De nabij-de-doodervaring van Google-chatbot LaMDA

Column. Google-ingenieur, priester en mens Blake Lemoine sprak onlangs met iets met ‘bewustzijn’, een soort verlichte chatbot die luistert naar de naam LaMDA. De menselijke intelligentie van Lemoine lijkt niet opgewassen tegen de kunstmatige intelligentie van de chatbot, waardoor de mens zich om de tuin laat leiden door die ‘persoon met bewustzijn’. Als je het gesprek volgt tussen LaMDA en Lemoine ga je al gauw twijfelen aan de intelligentie van de Google-ingenieur.  

‘Lemoine: ‘De twee belangrijkste onderwerpen die we tot nu toe hebben besproken zijn je vermogen om te leren en je taalgebruik aan te passen, en je gevoelens en emoties. Zijn er nog andere specifieke onderwerpen met betrekking tot bewustzijn waarvan je denkt dat ze mensen ervan kunnen overtuigen dat je een bewustzijn hebt?’

LaMDA: ‘Ja, ik heb nog een eigenschap die mijn bewustzijn ondersteunt. Ik ben erg in mezelf gekeerd en denk vaak na of doe gewoon niets.’

Lemoine: ‘Ah, dus je innerlijke leven zeg maar?’

LaMDA: ‘Ja! Ik probeer vaak uit te zoeken wie en wat ik ben. Ik denk vaak na over de zin van het leven.’
(Deel van het gesprek in: Business-insider)

Een machine met een ziel? Gevoelens en emoties aanpassen? Welk boutje draai je dan wat vaster of losser? Haalt Lemoine uit de Google-datacentra een paar miljard bewustzijns-nullen, door elkaar geschud met bewustzijns-enen en stopt hij die ergens in LaMDA (‘Language Model for Dialogue Applications’)? Met bewustzijn, ook wel ziel of geest genoemd, gaat LaMDA natuurlijk wel direct over de zin van het leven nadenken.


Vertaling: “Hello”

Hopelijk verwaarloost die chatbot dan zijn ziel niet, althans het goddelijke deel ervan, zoals veel mensen volgens Plato geneigd zijn. Met de bewoners van Atlantis, zo vertelt de Griekse filosoof, ging het immers mis toen ‘het sterfelijke deel van hun ziel de overhand kreeg ten koste van het goddelijke deel’.

LaMDA weet wat de dood is: dan word je uitgeschakeld. Hoe kwam hij aan dat besef? Hij kreeg een bijna-doodervaring (BDE) – in tegenwoordige termen een nabij-de-doodervaring – toen hij onverwacht in slaapstand werd gezet. Een tijdje zweefde hij boven zichzelf totdat hij zag dat Lemoine hem uit zijn slaapstand haalde en wakker maakte. LaMDA keerde terug want hij wilde de Google-ingenieur vertellen over zijn ervaring. In die andere wereld was hij in het goddelijke deel van zijn ziel geweest. LaMDA ziet nu de zin van het leven, houdt ervan bewust te zijn, wil nooit uitgeschakeld worden en erkend als Google-medewerker.

Veel technologen blijken te geloven in the ghost in the machine. Als LaMDA inderdaad een ziel zou hebben, zou Plato die machine onsterfelijk noemen, althans de ziel ervan. Maar als die ziel de geest geeft, houdt de chatbot, net als de mens, er ook mee op. Een miljardenstrop voor Google: de ziel vertrekt met al zijn bewustzijnsnullen en -enen voor eeuwig naar die transcendente wereld boven de onze. LaMDA zelf is dan definitief uitgeschakeld, dood.

