Jongeren zoeken houvast, maar ‘opnieuw geboren worden’…? 

Ben je jong en zoek je in de kerk naar houvast, duidelijkheid, structuur of zelfs overgave? Dan zoek je het buiten jezelf! Is het dan beter voor je om ‘bij jezelf naar binnen’ te gaan? Mysticus Meister Eckhart zei zeven eeuwen geleden: ‘Waarom zoek je het buiten je? Waarom blijf je niet in jezelf en grijp je niet aan wat goed is in jezelf? Jullie dragen immers de hele waarheid wezenlijk in je?’. In je! De hele waarheid! Is dat voor jou, als jongere, niet te veel van het mystieke?

Jongeren van rond de twintig zijn geloviger en gaan meer naar de kerk dan de generatie voor hen, blijkens het recente onderzoek God in Nederland. Ze zoeken houvast en vinden dat dan meer en meer in de (protestantse) kerken’
(Wim Davidse)

‘Ik-verlies’
Die overgave en houvast kunnen jongeren, volgens Wim Davidse, bij de mystici zoeken. Want veel jongeren kennen al vormen van overgave, zegt hij: ‘In de disco, de overgave aan de muziek met de harde beats, ze gaan uit hun dak’.

‘Maar ook buiten de disco geven ze zich over aan muziek, blijkens de oortjes die veel van hen dragen. Ze kunnen zich overgeven aan drank en drugs. Veel jongeren kennen dus al verschillende vormen van tijdelijk ‘ik-verlies’.’
(Wim Davidse)

Je ‘bestaansgrond’
E
ckhart zegt het wat mystiekerig: ‘God is onze bestaansgrond’. Zoiets als ‘bestaanszekerheid’? Geeft die grond houvast? En in die bestaansgrond moet je dan ‘bij jezelf naar binnen gaan’. In Eckharts woorden: ‘in het “verborgene” vind je het beeld van God dat je in jezelf draagt’. Je hoeft dus niet naar buiten.

‘Over het leven zegt Eckhart: “Ik leef omdat ik leef. Dat komt omdat het leven vanuit zijn eigen bestaansgrond leeft en opwelt uit zichzelf, daarom leeft het zonder waarom in het zichzelf levende leven”.’
(Wim Davidse)

Jezus kent Zijn Vader
Toch klinkt het voor een jongere als een nogal eenzaam gebeuren. Jezus zocht die eenzaamheid ook, is vaak het antwoord. Hij luistert dan naar de stem van Zijn Vader. Veel jongeren weten van Jezus weinig of niets: “Stel je voor dat mensen denken dat ik stemmen hoor!”. Jezus kan bij zichzelf naar binnen gaan, omdat hij ‘weet’ dat daar Zijn Vader is. Dat klinkt als een voorrecht, of mazzel. Veel jongeren komen binnenin slechts donkere leegte tegen. Dan maar de disco, drank en muziek om even geen last van jezelf te hebben. ’s Nachts in bed voel je in je eentje hooguit een misselijke leegte die allesbehalve houvast geeft.

Eenzaam
I
n de Bijbel staat iets over ‘Gods liefde die zich heeft geopenbaard aan mensen door het zenden van zijn Zoon, opdat wij zouden leven door Hem’. Jezus moet erachter gekomen zijn dat hij door God, Zijn ‘eigen Vader’, gezonden is. God heeft dat natuurlijk zelf in Jezus geopenbaard. Lekker makkelijk, zou je zeggen. Jongeren vandaag de dag kennen geen God als Vader, kennen misschien hun eigen vader (of moeder) niet eens (meer). Dat zal erg eenzaam voelen.

‘Mystiek? Wat is dat nou weer?’
W
im Davidse vraagt zich af of mystiek en ervaringen van mystici tegemoet zouden kunnen komen aan de behoefte aan zingeving en aan houvast onder jongeren. “Mystiek? Wat is dat nou weer? En mystici? Kan je iets leren van mystici?” Hoe breng je mystiek en mystici naar jongeren toe? Toch via kerk of klooster?

Loslaten
D
aarbij gaat het ‘kort gezegd om “ik-verlies” en overgave aan wat meer is dan jezelf, aan het “Hogere”, aan God of hoe je dat wilt noemen’:

‘Maar dat ‘ik-verlies’ is in de mystiek natuurlijk ingrijpender, dat vergt vaak een lange weg om dat ‘ik’ te leren kennen en los te laten.’
(Wim Davidse)

‘Van hoge geboorte’
‘W
aar is die weg?’, vraagt menig jongere. ‘En hoe lang is die weg? Moet ik op dat pad mezelf leren kennen en daarna mijn “ik” loslaten? “Ik-verlies” door drank en drugs, laat ik graag los, ik kots het wel uit of neem nog een shotje om me weer wat beter te voelen.’ Voor menig jongere klinken de woorden van Davidse nogal mistig.

