Corona en de ontplofte interesse in astrologie

het astrolabium van de astronomische klok kathedraal munster (1)

‘Astrologie laat irrationaliteit toe in onze techno-realistische manier van leven’ zegt Co-Star, dat pretendeert een ‘krachtige engine’ in huis te hebben. Het gebruikt NASA-gegevens in combinatie met ‘methoden van professionele astrologen, om algoritmisch inzicht te genereren over uw persoonlijkheid en uw toekomst’. – Sinds de lockdown worden websites over astrologie meer dan ooit bezocht.

Volgens de Denker des Vaderlands Daan Roovers past de comeback van deze ‘instant-spiritualiteit’ bij het massa-individualisme. Menno Bos in gesprek met Roovers in Vrij Nederland. En een blik slaat dit blog op het spirituele platform voor bewustwording en spiritualiteit Koorddanser over astrologie en COVID-19: ‘De huidige coronapandemie van 2020 stond immers ‘in de sterren geschreven’.

Ontplofte interesse in de astrologie
R
oovers is coronamoe en wil het daar niet over hebben, wel over de ‘ontplofte interesse in astrologie’. Volgens Bos vergaren op sociale media ‘astro-influencers’ miljoenen volgers en volgens een artikel in NRC verkocht Bol.com in 2019 vijftig procent meer boeken over astrologie dan in het jaar ervoor.

Ik vind astrologie onzin,’ zegt Roovers, ‘maar ik hoef er niet tegen te strijden’. Volgens de denker zijn de sterren een manier om een verhaal over jezelf te vertellen, net zoals mensen zeggen: ik ben een blauw persoonlijkheidstype, of: ik kom uit het jaar van de hond. ‘Of het feit dat je vaak te laat komt verklaren door het feit dat je te laat geboren bent’.

Astrologie biedt individuele zingeving binnen het grotere geheel van de kosmos, zonder dat je er andere individuen bij nodig hebt. Dat sluit helemaal aan op onze tijd van massa-individualisme: we zijn wel individualistischer, maar niet onafhankelijker.’ (Daan Roovers)

De kracht van het kleine
K
oorddanser
vindt astrologie beslist geen onzin en graaft diep in de geschiedenis en toekomst van de corona-epidemie. Het platform reikt daarbij naar tekens van de dierenriem voor houvast. Opmerkelijke data worden vervolgens op een rijtje gezet door Ewald Wagenaar in het artikel Corona en astrologie: de kracht van het kleine. Volgens de auteur zullen we in het eerste kwartaal van 2021 terugkijken op een boze droom en zien dat de crisis – zoals altijd – ons een paar boeiende nieuwe dingen heeft gebracht.

De echte hoop moet bij Jupiter vandaan komen, want die komt op 22 december bij Saturnus op schoot zitten. Het wordt het mondiale kerstcadeau van 2020: na het zuur komt het zoet. Het is typisch een energie die past bij een oplossing – vaccin? – die de orde snel gaat herstellen. Een vaccin dat dan kan worden uitgerold zou de samenleving met het herstel kunnen helpen. Een anderhalvemetersamenleving is in ieder geval geen optie voor de middellange of lange termijn. En een andere reddingsoptie is het inzicht in hoe we het beste met de besmetting om moeten gaan. Dan wordt COVID-19 net als andere risico’s: gewoon even opletten. Zo gaan we met slangen om in India, met tbc, pokken, tyfus, griep en andere besmettelijke ziekten. Gewoon even isoleren, opletten en het juiste doen. Klaar is kees. Eigenlijk heel simpel.’ (Ewald Wagenaar)

Corona en astrologie
K
oorddanser
zet alle data van de parabel van Saturnus, Pluto en Jupiter op een rijtje. Toen een astroloog aan redacteur Wagenaar vertelde dat de huidige coronapandemie van 2020 ‘in de sterren geschreven stond’, was zijn nieuwsgierigheid als astrologisch geïnteresseerde gewekt. Tijd dus voor onderzoek naar corona en astrologie. Volgens Wagenaar komt de astronomische parabel van de coronacrisis neer op de samenkomst van een paar acteurs aan de hemel: Saturnus, Pluto en Jupiter.  

Alle markante data van de parabel van Saturnus, Pluto en Jupiter op een rijtje:

5 mei 1819: Saturnus schudt Pluto de hand: wereldwijde cholera-uitbraak. Miljoenen doden.
15 mei 1915: Saturnus schudt Pluto de hand: begin van Spaanse Griep. Miljoenen doden.
7 november 1982: Saturnus en Pluto ontmoeten elkaar weer: na ontdekking in 1981 start AIDS-epidemie met 32 miljoen slachtoffers. 

