‘De mens slaapt en als hij sterft ontwaakt hij’


Ibn Arabi

De twaalfde-eeuwse soefi Ibn Arabi is weg van deze uitspraak van profeet Mohammed: ‘De mens slaapt en als hij sterft ontwaakt hij.’ En Ibn Arabi doet er nog een schepje bovenop: mensen die in dat ene moment zijn blijven hangen zijn verveeld geraakt, versuft en in slaap gesukkeld. ‘Ze dromen in een droom.’ – Onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, Cornelis van Lit, expert op het gebied van de islamitische filosofie, heeft de afgelopen vier jaar gewerkt aan ‘de notie van verbeelding bij Ibn Arabi’.

 ‘Saaie tijd, fascinerend moment:
Ibn Arabi over fascinatie terugbrengen in je leven
(Utrecht Religie Forum, Universiteit Utrecht)

De mens slaapt en als hij sterft ontwaakt hij’. Dit doet mij ook denken aan het hindoeïsme. In de Vedische geschriften uit het oude India wordt heel intrigerend gesproken van ‘wakker worden’ in plaats van ‘doodgaan’. De Indiase schrijver, mysticus en wijsgeer Rabindranath Tagore (Nobelprijswinnaar voor de Literatuur 1913) zei: ‘De dood is niet het doven van het licht, maar het uitblazen van de lamp omdat de dag is aangebroken.’

‘Ze dromen in een droom.’
Ons ontworstelen aan aardse gedachtegangen en de rijkheid van Gods herschepping inzien is opwindend en werkelijk een ontwaking. We ontwaken dan uit de droom in een droom. Zo verwoordt Ibn Arabi dat het mystieke inzicht dat God elke keer weer alles herschept ook niet alles is! We dromen namelijk nog steeds, tot het moment dat we werkelijk ontwaken en de natuurlijke wereld voorgoed achter ons laten.’

Mystieke inzichten
Ibn Arabi (1165 – 1240) – ‘de grootste van alle moslimfilosofen – volgde mystieke inzichten op en smeedde ze daarna om in filosofische systemen. De soefi begon, zo vertelt Van Lit, met de observatie dat eigenlijk alles dat we in deze wereld kennen komt en vergaat. In die zin zijn de dingen om ons heen het ene moment bestaand en op een later moment niet-bestaand.

Daar bovenuit stijgend staat God, die altijd bestaat. Sterker nog, zo beredeneert Ibn Arabi afgaande op mystieke inzichten: God herschept de hele kosmos elke micro-seconde, elk miniem momentje, opnieuw. Dat we voort blijven bestaan is te danken aan de continue herscheppende goedheid van God.’


Taj Mahal

‘Vriend van God’
Ibn Arabi – op zijn ideeën is het ontwerp van de Taj Mahal, uit de 17e eeuw, gebaseerd – zinspeelt vaak op het verschil tussen mystiek en filosofie, ervaring en beredenering, gevoel en verstand, ook bij tijd. Dat God elk moment alles herschept is iets dat je aan moet voelen, vervolgt Van Lit de gedachtegangen van de soefi. Je kunt dat ervaren door God in gebed of meditatie te naderen, door een ‘vriend van God’ (wali Allah) te worden. Discrete tijd is dan ook waarneembaar voor mystici. Ben je echter alleen met je hoofd bezig en probeer je slechts te beredeneren, dan neem je aan dat tijd continu is.

Het idee van continue tijd wil Ibn Arabi niet per se afschieten als onzinnig. Toch wil hij de lezer uitdagen en noemt een interpretatie van tijd als continu saai, ontstaan uit verveling. De verveling zit hem erin, volgens Ibn Arabi, dat we als het ware blijven hangen in één zo’n moment dat God heeft geschapen.

Terwijl de schepping van God alweer vele malen voorbij is gekomen, denkt iemand die iets teveel op zijn verstand afgaat dat we nog steeds in dat ene, eerdere moment leven. Hij of zij verheft dat ene moment tot het enige moment. Daarmee gaat het inzicht verloren dat er nog zoveel meer momenten zijn, dat de schepping van God nog zoveel rijker is.’


Cornelis van Lit

Islamoloog Cornelis van Lit werkt aan de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de wisselwerking van filosofie, theologie en mystiek in de late middeleeuwen, onder andere bij Al-Ghazali, Suhrawardi en Ibn Arabi. Tevens heeft hij een voortrekkersrol in de integratie van digitale methoden en data analyses in de geesteswetenschappen.

