Een wereld zonder natuur is geen wereld

Krijgt de natuur een stem in het politieke debat? De beroemde Franse filosoof en socioloog Bruno Latour kwam begin jaren ’90 al met het vernieuwende idee om ecologie te politiseren. De natuur heeft een democratische stem zo stelt hij. Hoe moet deze gedachte leiden tot een andere omgang met alles wat niet-mens is? –  De ‘wetenschapsantropoloog’ hield eind 2020 bij Radboud University een ‘indrukwekkend verhaal met een verontrustende boodschap, gebracht op een indringende en wetenschappelijk verantwoorde wijze.’ Over het Parlement van de Dingen, over Gaia en de representatie van niet-mensen.

Latour* wil met zijn ‘parlement van de dingen’ niet letterlijk een stem geven aan alles wat niet-menselijk is, maar een stem geven aan wetenschappers die de belangen van bijvoorbeeld de Noordzee vertegenwoordigen.

Er zou een plek moeten komen in ons politieke systeem waar ook belangen van niet-mensen vertegenwoordigd zijn. De stem van niet-mensen wordt al door allerlei partijen verwoord, zoals wetenschappers, kunstenaars en burgers. Ook politici spreken niet alleen over mensen, maar net zo goed over (niet-menselijke) dingen. Dit is alleen niet geïnstitutionaliseerd. De basis waar Latour in zijn boek voor pleitte was dan ook het creëren van een institutionele orde waarin ook stemmen van niet-mensen zichtbaar zijn. Dat is hoe Latour zijn parlement der dingen zich in de jaren 90 voorstelde.’
(Radboud Reflects, Radboud University)

Terugvechten
L
atour kan zich een sociaaldemocratische orde voorstellen die uitgebreid wordt naar niet-mensen. Hij trekt ook een parallel naar mensen: een parallel met ons slavernijverleden. Ook toen hebben we geen rechten toegekend aan slaven. Ze kwamen in opstand en eisten hun rechten op. Hij verwacht dat niet-mensen ook zullen ‘terugvechten’.

We moeten dealen met iets compleet onverwachts, namelijk dat niet-mensen hun plek gaan opeisen in ons grondwettelijk fundament.’ Dit zal volgens Latour leiden tot een nieuw klimaatregime: ’Ik gebruik opzettelijk dit woord, met al zijn politieke connotaties.’

‘s Werelds eerste rivier met rechtspersoonstatus
T
er illustratie: in de Correspondent schreef Thijs Middeldorp, oprichter van het Parlement van de Dingen (een publieke ruimte waarin gesprekken, acties en ideeën gevormd kunnen worden over en rond de rol van de mens in de natuur) een artikel in de reeks over Het einde van de mens als maat der dingen over ‘s werelds eerste rivier met rechtspersoonstatus.

Sinds 2014 is de Whanganui-rivier in Nieuw-Zeeland een rechtspersoon: een experiment om de relatie tussen mens en natuur opnieuw vorm te geven. Hoe werkt dit? Ik reisde naar Nieuw-Zeeland en bezocht de rivier.’
(de Correspondent)

Volgens Latour verkeren we niet meer in de positie waarin we ons de vraag stellen of we gul genoeg zijn om rechten toe te kennen aan bepaalde aspecten van de natuur.

We leven in een tragedie.’ Wat de zaak extra complex maakt is dat wij mensen niet allemaal ‘op dezelfde planeet wonen’. We moeten de discussie aangaan met mensen die het niet eens zijn met het feit dat het klimaat van invloed is op ons collectieve leven. De vraag of we niet-mensen moeten opnemen in ons democratisch systeem is voor hen helemaal geen vraag. De uitdrukking ‘agree to disagree’ gaat niet meer op. ‘Het is een mate van tragische achteruitgang die ik in de jaren negentig niet had voorzien.’