12 januari 2020: Saturnus schudt Pluto de hand: begin hoogtepunt Corona-epidemie.
5 april 2020: Jupiter ontmoet Pluto: de Corona-epidemie naar een hoogtepunt.
28 juni 2020: Pluto en Jupiter nemen tijdelijk afscheid: de crisissfeer verdwijnt.
10 september 2020: Saturnus dichtbij Pluto, maar geen ontmoeting. Mogelijk kleine oplaaiende epidemie-golf of andere onrust.
11 november 2020: Jupiter ontmoet Pluto opnieuw: kans op oplaaiende epidemie, als lessen niet zijn geleerd.
22 december 2020: Jupiter ontmoet Saturnus: snel herstel van de orde, mogelijk vaccin of andere effectieve maatregelen.
(Uit: Koorddanser)

Zie:

Daan Roovers: ‘De comeback van astrologie past bij het massa-individualisme’ (Vrij Nederland)

* Corona en astrologie: de kracht van het kleine  (Koorddanser)

Foto: PD. 08 02 2019. Opname in de Kathedraal van Münster, de St. Paulus-Dom (D). In het middengedeelte van de klok is een Astrolabium (in de vroege tijdmeetkunde een van de meest geavanceerde instrumenten, door de Grieken uitgevonden) de ‘eigenlijke’ klok, die de fasen van de maan toont en de locaties van de planeten (bouw: 1540 – 1542).

Carl Jungs duik in het onbewuste

rodeboek

In Het Rode Boek, ‘de graal van het onbewuste’, wordt de dramatische tocht uitgebeeld van de moderne mens op zoek naar zijn eigen mythe. Oorspronkelijk schreef psychiater Carl Gustav Jung zijn vele ervaringen en gevoelens op in zes ‘zwarte boeken’, zoals hij deze noemde, tijdens een diepe identiteitscrisis. Over – soms verschrikkelijke – visioenen en zijn ‘duik in het onbewuste’ en zijn dwaaltocht door de onderwereld, eindeloos op zoek naar zijn ziel. Een zes jaar durende worsteling, van 1913 tot 1919.

Volgens theoloog Rinus van Warven voerde Jung op 5 januari 1922 een gesprek met zijn ziel over zijn roeping. De dialoog tussen Jung (de ‘ik’) en de Ziel is in deze vorm letterlijk te vinden in de Nederlandse vertaling van het Liber Novus (Het Rode Boek) dat onlangs door Van Warven is uitgegeven. (N.B. Echter zonder de kunstwerken uit het oorspronkelijke boek.)

Zijn ziel drong er hier bij Jung heftig op aan om zijn materiaal te publiceren, waartegen hij zich verzette. En zo duurde het decennialang voor zijn woorden in boekvorm verscheen. Het Liber Novus van Carl Gustav Jung lag tientallen jaren in een bankkluis in Zürich. Toen het in 2009 op de wereldmarkt verscheen werd het meteen ‘de graal van het onbewuste’ genoemd. Het boek werd snel bekend als Het Rode Boek: de kleur van de leren omslag van het oorspronkelijke Liber Novus. Het is het verslag dat Jung van zijn crisis van 1913-1916 maakte. Jung beschrijft hoe hij zich overgeeft aan een diepgaand innerlijk proces, waarbij hij uiteindelijk zijn eigen ziel ‘hervindt’. (Van Warven)

Tijdens een van de colleges van de Capita Selectie-serie ‘Parels van de westerse esoterie’ die ik in mei 2019 bezocht bij de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht vertelde Jungkenner Tjeu van den Berk met passie over Carl Gustav Jungs (oorspronkelijke)  Rode Boek. Dit lag groots – ook qua afmetingen – opengeslagen onder handbereik van de nieuwsgierige cursisten. Voor de Academie schreef ik hierover een verslag.

Van den Berk nam ons mee naar het leven en werk van Jung (1875 – 1961) en vertelde over zijn jarenlange pogingen, eerst samen met Freud, het onbewuste te ontcijferen. Al van jongs af aan was Jung gefascineerd geweest door de menselijke psyche. Cryptomnesie, het ‘verborgen geheugen’, hield hem erg bezig. Het bevat informatie waarvan de bron niet wordt opgeslagen in ons geheugen. De menselijke geest zou ‘op andere plaatsen’ veel informatie bewaren. ‘We weten het allemaal, diep vanbinnen,’ zei Jung. Daarom was hij zo gefascineerd door het onbewuste. Ons bewuste komt er volgens Jung immers volledig uit voort.’
(AVG)

Prachtige beelden liet Van den Berk zien, met uitgebreid commentaar, van de schilderijen en tekeningen die Jung in zijn Rode Boek maakte. Compleet met gekalligrafeerde teksten waarin Jung over hermetische gnosis schrijft, en er ook teksten toevoegde die verwijzen naar Sumerische, Egyptische, Scandinavische, Griekse, Hindoeïstische en christelijke mythen.

