‘Beginnen met het einde voor ogen’

Euthanasie liefdespartner Marian Beekmans vraagt zich in dagblad Trouw af wat er gebeurt, na het overlijden van de ernstig zieke levenspartner na euthanasie, met de partner die alleen achterblijft. – Maar dat is vooral belangrijk om samen over na te denken in het begin van de liefdesrelatie.

‘Een leven waarin iemand zich niet, of niet langer, op zichzelf bezint, is in mijn optiek geen zinvol leven’
(filosoof Samuel IJsseling)

‘Beginnen met het einde voor ogen’
Dit betekent, stelde Samuel IJsseling (1932-2025): ‘beginnen met een duidelijk beeld van je bestemming’. Als beide partners zich op zichzelf bezinnen, en bijtijds, heb je samen een zinvol leven, individueel en autonoom. Als je lief dan wegvalt, blijft de ander overeind. IJsseling sprak vijf jaar voor zijn dood hierover met filosoof Leon Heuts in een interview voor Filosofie Magazine. 

Morele spanning

Ook Beekmans is er voor dat partners zich bezinnen, voorstander van een open gesprek hierover.

‘Tegelijkertijd roept de realiteit van ouderdom, verlies en eenzaamheid vragen op die niet eenvoudig te beantwoorden zijn met vaste regels. Juist daar, waar liefde en verantwoordelijkheid samenkomen, ontstaat de morele spanning die om een open gesprek vraagt.
(Marian Beekmans)

Open gesprek
Vaste regels zijn niet het antwoord hierop. Wel het open gesprek erover. En niet in eerste instantie tussen beide partners. Sommige huisartsen bieden hun individuele cliënt een open gesprek aan op leeftijd 76. Over hoe hij of zij stilstaat bij wat te doen als ondraaglijk lijden dreigt bij de partner of bij haar of hem zelf. Dat leidt er meestal toe dat de cliënt thuis dat ‘open gesprek’ begint.

‘Voor veel mensen, ook vanuit een religieuze of levensbeschouwelijke traditie, heeft het leven een intrinsieke waarde die bescherming verdient. Dat uitgangspunt verdient respect.’
(Marian Beekmans)


Filosoof Samuel IJsseling (1932-2025)

Postmoderne denker
Prof. dr. Samuel IJsseling was emeritus-hoogleraar filosofie aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte in Leuven. ‘Hij introduceerde het postmoderne denken in het Nederlandse taalgebied, ontmoette Heidegger, was bevriend met Jacques Derrida en schreef baanbrekende werken over retorica en de veelzijdige waarheid van de Griekse goden. Hij stond lange tijd aan het hoofd van het Husserl-archief,’ staat op de omslag van Heidegger, het boek waarop hij promoveerde.

Cruciale rol artsen
Het pleidooi van Beekmans voor partner-euthanasie is, zoals zij aangeeft, ‘geen pleidooi voor gemakzucht of maatschappelijke druk’. Mooi is dan ook het voorbeeld dat zij geeft van de gezamenlijke euthanasie van voormalig minister-president Dries van Agt en zijn vrouw. Zij konden samen in rust en verbondenheid afscheid nemen.

‘Het vraagt om strenge waarborgen, vrijwilligheid, wilsbekwaamheid en een grondige toetsing. Daarbij is het belangrijk te erkennen dat de grootste twijfel vaak bij de huisarts en euthanasie-arts zal liggen.
(…) Hun rol is cruciaal: zij bepalen uiteindelijk of een dergelijk traject ethisch en medisch verantwoord kan worden. Het gesprek met de arts is daarom onmisbaar en verdient evenveel aandacht als de persoonlijke overwegingen van de partners zelf.’
(Marian Beekmans)


‘Vanwege euthanasie raakt de huisarts bekneld tussen justitie en patiënten’

Groeiende afhankelijkheid
Voor de partner die alleen achterblijft, bestaat die ruimte niet, zegt Beekmans terecht. Die kan ook ondraaglijk lijden ervaren, ‘existentieel, relationeel en sociaal’.

‘Het vooruitzicht is vaak een langzaam aftakelend lichaam, verlies van zelfstandigheid en een groeiende afhankelijkheid van steeds wisselende zorgverleners. Eenzaamheid ligt voortdurend op de loer. Voor sommige mensen is dit geen leven meer dat zij als waardig ervaren.’
(Marian Beekmans)

Levensverwachting
In een tijd waarin mensen steeds ouder worden, vooral de Generatie Z en Alpha, is het extra van belang stil te staan bij hoe het leven samen met je (liefdes)partner, en ook autonoom, eruit kan zien als je wellicht 100+ wordt – velen halen nu al de honderd.

