NASA, 24 theologen en buitenaards leven

Ruimtevaartorganisatie NASA is medefinancier van een onderzoeksprogramma dat als doel had om het raakvlak tussen religie en mogelijk buitenaards leven te bestuderen. Meer dan 20 theologen onderzochten hoe aanhangers van wereldreligies zouden reageren op de ontdekking van buitenaards leven. Resultaten van het onderzoek suggereren dat aanhangers van religies wellicht beter voorbereid zijn op buitenaards gezelschap dan niet-gelovigen.

Andrew Davison, priester en theoloog van Cambridge University met een doctoraat in de biochemie uit Oxford, behoort tot de 24 religieuze experts. NASA wil weten hoe mensen zullen reageren als buitenaards leven wordt gevonden op andere planeten en hoe de ontdekking van invloed kan zijn op onze ideeën over goden en schepping.

Om die reden maakt het deel uit van NASA’s voortdurende doel om het werk aan ‘de maatschappelijke implicaties van astrobiologie’ te ondersteunen, in samenwerking met verschillende partnerorganisaties, waaronder het Center of Theological Inquiry in Princeton.’

Davison brengt dit jaar een boek uit, getiteld Astrobiology and Christian Doctrine, waarin wordt opgemerkt dat hij gelooft dat we dichter bij de ontdekking van leven op andere planeten komen. Religieuze tradities zouden een belangrijk kenmerk zijn van hoe de mensheid zou functioneren door zo’n bevestiging van het leven elders, vertelt hij in een blogpost op de website van de Universiteit van Cambridge. In zijn boek zal hij kijken naar grote vragen als:

Zou God elders in het universum leven hebben kunnen scheppen? Zou hij een verlosser hebben kunnen sturen om te sterven voor de zonden van een uitheemse soort? Zou de ontdekking van buitenaards leven van religies vereisen dat ze hun scheppingsverhalen herschrijven? Of zou het gemakkelijk door religies worden aanvaard? Als je gelooft dat een God of goden alle grote en kleine wezens hebben geschapen, waarom zou je dat dan niet over het hele universum toepassen?

De ontdekking van buitenaards leven zou over een decennium, over honderden jaren of misschien wel helemaal nooit kunnen komen,’ schrijft Davison. ‘Maar als het gebeurt, is het nuttig om van tevoren over de implicaties te hebben nagedacht.’ Een rabbijn, een priester en een imam doen ook mee aan het onderzoeksprogramma om te praten over het raakvlak tussen God en buitenaardse wezens.

Het is niet het begin van een religieuze grap; het is precies wat er gebeurde in het Center for Theological Inquiry van Princeton University. Daar kwamen in 2016 meer dan 20 theologen bijeen om deel te nemen aan een programma dat gedeeltelijk werd gefinancierd door ruimtevaartorganisatie NASA. Gezamenlijk onderzochten ze hoe mensen zouden kunnen reageren op de ontdekking van buitenaards leven.’ 

Carl Pilcher, tot 2016 hoofd van NASA’s Astrobiology Institute, zei dat NASA wilde dat theologen ‘de implicaties overwegen van het toepassen van de instrumenten van de late 20e [en vroege 21e]-eeuwse wetenschap op vragen die al honderden of duizenden jaren in religieuze tradities werden overwogen. Hij zei dat het ‘onvoorstelbaar’ was dat de aarde de enige plek in het universum is waar leven is. Dat is gewoon ondenkbaar als er meer dan 100 miljard sterren in dit sterrenstelsel en meer dan 100 miljard sterrenstelsels in het universum zijn.’

Zie:
* Hoe zouden mensen reageren op de ontdekking van buitenaardse wezens? NASA riep de hulp in van een rabbijn, een priester en een imam
(Business Insider, 30 december 2021)
* British priest to advise NASA on what to do if alien life is discovered on another planet (Mirror, 23 december 2021)
* NASA huurt 24 theologen in om te beoordelen hoe de wereld zou reageren op de ontdekking van buitenaards leven op verre planeten
(Forex Updates NL, 26 december 2021)

* Tip: In de afgelopen maanden heeft Taede A. Smedes een boek geschreven om de omwentelingen te beschrijven die zich in onze tijd voltrekken. In We zijn misschien niet alleen, dat eind februari / begin maart verschijnt, gaat de godsdienstfilosoof en theoloog uitgebreid in op de recente ontwikkelingen in de Verenigde Staten vanaf 2017 en ook op de inhoud en implicaties van het Pentagon-rapport. Om duidelijk te maken hoe revolutionair de ontwikkelingen zijn, laat hij eveneens zien hoe het ufofenomeen al ruim 70 jaar de gemoederen bezighoudt. En… beschrijft ook zijn eigen ufo-waarneming.

Zie ook: “We zijn (misschien) niet alleen: Ufo’s toen en nu” (Taede A. Smedes)

Beeld: NASA

Jezus als het authentieke gezicht van de liefde

Theoloog en psychotherapeut Eugen Drewermann schreef een Marcus-commentaar: Wegen naar menselijkheid. Deze zielzorger brengt psychologie en theologie met elkaar in verbinding via een symbolische uitleg van de Bijbelverhalen. Godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes interviewde hem. Onder meer over zijn Marcus-commentaar (nu vertaald in het Nederlands), waar ik in dit blog op focus. Drewermann presenteert Jezus hierin als het authentieke gezicht van de liefde: hij toont compassie met menselijk lijden en bevrijdt van angst.

D
e Duitse theoloog maakt bij zijn uitleg volop gebruik van inzichten uit de dieptepsychologie, de filosofie, andere religies en zijn eigen therapeutische praktijk als psychoanalyticus. Drewermann stelt in zijn boek Wegen naar menselijkheid dat we ons gedragen naar de mate waarin we onszelf gevonden hebben. Hij zegt dat Plato gelijk had: iedere mens draagt een bepaald idee in zich mee, een innerlijke waarheid die hij gedurende zijn leven moet uitvogelen.

Dat kan een mens alleen als hij iemand ontmoet die vanuit liefde meer in hem gelooft dan hij in zijn eentje gedurende zijn leven had kunnen leren. Wanneer men een mens liefheeft, lossen verwarring op, verhulling en vervreemding in het wezen van de ander. Iedere dag neem je een stuk meer van zijn of haar ware innerlijke schoonheid waar, van het eigenlijke zelf. Dat is de weg der menselijkheid die we zouden moeten gaan.’

Volgens Drewermann kunnen we door liefde de angst voor anderen overwinnen, het gevoel niet goed genoeg te zijn, de innerlijke aanpassingsdwang aan uiterlijke normen.

En als we meer we in de waarheid van anderen geloven, die versterken en levend maken, dan gaan we op de weg van Jezus op de weg waarvoor God ons volgens de Bijbel geschapen heeft: terug naar het paradijs. De man van Nazareth neemt ons aan de hand mee terug naar de boom die in het midden van de Tuin uit Genesis staat en die zijn takken uitspreidt over een wereld vol vertrouwen en geborgenheid. Dat is een leerweg en het is een moeilijke weg. Vandaar al die verhalen over hoe Jezus zieken heelt, in discussie gaat met tegenstanders en aanklagers.’

