‘God en mens zijn in de kern nooit gescheiden geweest’

En zullen dat ook nooit zijn. – Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) bevestigt weer eens het feit dat we in een tijd leven waarin steeds meer mensen bij het instituut kerk vraagtekens stellen en de kerk achter zich laten.
De leringen van de laatmiddeleeuwse theoloog, filosoof en mysticus Meister Eckhart zijn hierbij hoogst actueel. Hij wordt wel eens een van de meest briljante geesten genoemd die het Westen ooit heeft gekend. Zijn inzichten stonden echter op gespannen voet met de officiële kerkelijke opvattingen over God en de essentie van het bestaan.

E
ckhart relativeerde kerkelijke, religieuze en kloosterlijke leefregels. Alle nadruk legde hij op het ‘laten’: achterlaten van allerlei Godsbeelden waaraan we gehecht zijn, maar je juist verlaten op God, op het toelaten van God die verborgen is achter God: de verborgen Godheid. Eckhart werd verweten dat de mens zich amper meer hoeft te bekommeren om kerkelijke rituelen en voorschriften. Het zou ook het gezag van de religieuze leiding te veel aantasten. En nu, zegt het SCP, is Nederland geen gelovig land meer’…

Atheïsten en agnosten vormen inmiddels een meerderheid onder de bevolking. Religieuze groepen zijn nu minderheden in Nederland. Daarmee is voor de meeste mensen de zoektocht naar zingeving en zelfverwezenlijking een individuele zaak.’
(SCP)

Het probleem lijkt vooral te liggen bij de religieuze leiders die dwingend de kerkelijke leer op willen leggen, in de vergeefse verwachting dat dit de gelovigen houvast zal bieden. Maar meer en meer gelovigen zijn het echter oneens met de vele leringen, met de vele beelden van God die zij moeten geloven. Het staat haaks op de gedachte van Eckhart dat we God slechts in fragmenten kunnen kennen en dat juist in het niet-weten de ware sterkte van het geloof steekt.

De vraag die Meister Eckhart oproept, is waarom er kerken zijn die de gelovigen van alles voorhouden, waardoor zij niet werkelijk (leren) geloven, maar slechts (leren) geloven op gezag, volgens voorschrift. Bij de gelovigen gebeurt ‘vanbinnen’ dan weinig of niets. Een werkelijke verbondenheid met God wordt dan niet innerlijk gevoed, want door priesters, dominees en imams worden vooral kerkelijke leerstellingen overgedragen. Hoe kan er dan sprake zijn van de gewenste mystieke eenwording die Eckhart voorstaat, dat er vanbinnen iets gebeurt? Of liever gezegd: eenheid, want in Eckharts ogen gaat het om wat ìs, want God en mens zijn in de kern nooit gescheiden geweest en zullen dat ook nooit zijn.


Meister Eckhart, Bad Wörishofen, Kneippstraße

De geestelijken lijken die eenheid niet te kunnen bieden, of aan de gelovigen duidelijk te kunnen maken. Zeker niet met dogma’s, belijdenissen, wetten en voorschriften. Mystieke eenwording is iets dat van binnenuit bij de gelovigen plaats kan vinden, alleen door de gelovige zelf. En zelfs dat hoeft niet. Immers, Eckhart stelt dat de mystieke eenwording onmogelijk door een mens gevonden of bereikt kan worden om de eenvoudige reden dat God en mens in de kern nooit van elkaar gescheiden zijn geweest en ook nooit zullen zijn. Radicaler gesteld: de mens hoeft niets te doen:

‘God is zo ontzaglijk nabij, dat de mens, in zijn diepste grond of wezen, zelfs volledig met hem samenvalt. We hoeven helemaal nergens naartoe, er valt niets te bereiken, want we zijn er al. En je kunt nu eenmaal niet bereiken wat er al is.’
(Meister Eckhart)

Maar als je zoekt in jezelf, en dat doen momenteel zowel spirituelen als niet-spirituelen, dan kom je uit bij wat het SCP stelt:

Voor de meeste mensen is de zoektocht naar zingeving en zelfverwezenlijking een individuele zaak. Deze maatschappelijke ontwikkelingen hebben niet alleen gevolgen voor individuen, maar ook voor de verhoudingen tussen verschillende groepen, en onze samenleving als geheel.’
(SCP)

Het SCP stelt dat de secularisering positieve gevolgen heeft gehad, bijvoorbeeld voor de persoonlijke vrijheid en voor hoe er in de samenleving wordt gedacht over seksuele diversiteit. Tegelijkertijd ontstaat er mogelijk meer onbegrip tussen gelovigen (christenen, moslims en anderen) en niet-gelovigen. Over dat laatste zou Eckhart zeggen – zoals hij zegt in een van zijn preken – dat de mens zelf wel iets kan en moet doen:

