Kunstmatige intelligentie de nieuwe religie?

Robots en AI zullen onze ideeën over sterfelijkheid nog weleens flink op de proef kunnen stellen – en daarmee ook hoe we tegen religie aankijken. ‘Als mensen gaan denken dat ze met behulp van technologie onsterfelijk kunnen worden, zullen ze weinig interesse meer hebben in religie,’ zegt de Franse filosoof Raphaël Liogier. Volgens Jean-Baptiste Bonaventure zullen de ongelijkheden in de wereld alleen maar verder toenemen, aangezien zulke technologieën waarschijnlijk alleen toegankelijk worden voor de ultrarijken.  

Grote religies hoor je eigenlijk maar weinig over moderne technologieën en wat voor gevolgen die zouden kunnen voor onze ideeën over spiritualiteit, zegt Bonaventure in het artikel Waarom religies het in hun broek doen voor kunstmatige intelligentie bij Vice Media Group.

Wel zei paus Franciscus afgelopen november dat ‘robotica de wereld tot een betere plek kan maken, als ze in dienst staat van het algemene welzijn.’ Hij riep mensen op om te bidden dat kunstmatige intelligentie en robots ‘voor eeuwig de mensheid mogen dienen.’ 

Volgens filosoof en socioloog Liogier kent de paus zonder het te beseffen denkvermogen toe aan machines en dat is in strijd met het dogma van de Kerk, ‘maar goed, hij laat zich dan ook beïnvloeden door de huidige tijdgeest’. Hij denkt dat de woorden van de paus een revolutie teweeg kunnen brengen in religieuze opvattingen over de menselijke ziel, aldus Bonaventure.

Als je de ziel beschouwt als niets meer dan een verzameling mechanische onderdelen, zet je vraagtekens bij diens spirituele en goddelijke aard,’ zegt Liogier. Dat idee vormt volgens hem een bedreiging voor spirituele bewegingen. ‘De meeste religies draaien namelijk om het idee van een goddelijke ziel.’

Bisschop Paul Tighe, secretaris van de Pauselijke Raad voor Cultuur, zegt dat dit een verkeerde interpretatie is van de woorden van de paus.

Het was in wezen een poging om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie op een ethische manier plaatsvindt,’ zegt hij over de telefoon. ‘Namelijk op een manier waarbij de ongelijkheid tussen mensen niet toeneemt.’

Volgens Liogier zou het creëren van onsterfelijke AI-wezens ook nogal problematisch kunnen zijn voor religies als het boeddhisme, waarvan de aanhangers geloven dat alles – inclusief de fysieke manifestatie van onze ziel – slechts tijdelijk is.

De Tunesische wetenschapper en politicus Faouzia Charfi gelooft dat kunstmatige intelligentie zelf ook een nieuwe vorm van religie zou kunnen worden.

Kunstmatige intelligentie is gevaarlijk, misschien nog wel gevaarlijker dan bestaande religies, omdat er veel vooroordelen in schuil kunnen gaan,’ zegt ze aan de telefoon. ‘De vraag is ook wie erbij gebaat is als kunstmatige intelligentie zo sterk wordt. AI is niet neutraal, en dat zal het ook nooit zijn.’

Bonaventure vraagt zich ten slotte af wat er precies van de traditionele religies zal overblijven als we kunstmatige intelligentie definitief in ons hart hebben gesloten.

Het idee dat we op een dag beschermd zullen worden door een kunstmatig intelligent wezen is tegenwoordig helemaal niet meer zo vergezocht.’

Zie: Waarom religies het in hun broek doen voor kunstmatige intelligentie (Vice, Franse editie, 17 februari 2021)

Beeld: CIP

‘Een grootse visie op dé zin van het leven’

zinvanhetleven

Criticus van het Nieuwe Atheïsme, Terry Eagleton, vraagt zich af of het waar is dat als er geen hogere instantie is – waarvan God wel de allerhoogste was – de wereld zinledig zou zijn, een wereld van brute krachten die in een darwinistisch universum een strijd op leven en dood voeren. Filosofie Magazine interviewt deze ‘sprekende denker’. ‘Iedere eerstejaars theologiestudent zou lachen om Richard Dawkins’ beeld van God.’

Hij [Dawkins, PD] denkt dat het dogma van de creatie betrekking heeft op hoe de wereld begon. Dawkins sluit hier aan bij een standaardkarikatuur. Zou hij die lage intellectuele standaard ook accepteren als het ging om biologie? Nee, natuurlijk niet. Hij zet een stropop neer, die hij eenvoudig omver kan werpen. Maar daar wil hij niet met mij over debatteren.’

Het christendom, zo stelt Eagleton in het juli/augustusnummer van Filosofie Magazine, biedt een andere versie van God, als slachtoffer, iemand die lijdt, een dakloze, iemand die strijdt voor rechtvaardigheid – dat is de christelijke God, en dat is ook de God waar we aan moeten denken als het gaat om de zin van het leven. De zin van het leven ziet de katholiek en kritisch-marxistisch in godsdienst, omdat die ons weer verwijst naar de betekenis van het gewone leven.