In Met het Oog op Morgen (3 februari 2026) vertelde demograaf en sociaaleconomisch onderzoeker Ruben van Gaalen van het CBS over levensverwachting in Nederland. De bijzonder hoogleraar (UVA) vertelde over grote sociaaleconomische gezondheidsverschillen en vindt het plausibel dat de rijkste mannen 25 jaar meer gezonde levensjaren kunnen verwachten en de rijkste vrouwen 23. Dit in vergelijking met de armste mensen.


Prof. dr. Ruben van Galen

‘Tijdens het debat over het coalitieakkoord klonk kritiek op het voorstel om de AOW-leeftijd te laten meestijgen met de levensverwachting. GL-PvdA deed een vergeefse poging de verhoging meteen van tafel te krijgen, maar kwam niet aan een meerderheid.’ 
(Uit: Met het Oog op Morgen)

Goed ouder worden
Er is een rijke geschiedenis aan (filosofische) literatuur over ouder worden. Over de vergrijzing wordt meer en meer geschreven: de zilveren generatie. De kracht van ouderen groeit en vaak mogen zij nog glinsterende jaren beleven. Literatuur erover stapelt zich op.

‘Filosoof Plato (428-347 v. Chr.) zag een belangrijke plek voor de wijze oudere in de samenleving. Cicero (106-43 v. Chr.) legt uit hoe de verlossing van jeugdige verlangens ruimte biedt voor rust en nieuwe inzichten.
Net als Epictetus (50-130 n. Chr.) benadrukt Michel de Montaigne (1533-1592) eeuwen later dat acceptatie van het onvermijdelijke en het loslaten van streven belangrijke deugden zijn in het ouder worden. Simone de Beauvoir (1908-1986) stelt daarentegen dat het blijven nastreven van doelen onmisbaar is voor goed ouder worden.
(Gēron, tijdschrift over ouder worden & samenleving)

Filosofie van het late leven
Filosoof Suzanne Biewinga studeerde na haar werkende bestaan filosofie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zij promoveerde in 2025, op haar zeventigste, op Ouder worden als ervaring, filosofie van het late leven. Hierin wordt duidelijk dat Biewinga een overvloed aan kennis, inzicht en ervaring ziet bij de oudste generatie.


Autonoom en actief

Deze promotie leidde tot ‘een noodzakelijke en verfrissende benadering van ouder worden in een vergrijzende samenleving’ en de paperback Ouder worden als ervaring.

Bronnen:
*Trouw: Opinie – Alleen achterblijven is ook lijden (Marian Beekmans, 25 januari 2026)
* Samuel IJsseling: ‘Juist omdat het leven eindig is, krijgt het betekenis’ (Relifilosofie, 14 mei 2023
* Filosofie Magazine: Samuel IJsseling: ‘Simpelweg dankbaar dat ik er ben’ (Leon Heuts in gesprek met Samuel IJsseling, 26 april 2010)
* Bingo… of levensdoelen stellen als je toekomst krimpt (Relifilosofie,19 oktober 2025)
* Epictetus: Stoïcisme is geen school, maar levensleer voor iedereen (Relifilosofie, 29 juni 2025)
* YouTube: de zilveren generatie (interview met prof. Manu Keirse door Luuc Smit, omroep Zeeland)
Ouder worden als ervaring, filosofie van het late leven | Suzanne Biewinga | Boom Uitgevers | Februari 2025 – 5e druk | ISBN 9789024469079

Beeld: soChicken
Foto Samuel IJsseling: Screenshot Vimeo (NRC)
Tekening huisarts:
Sjoerd van Leeuwen (Dagblad Trouw)
Foto Ruben van Galen: Bij Vogonsymposium 2025 over bevolkingsgroei
Beeld Autonoom en actief: Pxhere

Hoe na verlies je innerlijke wereld herscheppen

Rouwen over verlies kan misschien wel je hele leven duren, stelt de Britse filosoof en psychoanalyticus Darian Leader. Hij vindt het van belang dat verlies te integreren in je leven: ‘je innerlijke wereld herscheppen’. – Dat lukt niet als het rouwen gestagneerd of geblokkeerd is. Depressies kunnen dan bijvoorbeeld het gevolg zijn. De ruimte krijgen van je werkgever en je collega’s om over je gevoel en emotie te praten op de werkvloer is dus heel belangrijk. Filosoof Coen Simon: ‘Als je niet de tijd neemt om uit te huilen en opnieuw te beginnen, word je geheid door spoken achtervolgd’.