Heel het Marcusevangelie is betrokken op de vraag naar zijn of niet te zijn, stelt de theoloog, want als we alleen maar bang zijn dat ons iets kan overkomen, dan houden we meteen op de waarheid te leven die in ons ligt. 

Dan passen we ons aan, vluchten we, vluchten we ook voor onszelf, dan leven we niet meer op de juiste manier, maar passen we ons aan uit louter overlevingsdrang. Daar gaat het hele Marcusevangelie zoals ik dat begrijp lijnrecht tegenin.’

Drewermann kwam iedere keer weer mensen tegen die vertelden hoe ze vanuit de religie van hun kindertijd door angst gebonden zijn. Vandaag gaat het erom, zegt hij, dat we aan de hand van Jezus leren zo in God te geloven dat men van al deze manieren waarop mensen elkaar vastleggen, elkaar tot slaaf maken, bevrijd wordt.

De auteur van het Marcus-commentaar stelt dat wij moeten leven wat Jezus ons gezegd heeft, en dan is alles wat de kerk zegt secundair: in de geschiedenis is het christelijk geloof misvormd, met name de katholieke kerk met haar leer dat ze de voortlevende Christus is en dat we dus naar haar moeten luisteren om te begrijpen wat Jezus gezegd heeft. 

Daarom hecht ik ook zo aan de interpretatie van de evangeliën, zoals het Marcusevangelie. Jezus wordt bijvoorbeeld gevraagd wat je onder ‘groot’ moet verstaan als het over mensen gaat. Natuurlijk zijn we dan geneigd om te denken aan mensen die macht uitoefenen, aan een mens die de ander ontzag inboezemt, die geld verzamelt, rijk genoeg is, wie in het middelpunt staat. Dat is een groot mens. Toch? In de ogen van Jezus is dat volledig fout. Wie bij hem groot wil zijn, moet een dienaar van allen worden.’

Wegen naar menselijkheid – Dieptepsychologische lezing van het Marcus-evangelie | Eugen Drewermann | Skandalon Uitgeverij B.V. | Hardcover | 9789492183989 | Druk: 1 | oktober 2020 | 1400 pagina’s | € 99,50  

Lees hier het volledige, uitgebreide interview: Interview met Eugen Drewermann (Taede A. Smedes)

Beeld: ontdekgod.nl

God als ‘de gebeurtenis’

De Amerikaanse theoloog en godsdienstfilosoof John Caputo neemt het woord ‘God’ heel serieus. Hij denkt dat er iets aan de hand is in de naam van God, wat hij in navolging van de Franse filosoof Jacques Derrida ‘de gebeurtenis’ noemt. Caputo is één van de grote inspiratiebronnen van godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes. Hij twitterde al lang van tevoren trots rond dat hij zijn ‘idool’ mocht interviewen. Toen verklapte hij nog niet wie dat was. Op zijn website is nu zijn complete Interview met John Caputo te vinden.

De gebeurtenis’ die plaatsvindt in de naam van God. En ik neem dat heel serieus, maar ik denk dat het mythologisch is om God ergens met een wezen te identificeren.’

In dit blog beperk ik me tot wat Caputo over God vertelt. Hij haalt dan vaak anderen aan, zoals Husserl, Tillich, Marion, Heidegger, Kierkegaard en Derrida. Voor het volledige interview verwijs ik graag naar Smedes. Hij gaat in zijn (Engelstalige) interview ook uitgebreid in op religie (het christendom) in de VS, Trump, Republikeinen en Democraten.

Caputo neemt het woord ‘God’ heel serieus, zegt hij zelf, en denkt dus dat het mythologisch is om God met een wezen te identificeren.

Dus nee, ik geloof niet dat er ergens een wezen is, een opperwezen, dat beantwoordt aan de naam van God. Ik denk dat dat mythologisch denken is. Maar ik denk niet dat dit het einde van de theologie is, het is het begin! Van radicale theologie.’

God wordt door Caputo ook ‘de grond van het zijn’ genoemd, zoals Tillich God beschrijft. God als wezen van zijn, zichzelf zijn. Maar we hebben geen toegang tot de diepten van het zijn, zegt Caputo. Mensen vragen hem weleens waarom hij over God blijft praten, waarom hij niet gewoon zegt wat hem bezighoudt?

Eigenlijk was hij vooral met (klassieke) filosofie bezig, maar ‘de onderliggende theologische dingen die me altijd hadden geïnteresseerd, kwamen weer naar boven’.

Maar ik heb het niet gekozen, het heeft mij gekozen.’

Caputo noemt God ook ‘de onvoorwaardelijke’, eveneens naar Tillich. Smedes vraagt hem of het uitmaakt hoe je God noemt. Als je spreekt over ‘het onvoorwaardelijke’, zo stelt Smedes, dan is dat een soort filosofisch, abstract concept, terwijl het woord ‘God’ voor veel mensen een aura van relationaliteit om zich heen heeft. Je kunt geen relatie hebben met het onvoorwaardelijke.

Als ik spreek over het onvoorwaardelijke, verwijs ik naar wat Tillich erover zegt. Hij zegt dat God het onvoorwaardelijke is, maar het onvoorwaardelijke is niet God. Dus God is een van de manieren waarop we het onvoorwaardelijke noemen, maar het onvoorwaardelijke zelf zit daar gewoon en de namen stuiteren erop.’ 

Je hebt geen naam voor wat wij het onvoorwaardelijke noemen, zegt Caputo, want zodra je een naam hebt, omschrijf je die met een bepaalde reeks voorwaarden, van toevallige, historische constructies, of ze nu literair, filosofisch, theologisch of wetenschappelijk zijn. Je bent dan begonnen het te interpreteren, het te interpreteren, wat belangrijk is.

Sommige manieren van interpreteren zijn zorgzamer, beminnelijker of liefdevoller dan andere.’

Caputo heeft het over Kierkegaard die in het Naschrift Johannes Climacus laat zeggen: ‘De naam van God is de naam van iets om te doen’. Het betekent, volgens Caputo, hoe de wereld eruit zou zien als hij geregeerd zou worden door God in plaats van door de machten en overheden. Maar, vervolgt Caputo, iets verderop: het zegt: ik praat tegen jou! Laat dit gebeuren! Het koninkrijk van God hangt af van jou, van mij.

God is een roeping die zichzelf blijft aandringen op ons, en zichzelf blijft aandringen in ons leven, en het is aan ons om die te laten bestaan.’

Zie: Interview met John Caputo (Taede Smedes, 23 maart 2021)

Beeld: Stefan Keller (Pixabay)

‘Buitenaards leven bestaat, maar ik gelóóf er niet in’

Een variatie op geloven in een God die niet bestaat? Maar wel gebeurt? Misschien gebeurt buitenaards leven ook wel, maar niet om in te geloven. Theoloog en godsdienstfilosoof Taede A. Smedes in gesprek met astrofysicus Lucas Ellerbroek, onderzoeker aan de UvA. De ‘Jacques Cousteau van het heelal’ schreef het boek Planetenjagers, op zoek buitenaards leven. Op zoek, want er heeft zich nog steeds geen buitenaards wezen gemeld dat hallo zegt. ‘Mensen verwachten in één keer een bewijs van buitenaards leven. Terwijl het volgens mij meer een stap-voor-stapproces is.’

