Wijs worden uit mystieke teksten

alexvonjawlenskyooginoogdrkickbras

‘Hij is zowel Geest als Natuur als Materie’. Een zin van een mystieke tekst uit de Sacrale verhandeling van Hermes. Corpus Hermeticum III. Hermes Trismegistus, ‘Vader der Filosofen’, wordt wel gezien als de oerbron van de kennis over de samenhang van alles. Hij zou de geheimen van het universum kennen. Om deze teksten levend te maken en de wijsheid van Hermes te ontvangen zou je samen met anderen de hermetische teksten kunnen lezen, erover mediteren, ermee worstelen en erover uitwisselen. Anders blijven het dode teksten. Een unieke leesgroep start 10 oktober in Utrecht.


De heerlijkheid van het Al is God,
de Godheid en de Goddelijke natuur.
God is het begin van wat bestaat
– hij is zowel Geest als Natuur als Materie –
daar hij Wijsheid is, die alles kan openbaren.’
(Sacrale verhandeling van Hermes. Corpus Hermeticum III)


Hermes leeft. In het café in de Ambassade van de Vrije Geest in Amsterdam bijvoorbeeld, komt Hermes je in vele gedaanten tegemoet via de vele prenten die daar hangen. De ambassade is gevestigd in het ‘Huis met de Hoofden’ in Amsterdam, waar ‘de wijsheid van de hele wereld ligt’.

Door de eeuwen heen zijn in verschillende esoterische tradities mystieke teksten geschreven waarin de oorspronkelijke wijsheid verborgen aanwezig is. Door deze mystieke teksten diepgaand te bestuderen, kan de wijsheid in ons verschijnen en gnosis of kennis door eenwording in ons wakker worden.’ (Kees Voorhoeve)

Bijzondere maandelijkse leesgroep
M
ystieke teksten blijven voor velen cryptisch, mysterieus en veelal ondoorgrondelijk. Hoe kan je daar nu wijs uit worden? Toch kan het, maar doe het niet alleen. Er bestaat nu een unieke mogelijkheid om samen met anderen, in een unieke leesgroep, deze teksten je eigen te maken. En niet alleen die van Hermes, maar ook van de Upanishaden: meditatieve wijsheidsteksten uit de Indiase traditie, ontstaan vanaf de 8e eeuw v.C. En van de Spaanse mystica Teresa van Avila (1515-1582).


Niet omwille van het Al is het Al geliefd,
maar omwille van het Zelf is het al geliefd.
Het Zelf moet men zien, horen, overdenken,
in meditatieve aandacht verwerkelijken.’
(Brhad-Aranyaka Upanishad, II, 4)


In Het Graalhuys aan de Nieuwegracht 51 in Utrecht begint vanaf 10 oktober – er zijn nog plaatsen – de driedelige, ook los te volgen, serie Mystieke teksten lezen. In drie maal drie avonden, verspreid over negen maanden, houden de deelnemers zich bezig met het lezen, ervaren en het begrijpen van verschillende teksten uit de mystieke literatuur.


Ziel, zoeken moet je jezelf in mij, En mij moet je zoeken in jezelf.’
(Teresa van Avila)


Drie gespecialiseerde docenten nemen de deelnemers mee op reis in teksten die zijzelf bijzonder vinden:

De wijsheid van Hermes
Kees Voorhoeve
, heeft in de afgelopen twintig jaar onderricht gegeven in filosofie, spiritualiteit en meditatie en is gespecialiseerd in de studie van mystieke teksten uit de Joods-Christelijke, Hermetische en Boeddhistische traditie.

Het Eenheidsbesef in de Upanishaden
Hilde Debacker
, schreef een proefschrift over spirituele oefeningen in het boeddhisme en in de westerse antieke filosofie. De verbinding tussen spiritualiteit en filosofie is haar voornaamste interessegebied. Debackers hart gaat daarbij vooral uit naar de inzichten uit de Oosterse filosofie, zowel uit hindoeïsme, boeddhisme als taoïsme.

