Kosmische spiritualiteit bij natuurwetenschappers

kosmosstichtingOHM

‘Kosmische spiritualiteit kan je pas overvallen als je je bladen vol formules even opzijschuift,’ zegt filosoof en Spinoza-kenner Herman De Dijn in Eos-Magazine, het magazine dat ook ‘in tijden waarin de waarheid onder druk staat een stem geeft aan de wetenschap’. Het staat in het Eos-blog Niet-gelovig en diepreligieus van Sylvia Wenmackers, onderzoeksprofessor in de wetenschapsfilosofie aan de KU Leuven, gespecialiseerd in de grondslagen van kansrekening en fysica. Wenmackers schrijft hierin over kosmische spiritualiteit bij natuurwetenschappers.

Wenmackers vertelt over de dichter Leo Vroman die zich afzette tegen religieus extremisme en geloofde dat alles heilig is. Hij schreef over de ‘Natuur’ – en dan moet ik direct aan Spinoza denken – en later verving hij dat volgens Wenmackers in ‘Systeem’, in een poging een onpersoonlijk godsbeeld te creëren. Zij ziet overeenkomsten tussen het godsbeeld van Vroman en dat van Albert Einstein. En ja, dan komt Spinoza natuurlijk ook voorbij.


Een psalm voor dit heelal

Systeem! hoe graag met U alleen
verklein ik in mijn droom Uw blote
heelal tot knuffelbare grootte
en koester U door mij heen!

Hoe dolgraag schurkt mijn oude huid
flink langs Uw Tijdeloos Begin,
zaait er mijn dood verleden in
en zuigt er mijn toekomst uit!

Maar ach ik zit hier met mijn wit
vel vol beeld- en tegenspraak
en weet niet wat het scheelt:

eerst stond er niets, en nu weer dit,
ik weet het niet en schrijf maar raak
en toch is dit Uw beeld

Gij doet mij schrijven want ik maak
per ongeluk Uw beeld

Gij schrijft mij nooit, ik schrijf te vaak
en heb U weer verveeld.

Leo Vroman


De onderzoeksprofessor ziet ruimte voor een ‘ongelovige religiositeit’, waartoe Einstein en sommige andere wetenschappers zich aangetrokken voelen. Al gauw lopen er lijntjes tussen Vroman, Spinoza en Einstein. En dan komen we vanzelf bij ‘niet-gelovig en diepreligieus’. Filosoof en Spinoza-kenner Herman De Dijn wordt erbij gehaald. Die schreef over kosmische spiritualiteit. Over ‘voorwetenschappelijke verwondering over het mysterie van de natuur’, en om ‘de ondervinding een heel klein stukje van de werkelijkheid te begrijpen’.

Wie gezien de ontwikkelingen van de neurowetenschap denkt dat hij het begrip ziel (of persoon) moet opgeven en dus ook zijn gedrag tegenover mensen moet veranderen, heeft het onderscheid tussen wetenschappelijk en existentieel weten niet begrepen.’ (De Dijn)

Het besef dringt bij De Dijn door dat de mens deel uitmaakt van een veel grotere werkelijkheid. En dat kan resulteren in ‘mysticisme’ of kunstuitingen.

En wetenschappelijke activiteit kan pas tot deze vorm van spiritualiteit leiden als theoretici hun bladen vol formules opzijschuiven en de werkelijkheid als geheel beschouwen.’

Wetenschappers zouden cynisch kunnen worden en zich afvragen:

Wat heeft het voor nut om aan wetenschap te doen als we zelfs op het toppunt van ons inzicht nauwelijks iets begrijpen? Of sceptisch: begrijpen we er dan wel echt iets van, of maken we ons dat zelf wijs?’

Maar dan zegt de Dijn:

Het gaat veeleer om het beleven van de confrontatie tussen onze gesofisticeerde wetenschap en het radicaal andere universum dat zich van ons begrip niets aantrekt, terwijl we er toch deel van uitmaken.’

