Voltooid leven? Doe als Boeddha

Misschien lijden mensen die hun leven voltooid vinden wel het meest ondraaglijk en uitzichtloos. Zij voelen zich levensmoe en vinden dat het leven weinig tot geen perspectief biedt. Maar ze gaan (nog) niet dood. Elke dag moeten ze weer opstaan. Dezelfde dag steeds weer beleven. Ze kennen geen enkel, zelfs geen minimaal, zinvol moment. Het verlenen van hulp bij zelfdoding aan iemand die het leven voltooid vindt, blijft echter verboden.

‘Hoewel het leven zelf pijn brengt, zijn we niet veroordeeld
om hier passief onder te lijden’

(Boeddha)

Anders omgaan met je voltooide leven
De rechtbank Den Haag deed in december 2022 uitspraak over het strafrechtelijke verbod op hulp bij zelfdoding. Het verbod blijft gehandhaafd. Coöperatie Laatste Wil vindt dit teleurstellend voor eenieder die menselijk en waardig wenst te sterven op een zelfgekozen moment en noemt de uitspraak inhumaan.

Maar blijft dit het enige dat ­iemand met een voltooid leven kan doen? Zijn er voorbeelden van mensen die wél in staat zijn met een voltooid leven om te gaan?

Boeddha leefde ‘voltooid’ verder
Het leven van prins Siddhartha Gautama is voltooid op 35-jarige leeftijd. Na een beschermde opvoeding ziet Siddhartha dat het leven lijden is. Vanaf zijn 29ste ziet hij voor het eerst mensen die oud zijn, ziektes krijgen en doodgaan. En dat dit normaal is.

Uiteindelijk besluit Siddhartha te gaan mediteren onder een bodhiboom totdat hij verlichting zou bereiken of zou sterven. Zes jaar later bereikt hij verlichting. Dan wordt hij Boeddha (‘de verlichte’ of ‘de ontwaakte’). Zijn leven is vanaf dan voltooid. Maar hij gaat niet dood. Nog 45 jaar zet hij zich in voor anderen en onderwijst hij zijn nieuw gevonden inzicht. Hij wordt een gerespecteerd spiritueel leider.


Boeddha onderwijst de vier edele waarheden

Er zijn voor de ‘onvoltooide’
Nu zijn de meesten van ons geen Boeddha, maar mensen wier leven voltooid voelt, zouden met de energie die ze toch nog hebben, wel iets voor de ander kunnen betekenen. Sommige ‘voltooiden’ – vaak mentaal nog kraakhelder – zouden anderen kunnen vertellen over hun levenservaring en inzichten.

Het leven is dan minder ondraaglijk en uitzichtloos en kan zelfs weer enig perspectief bieden. Als ‘voltooide’ kan je voor die ander, wellicht een ‘onvoltooide’, iets betekenen en die ander kan er voor jou zijn.

Accepteren
Het leven is lijden, zegt Boeddha, maar de spiritueel leider zegt ook dat te accepteren. Als je er weerstand aan biedt, wordt het alleen maar erger. Je kan elkaars lijden verlichten. Een nobel doel volgens Boeddha: “Want hoewel het leven zelf pijn brengt, zijn we niet veroordeeld om hier passief onder te lijden.”

Op weg gaan met de ander
Ook geestelijk verzorger en pastoraal vormingswerker Marinus van den Berg stelt dat je lijden niet moet ontkennen of onderschatten, want dan wordt het juist zwaarder. ‘De dood hoort bij het leven. Door met elkaar te praten kun je leren op een menselijke manier om te gaan met afscheid en de dood.’ Van den Berg schreef tientallen boeken, waaronder Lijden verlichten.

Elkaars lijden verlichten
Van den Berg heeft het niet expliciet over voltooid leven, maar wel over wat lijden doet. Daar ik in dit artikel stel dat mensen die hun leven voltooid vinden misschien wel het meest ondraaglijk en uitzichtloos lijden, breng ik dit boek onder de aandacht: ‘Het erkennen van lijden kan het lijden verlichten. ‘

Wat doet lijden? Lijden tast mijn concentratie aan, lijden kan heersen als een tiran, lijden kan uitputten, lijden kan mijn nachten eindeloos lang maken, lijden kan me boos maken en onmachtig. Lijden doet een mens geen goed.
(Uit: Lijden verlichten)


Er zijn voor de ander

Tijd, aandacht en empathie
Van den Berg – werkzaam bij het regionaal palliatief centrum Cadenza te Rotterdam – schrijft persoonlijke reflecties en poëtische intermezzo’s. Kerngedachte van Van den Berg is: met mensen optrekken en het lijden met hen uitzitten. Zij bepalen het tempo. Het gaat dan niet om antwoorden, maar om tijd, aandacht en empathie.

