God en de mensmachine

De.MensmachineDetail

In De mensmachine (2018) doet journalist Mark O’Connell verslag van een reis door de wondere wereld van de levensverlenging. In het hoofdstuk Geloof vertelt hij over zijn reis van San Francisco naar Piedmont voor een congres over transhumanisme. O’Connell ontmoet mensen – bij wie je kunt sprokkelen als je een fan bent van multiple religious belonging – zoals een transhumanist tevens wedergeboren christen, een transhumanistische boeddhist, twee mormoonse transhumanisten, iemand met een ‘knipperlichtrelatie’ met het joodse geloof, een praktiserend hermeticus en een oosters-orthodoxe hoogleraar systematische theologie.


Zijn wij de laatste sterfelijke generatie? Wel als het aan het transhumanisme ligt, de wetenschappelijke stroming die zich bezighoudt met radicale levensverlenging door middel van versmelting van mens en techniek. Al in 2048 kan de dood opgelost zijn; een gedachte die niet alleen hoopgevend is, maar ook angstaanjagend. (Uit: De mensmachine)


Een van O’Connells ontmoetingen, hoogleraar Wesley J. Smith, heeft het over ‘transhumanistische zieltjeswinners’ die beweren dat jij of je kinderen dankzij de wonderen van de technologie het eeuwige leven hebben.

En dat niet alleen: binnen enkele decennia zul je in staat zijn je lichaam en bewustzijn te transformeren tot een eindeloos aantal vormen, geschikt voor talloze doeleinden, met het gevolg dat deze zelfgestuurde evolutie leidt tot het ontstaan van een ‘posthumane soort’ met cartoonachtige superkrachten. Op een dag zullen we zelfs bijna goddelijk zijn.’

Smith vertelt over overeenkomsten tussen het transhumanisme en het christelijk geloof en vergelijkt het idee van de ‘Opname’ uit de christelijke eschatologie en het concept van de singulariteit (een hypothetische transhumanistische toekomstvisie, PD).

Beide zouden op een specifiek moment moeten plaatsvinden; beide zullen uiteindelijk tot de definitieve overwinning op de dood leiden; beide zullen een paradijselijke tijd van harmonie in een ‘Nieuw Jeruzalem’ inluiden – respectievelijk in de hemel en hier op aarde; zowel christenen als transhumanistische singularitarianen verwachten te worden toegerust met gloednieuwe ‘veredelde’ lichamen, enzovoort.’

O’Connell put uit publicaties van de hoogleraar die ter plekke achter zijn laptop een artikel in de National Review post over transhumanisme, dat hij een materialistische religie noemt of beter gezegd een wereldbeeld dat uit is op de voordelen van religie zonder een begrip als zonde of de nederigheid van het geloof in een Hoger Wezen te willen aanvaarden.

De transhumanistische boeddhist vertelde dat hij dankzij reïncarnatie in feite al het eeuwig leven had en hoe hij de eeuwigheid gewoon wilde doorbrengen in een beter lichaam dan dat waarmee hij momenteel was toegerust. Er liep ook een raëliaanse massagetherapeut rond die ervan overtuigd was dat het menselijk ras was ontwikkeld door wetenschappers die hier duizenden jaren geleden met ufo’s naartoe waren gekomen.


Transhumanisme is een bevrijdingsbeweging die niets minder bepleit dan een totale onafhankelijkheid van de biologie. Er is ook een andere zienswijze, een gelijkwaardige, tegengestelde interpretatie, namelijk dat die ogenschijnlijke bevrijding in werkelijkheid niets minder is dan een definitieve en complete onderwerping aan de technologie. (Uit: De mensmachine)


Een oecumenische sfeer proefde O’Connell, ook al waren de diverse overtuigingen over en weer onverenigbaar. Hij ziet het transhumanisme als een moderne opleving van religieuze ideeën.