N
et zoals het evolutieproces op aarde? Dan moeten we wellicht nog miljoenen of miljarden jaren wachten voor we hallo horen. Ben benieuwd, ik lees het interview De zoektocht naar buitenaards leven: ‘We hebben geen definitie van leven’.

Hoe raakt buitenaards leven aan onze samenleving, ons wereldbeeld en aan religieus geloof? Dat zijn vragen waar theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes zich al langer mee bezighoudt. Naar aanleiding van berichten in de media van het afgelopen jaar vroeg hij aan astrofysicus en wetenschapspopularisator Lucas Ellerbroek welke doorbraken we de komende jaren kunnen verwachten op het gebied van buitenaards leven en wat wellicht de impact van de ontdekking van buitenaards leven is.’

In 2020 werd in september opmerkelijk onderzoek gepresenteerd, zegt Smedes, dat beschrijft hoe de atmosfeer van de planeet Venus fosfine* lijkt te bevatten – een stof waarvan het ontstaan volgens onderzoekers alleen verklaard kan worden door leven, aldus Smedes. Hij vraagt Ellerbroek of we de komende jaren grote doorbraken op het gebied van de zoektocht naar buitenaards leven kunnen verwachten.

Buitenaards leven is en blijft een hot topic. De vraag is dan ook of we op korte termijn een doorbraak kunnen verwachten in de wetenschappelijke zoektocht naar buitenaards leven. Die vraag leg ik voor aan Lucas Ellerbroek, onderzoeker aan de UvA en wetenschapspopularisator. Hij schreef het boek Planetenjagers, waarin hij de zoektocht naar exoplaneten (planeten bij andere sterren) en buitenaards leven beschrijft.’ 

Wat zal het vinden van buitenaards leven voor religie betekenen, wil Smedes graag weten. Als het een dogmatische religie betreft, die heel erg hecht aan zijn eigen letterlijke versie van de waarheid, zeg maar de streng gereformeerden en de creationisten, dan zou het volgens Ellerbroek kunnen dat buitenaards leven hun geloof aan het wankelen brengt. Hij heeft ooit een gesprek gehad met een priester die zei dat de mens gemaakt is voor de aarde.

Hij had natuurlijk een punt dat de mens heeft overleefd omdat de mens zo goed is in het zich aanpassen aan de aardse omstandigheden. De mens is voortgebracht door de aarde. De aarde is de plek van de mens. De mens is niet gemaakt om door de ruimte te reizen of op Mars te gaan wonen. De mens is niet gemaakt voor Mars.
Ik denk dus dat de ontdekking van buitenaards leven aan religie ook een enorme impuls kan geven, juist omdat het de zingeving van het leven op aarde kan verrijken. Ik denk dat religie voldoende mogelijkheden heeft om de Bijbel op andere manieren als het Woord van God te lezen, inclusief de uniciteit van de mens. Religie is voortdurend in ontwikkeling en zal een manier vinden om buitenaards leven een plaats te geven.’

Hoe Ellerbroek zijn kansen inschat, vraagt Smedes, of hij ervan overtuigd is dat er elders in het heelal nog leven moet zijn. Daar is de astrofysicus niet van overtuigd, maar is er ook niet van overtuigd dat wij het enige leven zijn. Smedes vindt dat een heel wetenschappelijk antwoord: dat de astrofysicus zich zo onthoudt van een positie zolang er geen bewijs is voor een van beide posities. Waar zou Ellerbroek zijn geld op inzetten, vraagt de theoloog.

Ik zou al mijn geld inzetten op dat leven elders wél bestaat. Maar ik gelóóf er niet in.’

* UPDATE 8 maart 2021: Geen fosfine in de atmosfeer van Venus. Zie: EOS Wetenschap

Zie:
* De zoektocht naar buitenaards leven: ‘We hebben geen definitie van leven’ (Houtens Nieuws, 4 maart 2021)
* Planetenjagers | Lucas Ellerbroek | Prometheus / Bert Bakker | 288 pag. | 2014 | € 21,99 | E-book: € 11,99 | ‘Schoolvoorbeeld van goede wetenschapspopularisatie […] Schitterend gecomponeerde opbouw […] Alles klopt aan dit boek.’ (Taede A. Smedes) | ‘Weinig professionele sterrenkundigen slagen erin zich zo goed te verplaatsen in de belevingswereld van een groter publiek.’ (Wetenschapsjournalist Govert Schilling, de Volkskrant)

Fresco: ‘De eerste afbeelding hierboven toont een fresco, getiteld The Crucifixion (YouTube), en werd geschilderd in 1350. De twee objecten eronder vergroot met figuren erin zijn linksboven en rechtsboven op het fresco te zien. Dit schilderij bevindt zich boven het altaar in het Visoki Decani-klooster in Kosovo, Joegoslavië.’ (Fake news in Cheshire in 1388? Or UFOs….? Murrey and blue)
N.B. Het bovenstaande schilderij illustreert niet de Cheshire-gebeurtenis van 1388.

‘Het verlichte universum draagt zichzelf’

spiral-galaxy-ngc1232-1600

Bij Meister Eckhart en zenmeester Dōgen mondt ‘levenskunst niet uit in navelstaarderij, maar juist in een actief in het hier en nu in de wereld staan om met je volle aandacht te doen wat er hier en nu door de omstandigheden van je gevraagd wordt’. – Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes schrijft op zijn blog een heldere en pakkende recensie van In alle dingen heb ik rust gezocht, van Michel Dijkstra.Het boekje begint met de vraag naar de zin van het leven. Want dat is waar het in religie en in filosofie ten diepste om draait’.

Dijkstra stelt evenwel dat zowel Eckhart als Dōgen die vraag als inadequaat beschouwen, omdat die een tweedeling impliceert van leven en zin. Beide denkers zijn het er ten diepste over eens ‘dat het leven zijn eigen zin vormt.’

Het grootste verschil tussen beide denkers lijkt erin te bestaan dat Eckhart God als bron van alles accepteert. De werkelijkheid is substantieel verbonden met God als bron van volheid waaruit deze werkelijkheid is voortgekomen. (Ik zeg hier: ‘substantieel’, maar besef dat dit eigenlijk geen recht doet aan de genuanceerde visie van Eckhart zelf, die het zijn van de wereld en het Zijn van God toch scherp onderscheidt). Een substantiële visie van de werkelijkheid is Dōgen volstrekt vreemd, de clou van de metafoor van Indra’s net is immers ‘dat het verlichte universum zichzelf draagt: er is geen substantie of andere ‘drager’ in, achter of boven het heelal’.’ (Smedes)

Indra’s net’ wil zeggen dat de werkelijkheid is als een web van juwelen die schitteren en elkaar reflecteren. Dijkstra bedoelt hiermee, zegt Smedes, dat ‘ieder ding alle andere dingen weerspiegelt op zijn eigen, unieke manier en alle andere dingen zich tonen in de ‘spiegel’ van het ene ding op hun bijzondere wijze’.