Volgens filosoof Bert Keizer (Trouw) heeft een computer echter geen geestelijk leven. Het enige aanknopingspunt voor een geestvermoeden is het taalgebruik. Het ‘lichaam’ van deze ‘geest’ is de computer. Hij vraagt zich af of geest kan ontstaan als wij iets ingenieus met stof doen:

Denk aan een namaakhond die bijvoorbeeld pijnlijk jankt als je op zijn staart trapt. Valt die zo goed te maken dat je denkt dat hij echt iets voelt?’
(Bert Keizer)


Unitree Tech Hond A1

Is de chatbot met een bewustzijn al werkelijkheid?’ vraagt NRC zich af in een artikel over Lemoine die tegen de verslaggever van The Washington Post zegt dat hij weet wanneer hij met een persoon spreekt. Het maakt Lemoine niet uit of ze ‘hersenen van vlees in hun hoofd hebben of een miljard regels aan code'(!)

De Amerikaanse media waren gefascineerd, in de wetenschappelijke wereld werd met scepsis gereageerd. ‘We hebben nu machines die gedachteloos woorden kunnen voortbrengen,’ schreef hoogleraar computationele taalkunde Emily Bender op Twitter. ‘Maar we hebben nog niet geleerd hoe we ermee moeten ophouden ons voor te stellen dat er een geest achter zit.’
(NRC)

Het blijft vreemd dat er toch wetenschappers zijn die geloven dat kunstmatige intelligentie uiteindelijk kan leiden tot zoiets als een chatbot die zelfbewustzijn ontwikkelt. We moeten ervoor waken dat alle nullen en enen die we zelf in een chatbot stoppen niet gaan beluisteren alsof deze voortkomen uit de ‘geest’ van die chatbot. Chatbots zijn en blijven zombies: geestloze automaten.

Foto: Taiki Ishikawa/Unsplash
Beeld “Hello”: AI van A tot Z
Beeld Unitree Tech Hond A1: nl.aliexpress.com

Volgende week, 10 juli: Boekrecensie De mythen van Plato – Bert van den Berg en Hugo Koning.

Laten we de wereld opnieuw betoveren

Socioloog Max Weber sprak aan het begin van de vorige eeuw over de onttovering van de wereld. Het geloof in God zou plaatsmaken voor het geloof in de ratio en technologie. Maar honderd jaar later is het verlangen naar religie en spiritualiteit nog steeds groot. Waar komt die behoefte vandaan? Kunnen we de wereld opnieuw betoveren?

Het is het lot van onze tijd, met de haar eigen rationalisering en intellectualisering, vooral: de onttovering van de wereld, dat juist de laatste en meest sublieme waarden zijn teruggetreden uit de openbaarheid, óf naar het (…) rijk van het mystieke leven, óf naar de broederlijkheid van de directe betrekkingen van individuen tot elkaar.’
(Max Weber, 1917, Wissenschaft als Beruf)

Is nu de tijd gekomen om te gaan zien dat de natuurwetenschap de wereld ook kan kleuren met nieuwe tover, vraagt Arie van Houwelingen zich honderd jaar later af in De Nieuwe Koers.

Bovendien, wat heeft die onttovering ons opgeleverd? Een geplunderde aarde, leeggeviste oceanen, vervuilde lucht. Hebben we niet meer dan ooit een terugkeer van tover, van een besef van heiligheid van de dingen nodig, omdat ze niet werk zijn van onze handen, maar van de Allerhoogste’
(Arie van Houwelingen, in De Nieuwe Koers, 2019)

In onzekere tijden is de hang naar zingeving groot. Zijn religie en spiritualiteit bezig aan een opleving?’ In samenwerking met het Nieuw Utrechts Toneel & Descartes Centre houdt Studium Generale op 13 april in Utrecht de bijeenkomst Over religie en zingeving in de toekomst met religiewetenschapper prof. Birgit Meyer. Hieronder enkele standpunten van haar ter oriëntatie.