Van den Berk raakte niet uitverteld en deed dat op meeslepende wijze. Hij kreeg dan ook na afloop terecht een luid applaus.
De originele uitgave van Het Rode Boek ligt opgeslagen in een kluis in Zürich. Van den Berk heeft dat tweemaal mogen inzien, vertelde hij trots. September 2019 verschijnt de Nederlandse vertaling – wel zonder alle mooie kunstwerken die zeker een kwart van het boek beslaan.’
(AVG)

IKoorddanser schrijft Van Warven over De ‘graal van het onbewuste’ – Jung in gesprek met zijn ziel. Jung zou uiteindelijk door de ontmoeting met de ziel ingewijd worden in de geheimen van de menselijke psyche. – Een deel van het gesprek luidt:

Ik: ‘Ik ben bereid. Wat is het? Spreek!’
Ziel: ‘Luister: Om geen christen meer te zijn is gemakkelijk. Maar hoe nu verder?  Want er staat meer aan te komen. Alles wacht op jou. En Jij? Jij blijft zwijgzaam en hebt niets te zeggen. Maar je zult moeten spreken. Waarom heb jij het plotselinge inzicht ontvangen? Dat moet je niet verbergen. Jij bekommert je om de vorm? Is de vorm belangrijk als het om het plotselinge inzicht gaat?’
Ik: ‘Maar wat is mijn roeping?’
Ziel: ‘De nieuwe religie en haar verkondiging.’
Ik: ‘Oh God, hoe moet ik dat doen?’
Ziel: ‘Wees niet zo kleingelovig. Niemand weet dat zo goed als jij. Niemand, die het zó zou kunnen zeggen als jij.’
(Uit: Het Rode Boek)

Alle dromen, ervaringen en inzichten noteerde Jung nauwgezet, vertelt Van Warven. Zijn aantekeningen werden een procesverslag dat uiteindelijk resulteerde in Het Rode Boek.

Zie:
* Koorddanser, februari 2020
:
De ‘graal van het onbewuste’ – Jung in gesprek met zijn ziel

* Academie voor Geesteswetenschappen: Capita Selecta 21 mei 2019: Tjeu van den Berk

Beeld: Het oorspronkelijke Rode Boek – met illustraties (foto: PD)

Het Rode Boek | Carl Gustav Jung | Vertaald door Hans Huisman | ISBN 978-94-92421-86-9 | 581 blz. | Verschijningsdatum 02-09-2019 | € 38,50 | Geen verzendkosten

We leven niet naar waar we voor ‘bedoeld zijn’

essentie

De zin van het leven vinden? Dat kan. Als je meer naar je aangeboren essentie gaat leven. Momenteel leven we niet naar waar we voor ‘bedoeld zijn’. Dit kan tot een diep gevoelde onvrede leiden (bijvoorbeeld in een midlifecrisis), maar ook leiden tot een ongebreideld najagen van roem of rijkdom. Je leeft dan vanuit je zelfbeeld. En niet naar je aangeboren essentie. – De Vierde Weg van mysticus Georgi Gurdjieff (1866-1949) en zijn leerling, de Russische filosoof Pyotr Demjanovitsj Ouspensky (1878-1947), blijkt een verrassend actuele ontwikkelingsmethode voor het dagelijks leven.

Met zelfbeeld wordt onze verworven persoonlijkheid bedoeld. Tot onze essentie behoren al onze individuele eigenschappen die we bij geboorte meekregen: onze mogelijkheden en talenten en onze beperkingen en handicaps. Ook onze geaardheid (natuur) behoort ertoe. Van onze essentie is dus niets in dit leven verworven.

