Godsgeloof staat haaks op complotdenken

Het onvermijdelijke loslaten van ‘kinderlijke’ geloofssystemen voert ons door een geestelijke leegheid die zijn weerga niet kent. En daarin kan de grootste gekkigheid, van religieus gedachtegoed tot waanzinnige complotgedachten, aantrekkelijk worden. – Niks geloven, alleen jezelf nog overhouden, dat blijkt geen doen. Maar in dat geestelijke vacuüm kan ook iets verrassend nieuws ontstaan, vindt predikant Herman Koetsveld. Hij reageert op schrijver Paul de Bont die geloven beschouwt als complotdenken. Ook de theologen Rik Peels en Kees van der Kooi zijn kritisch.

‘Het geloof in een complot is niet meer of minder geloofwaardig
dan elk ander geloof’
(Paul de Bont)

Geloven in een complot
Schrijver Paul de Bont veronderstelt dat geloven in God gelijk staat aan geloven in een complot. ‘Een complottheorie probeert een verklaring voor de werkelijkheid te geven, gebaseerd op de overtuiging dat er meer is dan gewone mensen kunnen waarnemen’:

Achter de dingen die gebeuren zou iets groters bestaan dat onze wereld beïnvloedt en zelfs beheerst. Onze wereld is een schijnwereld, wij gewone mensen zijn slechts marionetten in de handen van grotere machten, zoals reptielen of IT-miljonairs. Een complottheorie is een onbewijsbaar geloof in een werkelijkheid die de mens en de wereld regeert.’
(De Bont)

Verschil complotdenken en Godsgeloof
T
heologen Rik Peels en Kees van der Kooi vinden dat Bonts gedachtegangen over complottheorieën ontsporen. Een complottheorie vereist volgens hen geloof in een complot, dat wil zeggen een geheime samenzwering van meerdere personen die – en dat is het tweede – kwaad willen, zoals het knechten van gewone burgers. Beide elementen vinden de theologen echter evident afwezig in de grote godsdiensten. Ze tonen het verschil tussen complotdenken en Godsgeloof:

COMPLOTDENKEN
Antisemitische Protocollen van de wijzen van Sion-theorieën, Great Reset opvattingen, QAnon, en de reptielentheorie van David Icke en tegenwoordig Thierry Baudet. Wat hebben die opgeleverd? Polarisatie, gezondheidsschade, racisme en geweld.’

GODSGELOOF
Godsgeloof heeft mensen direct geïnspireerd tot het bouwen van ziekenhuizen, het stichten van universiteiten, zorg voor de armen, weergaloze muziek, het bouwen van kathedralen en het formuleren van mensenrechten. Dat vloeide rechtstreeks voort uit het plot van hun grote verhaal.’
(Peels en Van der Kooi)

Overeenkomst complotdenken en Godsgeloof
D
e Bont lijkt wel onbekend met religie, stellen Peels en Van der Kooi. Ze vragen zich af of het een seculier vooroordeel is om alles dat anders is of denkt over één kam te scheren.

In dat geval kan De Bont wellicht het beste doen wat we zelf voorschrijven als het om complotdenken gaat: niet demoniseren maar in gesprek gaan. Zo hebben we toch nog een overeenkomst tussen complotdenken en Godsgeloof gevonden.’
(Peels en Van der Kooi)

Geen angst en haat, maar geloof, hoop en liefde
W
at critici als De Bont volledig missen, aldus de theologen, is dat Godsgeloof, in tegenstelling tot complotdenken, een repertoire biedt om je in te zetten voor een betere wereld.