Op die manier komt de identiteit van de particuliere edelsteen tot stand door zijn banden met het collectief van de andere juwelen.’  (Smedes)

Smedes zou in zijn boek Thuis in de kosmos – ‘Het Epos van Evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan’ – zeker naar dat beeld van Indra verwezen hebben als hij dat eerder had gekend, zegt hij enthousiast.

Smedes stelt dat de verschillen tussen beide denkers volgens Dijkstra niet wegnemen dat zij in de concrete uitwerking van hun levenskunst op heel veel punten dicht bij elkaar komen.

Hun gemeenschappelijke levenskunst vat Dijkstra prachtig samen onder de noemer ‘bevrijdende intimiteit’: ‘De weg naar eenheid van Meister Eckhart en zenmeester Dōgen leidt van geslotenheid naar openheid, van geïsoleerd-zijn naar verbinding en van versplintering naar concentratie.’ (Smedes)

Het is geen gemakkelijk boek, zegt de recensent, je moet wel enige voorkennis hebben van Dōgen en Eckhart: denkwerk is geboden! Dōgen komt ‘vreemd’ over door zijn Chinese manier van schrijven en Eckhart door zijn ‘vreemde’ godsbeeld.

Maar Eckhart is geen theïst in onze moderne zin van het woord. Hij werd ook in zijn eigen tijd niet begrepen en uiteindelijk is hij tot ketter verklaard. Dit komt door zijn negatief-theologische insteek (dus de mystieke herneming en ontkenning van alles wat positief over God wordt uitgesproken) en zijn non-duale visie die voor veel gelovigen – helaas ook vandaag nog, zij het volstrekt ten onrechte – naar pantheïsme riekt.’ (Smedes)

Smedes las het boek twee keer, ook omdat sommige gedachtegangen gewoon meerdere keren gelezen moeten worden om echt doorzien te worden. Smedes, die ook journalist en auteur is, zegt hierbij niet te weten of ‘begrepen’ het goede woord is. ‘Doorzien’ lijkt mij een mooie omschrijving, al zou ‘aanvoelen’ ook op zijn plaats kunnen zijn, in de zin van intuïtief lezen met de rede paraat.

In alle dingen heb ik rust gezocht. De weg naar eenheid van Meister Eckhart en zenmeester Dōgen | Michel Dijkstra | Van Tilt | ISBN 9789460044496 | € 15,- | ‘Dijkstra is in de filosofische gemeenschap in Nederland geen onbekende. Hij publiceerde al eerder artikelen en boeken over taoïsme, zen en over Eckhart. In alle dingen heb ik rust gezocht is een boekje van slechts 152 pagina’s dat de publieksversie van zijn proefschrift dat hij op 10 september 2019 aan de Radboud Universiteit verdedigt.’ (Smedes)


Michel Dijkstra, Radboud University:In mijn scriptie richt ik me op Eckharts en Dōgens denken over de grote metafysische kwestie van de relatie tussen het Ene en het Vele. Ik onderzoek deze vraag op basis van het concept van ‘wederzijdse verlichting’ van Arvind Sharma: het idee dat filosofische teksten uit verschillende culturen elkaars spiegel kunnen zijn en dus kunnen leiden tot een dieper begrip van beide. 

De enige grote parallel tussen Eckhart en Dōgen is dat ze de relatie tussen het Ene en het Vele als niet-duaal zien. In het geval van Eckhart kan men God en Zijn schepping niet scheiden; in het geval van Dōgens zijn de Boeddha-natuur en de tienduizend dingen onafscheidelijk. Het filosofische pad dat tot dit inzicht leidt, verschilt: de Dominicaan begint met eenheid, terwijl de Zenmeester zegt dat we de diversiteit van dingen moeten bestuderen.’


Bronnen: De mystiek van Oost en West: Michel Dijkstra over Meister Eckhart en Dōgen (Taede A. Smedes) en Radboud University

Beeld: Grand Spiral Galaxy NGC 1232 – Image Credit: FORS , 8,2-meter VLT Antu , ESO

Onstuitbaar religieus zonder God?

vrijzinnigen.nl

Redt religie het inderdaad zonder kerk en God, zoals Jasper van den Bovenkamp en Taede A. Smedes stellen in We blijven onstuitbaar religieus, in Trouw van 6 juli 2019? Zonder kerk waarschijnlijk wel, maar zonder God? Zelfs als we ‘voorbij het clichédebat over God en zijn gevolg willen kijken,’ zal religie zonder God geen religie meer genoemd kunnen worden, maar eerder ongebreideld consumeren.

Ooit redeneerde Kuitert God helemaal weg, dat gebeurt nu opnieuw door journalist en voormalig hoofdredacteur van het christelijke opinieblad De Nieuwe Koers, Van den Bovenkamp, en theoloog en godsdienstfilosoof Smedes. Leegte is wat overblijft. En die moet opgevuld worden met eeuwig consumeren. Dat vult nooit.

De oplossing? Consumeren: ‘Het is het gevoel van leegte dat ons doet consumeren.’ Maar uiteindelijk openbaart zich daarin juist des te schrijnender de leegte van ons bestaan.’  (Van den Bovenkamp, Smedes)

Anton.Dingeman.Trouw1
A
ls religie niet meer ‘identiek wordt gesteld aan godsgeloof’, is het geen religie meer. Een ‘religieus aura’ toeschrijven aan het falen van een zwemmer is een schrijnend voorbeeld van het van god losgeraakt zijn, zoals het CBS-rapport aantoont. In zijn verbeelding sloot theoloog Harry Kuitert (1924 – 2017) zich voor God af. In de rede vond hij  Hem niet, dus gelooft hij niet in Hem. ‘God is niet van kennis, maar van verbeelding,’ vond Kuitert. ‘God is een gedachte van mensen. Geloven is alles behalve kennis.’

Zo noemde Sander van Walsum het gebeuren in de Volkskrant ‘een meerdaagse hoogmis gecelebreerd op oevers van de Friese wateren’. Een paar dagen later was Van der Weijden een ‘moderne Christus’ en ‘messias’ en bleek zijn tocht ‘een onmenselijke missie’, waarna het verslag als ‘de reconstructie van een welhaast bijbelse vertelling’ verder ging.’ (VdB, T.A.S.)

Anton.Dingeman.Trouw2

God een gedachte van mensen… Denken we nu dat God een zwemmer is? Kerkelijke hoogtijdagen commerciële ‘levensgebeurtenissen? Ons ‘leven op aarde een paradijs’? ‘Natuurlijke zuiverheid een vervanging voor het geloof in God’? Dat het opperwezen te vervangen is door techniek? Wat een verbeelding.

Voor al minder mensen is God iets of iemand waarmee ze rekening houden. Maar ook hier bedriegt de schijn. Want het opperwezen verschijnt vandaag vooral in de gedaante van de techniek, iets waar ook historicus Yuval Noah Harari in zijn bestseller ‘Homo Deus’ al op wijst. Harari meent dat algoritmen de basis vormen van een nieuwe religie.’ (VdB, T.A.S.)

