
Laat nu het atheïsme juist dankzij de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging bestaansrecht hebben! Nooit zo bij stil gestaan, maar Erik Borgman, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg, met als leeropdracht ‘theologie van de religie, in het bijzonder het christendom’, wel. Godsdienstvrijheid is dus niet alleen goed voor religieus gelovigen.
‘Het was de erkenning van de godsdienstvrijheid die het uitsluiten van atheïsten van maatschappelijke verantwoordelijkheden deed verschijnen als onrechtmatig. Vandaag de dag spreken alle bepalingen daarom over vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en in Nederland krijgt op grond van dit recht bijvoorbeeld het Humanistisch Verbond dezelfde erkenning als kerkgenootschappen en andere religieuze organisaties.’
Aldus theoloog Borgman. Het afschaffen van de vrijheid van godsdienst noemt hij bovendien politiek onverstandig. ‘Hoe kunnen wij van landen met een officiële godsdienst verwachten dat zij mensen met een ander geloof – religieus of seculier – hun rechtmatige vrijheid geven als wij zelf godsdienstvrijheid niet langer erkennen als een grondrecht?’
In Volzin (2011) huivert Borgman van het standpunt van Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn. Zij zeggen in hetzelfde tijdschrift dat het wel een tandje minder mag met de bescherming van de godsdiensten, immers: ‘Geloof is ook maar een mening’. Borgman reageert hierop met te stellen dat ‘de mens een onvervreemdbare vrijheid bezit ten opzichte van welke gezagsinstantie dan ook.’ Ook in Volzin een interview met rechtsfilosoof Wibren van der Burg: ‘Het draagvlak voor anders-zijn wordt steeds minder.’