Beeld: prins Siddhartha Gautama (npokennis.nl)
Beeld Boeddha: Sanskriet document waarop te zien is hoe Boeddha de vier edele waarheden onderwijst (Publiek Domein – wiki)
Foto Er zijn voor de ander: Ontmoeting

Lijden verlichten | Marinus van den Berg | Uitgeverij Ten Have | E-book € 11,99

Bewerkte (en aangevulde) versie van mijn eerder verschenen opinieartikel in dagblad Trouw onder de kop: ‘Voelt het leven voltooid? Doe als Boeddha’ (In  de rubriek ‘Zinvol leven’, 30 januari 2023)
UPDATE: 06052023 / 04062025 / september 2025 (Lay-out, foto-aanpassingen)

Plato en de idee van onsterfelijkheid

Plato, een van de grootste filosofen van de Oudheid, geboren in Athene, zei ooit, lang voordat het christendom bestond: ‘De ziel van de mens is onsterfelijk en onvergankelijk.’ Dat klinkt religieus, maar de idee van onsterfelijkheid is oorspronkelijk niet nieuwtestamentisch, maar platonisch.

‘Op aarde is het behelpen, is er geen perfectie, maar imperfectie,
mede waardoor er lijden is door wat mensen elkaar aandoen,
oorlogen en ander geweld’

De ware werkelijkheid
P
lato is bekend door zijn Ideeënleer, waarvan hij zei: ‘Het zijn geen ideeën in de zin van gedachten, maar ze vormen als de essenties van de waargenomen dingen de ware werkelijkheid. (…) De Ideeën liggen vast en zijn onveranderlijk.’
De Ideeënleer leert dat in een metafysische – alleen voor het denken toegankelijke wereld – oervormen van de concrete, in de alledaagse werkelijkheid waar te nemen dingen, bestaan. Ideeën bestaan voor Plato (427 – 347 v. Chr.) eeuwig en zijn onveranderlijk. Bijvoorbeeld er zijn vele cirkels, de mens kan ze in alle grootten tekenen, maar ze zijn slechts een afgeleide van de Idee van de perfecte cirkel die in de Ideeënwereld bestaat.

Ziel belangrijk
D
e ziel is hierbij belangrijk want daarmee wordt de mens in staat gesteld de Ideeën te kennen. Onze wereld op aarde leren we alleen via onze zintuigen – beperkt – kennen. De wereld lijkt weinig op de Ideeën. Ideeën leren we pas echt kennen via de dood. Daarom, zegt Plato, moeten we leren sterven: de weg tot geluk.


Plato op zijn academie (de ‘eerste universiteit van Europa’)

Academie van Plato
I
n de Phaedo heeft Plato de onsterfelijkheid van de ziel geprobeerd te bewijzen, en stelt dat de ziel zich verplaatst van lichaam naar lichaam in een proces van zielsverhuizing (wedergeboorte.) ‘De mens is voor Plato het wezen tussen de geestelijke wereld en de waarneembare lichamelijke wereld. Pas door het aanbrengen van scheiding tussen lichaam en ziel bereikt de mens zijn eigenlijke bestemming. Daarom moet er voor Plato een voortbestaan van de ziel na haar scheiding van het lichaam zijn.’

Het religieuze bij Plato wordt bevestigd door het feit dat de Academie van Plato (de ‘eerste universiteit van Europa’) die hij oprichtte, een cultusgemeenschap was, en een religieuze gemeenschap werd genoemd.

