‘De mens slaapt en als hij sterft ontwaakt hij’


Ibn Arabi

De twaalfde-eeuwse soefi Ibn Arabi is weg van deze uitspraak van profeet Mohammed: ‘De mens slaapt en als hij sterft ontwaakt hij.’ En Ibn Arabi doet er nog een schepje bovenop: mensen die in dat ene moment zijn blijven hangen zijn verveeld geraakt, versuft en in slaap gesukkeld. ‘Ze dromen in een droom.’ – Onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, Cornelis van Lit, expert op het gebied van de islamitische filosofie, heeft de afgelopen vier jaar gewerkt aan ‘de notie van verbeelding bij Ibn Arabi’.

 ‘Saaie tijd, fascinerend moment:
Ibn Arabi over fascinatie terugbrengen in je leven
(Utrecht Religie Forum, Universiteit Utrecht)

De mens slaapt en als hij sterft ontwaakt hij’. Dit doet mij ook denken aan het hindoeïsme. In de Vedische geschriften uit het oude India wordt heel intrigerend gesproken van ‘wakker worden’ in plaats van ‘doodgaan’. De Indiase schrijver, mysticus en wijsgeer Rabindranath Tagore (Nobelprijswinnaar voor de Literatuur 1913) zei: ‘De dood is niet het doven van het licht, maar het uitblazen van de lamp omdat de dag is aangebroken.’

‘Ze dromen in een droom.’
Ons ontworstelen aan aardse gedachtegangen en de rijkheid van Gods herschepping inzien is opwindend en werkelijk een ontwaking. We ontwaken dan uit de droom in een droom. Zo verwoordt Ibn Arabi dat het mystieke inzicht dat God elke keer weer alles herschept ook niet alles is! We dromen namelijk nog steeds, tot het moment dat we werkelijk ontwaken en de natuurlijke wereld voorgoed achter ons laten.’

Mystieke inzichten
Ibn Arabi (1165 – 1240) – ‘de grootste van alle moslimfilosofen – volgde mystieke inzichten op en smeedde ze daarna om in filosofische systemen. De soefi begon, zo vertelt Van Lit, met de observatie dat eigenlijk alles dat we in deze wereld kennen komt en vergaat. In die zin zijn de dingen om ons heen het ene moment bestaand en op een later moment niet-bestaand.

Daar bovenuit stijgend staat God, die altijd bestaat. Sterker nog, zo beredeneert Ibn Arabi afgaande op mystieke inzichten: God herschept de hele kosmos elke micro-seconde, elk miniem momentje, opnieuw. Dat we voort blijven bestaan is te danken aan de continue herscheppende goedheid van God.’


Taj Mahal

‘Vriend van God’
Ibn Arabi – op zijn ideeën is het ontwerp van de Taj Mahal, uit de 17e eeuw, gebaseerd – zinspeelt vaak op het verschil tussen mystiek en filosofie, ervaring en beredenering, gevoel en verstand, ook bij tijd. Dat God elk moment alles herschept is iets dat je aan moet voelen, vervolgt Van Lit de gedachtegangen van de soefi. Je kunt dat ervaren door God in gebed of meditatie te naderen, door een ‘vriend van God’ (wali Allah) te worden. Discrete tijd is dan ook waarneembaar voor mystici. Ben je echter alleen met je hoofd bezig en probeer je slechts te beredeneren, dan neem je aan dat tijd continu is.

Het idee van continue tijd wil Ibn Arabi niet per se afschieten als onzinnig. Toch wil hij de lezer uitdagen en noemt een interpretatie van tijd als continu saai, ontstaan uit verveling. De verveling zit hem erin, volgens Ibn Arabi, dat we als het ware blijven hangen in één zo’n moment dat God heeft geschapen.

Terwijl de schepping van God alweer vele malen voorbij is gekomen, denkt iemand die iets teveel op zijn verstand afgaat dat we nog steeds in dat ene, eerdere moment leven. Hij of zij verheft dat ene moment tot het enige moment. Daarmee gaat het inzicht verloren dat er nog zoveel meer momenten zijn, dat de schepping van God nog zoveel rijker is.’


Cornelis van Lit

Islamoloog Cornelis van Lit werkt aan de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de wisselwerking van filosofie, theologie en mystiek in de late middeleeuwen, onder andere bij Al-Ghazali, Suhrawardi en Ibn Arabi. Tevens heeft hij een voortrekkersrol in de integratie van digitale methoden en data analyses in de geesteswetenschappen.

