Dat toonaangevende atheĂŻsten vaak een negatief mens- en wereldbeeld verkondigen is een van de redenen dat het atheĂŻsme wereldwijd zo weinig populair is. Zo vervangen zij een zinvol leven door een doelloos bestaan en zetten de mens neer als een âomhooggevallen aapâ in plaats van een âgevallen engelâ. Aldus de achterflap van het boek De schoonheid en de troost van een wereldbeeld zonder God. Toch kan volgens schrijver Waldo Swijnenburg een werkelijkheid zonder God wel degelijk mooi, menselijk en zelfs magisch zijn.
Filosoof Jan-Auke Riemersma leest zijn boek en vindt dat filosoof, socioloog en psycholoog Swijnenburg de mens echter niet veel te bieden heeft als het om levensbeschouwelijk goed gaat en maakt hij de titel van zijn boek niet waar.
âDe onsterfelijkheid wordt bij hem betaald met een enorme vermenigvuldiging van het leed en de term ârechtvaardigheidâ komt in zijn woordenboek niet voor. Het werk van Swijnenburg valt tegen, althans voor iemand die enige levensbeschouwelijke diepgang verwacht. De woorden âtroostâ en ‘schoonheid’ zijn eigenlijk niet van toepassing op zijn levensbeschouwelijke visie.â
Riemersma vindt de toon van Swijnenburg wel verfrissend, hij heeft ook niet dat neerbuigende toontje waarmee de nieuwe atheĂŻsten zich vaak bedienen. Maar een âknock-outâ argument tegen het geloof in God bestaat niet volgens Riemersma.
âSwijnenburgs afhandeling van de vraag waarom God het kwaad toelaat komt echter aardig dicht in de buurt van een knock-out argument. Met zijn argumenten dwingt hij de theĂŻst op de knieĂ«n. Het probleem van het kwaad blijft de achilleshiel van het theĂŻsme en Swijnenburg maakt optimaal gebruik van deze zwakte.â
Het fine-tuningargument komt ook ter sprake. Swijnenburg vindt dat het sterkste argument voor het theĂŻsme en beschrijft de argumenten van voor- en tegenstanders. Riemersma noemt dit, en zijn behandeling van het kwaad, een van de beste delen van De schoonheid en de troost van een wereldbeeld zonder God. De atheĂŻst blijkt de beste papieren te hebben voor dit argument.
âUiteindelijk komt hij tot de conclusie dat de atheĂŻst de beste papieren heeft daar die zich geruggensteund weet door het zogenaamde multiversum: wie uit een zeer groot kledingmagazijn kan kiezen, zo citeert Swijnenburg de astronoom Martin Rees, zal altijd wel een pak vinden dat hem als gegoten zit. Tussen de vele universa vinden we er altijd wel een die geschikt is voor leven. We hebben daarom geen God nodig die de werkelijkheid zo inricht dat er op termijn leven zal ontstaan.â
Volgens Waldo Swijnenburg (foto: uitgeverij Balans) sterven we misschien alleen maar in dit universum, maar gaan we door in andere. Volgens hem bestaan er mogelijk oneindig veel versies van onszelf, waarbij de geschiedenis net een andere wending heeft aangenomen. Riemersma vindt dit geen troostrijke gedachte en vindt het jammer dat de schrijver dit probleem niet oplost en uitwerkt.
âHij verstrekt ons een technische oplossing voor het probleem van de sterfelijkheid, maar bekommert zich niet om het levensbeschouwelijke probleem van het âlijdenâ dat inherent is aan de vele werelden-theorie. Voor iemand die zegt ons een volwaardige levensbeschouwing te kunnen verschaffen is dit niet voldoende. Het laat zich gemakkelijk raden dat het menselijk lijden, als we dat met vele werelden vermeerderen, eenvoudigweg moet worden afgewezen.â
Zelf vindt Riemersma dat wie het bestaan van vele werelden verdedigt, er rekening mee moet houden dat het bestaan van God wellicht ook mogelijk isâŠ
Bron Swijnenburg, een wereldbeeld zonder god – Update: Blog opgeheven
De schoonheid en de troost van een wereldbeeld | Waldo Swijnenburg Paperback | 290 blz. | Uitgeverij Balans | 2014 | EAN: 9789460039065Â
Illustr: achterdesamenleving.nl
QuantumCartoon: space.mit.edu
UPDATE: 10.34 uur