Het transhumanisme wordt wel eens voorgesteld als een hedendaagse opleving van de gnostische ketterij, als een nieuwe, quasiwetenschappelijke voorstelling van een aloud religieus idee. (‘Tegenwoordig,’ zo stelt politiek filosoof John Gray, ‘is gnostiek het geloof van mensen die denken dat ze machines zijn.’) (Uit: De mensmachine)


De Mensmachine

Op het congres was ook een bijeenkomst, georganiseerd door Jason Xu, van Terasem, een geloof of ‘beweging’ gebaseerd op het idee van een ‘persoonlijk cyberbewustzijn’ en op de spirituele kant van zaken als breinemulatie (het uploaden van de herseninhoud om verder te leven als digitale kopie, PD) en extreme levensverlenging. Xu was de eerste die een transhumanistische demonstratie in de VS organiseerde, met spandoeken als ‘Onsterfelijkheid NU’ en ‘Google, doe iets aan de dood’. Hij deelde een gefotokopieerd boekje uit over A Transreligion for Technical Times:

De eerste waarheid van Terasem is dat het een collectief bewustzijn is, dat in het teken staat van diversiteit, eenheid en vreugdevolle onsterfelijkheid.’

O‘Connell werd soms niet echt wijs uit sommige woordenstromen van de aanwezigen, de overweldigende hoeveelheid onversneden beweringen. Hij voelde zich soms overdonderd door de ongebreidelde stortvloed van verkondigingen, zoals:

Daadwerkelijke onsterfelijkheid wordt bereikt wanneer gecodeerde data-emulaties van de werkelijkheid over de Melkweg en het heelal worden verspreid. De natuur wordt geëerd door een herschepping van het verleden en door het onvergankelijke behoud van vreugde en geluk.’

Journaliste Hanna Bervoets noemt De mensmachine sublieme literaire journalistiek over het eeuwige leven. The Sunday Times ‘een even helder als briljant boek. En ook nog grappig, érg grappig’. – Zijn boek leest als een pageturner, regelmatig inderdaad hilarisch.

Bron: Geloof – uit: De mensmachine 

De mensmachine – Hoe we de dood kunnen overleven | Mark O’Connell | Uitgeverij Podium, Amsterdam | € 21,50 | Ebook  € 9,90 | ‘Mark O’Connell doet verslag van een reis door de wondere wereld van de levensverlenging. Hij introduceert de illustere hoofdrolspelers, laat zien welke ideeën zij nastreven, hoe haalbaar die zijn en hoe verstrekkend de gevolgen. Het resultaat is een even urgent als verbluffend boek over de nabije toekomst van de mens.’ (Podium) | De mensmachine in de Engelse versie (To be a machine) werd in 2017 genomineerd voor de prestigieuze Baillie Gifford Prize, de belangrijkste Britse prijs voor non-fictie.

Geloof, filosofie, robots en cyborgs

wijwordenwakker.org

Vrijdag verschijnt Alleen God kan ons nog redden, over techniekfilosoof Egbert Schuurman. Veel eerder verscheen, over filosoof Martin Heidegger, Alleen nog een God kan ons redden. Twee boeken met nagenoeg dezelfde titel. Beide handelen onder meer over technologische ontwikkelingen. Schuurman nu actueel over robots en cyborgs, genetische manipulatie, de klimaatcrisis en politiek. 

Heidegger (1889 – 1976) stelde al lang geleden dat de mens geen greep meer heeft op de moderne technologische ontwikkelingen; het wezen van de techniek onttrekt zich zelfs volledig aan menselijke beheersing.

EgbertSchuurman


Het boek over filosoof, ingenieur en ex-politicus (ChristenUnie) Schuurman heeft als ondertitel: Tegendraads christen in een seculier land. Het is een biografie van de hand van historicus en journalist Remco van Mulligen over het leven van emeritus-hoogleraar voor de stichting Christelijke Filosofie (SCF) en medeoprichter van het Lindeboom Instituut. Van Mulligen is verbonden aan het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie.