Van Lit werkte van 2018 – 2022 aan de geschriften van de middeleeuwse soefi-denker Ibn Arabi en zijn commentatoren, met name aan hun notie van  alam al-mithal (beeldwereld) en, meer in het algemeen, hun denken over de functie van de verbeelding. Hij is gepatroneerd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Waarschijnlijk horen we binnenkort meer van hem over Ibn Arabi.

Bronnen:
* Saaie tijd, fascinerend moment: Ibn Arabi over fascinatie terugbrengen in je leven (Utrecht Religie Forum – Universiteit Utrecht)
* The Digital Orientalist

Gerelateerd:
* Al-Ghazali, inspiratiebron voor miljoenen moslims
* Doodgaan is wakker worden

Beeld: Ibn Arabi (teemtiquotes.com)
Beeld Taj Mahal: 6 maart 2004 (Dhirad, commons wikimedia)
Beeld Cornelis van Lit: digitalorientalist.com

‘Christendom is een vorm van atheïsme’

De Franse filosoof Jean-Luc Nancy vroeg zich af of, als het al waar is dat het geloof in het bestaan van God in een moderne, seculiere wereld steeds minder een rol van betekenis speelt, daarmee dan ook het christendom, en in bredere zin de monotheïstische religies, van het toneel zijn verdwenen. Nancy (1940 – 2021) groeide uit tot een van Frankrijks internationaal meest gelezen filosofen en was emeritus hoogleraar in Straatsburg. Het ‘nieuws van Gods dood’, om met Nietzsche te spreken, verkondigde Nancy al ver voordat de moderne geschiedenis haar aanvang nam. 

‘Het monotheïsme laat zich steeds meer van zijn atheïstische kant zien.’
(Jean-Luc Nancy)

Filosoof, religiewetenschapper en theoloog Laurens ten Kate stelt in Filosofie Magazine dat volgens Nancy het christendom zelf heeft bijgedragen aan het seculariseringsproces. ‘Sterker nog, het christendom komt voor Nancy neer op een vorm van atheïsme.’

De vraag of met God ook het christendom verdwenen zou zijn, is voor Nancy zo belangrijk omdat er naar zijn inzicht iets vreemds aan de hand is met die christelijke God. Iets wat zelfs zo vreemd is dat het nog maar de vraag of God wel verdwenen is uit de seculiere wereld.’

Ten Kate zegt in zijn essay dat Nancy deze vreemdheid van het christendom in zijn project van een deconstructie van het monotheïsme onderzoekt, waarbij hij vooral het christendom centraal stelt. Ten Kate gaat in op de eigenzinnige manier waarop Nancy over religie denkt, tegen de achtergrond van een schijnbaar seculiere wereld. Deconstructie is geen destructie, zegt hij.

Nancy’s project beoogt niet zozeer een deconstructie van de christelijke religie op zich, maar is een verkenning van de deconstructieve elementen die deze religie in zich draagt, elementen die ook in de andere monotheïstische religies gevonden kunnen worden.’

Nancy demonteert dus het monotheïsme en monteert dat opnieuw. Hij ontdekt dat de monotheïstische tradities ‘werelds’, profaan worden: met andere woorden, ze doen mee in de geschiedenis van de secularisering.

En die verborgen ‘montage’ is misschien, paradoxaal genoeg, juist iets wat voorbij het monotheïsme ligt, als datgene wat wij nog moeten ontdekken en doordenken: dat namelijk het monotheïsme in een proces van mondialisering is betrokken waarin het zich steeds meer van zijn atheïstische kant laat zien.’
(Nancy)


Jean-Luc Nancy

Aan de hand van de schepping en incarnatie gaat Ten Kate vervolgens in op de vraag hoe religies profaan kunnen worden.

De scheppingsleer introduceert een God die eigenlijk geen God wil zijn, maar intiem met de mens als partner wil leven in de schepping. Tegelijkertijd is de monotheïstische God een God die zich, in tegenstelling tot de mythische goden, niet meer wil bemoeien met de wereld en zich daaruit terugtrekt.’

Incarnatie komt specifiek uit de christelijke traditie omdat het over de Christusfiguur gaat: de incarnatie, dat wil zeggen de menswording.

Nancy ziet incarnatie letterlijk: als lichaam-wording, en niet alleen als menswording. Daarmee ‘atheïseert’ God zich – seculariseert hij zich, waardoor iedere vorm van ‘funderende aanwezigheid’ verdwijnt.’

De incarnatie moet niet als een vorm van representatie begrepen worden, alsof de Zoon de vertegenwoordiger van God zou zijn. God en mens vallen in de Christusfiguur volledig samen, en als God wordt God ‘niets’, nihil. 