De mystieke tuin van Teresa van Avila
Kitty Bouwman
, schreef een proefschrift over mystagogie bij Augustinus, en is bezig met een onderzoek naar het goddelijke moederschap bij Hildegard van Bingen aan het Titus Brandsma Instituut. Bouwman werkt als docente spiritualiteitstudies en als geestelijk begeleidster, en hoofdredacteur van Herademing, tijdschrift voor mystiek en spiritualiteit.

Meer info: Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht 

Beeld Alex von Jawlensky: De cover van Oog in oog – christelijke mystiek in woord en beeld, door de Duits-Russische schilder Alex von Jawlensky (1864-1941), een gezicht in uiterste concentratie, gericht op een innerlijk visioen.

‘Het verlichte universum draagt zichzelf’

spiral-galaxy-ngc1232-1600

Bij Meister Eckhart en zenmeester Dōgen mondt ‘levenskunst niet uit in navelstaarderij, maar juist in een actief in het hier en nu in de wereld staan om met je volle aandacht te doen wat er hier en nu door de omstandigheden van je gevraagd wordt’. – Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes schrijft op zijn blog een heldere en pakkende recensie van In alle dingen heb ik rust gezocht, van Michel Dijkstra.Het boekje begint met de vraag naar de zin van het leven. Want dat is waar het in religie en in filosofie ten diepste om draait’.

Dijkstra stelt evenwel dat zowel Eckhart als Dōgen die vraag als inadequaat beschouwen, omdat die een tweedeling impliceert van leven en zin. Beide denkers zijn het er ten diepste over eens ‘dat het leven zijn eigen zin vormt.’

Het grootste verschil tussen beide denkers lijkt erin te bestaan dat Eckhart God als bron van alles accepteert. De werkelijkheid is substantieel verbonden met God als bron van volheid waaruit deze werkelijkheid is voortgekomen. (Ik zeg hier: ‘substantieel’, maar besef dat dit eigenlijk geen recht doet aan de genuanceerde visie van Eckhart zelf, die het zijn van de wereld en het Zijn van God toch scherp onderscheidt). Een substantiële visie van de werkelijkheid is Dōgen volstrekt vreemd, de clou van de metafoor van Indra’s net is immers ‘dat het verlichte universum zichzelf draagt: er is geen substantie of andere ‘drager’ in, achter of boven het heelal’.’ (Smedes)

Indra’s net’ wil zeggen dat de werkelijkheid is als een web van juwelen die schitteren en elkaar reflecteren. Dijkstra bedoelt hiermee, zegt Smedes, dat ‘ieder ding alle andere dingen weerspiegelt op zijn eigen, unieke manier en alle andere dingen zich tonen in de ‘spiegel’ van het ene ding op hun bijzondere wijze’.

Op die manier komt de identiteit van de particuliere edelsteen tot stand door zijn banden met het collectief van de andere juwelen.’  (Smedes)

Smedes zou in zijn boek Thuis in de kosmos – ‘Het Epos van Evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan’ – zeker naar dat beeld van Indra verwezen hebben als hij dat eerder had gekend, zegt hij enthousiast.

Smedes stelt dat de verschillen tussen beide denkers volgens Dijkstra niet wegnemen dat zij in de concrete uitwerking van hun levenskunst op heel veel punten dicht bij elkaar komen.

Hun gemeenschappelijke levenskunst vat Dijkstra prachtig samen onder de noemer ‘bevrijdende intimiteit’: ‘De weg naar eenheid van Meister Eckhart en zenmeester Dōgen leidt van geslotenheid naar openheid, van geïsoleerd-zijn naar verbinding en van versplintering naar concentratie.’ (Smedes)

Het is geen gemakkelijk boek, zegt de recensent, je moet wel enige voorkennis hebben van Dōgen en Eckhart: denkwerk is geboden! Dōgen komt ‘vreemd’ over door zijn Chinese manier van schrijven en Eckhart door zijn ‘vreemde’ godsbeeld.