Van Lit werkte van 2018 – 2022 aan de geschriften van de middeleeuwse soefi-denker Ibn Arabi en zijn commentatoren, met name aan hun notie van  alam al-mithal (beeldwereld) en, meer in het algemeen, hun denken over de functie van de verbeelding. Hij is gepatroneerd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Waarschijnlijk horen we binnenkort meer van hem over Ibn Arabi.

Bronnen:
* Saaie tijd, fascinerend moment: Ibn Arabi over fascinatie terugbrengen in je leven (Utrecht Religie Forum – Universiteit Utrecht)
* The Digital Orientalist

Gerelateerd:
* Al-Ghazali, inspiratiebron voor miljoenen moslims
* Doodgaan is wakker worden

Beeld: Ibn Arabi (teemtiquotes.com)
Beeld Taj Mahal: 6 maart 2004 (Dhirad, commons wikimedia)
Beeld Cornelis van Lit: digitalorientalist.com

De duizelingwekkende diepten in de kwantumfysica

De fysica heeft volgens mysticus Erik van Ruysbeek – in een beschouwing over de relatie tussen geest en stof – de stof diepgaand onderzocht en duizelingwekkende diepten ontdekt. Het lijkt dat men bestanddelen heeft gevonden van wat men vroeger ‘geest’ noemde. Van Ruysbeek zegt in zijn boek Mystiek en mysterie dat het er op lijkt ‘dat de fysica langzamerhand de mystiek, of sommige ervaringen van de mystiek op het gebied van de observatie, begint in te halen’.

Het lijkt dat men bestanddelen heeft gevonden van wat men vroeger ‘geest’ noemde.’
(Erik van Ruysbeek (1915-2004)

Wim Davidse, auteur van het boek Er is meer in ons – leren van de mystici, vertelt hierover in Ongrond. Over ‘een werkelijkheid die in wezen geestelijk van aard is’. Hij haalt een prachtig voorbeeld aan uit Helgoland van de natuurkundige Carlo Rovelli. Die beschrijft in het begin van zijn boek mooi hoe die duizelingwekkende diepten ontdekt worden in de kwantumfysica.

In de zomer van 1925 ging de 23-jarige Duitse student Werner Heisenberg naar het eiland Helgoland om daar enkele weken in eenzaamheid door te brengen. Hij was daar vooral om zich helemaal onder te dompelen in het probleem dat hem obsedeerde: de banen van een elektron rond de kern van een atoom. De fysicus Niels Bohr had waargenomen ‘dat elektronen in de atomen rond de kern draaiden in exact bepaalde banen, op exact bepaalde afstanden van de kern, met exact bepaalde energieën’. En dan sprongen ze ook nog eens op magische wijze van de ene baan op de andere.
(Rovelli)


Zie ook boekbespreking Ilse van Leeuwen:
Academie voor Geesteswetenschappen

In de eenzaamheid op Helgoland probeerde Heisenberg iets uit te rekenen wat de onbegrijpelijke regels van Bohr zou kunnen verklaren. Hij sliep weinig en nam slechts korte rustmomenten, die hij doorbracht met het beklimmen van de rotsen op Helgoland. Op 7 juni begonnen zijn berekeningen te kloppen, hij kon hiermee de consistentie van de nieuwe kwantummechanica aantonen.
Heisenberg geeft weer wat er toen bij hem gebeurde: ‘Het eerste ogenblik was ik erg geschrokken. Ik had het gevoel dat ik door de oppervlakte van de atomaire verschijnselen heen naar een diep daaronder liggend fundament van een vreemde interne schoonheid keek.’
(Rovelli)

Davidse zegt dat Heisenberg in dit geval stuitte op een soort onderliggende orde, die zich kenbaar maakte door zijn wiskundige verhoudingen. Dat was voor hem toen een mysterie, zou je kunnen zeggen. Zo’n mysterie is er nog steeds in de fysica, leidt hij af uit de bevindingen met teleportatie. Daarbij is waargenomen dat twee elementaire deeltjes met elkaar ‘verstrengeld’ kunnen zijn. 

Als je dan de toestand van het ene deeltje verandert, verandert het andere deeltje gelijktijdig, ongeacht op welke afstand het zich bevindt. (…) Deze kwantumverstrengeling lijkt het mogelijk te maken informatie over te brengen zonder dat deze kan worden gehackt. Een stap in de richting van een kwantumcomputer.’
(Davidse)

Hoe kan het, zo vervolgt Davidse, dat twee elementaire deeltjes gelijktijdig veranderen, ook al bevinden ze zich op 1000 km (of veel meer) afstand van elkaar? Ook hier lijkt weer sprake van een mysterieuze, onderliggende, of bovenliggende (?) orde.