De incarnatie is niet een beeld of verbeelding van God in menselijke vermomming, maar ze is het beeld van de ‘beeldloosheid’, ja, de afwezigheid van God. God sterft, om zo te zeggen, in de mens, om in die mens als mens weer te herleven en vervolgens als mens te sterven. Dat is de vreemde dialectiek van de dood van God, die zijn concrete, dramatische symbool krijgt in Christus’ dood aan het kruis.’


Laurens ten Kate

De dood van God in de incarnatie krijgt een onmiddellijk vervolg in de dood van de mens in wie hij zich had geïncarneerd: de dood van Christus. De incarnatie, zoals Nancy deze interpreteert, is niet een uniek historisch feit (een soort goddelijk ingrijpen in de wereld om de ‘zonden’ van de mensheid weg te wassen), maar het feit dat ‘het goddelijke in mensen een dimensie wordt van terugtrekking, van afwezigheid en zelfs van de dood’.

De dimensie van terugtrekking is als een opening – een dis-enclosure – in de rede, die de grenzen die de rede voor zichzelf stelt, openbreekt. Deze opening wijst niet naar een of andere goddelijke transcendentie die de rede van een laatste fundament zou voorzien, maar precies naar de leegte die de afwezigheid van zo’n transcendentie achterlaat. Deze opening is zelf de transcendentie.’

Nancy komt tot een nieuw perspectief op het monotheïsme als atheïsme: niet een atheïsme dat het bestaan van God ontkent, maar een ‘absentheïsme’, zoals Nancy het soms noemt, waarin de absentie in de presentie, het wonder in de wereld wordt verbeeld als verwijzing. Het verwijst naar het ontoonbare.

Zie:
* Ten geleide: Jean-Luc Nancy
(Filosofie Magazine)
* God uit het niets
(Filosofie Magazine)


Beeld: Jean-Luc Nancy, What is a theological concept?
Foto Jean-Luc Nancy: philosophieliterature.blogspot.com
Foto Laurens ten Kate: Kirsten den Boef (Universiteit voor Humanistiek)

Zondag 16 oktober DV: ‘Christendom mede schuldig aan ontkenning van wie we ten diepste zijn’

‘God is veel groter dan je kunt denken’

Wie de natuurwetenschappen volgt, concludeert dat de mens toevallig uit chaos is ontstaan, zegt Heino Falcke, hoogleraar astrodeeltjesfysica en radioastronomie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Oké, is dan zijn vraag, maar hoe zit dat dan met abstracte begrippen als geloof, hoop, liefde, toewijding en betekenis? Sommige wetenschappers antwoorden dan: dat is gewoon allemaal illusie. Dat vindt Falcke te kort door de bocht.

Jasper Van Den Bovenkamp interviewde eind november zwartegatfotograaf Heino Falcke over de vraag of de ontdekking van buitenaards leven zijn geloof zal opschudden. ‘Als God ergens anders leven geschapen zou hebben, dan mogen wij hem dat niet verbieden. Dat gaat mijn geloof totaal niet veranderen.’

Falcke zegt er moeite mee te hebben als mensen hem gaan voorschrijven hoe hij zijn vak moet uitoefenen, bijvoorbeeld door stellig te beweren dat de natuurwetenschap het bij het verkeerde eind heeft, omdat het ‘in de Bijbel anders staat opgeschreven’. Volgens Falcke maakt iedereen, of hij het nu wil of niet, gebruik van de natuurwetenschap. Mensen die dit blog lezen, genieten er volgens hem van omdat het artikel met digitale middelen gemaakt en te lezen is, waarbij gebruik is gemaakt van de kwantumfysica, en wanneer dat via wifi was, is er geprofiteerd van ontwikkelingen in de radiosterrenkunde. 

Dit blog is in letters en leestekens geordende kwantumfysica-chaos’.
(Heino Falcke)

De foto van het zwarte gat voelde voor Falcke alsof hij keek naar ‘de poorten van de hel’, naar ‘het einde van ruimte en tijd’.

In grote zwarte gaten kun je in principe door de waarnemingshorizon reizen zonder uiteengereten te worden. En juist daar ligt de associatie met de hel: je ‘leeft’ nog en je ziet de wereld, maar je kunt niet communiceren.’

Falcke, die onderzoek doet naar de grenzen van het heelal en superzware zwarte gaten, reageerde hiermee op een uitspraak van de Amerikaanse hoogleraar natuurkunde George Smoot, die fluctuaties in de kosmische achtergrondstraling ontdekte: de warmtestraling die uitgezonden is kort na de oerknal. Hierover zei Smoot: ‘We’re looking at the face of God.’ Falcke is in het heelal niet op zoek naar God, want die heeft hij al gevonden.