‘Bovenal gerechtigheid’
H
et christendom spreekt niet van wedergeboorte, maar wel over de onsterfelijke ziel; christenen geloven in een eeuwig leven voor hun ziel. Al gaat die religie nog verder door te stellen dat ook het lichaam eeuwig leeft, c.q. verrijst.
In tegenstelling tot Plato: bij hem is het verstandige deel van de ziel onsterfelijk. Hij gaat ervan uit dat de ziel gevangen is in het lichaam en daardoor beperkt wordt. Pas door de dood wordt de ziel bevrijd uit het lichaam en kan zij het goddelijke (de Ideeën) aanschouwen.

Hierover schrijft Plato in De Staat, waarin de Ideeën een hiërarchie vormen, met als hoogste de Idee van het Goede. Zijn Ideeënleer heeft het dus niet alleen over het materiële, over katten, bomen of tafels, maar ook over deugden, zoals het Goede. Want ook deugden bestaan absoluut en objectief bij Plato. Ook noemde hij deugden als dapperheid, bezonnenheid en ‘bovenal gerechtigheid’.

Het goddelijke
M
ensen brengen de Idee van het Goede later in verband met een monotheïstische God. Plato heeft het daar niet over, maar wel over het goddelijke. Plato ‘gelooft’ in een leven na dit leven (wedergeboorte), noemt de Ideeën goddelijk, en hiermee nadert zijn filosofie het religieuze denken. Hij onderscheidt twee niveaus van werkelijkheid: het Ideële en het zichtbare.

Plato’s Ideeënwereld doet aan de hemel denken
die we bij religies vinden’

Allegorie van de grot
D
it betekent dat de oervormen waarvan de mens op aarde uiteenlopende vormen ziet, in de Ideeënwereld perfect zijn en daardoor goddelijk. Plato’s Ideeënwereld doet aan de hemel denken die we bij religies vinden.
Op aarde is het behelpen, is er geen perfectie, maar imperfectie, mede waardoor er lijden is door wat mensen elkaar aandoen, oorlogen en ander geweld. In een Ideeënwereld, bedoeld als Plato, kan geen lijden bestaan. In de Ideeënwereld is immers perfectie.

In Plato’s Allegorie van de grot komt de Ideeënwereld weer terug. De ene wereld is de waarneembare werkelijkheid in de grot, en buiten is de andere wereld, de werkelijkheid van de Ideeën. In de grot zitten mensen gevangen, geketend en kunnen alleen recht voor zich uit kijken naar schaduwbeelden die, gevormd door het licht van vuur, voor hun ogen geprojecteerd worden. Dat is hun waarneembare wereld. Ook horen ze slechts echo’s van de werkelijke geluiden die achter hen zijn. Als ze later naar buiten worden gebracht komen ze in aanraking met de werkelijke wereld van de Ideeën.


La condition humaine, Magritte, 1949
‘Anders dan bij Plato is de uitgang versperd door een schildersezel met de afbeelding van een landschap’

Levensdoel
I
n onze wereld bevinden wij ons eigenlijk in de grot. De Ideeënwereld leren we pas kennen door kennis op te doen. Kennis, gezocht door onze ziel en wat onze ziel ook najaagt. Dat is een net zo moeilijke weg te gaan als die van de gevangenen naar buiten. Die kennis ligt niet in de waarneembare wereld, in de dingen die we zien. Voor die kennis hebben we onze ziel nodig. Maar onze ziel moet eerst gereinigd worden, zegt Plato: ‘De mens moet door streven naar morele rechtschapenheid de weg van reiniging van zijn ziel inslaan.’

Onze ziel ligt in de Ideeënwereld. Daar kunnen we niet zomaar komen, maar een intelligent mens zou wel zijn situatie kunnen begrijpen en zich – zoals Plato stelt – als levensdoel stellen in die Ideeënwereld te komen. Maar zoals gezegd, dan moet eerst de ziel gereinigd worden, zich van het lichaam bevrijden. Dat kan door te sterven. Maar in de tijd ervoor moeten we het met de filosofie doen en door kennis een zo goed mogelijk, deugdzaam leven leiden. Die filosofie bestaat uit aandacht voor de Ideeën, zo leert Plato. Daar moeten we beginnen.