Computerwetenschapper en filosoof Bernardo Kastrup zegt dat fysische entiteiten geen zelfstandig bestaan hebben. Davidse verwijst naar hem.

Het zijn verschijningsvormen of beelden van een diepere laag van de werkelijkheid, die in wezen geestelijk van aard is.’
(Kastrup)

Kastrup zegt dit op grond van zijn ervaringen met de kwantumfysica als medewerker bij het CERN, het instituut voor onderzoek naar elementaire deeltjes in Geneve.


Erik van Ruysbeek

Een werkelijkheid die in wezen geestelijk van aard is.’ Dat is nu net wat Erik van Ruysbeek bedoelde toen hij schreef dat men in de fysica bestanddelen heeft gevonden van wat men vroeger ‘geest’ noemde.’
(Davidse)

Zie: De fysica haalt de mystiek in (Wim Davidse, Ongrond, 2022)

Mystiek en mysterie | Erik Van Ruysbeek | Ankh-Hermes, Deventer | 1992 | ISBN 9020255967 | 112 pagina’s
Vanuit een grote bescheidenheid beseft de auteur dat het spreken over mystiek en mysterie slechts stamelen blijft. De mens moet kunnen relativeren en zich niet inbeelden dat hij de enige is die openbaringen van de waarheid in zich draagt. Als van Ruysbeek schrijft, beschrijft bij één getuigenis te midden van vele mogelijke visies.
De auteur meent dat binnen de grenzen van het weten dat hem werd gegeven, de mystieke ervaring zeker de ervaring is die het verst in de menselijke werkelijkheid binnendringt en de mens in alle tijden misschien speciaal in ontredderde crisistijden zoals de huidige het grondigst kan helpen om zijn pad op aarde te leren vinden.
Wie de top van de berg bereikt, zal in detail zien hoe alle bestijgingswegen een gelijkwaardigheid hebben en in hetzelfde onzeglijke mysterie uitmonden. De auteur hoopt dat de lezer zelf op zoektocht gaat naar het wezen der dingen.’
(Ankh-Hermes)

Beeld: zingevinggezocht.substack.com
Beeld Erik van Ruysbeek: coverfoto De smaak van honing

UPDATE 22 10 2022: Mystiek en mysterie weer op voorraad bij BoekenSchaap

‘Het nieuwe christendom is een vrijplaats van innovatie’

Theoloog en antropoloog Johan Roeland vindt God niet zomaar een idee, maar één van de meest onderhuidse intieme vormen van realiteit. Maar tijdens een geloofscrisis gebeurt er van alles. ‘Als er iets gaat schuiven, gaat alles schuiven. Dat heb ik ook ervaren. Je wereldbeeld dondert in elkaar, je verliest één van je meest intieme relaties. Ik denk dat buitenstaanders zich dat lastig kunnen voorstellen. Het draait om verlies van zekerheid, en dat vervolgens gaan waarderen.’

De van oorsprong reformatorische christen Johan Roeland behoort tot het nieuwe christendom waarin aandacht is voor het onuitsprekelijke, onvatbare, mysterieuze en paradoxale van het godsbeeld.

‘De ziel vindt steeds zijn weg, juist door tegenslag.’
(Pauline Weseman)

Het nieuwe christendom is een soort beweging die te herkennen is in de opkomst van activiteiten, festivals en vrijplaatsen van religieuze innovatie. Hierover praat journalist en religiewetenschapper Pauline Weseman met Roeland. Zij sprak met nog zestien andere christenen die al zoekende vorm geven aan dat nieuwe christendom. Samen met andere interviews en essays over dit thema verschijnt 1 november ’22 de bundel Ziel zoekt zin. Hoe verder als je geloof er niet meer toedoet.

Ze [dat nieuwe christendom] is deels niet nieuw, omdat de aanhangers teruggrijpen op oudere bronnen en daar herkenning in vinden. Oude en nieuwe mystici en denkers als Dag Hammerskjöld, Tomàš Halik, John Caputo en Peter Rollins. Zij hebben aandacht voor het onuitsprekelijke, onvatbare, mysterieuze en paradoxale van het godsbeeld.’