Schuurman (1937), die in 1972 promoveerde op het proefschrift Techniek en Toekomst — Confrontatie met wijsgerige beschouwingen, publiceert veel over technische onderwerpen. Zijn afscheidscollege aan de Wageningen Universiteit was De uitdaging van de Islamitische technologiekritiek. Hij schreef vaak in relatie tot bijvoorbeeld evolutie, filosofie en geloof. Volgens deze filosoof wordt de westerse cultuur te veel bepaald door technologie en een ethiek van materialisme en secularisme.

In de afwijzing van deze ‘technologische cultuur’ moeten de christenen de handen ineen slaan met gematigde moslims, betoogde Schuurman. Beide verzetten zich immers tegen de ‘religie van de materie’ en streven een duurzame samenleving na.’ (Uit: Islam, een godsdienst of niet, deel 3, Leonard Kool, Isaac Jansz)

In Islam stelt Schuurmans dat islamitische fundamentalisten hun strijd tegen het Westen voeren vanwege het technologische, niet-religieuze karakter van de westerse samenleving.

MartinHeidegger


Heideggers Alleen nog een God kan ons redden is de weergave van een gesprek in Der Spiegel (mei 1976) met journalist Rudolf Augstein. De filosoof stelt zelfs dat de filosofie naar zijn oordeel geen verandering meer in de hedendaagse wereldsituatie kan brengen (Die Philosophie ist am Ende). Door het interview werd de uitspraak van Heidegger “Alleen nog een God kan ons redden” beroemd.

Het is de cybernetica die volgens Heidegger de plaats van de filosofie heeft ingenomen. Deze uitspraak, al in 1966 gedaan, kan profetisch worden genoemd, gezien de omvang, snelheid en reikwijdte van de informatierevolutie sinds de jaren ’80.’

De boekpresentatie van Alleen God kan ons nog redden is op 6 oktober. Van Mulligen laat in de biografie de veelzijdigheid van Schuurman zien. Het geeft bovendien een tijdsbeeld van Nederland in een periode van enorme veranderingen: van een verzuild land naar een seculiere natie. Schuurman zocht zich daarin als orthodox christen een weg. In een slotinterview gaat de filosoof en politicus op frisse manier in op de meest actuele kwesties. Kritisch, maar tegelijk optimistisch en hoopvol, aldus de uitgever.

In januari 2018 organiseert de SCF een bijeenkomst over Egbert Schuurman op de jaarlijkse conferentie. Er wordt dan dieper ingegaan op de relevantie van Schuurmans filosofische erfenis voor nu en de toekomst.

Alleen nog een God kan ons redden | Martin Heidegger – R. Augstein | Uitgeverij Klement | Vertaling P. Beers | januari 2006 | Druk 1 | ISBN10 9077070176 | ISBN13 9789077070178 | € 14,99

Alleen God kan ons nog redden | Paperback | 384 blz. | Buijten en Schipperheijn B.V., Drukkerij en Uitgeversmaatschappij | 2017 | EAN: 9789058819567 | € 29,90

Beeld: wijwordenwakker.org

Update 7 3 2024 (Lay-out)

De mens, zijn illusies en waandenkbeelden

blindemannetje (1)

‘In de grote leegte waarin we ons bevinden zijn we niet alleen. Er is de natuur, de fauna en de flora en er zijn vooral onze tijdgenoten met wie we dit alles delen. Het hoger menstype voelt zich één met alles en allen. In die verbondenheid worden we samen God. De evolutie begon met de aap, leidde tot de mens en uiteindelijk wordt God gecreëerd.’ Dat zegt emeritus hoogleraar jeugdcriminaliteit en radicalisering aan de Radbouduniversiteit Nijmegen, Juliaan van Acker, bij TPO.

In zijn artikel richt hij zich op gedrag en op het aanpassingsvermogen dat de mens verder verwijderd van de aapachtigen. Hij gaat in op de invloed van interne en externe factoren waardoor de mens ‘wordt geleefd’ in plaats van zelf het heft in handen te nemen. Onderzocht wordt welke illusies en waandenkbeelden de mens weten te bekoren.