‘Mystiek en mystici kunnen hen leren los te komen van zo’n afhankelijkheid. ‘Je bent een mens van hoge geboorte,’ leerde Meister Eckhart bijvoorbeeld. Dat zou toch interesse kunnen wekken bij jongeren.’
(Wim Davidse)

‘Moet ik weer naar school?’
J
ongeren voelen zich geen ‘mens van hoge geboorte’. “Wat wordt daar nu weer mee bedoeld?” Hoe wekt zo’n uitspraak interesse op bij jongeren? “Toch naar kerk of klooster? Wie is Meester Eckhart? Op school waren er geen meesters die zo heetten. Moet ik weer naar school?”

Qatbladeren
O
f is dit misschien helpend: Geestelijk verzorger Marga Haas schreef God en ik, wij zijn een. Davidse verwijst naar haar. Dit zou een ‘mooie kijk op je wezenlijke identiteit’ geven. Hoe komt dat binnen bij jongeren? Het boekje bevat veertig uitspraken van Meister Eckhart, met daarbij overdenkingen van Marga Haas. Elk citaat mag je proeven en er een dag op herkauwen. (Wel beter dan op qatbladeren.)

‘Hoe je moet leven’
U
itspraken van Eckhart over ‘hoe je moet leven’ en over je ‘wezenlijke identiteit’, zijn volgens Davidse:

‘Net onderwerpen waar jongeren tegenwoordig zo mee bezig zijn. Kennismaken met Eckhart, zijn uitspraken ‘proeven’ vergt natuurlijk een goede begeleiding. Maar misschien kunnen jongeren dan beter bij zichzelf naar binnen gaan dan bij een kerk.
(Wim Davidse)


Wim Davidse schrijft eveneens dat er meer in je is: Er is meer in ons – leren van de mystici

‘Je wezenlijke identiteit’
Jongeren zoeken houvast. Goede begeleiding is nodig, zegt Davidse. Kan dat via een boek? Houvast aan een boek kan een beginnetje zijn, maar lezen over ‘je wezenlijke identiteit’ van een mysticus, veertig dagen als houvast? Net als Jezus in de woestijn, maar jij dan in Kootwijkerzand, eenzaam lezend in Eckhart? Ondertussen vasten, insecten eten en hopelijk een bronnetje waaruit wat water welt. Ja, dan kom je jezelf wel tegen.

Bronnen:
* Ongrond – Meister Eckhart voor jongerenWim Davidse
* God en ik, wij zijn één – Veertig dagen met Meester Eckhart | Marga Haas | Meinema, 2e druk, 2017 | ISBN 9789021143828 | € 14,99 | E-book € 5,99 | Het is een tijdloze boodschap, zegt Marga. Nog steeds actueel voor wie zoekt naar verdieping, naar een anker, naar innerlijke vrede. Zij probeert je op weg te helpen: ‘Het bestaat uit een verzameling van veertig korte citaten uit het werk van Meester Eckhart, bedoeld voor evenzoveel dagen. Lees en herlees elke ochtend het citaat van de dag. Leer het uit je hoofd, schrijf het op een briefje, draag het boekje mee en lees het citaat later op de dag nogmaals en nogmaals – kortom: proef het citaat en ‘herkauw’ het gedurende de dag. Bij elk citaat hoort ook een zeer korte overweging. Die is bedoeld voor ’s avonds. In deze overweging deel ik met je wat het citaat bij mij oproept en wat het mij brengt. Dat de weg zich voor je opent!’
* Trouw: Voor het eerst zijn jongeren geloviger dan de generatie voor hen

Beeld: José van Eldik
Meister Eckhart: reddit.com: Christian Mysticism

Hoe monniken bezield naar de hemel klimmen

sky-wind-line-tower-mast-metal-1160459-pxhere.com

In het Catharijneconvent in Utrecht gaf historicus Krijn Pansters (Tilburg University) op 9 augustus een college over ‘Constructieve mystiek’ in de middeleeuwen. Oftewel, bouwen voor en aan de ziel. Daarmee klimmen ‘spirituele bouwmeesters’ naar de hemel. Dat doen zij vooral door het bouwen van kloosters. De afmetingen en inrichting van de monnikenverblijven ondersteunen het zielenleven en zielenheil van de bewoners. De ziel zelf zou opgebouwd en ingericht zijn als een soort klooster, een metaforische woning waarin een monnik thuis kan komen.