In het nieuwe christendom zijn gelovigen te vinden met een orthodox-christelijke achtergrond, die een geloofscrisis doormaakten en vervolgens toch weer uitkomen bij het christendom. En het dan op eigen wijze invullen. Maar zo eenvoudig is dat niet. Nergens krijg je volgens Roeland zo’n enorm geloofsconflict als in de orthodoxie waar religie de kern van alles is, sociaal, politiek, in werk en gezin.

Twijfelen kon en mocht niet. Het is niet zo verwonderlijk dat al deze mensen naar de mystiek neigen als tegenhanger, met ruimte voor het onbekende, paradoxale. Als kinderen meer leren dat twijfel een waardevolle manier is van in het leven staan en dat er meerdere perspectieven zijn op God, kun je dat omarmen als het je overkomt en voorkom je misschien een geloofscrisis.’


Johan Roeland

Voor Roeland is God toch die voortdurende aanwezigheid en afwezigheid, paradoxaal genoeg. 

Het is een besef van een mysterie, iets dat groter is dan mijzelf waardoor ik nooit oneindig val en me geroepen voel het goede te doen. Dat lukt me vaak niet, wat mij tot een schuldig mens maakt, maar niet zoals ik meekreeg in mijn reformatorische opvoeding. Ik heb de notie van schuld herontdekt en omarmd.’

Op de kritiek van theologen en religiewetenschappers die de nieuwe vormen vaak individueel gericht vinden – voor het voortbestaan heb je ook het collectief nodig – zegt Roeland dat hij eerder gelooft in tijdelijke, lichte gemeenschappen, waar je je niet voor altijd aan hoeft te verbinden en ze niet alles van je vragen.

Veel vormen creëren een tijdelijke connectie tussen gelijkgestemden, zoals community’s als LUX, een Groep van Eenvoud, PopUpKerk, Graceland, festivals überhaupt.’

Roeland zegt zo ook niet meer gebonden te zijn aan je lokale context voor het vormgeven van je eigen verhaal. Het blijft een zoektocht naar balans. Wat raak ik kwijt van mezelf in het collectief en wat mis ik aan het ergens bij horen als ik op mezelf ben aangewezen? Hij verwijst naar praktisch theoloog Henning Luther die zegt dat je voor religie zowel onderhouden en onderbreken nodig hebt.

Een kerk is vaak gericht op onderhouden, conserveren, continuïteit. Deze nieuwe christenen zijn vooral gericht op onderbreking, afbreken en opbouwen. Ze houden van de esthetiek, historie, het sacrale en symbolische repertoire van kerken maar zijn ook anti-institutioneel. Zodra het een keurslijf wordt, haken ze af.’

Zie: Als je het geloof der vaderen kwijt bent, maar God blijft rondspoken in je leven (Trouw)

Ziel zoekt zin. Hoe verder als je geloof het niet meer doet| Pauline Weseman | Uitgeverij Zilt | 208 blz. | November 2022 |  € 24,99 | E-book € 12,50 | Gebundelde reportages uit Trouw en interviews en essays uit Volzin van Pauline Weseman. Ook komt er in samenwerking met Trouw en Vrije Universiteit een ‘proeverij van nieuw christendom’ (31 oktober 2022) om de beschreven vormen uit te proberen en analyseren.

Beeld: Detail uit Contouren van een nieuw Christendom – Pauline Weseman (Volzin)
Foto Johan Roeland: Pauline Weseman
UPDATE: 11 oktober 2022

Laten we de wereld opnieuw betoveren

Socioloog Max Weber sprak aan het begin van de vorige eeuw over de onttovering van de wereld. Het geloof in God zou plaatsmaken voor het geloof in de ratio en technologie. Maar honderd jaar later is het verlangen naar religie en spiritualiteit nog steeds groot. Waar komt die behoefte vandaan? Kunnen we de wereld opnieuw betoveren?

Het is het lot van onze tijd, met de haar eigen rationalisering en intellectualisering, vooral: de onttovering van de wereld, dat juist de laatste en meest sublieme waarden zijn teruggetreden uit de openbaarheid, óf naar het (…) rijk van het mystieke leven, óf naar de broederlijkheid van de directe betrekkingen van individuen tot elkaar.’
(Max Weber, 1917, Wissenschaft als Beruf)

Is nu de tijd gekomen om te gaan zien dat de natuurwetenschap de wereld ook kan kleuren met nieuwe tover, vraagt Arie van Houwelingen zich honderd jaar later af in De Nieuwe Koers.