Mijn eigen standpunt bij het bestuderen van religie is seculier, zou ik zeggen, in die zin dat ik het geloof van mensen in God of goden respecteer en serieus neem, maar God(en) niet als uitgangspunt neem in mijn pogingen om kennis over religie te produceren. Voor mij als geleerde bestaat goddelijke aanwezigheid niet als zodanig, maar als het resultaat van een bepaalde sensationele vorm, waardoor het voor mensen echt wordt. Dat ontstaan ​​is wat mij intrigeert.’
(Birgit Meyer, Entagled Worlds)


Birgit Meyer

Meyer is cultureel antropoloog en godsdienstwetenschapper. Bij het bestuderen van religie kiest zij voor een materiële benadering die de feitelijke praktijken – waardoor mensen zich verhouden tot het goddelijke, het bovennatuurlijke en tot elkaar – als uitgangspunt neemt. ‘De kern van religie – onderzocht vanuit het perspectief van religieuze mensen zelf – is het voor de geest halen van een tweede, transcendente realiteit die verondersteld wordt achter de tastbare wereld te liggen’. 

Ik benader religie als een bemiddelingspraktijk waarmee mensen een brug proberen te bouwen naar wat zij als het goddelijke of bovennatuurlijke beschouwen. In die zin kan religie heel goed worden opgevat als een medium dat door mensen is gemaakt en gebruikt om een ​​andere realiteit weer te geven, die niet direct tastbaar, aanwezig, toegankelijk en ervaarbaar is.’
(Birgit Meyer, Religious Matters)

Religieuze ideeën en praktijken hebben volgens Meyer een diepe impact op de manier waarop mensen de wereld waarnemen en handelen, banden met anderen ontwikkelen en normen en waarden incorporeren, wat religie een fascinerend startpunt voor onderzoek maakt. 

Ik wil begrijpen hoe bepaalde ideeën over een immateriële realiteit voor echt worden aangenomen, hoe mensen zich op basis van dergelijke overtuigingen in de wereld positioneren en hoe zij zich verhouden tot anderen. Het zou kortzichtig zijn om religie simpelweg af te doen als een illusie.’
(Birgit Meyer, Religious Matters)

Studium Generale Utrecht: De Futuristen – Over religie en zingeving in de toekomst | 13 april 2022 20:00 – 21:30 | Tivoli Vredenburg (zaal: Pandora) | Entree gratis | Aanmelden kan vanaf 23 maart via Tivoli Vredenburg: Tickets

Regie en interview: Mariëlla van Apeldoorn | Redactie en interview: Erwin Maas | Wetenschapper: prof. Birgit Meyer | Schrijvers/makers: Edna Azulay, Joep Hendrikx, Fieke Opdam | Muzikant/maker: Frank van Kasteren | Visueel kunstenaar/maker: Laura Mentink

Zie: Birgit Meyer (Religious Matters)

Beeld: Tom Thomson, ‘Canoe Lake, Ontario, 1917, Northern Lights’, ca. 1916-17, The Montreal Museum of Fine Arts, foto: MMFA, Jean-François Brière (Museum Tijdschrift)

Foto Birgit Meyer: Religious Matters

Pleidooi voor het opnieuw omhoog kijken

Filosoof Ignaas Devisch zegt dat we verleerd zijn omhoog te kijken. Zijn nieuwste boek Vuur kan je volgens hem lezen als een pleidooi om dat opnieuw te doen. ‘Niet om opnieuw de oude goden een plaats te geven, wel omwille van het besef dat de natuur niet ophoudt bij de grenzen van onze planeet. Ook daarbuiten valt iets te halen en die materie bepaalt ons bestaan. De vuurbol die boven ons hangt, is daarvan het voorbeeld bij uitstek. Alles wat leven is op deze planeet, hebben we aan dat vuur te danken.’ In Knack van 6 januari is een boeiend interview te vinden door Jeroen de Preter met professor Ignaas Devisch (Ethiek, Filosofie en Medische Filosofie) van de Universiteit Gent en de Arteveldehogeschool.