Bronnen: O.a. Trefpunt Plato, Klaus Held, 1992, Olympia | Een nieuwe geschiedenis van de filosofie, Jan Bor, 2011

Beeld: Plato’s Cave – Willem BoronskiVolgens Plato’s allegorie van de grot kunnen we leven in een wereld der mensen waarbinnen ruimte en tijd dient te worden gelijkgesteld aan het leven in een grot. Het licht van het vuur dat de schaduwen veroorzaakt en de echo’s van de stemmen van de mensen aan de andere kant van de muur, kunnen als de tijdelijke varianten van de entiteiten – de blauwdrukken – worden gezien. Voor Boronski staat dit gelijk aan de dagelijks stroom nieuwsbeelden en andere geluiden uit de media en sociale media. Deze beelden en geluiden creëren een schijnwerkelijkheid waar we met elkaar in verkeren…’ (Willem Boronski, artist painter)

Tekening: Plato op zijn academie, getekend naar een schilderij door de Zweedse kunstschilder Carl Johan Wahlbom (runeberg.org)

La condition humaine, Magritte, 1949: ‘Anders dan bij Plato is de uitgang versperd door een schildersezel met de afbeelding van een landschap. Toont het schilderij het landschap buiten? Of confronteert het ons veeleer met de ruïne van onze fantasieën aangaande een wereld buiten de grot, c.q. het ‘einde van de grote verhalen’? In dat geval houdt het schilderij ons een eigensoortige waarheid voor, namelijk dat de werkelijkheid uit een spiegelpaleis van verbeeldingen bestaat.’ (Open Universiteit, locus.ou.nl – ‘Plato’s allegorie van de grot en de herinterpretatie daarvan in de moderne en hedendaagse beeldende kunst’ – Elisabeth den Hartog)
Update 08 12 2024 (Lay-out); juli 2025 (Lay-out, Magritte) – (Uit de top 10 van meest gelezen blogs sinds publicatie in 2018)

Hoe God het lijden van de mensheid kan laten voortduren

peanuts-1998-2181
‘Is dat te rijmen met Gods onovertroffen liefde? Het is echter zeker denkbaar dat vrijheid onmogelijk kan bestaan zonder lijden. En als God alwetend is, dan is het denkbaar dat Hij ook weet dat het scheppen van een wereld onvermijdelijk genoemde keerzijde heeft.’ Aldus filosoof Emanuel Rutten in zijn artikel ‘Toets je wereldbeeld: zeven kritische vragen’, waarin hij stelt dat het christendom de toets der kritiek doorstaat.

Rutten bespreekt hierin de existentiële kwestie van de vraag naar het lijden in deze wereld. Gezien de ‘toestand in de wereld’ is dit momenteel een vraag die vele mensen stellen: ‘Het enorme leed dat mensen elkaar aandoen, overvalt en ontmoedigt ons. Hoe kunnen we dit verenigen met een geloof in een liefdevolle God?’

De vraag blijft hoe God het lijden van de mensheid überhaupt kan laten voortduren. Is dat te rijmen met Gods onovertroffen liefde? Het is echter zeker denkbaar dat creatuurlijke vrijheid onmogelijk kan bestaan zonder lijden. En als God alwetend is, dan is het denkbaar dat Hij ook weet dat het scheppen van een wereld onvermijdelijk genoemde keerzijde heeft.’ 

De filosoof stelt dat het christendom deze existentiële vraag nooit uit de weg is gegaan en zelfs het lijden van de mens tot haar kernprobleem en centrale thema heeft gemaakt. Zijn conclusie is dat de mens zelf het kwaad in de wereld heeft gebracht. We zijn daarom dus zelf verantwoordelijk. God wist dat menselijke vrijheid onvermijdelijk ook menselijk lijden zou veroorzaken. Moest hij de duisternis en de leegte dan maar laten overwinnen of, ondanks alles, de wereld tot aanzijn laten komen?

Dan besluit God zoals gezegd toch te scheppen, licht in de duisternis te laten schijnen, het niets, de leegte, niet te laten overwinnen. De beslissende stap in het christendom is mijns inziens de gedachte dat God vervolgens als schepper van deze wereld besloot zich niet afzijdig te houden, ja mede verantwoordelijkheid te dragen door zelf te incarneren en zelfs door de dood heen mee te lijden met de mensheid. 

Het kruis is zo uiteindelijk het finale antwoord op de vraag naar het lijden. Het kruis en het lijden zijn elk op zich voor de mensheid wellicht een raadsel. Maar door ze bij elkaar te brengen ontstaat zicht op een oplossing. Pas door ze bijeen te brengen, worden beide raadsels opgelost.’  

