Plato en de bolletjesmensen

De mythen van Plato, een bundel met alle vertellingen van Plato, werd op 8 juni in het Rijksmuseum voor Oudheden gepresenteerd door Bert van den Berg en Hugo Koning. Met veel passie vertelden zij in de volgeboekte Leemanszaal over hun project. Het boek bevat nieuwe vertalingen van de mythen, aangevuld met essays die ‘de kracht van het voorstellingsvermogen van de Griekse filosoof in bredere context plaatsen’.

Ondanks dat Plato het deed voorkomen dat zijn vertellingen oeroud zijn, bedacht hij zijn mythen allemaal zelf. De filosoof zette zijn mythen vooral in als ‘denkmiddel’. Van den Berg en Koning verwezen hierbij naar antropoloog Lévi-Strauss, die mythen bon à penser noemde: tot op de dag van vandaag ‘goed zijn om mee te denken’.

Na afloop van de boekpresentatie, tijdens het signeren van hun boek, vertelde Koning over het verhaal van de bolletjesmensen. Elk bolletjesmens bestond uit twee identiteiten: twee mannen, twee vrouwen of een man en vrouw. Plato schreef een ‘tragische geschiedenis over doorgesneden bolletjesmensen’: De kracht van liefde – Het verlangen naar de wederhelft. Intrigerend genoeg om het boek daar nu open te slaan. Dan lees je eigenlijk een verhaal over seksuele identiteit en gender.

In een toespraak op Plato’s Symposium vertelt Aristophanes over de bolletjesmensen. Een illustratie bij die mythe is te vinden op de omslag van De mythen van Plato. Bolletjesmensen? Ja, vroeger zat de mens dus niet hetzelfde in elkaar als nu, maar heel anders, zeggen de auteurs.

Ten eerste waren er drie geslachten en niet maar twee, mannelijk en vrouwelijk, zoals nu het geval is. Er was ook nog een derde geslacht dat een deel van beiden had. De naam daarvan is nog over, terwijl de soort zelf verdwenen is. De ene soort van toen was de androgyn, zowel in vorm als in naam samengesteld uit beide anderen, de man en de vrouw.’
(Plato)

Om hun teugelloze gedrag in te perken, zo vertelt de mythe, werden de bolletjesmensen in tweeën gesneden. Want die oermensen kregen het ‘hoog in de bol’ waardoor ze zelfs de hemel probeerden te bestrijden om de goden aan te vallen. Doordat ze in tweeën waren gesneden, werden ze zwakker, en een tragisch ander gevolg werd dat iedere helft, uit verlangen naar de ander, steeds daarmee samen wilde komen.

Ze sloegen hun armen om elkaar heen en omhelsden elkaar omdat ze zo graag weer samen wilden groeien. Zo kwamen ze langzamerhand om door honger en algehele lethargie, want gescheiden van elkaar wilden ze niets doen. En als een van de helften stierf, ging de overgebleven helft op zoek naar een ander deel dat was overgebleven en omhelsde die, of het nu de helft betrof van iemand die ooit een hele vrouw was (wat wij dus nu vrouw noemen) of een hele man was. En zo kwijnden ze weg.’
(Plato)

Gelukkig kreeg een van de goden, Zeus, medelijden. Hij wilde de eindeloze zoektocht van de helften stopzetten en zorgde ervoor dat ze kinderen konden verwekken. Seks als oplossing voor de dodelijke lethargie.

Zo ver terug gaat dus het aangeboren verlangen naar elkaar bij mensen; het is een kracht die onze vroegere toestand samenbrengt, probeert om één uit twee te creëren en om de menselijke aard te genezen’.
(Plato)

Die mythe blijkt eveneens voor alle tijden: ook actueel in ons lhbtiq+-tijdperk. Bij Plato lees je dat een mannelijke helft ook een andere mannelijke helft kon tegenkomen. Hierover zei Plato dat

als het om een man met een man ging, er in ieder geval bevrediging ontstond door het samenzijn’.
(Plato)

Dat geldt ook voor twee vrouwelijke helften: ‘zo konden ze stoppen met hun eindeloze zoektocht en zich weer richten op hun alledaagse zorgen en bezigheden’. Plato is in zijn mythe, waarin hij dichter Aristophanes over de bolletjesmensen laat vertellen, van mening dat de androgyne soort ‘nu niet meer bestaat’. Toch komt androgynie voor: er zijn mensen die zich niet mannelijk en niet vrouwelijk voelen, of juist mannelijk én vrouwelijk, of gevoelsmatig tussen beide seksen.

Plato zegt in ieder geval dat de menselijke soort gelukkig kan worden als we de liefde in vervulling laten komen en iedereen zijn eigen liefje vindt en zo terugkeert naar zijn toestand van vroeger.

Als dat inderdaad het beste is, dan volgt daaruit dat de beste van alle bestaande mogelijkheden datgene is wat hier het dichtst bij komt: een partner vinden die aan jou als individu verwant is.’
(Plato)

De mythen van Plato | Bert van den Berg en Hugo Koning | 8 juni 2022 | Uitgeverij Damon | 208 pagina’s | hardcover | € 24,90 | Bert van den Berg is universitair docent Griekse en Romeinse filosofie aan de Universiteit Leiden. Hij doceert en publiceert onder meer over Plato en de Platoonse traditie. Hugo Koning is docent klassieke talen aan de Universiteit Leiden en het Stanislascollege in Delft. Hij doceert en publiceert onder andere over mythologie.

Beeld: Imke Chatrou (Illustrator bij Babel, het magazine voor de Faculteit der Geesteswetenschappen (FGw) van de Universiteit van Amsterdam.)

Binnenkort verschijnt op dit blog mijn boekrecensie van De mythen van Plato.

Lees – in De mythen van Plato – meer over de bolletjesmensen:
* 5. De kracht van de liefde – Het verlangen naar de wederhelft (blz.97)
* Plato zoekt ware (de/het) (blz. 117) | Dit is het toelichtend essay, waarin je onder veel meer komt te weten dat deze mythe van Plato een rol speelt in de film (2001) en musical Hedwig and the angry inch op Broadway (2014).

TIP! Op 4 en 5 oktober 2022 speelt in het Amsterdamse muziektheater DeLaMar de rockmusical Hedwig and the angry inch. Vervolgens ook in andere theaters in Nederland. ‘Best rockmusical ever’ (Rolling Stone Magazine)