‘Verlies integreren in je leven is je innerlijke wereld herscheppen’
(Darian Leader)

Je bent niet ‘ziek’ als je rouwt
E
erder word je ziek als je niet rouwt. Als je partner net is overleden, is rouwen meer dan even uithuilen en opnieuw beginnen. Op je werk na vier dagen ‘calamiteitenverlof’ weer aan de slag met je targets, duwt je verlies weg en kan juist leiden tot uitgestelde rouw en burn-out. Uit onderzoek blijkt weinig te zijn geregeld voor rouwende medewerkers, terwijl miljoenen ermee te maken krijgen. Daar komt bij dat veel mensen denken dat ze het allemaal zelf moeten doen. Zij willen hun collega’s niet lastigvallen met hun verdriet. Maar om je rouwproces te beginnen èn het voort te zetten, heb je je collega’s nodig.

(Te) snel weer aan het werk
H
et is belangrijk om te rouwen, want ‘als je niet de tijd neemt om uit te huilen en opnieuw te beginnen, word je geheid door spoken achtervolgd’, zegt filosoof Coen Simon. Ook werkgevers, achtervolgd door hun ‘eigen spoken’ zoals dwingende targets, zouden natuurlijk graag zien dat hun rouwende werknemers zo snel mogelijk uithuilen en weer aan de slag kunnen.

Verlofstelsel in de ijskast
D
e Verlofregelingen voor werknemers zijn vastgelegd in de Wet arbeid en zorg (Wazo). Het – inmiddels demissionaire – kabinet wilde een start maken met een eenvoudiger verlofstelsel, zo liet minister Van Gennip juli 2023 weten aan de Tweede Kamer. Dat komt nu waarschijnlijk een jaar in de ijskast te staan. Intussen zouden de werkgevers zelf ruimhartiger om kunnen gaan met de bestaande verlofregelingen. Als extra ondersteuning voor het rouwproces.
Veel werknemers zorgen thuis ook al lange tijd voor hun dierbare. Als de partner uiteindelijk overlijdt, is de werknemer na vier dagen calamiteitenverlof zijn verlies zeker niet te boven. De verlofdagen worden eerder gebruikt om zoveel mogelijk te regelen. Het is dan ook niet overdreven dat vakbonden werkgevers vragen om rouwende medewerkers goed te ondersteunen.



Om je rouwproces te beginnen èn voort te zetten, heb je je collega’s nodig

Veel burn-outs
M
iljoenen werkenden krijgen met rouw te maken. Bijna de helft (44%) heeft de afgelopen tien jaar een dierbare verloren, zo bleek in 2020 uit een CNV-onderzoek. 33% meldde zich kort ziek, 9% langere tijd. 16% moest vakantiedagen opnemen omdat de werknemer niet kon functioneren en 26% ging weer te snel aan het werk.
Uit het onderzoek blijkt ook dat 1 op de 10 werkenden die een dierbare heeft verloren, een burn-out krijgt door de combinatie rouw en werk. 21% krijgt te weinig steun van zijn werkgever om goed te kunnen functioneren. Een kwart kan dat langere tijd niet goed. Daar komt nog bij, zo blijkt uit een meer recent CNV-onderzoek uit 2023, dat de helft van alle werkenden momenteel al een hoge werkdruk ervaart. ‘Inmiddels zit 1 op de 5 tegen een burn-out aan’. Met én zonder rouw.

(Langdurige) uitval voorkomen
Volgens CNV-voorzitter Piet Fortuin is er voor rouwende medewerkers nog steeds weinig geregeld. ‘Medewerkers die zich ondersteund weten in zware periodes zijn loyaler en melden zich minder ziek.’ Juist als werkgevers ruimte bieden voor ondersteuning, kan de werknemer ook gesterkt terugkeren op zijn werk zonder alsnog uit te vallen.
Het kan ook anders. Steeds meer werkgevers houden rekening met de individuele wensen van de werknemer bij rouw. Zo bepalen bij uitvaartorganisatie Yarden (dat inmiddels opgegaan is in DELA) medewerkers zelf hoelang ze thuisblijven bij verlies van een dierbare. Ron Bavelaar, directievoorzitter van Yarden, zei begin 2023: ‘Iemand snel weer aan het werk zetten is penny wise, pound foolish, want vier op de tien mensen meldt zich daarna ziek.’