Blijft echter de vraag – het raadsel dat Rutten hier niet oplost – naar het het lijden in de wereld dat niet door de mens in de wereld wordt gebracht, zoals aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, komeetinslagen, orkanen en tsunami’s. Sommige natuurrampen zijn weliswaar terug te brengen als door de mens primair veroorzaakt door atoom- of andere proeven, fatale modderstromen door boskap en dergelijke, maar veel kwaad is er in de wereld zonder dat de mens dat aanricht. De ‘vrije wil’ van Moeder Aarde brengt zo zijn kwaad mee…

In een ander artikel stelt Rutten dat het wellicht metafysisch onmogelijk was een wereld te maken waar geen ongelukken gebeuren. En als ultieme ‘troost’:

Uiteindelijk, al is het aan het einde der tijden, zal er verlossing zijn. Het licht zal overwinnen, al is het pas aan het einde der tijden. Wat anders kon God nog geven? Hij hééft alles gegeven, het ultieme.’

Zie: Toets je wereldbeeld: zeven kritische vragen (de Bezieling)

Illustr: peanuts.com

God is niet verantwoordelijk voor het kwaad


God de schuld geven van het kwaad kan niet. De functie van God is om ons juist te verlossen van het kwaad. Het is een redeneerfout om aan God zulke eigenschappen toe te dichten dat we Hem verantwoordelijk kunnen houden voor het kwaad. ‘Wie een dergelijk beeld van God heeft, haalt de boel – de natuurlijke volgorde – door elkaar. Het is correct om te stellen dat God algoed is (en de wereld en de mens verdorven en slecht).’

Lachende theoloog Jan Riemersma stelt in zijn blogartikel God, Naturalisme en Menselijk Lijden dat God als oorzaak stellen van het kwaad fout is, ‘want men vervalt tot een cirkelredenering als men stelt dat God het lijden van de mens veroorzaakt heeft.’
Riemersma gaat in op het boek van Barbara King ‘Evolving God, A Provocative View on the origins of Religion’,  in de Nederlandse vertaling: ‘De spirituele aap. Waarom we in God geloven.’

De belangrijkste stelling van King is dat religie voortkomt uit ons vermogen tot empathie, het ‘meevoelen met onze soortgenoten’. – ‘Zeker,’ zegt Riemersma, ‘wij voelen met de ander mee, omdat we begrijpen dat er van het lijden een grote dreiging uitgaat. Zoals onze vriend daar op zijn stervensbed ligt, die voortdurend bloed hoest, zo zullen jij en ik aanstonds ook op ons stervensbed liggen. ‘Alle levende wezens zullen worden vernietigd: tot niets gemaakt worden. En we zitten er stilletjes bij te kijken. Mijn vriend, ik kan jou niet helpen. Vaarwel.’

Riemersma zegt dat we geen remedie hebben gevonden tegen het lijden. ‘De hedendaagse alchemisten, de geleerden, rekken onze levens met ettelijke jaren, een procedure die niet het lijden opheft, maar ons met duizenden tegelijk doorschuift naar andere, nieuwe vormen van lijden: we sterven niet aan kinkhoest en pokken, maar aan kanker en alzheimer. We kunnen vaststellen dat de wetenschap haar beloften (nog) niet heeft kunnen nakomen: het lijden als geheel is in al die jaren niet verminderd.’

Een van de reacties – van Gert Korthof – is dat het ‘verlossen van het kwaad’ kennelijk niet gelukt is. ‘Niet voor de slachtoffers van Hitler, Stalin, Mao, Pol Pot, Saddam Hussein, Pinochet, Ho Chi Minh en recentelijk de 3500 burger in Syrië. (De lijst is natuurlijk niet compleet.)’ Riemersma antwoordt hierop met te stellen dat het verlossen ‘natuurlijk bedoeld wordt na de dood. God is immers een bovennatuurlijk wezen?’

Voor Riemersma is het in ieder geval zo dat als we op de natuurlijke functie van religie letten, het dan in ieder geval klip en klaar is dat we aan God de eigenschap ‘al-goed’ mogen toeschrijven.

Zie: God, Naturalisme en Menselijk Lijden 

Illustr: De Schreeuw, 1893 –  http://munchexperts.com