Anton.Dingeman.Trouw3

Alle vormen van hedendaagse religio­siteit,’ schrijven de auteurs, ‘lijken vooral bedoeld om onze autonomie te redden, om de controle te behouden’. ‘Een waarheid die we liever niet onder ogen zien’, vervolgen de auteurs die confrontatie met religie. Zij citeren de Poolse filosoof Leszek Kołakowski die religie een manier noemde om te aanvaarden dat het leven een onvermijdelijke nederlaag is. Bieden die inzichten ruimte?

Of, zoals de Poolse filosoof Leszek Kołakowski het formuleerde: ‘Religie is een manier om te aanvaarden dat het leven een onvermijdelijke nederlaag is.’ Als de hedendaagse religiositeit dát inzicht ruimte biedt, zal zij het zonder kerk en God wel redden. Maar tot die tijd blijven we met z’n allen gewoon klassiek gelovig, hoe heftig we ook spartelen.’ (VdB, T.A.S.)

Anton.Dingeman.Trouw4

Bij alles wat de auteurs schrijven is God geheel verdwenen en toch vinden zij Nederland ‘hartstikke religieus’. Waar is God in dat hele verhaal?
Terug naar Kuitert. Hij zegt dat geloven ook is: ‘onder de indruk zijn van de verbeelding’. Kunnen we God daar dan toch niet meer vinden? Kan de Nederlander met behulp van zijn verbeelding niet eens proberen verder te denken dan wat hem is geleerd of waar hij van overtuigd is? Dan maakt hij kans om echt ‘hartstikke religieus’ te zijn.


‘Ik kan alleen woorden ontmoeten, u niet meer.
Maar hiermee houdt het groeten aan, zozeer,
dat ik wel moet geloven, dat gij luistert;
zoals ik omgekeerd uw stilte in mij hoor.’


Een gedicht van Kuiterts lievelingsdichter, Gerrit Achterberg. – Dat gaat verder dan denken: daar waar God te vinden is. In stilte. God die de rede ver te boven gaat, en zeker ook ver boven dat bizarre ‘onstuitbaar religieuze’ waar de Nederlander zich mee bezig schijnt te houden.

Bron: We blijven onstuitbaar religieus (Trouw, Letter en Geest, 6 juli 2019)

Beeld: vrijzinnigen.nl

Strip:

AntonDingemanAnton Dingeman, Trouw (8 juli 2019)

Wetenschappelijk bezielde theologie, kan dat?

science-engagedtheology

Het klinkt interessant, en dat is het ook, als je de onderzoeksvisie leest van de St. Andrews Fellows in Theology & Science. Ze willen de verkenning van een nieuwe generatie vragen – op het snijvlak van theologie, religie en de mens- en natuurwetenschappen – bevorderen. Godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes werkt sinds 1 januari 2019 als parttime postdoc (onderzoeker) aan de VU in Amsterdam, waar hij bijdraagt aan Science-Engaged Theology. Het project draait, zo vertelt Smedes op zijn blog, om de vraag waarom en hoe een ‘wetenschappelijk geïnformeerde theologie’ mogelijk is. En in zijn ogen zelfs noodzakelijk. – Dan heeft de VU aan Smedes wel een goeie!

rereamora99Ontwerp logo ‘Science-Engaged Theology’:
freelance designer rereamorra99

While previous generations have asked methodological questions—sometimes including challenges from scientists that cooperation with religion violates the norms of rationality, and from religious believers that science threatens orthodoxy—we take for granted that serious scholarly study always aspires to interdisciplinary cooperation. To be credible, theology cannot ignore the products of empirical enquiry. To this end, rather than focusing chiefly on methodological questions, we are especially interested in research that brings these disciplines together in productive and creative ways.’
(Science-Engaged Theology)

stefan_paas vuWetenschappelijk-Bezielde Theologie [mijn vertaling, PD], dat zal Bart Klink – gefascineerd als hij is door de leer over God en goddelijke zaken – interessant moeten vinden. Op mijn blog van 6 januari vond de atheïst nog dat ‘theologie kenmerken van gezonde wetenschap’ mist. Hoewel Theoloog des Vaderlands, Stefan Paas (foto: VU), dat logenstrafte, is Klink van mening dat ‘Godgeleerden het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens zijn en ze daar ook niet uit gaan komen zonder betrouwbare kenmethoden en criteria waaraan claims getoetst kunnen worden’.

bartklink2013Bart Klink krijgt in komende tijden wellicht nog meer antwoorden op een presenteerblaadje, en meer dan dat, want Science-Engaged Theology wil verder kijken dan naar theologie alleen. Ze wil de verkenning van een nieuwe generatie vragen – op het snijvlak van theologie, religie en de mens- en natuurwetenschappen – bevorderen. Dat ‘science-engaged’ zal Klink natuurlijk in twijfel trekken, maar wellicht opende de repliek van Paas hem een beetje de ogen. (foto: B.K.)

Empirisch onderzoek
T
och, om geloofwaardig te kunnen zijn, zegt Science-Engaged Theology dat de theologie de resultaten van empirisch onderzoek niet kan negeren. Daarom is ze, in plaats van zich alleen te richten op methodologische vragen, vooral geïnteresseerd in onderzoek dat deze disciplines samenbrengt op een productieve en creatieve manier. Nieuwe wegen wil ze inslaan in theologie en wetenschap: richting integratie en samenwerking.

De Schepper in een Darwinistisch universum
V
oor de Science-Engaged Theology is een theologie die volledig losstaat van de wetenschappen, een onhoudbare positie. Ze wil dan ook theologische kwesties onderzoeken in samenwerking met andere academische disciplines, terwijl ze tegelijkertijd wel een vrij stevig theologisch profiel wil behouden.
Een aantal onderzoekers wil zich bijvoorbeeld bezighouden met evolutionaire biologie; en met de evolutionaire toekomst van soorten; en met de evolutionaire geschiedenis van de mens; en ook met een theïstische interpretatie van biologische teleologie als bewijs van de Schepper in een Darwinistisch universum.

‘Spirituele technologieën’
Tevens wil men onderzoek doen naar hoe menselijke cognitie wordt beïnvloed door lichaams- en omgevingsfactoren; en hoe de discipline Theodicee middelen kan bieden om mensen te helpen hun denken te heroriënteren op een manier die het lijden draaglijker maakt; en hoe iemand zijn eigen religieuze overtuiging vorm kan geven door bijvoorbeeld het gebruik van liturgie, religieuze activiteit en andere ‘spirituele technologieën’.