In gebed, in openbaring, in persoonlijke ervaringen. Ik heb het heelal daar niet voor nodig. Tegelijk zeg ik daarbij: als ik met gelovige ogen naar de ruimte kijk, ontdek ik prachtige dingen over God, over de schoonheid van zijn schepping.’

In die zin is de wetenschap die Falcke bedrijft voor hem persoonlijk een verrijking van zijn geloof. Het heelal is van een omvang die het menselijk denkvermogen overstijgt.

Als je achter die onmetelijke ruimte dan in een schepper gelooft, zegt dat ook iets over wie God is. In de natuurwetenschap leer je dat je heel veel dingen kunt ontdekken, maar dat je nooit alles kunt zien; we kunnen slechts kijken zover het licht gaat.’

Betekenis bestaat, denkt Falcke, alleen al vanwege het feit dat we ernaar zoeken. Meer wetenschappelijk denkend vraag hij zich af:

Als natuurwetten altijd onveranderd zijn gebleven, en alles is onderhevig aan die natuurwetten, dan móéten er toch ook altijd betekenis, geloof, hoop en liefde zijn geweest? Ze kunnen niet pas door de mens bedacht zijn.’

Volgens de hoogleraar sluit de oerknaltheorie goed aan op de Bijbel omdat er immers één oorsprong is, één schepping. De vraag naar meerdere heelallen vindt hij eigenlijk niet alleen een wetenschappelijke, maar ook een door filosofische overtuigingen gemotiveerde kwestie waarbij men de schepper definitief in de doodskist wil stoppen.

De achterliggende gedachte luidt namelijk: als er meer heelallen zijn, moet de oerknal van tafel en daarmee ook God. Maar zelfs dan ben je God niet kwijt, want: waar komen dan de heelallen vandaan? (…) Je moet je altijd realiseren dat God veel groter is dan je kunt denken.’

Zie voor het uitgebreide interview: Wetenschapper en zwartegatfotograaf Heino Falcke is christen. Zal de ontdekking van buitenaards leven zijn geloof opschudden? ‘Wat een flauwekul, daar lach ik om’ (Reporters Online, door Jasper Van Den Bovenkamp)

Beeld: In april 2019 presenteerde het EHT-team de eerste foto van de schaduw van een zwart gat ooit. Heino Falcke, een van de grondleggers van de Event Horizon Telescope (EHT), is blij met de toekenning van de Group Achievement Award voor buitengewone prestaties door grote consortia in alle deelgebieden van de astronomie: ‘Op een moment dat de wereld uit elkaar lijkt te vallen, is het een belangrijk signaal dat de Britse Royal Astronomical Society (RAS) een wetenschappelijk resultaat erkent waarbij de wereld letterlijk samen moest komen om te bereiken wat onbereikbaar leek, en te zien wat onzichtbaar leek.’ (Universiteit Leiden)

‘Wetenschap doet niets af aan verwondering’

Natuurwetenschapper en theoloog Rolie Barth schreef in 12 jaar tijd het kloeke boek De kosmos en het leven, een Meesterwerk, waarin hij op zoek gaat naar een natuurlijke verbinding tussen geloof en natuurwetenschap. Hij is tot de overtuiging gekomen dat God de wereld heeft geschapen langs de weg van een bouwproces, waarvan Hij de Bouwmeester is. De basis onder zijn studie ligt in verwondering, waarvan hij zegt dat als iets wetenschappelijk kan worden verklaard de verwondering niet hoeft te verdwijnen. Dat anderen dat soms wel beweren, vind hij een rare gedachte.

Bijzonder is ook dat je ingewikkelde problemen met eenvoudig ogende wiskundige vergelijkingen kunt beschrijven. Hoe meer je weet, hoe meer je verwonderd raakt over Gods schepping.’
(ND)

Het scheppend bezig zijn van God kun je echter niet met een paar wiskundige formules in kaart brengen, zegt Barth: ‘Verdiep je bijvoorbeeld maar eens een maand in de samenstelling van water, dat is zo ingewikkeld en complex, maar ook zo mooi.’

Newton kon verklaren waarom de aarde in een ellipsvormige baan om de zon draait. De verleiding is er dan om God er buiten te laten. Maar wiskunde kan dan wel een voldoende verklaring bieden, maar nooit een volledige verklaring. Denk alleen aan het fenomeen van de tijd. Augustinus zei al dat de tijd in feite niet bestaat.’
(ND)

Als kerntekst voor de gedachte ‘van voortgaande schepping, met het oog op het bewoonbaar maken van de aarde’ noemt de natuurwetenschapper Jesaja 45 vers 18, waar staat dat God de aarde heeft gemaakt, niet als chaos maar om haar te bewonen. Voor de natuurwetenschapper was dat een eyeopener. Die tekst zegt hem veel over hoe de Bijbel Gods scheppingswerk ziet.