Dit geldt niet alleen voor de religie en de politiek, want ook de wetenschap en de technologie heeft een betoverende invloed.’

Ten slotte onderzoekt Van Acker wat een hoger menstype zou kunnen zijn. Hij stelt dat mensen lange tijd hebben gedacht dat de moraal werd geopenbaard door een Hoger Wezen en zo de religies ontstonden.

Nu weten we dat de moraal verzonnen is door mensen zelf, want afhankelijk van de cultuur kan de moraal sterk verschillen. In hun wanhoop om de religies te verdedigen zeggen de adepten dat alle religies de liefde voor de naaste verkondigen. Als dat zo is, dan hebben we geen religies nodig, maar een soort Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Hier is het niet een Hoger Wezen dat de rechten heeft afgekondigd, maar een groep mensen die pretenderen voor anderen te kunnen spreken. Waar zij die autoriteit dan vandaan halen is een legitieme vraag. Het gevolg hiervan is dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens nogal vrijblijvend is en de mensen niet echt inspireert.’

Zolang mensen denken dat God de geboden heeft geopenbaard, zo vervolgt Van Acker, wordt de moraal met de nodige magie omgeven, zodat de mensen op een of andere manier geraakt worden door iets wat hen te boven gaat.

Dit zijn allemaal illusies en waandenkbeelden die niet hebben verhinderd dat de primitieve territoriumstrijd en de oorlog van allen tegen allen nog steeds doorgaan, zowel in het gezin, de maatschappelijke instellingen, de bedrijven, de politieke partijen, de religieuze sekten als tussen etnische groepen en landen.’

Van Acker stelt dat een ander kwalijk gevolg van vooral de christelijke religie en de daaruit voortvloeiende ideologie van de Rechten van de Mens de nivellering is die in de samenleving is ontstaan.

Het christendom en de Rechten van de Mens dicteren ons dat we voor de zwakkeren moeten zorgen. Die moraal is voortgekomen uit gevoelens van wrok. De zwakkeren kunnen zich slechts tegen de sterkeren verdedigen door hun deugden als ondeugden te definiëren en hun zwakten als deugden: trots en vermetelheid zijn slecht; deemoed, medelijden en gehoorzaamheid zijn goed. De sterkeren beoordelen hierdoor zichzelf vanuit de positie van de zwakkeren. Dit gaat in tegen het belangrijkste evolutionair principe.’

Van Acker stelt dat noch van het christendom, noch van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens we verwachten kunnen dat ze bijdragen aan de evolutie hogerop van de mensheid.

Nog schadelijker noemt Van Acker de religies die van de volgelingen totale onderwerping eisen of politieke ideologieën die tot uniform gedrag leiden.

Zij ontnemen de mensen hun vitaliteit en scheppingskracht en daarmee de mogelijkheid tot een hogere ontwikkeling. Ook het liberalisme kan het aapachtige in de mens aanwakkeren, maar dan in een ‘beschaafde’ vorm onder de noemer van meedogenloze competitie en uitbuiting.’

Van Acker vraagt zich af of we de ontkerkelijking en de secularisatie die meer en meer het huidige tijdperk kenmerken, zouden kunnen beschouwen als een vooruitgang in de menselijke ontwikkeling.

De Verlichting heeft veel mensen al bevrijd van de magie en van religieuze waandenkbeelden. Maar leven we nu niet in de ban van een andere magie? De magie die de wetenschap en de technologie hebben gebracht. Dat laatste is een magie die niet erg opvalt. Het gaat om een soort welzijn, gemak en comfort waardoor de mensen in slaap worden gesust. Friedrich Nietzsche noemt dit ‘het verachtelijk soort welzijn waarvan kruideniers, christenen, koeien, vrouwen, Engelsen en democraten dromen.’ 