‘Hoe doen anderen dit?’
J
essica van Hooff, de auteur van het boek De Partner, weet heel goed wat er allemaal verandert als je partner ziek wordt of overlijdt. Als werkgevers hiervan kennis nemen, zullen zij eens te meer beseffen waarom de combinatie rouw en werk werknemers in de problemen kan brengen. Van Hooff miste informatie over ‘waar de gezonde partner doorheen gaat’. Regelmatig vroeg zij zich met enige wanhoop af toen het haar zelf overkwam, ‘hoe doen anderen dit?’

Terugblik als vertrekpunt
N
iet alleen om het rouwproces te beginnen, maar ook om het voort te kunnen zetten heb je anderen nodig. Zoals je collega’s. ‘Pas wanneer we terugblikken op een gebeurtenis ontstaat de ervaring,’ zegt Coen Simon. ‘Als je herinneringen ophaalt aan iemand die je bent verloren, krijgen die herinneringen structuur en worden ze verenigd tot een verhaal. Door erover te vertellen, wordt het voor jezelf pas een ervaring. De terugblik is zo als het ware een vertrekpunt voor de toekomst. De terugblik heeft èn geeft zin.’

Beeld: Josh Clifford – Pixabay
Beeld collega’s: Don McLain – Pixabay

(Aangepaste versie – Eerder gepubliceerd bij Vereniging Leven met dood – de vereniging biedt iedereen die dat nodig heeft met behulp van onderbouwde kennis passende ondersteuning aan rondom verlies en rouw.)

De stilistische kracht van Marieke Lucas Rijneveld

Volgens de dominee is ongemak goed: ‘in ongemak zijn we echt’, zegt Jas in De avond is ongemak. Zij is in gesprek met twee padden over de verschillen tussen hen en haar. ‘Het belangrijkste verschil tussen jullie en mij is dat jullie geen vader en moeder meer hebben of ze niet meer zien’. In de zin die erop volgt – en typerend is voor de buitengewone en sterke stijl van schrijven van Rijneveld – zegt Jas: ‘Ik mis vader en moeder vaak, terwijl ik ze iedere dag zie’.

‘Het schrijnende verhaal van een gereformeerd boerengezin dat wordt getroffen door de dood van een kind. Door de ogen van Jas, die zich ophoudt in het niemandsland tussen kindertijd en volwassenheid, zien we hoe de familieleden elk op hun eigen manier omgaan met het verlies’

Niemandsland
Vrijwel alles wat Jas ervaart koppelt zij aan een herinnering of gedachte die nog meer van haar en haar leven laat zien; veelal met speelse, fraaie maar ook pijnlijke metaforen die ten dienste staan van wat ze als tienjarige beleeft, of beter gezegd ondergaat, in het boerengezin.

‘De avond is ongemak’ van Marieke Lucas Rijneveld is het schrijnende verhaal van een gereformeerd boerengezin dat wordt getroffen door de dood van een kind. Door de ogen van Jas, die zich ophoudt in het niemandsland tussen kindertijd en volwassenheid, zien we hoe de familieleden elk op hun eigen manier omgaan met het verlies. Vader en moeder zijn volledig verlamd door verdriet en zien niet hoe Jas en haar zusje Hanna en haar broer Obbe ondertussen langzaam ontsporen.’
(Uitgeverij Atlas Contact)

De overkant
Het verlangen naar ‘de overkant’ is bij Jas (ze leeft in een jas die ze nooit uitdoet) sterk aanwezig, een thema dat je ook terugvindt in Rijnevelds dichtbundel Kalfsvlies. Aan de overkant ‘waar de wereld pas echt zou beginnen’. Zo opgesloten voelt Jas zich in het gezin waar ‘vader en moeder er wel zijn en ook weer niet’. Eigenlijk wil ze ‘andere ouders’, ‘ouders die je zien’. En aan ‘de overkant’ kan ze misschien eindelijk zichzelf zijn. Jas zegt niet zozeer naar ‘tietjes’ of ‘jongens’ te verlangen, maar naar zichzelf.