Zo zegt het christendom dat onze medemens naar Gods beeld (imago Dei) gemaakt is, dat we allemaal gebrekkig zijn en verlossing nodig hebben en dat de grootste invloed in deze wereld van God komt en daarmee goed is. De grondtoon is geloof, hoop en liefde, geen angst en haat.’
(Peels en Van der Kooi)

Verbeelding van alle menselijke levenservaringen
Het ‘zalige inzicht dat de geloofsverhalen’ waarmee Herman Koetsveld is opgevoed ‘niet waar zijn omdat zij in historisch zin zo gebeurd zouden zijn – daar weten we op de keper beschouwd inderdaad maar bar weinig van’.
Maar ze zijn waar, zegt hij, omdat ze de verbeelding zijn van wat in ieders mensenleven kan gebeuren. Hier en nu dus. De ontdekking ‘de Bijbel te lezen als een groots boek, gevuld met de verbeelding van alle menselijke levenservaringen tezamen, over telkens ondervonden kracht van vertrouwen, hoop en liefde, maakt niet superieur, maar dankbaar en hoopvol’.

Het verhaal van Jezus die bij storm en in het duister van de nacht over het water tot zijn leerlingen komt, wordt losgezongen van elke ‘complotgedachte’ als begrepen wordt dat de symboliek ervan één op één verbonden is met de grote thema’s van ons leven, waarin zoveel stormt, zo veel duister is en dus zoveel angst is. En dan daarbij te weten dat de ‘zee’ het beeld is van de grondeloosheid van ons bestaan.’
(Koetsveld)

Bronnen:
* Religie is meer dan een kinderlijk geloof in een onzichtbaar opperwezen
* Geloven in God heeft veel weg van geloven in een complot
* Complotdenkers lijken niet op gelovigen: ze geloven namelijk in een samenzwering


Foto: Suzanne Tucker (Shutterstock) ‘Jongen met aluminium hoedje, ook wel autohoedje genaamd. Sommige mensen dragen hoofddeksels van aluminium om zich te beschermen tegen schadelijk geachte invloeden zoals elektromagnetische velden of telepathie’. (de Volkskrant 2016)
Cartoon: arnulf.be (Tertio)

‘Het gaat niet om wat je gelooft, maar hóé je dat doet’

‘Alle fundamentalisten, of ze nou religieus zijn of extreemrechts of radicaal-links, baseren zich op een tekst of een autoriteit die ze als hun fundamentals beschouwen en waar ze blind op varen,’ zegt filosoof en theoloog Rik Peels. Hij kreeg vorig jaar 1,5 miljoen euro van de Europese Onderzoeksraad voor een onderzoek naar fundamentalisme. Inmiddels heeft hij daarmee voor wel drie miljoen aan deelprojecten kunnen uitzetten. Filosofen, theologen, religiewetenschappers, historici, juristen, sociale wetenschappers, economen, criminologen, psychologen en psychiaters worden erbij betrokken.

Gedeeltelijk worden fundamentalistische overtuigingen geïnspireerd door persoonlijke oorzaken, maar de groepsdynamiek is tegelijk belangrijk. Kijk naar fundamentalistische jongeren die zich afkeren van hun moskee en zelf op internet op zoek gaan naar interpretaties van Koranteksten, en zo deel uit gaan maken van een virtuele gemeenschap.’ 

Een team van zes onderzoekers staan klaar, maar evenveel buitenpromovendi werken mee in hun eigen tijd en doen op eigen kosten promotieonderzoek, zei Peels afgelopen woensdag in Ad Valvas in een interview met Peter Breedveld. Veel studenten als stagiair, en werkend aan hun masterscriptie, draaien in het project mee. In de groep zitten christenen, moslims, atheïsten, hindoes en agnosten, jongeren en ouderen.

‘Het gaat niet zozeer om wat je gelooft, maar hóé je dat doet.’
(Rik Peels)

Peels sluit niet uit dat enkele teamleden, verdeeld over de faculteit Religie en Theologie en de faculteit Geesteswetenschappen van de VU Amsterdam, in bepaalde opzichten zelf naar fundamentalisme neigen, maar dat ziet hij niet als een risico dat het project ondermijnt.

Het kan juist een kracht zijn dat mensen hun eigen ervaringen meebrengen in het onderzoek. Het risico zit ’m juist in onderzoek dat louter vanuit het perspectief van de derde persoon wordt gedaan. Zoals ik al zei: fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij. Als een deel van de onderzoekers zich in hen kan verplaatsen, maakt dat het alleen maar spannender.’