Maar Eckhart is geen theïst in onze moderne zin van het woord. Hij werd ook in zijn eigen tijd niet begrepen en uiteindelijk is hij tot ketter verklaard. Dit komt door zijn negatief-theologische insteek (dus de mystieke herneming en ontkenning van alles wat positief over God wordt uitgesproken) en zijn non-duale visie die voor veel gelovigen – helaas ook vandaag nog, zij het volstrekt ten onrechte – naar pantheïsme riekt.’ (Smedes)

Smedes las het boek twee keer, ook omdat sommige gedachtegangen gewoon meerdere keren gelezen moeten worden om echt doorzien te worden. Smedes, die ook journalist en auteur is, zegt hierbij niet te weten of ‘begrepen’ het goede woord is. ‘Doorzien’ lijkt mij een mooie omschrijving, al zou ‘aanvoelen’ ook op zijn plaats kunnen zijn, in de zin van intuïtief lezen met de rede paraat.

In alle dingen heb ik rust gezocht. De weg naar eenheid van Meister Eckhart en zenmeester Dōgen | Michel Dijkstra | Van Tilt | ISBN 9789460044496 | € 15,- | ‘Dijkstra is in de filosofische gemeenschap in Nederland geen onbekende. Hij publiceerde al eerder artikelen en boeken over taoïsme, zen en over Eckhart. In alle dingen heb ik rust gezocht is een boekje van slechts 152 pagina’s dat de publieksversie van zijn proefschrift dat hij op 10 september 2019 aan de Radboud Universiteit verdedigt.’ (Smedes)


Michel Dijkstra, Radboud University:In mijn scriptie richt ik me op Eckharts en Dōgens denken over de grote metafysische kwestie van de relatie tussen het Ene en het Vele. Ik onderzoek deze vraag op basis van het concept van ‘wederzijdse verlichting’ van Arvind Sharma: het idee dat filosofische teksten uit verschillende culturen elkaars spiegel kunnen zijn en dus kunnen leiden tot een dieper begrip van beide. 

De enige grote parallel tussen Eckhart en Dōgen is dat ze de relatie tussen het Ene en het Vele als niet-duaal zien. In het geval van Eckhart kan men God en Zijn schepping niet scheiden; in het geval van Dōgens zijn de Boeddha-natuur en de tienduizend dingen onafscheidelijk. Het filosofische pad dat tot dit inzicht leidt, verschilt: de Dominicaan begint met eenheid, terwijl de Zenmeester zegt dat we de diversiteit van dingen moeten bestuderen.’


Bronnen: De mystiek van Oost en West: Michel Dijkstra over Meister Eckhart en Dōgen (Taede A. Smedes) en Radboud University

Beeld: Grand Spiral Galaxy NGC 1232 – Image Credit: FORS , 8,2-meter VLT Antu , ESO

Kabbalah in de Ambassade van de Vrije Geest

Khunrath-lr-1

Kabbalah & Alchemy – De Ambassade van de Vrije Geest presenteert zijn eerste tentoonstelling in haar nieuwe pand The House with the Heads: Kabbalah & Alchemy. ‘Kabbalisten baseerden zich op de veronderstelling dat de Hebreeuwse taal goddelijk van oorsprong was, de taal waarin God ook hemel en aarde had geschapen. Door te mediteren op de letters van het Hebreeuwse alfabet en de verschillende goddelijke namen hoopten kabbalisten dichter bij God te kunnen komen.’

Dichter bij God
Het mystieke verlangen om God te kennen, wordt ook weerspiegeld in het beeld van de boom des levens, voorgesteld in de tentoonstelling van de oudste bekende gedrukte houtsnede uit 1516. De tien goddelijke attributen – Hebreeuws: sefirot – van deze boom des levens zijn de attributen waardoor God openbaart zichzelf aan de mens.’

Kabbalah en alchemie werden traditioneel beschouwd als verborgen stromingen in de Europese cultuurgeschiedenis.