Beklemmend
Donker christelijk orthodox denken en leven slaat koud op je neer als je de roman De avond is ongemak (2018) leest. Ik schrik ervan, verkeren velen nog altijd in de tijd van Wolkers, ’t Hart en Reve? Bestaat dat leven nog altijd, terwijl ik, als veertienjarige, al in 1962 naar ‘de overkant’ kon gaan? En ik verliet slechts een milde vorm van (katholiek) geloof. – Duister, beklemmend, doodmakend is het leven waarin Jas, met zusje Hanna en broertje Obbe klem zitten. En de overkant lijkt voor hen onbereikbaar.

‘Ik ben voor de schemering thuis,’ riep hij naar moeder. In de deuropening draaide hij zich nog eenmaal om en zwaaide naar me, de scène die ik later in mijn hoofd steeds zou afspelen, tot zijn arm niet meer omhoogging en ik begon te twijfelen of we überhaupt wel afscheid hadden genomen.’
(uit: De avond is ongemak)

Afstandelijk heel dichtbij
Rijneveld schrijft op een bepaalde manier afstandelijk, klinisch observerend. Met een loep zit ze weliswaar boven op het leven, maar doet dat alsof ze het boerengezin wetenschappelijk, met een helicopterview, bestudeert: zo op afstand schrijven lukt tenminste. Maar juist met die afstandelijkheid komt Rijneveld in de roman akelig dichtbij dat leven. Als lezer zit je er midden in, je wordt erin getrokken, soms tot in het detail, het verhaal laat je niet los. Naargeestig, terwijl je denkt: hoeveel gelovigen zitten hier nog in vast? Wat een wereld laat ze zien!

God verliezen
Jas schrijft erachter te zijn gekomen ‘dat je op twee manieren het geloof kwijt kunt raken: sommige mensen verliezen God als ze zichzelf vinden, sommige mensen verliezen God als ze zichzelf verliezen’. Jas denkt dat zij bij de laatste groep gaat horen.

Gedachtewereld
Literair gezien een juweel van een boek, met soms een hele gedachtewereld achter één woord of één zin. Mooi bijvoorbeeld als Jas zich afvraagt of dit ons oorspronkelijk bestaan is, of ‘wacht er ergens op aarde nog een ander leven dat net zo goed om ons heen past als mijn jas?’ Over haar vader: ‘Hij zegt nooit “sorry”. Hij krijgt het woord niet over zijn lippen, enkel Gods woord rolt er gemakkelijk uit’.

De wereld is ongemak | Marieke Lucas Rijnveld | 2018 | uitgeverij atlas contact | 272 pagina’s | 15,00 |
De avond is ongemak verscheen in 2018 en werd meteen een succes, bekroond met de ANV Debutantenprijs en stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs. De Engelse vertaling (The Discomfort of Evening) werd bekroond met de prestigieuze International Booker Prize.

Beeld Marieke Lucas Rijneveld (2022): wikiportret.nl – Michaël Roumen, CC-BY-SA 4.0
Update 06052025

‘Spiritualiteit is de werkelijkheid leren kennen’

Wat luisteren naar je innerlijke stem teweeg kan brengen… “Ga eens goed voor jezelf zorgen, Jan.” Zo klonk het vriendelijke antwoord dat Jan Geurtz jaren geleden kreeg toen hij zich ten einde raad afvroeg wat hij moest doen met zijn leven.
– En goed voor zichzelf zorgen deed hij. Radicaal. De stem luidde zijn eerste stappen in op het spirituele pad. Nu is Jan boeddhist en schrijver. Zijn tiende boek, Een lieve klap voor je kop, verscheen in 2023. Djuna Spreksel las het voor Filosofie Magazine.

‘Jij bent datgene wat je gedachten en gevoelens waarnemen vanuit een liefdevol, oordeelloos gewaar-zijn’
 Jan Geurtz

Bovenal ging hij [Geurtz] aan zichzelf werken. In eerste instantie door wat hij de ‘psychologische manier’ noemt: therapie en trainingen in persoonlijke ontwikkeling volgen. Pas tien jaar later kwam de spiritualiteit op zijn pad.’
(Filosofie Magazine)

Bij persoonlijke ontwikkeling gaat het volgens de schrijver nog steeds om het ego dat aan zichzelf werkt.