De emeritus hoogleraar stelt dat willen we ontdekken waar een hoger menstype te vinden zou zijn, dat we dan verder moeten kijken dan religie en verder dan wetenschappelijke kennis en technologische mogelijkheden.

We kunnen respect hebben voor de diep religieuze mens, maar niet voor zijn waandenkbeelden. We kunnen respect hebben voor de wetenschappers en voor diegenen die prachtige technologische innovaties creëren, maar hun producten kunnen evengoed tot nog verschrikkelijker oorlogen en tot verdere vernietiging van de planeet leiden.’ 

Niemand, zo vindt Van Acker, mag bepalen hoe de mens zich moet gedragen, ook niet de hoogste religieuze of politieke instantie. Vervolgens schrijft hij over het hogere menstype dat openstaat voor de oneindigheid: een oneindigheid die zowel de kosmos betreft als zijn innerlijk zelf.

Noch de religie, noch de politiek, noch de economische behoeften leggen deze mens een dwangbuis op. De hoger ontwikkelde mens bepaalt zelf hoe hij met deze invloeden omgaat. Een eerste vereiste is dat hij afstand kan bewaren, zodat hij controle kan verwerven. Een andere vereiste is een fundamenteel kritische houding die nooit wijkt voor dogmatiek, voor politiek-correct denken of voor uniform denken, ook niet voor wat het zogenaamde ‘gezond verstand’ dicteert.’

Zie: De wereld heeft geen doel: ene mens is meer aap dan andere mens

Beeld: niet-weten.nl

Singularity of de messianistische kijk van Raymond Kurzweil op technologie

2045_web
Een gelukkig en eeuwigdurend leven, dat voorspellen de profeten van de ‘Singularity’ als mens en machine samenvallen. ‘Singularity’, zo wordt het unieke moment genoemd waarop machines de menselijke intelligentie voorbijstreven. Futuroloog, uitvinder, techno-goeroe en hoofd ontwikkeling bij Google, Raymond Kurzweil, ‘de profeet van de verlossing’, ontvanger van 109 eredoctoraten, deelt de wereld op in gelovigen en ongelovigen. Wie begrijpt wat hij voorspelt, is volgens hem ‘singularitarian’. Wie sceptisch is behoort volgens hem tot de ‘neo-luddieten’, de achterlopers die blind zijn voor de onvermijdelijke opmars der machines.

Als Singularity een beweging is, dan is Ray Kurzweil haar spiritueel leider. Hij presenteert zichzelf graag als mens van de toekomst die de grenzen van de biologie opzoekt.’

Critici, zoals de Britse journalist Andrew Orlowski, zien de hype rondom Singularity als de droom van een groepje techno-nerds die zich vastklampen aan technologie als ‘deus ex machina die alles weer goed maakt’.

Genen, neuronen en atomen worden allemaal digitaal’

zegt de ambassadeur van Singularity University Nederland, Yuri van Geest. Mediatheoriticus Douglas Rushkoff vindt Singularity simpelweg een aanpassing van christelijk denken aan onze huidige technologische cultuur, daar veel techno-intellectuelen net als gelovige christenen niet kunnen leven zonder een einde aan de geschiedenis waarin alles beter wordt.

‘Wie er niet van doordrongen is dat Singularity nadert, is slachtoffer van een verkeerd geprogrammeerde neocortex.’

Casper Thomas & Joe van der Meulen, van De Groene Amsterdammer, vinden in hun artikel Disneyland zonder kinderen dat – in het licht van de oprukkende robotisering – de discussie gevoerd moet worden over wat het is dat de mens mens maakt. Dan moet ik denken aan de vreselijke uitvinding van de zorgrobot, die sommige ouderen (wel moeten?) zien als ‘vriendin’. Ja, wat moet je als er geen mensen meer naar je omkijken? Zelf zou ik onmiddellijk euthanasie aanvragen als ik aan zo’n bewusteloze zorgrobot moet, want dan wordt het leven pas echt ondraaglijk lijden.

machinemensRD
Hoogleraar robotica, Pieter Jonker van de TU Delft, praat dit natuurlijk allemaal goed bij zorgvisie.nl:

Een robot is een mooie manier om met ouderen te praten of te communiceren.’ 