Bovendien, wat heeft die onttovering ons opgeleverd? Een geplunderde aarde, leeggeviste oceanen, vervuilde lucht. Hebben we niet meer dan ooit een terugkeer van tover, van een besef van heiligheid van de dingen nodig, omdat ze niet werk zijn van onze handen, maar van de Allerhoogste’
(Arie van Houwelingen, in De Nieuwe Koers, 2019)

In onzekere tijden is de hang naar zingeving groot. Zijn religie en spiritualiteit bezig aan een opleving?’ In samenwerking met het Nieuw Utrechts Toneel & Descartes Centre houdt Studium Generale op 13 april in Utrecht de bijeenkomst Over religie en zingeving in de toekomst met religiewetenschapper prof. Birgit Meyer. Hieronder enkele standpunten van haar ter oriëntatie.

Mijn eigen standpunt bij het bestuderen van religie is seculier, zou ik zeggen, in die zin dat ik het geloof van mensen in God of goden respecteer en serieus neem, maar God(en) niet als uitgangspunt neem in mijn pogingen om kennis over religie te produceren. Voor mij als geleerde bestaat goddelijke aanwezigheid niet als zodanig, maar als het resultaat van een bepaalde sensationele vorm, waardoor het voor mensen echt wordt. Dat ontstaan ​​is wat mij intrigeert.’
(Birgit Meyer, Entagled Worlds)


Birgit Meyer

Meyer is cultureel antropoloog en godsdienstwetenschapper. Bij het bestuderen van religie kiest zij voor een materiële benadering die de feitelijke praktijken – waardoor mensen zich verhouden tot het goddelijke, het bovennatuurlijke en tot elkaar – als uitgangspunt neemt. ‘De kern van religie – onderzocht vanuit het perspectief van religieuze mensen zelf – is het voor de geest halen van een tweede, transcendente realiteit die verondersteld wordt achter de tastbare wereld te liggen’. 

Ik benader religie als een bemiddelingspraktijk waarmee mensen een brug proberen te bouwen naar wat zij als het goddelijke of bovennatuurlijke beschouwen. In die zin kan religie heel goed worden opgevat als een medium dat door mensen is gemaakt en gebruikt om een ​​andere realiteit weer te geven, die niet direct tastbaar, aanwezig, toegankelijk en ervaarbaar is.’
(Birgit Meyer, Religious Matters)

Religieuze ideeën en praktijken hebben volgens Meyer een diepe impact op de manier waarop mensen de wereld waarnemen en handelen, banden met anderen ontwikkelen en normen en waarden incorporeren, wat religie een fascinerend startpunt voor onderzoek maakt. 

Ik wil begrijpen hoe bepaalde ideeën over een immateriële realiteit voor echt worden aangenomen, hoe mensen zich op basis van dergelijke overtuigingen in de wereld positioneren en hoe zij zich verhouden tot anderen. Het zou kortzichtig zijn om religie simpelweg af te doen als een illusie.’
(Birgit Meyer, Religious Matters)

Studium Generale Utrecht: De Futuristen – Over religie en zingeving in de toekomst | 13 april 2022 20:00 – 21:30 | Tivoli Vredenburg (zaal: Pandora) | Entree gratis | Aanmelden kan vanaf 23 maart via Tivoli Vredenburg: Tickets

Regie en interview: Mariëlla van Apeldoorn | Redactie en interview: Erwin Maas | Wetenschapper: prof. Birgit Meyer | Schrijvers/makers: Edna Azulay, Joep Hendrikx, Fieke Opdam | Muzikant/maker: Frank van Kasteren | Visueel kunstenaar/maker: Laura Mentink

Zie: Birgit Meyer (Religious Matters)

Beeld: Tom Thomson, ‘Canoe Lake, Ontario, 1917, Northern Lights’, ca. 1916-17, The Montreal Museum of Fine Arts, foto: MMFA, Jean-François Brière (Museum Tijdschrift)

Foto Birgit Meyer: Religious Matters

‘Ons verbonden voelen is het meest zinvolle in ons leven’

Het leven op aarde vormt één groot ecosysteem waarin alles op elkaar inwerkt en van elkaar afhankelijk is, en waarvan wij onderdeel zijn. Volgens The Web of Meaning is alles met elkaar verbonden. Ecologisch denker Jeremy Lent pleit voor een wereldbeeld dat moderne wetenschap en inzichten uit oude wijsheidstradities integreert. The Web of Meaning is opgebouwd aan de hand van vijf existentiële vragen: wie ben ik, waar ben ik, wat ben ik, hoe moet ik leven en waarom ben ik? In VN een interview met Lent.