Het natuurlijke en het bovennatuurlijke
‘De tentoonstelling onderzoekt met name het 16e tot 18e-eeuwse fenomeen ‘Cabala chymica’ in de christelijke wereld. Hoe zijn alchemie en Kabbalah gerelateerd? Een van de oudste werken die Kabbalah hebben geïnspireerd, Sefer Yetzirah (Book of Formation), spoort de lezer aan om alchemisten, gecombineerde substanties in het laboratorium, te ‘combineren’ en ‘vormen’ om iets nieuws, iets beters te creëren.

De Zwitserse arts en alchemist Paracelsus (1493-1541) was een van de eersten die kabbalah (of: cabala) als onderdeel van magie beschouwde – een middel om het natuurlijke (alchemie, werken met de natuur) te verbinden met het bovennatuurlijke (God, de angels).

Het logo van deze tentoonstelling is een cirkelvormige gravure van het bekendste werk van de Duitse alchemist en christelijke kabbalist Heinrich Khunrath (1560-1605): Amphitheatrum Sapientiae Aeternae(Amphitheatre of Eternal Wisdom). Hij zei dat ‘Kabbalah, magie en alchemie in combinatie moeten worden gebruikt’, waardoor het een van de vroegste voorbeelden van het fenomeen Cabala Chymica is.’

De Ambassade van de Vrije Geest (EFM) is een bibliotheek, een museum en een platform voor gratis denken. De EFM wil met deze tentoonstelling de relatief onbekende relatie tussen de twee onderwerpen kabbalah en alchemie verkennen aan de hand van rijk geïllustreerde manuscripten en gedrukte boeken uit de 16e-18e eeuw, afgeleid van de Bibliotheca Philosophica Hermetica Collection en zeven speciale Hebreeuwse leningen van de Amsterdamse Ets Haim – Livraria Montezinos, de oudste nog functionerende Joodse bibliotheek ter wereld.

Ambassade van de Vrije Geest, 123, Keizersgracht, Amsterdam
– 13 juni tot 16 november 2019 –

Zie: Kabbalah & Alchemy

Beeld: Heinrich Khunrath, Amphitheatrum sapientiae aeternae, Hamburg 1595, Universiteitsbibliotheek Bazel.

Meister Eckhart, vrijzinnig avant la lettre

meistereckhartdeDe laatmiddeleeuwse theoloog, filosoof en mysticus Meister Eckhart laat God op een bijzondere manier zien, kijkt kritisch naar het instituut kerk, denkt na over de essentie van het bestaan, en zet vraagtekens zet bij kerkelijke, religieuze en kloosterlijke leefregels. Hoe je God God kan laten zijn in jezelf, zonder voorschriften van de kerk. Volgens Eckhart moet ‘die hogere waarheid je wel tegemoet komen’.

Eckhart wordt wel eens een van de meest briljante geesten genoemd die het Westen ooit heeft gekend. Zijn mystieke inzichten staan echter op gespannen voet met de officiële kerkelijke opvattingen over God en de essentie van het bestaan. Hij wordt gezien als iemand die het waagt de waarde van het kerkelijke gezag en de kerkelijke rituelen te kleineren. Een deel van zijn werk wordt als ketters beschouwd. Hem wordt verweten dat de mens zich amper meer hoeft te bekommeren om kerkelijke rituelen en voorschriften.

Eckhart relativeert kerkelijke, religieuze en kloosterlijke leefregels. Alle nadruk legt hij op het ‘laten’: achterlaten van allerlei Godsbeelden waaraan we gehecht zijn, maar juist je verlaten op God, op het toelaten van God die verborgen is achter God: de verborgen Godheid.

De gedachte van Eckhart is dat we God slechts in fragmenten kunnen kennen en dat juist in het niet-weten de ware sterkte van het geloof steekt. Als we ons onthechten van alle door de kerk voorgeschreven hechtingen, aan zowel God als kerkelijke voorschriften, zijn we – volgens Eckhart – in staat God toe te laten die verborgen is achter God.