Wat een deprimerende gedachte: Communicatie met dode materie. Jonker zegt dat we als samenleving geen keus hebben, dus we moeten blij zijn dat er straks een robot is die op ouderen kan letten. En dan is het ook nog de bedoeling van Singularity dat de mens uiteindelijk zelf robot wordt…

nursing.nl
In diezelfde De Groene Amsterdammer stelt Nick Bostrom, directeur van Future of Humanity Institute in Oxford, technologie ‘positieve menselijke waarden’ te willen bijbrengen, maar hoe dat technisch moet weet de filosoof ook niet precies. Voor mij is de enige goede robot een dode robot – maar dat is ie al (foto: nursing.nl.) Er gaat niets boven een echt mens, maar die wordt straks wel ontdaan van het menselijke als hij samensmelt met een liefdeloze computer.

In de fraaiste versie van deze techno-utopie komt er een einde aan de beperkingen die het leven nu onaangenaam maken. Ziekte, dood en een eindige hoeveelheid tijd zijn passé als mens en machine één worden.’

Als genen, neuronen en atomen straks allemaal digitaal worden, waar blijft ons bewustzijn dan? Dat zijn toch psychische processen, dat is toch ons ‘zelf’? Kan dat ergens gevonden worden in ons lichaam en omgezet in nullen en enen? De wetenschap heeft tot nu toe nog niet kunnen beantwoorden waar bewustzijn ontstaat. Bert Keizer, in Trouw:

Er zijn drie dingen nodig voor bewustzijn: hersenen – een lichaam – en een wereld.’

En in de samenhang van die drie zit bewustzijn verweven. Moeten we dan de hele wereld digitaliseren, vraag ik me af, wil de mens zich nog bewust zijn in die machine waarmee hij samensmelt. Een onmogelijke opgave.

Alle biologische dragers van informatie, zoals DNA en onze hersenen, worden digitaal.’ 

Volgens natuurkundige en filosoof Marc de Vries, in het RD, krijgen we de menselijke geest niet gekopieerd – een mens is meer dan materie – en worden machines met bewustzijn geen realiteit. Overigens vindt hij:

De geprogrammeerde slimheid is een armetierige opvatting van intelligentie.’

Heel bizar vind ik het idee van Kurzweil, dat wie worstelt met een uitgebluste relatie ook geluk heeft, omdat we straks dankzij virtual reality straks een ander lichaam op onze partner projecteren. Dan worden we pas echt machines, die hebben ook niets met liefde. Hij vindt dit een van de dingen waarmee hij mensen enthousiast wil maken voor de technologische toekomst…

groene45_omslag_web (1)Kurzweil wil het leven in digitale vorm oneindig maken, hoopt zelfs zijn vader tot leven te wekken. Maar als mens ga je toch dood, denk ik dan, en wie dood is, blijft dat. Het bewustzijn houdt immers op te bestaan en dat kan je bij een dode niet meer tot leven wekken. Wat overblijft zijn dode machines die van alles kunnen misschien, maar die beslist geen leven genoemd kunnen worden: ze bestaan slechts uit nullen en enen. En als iemand de stekker eruit trekt, houden ook die nullen en enen gewoon op te bestaan. Niets messiaans aan.

(Foto: Deel cover De Groene Amsterdammer, 5 november 2014)

Zie: Disneyland zonder kinderen, naar een post-humanistische toekomst (De Groene Amsterdammer, via Blendle, € 0,89)

Illustr: RD – Mens wordt sterfelijk?

Foto: ANP – Machinemens – Bij boosheid lichten de lcd‑oogschermpjes van RoboThespian rood op. De pop toont pas uiterlijke emoties op commando.