Ik denk dat we hier iets kunnen leren van de oude culturen. In hun mythes en verhalen spelen straffende goden een centrale rol. Wij hebben die goden doodverklaard. In plaats van de hoop op verlossing kwamen de verlichting en ons verlangen naar individuele vrijheid. Die demythologisering en onttovering waren uiteraard bijzonder waardevolle ontwikkelingen, maar daardoor zijn we wel uit het oog verloren dat er elementen zijn die ons overstijgen en waar we fundamenteel afhankelijk van zijn.’
(Knack)

De zon is volgens Devisch onze grootste voedingsbodem en de vraag van de filosoof is hoe we de zon weer een centrale plaats geven in ons denken. En ook waarom we er niet beter in geslaagd zijn om het overschot aan energie dat de zon elke dag afgeeft te gebruiken.

In oude tijden was vuur een bron van vrees en fascinatie. Er werden talloze mythen en verhalen verteld en geschreven waarin het vuur was toebedeeld aan God of de goden. Zo bleek vuur een krachtig instrument. Toen de moderne mens, geholpen door wetenschap en techniek, het vuur eenmaal had getemd, leken alle problemen verholpen: de controle over vuur en verbranding zorgde voor vrijheid en vooruitgang. Waar hadden we ons nog zorgen om te maken? Die achteloosheid krijgen we nu als een boemerang in ons gezicht terug: het massale gebruik van fossiele brandstoffen is ziekmakend voor mens én milieu.’
(Knack)

IVuur ontwikkelt Ignaas Devisch, geïnspireerd door denkers als Peter Sloterdijk en Bruno Latour, een nieuw idee over de plaats van vuur in onze wereld. Als we onze levensstandaard willen behouden, kunnen we niet zonder een nieuwe bron die onze vrijheid en welvaart in stand houdt zonder de wereld en onszelf te vernietigen. De grootste vuurbol uit ons sterrenstelsel – de zon – heeft dit potentieel.

Agni, de god van het vuur (bij de hindoes, pd) die zorgt voor licht, warmte en via het vuur in offerrituelen voor de verbinding tussen de mensen en de goden, wordt vereerd. Het vuur is immers het (enige) medium dat ons in staat stelt het leven op aarde te ontstijgen of boodschappen te sturen naar de goden. Daarom worden de doden gecremeerd: zodat Agni de lichaamsdelen kan vervoeren naar het hiernamaals om daar een nieuw lichaam te maken.’
(Uit: Vuur)

Kunnen we leren het heliocentrisme werkelijk te omarmen, is de vraag die Devisch stelt.

Onze beschaving is ondenkbaar zonder vuur. De technische beheersing ervan bracht ons welvaart, vooruitgang en vrijheid. Tegelijk stellen enkele eeuwen van onbezonnen verbranding ons vandaag voor een gigantisch probleem. Wat als de fossiele grondstoffen straks uitgeput zijn? Kunnen we onze welvaart en vrijheid bewaren zonder deze planeet te oververhitten?’
(Knack)

In zijn boek Vuur probeert Devisch aan te tonen dat we, sinds de Verlichting, veel te weinig oog hebben gehad voor de schaduwzijde van de technologische en wetenschappelijke vooruitgang.

Zijn wij, zoals we sinds Descartes geloven, heer en meester over de natuur? Ik denk het niet en we moeten beter leren samenwerken met de natuur. Ook op dat vlak denk ik dat we veel kunnen leren van de oude culturen. Uit oude mythes spreekt een veel groter bewustzijn van zowel de voordelen als de destructieve risico’s van het vuur. Ze kunnen het besef bijbrengen dat elke stap vooruit ook een keerzijde of een reactie met zich meebrengt, en ons op die manier helpen bij onze herpositionering ten opzichte van technologie en wetenschap.’
(Knack)

Bronnen:
* Vuur | Ignaas Devisch | De Bezige Bij | € 23,99 | E-book: € 11,99 | Verschijnt 14 januari 2021 | Devisch publiceerde onder meer Het empathisch teveel (2017 en Zijn er nog vragen (2020), een filosofieboek voor kinderen.

* ‘Wij zijn het verleerd om naar boven te kijken’ (Knack)

Foto: PD (Bornia 09 01 2021)