‘Geloof en ongeloof dichter bij elkaar’

appearance-atmosphere-bright-sadness-candle-cathedral-1422793-pxhere.com (1)

Gelooft de Nederlander – wonend in ons door de paus uitgeroepen zendingsgebied, want officieel een heidens land – nog ergens in? De Groene Amsterdammer spreekt van mensen die niet tot een religieuze groepering behoren. Meer dan de helft blijkt dat te zijn. Dat zegt echter niets over geloof. ‘Het begint allemaal met de vraag: wat is religie? Wetenschappers wereldwijd zijn er nooit in geslaagd om het eens te worden over een definitie,’ zegt journalist Yvonne Zonderop in Scientias. In De Groene Amsterdammer zegt Yolande Jansen dat ‘ongelovig’ een term is die vooral vanuit een religieus perspectief betekenis heeft, maar die niets zegt over wat voor niet-gelovige mensen betekenis aan het leven geeft. 

Ongeloof definieert wat je niet bent
J
ansen is bijzonder hoogleraar voor de humanistische Socrates Stichting aan de VU en hoofddocent filosofie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Zij vindt ongeloof een kale term die definieert wat je niet bent.

Het is haar overtuiging dat ongelovigen net zo goed als gelovigen steeds meer bezig zijn met levensvragen en dat dat meer zichtbaar wordt dankzij sociale media en instituties zoals humanistische geestelijke verzorging. Religie speelt op andere manieren juist wel een nieuwe rol in de samenleving, die je niet met een onderzoek naar ‘secularisatie’ of ongelovigheid zichtbaar kunt maken.’

Open mind
D
e tegenstelling uit de Verlichting, tussen geloof en wetenschap, is aan het verschuiven, stelt Jansen, daar aan beide zijden van het spectrum van ‘weten’ en ‘geloven’ mensen te vinden zijn die vooral gegrepen zijn door hun eigen waarheid en de onwaarheid van de anderen. De hoogleraar komt meer en meer mensen tegen die met een open mind naar problemen kijken en die uit verschillende bronnen putten.

Onder de gelovigen zijn dat de mensen die nu het coronavirus als een straf van god zien of ‘een streek van de duivel’. Maar ook aan de kant van de wetenschap zitten mensen die alles graag tot één ware basisoorzaak terugbrengen: atomen, genen, of bijvoorbeeld algoritmen.

Daartegenover staan wetenschappers en religieuzen die zich niet in dat soort algemene en brede waarheidsclaims herkennen en die met elkaar willen samenwerken en elkaar beter willen begrijpen, die zien dat zowel de wetenschappen als religies altijd onvolledige manieren zullen zijn om verschijnselen in de wereld om ons heen zo goed mogelijk te begrijpen en te waarderen.’

Andere verschillen dan religieuze
J
ansen verwacht dat geloof en ongeloof in de toekomst wel eens dichter bij elkaar kunnen komen te liggen.

Mensen komen erachter dat ze wel degelijk wat van elkaar kunnen leren en dat andere verschillen dan religieuze, zoals op het gebied van racisme, gender, absurde verschillen tussen arm en rijk, maar ook de opwarming van de aarde en mensenrechten, een stuk belangrijker zijn.’

Zie: Samenleving: De Nederlander in 2050 (De Groene Amsterdammer, 23042020)

Foto: Dmitri Leiciu  (PxHere)

Weergaloos leven zonder religie

Abstract Figurative ballerina dancers painting

De schrijver van Filosofie voor een weergaloos leven, Lammert Kamphuis (1983), werd streng gereformeerd opgevoed. Er was in die tijd ruimte voor levensvragen, alleen… de antwoorden waren in beton gegoten. Vol van woorden als ‘zelfverloochening’, ‘erfzonde’ en ‘oordeel’. Werkelijke antwoorden op zijn levensvragen vond hij in de filosofie. Die bracht hem een enorm gevoel van vrijheid en ruimte. – De kerk blijft blijkbaar nog steeds iets waaruit je moet ontsnappen om weergaloos te leven.

Voor filosoof en theoloog Lammert Kamphuis geldt dat trouwens ook voor sektarische, atheïstische, linkse, kapitalistische, hedonistische en streberige milieus. Hij vindt het gezond om je bewust te worden van de denkbeelden die zich hebben vastgezet in je geest. Weergaloos leven kan je dus ook zonder atheïsme of links gedachtegoed. Maar ook dan geldt dat je je eerst moet losmaken van in beton gegoten antwoorden.