Kunstmatige Intelligentie
Een fundament verkennen en ontwikkelen, wil een van de onderzoekers, voor een nieuwe integratieve benadering van wetenschap en religie op het snijvlak van theologische antropologie en kunstmatige intelligentie (AI). Een andere onderzoeksagenda ligt op het snijvlak van theologie en agro-ecologie, de wetenschap van duurzame landbouw.

taedeasmedesGeloof in God
S
cience-Engaged Theology vraagt zich ook af of bewezen kan worden dat mensen van nature geneigd zijn tot religiositeit of geloof in God. Of dat sommige mensen die neiging wel hebben, en anderen niet. En indien wel, wat de implicaties ervan dan zijn. De moeite waard lijkt dit alles voor Smedes – en interessant voor vele anderen – om bij de VU als onderzoeker aan de slag te gaan. We zullen Taede A. Smedes (foto: T.A.S.) op zijn blog nauwgezet volgen. Misschien dat het leidt tot een nieuw boek, bv. Theologie, Iets of Niets? 😉

Zie: Onderzoeksvisie voor de St Andrews Fellows in Theology & Science

Het Epos van Evolutie

dinosaurusenvahisparlesextra-terrestes

In het essay Thuis in de kosmos – met een nawoord over buitenaardse intelligentie – laat post-theïst Taede A. Smedes zien wat voor een grandioze visie in het evolutionair denken besloten ligt, berichtte ik in mijn vorige blog. Dit is deel twee. We zijn gebleven bij de Franse theoloog en filosoof Blaise Pascal bij wie de mens de ontheemde blijft, degene die strijdt tegen de leegte en zinloosheid, en daar door het denken misschien enigszins vat op krijgt. Maar de vervreemding tussen mens en kosmos wordt bij Pascal echter niet overwonnen. ‘Hoe dan verder?’ luidt de vraag van Smedes.

Eerst over buitenaardse intelligentie. Als wij niet de enige intelligente wezens in het heelal zijn, zo vraagt Smedes zich af, hoe zit het dan met de bijzonderheid van de mens? Hij verwijst naar natuur- en sterrenkundige Marco Gleiser die zegt dat we moeten accepteren dat we ‘alleen zijn in de kosmos, zo niet in absolute zin – omdat we er nooit zeker van kunnen zijn wat er zich buiten het bereik van onze instrumenten bevindt – dan wel in praktisch opzicht. Dat maakt ons heel speciaal. En het creëert een nieuw doel voor de mensheid’.

Het feit dat er wellicht miljarden civilisaties elders bestaan doet vrijwel niets af aan de uniciteit van de mens. En daarmee blijft ook de verantwoordelijkheid van de mens voor de rest van het leven op Aarde intact.’ (Smedes)

En dat doel is volgens de Smedes – die beseft dat we ook van een bovennatuurlijke God geen hulp hoeven te verwachten om de gaten die wij in de schepping maken, te komen vullen – dat we het kostbare en fragiele leven op Aarde moeten koesteren, eerbiedigen, respecteren en beschermen. Hij besluit met de opmerking dat…

‘… hoe graag sommigen het ook willen, we kunnen onze verantwoordelijkheid voor de Aarde en voor het leven erop (inclusief dat van onszelf en dat van onze naasten en onze kinderen) simpelweg niet ontlopen of afschuiven.’ (S)

Terug naar de vraag: Hoe dan verder? Dan gaat het over verwondering, mysterie en eerbied. De auteur zet iets tegenover de vervreemding tussen mens en kosmos – met de woorden van de Vlaamse filosoof Gerard Bodifée, wiens stem heel anders klinkt dan de nihilistische, die traditioneel gehoord wordt wanneer het kosmologische en evolutionaire verklaringen betreft. ‘De materie op deze planeet weigerde de opgelegde rust en kwam tot leven. Complexiteit kwam in de plaats van stabiliteit. Evolutie in plaats van eeuwigheid. Eigen wil in plaats van natuurwetten. Er is nu bewustzijn waar ooit alleen lucht, water en stenen werden gevonden’.

Biologe Ursula Goodenough is een van de helden van Smedes. De religieuze naturaliste komt ruim aan bod. Zij ziet het Epos van Evolutie niet louter als een natuurwetenschappelijke beschrijving, maar ook als een religieus, zinstichtend verhaal.

De Big Bang, de formatie van sterren en planeten, de oorsprong en evolutie van leven op deze planeet, de komst van menselijk bewustzijn en de daaruit volgende evolutie van culturen – dit is het verhaal, het ene verhaal, dat de potentie heeft om ons te verenigen, omdat het toevallig waar is.’ (Goodenough)

We zijn tot het diepst van onze vezels verknoopt met de natuur die ons heeft gebaard, zegt Smedes, en dat geeft voor religieuze naturalisten aanleiding tot gevoelens van eerbied, ontzag en verwondering, en daarmee tegelijkertijd tot nederigheid vanwege dat besef van afhankelijkheid.

thuisindekosmos

In het hoofdstuk De mens als locus van kosmisch zelfbewustzijn komt de auteur uit bij het nihilistische antwoord van Weinberg en Monod: de mens als ontheemde in een verder zwijgend en zinloos heelal. Gelukkig deelt Smedes die visie niet. Hij zegt allereerst te bedenken wat het betekent dat wij mensen kunnen nadenken over de evolutietheorie. Hij vindt dat ongelooflijk:

Van stenenslijpende oermensen hebben we ons zodanig ontwikkeld dat we instrumenten bedachten en maakten die ons vandaag de dag in staat stellen de geschiedenis van het heelal bloot te leggen en de ontwikkeling ervan te bestuderen – praktische instrumenten als optische en radiotelescopen en ruimtevaartuigen die langs planeten suizen en op kometen landen. Maar we hebben ook conceptuele instrumenten ontwikkeld zoals wetenschappelijke hypothesen en theorieën.’ (S)

De polis (de auteur verwijst naar Aristoteles) waarin de mens leeft, blijkt volgens de schrijver veel groter te zijn dan slechts de cirkel van medemensen, leden van de soort homo sapiens; hij blijkt kosmos-omvattend te zijn.

We zijn kosmopolieten in de betekenis van ‘wereldburgers’, wat niet alleen betekent dat we burgers zijn van planeet Aarde, maar burgers van een kosmos, van het universum. We zijn kosmopolieten, thuis in de kosmos! Dát is de pointe van het Epos van Evolutie.’ (S)

In Een thuis voor God zegt Smedes dat zijn essay doordrenkt is van theologie, en noemt zichzelf hierin een ‘post-theïstische’ denker, wat betekent dat hij zich als religieus beschouwt en zich als een waterdruppel beweegt in de brede stroom die het christelijk geloof door de eeuwen heen geweest is…

‘… maar dat ik het geloof in een bovennatuurlijke, persoonachtige God die zich met ieder van ons afzonderlijk bezighoudt, helemaal achter me heb gelaten als uitermate problematisch. Ik geloof niet meer in de bovennatuurlijke God van het theïsme.’

Smedes zegt dat God niet langer ‘daarboven’ is, die God is verdwenen. (Die lijkt verhuisd te zijn; dat wordt duidelijk waar Smedes verwijst naar Ette Hillesum die zich in haar ochtendgebed richtte tot de ‘radicaal immanente God in haar binnenste.’)

Het verrassende is nu dat met het feit dat God afwezig is, de werkelijkheid de plek wordt waar het heilige zich manifesteert. Ik durf het nog sterker uit te drukken: op het moment dat God ‘daarboven’ in lucht opging, lichtte de werkelijkheid om ons heen zélf op als de plek waar het heilige zich manifesteert.’ (S)

De Britse rabbijn Jonathan Sacks is voor Smedes een post-theïstische inspiratiebron, voor wie geloof niet draait om het hebben van de juiste overtuigingen, maar om het juiste handelen.