Fantastisch vindt Barth het, wat natuurwetenschappers hebben ontdekt over de kosmos, sterren, planeten en het leven op aarde: een waar Meesterwerk, in twee opzichten.

Hoe bijzonder is het niet dat mensen de structuren en natuurwetten van de kosmos zo diepgaand hebben kunnen doorgronden? En hoe meesterlijk is de kosmos met al zijn structuren niet opgebouwd? Daarom is verwondering een belangrijke motivatie geweest om dit boek te schrijven. Ik hoop dat u of jij als lezer een diepe verwondering zult ervaren door mee te kijken naar de geheimen van de kosmos en het leven.’
(Uit: De kosmos en het leven, een Meesterwerk)


In dit boek geeft Barth een zeer compleet overzicht van wat er bekend is over de oorsprong en ontwikkeling van het heelal, het leven op aarde, en de mens.

Dit doet hij vanuit zowel het perspectief van de natuurwetenschap als vanuit een theologisch perspectief, waarbij hij die beide duidelijk ziet als delen van één werkelijkheid, zij het ieder met zijn eigen zeggingskracht en beperkingen.’
Dr. Marnix Medema, universitair docent Bioinformatica aan de Wageningen Universiteit en gasthoogleraar theoretische biologie aan de Universiteit Leiden.)

Heel indringend is zijn bespreking van het lijden in de wereld. Erkennen dat God de wereld als een bewoonbaar ‘huis’ voor mens en dier heeft gemaakt, roept de vraag op: hoe veilig is het huis?

De benadering van Barth is dat God om een leefbare kosmos te krijgen wel de mogelijkheid moest inbouwen dat er ook lijden kan bestaan. Maar het is wel een lijden waarin God zelf meelijdt. Christus die ons lijden doorlijdt als een pijn in Gods hart. Aansprekend en bemoedigend is zijn persoonlijke ervaring aan het slot van de hoofdstukken over het lijden.’
(Drs. Wim G. Rietkerk, theoloog, auteur en opiniemaker. Voorheen directeur van l’Abri internationaal.)

De kosmos en het leven, een Meesterwerk | Rolie Barth | Buijten & Schipperheijn | Paperback |  9789463690737 |  Druk: 1 |  juni 2021 | 544 pagina’s | € 35 | ‘Het is een prachtig boek geworden met veel illustraties, alles full colour. In drie delen schrijft Rolie over de kosmos, het leven en de mens. Daarbij zoekt Rolie de verbinding tussen wetenschappelijke natuurkennis en theologische inzichten. Dit is een diepgravend boek geworden dat moeilijke vragen niet uit de weg gaat.’ (s-gravendeel.net)

YouTube: De kosmos en het leven, een Meesterwerk
Zie ook: ‘De schepping is een bouwproces’ (ND) – of via Blendle.
Beeld: Heelal (filosoferenvoorkinderen.blogspot.com)

Iets wat ons begrip te boven gaat

Filosoof René van Woudenberg maakt altijd onderscheid tussen het weten dat er iets is, en het weten wat de precieze aard ervan is. ‘Wij geloven bijvoorbeeld dat er gedachten bestaan. Ik denk dingen, jij denkt dingen, ik denk dat jij bepaalde dingen denkt. Dus, wij zijn het erover eens, er zijn gedachten.’ Van Woudenberg filosofeert hierover verder in een interview in De Nieuwe Koers van afgelopen september. Hij ­gelooft dat de mens de kroon van de ­schepping is, maar tevens ook het meest verschrikkelijke roofdier.

René van Woudenberg
is ook hoogleraar kentheorie en ontologie en denkt door over gedachten. Als je hem vraagt wat dat nou precies zijn, zegt hij of we dan gaan praten over hersenstroompjes. Hersenprocessen? Er vindt van alles plaats in onze breinen, maar hebben we daarmee begrepen wat een gedachte is?

Nee, het zijn mysterieuze dingen, maar dat betekent niet dat we eraan hoeven twijfelen of ze bestaan. Zo aanvaard ik fundamentele dogma’s zoals de menswording en de verzoening als reëel, ook al begrijp ik lang niet hoe dat precies kan, dat God mens wordt, en hoe dat precies werkt dat door het sterven van Christus verzoening plaats heeft gevonden. Ik ken hier verschillende theorieën over, sommige erg goede zelfs, maar er blijft iets in wat het begrijpen te boven gaat.’