Spirituele groei speelt zich af in een geheel ander domein, op een soort metaniveau, waarin logica en gedachten ons niet verder helpen. Spiritueel bewustzijn gaat over de realisatie dat je niet je ego bent, maar datgene wat je gedachten en gevoelens kan waarnemen vanuit een liefdevol, oordeelloos gewaar-zijn. Maar dat is zelf geen gedachte, en kan ook niet waargenomen worden.’
(FM)

Geurtz laat in Een lieve klap voor je kop zien dat ingrijpende gebeurtenissen ook benut kunnen worden voor een groei van spiritueel bewustzijn.

In dit boek werkt hij aan de hand van persoonlijke contemplaties het idee uit dat het ervaren van nare gevoelens symptomatisch is voor niet goed naar de werkelijkheid kijken, en dat een heftige crisis ook een zaadje kan zijn voor een (versnelde) groei van spiritueel bewustzijn.’
(Uit: Een lieve klap voor je kop– omslagtekst)


Jan Geurtz

In elk mensenleven komen heftige gebeurtenissen voor: fijne – zoals een wederzijdse verliefdheid of de geboorte van een kind – en pijnlijke, zoals het einde van een relatie, een burn-out, een ziekte of de naderende dood. Meestal verstoren deze gebeurtenissen onze innerlijke rust (als we die al hadden) en belemmeren ze onze spirituele ontwikkeling (als we daar al mee bezig waren).
(Uit: Een lieve klap voor je kop)

Ingrijpende gebeurtenissen, zegt dit boek, kun je leren herkennen als ‘een lieve klap voor je kop’ die je doet beseffen wie en wat je werkelijk bent achter je aangeleerde zelfbeeld, je ego. Dit leidt uiteindelijk tot de realisatie dat ons lijden in werkelijkheid niet-herkende liefde is die wacht om toegelaten te worden.

‘Om de spiritualiteit waar dit boek over gaat te onderscheiden van de ‘verhalende spiritualiteit’ noem ik haar ‘wetenschappelijke spiritualiteit’. Ze maakt namelijk gebruik van dezelfde methode als de exacte wetenschap’.
(uit: Een lieve klap voor je kop)

Ook het boeddhisme heeft een filosofie over de werkelijkheid, zegt de schrijver, maar tegelijkertijd biedt het een onderzoeksmethode, die via de directe ervaring de theorie probeert te weerleggen.

Bovendien wordt in de boeddhistische spiritualiteit niet alleen de werkelijkheid onderzocht, maar ook degene die de theorieën formuleert. Op die manier bevindt spiritualiteit zich niet alleen op een metaniveau ten opzichte van de filosofie als geheel, maar ook ten opzichte van haar eigen filosofie – die net zo goed wordt beperkt door de taal en het denken.’
(FM)

Een onjuist geloof in de echtheid van onze gedachten en gevoelens – door een ego dat zich identificeert met die gedachten en gevoelens – vertroebelt volgens Geurtz ons begrip van de werkelijkheid. En wel zo, dat we blijven steken in een vicieuze cirkel van verslaving, pijn en lijden. Of dit nu gaat om een verslaving aan verdovende middelen of om de erkenning van onze liefdespartner.

Geurtz gelooft niet dat het bereiken van verlichting het permanente eindpunt is van spirituele ontwikkeling.

Hij ziet verlichting in de spirituele weg die een mens aflegt, als een oneindig doorgaand proces richting steeds meer bewustzijn. Want, zo stelt hij, het spirituele bewustzijn heeft een belangrijk kenmerk: het verlangt altijd naar meer bewustzijn van zichzelf.’
(FM)

Bronnen:
* Jan Geurtz: ‘Je bent niet je gevoelens en gedachten’ (Filosofie Magazine, juni 2023)
* Vertrouw altijd je innerlijke stem (godenenmensen.com, april 2023)
* Filosofie Magazine
* Een lieve klap voor je kop | Jan Geurtz | ambo | anthos uitgevers | ISBN: 9789026361173 | 264 pagina’s | paperback 21,99 | E-book 13,99 |
Jan Geurtz (1950) is een Nederlandse schrijver. Hij studeerde orthopedagogiek, onderwijskunde en wetenschapsfilosofie en heeft daarna gewerkt in de verslavingszorg. Jan Geurtz laat zich vooral inspireren door het boeddhisme. Van zijn hand verschenen meerdere bestsellers, waaronder Verslaafd aan liefde, waarvan meer dan 125.000 exemplaren werden verkocht’. (ambo | anthos)

Beeld: Zen Garden – 18121281 Pixabay
Foto Jan Geurtz: ambo | anthos