Lent weet uitzonderlijk helder te schrijven over complexe en fundamentele zaken als bewustzijn, evolutie, entropie (het streven van systemen naar wanorde), fractals, genenexpressie, moraal en mystiek en de overlap tussen de taoïstische principes qi (energie) en li (principes die qi laten werken) met de ideeën van systeemtheoretici.’

Onze relatie met de natuur, zegt Lent, is totaal uit balans doordat we die zien als een machine, de mens zien als apart van de rest van het leven en de aarde als een hulpbron die we kunnen gebruiken voor onze menselijke doelen.

We zien het lichaam als gescheiden van de geest en zien verschillende groepen mensen als apart van elkaar. Dat wereldbeeld bevordert uitbuiting: van mensen onderling en van de natuurlijke wereld, en het vormt de basis voor kolonialisme, racisme en kapitalisme.’

Als de belangrijkste waarden in ons huidige wereldbeeld die bepalen hoe wij in onze cultuur ons leven leiden, noemt Lent materiële welvaart en status.

Maar die veroorzaken een enorme afgescheidenheid en vervreemding. Dat geldt vooral voor de mensen die gebukt gaan onder de toenemende ongelijkheid, maar ook voor degenen die daar oppervlakkig gezien van profiteren. Ook zij verlagen daarmee de kwaliteit van hun eigen leven, al zijn ze zich daar misschien niet zo van bewust.’ 

Voor ons als mensen is ons verbonden voelen het meest zinvolle in ons leven, zegt Lent, maar ons huidige wereldbeeld heeft dat verbroken en veroorzaakt veel wat in het boeddhisme dukkha heet. Hij kwam ook in aanraking met mindfulness meditatie. Dat voelde voor hem als thuiskomen, en achteraf vond hij het onbegrijpelijk dat hij zijn leven tot dan geleid had zonder die meditatie.

Dat [dukkha] wordt vaak vertaald als lijden, maar het betekent een bredere ontevredenheid en onvermogen om welzijn te ervaren. We hebben daarom niet alleen een transformatie op systeemniveau nodig, maar ook in ieder van ons. Als we leven vanuit andere waarden, komt er ruimte voor wat Aristoteles eudaimonia noemt: het nastreven van je volledige potentie, zodat je leven tot vervulling komt. Dat is een wezenlijk ander soort geluk dan het hedonisme in onze consumentenmaatschappij.’

Veel mensen hebben het gevoel dat onze ondergang zo goed als onvermijdelijk is, zegt Lent, gezien de ernst van de klimaatopwarming, de macht van de grote corporaties en de toenemende haat en polarisatie in de wereld.

Ik voel dat allemaal en realiseer me dat goed. Maar in plaats van daardoor te verlammen, moeten we ons realiseren dat onze betrokkenheid bij de wereld ertoe doet, omdat we deel uitmaken van het verbonden web dat onze samenleving vormt. Wat we denken, zeggen en doen is deel van de wereld die we creëren. Dat brengt grote verantwoordelijkheden met zich mee.’

Zie: Ecologisch denker Jeremy Lent: ‘Ons verbonden voelen is het meest zinvolle in het leven’ (VN)

The Web of Meaning | Jeremy Lent | Profile Books Ltd | Hardcover €26,00 | 528 pp. | 17 juni 2021

‘The Web of Meaning van Jeremy Lent is zowel een diepgaande persoonlijke meditatie over het menselijk bestaan ​​als een hoogstandje van historisch en hedendaags wereldwijd seculier en spiritueel denken over de diepste vraag van allemaal: waarom zijn we hier?’
(Gabor Maté M.D, auteur van In The Realm of Hungry Ghosts: Close Encounters With Addiction)

‘We moeten nu meer dan ooit uitzoeken hoe we allerlei verbindingen kunnen maken.
The Web of Meaning kan helpen bij veel van de dringende taken waarmee we worden geconfronteerd.
(Bill McKibben, auteur van Falter: Has the Human Game Begun to Play Itself Out?)

Beeld: Gert Altmann (Pixabay)

Al-Ghazali, inspiratiebron voor miljoenen moslims

De bevlogen middeleeuwse denker Al-Ghazali is nog altijd een bron van inspiratie voor miljoenen moslims. In Verlost van onzin komt Al-Ghazali zelf aan het woord, in de toegankelijke vertaling van Al-Ghazali’s autobiografie. Hij wordt gewaardeerd om de manier waarop hij filosofie, theologie en mystiek samenbrengt. De lancering van het boek is 20 september in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Verlost van onzin biedt een fascinerende kennismaking met het islamitisch denken dat ontstond in de gouden eeuwen van de islam.