Het verwondert Van Woudenberg hoe de wetenschap laat zien hoe onbegrijpelijk alles is.

Er is inmiddels bijvoorbeeld een hele dierentuin aan elementaire deeltjes gedefinieerd, waarvan sommige wetenschappers zich afvragen: hebben we het hier eigenlijk nog wel over fysisch materiaal? Intuïtief zeg je: dit is geen materie meer. Het is iets anders; roterende ladingen of zo. Als ik onderzoek hierover lees, denk ik: wordt het nu begrijpelijker? Of mysterieuzer?’

De filosoof vindt dat mensen bezig zijn de planeet naar de ondergang te helpen. Dat stemt hem somber, maar tegelijkertijd gelooft hij ook dat ieder mens goddelijke schepping is, beelddrager van Hem en iemand met wie Hij het gesprek begonnen is. Daar zit voor hem de grootste spanning.

Mijn geloof dat er een hoopvolle toekomst is, staat tegenover mijn totale scepsis over het weten hoe dat gerealiseerd gaat worden.’

Interviewer Felix de Fijter vindt de gedachte van Van Woudenberg dat de mens een roofdier is, iets om moedeloos van te worden. Maar dan noemt Van Woudenberg toch de hoop, uitgedrukt in ons klagen. De Bijbel verwoordt voor hem die weeklacht. Een heel boek gaat in de Bijbel over klagen. Maar een wezenlijke, authentieke klacht noemt hij de erkenning van een waarde. Hij verwijst naar de Klaagliederen.

We moeten geen zeurpieten worden, maar een echte klacht, ik denk dat dat voor onze zielen iets heel goeds is. Want in die klacht wordt ook hoop uitgedrukt; hoop die voorbij al onze scepsis reikt.’

Volgens Van Woudenberg appelleert het christelijk geloof aan verlangen en hoop. Zou dat alles zijn? Iets van concrete actie, mag dat ook? Want met klagen, verlangen en hopen alleen bereik je niets. In het interview verwijst de hoogleraar naar Augustinus die zei dat ‘een verlangen dat mensen in beweging krijgt misschien wel van God komt’. Die beweging moet blijkbaar met God beginnen. Volgens Van Woudenberg is ‘God met ieder mens het gesprek al begonnen; ook al kun je dat zelf niet aanwijzen’. 
Hopelijk zijn het geen vrijblijvende gesprekken.

Zie: ‘Ineens kreeg ik de grote diepte onder mijn voeten in de gaten’ (De Nieuwe Koers) – of via Blendle.

Beeld: Alfons Schuler (Pixabay)

Oer, een (r)evolutionair scheppingsverhaal

Oer_1200x628-kaal-670x351

Natuurkundige Cees Dekker, tekstschrijver Corien Oranje en theoloog Gijsbert van den Brink schreven samen, vanuit christelijk perspectief, een scheppingsverhaal waarin geloof en evolutie samenkomen. Oer, het grote verhaal van nul tot nu ligt vanaf vandaag in de winkel en stopt 14 miljard jaar in 160 pagina’s, ‘historisch en spannend’. ‘De twee onbekenden vertelden me over vroeger, over het begin van de tijd en van de ruimte, vele tijdperken geleden. Ze vertelden me over iemand die ze Schepper noemden, en aan wie ik blijkbaar mijn bestaan te danken had. Het was een bizar verhaal, en ik vond het moeilijk om het te geloven.’

Wat een ongelofelijke reis. Wat een duizelingwekkende rollercoaster. Een avontuur dat bijna veertien miljard jaar geleden begon, en dat zo vaak dreigde te mislukken dat het een regelrecht wonder is dat ik er nog ben. Ik had er ondanks alles geen seconde van willen missen. En het beste moet nog komen. ‘Laat het opschrijven,’ zeiden mijn vrienden. ‘Voor wie dan?’ vroeg ik. ‘Jullie waren er zelf ook bij.’ ‘Voor de mensen,’ zeiden ze. ‘Doe het voor hen, want het is niet alleen ons verhaal, het is ook hun verhaal. Ze moeten het weten, ze komen immers nog maar net kijken. Vertel ze wat we hebben meegemaakt.’ Ik was niet meteen enthousiast over het idee. ‘Homo sapiens? Ze zijn zo beperkt. Ze kunnen het niet bevatten.’ ‘Geeft niet,’ zeiden ze. ‘Gebruik hun taal, gebruik woorden die zij kunnen begrijpen. Probeer het gewoon, Pro. Als ze maar een heel klein beetje een idee krijgen.’
(Uit Proloog, in Oer
)

Corien Oranje vertelt op haar website dat de hoofdpersoon een proton is, dat in de eerste seconden na de oerknal ontstaat. Zij moest zich dus verdiepen in wat er allemaal gebeurde in die eerste tijdperken na de oerknal, in molecuulvorming, in de werking van DNA, in het ontstaan van de aarde en het ontstaan van het leven, en in de Bijbel.