Peels onderzoeksgroep kijkt ook naar de zogeheten intellectual vices: intellectuele ondeugden, zoals dogmatisme, narrow-mindedness en intellectuele hoogmoed.

‘Dan zie je dat er een zekere overlap is met de neiging om in samenzweringstheorieën te geloven, wat je vaak bij fundamentalisten ziet: zij tegen de rest van de wereld.’

Volgens Peels hebben veel fundamentalisten, of ze nou religieus zijn of niet, met elkaar gemeen dat ze geloven dat er ooit een paradijselijke toestand is geweest, dat er toen een val kwam waardoor de wereld gebroken is. 

Fundamentalisten zien het als hun taak die paradijselijke toestand te herstellen, dat zie je bij sommige orthodoxe gereformeerden en salafisten, maar bijvoorbeeld ook bij de actievoerders van Extinction Rebellion en bij een bepaalde aanhang van Forum voor Democratie die gelooft dat er ooit een blank-boreaal Europa was waar hij weer naar terug wil.’ 

Wat zou er uit het onderzoek komen als Peels zijn licht erop heeft laten schijnen? Het onderzoek duurt vijf jaar. In Trouw zei Peels een jaar geleden dat ‘het doel is om ideeën en concepten te ontwikkelen die precies dit doen: onderzoekers dichter bij de geest van een fundamentalist brengen’.

Filosofie Magazine vroeg vorig jaar aan Peels hoe zijn onderzoek uiteindelijk zal uitmonden in een beleidsstuk dat de wetenschappelijke resultaten vertaalt naar de praktijk; hoe dat er uit zal zien.

Als je radicalisering wilt aanpakken door die te voorkomen of te genezen, moet je eerst begrijpen hoe radicalisering in het hoofd van een fundamentalist werkt. Daar ligt mijn taak als wetenschapper. Het is mijn expertise om onderzoek te doen, de literatuur te kennen, en hierdoor mensen die een wending hebben gemaakt naar het fundamentalisme beter te begrijpen. Naarmate mijn onderzoek vordert, zal ik veel gaan praten met mensen die aanzienlijk dichter op de praktijk zitten, zoals de veiligheidsdiensten. Bij de vertaling van de resultaten naar de concrete praktijk heb ik hen hard nodig.’

Zie:
* ‘Fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij’ (Ad Valvas, onafhankelijk platform van de Vrije Universiteit Amsterdam)
* Wat is eigenlijk een fundamentalist? (filosofie.nl)
* Deze filosoof kruipt in het hoofd van fundamentalisten (Trouw)

Collage: Paul Delfgaauw
, maart 2017.

Waarom geen oneindige reeks goden?

shellperry

‘De kennistheoretische vraag of God bestaat is triviaal – ja, natuurlijk bestaat God: onze logische denkwijze zal vroeg of laat stuiten op ‘het grootst denkbare’, dat is onvermijdelijk zo,’ zegt de Lachende Theoloog die een nieuwe studierichting ingeslagen en is zich nu Pseudo Theoloog noemt. De docent filosofie is blijkbaar uitgelachen. In Triviaal 2 zoekt hij een goede reden waaruit blijkt dat God noodzakelijk bestaat.

Jan-Auke Riemersma (de Pseudo Theoloog) gaat in op de argumenten van theoloog Stefan Paas en filosoof Rik Peels uit hun boek God bewijzen. Op hun uitspraak dat God noodzakelijk bestaat.

God is de grond van de werkelijkheid. Hij kan er niet níét zijn, hij moet er zijn, zijn bestaan is noodzakelijk. Dat is inherent aan het hele concept van God dat de meeste gelovigen hanteren. En daar is niets raars aan, want je moet ergens een streep trekken: een reeks verklaringen kan niet oneindig zijn, er moet op een gegeven moment iets fundamenteels zijn dat niet verder verklaard kan worden.