Zie:  Niet-gelovig en diepreligieus – EOS-Magazine (april 2019)

Beeld: ohmnet.nl

Het kosmisch religieuze gevoel

UITGELICHT – Panpsychisme of Albezielingsleer is de opvatting dat aan alle, ook aan de levenloze natuur, een bezieling of bewustzijn wordt toebedacht. Volgens Gregory L. Matloff, natuurkundige aan het New York City College of Technology, zouden mensen als het universum kunnen zijn, in essentie en in geest. Corey S. Powell (American Scientist, Aeon, Discover) schreef in 2017 bij NBC News dat een ‘proto-bewustzijnsveld’ zich door de hele ruimte kon uitstrekken. In principe zou de hele kosmos zelfbewust kunnen zijn.

‘Zelfs als het niet bewezen kan worden, breidt het participatieve antropische principe de bindende agenda van de moderne wetenschap uit, en roept krachtig het gevoel van verbondenheid op
dat Albert Einstein het kosmisch religieuze gevoel noemde’
(Corey S. Powell)

‘Het idee van een bewust universum klinkt meer als de rommel van ’s avonds-laat-tv dan academische tijdschriften. Het ‘panpsychisme’ blijkt echter op verschillende gebieden prominente supporters te hebben. New York University-filosoof en cognitief wetenschapper David Chalmers is een voorstander.
Zo ook, op verschillende manieren, neurowetenschapper Christof Koch van het Allen Institute for Brain Science, en de Britse fysicus Sir Roger Penrose, bekend om zijn werk over zwaartekracht en zwarte gaten. Waar het op neerkomt, meent Matloff, is dat panpsychisme te belangrijk is om te negeren.’
(Powell)

Alomtegenwoordig bewustzijn
Matloff zegt dat het allemaal erg speculatief is, maar het is iets dat we kunnen controleren, valideren of falsificeren. Powell zegt dat Penrose drie decennia geleden met zijn theorie een sleutelelement van het panpsychisme introduceerde. Het bewustzijn zou zijn geworteld in de statistische regels van de kwantumfysica zoals die gelden in de microscopische ruimten tussen neuronen in de hersenen.
In tegenstelling tot Matloff, die naar de sterren kijkt om panpsychisme te verifiëren, kijkt Koch naar mensen, stelt dezelfde site.

‘Volgens hem is het bestaan van een wijdverspreid alomtegenwoordig bewustzijn sterk verbonden met het huidige inzicht van wetenschappers in de neurologische oorsprong van de geest.’
(Powell)

Geestesstof
Enkele van ’s werelds meest gerenommeerde wetenschappers vragen zich dus af of de kosmos een innerlijk leven heeft dat lijkt op het onze, ook al worden ‘ontdekkingsreizigers’ zoals Matloff routinematig afgedaan als pseudo-denkers. John Searle, filosoof en hoogleraar aan de universiteit van Californie in Berkeley, wijst in Waarom bestaat de wereld? panpsychisme zonder verdere uitleg van de hand als ‘geschift’.


Een denker die het panpsychisme serieus neemt, is Australische filosoof David Chalmers. Hij voelt zich aangetrokken tot het panpsychisme omdat je er twee metafysische problemen voor de prijs van één mee kunt oplossen: het probleem van de stof en het probleem van het bewustzijn.
Het panpsychisme levert niet alleen de grondstof (geestesstof) die de zuiver structurele wereld uit de natuurkunde vlees op de botten bezorgt. Het is ook meteen een verklaring voor het feit waarom de verder zo grauwe fysieke wereld uit haar voegen barst van het veelkleurige bewustzijn.


‘Journey to the edge of the known’ (Corey S. Powell)

Bewustzijn is niet zo maar op raadselachtige wijze opgedoken in het heelal toen bepaalde deeltjes materie toevallig in de juiste rangschikking terechtkwamen; het is er vanaf het begin geweest, omdat die deeltjes zelf stukjes bewustzijn zijn.
Kortom, er ligt één enkele ontologie ten grondslag aan de subjectieve-informatietoestand in onze geest en de objectieve-informatietoestand in de fysieke wereld, en vandaar het motto van Chambers: ‘Ervaring is informatie van binnenuit, natuurkunde is informatie van buitenaf’.
(Uit: Waarom bestaat de wereld?)