Maar ik ben blij dat ik me erin heb vastgebeten, want het was fascinerende stof, en ik ben die stokoude protonen, neutronen en zelfs de elektronen toch meer gaan waarderen.’
(Corien Oranje)

Ik weet het niet,’ zegt Proton, ergens in het begin van het verhaal. Hij wilde dat hij scherpzinniger was, dat hij precies kon begrijpen wat Achaton hem vertelde, dat hij gevatte antwoorden kon geven, maar het lukte hem niet.

Dan hadden we jou hier niet gezien. Laten we het daarop houden.’ ‘Maar het mooie was,’ zei Kalon, ‘de krachten bleken onderling perfect op elkaar afgestemd. De zwaartekracht, de elektromagnetische kracht, de sterke en de zwakke kernkracht: de Schepper heeft ervoor gezorgd dat ze vrienden zijn geworden.’ ‘Nou …’ zei Achaton. ‘Vrienden …’ ‘Oké, vrienden is misschien te sterk uitgedrukt. Collega’s dan, een team. Partners. Ze voelen elkaar perfect aan, alsof ze altijd al hebben samengewerkt. Met z’n vieren voeren ze één grote dans uit ter ere van de Schepper.’
(Uit Oer, in Oer)

Het was al te laat,’ zegt verteller Proton, verderop in Oer. Hij vertelt dan over de nanoseconde die voorafging aan een botsing.

We konden elkaar niet ontwijken. In de nanoseconde voorafgaand aan de botsing voelde ik geen angst, hooguit teleurstelling, dat dit het was, dat het allemaal voorbij was nog voor het goed en wel begonnen was. Ik zou er niet achter komen wat het plan was, waarover Kalon en Achaton het gehad hadden, dat plan van de Schepper. Ik zou nooit te weten komen wat de bedoeling was van dit heelal. De klap was hevig. Heel even voelde ik de enorme hitte die me overspoelde en bezit van me nam. Daarna was er niets meer.’

‘Is-ie nou wakker, of niet?’ hoorde ik iemand zeggen. ‘Gaat het wel goed met hem?’ ‘Geen idee. Hé, hallo! Jij daar!’

(Uit Kosmos, in Oer)

Vorige week schreef Oranje op haar site dat zij bijna drie jaar geleden samen met Dick het Pieterpad liep. Zij waren halverwege in Gelderland, toen zij in haar mobiel een mailtje ontdekte van wetenschapper Cees Dekker, met wie zij samen Het geheime logboek van Topnerd Tycho schreef.

Of ik nog een boek wilde schrijven, samen met hem en met theoloog Gijsbert van den Brink, maar dan voor volwassenen. Een hervertelling van het grote verhaal van onze wereld, op een manier die recht zou doen aan wetenschappelijke bevindingen én aan de Bijbel.’
(corienoranje.nl)

Oer, het grote verhaal van nul tot nu | Ark Media | april 2020 | ISBN-10: 903380218X | ISBN-13: 9789033802188 | 160 pagina’s | € 14,99 | Bij de lokale boekhandel! | ‘Dit aansprekende boek past in een lange en rijke traditie waarin wetenschappers gedreven door hun geloof proberen de oorsprong en evolutie van ons heelal te duiden, van de oerknal tot het leven op aarde. Het delen van deze fascinatie en passie voor de natuur is een universeel goed dat ons allen dichter bij elkaar brengt, ongeacht onze persoonlijke overtuiging.’ (Robbert Dijkgraaf, hoogleraar natuurkunde en directeur Institute for Advanced Study Princeton)

Het algemeen onbetwijfeld geloof in de evolutietheorie

endatwerktallemaal-achterdesamenleving.nl

Met deze onmiskenbare verwijzing naar Het algemeen betwijfeld christelijk geloof van H. M. Kuitert mengt natuurkundige en filosoof prof. dr. Marc J. de Vries zich met het artikel Spanning evolutietheorie en theologie niet bevredigend opgelost in nieuwste boek in de wederom oplaaiende discussie over evolutietheorie versus christelijk geloof. En dit weer als gevolg van En God zag dat het goed was, dat afgelopen oktober verscheen. Zijn grootste kritiekpunt is dat de status van de evolutietheorie niet ter discussie staat: het debat mag er slechts over gaan hoe de theologie zich zo kan aanpassen dat ze naast de evolutietheorie nog bestaansrecht overhoudt.