Vele dogma’s en taboes zijn verdampt
Is De Vierde Weg van Gurdjieff  en Ouspensky nog wel van deze tijd? Zeker. Meer dan ooit zelfs, want onze tijd biedt vele voordelen: we verwierven individuele vrijheid, vele dogma’s en taboes zijn verdampt en er zijn legio informatie- en communicatiemogelijkheden. Anderzijds is de moderne mens in de huidige ‘maakbare wereld’ toch niet méér naar zijn essentie gaan leven en identificeert hij zich (individueel en collectief) als nooit tevoren met trends, hausses en overtuigingen op allerlei maatschappelijk en spiritueel gebied.
(Spiritueel filosoof Michiel Koperdraat)

De Vierde Weg is een combinatie van de drie traditionele ontwikkelingswegen: die van de Rede (de filosoof of denker), die van het Hart (de monnik of toegewijde) en die van het Lichaam (de fakir of yogi.) In Koorddanser, een online platform voor bewustwording en spiritualiteit, staat het artikel Een eeuw lang mensen ontwikkelen – Gurdjieff en Ouspensky. Hierin stelt Koperdraat dat we onszelf volgens De Vierde Weg niet goed kennen en dat we ons daarvan niet bewust zijn, dat we de meeste dingen mechanisch doen en ons voortdurend identificeren met denkbeelden, gevoelens en situaties. Volgens Koperdraat blijkt nu het bijna een eeuw oude gedachtegoed van De Vierde Weg – als spirituele traditie – verrassend actueel.

De mens een wezen met onvoorstelbaar grote mogelijkheden
‘Volgens Gurdjieff is de mens, iedere mens, van nature toegerust met onvoorstelbaar grote mogelijkheden. Door deze tot ontwikkeling te brengen, kan hij volgroeien tot een Mens in de ware zin van het woord. Dit is het hoge doel waartoe ons dit leven is geschonken. Deze mogelijkheden zijn echter slechts als kiem in ons aanwezig en kunnen alleen verwerkelijkt worden door een doelgericht en zinvol ‘werken aan onszelf’.’
(Uit: Gurdjieff – De mens en zijn werk.)

De mens lijkt volgens Koperdraat de laatste eeuw dus niet wákkerder geworden: ‘alleen een werkelijk besef van zijn mogelijke ontwikkeling kan maken dat hij de onbewustheid van denken, voelen en handelen zal kunnen overstijgen’.

Bronnen o.a.: Een eeuw lang mensen ontwikkelen – Gurdjieff en Ouspensky  (Koorddanser)

Beeld: bewegingskracht.be

De vierde weg | P. D. Ouspensky | Milinda Uitgevers B.V. | ISBN: 9789062715381 | 444 pag. | € 28,25 | ‘De psychologische ideeën – ontleend aan woordelijke verslagen van deze lezingen – worden in dit werk uitvoerig behandeld en zijn volgens Ouspensky vooral belangrijk om de vragen en antwoorden die op elke lezing volgden. In dit boek ontwikkelt Ouspenski zonder enig wetenschappelijk, godsdienstig en wijsgerig vooroordeel, een stelselmatige psychologische methode, die het de lezer mogelijk maakt zichzelf te leren kennen.’ (Milinda Uitgevers B.V.)

Ouspensky schreef een aantal boeken waarvan Op zoek naar het wonderbaarlijke (In Search of the Miraculous) zijn meest bekende is. De essentie van wat hij wilde overdragen op het gebied van innerlijke ontwikkeling is echter nog het beste te lezen in het relatief kleine boekje De mens en zijn mogelijke evolutie (The Psychology of Man’s Possible Evolution) dat hij vlak voor zijn dood schreef. Hierin is het stelsel van De Vierde Weg zeer compact weergegeven. In feite staat hier alles in wat we nodig hebben, om te bestuderen en te volgen, teneinde een werkelijk bewust mens te worden.’
(Uit: Een eeuw lang mensen ontwikkelen – Gurdjieff en Ouspensky)

‘De mens is nog niet volledig mens’

TEDxsquare

Filosoof Helmuth Plessner stelt dat de mens nog niet af is, maar zich nog moet verwerkelijken. Feitelijk gezien is er nog geen sprake van volledig mens-zijn. Plessner stelt dat de mens door zijn constitutieve thuisloosheid* daartoe aangewezen is op techniek en cultuur. Annalin van Putten, dramaturg en student aan de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht, schreef in Koorddanser het artikel Humanoid – de mens-robot, maar hoeveel mens eigenlijk?

De humanoid of mens-robot / robot-mens wordt gezien als een ‘stap voorwaarts’ in de menselijke evolutie maar roept tegelijkertijd angst en afgrijzen op. Wat leert de confrontatie met een humanoid ons over de paradigma’s met betrekking tot mens-zijn, menselijk bewustzijn en het zelf? Stuiten we bij deze ‘hernieuwde’ vaststelling op grenzen van mens-zijn en menselijk bewustzijn? Of worden ons nieuwe mogelijkheden getoond?’ (Koorddanser)

* Volgens Rolf Viervant, promovendus aan de Erasmus School of Philosophy, wordt de mens wel getypeerd als het ‘constitutief thuisloze wezen’: altijd in een tussenstadium tussen wat we nu zijn en wat we worden.