Dat is in het geval van God veel plausibeler dan in het geval van het universum, want als God bestaat dan bestaat hij noodzakelijkerwijs en is hij de grond van de werkelijkheid, terwijl we geen enkele reden hebben om te denken dat het universum noodzakelijkerwijs bestaat en de grond van de werkelijkheid is.’
(Paas & Peels)

godbewijzenMaar meer nog bespreekt de docent filosofie de (beperkte) denkwijze van de mens. Daar is hij nogal sceptisch over en om zijn argument kracht bij te zetten, haalt hij Immanuel Kant erbij die stelde dat zodra mensen echt diep gaan nadenken ze verdwalen: vroeg of laat stuiten wij op antinomieën, onbegrijpelijke ‘knopen’ in onze alledaagse denkwijze. Riemersma stelt dat als ons verstand beperkt is, dat dit betekent dat wij niet in staat zijn om de samenhang in de werkelijkheid te beschrijven.

Indien de samenhang ontbreekt, kun je geen onjuiste of onzinnige beweringen doen: je mag daarom geloven dat God zichzelf geschapen heeft (uit het volstrekte niets) of dat God er eenvoudigweg altijd geweest is. 

Als wij nadenken over God, dan moeten we toegeven dat God onbegrijpelijke eigenschappen moet hebben: hij moet wel uit het niets ontstaan zijn of altijd bestaan hebben (het scheppende dat zichzelf schept of het zijnde dat als zichzelf bestaat.)’ (Riemersma)

Het zou, zo schreef hij eerder eens, zelfs mogelijk kunnen zijn dat ‘alles’ (de gehele werkelijkheid zoals wij die kennen) een oneindig aantal oorzaken heeft. Filosofen noemen dat infinitisme.

Kortom, zou een atheïst vragen: maar wie heeft God dan weer veroorzaakt, dan zegt de gelovige infinitist: ‘Goede atheïst, dat weet ik niet; het is zeker zo dat ik geloof dat ook God veroorzaakt is door iets, maar ik heb geen idee door wie of wat God veroorzaakt is. Feitelijk doet dat er ook weinig toe: waar het om gaat is dat God zeker oorzaak is van deze werkelijkheid (of: waar het om gaat is dat God zeker voorkomt in de oneindige keten van ‘s werelds oorzaken’.)’ (R)

Terug naar Paas en Peels. Hoe kunnen we weten dat God het goede wil, vraagt Riemersma zich af, als P & P eveneens veronderstellen dat we van God weinig tot niets begrijpen.

Ze zeggen dat God allerlei redenen kan hebben waarom wij het kwaad toestaan – kan God redenen hebben? Hoe weten we dat – en dat we slechts kunnen gissen naar zijn ware redenen. Daarentegen weten ze wel zeker dat God het goede wil.’ (R)

Wat Riemersma het meest verbaast is de nogal kritiekloze wijze waarop wordt geponeerd dat God noodzakelijk bestaat: als je dat echt vindt, begin daar dan je boek mee, of geef een goede reden waaruit blijkt dat God noodzakelijk bestaat.

Het is niet vreemd dat God noodzakelijk bestaat, want je moet ergens een streep trekken, schrijven de auteurs. Maar dat is niet waar. Tegenwoordig verdedigen filosofen zelfs de meest verrassende opvattingen, zoals het infinitisme. Waarom zou er geen oneindige reeks van goden kunnen zijn?’ (R)

Zie:
Triviaal
Triviaal 2

Beeld: De Nautilusschelp is maar een van de ontelbare voorbeelden uit de natuur, waaruit blijkt dat de natuur de Fibonacci-reeks als vanzelfsprekend gebruikt; een prachtige demonstratie van oneindigheid in eindigheid! (wanttoknow.nl) – (Fibonacci-reeks: een serie van getallen waarvan het nieuwe getal telkens verkregen kan worden door de voorgaande twee getallen bij elkaar op te tellen, ook wel DE blauwdruk van de schepping genoemd, PD.)