Als voordeel van filosoferen noemt hij het feit dat je beter in staat bent anderen te begrijpen: je leert je eigen overtuigingen te betwijfelen en daardoor meer open te staan voor andermans opvattingen. In zijn boek leert hij je zelfs wat meer op Jules Deelder te lijken, of om in elk geval lekker tegendraads te blijven. Hij waarschuwt er wel voor dat zijn boek geen tienstappenplan is om weergaloos te leven.

Weergaloos in de context van de titel betekent allereerst eenmalig. Je bent namelijk onvoorbereid wakker geworden in de unieke, onherhaalbare uitvoering van jouw eigen leven. Toch kan de filosofie je leven wel degelijk veraangenamen: door je wereld te verrijken door bijzondere perspectieven, door het makkelijker te maken om je in te leven in anderen, door je uit te dagen te experimenteren met nieuwe manieren van denken en handelen, en door je denkvaardigheden aan te reiken die je kunnen helpen beter voor jezelf te zorgen.’

Gelukkig zegt hij ook dat we niet moeten vergeten dat we in de eerste plaats sociale wezens zijn. Hij verwijst hierbij naar het prachtige motto van de Afrikaanse Ubuntu-filosofie dat zegt: ‘Ik ben, omdat wij zijn’.

Kamphuis noemt filosoferen een ‘training in perspectivische lenigheid’: je blijkt vrijer in je denken dan je ooit hebt gedacht. Maar filosoferen geeft geen antwoorden, echter wel de taal die in jou resoneert, waarbij je je thuis voelt. Niet antwoorden, maar vragen helpen je verder in het leven.

filosofievooreenweergaloosleven
D
ick Schinkelshoek van het Nederlands Dagblad voelt zich bij Kamphuis niet zo thuis. Met filosofie alleen red je het niet, is zijn gedachte. Wel heeft Kamphuis een goede pen…

‘… en kan hij met rake typeringen in een paar korte zinnen ingewikkelde filosofische ideeën schetsen. Filosofie voor een weergaloos leven is geen ingewikkeld boek om te lezen, tegelijk komen er tal van diepe en overdenkenswaardige gedachten voorbij. Dat is een prestatie.’

Schinkelshoek noemt de filosofie onder Kamphuis’ essays ‘een gesloten systeem’: misschien wel net zo gesloten als hij zelf de kerk van zijn jeugd ervaren heeft. Hoe de recensent aan deze gedachte komt, blijft onduidelijk. Kamphuis stelt juist dat je systemen moet ontsluiten en moet ontsnappen aan religieuze, sektarische, atheïstische, linkse, kapitalistische, hedonistische en streberige milieus.

Filosofie à la Kamphuis presenteert zich vragend, nieuwsgierig en wars van zekerheden maar kent aan de basis een stel zekerheden die muurvast liggen in een materialistisch soort atheïsme (of op z’n minst agnosticisme).’

Het christelijke Nederlands Dagblad mist duidelijk het geloof bij Kamphuis: ‘Verwacht maar geen genade.’ Als uitsmijter in zijn recensie stelt Schinkelshoek: ‘Religie zonder filosofie wordt dweepziek en dogmatisch, filosofie zonder religie is hooguit een doekje voor het bloeden.’ Dat is een mooie slotzin om nog lang over te filosoferen…

Zie: Filosofie voor een weergaloos leven | Lammert Kamphuis | De Bezige Bij, Amsterdam | 2018 | 256 blz. | € 17,99 | E-book € 9,99 |
Op 27 juni is er een special event in De Kleine Komedie in Amsterdam, waarin huisfilosoof Kamphuis van The School of Life (Amsterdam) je meeneemt langs de meest behulpzame filosofische inzichten. Tijdens dit event word je uitgedaagd om zelf meteen aan de slag te gaan met inzichten en gedachte-experimenten, zodat je nieuwe perspectieven krijgt op je eigen leven.

Zie ook: Filosoof zonder geloof (Blendle – Nederlands Dagblad)

Beeld: Reach beyond limits – Karina Llergo