Het parlement van de dingen
L
atour verwees naar een eerder uitgevoerd parlement der dingen onder de naam Make It Work. Daarbij waren naast landen ook natuurgebieden vertegenwoordigd door mensen, zoals de Amazone en de Zuidpool. Diplomatische discussies verliepen heel anders, puur vanwege het feit dat er vertegenwoordigers van natuurgebieden aanwezig waren. Filosofie heeft ook fictie nodig, concludeerde Latour, om ideeën te laten landen.

Anno 2020 vraagt het parlement der dingen volgens Latour om een herdefinitie van humanisme. Het gaat niet meer zozeer om de soevereine mens die zijn eigen wetten maakt, maar om een politiek systeem waarin de mens toestemming vraagt aan de rechtmatige eigenaar. ‘Dat is een hele gekke situatie,’ realiseerde Latour zich. ‘Kun je je voorstellen dat we elke keer toestemming moeten vragen wanneer we de Noordzee opgaan om te vissen?’ Gelukkig is dit idee niet nieuw. ‘Er zijn andere culturen waarin dit al lange tijd zonneklaar is.’

Klimaatweekend
Milieudefensie en een nieuw samenwerkingsverband van verschillende religies vragen, vlak voor de verkiezingen, dit Klimaatweekend, vanaf 11 maart 2021, aandacht voor de klimaatcrisis. De Werkgroep Klimaat & Geloof bestaande onder andere uit katholieke, protestantse, joodse en islamitische religieuze organisaties doet dit vanuit een diepgevoelde bezorgdheid over de klimaatcrisis. Ook hindoes, boeddhisten en humanisten hebben zich inmiddels aangesloten.

Zie:
The Parliament of Things (Radboud Reflects – met podcastmet YouTube)
Wat als een rivier rechten krijgt? (de Correspondent)
* Gelovigen organiseren Klimaatweekend in aanloop naar de verkiezingen



P.S. De titel van dit blog is ontleend aan een tweet van Greta Thunberg (foto: Twitter) van 3 maart 2021.

We’re today discussing a #WorldWithoutNature as if it meant that “our children won’t be able to see pandas in the future” or that “we won’t be able to eat certain types of food”. A world without nature is no world. Stop separating “humans” and “nature”. Humans are part of nature.
(Greta Thunberg)

* Bruno Latour schreef vele boeken over techniek en klimaat, zoals Oog in oog met Gaia (2017) en We zijn nooit modern geweest (2016). November 2020 verscheen de bundel Het parlement van de dingen – over ecologie en de representatie van niet-mensen, met een vertaling van de belangrijkste teksten van Bruno Latour over het parlement van de dingen en ecologie.

Foto: De Whanganui rivier heeft voortaan rechten | Fotocredit: whanganuidlf Flickr via Compfight cc. | ‘Nieuw-Zeelandse rivier krijgt rechten. Na een strijd van 170 jaar heeft de Whanganui rivier in Nieuw-Zeeland als eerste locatie ter wereld rechten gekregen, dankzij een wet die is aangenomen door het parlement. De rivier kreeg de juridische status van een levend wezen.’ (AnimalsToday)

‘Denken is mogelijk, niet noodzakelijk’

just_do_itRadboudUniversiteit

Niet-denken is een illusie, stelt de rationalistische filosofie: er is geen doen zonder denken omdat we niet om het denken heen kunnen. De anti-rationalistische filosofie daarentegen stelt juist dat doen een voorwaarde is voor ons denken, dat denken een mogelijkheid is maar geen noodzakelijkheid. – ‘We gaan vanavond doen-denken,’ zo opende docent filosofie Carli Coenen afgelopen juni de Radboud Reflects workshop Hoe doe je dat? Coenen is promovendus filosofie aan de Open Universiteit. Zij onderzoekt de vraag wat het is om te denken.

Eeuwenlang zijn we opgevoed met de idee dat bewuste beslissingen ten grondslag liggen aan ons handelen, legt Coenen uit.