O
ok in de westerse literatuur duikt de naam van Al-Ghazali geregeld op: bij filosofen als Bertrand Russell en Nicholas Taleb en in de boeken van Salman Rushdie en Dan Brown. Daar wordt hij eensgezind aangewezen als een strenge dogmaticus.
Wie was deze Al-Ghazali en waar komt zijn reputatie vandaan? Kan het echt zo zijn dat hij het einde van het vrije denken in de islam inluidde? In dit boek wordt – onder veel meer – beschreven hoe het mogelijk is dat iemand die binnen zijn eigen traditie tot de grootste denkers wordt gerekend, in het Europese denken zo’n beroerde reputatie heeft gekregen.

De onenigheid onder mensen is een diepe oceaan waarin de meeste mensen verdrinken en waaruit slechts enkelen gered worden.’
(Al-Ghazali)

Aan het woord is theoloog, filosoof en later mysticus Al-Ghazali, die zijn leven wijdde aan God. Een van de grootste denkers uit de geschiedenis. Zijn hele leven heeft Al-Ghazali een brandend verlangen gehad om de wereld om zich heen te begrijpen. Maar El-Ghazali wist ook wat wij vandaag weten: het valt niet mee om de wereld te begrijpen. En daar komt bij dat er altijd méér te weten valt, méér te begrijpen, méér te onderzoeken, zo leert Verlost van onzin.

Sinds de bloei van mijn jeugd stort ik mij in het getier van deze diepe oceaan. Ik waag mij dapper in de diepe wateren, zonder al te bang en voorzichtig te zijn. Ik dring door tot elke onduidelijkheid, stuit op elk probleem, en dring aan op elke moeilijkheid.’
(Al-Ghazali)

Verlost van onzin is een toegankelijke en vlotte vertaling van een beroemd werk uit de islamitische filosofie: de autobiografie van Abu Hamid Al-Ghazali (1058‑1111). Het werk is vertaald door dr. Cornelis van Lit, onderzoeker op het gebied laatmiddeleeuwse ontwikkelingen in filosofie en theologie van de islamitische beschaving, en filosoof, theoloog en docent islamitische filosofie Gerko Tempelman.

Al-Ghazali geloofde dat de waarheid wáár is en één is, ongeacht of je die tegenkomt via een spiritueel inzicht of via een rationele overweging, in de Koran of in de wetenschap.

Als iets waar is, is het waar, en alles wat waar is, is consistent met zichzelf. Dit verklaart waarom Al-Ghazali in Verlost van onzin filosofische overwegingen moeiteloos afwisselt met citaten uit de belangrijkste bronnen van de islam: de Koran en de Tradities (de overgeleverde uitspraken en gedragingen van Mohammed, de profeet van de islam). Dat betekent echter niet dat verschillende wegen hetzelfde of zelfs maar inwisselbaar zijn, zo benadrukt Ghazali voortdurend in zijn werk. Maar verschillende wegen kunnen wel naar dezelfde conclusie leiden.’
(Uit: Verlost van onzin)

Verlost van onzin | Abu Hamid Al-Ghazali | Vertaling: Cornelis van Lit en Gerko Tempelman | Boom uitgevers | ISBN: 9789024438297 | Tijdelijk € 20,00 | ‘Al-Ghazali zet zichzelf in zijn boek neer als een twijfelende zoeker en allesbehalve de dogmatische betweter zoals hij zo vaak wordt geportretteerd.’ (Gerko Tempelman)

*** Boeklancering: De belangrijkste moslim na Mohammed – 20 september:  Openbare Bibliotheek Amsterdam – 20 uur – Gratis toegang | Ter gelegenheid van de verschijning van Verlost van onzin organiseren de Volksuniversiteit en de OBA organiseren een inhoudelijke boeklancering, met bijdragen van Alaeddine Touhami (Huis van Vrede), Kamel Essabane (Fahm instituut), Rinse Kruithof (Boom Filosofie) en van de vertalers en inleiders Cornelis van Lit en Gerko Tempelman. Het boek Verlost van onzin is voor een speciale kortingsprijs te verkrijgen. (info en tickets) ***

*** Cursus: Op 4 november begint een 4-delige cursus over Verlost van onzin – door Gerko Tempelman, in Amsterdam. ***

Beeld: Imam Al-Ghazali (yenihaberden.com)