Schreef Kuitert nog over de onzekerheid van wat (nog) christelijk geloof is en wat niet meer, een onzekerheid die gevoed werd door de veelheid en willekeur (‘alles kan’), nu verdedigt En God zag dat het goed was het onbetwijfelde geloof in de wetenschapsfilosofische status van de evolutietheorie. Ook dit lijkt mij gevoed door de veelheid en willekeur van ‘alles kan’.


De auteurs zijn volgens ons te optimistisch over de natuurwetenschappelijke methode. Die is per definitie reductionistisch van aard en geeft dus geen volledig beeld van de werkelijkheid. Het boek onderkent dit onvoldoende, wat resulteert in een onkritische acceptatie van de evolutietheorie. (Dr. Machiel Blok, ir. Ko van Dijke, drs. Eric van der Poel en dr. Ruth Seldenrijk in ‘Waar blijven we met ‘En God zag dat het goed was?’.)


Iedereen zal toegeven, stelt De Vries, dat de aannamen waarop de evolutietheorie berust alleszins redelijk zijn, zolang er geen aanleiding is om anders te veronderstellen. Hij reageert op een bijlage achter in het boek waarin medisch bioloog en wetenschapsjournalist René Fransen de natuurwetenschappelijke argumenten op een rij zet, en reageert daarbij tevens op een hoofdstuk waarin de wetenschapsfilosofische status van de evolutietheorie wordt verdedigd.

Maar wat als die aanleiding er vanuit een andere discipline wel is? Is er dan de openheid om de aannamen ter discussie te stellen? Wat de auteur van dit hoofdstuk betreft niet, en dat lijkt me wetenschapsfilosofisch gezien geen sterk standpunt.’

Volgens De Vries, in het RD, leggen de auteurs de Bijbel op het procrustesbed. Dit boek wordt zo gedwongen tot bekentenis van verenigbaarheid met de evolutietheorie. De noodzaak daartoe ontstaat, zegt hij, omdat de evolutietheorie voor onaantastbaar gehouden wordt.

De indruk die het boek achterlaat bij de lezer is het oude positivistische idee dat de natuurwetenschappen de meest betrouwbare kennis opleveren en dat je in andere wetenschappen alle kanten op kunt.’

Intussen houdt het Logos Instituut op En God zag dat het goed was – Christelijk geloof en evolutie in 25 cruciale vragen de reacties bij in een overzicht. Logos vraagt zich af wat het theïstisch evolutionistische wereldbeeld doet met ons.

Volgens creationisten is dit wereldbeeld een doorvoerhaven naar vrijzinnigheid en ongeloof; theïstisch evolutionisten menen dat dit wel meevalt. Is ‘En God zag dat het goed was’ een nieuwe steen in de vijver van het Nederlandstalige protestantisme of slechts een voortgaande rimpeling?’

De Vries vindt dat de mogelijkheid opengelaten moet worden dat de wording van hemel en aarde en van de verscheidenheid van het leven een gebied is waar het instrumentarium van de natuurwetenschappen eenvoudigweg niet goed bij kan.

Bronnen:

– Spanning evolutietheorie en theologie niet bevredigend opgelost in nieuwste boek

Waar blijven we met ‘En God zag dat het goed was?’

En God zag dat het goed was | William den Boer, René Fransen en Rik Peels (red.) | Uitgeverij Summum | 426 blz. | € 19,99 | ‘Christelijk geloof en evolutie: hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Wat kan er van de evolutietheorie aanvaard worden als de Bijbel Gods openbaring is? En wat zijn de consequenties voor het christelijk geloof als de evolutietheorie waar is? In 2017 riep het boek En de aarde bracht voort van Gijsbert van den Brink hierover veel verschillende reacties op. In En God zag dat het goed was nemen 25 deskundigen de handschoen op en onderzoeken zij op deelgebieden verder hoe een bepaald element uit het christelijk geloof zich verhoudt tot de evolutietheorie. Een breed palet aan auteurs behandelt een scala aan vragen op wetenschapsfilosofisch, exegetisch-hermeneutisch en systematisch-theologisch terrein. Elke auteur trekt op zijn of haar deelgebied een eigen conclusie.’ (Summum)     

Beeld: achterdesamenleving.nl