Wat we doen is dus waardevol omwille van de rationele gedachte die eraan ten grondslag ligt: ik doe dit, want ik wéét dat dit het goede is om te doen. Maar volgens Coenen is dit idee niet juist, en is niet alles rationeel bepaald. Ons doen wordt niet bepaald door ons denken. Sterker nog, het lichaam zélf is ook belangrijk, en het bepaalt in grote mate de context voor ons denken.’ (Radboud Reflects)

Theoloog Liesbeth Jansen schreef een verslag van een van die bijeenkomsten in de serie workshops ‘Hoe doe je dat?’ van de Radboud Universiteit in Radboud Reflects.

Just do it! Niet denken, maar doen is de lijfspreuk van de assertieven, de succesvollen, de aanpakkers, de mensen waar we tegenop kijken. Maar dit veronderstelt dat denken en handelen te scheiden zijn. Is dat wel zo?’ (Radboud Reflects)

De leus ‘niet denken maar doen’, aldus Coenen, heeft een normatieve kracht, er gaat een opdracht van haar uit, maar klopt die opdracht wel?

Is het soms niet juist andersom en zouden we wat meer moeten denken voordat we handelen? In elk geval heeft ‘niet denken maar doen’ een intuïtieve aantrekkingskracht, omdat we allemaal de ervaring kennen dat dit soms klopt, dat ons denken het doen soms in de weg staat.’ (Jansen)

Als voorbeeld noemde Coenen dat je je ineens bewust wordt van je bewegingen terwijl je staat te dansen.

Zodra je je afvraagt ‘ziet dit er raar uit’ word je in het dansen gehinderd. De Amerikaanse filosoof Hubert Dreyfus definieerde denken als afstand nemen van een situatie. Maar afstand tot een situatie kan je ook hinderen, zoals in bovengenoemd voorbeeld.’ (Jansen)

Het loslaten van het denken heeft een sterk positieve lading, noteert Jansen, we associëren het met creativiteit, spiritualiteit en succes.

Maar kun je stoppen met denken? Waarom slagen we er zo vaak niet in? Speelt overgave een rol? En hoe doen we dat dan? Heeft denken niet juist ook een kritische, positieve functie?’ (Jansen)

De conclusie uit de gesprekken van die avond luidde dat denken en doen wel degelijk sterk vervlochten zijn.

Bronnen o.a.: Niet denken maar doen. Hoe doe je dat?
‘Hoe doe je dat? was een serie workshops waarin je leert om met een filosofische blik te kijken naar alledaagse thema’s zoals vriendschap, werk, liefde en vakantie. Na een korte inleiding door de gespreksleider gaan de deelnemers met elkaar in gesprek. Wat zijn jouw ervaringen, wat is jouw visie? Iedereen komt aan het woord en wordt aan het denken gezet.’ (Radboud Universiteit)

Beeld: Radboud Universiteit

Promoveren op mindfulness

mindfulness

‘De sfeer in een mindfulnesscentrum. Er staan bloemen, er zijn hartelijke mensen. Terwijl ik weleens in kerken kom waar ik denk: ben ik hier nu eigenlijk welkom?’ Dit zegt coach en theoloog Hans Borst die maandag samen met zijn collega Jan Oosting promoveerde op de invloed van het modern boeddhisme in Nederland. ‘Boeddha leert een weg die teruggaat naar jezelf. De weg naar Christus wijst naar boven.

In nogal wat kerken heerst een klimaat van geslotenheid. Ik denk ook dat veel mensen het, figuurlijk gesproken, een beetje koud hebben gekregen in de kerk. Zorg nou dat het warm is, dat er een commissie van welkom is, dat mensen voelen: hier gaat het over mij of hier zou het over mij kunnen gaan.’

Dat is ook vaak de sfeer in een mindfulnesscentrum. Er staan bloemen, er zijn hartelijke mensen. Terwijl ik weleens in kerken kom waar ik denk: ben ik hier nu eigenlijk welkom? In de kerk lopen veel mensen rond met wie iets aan de hand is. Als uit je ogen spat dat je echtscheiding veroordeelt, zul je niet snel in gesprek komen met iemand wiens huwelijk stuk is.’