‘Mystiek is om te beginnen vrijheid’

Mystiek heeft de naam nogal zweverig te zijn: ‘Het ervaren van God ‘die ronddoolt tussen de potten en de pannen,’ zei Theresa van Avila ooit. God heeft de naam nogal abstract te zijn. Alleen al het woord ‘God’. Dat beladen, misverstandelijke woord. Theoloog Wim Jansen zegt dat wie moeite heeft met dat woord, hij iedereen van harte uitnodigt om de titel vrijelijk aan te passen aan het eigen levensgevoel: Brandend verlangen om op te gaan in liefde. Jansen schreef Brandend verlangen, opgezet als een mystiek dagboek in de periode van mei 2019 tot mei 2020. ‘Mystiek is om te beginnen vrijheid,’ meldt uitgever Van Warven op de boekomslag.

Z
ijn boek Brandend verlangen – om op te gaan in God/Liefde verscheen 18 juni. Als inspiratiebron noemt Jansen de drieledige bron waaruit hij leeft: de verwondering over de schoonheid en het mysterie van het aardse leven; het geheim van de liefde, dat hij God noemt: GOD achter God; en contemplatie, dat voor hem betekent: stilte, mediteren, dagelijks oefening in onthechten.

De theoloog, schrijver en dichter vindt inspiratie in de liefdesmystiek, in het bijzonder de middeleeuwse christelijke mystiek van Hadewych, Jan van Ruusbroec en Meister Eckhart; de filosofie van de oude Grieken, met name de stoïcijnen en de cynici; de oosterse mystiek van het soefisme, boeddhisme en taoïsme; en poëzie, in het bijzonder Hans Andreus, J.C. van Schagen, Gerrit Achterberg.

Mystiek van alledag
Het ervaren van God ‘die ronddoolt tussen de potten en de pannen’, zoals Theresa van Avila het noemde [in haar boek De innerlijke burcht, PD]. Hoe verhoudt Godverlangen zich tot simpele levensvreugde en alledaagse zorgen? Geen flauw idee had hij [Jansen] hoe bewogen dat jaar zou zijn. Niet alleen vanwege de maatschappelijke stikstofonrust en wereldwijd de coronacrisis, maar ook persoonlijk, toen hij te horen kreeg dat een ongeneeslijke kanker zich in zijn lichaam had uitgezaaid. Wat blijft erover van een ‘brandend verlangen om op te gaan in God’ met de dood op je hielen? Een spannend relaas over hectiek en stilte, crisis en mystiek.’
(Uitgeverij Van Warven)

Predikant Bert Altena schreef een recensie en vertelt dat Jansen zijn dagelijkse beslommeringen, mijmeringen en belevenissen beschrijft, dat hij telkens zoekt naar de verbinding met God, wat voor hem niet moeilijk is.

Jansen ervaart zijn leven als een bestaan in God, lezen we al in de eerste bijdrage, zegt Altena, een werkelijkheid die Jansen altijd omringt. Het is een zeker weten dat hem van jongs af aan begeleidt. Voor hem zo vanzelfsprekend, dat hij zich soms verwondert over wie dat niet zo beleeft. Dat zijn opgetogen godsbeleving weleens fronsende reacties oproept onder generatiegenoten en in zijn omgeving, deert hem niet. 

Niettemin weet ik mij geroepen om het te blijven proberen, juist vanuit de verdeeldheid en het verschil. De Godervaring uitstralen, uitdragen, vertalen, vertellen. Het is geen keuze. Ik kan het niet laten.’
(Wim Jansen)

Het is de paradox, zegt Altena, dat Jansen zoekt naar een mystieke godsbeleving waarin de hoogste wijsheid is zichzelf verliezen in God…

Dit is het wat ik het aller allerliefste wil. Mijzelf uitvlakken, verdwijnen, opgaan in het niets zodat alleen God overblijft’.’
(Wim Jansen)

maar dat hij tegelijkertijd juist daarin zijn eigen ego ultiem bevestigd ziet:

Het verdwijnen van dat ‘ik’ is niet minder, maar meer. Het is geen verlies, maar winst. Want ik word God. Wat kan een mens meer verlangen dan God zijn?’
(Wim Jansen)

Zie: Wim Jansen, Brandend verlangen (Bert Altena)

Brandend verlangen | Wim Jansen | 300 pagina’s | Met illustraties | 18 juni 2021 | Uitgeverij Van Warven | € 19,95

Beeld: Pixabay