Gevoel van verbondenheid
Het is moeilijk, zegt Powell, om niet door te gaan met de vraag of onze menselijke geest slechts een klein onderdeel is van een veel groter kosmisch brein.


Corey S. Powell

‘Er zijn geen sterren om te monitoren en geen hersens om te meten, om te begrijpen of de realiteit afhangt van de aanwezigheid van bewustzijn. Zelfs als het niet bewezen kan worden, breidt het participatieve antropische principe de bindende agenda van de moderne wetenschap uit, en roept krachtig het gevoel van verbondenheid op dat Albert Einstein het kosmisch religieuze gevoel noemde.’
(Powell)


Bij het zien van zo’n harmonie in de kosmos die ik met mijn beperkte mensenverstand kan herkennen, zijn er toch mensen die zeggen dat er geen God is. (…) Ik geloof in Spinoza’s God die zich openbaart in de ordelijke harmonie van wat bestaat, niet in een God die zich bekommert om de lotgevallen en de handelingen van menselijke wezens. (…) Mijn godsbegrip komt voort uit een diepgevoelde overtuiging dat er een superieure intelligentie bestaat die zich openbaart in de kenbare wereld.
(Einstein)


Brahman
Het woord ‘panpsychisme’ werd in de zestiende eeuw bedacht door de Italiaanse filosoof Francesco Patrizi en is afgeleid van de twee Griekse woorden pan (alles) en psyche (ziel of geest). De panpsychisme-theorie lijkt volgens sommigen veel op wat hindoes en boeddhisten Brahman noemen. Het weerspiegelt veel spirituele gedachten.

‘Voorstanders van de panpsychisme-theorie zeggen dat bewustzijn een fundamenteel onderdeel van de materie is. Dit betekent dat het hele universum wordt bevolkt door bewustzijn. Panpsychisme is geen nieuwe uitvinding. Oude denkers zoals Plato, Thales van Miletus, Leibnitz, Spinoza en het genie Gottfried Wilhelm Leibniz, die de intellectuele basis legden van het tijdperk van de Verlichting, pleitten voor panpsychisme.
Het is pas recent dat moderne wetenschappers deze fascinerende theorie hebben herontdekt en proberen het te vatten. Dit is niet gemakkelijk, omdat we het nog steeds niet eens kunnen worden over een gemeenschappelijke definitie van bewustzijn.’
(Cynthia McKanzie)


Wijzer worden
Toch zit er ook voor mij een positief aspect aan de toegenomen belangstelling voor panpsychisme binnen de westerse filosofie. Het geeft in ieder geval aan dat het absurde en deprimerende materialisme terrein aan het verliezen is. Men is dus hoe dan ook wat wijzer aan het worden volgens mij.
(Psycholoog en filosoof Titus Rivas – in: Alles is bezield: de opkomst van het panpsychisme)


Bronnen:
* Could the Universe Be Conscious? (Corey S. Powell)
Our Universe Is Conscious – Panpsychism Theory Suggests  (Cynthia McKanzie)

Beeld: NASA via Reuter – Natuurkundige Gregory Matloff betoogt dat een ‘proto-bewustzijnsveld’ zich door de hele ruimte zou kunnen uitstrekken.
Beeld Matloff: YouTube
Beeld ‘journey to the edge of the known’: Science Communicator Explorer of  the Invisible Corey S. Powell
Foto Powell : Powell
(2018) Update: november 2025 (Lay-out, links)

Het Epos van Evolutie

dinosaurusenvahisparlesextra-terrestes

In het essay Thuis in de kosmos – met een nawoord over buitenaardse intelligentie – laat post-theïst Taede A. Smedes zien wat voor een grandioze visie in het evolutionair denken besloten ligt, berichtte ik in mijn vorige blog. Dit is deel twee. We zijn gebleven bij de Franse theoloog en filosoof Blaise Pascal bij wie de mens de ontheemde blijft, degene die strijdt tegen de leegte en zinloosheid, en daar door het denken misschien enigszins vat op krijgt. Maar de vervreemding tussen mens en kosmos wordt bij Pascal echter niet overwonnen. ‘Hoe dan verder?’ luidt de vraag van Smedes.