Zelfs iemand die totaal niet religieus is, maar zich inzet voor het heil van een medeschepsel, aanbidt in zekere zin God, ook als zij of hij zich daar zelf niet bewust van is of het zelfs expliciet zou ontkennen – een mooi voorbeeld van hoe in ons post-theïstische tijdperk het onderscheid tussen het religieuze en het seculiere vervloeit.’ (S)

Aan het slot van het essay stelt Smedes dat wij thuis zijn in de kosmos en het aan ons is om – religieus gesproken – een huis voor God te bouwen. Voor Sacks is dat zelfs de opdracht die de mens op Aarde heeft. Smedes laat ons met een belangrijk dilemma achter. De vraag: ‘Hoe dan verder?’ wordt opnieuw gesteld.

We kunnen die roeping in dank baarheid als een geschenk aannemen en er iets mee doen, het kosmopolitische perspectief omarmen en iets van het leven maken. Of we wachten af en staan uiteindelijk toe dat ons de keuze uiteindelijk ontnomen wordt. Kiezen we voor hoop? Of geven we ons over aan cynisme en laten we het lot beslissen?’ (S)

Thuis in de kosmos – Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. | Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49 | N.B. Absoluut het lezen de moeite waard! Ik heb de enthousiaste neiging nog meer te schrijven, maar dan doe ik onrecht aan dit verrassende, helder verwoorde essay, dat je eigenlijk van voor naar achter zelf moet lezen. En herlezen. Je wordt er geheid kosmopolitisch van! 😉

Beeld: darlyne1980.centerblog.net

‘Grandioze visie in het evolutionair denken’

HIRES_NaturalHistoryMuseum_PictureLibrary_CMYK

In zijn essay Thuis in de kosmos laat godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes zien wat voor een grandioze visie in het evolutionair denken besloten ligt. ‘Een visie die in mijn ogen door gelovigen én ongelovigen gedeeld kan worden, en die hen wellicht kan verbinden in een gedeelde visie op de zin van ons bestaan.’ Dan komen we natuurlijk Darwin tegen, en het ‘Epos van Evolutie’, en komen we via de evolutie van het heelal, evolutie van het leven op aarde en die van de mens, uit bij de mens als locus van kosmisch zelfbewustzijn en een thuis voor God. 

Darwin laat volgens Smedes zien hoe de evolutietheorie raakt aan levensbeschouwing en dat is precies wat Smedes zelf ook raakt. Het komt mij voor dat hij (mede) daardoor dit essay heeft geschreven. De evolutietheorie beschrijft en verklaart de ontwikkeling van het leven op Aarde, stelt Smedes. Bij de filosoof en theoloog komen – hoe kan het ook anders – filosofische en theologische vragen op door zijn ontmoeting met de wetenschappelijke evolutietheorie.

Door de evolutietheorie is de mens zichzelf gaan zien als een specifieke diersoort. De evolutietheorie levert interessante feiten op, maar waar we ons leven vooral door laten bepalen zijn de implicaties daarvan: wat betekent het allemaal?’

Smedes wordt geïnspireerd door, wat religieuze naturalisten en sommige wetenschappers noemen, het ‘Epos van Evolutie’: een zingevend en zinstichtend verhaal. Deze natuurwetenschappelijke geschiedenis van de evolutie van het heelal en van het leven op Aarde toont aan hoe alles met alles samenhangt, op een wijze die bij de schrijver niets minder dan een haast mystieke ervaring uitlokte. In dit essay wordt het ‘een verhaal met een verrassende twist, want de mens speelt misschien helemaal niet zo’n kleine rol in het geheel als vaak wordt gedacht…’

In het kort vertelt Smedes het natuurwetenschappelijk verhaal: over de oerknal, de eerste sterren. Hij vertelt beeldend dat het metaal van de trein waarin je zit, ooit lang geleden in de sterren is gevormd en door een supernova-explosie het heelal in werd geslingerd. En dat het later op Aarde begon te regenen: de hemelsluizen gingen open. En dat de oudste sporen van microscopisch leven van zo’n 3,5 miljard jaar geleden dateren, of misschien nog ouder zijn.

Dan gaat het over de evolutie op Aarde. Darwin komt er weer bij: hij accepteerde het idee van ‘ontwerp’ in de natuur, het idee van functioneel georganiseerde eigenschappen.

Er was dus ontwerp, maar een bovennatuurlijke Ontwerper was niet langer nodig. Dat was een tamelijk dramatisch inzicht. En dat is het voor veel gelovigen nog steeds, getuige de telkens weer opduikende pseudowetenschappelijke ideeën van bijvoorbeeld creationisten, die pogen om de evolutietheorie in diskrediet te brengen en een bovennatuurlijke, goddelijke Ontwerper als alternatieve verklaring voor biologisch ontwerp te geven.’

De auteur stelt dat de mens niet van de aap afstamt (‘zoals vaak wordt gedacht, alwéér een mythe’), maar dat mens en chimpansees een gemeenschappelijke voorouder hebben, een mensaap die tussen de vier en zeven miljoen jaar geleden op Aarde rondliep. Het idee van een gemeenschappelijke voorouder blijkt echter nog veel dieper te gaan: alle leven op aarde heeft een gemeenschappelijke voorouder.

In het ongrijpbaar diepe verleden van het leven op Aarde is ooit een eencellige geweest die de voorouder is geworden van alle leven. Het gras in de tuin, de boom in het bos, de slak op het blad, de spin voor het raam, de zebra’s, giraffen en olifanten op de Afrikaanse savanne… Al het leven op Aarde komt samen en is aan elkaar verwant door die ene eencellige die ooit, lang geleden, het eerste leven op Aarde was. Dat feit alleen al wekt diepe verwondering.’

Dan de evolutie van de mens. Dat de mens van een aap afstamt, is strikt gesproken onjuist, zegt Smedes weer en voegt er olijk aan toe:

Maar als we het wezen waar uiteindelijk ook de mens uit voortgekomen is, vandaag op straat zouden tegenkomen, dan zouden we het eerder in de dierentuin plaatsen dan in een gemeubileerd appartement.’

De mens blijkt ineens een soort te zijn – homo sapiens – met een heel eigen geschiedenis.

En dan niet een geschiedenis die slechts 6000 jaar geleden begon bij de schepping van Adam en Eva door God, maar een geschiedenis die onvoorstelbaar ver teruggaat en verstrengeld is met de geschiedenis van het leven op de Aarde, en uiteindelijk zelfs ligt ingebed in de geschiedenis van het heelal.’

thuisindekosmos

Drie krenkingen van de mens, noemt Smedes als hij naar Freud verwijst. Een kosmologische: het narcistische idee dat de mens het middelpunt van het heelal zou zijn. En een biologische: de mens blijkt niet anders of iets meer dan een dier. En een psychologische: de innerlijke vrijheid van de mens blijkt een illusie. Als klap op de vuurpijl onttoverde de wetenschap ook nog eens de kosmos en vindt de mens zich eenzaam terug te midden van het nihilisme.

Zin en betekenis worden niet langer gevonden of ontdekt. Het heelal blijkt een koude plek, zinloos, gevoelloos en doelloos opererend. En wij doen er vanuit kosmisch perspectief niet toe. Het heelal maalt niet om onze aanwezigheid.’