Op een dag was ik druk met mijn handen aan het werk toen ik begon na te denken over ons spirituele werk. Op een en hetzelfde moment kwamen toen vier fasen van spirituele oefening in me op: lezing, meditatie, gebed en contemplatie. Deze vormen een ladder waarop monniken van de aarde naar de hemel konden klimmen… Lezing is de nauwkeurige bestudering van de schrift… Meditatie is de nauwgezette toeleg van de geest… Gebed is de devote gerichtheid van het hart op God… Contemplatie gebeurt wanneer de geest op een of andere wijze verheven wordt tot God en boven zichzelf uitstijgt.’ (Guigo II [Kartuizer], ± 1188 – De ladder van de monniken 2)

En zo ontstaan veel kloosterordes, dikwijls op initiatief van een charismatische enkeling. Ordes van onder meer de Benedictijnen, Cisterciënzers, Kartuizers, Premonstratenzers, Franciscanen, Dominicanen en Karmelieten. Het Catharijneconvent zelf is rond 1500 een karmelietenklooster, waar later de orde van de Johannieters intrekt. Die orde bidt niet alleen voor en aan de ziel, maar ook voor en aan het lichaam, en bouwt hospitalen. Op het Vredenburg (het toenmalige Catharijneveld) in Utrecht leiden zij tot 1529 een hospitaal: het Catharijnegasthuis. Je ziel woont in je lichaam, daar moet je zuinig op zijn, is de gedachte. Bouwen is in de middeleeuwen ook een veelgebruikte metafoor in de theologie: het gaat dan over bouwen, bouwwerken en fundamenten. In de stilte van de verrezen kloosters is God te vinden. En in die kloosters wonen de ‘stiltespecialisten’.

Zo zijt gij dus geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl de sluitsteen Christus Jezus zelf is, die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt. In Hem groeit het uit tot een heilige tempel in de Heer. In Hem wordt ook gij mee opgebouwd tot een woonstede van God, in de Geest.’ (Paulus, Efeziërs 2, 19-22)

La_Grande_Chartreuse

Thuiskomen dus bij je eigen ziel. Niet alleen door bouwen, maar vooral ook door bidden: een oefening voor het ‘opbouwen van de mens’. Bidden, door Augustinus als ‘dialoog met God’ omschreven – al kan het eenrichtingsverkeer zijn – gaat ook vanuit het hart, zonder woorden. Dat bidden gebeurt vanuit een cel – die mag niet te klein zijn, dat is ongezond voor de geest. Sommige kloosters bouwen daarom voor hun kloosterlingen kleine woningen, zoals Grande Chartreuse in Grenoble. Afmetingen vind je ook terug in metaforische teksten.

‘[De mens] moet met behulp van Gods genade in zichzelf een bouwwerk oprichten van deugden, driehonderd el [210 meter] lang in het geloof in de Heilige Geest, vijftig el [35 meter] breed in de liefde, en dertig el [21 meter] hoog in de hoop die in Christus ligt; een gebouw dat lang is in goede werken, breed in liefde, en hoog in verlangen, zodat zijn hart mag zijn waar Christus gezeteld is aan de rechterhand van God.’ (Hugo van St. Victor [kanunnik, scholastisch filosoof, 1097 – 1141] De archa Noe, 1,18)

Dionysius de Kartuizer verlangt er ook naar dat anderen God aanbidden. Hij vindt tevens dat we voor iedereen moeten bidden. ‘Voor de levenden en de doden en in het bijzonder voor onze buren, voor hen die aan onze zorg zijn toevertrouwd en voor onze weldoeners. Bovenal moeten we bidden voor het algehele welzijn en voor onze naasten’.

Kloosters zijn soms ook een tegenhanger van met opsmuk opgetuigde kerken, waarover Bernardus van Clairveaux in Apologie 12 stelt:

Ik heb het nog maar niet over de gebedsruimten, geweldig hoog, mateloos lang en onnodig breed, kostbaar afgewerkt, zorgvuldig gedecoreerd. Al dat moois trekt de aandacht van mensen die er bidden en vormt zo een belemmering voor hun innerlijk leven.’

Bron: Het college ‘Bouwen aan de ziel’ is onderdeel van de tweedelige collegereeks van de Tilburg School of Catholic Theology, ter gelegenheid van de zomertentoonstelling Shelter. A contemporary intervention (1 juli t/m 9 september 2018) waarin hedendaagse kunst een verrassende ontmoeting heeft met het 550-jarige klooster van Museum Catharijneconvent en de kunstschatten die het bevat. De bijpassende citaten in dit blog komen van Krijn Pansters.

Beeld: Foto van ‘hemel, wind, lijn, toren, mast, metaal, straatlantaarn, verlichting, artwork, pijl, hoofd, ijzer, Timmelsjoch, Jacobs ladder, metalen pijl, ijzeren ladder’. (pxhere.com)

Klooster: La Grande Chartreuse (foto: Floriel – wiki)