‘Cruciale parallel tussen religie en politiek’

Astana

Hoogleraar aan de faculteit Religie en Theologie van de VU Amsterdam, Ruard Ganzevoort, signaleert een cruciale parallel tussen het domein van de politiek en het domein van religie. Hierover hield hij eind 2018 een speech bij het 6th Congress of Leaders of World and Traditional Religions in Astana (Kazachstan.) Beide domeinen zijn volgens Ganzevoort niet tevreden met de status-quo van de bestaande wereld en de realiteit ervan. Beide geloven dat de wereld anders kan zijn dan wat we vandaag zien.

Politiek en religie hebben, volgens Ruard Ganzevoort, tevens vicefractievoorzitter van GroenLinks in de Eerste Kamer, het potentieel om leiders te inspireren en succesvol te laten zijn voor het algemeen welzijn. Politiek en religie hebben de eigenschap gemeen dat ze geloven dat de wereld anders kan zijn dan wat we zien: beide zijn gebouwd op ideaalbeelden.

Ganzevoort noemde het congres een belangrijke markering van het visionaire perspectief dat nodig is om fundamentele problemen en risico’s van deze tijd aan te pakken: oorlog, ongelijkheid en klimaatverandering. Deelnemers waren tachtig religieuze leiders, maar ook politici en academici, uit 46 landen. Er werd een Manifest* besproken dat de noodzaak om oorlog uit te roeien koppelt aan een oproep om de oorzaken van oorlog, inclusief ongelijkheid, weg te nemen.


* Volgens dit Manifest moet er vooruitgang worden geboekt naar een wereld die vrij is van nucleaire – en andere massavernietigingswapens; moet er voortgebouwd worden op bestaande geografische initiatieven om oorlog als manier van leven uit te bannen; is het noodzakelijk om dergelijke overblijfselen uit de Koude Oorlog te elimineren zoals militaire blokken die de veiligheid op de wereld bedreigen en een bredere internationale samenwerking belemmeren; is het belangrijk om het internationale ontwapeningsproces aan te passen aan de nieuwe omstandigheden, en vereist een wereld zonder oorlog in de eerste plaats eerlijke mondiale concurrentie in internationale handel, financiën en ontwikkeling. (Uit: Manifesto: The World. The 21st century)


Ook verwees Ganzevoort naar sociale en ecologische initiatieven, en de agenda voor duurzame ontwikkelingsdoelen. In dit kader noemde hij de encycliek Laudato Si en soortgelijke voorstellen van de oecumenische patriarch Bartholomeüs.

We hebben maar één wereld. Daarop leven we samen en er is geen ontsnappingsroute. We maken daarom allemaal deel uit van hetzelfde geopolitieke en ecologische ecosysteem. Gebeurtenissen in één gebied zullen onvermijdelijk andere gebieden beïnvloeden. Oorlogen in het Midden-Oosten leiden tot vluchtelingen naar omringende landen en West-Europa. Klimaatverandering beïnvloedt de armen meer dan wie dan ook en zij doen daarom een beroep op de rijken. Sociale ongelijkheid in Afrika veroorzaakt instabiliteit in Europa. Economische crises in het Westen hebben catastrofale gevolgen voor de ontwikkeling van andere delen van de wereld. ’

Volgens Ganzevoort zijn dit geen afzonderlijke gebeurtenissen of omstandigheden. Ze zijn allemaal verbonden met de fundamentele en overkoepelende uitdaging van onze tijd: hoe we ons bestaan ​​duurzaam kunnen maken.

En we maken intrinsiek deel uit van die uitdaging: hoe vervullen we onze verbondenheid met onze medemensen en met de natuurlijke wereld om ons heen. We zijn geroepen om nieuwe samenlevingen te bouwen waarin we in harmonie zijn met elkaar en met de aarde.’

Leiders die daarbij nodig zijn, zijn mensen die sterk geloven in de mogelijkheid om veranderingen aan te brengen en van deze wereld een betere plek te maken, die dapper genoeg zijn om toe te geven dat onze traditionele stijlen van politiek en religie ons grote schade hebben toegebracht en geleid naar een wereld van oorlog en ongelijkheid. Leiders dienen nederig genoeg te zijn om toe te geven dat ze de wijsheid en bijdragen van anderen nodig hebben; leiders die hun macht gebruiken om ruimte te maken voor de ander in plaats van de eigen invloed te vergroten; die begrijpen dat ze geroepen zijn om te dienen. Leiders die de tekenen van de tijd begrijpen en de urgentie van radicale stappen naar vrede.

Ganzevoort relativeerde in zijn speech de visionaire gezichtspunten van religie en politiek. Die schieten nogal eens tekort. Politiek blijft vaak steken in machtsspelletjes en komt op voor de eigen gevestigde belangen. Religieuze leiders en instellingen zijn soms geobsedeerd met het versterken van de eigen identiteit, zien zichzelf als alleen maar positief, maar maken in feite vaak deel uit van het probleem in plaats van de oplossing.