Eerst over buitenaardse intelligentie. Als wij niet de enige intelligente wezens in het heelal zijn, zo vraagt Smedes zich af, hoe zit het dan met de bijzonderheid van de mens? Hij verwijst naar natuur- en sterrenkundige Marco Gleiser die zegt dat we moeten accepteren dat we ‘alleen zijn in de kosmos, zo niet in absolute zin – omdat we er nooit zeker van kunnen zijn wat er zich buiten het bereik van onze instrumenten bevindt – dan wel in praktisch opzicht. Dat maakt ons heel speciaal. En het creëert een nieuw doel voor de mensheid’.

Het feit dat er wellicht miljarden civilisaties elders bestaan doet vrijwel niets af aan de uniciteit van de mens. En daarmee blijft ook de verantwoordelijkheid van de mens voor de rest van het leven op Aarde intact.’ (Smedes)

En dat doel is volgens de Smedes – die beseft dat we ook van een bovennatuurlijke God geen hulp hoeven te verwachten om de gaten die wij in de schepping maken, te komen vullen – dat we het kostbare en fragiele leven op Aarde moeten koesteren, eerbiedigen, respecteren en beschermen. Hij besluit met de opmerking dat…

‘… hoe graag sommigen het ook willen, we kunnen onze verantwoordelijkheid voor de Aarde en voor het leven erop (inclusief dat van onszelf en dat van onze naasten en onze kinderen) simpelweg niet ontlopen of afschuiven.’ (S)

Terug naar de vraag: Hoe dan verder? Dan gaat het over verwondering, mysterie en eerbied. De auteur zet iets tegenover de vervreemding tussen mens en kosmos – met de woorden van de Vlaamse filosoof Gerard Bodifée, wiens stem heel anders klinkt dan de nihilistische, die traditioneel gehoord wordt wanneer het kosmologische en evolutionaire verklaringen betreft. ‘De materie op deze planeet weigerde de opgelegde rust en kwam tot leven. Complexiteit kwam in de plaats van stabiliteit. Evolutie in plaats van eeuwigheid. Eigen wil in plaats van natuurwetten. Er is nu bewustzijn waar ooit alleen lucht, water en stenen werden gevonden’.

Biologe Ursula Goodenough is een van de helden van Smedes. De religieuze naturaliste komt ruim aan bod. Zij ziet het Epos van Evolutie niet louter als een natuurwetenschappelijke beschrijving, maar ook als een religieus, zinstichtend verhaal.

De Big Bang, de formatie van sterren en planeten, de oorsprong en evolutie van leven op deze planeet, de komst van menselijk bewustzijn en de daaruit volgende evolutie van culturen – dit is het verhaal, het ene verhaal, dat de potentie heeft om ons te verenigen, omdat het toevallig waar is.’ (Goodenough)

We zijn tot het diepst van onze vezels verknoopt met de natuur die ons heeft gebaard, zegt Smedes, en dat geeft voor religieuze naturalisten aanleiding tot gevoelens van eerbied, ontzag en verwondering, en daarmee tegelijkertijd tot nederigheid vanwege dat besef van afhankelijkheid.

thuisindekosmos

In het hoofdstuk De mens als locus van kosmisch zelfbewustzijn komt de auteur uit bij het nihilistische antwoord van Weinberg en Monod: de mens als ontheemde in een verder zwijgend en zinloos heelal. Gelukkig deelt Smedes die visie niet. Hij zegt allereerst te bedenken wat het betekent dat wij mensen kunnen nadenken over de evolutietheorie. Hij vindt dat ongelooflijk:

Van stenenslijpende oermensen hebben we ons zodanig ontwikkeld dat we instrumenten bedachten en maakten die ons vandaag de dag in staat stellen de geschiedenis van het heelal bloot te leggen en de ontwikkeling ervan te bestuderen – praktische instrumenten als optische en radiotelescopen en ruimtevaartuigen die langs planeten suizen en op kometen landen. Maar we hebben ook conceptuele instrumenten ontwikkeld zoals wetenschappelijke hypothesen en theorieën.’ (S)

De polis (de auteur verwijst naar Aristoteles) waarin de mens leeft, blijkt volgens de schrijver veel groter te zijn dan slechts de cirkel van medemensen, leden van de soort homo sapiens; hij blijkt kosmos-omvattend te zijn.

We zijn kosmopolieten in de betekenis van ‘wereldburgers’, wat niet alleen betekent dat we burgers zijn van planeet Aarde, maar burgers van een kosmos, van het universum. We zijn kosmopolieten, thuis in de kosmos! Dát is de pointe van het Epos van Evolutie.’ (S)

In Een thuis voor God zegt Smedes dat zijn essay doordrenkt is van theologie, en noemt zichzelf hierin een ‘post-theïstische’ denker, wat betekent dat hij zich als religieus beschouwt en zich als een waterdruppel beweegt in de brede stroom die het christelijk geloof door de eeuwen heen geweest is…

‘… maar dat ik het geloof in een bovennatuurlijke, persoonachtige God die zich met ieder van ons afzonderlijk bezighoudt, helemaal achter me heb gelaten als uitermate problematisch. Ik geloof niet meer in de bovennatuurlijke God van het theïsme.’

Smedes zegt dat God niet langer ‘daarboven’ is, die God is verdwenen. (Die lijkt verhuisd te zijn; dat wordt duidelijk waar Smedes verwijst naar Ette Hillesum die zich in haar ochtendgebed richtte tot de ‘radicaal immanente God in haar binnenste.’)

Het verrassende is nu dat met het feit dat God afwezig is, de werkelijkheid de plek wordt waar het heilige zich manifesteert. Ik durf het nog sterker uit te drukken: op het moment dat God ‘daarboven’ in lucht opging, lichtte de werkelijkheid om ons heen zélf op als de plek waar het heilige zich manifesteert.’ (S)

De Britse rabbijn Jonathan Sacks is voor Smedes een post-theïstische inspiratiebron, voor wie geloof niet draait om het hebben van de juiste overtuigingen, maar om het juiste handelen.

Zelfs iemand die totaal niet religieus is, maar zich inzet voor het heil van een medeschepsel, aanbidt in zekere zin God, ook als zij of hij zich daar zelf niet bewust van is of het zelfs expliciet zou ontkennen – een mooi voorbeeld van hoe in ons post-theïstische tijdperk het onderscheid tussen het religieuze en het seculiere vervloeit.’ (S)

Aan het slot van het essay stelt Smedes dat wij thuis zijn in de kosmos en het aan ons is om – religieus gesproken – een huis voor God te bouwen. Voor Sacks is dat zelfs de opdracht die de mens op Aarde heeft. Smedes laat ons met een belangrijk dilemma achter. De vraag: ‘Hoe dan verder?’ wordt opnieuw gesteld.

We kunnen die roeping in dank baarheid als een geschenk aannemen en er iets mee doen, het kosmopolitische perspectief omarmen en iets van het leven maken. Of we wachten af en staan uiteindelijk toe dat ons de keuze uiteindelijk ontnomen wordt. Kiezen we voor hoop? Of geven we ons over aan cynisme en laten we het lot beslissen?’ (S)

Thuis in de kosmos – Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan | Taede A. Smedes | Amsterdam University Press | Met illustraties | 100 blz. | Harde kaft | Februari 2018 | ISBN10 9462987084 | ISBN13 9789462987081 | € 12,50 | Met een nawoord over buitenaardse intelligentie | Ebook via Google Play Boeken € 4,49 | N.B. Absoluut het lezen de moeite waard! Ik heb de enthousiaste neiging nog meer te schrijven, maar dan doe ik onrecht aan dit verrassende, helder verwoorde essay, dat je eigenlijk van voor naar achter zelf moet lezen. En herlezen. Je wordt er geheid kosmopolitisch van! 😉

