relativisme kaart juist aan dat iedere gelovige maar kan claimen wat hij als absolute waarheid gelooft. Je zou een vergelijking kunnen trekken met waarheid ‘1 en 1 = 2’. Dat is immers niet altijd waar, het is relatief. Afhankelijk van het referentiekader. In het binaire stelsel bijvoorbeeld geldt een heel andere uitkomst, een andere waarheid. Jezus is de waarheid voor het christendom. De islam vertelt over diezelfde Jezus een andere waarheid.

Wat de vrijheid aangaat, theoloog Stefan Paas stelt in zijn boek Vrede stichten: ‘Mens en wereld kunnen slechts vrij zijn wanneer God de wereld zichzelf laat’. ‘Liefdevolle ruimte, dat is vrijheid.’ Als God alle vrijheid geeft aan mensen om Zijn geboden na te volgen of niet, dan doen navolgers van Christus er onverstandig aan deze vrijheid te beperken, voegt Wouter Beekers, directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie, eraan toe.

De Amerikaanse theoloog Matthew Kaemingk zegt het volgens Beekers zo: ‘God heeft diversiteit in deze wereld geschapen, een ontkenning daarvan is uiteindelijk een ontkenning van Zijn scheppingswerk. Het is uiteindelijk God die regeert. Alle menselijke pogingen om Zijn gezag op de overheid of andere mensen op te leggen zijn in essentie een ontkenning van de almacht van God.’

Misschien had inderdaad, zoals Leirens bepeinst, het christendom in haar cultuur moeten blijven en de andere culturen met rust moeten laten: als één van de culturele varianten van alle mogelijke religieuze ervaringen van de mensheid. Als andere religies en levensbeschouwingen dat relativisme dan ook hadden kunnen opbrengen, was er wellicht meer vrijheid en vrede geweest voor mensen wereldwijd.

Zie: De hedendaagse wereld begrijpen (4/10)

Illustr: loesje.nl

Occupy Wall Street – ‘Vrijheid kent geen logische verbeelding’


Blogger Simone van Saarloos maakte voor Filosofie Magazine een (video)reportage van een dag Occupy Wall Street. ‘Dit is zelfs ontroerend voor een twintiger als ik die de eenstemmige moderne media gewend is. De stem van de massa brengt hier werkelijk wat voort.’ Op de website is een uitgebreid verslag te vinden met foto’s onder de fraaie titel De macht van geen idee – een verslag van een dag Occupy Wall Street.

Van Saarloos lardeert haar verslag met uitspraken van de politieke filosoof Hannah Arendt (1906 – 1975) en verwijst naar haar boek: What is Freedom? waarin Arendt onder meer zegt: ‘Vrijheid kent geen logische verbeelding. Wat er gaat gebeuren is onvoorspelbaar en juist die spontaniteit is vrijheid.’

Arendt beschrijft deze onmacht van verschillende meningen en verlangens in haar What is Freedom? als een modern fenomeen,’ zo vertelt Van Saarloos. ‘De Oude Grieken beschouwden vrijheid puur als politiek handelen. Het idee van een individuele wil die het goede handelen in de weg staat, was hun onbekend. Wanneer passies eenmaal overwonnen werden door de rede, wisten de Grieken wat goed was en handelden ze er ook naar. Inmiddels accepteren we het steigeren van de wil: ‘ik wil’ en ‘ik kan’ komen niet altijd overeen. Zeker voor veel Amerikanen is er sprake van een groot gat tussen wat ze graag willen bereiken en wat (financieel) mogelijk is. De American Dream is lang niet meer wat het geweest is.’

Zie: De macht van geen idee – een verslag van een dag Occupy Wall Street

Foto: Filosofie Magazine