De promotie ‘Modern boeddhisme bij supervisoren en coaches?’ (Radboud Universiteit) betreft een literatuurstudie naar de invloeden van het modern boeddhisme op supervisoren en coaches. Ook worden de uitkomsten van diepte-interviews beschreven en een enquête over de invloeden van modern boeddhisme op de grond- en beroepshouding van supervisoren en coaches. Eveneens wordt duidelijk dat niet alle als boeddhistisch geduide elementen dit ook zijn.


Eind jaren zeventig introduceerde de Amerikaanse hoogleraar Jon Kabat-Zinn mindfulness in de westerse geneeskunde, waarna technieken hun weg vonden naar psychologie, coaching en supervisie.


Volgens Borst zijn er ook christenen die zich oefenen in mindfulness, maar geven dat een andere naam, zoals christfulness of heartfulness, zegt hij in een ietwat cynisch interview met Eunice Hoekman-van Stuijvenberg in het RD. Volgens de theoloog gaat het bij christfulness niet om jezelf maar om de relatie tussen God en jou.’

In hun beschrijvingen laten ze de boeddhistische elementen eruit. Ik zeg altijd: wees er transparant over. Prima dat je mindfulness beoefent. Het gaat niet om iets nieuws.’

Mensen putten uit een bepaalde bron, zegt Borst, zoals wij christenen putten uit de bron van de decaloog of uit de verhalen van Jezus.

In de wereld van de supervisie doken in de loop van de tijd steeds meer aspecten van het modern boeddhisme op. De laatste jaren vooral in de vorm van mindfulness, maar voor die tijd was er evengoed al sprake van. Toen heette het tot jezelf komen, goed zorgen voor je eigen ik, wars zijn van het instituut, een goed leven leiden, het volgen van het boeddhistische achtvoudige pad.’

Vaak gaat het om mensen met een christelijke achtergrond, vervolgt de theoloog, mensen die afscheid hebben genomen van kerk en geloof om vervolgens een spirituele zoektocht te beginnen.

Ze hechten aan vrede, respect, empathie en vriendelijkheid. Het modern boeddhisme wordt wel knuffelspiritualiteit, een feelgoodreligie genoemd.’

Op mindfulness op zich heeft Borst niets tegen. Maar toch vindt hij Boeddha niet de juiste weg. Boeddha leert een weg die teruggaat naar jezelf. Dat is voor Borst niet genoeg. De weg naar Christus wijst naar boven, zegt hij: bij een boeddhist houdt op een gegeven moment de dialoog op, omdat zijn uiteindelijke doel de leegte is, terwijl het doel van een christen de volheid is, namelijk de vervulling met de Heilige Geest. Hij is niettemin positief over mindfulness:

Hier in Sleen en omstreken, waar 4000 mensen wonen, zit een centrum waar mindfulness, meditatie en yoga wordt gegeven. Dat loopt goed, er gaan veel mensen heen. In de afgelopen vijftien jaar is de aandacht hiervoor enorm toegenomen, ook in de psychotherapie. Je krijgt mindfulness nu soms zelfs vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Door deze technieken raak je minder snel burn-out en bouw je meer veerkracht op.’


Toen ik in de jaren zestig zelf begon met mediteren en yoga, versleet iedereen me compleet voor gek. Het werd geassocieerd met hippies in San Francisco die te veel drugs op hadden. De grote kentering kwam een jaar of vijftien geleden, toen het wetenschappelijk onderzoek naar mindfulness enorm toenam. Het grote publiek gelooft er nu echt in, door de harde bewijzen over de vele positieve effecten die het heeft op het brein, het immuunsysteem, je sociale contacten en ga zo maar door.’ (Kabat-Zinn in Happinez)


Mindfulness is volgens Borst geen nieuw fenomeen.

Hoe komen mensen erbij dat dit allemaal nieuw is? Ik ben daar vaak heel verbaasd over. Wat nu boeddhisme heet, zijn vaak oude waarden en normen. Oude joodse en christelijke bronnen bijvoorbeeld, bevatten veel wijsheid.’