Religies zijn naar mijn mening per definitie ambivalent en kunnen worden gebruikt voor goed en kwaad, om vrede te brengen en oorlog te veroorzaken, liefde te laten groeien en haat te zaaien.’

Als ‘iemand die actief is in de wereld van politiek en van de academische studie van religie’ zegt Ganzevoort zich wel diep bewust te zijn van tekortkomingen van de politiek en religie, maar is hij eveneens overtuigd van hun potentieel.

Bron: Religious Leaders for a Safe World (Ruard Ganzevoort)

Zie ook: Statement 6th Congress of Leaders of World and Traditional Religions

Foto van het zesde congres: kazinform (international news agency)

‘Religieuze leiders interessant voor goddelozen’

odes

Ze zijn ook interessanter dan politieke. Zelfs voor goddelozen. Auteur David Van Reybrouck vraagt of er ook nog wat visie mag zijn, in zijn Ode aan onze religieuze leiders. Als ‘correspondent Lof’ van de Correspondent, mist hij echt visionaire pleidooien bij de Europese Unie: ‘Het blijft wachten op een gedurfde visie die in deze turbulente tijden opkomt voor vreedzaam en duurzaam samenleven vandaag. Want dat is waar het nu om gaat.’ – De auteur wacht sinds 2016, en sindsdien heb ik nauwelijks visies vernomen. Zijn alle Europese leiders, zoals Mark Rutte (VVD), vies van visie?

Het continent waar twee eeuwen geleden de eerste universele verklaring van de mensenrechten werd opgesteld, stelt zich nu kennelijk al tevreden met ‘we lossen het wel op.’ Het werelddeel waar niet zo lang geleden na het grootste bloedbad uit de geschiedenis de grootste vredesoperatie ooit begon, de eenmaking van Europa, kijkt vandaag op wanneer iemand binnen dat eengemaakte Europa zich nog eens aan een ethische uitspraak waagt.’

Dat is waar het nu om gaat: vreedzaam en duurzaam samenleven, stelt de schrijver, en zegt uit te kijken naar de dag dat kinderen op school geweldloosheid, vreedzame conflictoplossing en seculiere ethiek leren. Van Reybrouck verwijst naar de dalai lama die het onderscheid tussen ethiek en religie vergelijkt met dat tussen water en thee.

Ethiek en innerlijke waarden zijn eerder als water. Zonder water kunnen we niet leven. De thee die we drinken bestaat grotendeels uit water, maar bevat ook nog andere ingrediënten: theeblaadjes, kruiden, misschien wat suiker en, in Tibet althans, ook een beetje zout. Ongeacht hoe de thee wordt bereid, zijn hoofdbestanddeel is water. We kunnen zonder thee leven, maar niet zonder water.’

odes

De auteur zegt de afgelopen jaren meer te hebben geleerd van de paus, de dalai lama, Desmond Tutu, Ismail Serageldin, Michael Lerner en Karen Armstrong, dan van welke Europese politicus ook. De schrijver van Odes (2018), die sinds begin 2015 regelmatig ‘iets, iemand of ergens’ bezingt bij de Correspondent – zoals een Ode aan het offline zijn – had het voorrecht een dag lang bij Karen Armstrong te gast te zijn. Ze zei toen:

De grote religieuze tradities van vandaag zijn allemaal begonnen in tijden van oorlog en politieke onrust. De gouden regel, dat je een ander niet mag aandoen wat je zelf niet wilt ondergaan, is in al die tradities afzonderlijk bedacht. Dat was niet omdat een hoop lieve mensen dat een prettig idee vonden, wel omdat enkele praktische geesten inzagen dat de mensen elkaar anders zouden kapotmaken.’

Van Reybrouck besluit deze Ode – uit een lange reeks die allemaal bij de Correspondent te vinden zijn, naast andere verhalen over religiemet de uitspraak dat we alle wijsheid nodig hebben die er is, want ‘op het moment dat we andermaal elkaar dreigen kapot te maken, of dat al volop aan het doen zijn, kan het geen kwaad opnieuw te luisteren naar wat de vertegenwoordigers van eeuwenoude tradities te zeggen hebben’.


David Van Reybrouck (1971) schrijft proza, poëzie, theater en non-fictie. Hij is de auteur van onder meer Congo, Een geschiedenis, De Plaag, Pleidooi voor Populisme, Tegen Verkiezingen. Zijn werk werd veelvuldig vertaald en bekroond. Voor Congo ontving hij de Prix Médicis in Frankrijk.


Zie: Ode aan onze religieuze leiders (de Correspondent)