Eckhart staat mystieke eenwording voor, dat er vanbinnen iets gebeurt. Of liever gezegd: mystieke eenheid, want in zijn ogen gaat het erom wat ìs, want God en mens zijn in de kern nooit gescheiden geweest en zullen dat ook nooit zijn. De mysticus stelt dat de mystieke eenwording onmogelijk door een mens gevonden of bereikt kan worden om de eenvoudige reden dat God en mens in de kern nooit van elkaar gescheiden zijn geweest en ook nooit zullen zijn. Radicaler gesteld: De mens hoeft niets te doen.

Eckhart: ‘God is zo ontzaglijk nabij, dat de mens, in zijn diepste grond of wezen, zelfs volledig met hem samenvalt. We hoeven helemaal nergens naartoe, er valt niets te bereiken, want we zijn er al. En je kunt nu eenmaal niet bereiken wat er al is.’

Echter, in een van zijn preken zegt hij toch dat de mens zelf wel iets moet doen:

Want de mens moet in zichzelf één zijn en moet dat zoeken in zichzelf en in het ene en het verwerven in eenheid, dat wil zeggen: enkel God schouwen; en terugkomen betekent: weten en beseffen dat men God kent en weet.’

Zelf put Eckhart zijn inspiratie uit het christendom, en dan vooral uit de Bijbel. De opponenten van Eckhart stellen niettemin dat zijn godsbeeld niet deugt. Ze stellen dat Eckhart elk onderscheid binnen God ontkent: de drie personen vormen één goddelijk wezen. Hiermee hangt ook zijn mensbeeld samen, zeggen zijn bestrijders. Zij zeggen dat er volgens hem geen onderscheid tussen mens en God bestaat en dat hij naastenliefde even hoog acht als het liefhebben van God; kerkelijke voorschriften en rituelen zijn niet meer nodig. Het gezag van de religieuze leiding wordt te veel aangetast.

Bad_Wörishofen_Meister_Eckhart_(Skulptur)_2012

Er wordt wel gezegd dat de teksten van Eckhart moeilijk zijn en uitleg verdienen, maar ze worden ook wel ‘heel direct en aansprekelijk’ genoemd. De teksten zouden beeldend zijn, er gebeurt iets met je. Filosoof André van der Braak zegt:

Als we Eckhart lezen, we begrijpen waarom God zich meer voor de afzonderlijke mens interesseert dan voor alle kerkstructuren samen.’ 

Er wordt ook gesuggereerd dat het werk van Eckhart een traditie-overschrijdende, eeuwige mystieke kern raakt die het institutionele christendom overstijgt. Hij lapt de dogma’s van zijn kerk aan zijn laars en komt daardoor in conflict met de conservatieve autoriteiten van zijn kerk.

Als radicale vrije geest, die puur vanuit de eigen levende ervaring spreekt en getuigt, alle vaste beelden en voorstellingen achterlatend en op losse schroeven zettend, tart de mysticus steeds weer de religieuze autoriteiten van zijn eigen traditie.’

De hogere waarheid is in de Bijbel gegeven, volgens Eckhart, want die openbaart wat de mens uit zichzelf niet kan bereiken. De menselijke geest alleen is er niet toe in staat, er moet kennis van buiten komen. De gelovige die God – of het Hogere – zoekt, kan dat volgens Eckhart dus niet helemaal uit zichzelf voor elkaar krijgen. Voor hem is het christendom de basis, vooral de Bijbel. Maar dat niet alleen, want hij zegt vervolgens ook dat je je in jezelf dient te verdiepen.

Laat God God in je zijn.’

We hebben daarbij de rede nodig. Mystiekkenner Alois M. Haas en zijn voormalig student en journalist Thomas Binotto stellen dat, als de mens echt gelooft dat God in hem aanwezig is en dat Hij door en door zijn schepper is, de mens een optimisme krijgt waarin het verstandelijk werken al ingeprent is, dus ook de handelingen van de mens in de tijd met het oog op de eeuwigheid.