Zie:

Beeld: Proven Benefits of Mindfullness Meditation (care2.com)

‘Geest en brein zijn niet identiek aan elkaar’

superbrein

Filosoof Markus Gabriel zegt dat aanhangers van de ‘naïeve identiteitstheorie’, zoals Dick Swaab, stellen dat er maar één entiteit is: the mind is the brain. ‘Ze redeneren alles terug tot het brein. Maar als je probeert te zeggen dat er enkel een brein is, kun je daar beter niet de identiteitstheorie voor gebruiken. Daarmee zeg je namelijk dat er twee zaken – geest en brein – identiek zijn aan elkaar. Echter, twee dingen kunnen helemaal niet hetzelfde zijn. Niets is identiek aan zichzelf of veroorzaakt zijn eigen bestaan.’

Gabriel zei dit afgelopen woensdag in de lezing Wij zijn ons brein niet op de Radboud Universiteit in Nijmegen. Volgens hem is het nonsens dat de menselijke geest totaal verklaard kan worden vanuit de natuurwetenschappen, en hij stelt dat er ideologisch gedacht wordt over de geest.

Er wordt gepoogd om de menselijke geest te objectiveren, om het denken te zien als iets specifiek menselijks, uitgedrukt in natuurlijke termen. De historische dimensie wordt verbannen en de geest wordt gezien als noodzakelijk.’

Gabriel, schrijver van het boek Waarom we vrij zijn als we denken, spreekt van neuromania, en dat betekent dat het vocabulaire van volkspsychologie wordt vervangen door een neuro-vocabulaire.

Jezelf uitdrukken in termen van je brein is heel populair, zoals eerder de psychoanalyse en het denken over jezelf in termen van genen dat waren. Het decennium vanaf 1990 werd zelfs uitgeroepen tot decade of the brain door George Bush sr.’

Volgens de correlatietheorie, zegt Gabriel, zou er voor elke mentale toestand een corresponderende toestand van het brein zijn. Dat zou betekenen dat er een neuro-correlaat is voor alles wat je bewust ervaart.

Van angst voor het ontmoeten van een haai tot je intense liefde voor je grootmoeder is dus een neuron aanwezig in je brein. Gabriel vindt dat niet geloofwaardig omdat er bijvoorbeeld geen neuron aan te wijzen is die bewustzijn verklaart. Bovendien lijkt er niet voor alles wat we kunnen zeggen over onze geesteswereld een corresponderende neuron te zijn.’

markusgabriel-1

Neurowetenschapper Peter Hagoort ging na de lezing van Gabriel met hem in gesprek. Hij gelooft net als Gabriel dat mensen niet samenvallen met hun brein. Dat kan namelijk geen verklaring geven voor het feit dat kinderen een taal moeten aanleren van de omgeving, en dat een brein zich dus in potentie zowel Chinees als Nederlands kan eigen maken.

Daar is Gabriel het mee eens: ‘Hoe kan ik ooit een vuurtje aansteken als niemand mij ooit uitlegt hoe dat moet? Je kunt zo’n handeling niet reduceren tot neuronale infrastructuur. Je hebt daar een leerweg voor nodig.’

Over kunstmatige intelligentie was Gabriel duidelijk en stelde sceptisch te zijn over de mogelijkheid van kunstmatige intelligentie.

Jij kunt me geen robot laten zien die bewustzijn heeft. Als we spreken over zulke robots, gaat het over een gedachte-experiment. Er zijn veel verschillen tussen jou en de robot. Die laatste heeft geen bewustzijn, voelt niks. Zelfs wanneer een robot zich precies zo gedraagt als jij, heeft hij alsnog geen knieën, geen neuronen.’

Zie:  Wij zijn ons brein niet (Radboud Universiteit)
Ook interessant: Markus Gabriel richt neo-existentialistische pijlen op het brein (iFilosofie)

Beeld: scientias.nl
Foto: Markus Gabriel (Radboud Universiteit)
Update 14 06 2024 (Lay-out)