Juist in religie is ruimte voor liefde, voor geluk, voor de zaken die bijna iedereen noemt als het gaat om een zinvol leven, maar waarvan we ons soms vertwijfeld afvragen of dat alles is wat er is. De verhalen uit het Evangelie, maar overigens ook de literatuur en de kunst, geven een nieuwe glans aan het banale.’

Eagleton, schrijver van The Meaning of Life, zegt dat als je ouder wordt, en veel meemaakt, je verandert. Daardoor heeft hij veel meer gevoel gekregen voor het geloof, waarin juist ruimte is voor dat verdriet en die kwetsbaarheid, en voor de dood. Hij probeert te leven met de dood.

Dat wil niet zeggen dat ik niet bang ben. Dat ben ik wel. Maar je moet het op een akkoordje gooien met de dood, zoals je dat moet doen met alles wat onvermijdelijk is: of je raakt verbitterd en boos als je mensen om je heen ziet sterven, of je komt tot een relatie met de dood, een modus vivendi – dat is een centraal uitganspunt in het christendom.’

Eagleton stelt dat we ten onrechte het christendom zien als een vorm van wereldverzaking die alle hoop vestigt op het leven na de dood, maar hij vindt dat obsceen: verlangen naar de dood, omdat alleen onze doodsdrift naar de dood verlangt.

meaninglife

Jezus’ belangrijkste activiteit in het Evangelie is niet rondreizen en zeggen wat een geweldige kerel hij is. Hij doet wat anders: hij geneest mensen. Hij heeft wel oog voor het lijden, maar hij adviseert ze om zich nooit te verzoenen met het lijden. Hij ziet lijden als een tegenstander, en het koninkrijk Gods als iets wat inbreekt in het lijden, wat er iets aan doet. Er is dus geen morbide cultus van lijden, en geen keuze voor een volgend leven waarin alles beter is.’

Het bewustzijn van sterfelijkheid is volgens Eagleton niet hetzelfde als een fetisj maken van kwetsbaarheid, en stelt dat dit wel altijd het gevaar is, dat we het lijden zien als het allerhoogste. Volgens auteur Florentijn van Rootselaar, van Filosofie Magazine, concludeert Eagleton dat de alomtegenwoordige dood ons ook laat inzien hoe afhankelijk we zijn van anderen.

Als Paulus schrijft dat een belangrijk deel van ons is dat we elk moment sterven – zo merkt Eagleton op in zijn boekje over de zin van het leven – dan bedoelt hij daar misschien wel mee dat we voortdurend moeten sterven voor anderen. Een goed leven is een leven waarin we oog hebben voor de nood van anderen, en ons eigen verlangen soms opgeven om die nood te kunnen lenigen. ‘Daarom is goed leven een oefening in sterven.’

Het is dus precies in die liefde voor anderen waarin de Engelse literatuurwetenschapper een goede kandidaat ziet voor de zin van het leven, zo stelt Rootselaar. Filosofie Magazine kopt: ‘Een grootse visie op dé zin van het leven’.

Het is een conclusie die we in een filosofische queeste naar de zin van het leven kunnen vergeten, zegt Eagleton. En het is een opvatting die vele handelaars in zin van het leven niet zal bevallen, het is bepaald niet glorieus of diep, en misschien wel triviaal – maar wel heel waar!’

Naast liefde is geluk ook een belangrijk uitgangspunt, zegt Eagleton, als de zin van het leven in het samenleven zit, en hij heeft het dan over Aristoteles; niet op het geluk wat wij in onze liberale, individualistische tijd onder geluk verstaan.

‘Tegenwoordig zien we geluk vaak als een toestand van ons brein. Maar bij Aristoteles is het een staat van de ziel die niet alleen betrekking heeft op een soort innerlijke toestand van de mens, maar ook op handelen in de wereld.’

zinvanhetleven2Als een belangrijk gevolg van die sociale opvatting van geluk, stelt Eagleton dat geluk – en daarmee ook de zin van het leven – ook een politieke kwestie wordt, geen zaak die je thuis maar probeert na te streven.

Je moet vrij zijn om je creatieve krachten te gebruiken; dat idee is minder vanzelfsprekend voor mensen die zin, meer op een individualistisch manier, meer liberaal, zien als een persoonlijke of louter een innerlijke kwestie.’

Eagleton gebruikt de metafoor van muziek, een beeld van een jazzband.

Ieder individu drukt zich uit, maar tegelijkertijd geeft ieders expressie de ruimte aan de ander om zich weer uit te drukken. Improviseren lukt alleen als je gevoelig bent voor de ander. Zo kun je elkaar tot grote hoogten sturen. Je realiseert jezelf door je te verliezen in de muziek. Dat is een heel marxistisch idee. De ontwikkeling van iedereen is een voorwaarde voor de ontwikkeling van anderen. Dat is lang geen slecht ideaal.’

Zie: ‘We denken als consumenten over de zin van het leven’ (Met dank aan Radbout Reflects)
Beeld: Google afbeeldingen
Cartoon:
Patrick Chappatte