Beeld: darlyne1980.centerblog.net

Argumenten TEGEN een absoluut begin van het universum


Op het Filosofieblog staat het aantal reacties momenteel op 148. Livinus vraagt zich af of filosoof Emanuel Rutten met zijn argument alleen staat, daar niemand er blijk van geeft het met hem eens te zijn. Robheus geeft zijn argumenten waarom de redenering van Rutten faalt. Hij en vele anderen gingen met hem in discussie. Het verhaal is nog (lang) niet af. 

Rutten: ‘Het argument bestaat uit twee premissen, namelijk (1) Het is onmogelijk dat er op hetzelfde moment oneindig veel objecten bestaan, en (2) Als het onmogelijk is dat er op hetzelfde moment oneindig veel objecten bestaan, dan is het ook onmogelijk dat op enig moment een oneindige tijdsduur verstreken is.’

Robheus stelt dat de aannames niet correct zijn.

Robheus: ‘Ten eerste, de redenering is gebouwd rond een aantal aannames en een aantal redeneringen. Zelfs als de redenering op zich correct zou zijn staat of valt de uitspraak die hij doet, die volgens hem betrekking heeft op de werkelijkheid (hij meent namelijk bewezen te hebben dat er een absoluut begin moet zijn geweest van het universum) met de vraag of de aannames correct zijn.’

Volgens Robheus wordt in premisse (2) aangenomen dat er een object S bestaat, dat altijd al zich elk uur deelt. De aanname die Rutten daar doet, nl. dat hij zich voor kan stellen dat er een wereld zou kunnen zijn waarin dat het geval was, is precies dat: een aanname. Ze volgt namelijk niet onmiddellijk of direct uit de aanname dat tijd geen begin had. Op zijn minst had aangetoond moeten worden dat die aanname uit de andere volgt, hetgeen Rutten niet doet.

Ik kan mij namelijk wel degelijk een wereld voorstellen waarin een proces zoals S, dat zich elk uur deelt, bestaat – neem bijvoorbeeld als anologie een bacterie dat zich voedt en zich elk uur deelt – maar dat proces heeft zelf slechts een eindige tijd bestaan, is ontstaan uit processen daaraan voorafgaand, alsmede heeft die mate van deling zijn beperkingen, doordat de mate waarin die S zich kan delen ondermeer bepaald wordt door de aanwezigheid van voedingsmiddelen, omdat anders het delen op een bepaald moment stopt en of exemplaren van S afsterven.

Robheus concludeert onder meer dat het slechts een gedachte-experiment is in een abstracte wereld, waarvan je de uitkomsten dus niet kunt vertalen naar conclusies die ook maar iets zinnigs te berde kunnen brengen over de reëel bestaande wereld.

Als er iets is dat met de gedachte-experimenten en gedachtekronkels wordt aangetoond dan is het wel dat: de wereld zit zo in elkaar dat ze nooit door het eender welke geest dan ook bedacht kan zijn. De werkelijke grondslag van de wereld is dan ook niet in de geest, het bewustzijn, maar in de materie.

Zie voor de volledige discussie: Een argument voor een absoluut begin van de kosmos (wordt steeds weer vervolgd…)

Zie ook: Het absolute begin van het universum

Foto: Een foto van de achtergrondstraling 379 000 jaar na de oerknal, gemaakt door het WMAP-team van de NASA. Aan de hand van de temperatuur van de kosmische achtergrondstraling gemeten door de “Cosmic Background Explorer” (COBE) kon worden berekend hoe oud het heelal is. Het moment van de bigbang werd bepaald op 15,556 miljard jaar geleden met een onzekerheid van 24 miljoen jaar. Recenter onderzoek met de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe gaf echter een ouderdom van 13,7 miljard jaar met een onzekerheid van 1% (ca. 137 miljoen jaar).