De rede is dan reeds in mij aanwezig als een goddelijke rede. Die rede is tegelijk goddelijk doordrongen en verlicht de geest – en omdat het sinds mensenheugenis zo is, geldt dat ook voor de heidenen.’ (Haas/Binotto)

En hoe gaan we dan om met die God in ons? Want er is geen weg, geen manier of mogelijkheid om de goddelijke werkelijkheid bewust te ervaren. Toch kunnen we deze wel in onszelf, ons bestaan, tot uitdrukking laten komen, niet door iets te doen, maar juist te laten, door leeg en ontvankelijk te zijn. Filosoof Welmoed Vlieger:

Haaks op de innerlijke ontvankelijkheid staat de geestelijke activiteit van het denken, ervaren, associëren, herinneren, verlangen, willen etc., kortom: het reflexieve, ‘invulling-zoekende-en-gevende’ ik. Want dat is waar we voortdurend mee bezig zijn: op voorhand invulling geven aan alles wat we op onze weg tegenkomen. Denk bijvoorbeeld aan die buurman of buurvrouw ‘die altijd zoveel praat’; aan de ‘worsteling’ van het alweer in de file moeten staan; of aan de ingesleten gedachte dat je éérst dit of dat moet doen voordat je aan de dingen waar je werkelijke energie of vreugde bij ervaart kan toekomen. En ga zo maar door.’

2012.07.12_.5082._BW_Meister_Eckhart_.Skulptur

Met Meister Eckhart kan je concluderen dat als je God God in je laat zijn, en je zelf leeg en ontvankelijk kunt zijn, je vanuit een goed gevoel, met het ‘weten’ dat God in je werkt, je inderdaad kunt ‘worden’; je ‘invulling-zoekende-en-gevende’ ik vorm kunt geven.

Ontvankelijk zijn houdt dus een radicale omdraaiing in van de wijze waarop wij ons normaal gesproken verhouden tot de dingen: van een actieve, invulling gevende gerichtheid op, naar een passieve, open ontvankelijkheid voor.’ (Vlieger)


‘De mensen zouden niet zo veel moeten nadenken over wat ze moeten doen; ze zouden veel meer moeten nadenken over wat zij zijn. Zouden zij goed zijn en zou hun levenswijze goed zijn, dan zouden zij licht uitstralen, en dan zou er een heerlijk licht uitgaan van al hun werken. Als je rechtvaardig bent, dan is ook wat je doet rechtvaardig. Denk niet dat je heiligheid kunt grondvesten op daden; veeleer groeit heiligheid uit de grond van je hele wezen. Want niet de daden heiligen ons, maar wij moeten de daden heiligen.’ (Meister Eckhart)


Als mens tussen de mensen, misschien (ver) buiten de kerk, maar dichtbij anderen en samen met hen van de wereld een wat mooiere plek maken, ongebonden, maar spiritueel verbonden met God, die ‘onmiddellijk, spontaan en absoluut present in ons denken binnenbreekt’, dat altijd al deed en blijft doen. Dan zou het uiteindelijk toch goed moeten komen met de mens en de wereld.

Bronnen o.a:
*  ‘De Godsgeboorte bij Eckhart’, Welmoed Vlieger, in de bundel De spiritualiteit van Meister Eckhart. Een Dominicaanse mysticus in een multireligieuze samenleving, Braak, A. van der (red.), Parthenon, 2014
* Leven zonder waarom – eenvoud bij Meester Eckhart, Welmoed Vlieger, welmoedvlieger.nl
*    Zoek en je zult gevonden worden, Auke Jelsma
*   Meister Eckhart: Leven in het eeuwige nu, zonder waarom, debezieling.nl
*   Meister Eckhart, op zoek naar de goddelijke essentie, Alois M. Haas, Thomas Binotto

Beeld: eckhart.de

Beeldhouwwerk / Boek: © Lothar Spurzem – Meister Eckhart, Bad Wörishofen, Kneippstraße.