Update 19-11-2016: Inmiddels heeft de Pseudo Theoloog zijn naam weer gewijzigd. Nu heet zijn blog Wider Útsjoch. Dat betekent Wijder Uitzicht, met berichten over wijsbegeerte, God, religie en de zin van het leven.

Redelijke bezwaren tegen het christelijke geloof

godbewijzen
Volgens Rik Peels en Stefan Paas – in hun boek God bewijzen – is God onbegrijpelijk voor ons en kunnen wij uit het feit dat het bestaan naar, bruut en kortstondig is, niet afleiden dat God niet bestaat. Volgens theoloog Jan-Auke Riemersma moet je dan óók verklaren hoe het kan dat God onbegrijpelijk is voor de mens, maar gaan Paas en Peels niet in op deze (heikele) kwestie.

‘Gods verborgenheid en het lijden van de mens zijn toch geen onredelijke bezwaren tegen het christelijke geloof? Zelf ondervind ik de verborgenheid van God en het lijden van de mens onder het bewind van een almachtige God als een nijpend probleem: moet ik nu tegen de atheïst zeggen dat hij onredelijk is wanneer hij van mij uitleg wil voor mijn geloof in God?’ 

Riemersma geeft als voorbeeld dat mensen die aan geestesziekten lijden die de oorzaak ervan is dat mensen niet kùnnen geloven in het bestaan van God, bijvoorbeeld omdat de ziekte zulke krachtige wanen doet ontwaken in de geest van de patiënt dat er geen enkele ruimte meer is voor geloof.

‘Moet ik nu denken dat God zélf deze patiënten alle hoop heeft willen ontnemen? Is het werkelijk onredelijk dat de naturalist gelooft dat er domweg geen sprake is van enige liefde of medeleven in de schepping? Je hebt wel een erg sterk geloof in het gebruik van argumenten als je [op basis van argumenten] denkt dat de ongelovige inzake deze kwesties ‘onredelijk’ is.’ 

Over het argument van Peels en Paas dat mensen een neiging hebben om te geloven – ‘het is natuurlijk om te geloven’ – hetgeen tot een bepaalde religie kan leiden, vraagt Riemersma zich af of de atheïst dan wel of niet het recht heeft om de gelovige enige vragen te stellen over deze keuze.
De docent filosofie alias De Lachende Theoloog, ziet dan ook werkelijk niet in waarom het redelijk is om de gelovige de status van onschendbaarheid te verlenen, want je zou kunnen betogen dat een dergelijke instelling bij voorbaat antisociaal is.

delachendetheoloogJan-Auke Riemersma (foto: JR) schrijft een en ander als reactie – geen recensie – op het boek God bewijzen, onder de titel Wie heeft de bewijslast? Hij vindt dat de auteurs Paas en Peels een zeer goed werk hebben afgeleverd dat geïnteresseerden in het geloof niet ongelezen kunnen laten.

‘De schrijvers eisen echter van de ongelovige voortdurend dat deze zijn bezwaren tot in de puntjes uitwerkt. Nergens lijken ze de redelijkheid van bepaalde argumenten toe te willen geven. Het laat zich raden dat de atheïst niet in staat is om al zijn bezwaren tot achter de komma uit te werken.’ 

Zie: Wie heeft de bewijslast? (Jan-Auke Riemersma)

God bewijzen – Argumenten voor en tegen geloven | Uitgeverij Balans | Rik Peels & Stefan Paas | 280 pag. | ISBN10: 9460037240 | ISBN13: 9789460037245 | € 19,95 | Twee wetenschappers zetten hierin de argumenten voor en tegen Godsgeloof op een rij. Ze doen dat op een milde manier, zonder polemiek of bekeringsijver, al zijn ze zelf wel gelovig. Het boek is geschreven met vaart en humor en het bevat de laatste wetenschappelijke en filosofische inzichten over religie en Godsgeloof. Het is tot stand gekomen met medewerking van gelovige en niet-gelovige wetenschappers uit verschillende vakgebieden en bedoeld voor mensen die openstaan voor argumenten. (Balans)