De mens vindt geen zin en betekenis meer, stelt Smedes, maar moet die zelf creëren. Hij verwijst naar Blaise Pascal die schreef: ‘De eeuwige stilte van deze eindeloze ruimte vervult me met angst.’ Maar, en nu wordt het interessant, zegt ook Smedes, onze hele waardigheid ligt in het denken.

Fysiek moet ik in de kosmos mijn meerdere erkennen. Maar als het op denkvermogen aankomt, op reflectie en zelfbewustzijn, ja, dan heeft de mens het overwicht.’ (Pascal)

Bij Pascal blijft de mens de ontheemde, stelt Smedes, degene die strijdt tegen de leegte en zinloosheid, en daar door het denken misschien enigszins vat op krijgt, maar de vervreemding tussen mens en kosmos wordt bij Pascal echter niet overwonnen. Tasmedes vraagt zich vervolgens af:

Hoe dan verder?’

(Wordt vervolgd)

Thuis in de kosmos – Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. |  Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49

Beeld: De Cambrische zee wemelde van nieuwe soorten dieren, zoals het roofdier Anomalocaris (midden). – Een evolutionaire uitbarsting van 540 miljoen jaar geleden vulde de zeeën met een verbazingwekkende diversiteit aan dieren. De trigger achter die revolutie komt eindelijk in beeld. (nature.com)

Evolutie en de zin van ons bestaan

Het essay Thuis in de kosmos van godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes ‘scherpt de geest van iedereen die hier wel eens over nadenkt of misschien zelfs mee worstelt. Heerlijk filosofisch leesvoer, niet alleen voor verweesde gelovigen, maar ook voor nihilistische atheïsten.’ – Een wervend commentaar van wetenschapsjournalist Govert Schilling. ‘In het onmetelijke heelal is de aarde nergens te vinden en komt de mens net kijken. Dat schuurt soms met de menselijke behoefte aan zingeving. Nergens voor nodig, aldus Smedes.’

‘Een indringend essay dat, geïnspireerd door wetenschappelijke, filosofische en religieuze inzichten, een radicaal andere manier voorstelt om naar mens en wereld te kijken die tegemoetkomt aan hedendaagse existentiële vragen’ 

Volgens Smedes is er geen enkele wetenschappelijke theorie die de mens in de afgelopen eeuwen zo aan het denken heeft gezet, op zoveel manieren en via zoveel wegen en omwegen, als de evolutietheorie.
De natuurwetenschappelijke theorie die de ontwikkeling van het leven op onze thuisplaneet Aarde beschrijft en verklaard. Zijn boek kreeg daarom ook als ‘ondertiteling’ mee: Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan. Het natuurwetenschappelijke verhaal van de evolutie van het heelal en van het leven op Aarde wordt volgens Smedes door religieuze naturalisten en sommige wetenschappers wel het Epos van Evolutie genoemd.

‘Hoewel de naam van Charles Darwin (1809-1882) helemaal met deze theorie is vergroeid, was het niet Darwin die het idee introduceerde. Het idee dat onze wereld in ontwikkeling is, is veel ouder dan Darwin en gaat terug tot de presocratische filosofen.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

Het was volgens Smedes wel Darwin die voor het eerst aan de hand van talrijke observaties beschreef aan welke wetten en mechanismen de ontwikkeling van het leven op Aarde gehoorzaamt.

‘Bovendien wees hij al heel subtiel op de implicaties die zijn theorie had voor ons wereldbeeld en mensbeeld. Daarmee raakte Darwin een gevoelige snaar in de ziel van de westerse mens. Darwins theorie raakt aan alles wat ons dierbaar is, en daarmee ook aan de vraag naar de zin van alles: de zin van het bestaan, de zin van de kosmos, de zin van mijn en van jouw leven.

‘Ik wil in dit essay laten zien wat voor een grandioze visie in het evolutionaire denken besloten ligt. Een visie die in mijn ogen door gelovigen én ongelovigen gedeeld kan worden, en die hen wellicht kan verbinden in een gedeelde visie op de zin van ons bestaan.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

De omschrijving vertelt dat het heelal miljarden jaren geleden ontstond. De eerste sterren kregen vorm en uit hun elementen kwamen planeten voort, waaronder onze Aarde. Niet lang na het ontstaan van de Aarde ontstaat er leven, dat evolueert en waarvan ook de mens een product is. Ons lichaam verraadt nog onze herkomst: 90% van de elementen uit onze lichamen is afkomstig van de eerste sterren.

‘Dit is het Epos van Evolutie, het natuurwetenschappelijke verhaal waarin verteld wordt over hoe de evolutie van het leven op Aarde ligt ingebed in de evolutie van het heelal. Dit Epos is ook een zingevend verhaal. Smedes stelt dat de mens een speciale plaats inneemt als het organisme waarin de kosmos tot zelfbewustzijn is gekomen.

Hij formuleert de contouren van een nieuw wereldbeeld en beschrijft de filosofische en ethische implicaties ervan. Een indringend essay dat, geïnspireerd door wetenschappelijke, filosofische en religieuze inzichten, een radicaal andere manier voorstelt om naar mens en wereld te kijken die tegemoetkomt aan hedendaagse existentiële vragen.’
(Uit: Thuis in de kosmos, cover)

thuisindekosmos


Het Nederlands Dagblad vraagt zich in de kritische recensie van Thuis in de kosmos af: stel dat alles toeval is: deze wereld had er niet hoeven zijn, en wij mensen ook niet; er is geen groter plan, geen God die alles bestuurt; dan is alles uiteindelijk zinloos, toch?

‘Niet waar, zegt theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes. Ook als je de evolutietheorie omarmt tot in zijn uiterste consequentie dat alles toeval is, hoef je niet per se nihilist te worden. Het ‘epos van evolutie’ draagt zin in zichzelf, betoogt Smedes in zijn essay Thuis in de kosmos. Daarmee kiest hij een middenpositie tussen de nihilistische atheïst, die mensen oproept zelf zin te scheppen, en de Godgelovige (christelijk, islamitisch of …) die de zin van zijn bestaan beschouwt als van Boven gekregen.’
(Dick Schinkelshoek, ND)  

Volgens Smedes schreef Darwin ook over de invloed van die theorie op zijn levensbeschouwing: dat de evolutietheorie van hem een atheïst maakte, is een hardnekkige mythe.

‘En nee, Darwin bekeerde zich niet op zijn sterfbed tot het christendom – ook dat is een mythe. Darwin had weliswaar theologie gestudeerd met als doel predikant te worden, maar had dit niet zozeer gedaan vanuit een innerlijke roeping: het was vooral een vlucht geweest.’

‘Theologie dus als vlucht, maar het was wel de theologie die hem tot de natuur bracht. In de tijd van Darwin waren veel theologen ‘naturalisten’, dat wil zeggen liefhebbers van de natuur die ook de natuur bestudeerden. De bestudering van de natuur was toen nog niet voorbehouden aan natuurwetenschappers (die benaming bestond nog niet), maar was deels een liefhebberij van theologen.’
(Uit: Thuis in de kosmos)

Thuis in de kosmos Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. |  Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49

Zie voor recensie: Wees heilig, want de evolutie is heilig (Nederlands Dagblad)
Beeld: martkinternational.info

Beeld Darwin: BBC / Getty Images
Update 29-09-2025 (Lay-out)