Naakt geboren, maar niet zonder huis kunnend, moet hij zich altijd een huis verwerven. Daardoor blijft het altijd een keuze, een noodzakelijke keuze dat wel, maar een keuze die anders had kunnen zijn en die anders kan zijn. Ons thuis is nooit definitief, hoe zeer we daar ook naar verlangen. Dat maakt ons in zekere zin onaf, altijd fundamenteel open om iets of ergens anders te zijn, altijd in een tussenstadium tussen we nu zijn en wat we worden.’ (Rolf Viervant)

Van Putten begint haar artikel met humanoid George, in 2018 te gast in de talkshow van Jeroen Pauw. Een menselijke indruk, vind ik, geeft hij alleen door zijn stem, en het lijkt wel alsof George naast een buikspreker, in dit geval André Kuipers, zit. George’ ogen knipperen, hij kan zingen en hartjes in zijn ogen toveren. Verder ziet hij eruit als een levenloos ding, harde materie. Van Putten zegt dat het voor veel mensen nog niet natuurlijk is om in contact te treden met een humanoid. – Nee, inderdaad, omdat het op niets natuurlijks lijkt.

Iets in ons mensen weet de verbinding met de ‘menselijke robots’ nog niet te maken. Dit kan niet alleen te maken hebben met het feit dat George hoofdzakelijk materie is, aangezien we dan eenzelfde onrust zouden moeten ervaren bij bijvoorbeeld de confrontatie met een bloempot.’ (Van Putten)

Dat klopt. Mijn onrust komt omdat ik me met iets zielloos niet kan of wil verbinden. Ik heb geen last van mijn bloempotten. Met iets doods als George wil ik me niet verbinden, een ding dat geprogrammeerd is om woorden te produceren en met ‘ogen’ te knipperen. Dan vraag ik liever aan mijn planten of ze water willen. Dan bloeien ze helemaal op. Volgens van Putten lijkt veel van de menselijke angst voor humanoids gestoeld te zijn op de bewuste gelijkschakeling van robots en mensen:

Ze worden geacht in veel opzichten gelijk te zijn aan de mens, en dienen zelfs over een eigen (zelf)bewustzijn te beschikken.’ (Van Putten)

Van dat (zelf)bewustzijn van humanoids zal natuurlijk nooit sprake zijn. Ik schakel ze niet gelijk met mensen. Daarom ben ik ook niet angstig. Dat zogenaamde bewustzijn is immers materieel: fake, nullen en enen. De humanoid blijft een ding, ook al noem je hem George. – Interessant is evenwel Van Puttens stelling dat…

‘… ik ‘dus’ wel mens móét zijn. Met deze vaststelling ga ik voorbij aan alle zichtbare ‘menselijke kenmerken’ die George vertegenwoordigt. Vanuit het niet herkennen van mijzelf in George besluit ik dat George geen mens is. Ik heb iets in mijn zelf daarvoor als uitgangspunt genomen, vermoedelijk dat wat ik als het persoonlijke zelf ervaar, kan verstaan en begrijpen.’ (Van Putten)

Een uitermate boeiend artikel van Van Putten, dat je direct aan het denken zet. Zij verwijst in haar verdere artikel naar het authentieke zelf van historicus Yuval Harari (Homo Deus). En naar De trooster van Esther Gerritsen. Ook vertelt zij uitgebreid over de theatervoorstelling Ergens anders van Micha Wertheim. De voorstelling wordt gespeeld wordt door… een humanoid. Van Putten zegt hierover dat zij deze voorstelling ironisch genoeg altijd de meest persoonlijke voorstelling van Wertheim heeft gevonden.

Een mooi slot van Van Puttens artikel luidt: ‘De (nieuwe) mens: het wit tussen de regels’. George kan volgens haar hiervoor bij uitstek symbool staan.

Ben ik menselijk, of is de mens (nog) ergens anders? De vraag wordt dankzij humanoid George opnieuw gesteld, zodat ik mij als mens mag blijven begeven in het wit tussen de regels.’ (Van Putten)

Zie: Humanoid – de mens-robot, maar hoeveel mens eigenlijk? (Koorddanser)

Beeld:
“Ik ben de originele robotacteur. Vloeiende bewegingen, geweldig uiterlijk en meeslepende interactie. Ik ben al meer dan 14 jaar ontwikkeld en gebruikt in het veld. Daarom ben ik verfijnd, betrouwbaar en uniek vermakelijk. Ik kan praten over een product, gravitas toevoegen aan je evenement, verschijnen in je film of tv-productie, acteren in je theaterstuk, zelfs een manchetpersconferentie houden.” (Engineered Arts)