Want de mens moet in zichzelf één zijn en moet dat zoeken in zichzelf en in het ene en het verwerven in eenheid, dat wil zeggen: enkel God schouwen; en terugkomen betekent: weten en beseffen dat men God kent en weet.’
(Meister Eckhart)

Dat terugkomen’ verduidelijkt Eckhart-kenner Welmoed Vlieger in haar artikel Eenvoud bij Meister Eckhart. Ze zegt hierin dat we met dit besef uit de eenheid c.q. God treden en terugkeren naar het menselijke perspectief, naar de concrete werkelijkheid. Je moet dan wel iets doen. Dan kom je onmiskenbaar uit bij wat het SCP noemt ‘zoeken naar betekenis in het eigen leven’:

In plaats van op zoek te gaan naar dé zin van het leven, zoeken individuele niet-gelovigen naar betekenis in het eigen leven. Jezelf ontwikkelen, voor anderen zorgen, intense ervaringen beleven en je deel weten van een groter geheel, zijn bijvoorbeeld manieren waarop zij betekenis geven aan hun leven.’
(SCP)

Beeld: C. Löser – ‘The eye with which I see God is the same with which God sees me. My eye and God’s eye is one eye, and one sight, and one knowledge, and one love.’ (Meister Eckhart)
Beeldhouwwerk: Lothar Spurzem – Meister Eckhart, Bad Wörishofen, Kneippstraße.
Citaat Meister Eckhart: Jason Valendy
UPDATE: 14:17 uur

Transcendentie is datgene wat ons draagt en vervult

Boekrecensie: Levensduiding in het licht van transcendentie – De theologie van Jörg Lauster. Levensduiding is betekenis geven aan het leven. Transcendentie staat voor ‘God’, of het ‘heilige’, soms ook voor ‘het andere’ of ‘iets dat in de mist van een weinig verplichtende vaagheid blijft hangen’. Dit boek gaat over de ervaring van transcendentie, bezien in het licht van het werk van de Duitse liberale theoloog Jörg Lauster. Voor hem is de ervaring van transcendentie het centrale element van religie, en niet slechts ‘het vreemde’ en ‘andere’. Hij noemt het ‘datgene wat ons draagt en vervult’.

Liberale theologie

De auteurs zijn hoogleraar vrijzinnige theologie Rick Benjamins en emeritus hoogleraar protestantse kerk en cultuur Wouter Slob. Het boek begint met een interview door journalist Andreas Main met Lauster. Hierin wordt de liberale theologie gedefinieerd, ook wel cultuurprotestantisme genoemd. Het gesprek gaat over de toekomst van het christendom. De liberale theologie wil het ‘absolute tegendeel van elke vorm van religieus fundamentalisme’ zijn. Zij wil de boodschap van het christendom vertalen in een andere, moderne taal en de grenzen tussen niet-religieuzen, christenen, joden en moslims ‘een beetje vloeibaar maken’.

Zingeving
D
it boek gaat uitgebreid in op transcendente ervaringen en hoe deze (religieus) te duiden. Door transcendente ervaringen kan de wereld op een onuitsprekelijke manier als zinvol worden ervaren, stellen de auteurs, waardoor het niet zinloos is om aan zingeving te doen. Transcendentie-ervaringen kan je opdoen binnen religie, in het samenleven, de natuur of de kunst. De ervaringen zelf worden echter nauwelijks beschreven. Levensduiding in het licht van transcendentie is vooral een literatuurstudie van Lausters boeken door Benjamins en Slob.

Het werk van Jörg Lauster
W
e maken kennis met de boeken zoals Religion als Lebensdeuting, waarin Lausters opvattingen over de duiding van het leven, de Bijbel en transcendentie beschrijft. Een mens kan ‘iets’ ervaren en dat alleen maar duiden met woorden die naar transcendentie verwijzen, zoals ‘God’, ‘heilig’ of ‘onwerelds’, omdat iedere andere duiding tekortschiet.
In Gott und das Glück gaat het over God, het geluk en het goede leven. De transcendentie-ervaring zou een perspectief op geluk kunnen openen dat naar een veranderde levensvoering kan leiden, gericht op het goede leven.

Lausters bewering dat de werkelijkheid ‘meer’ is dan ze is, vanwege een transcendente dimensie die zich kenbaar maakt, beschrijft hij in Die Verzauberung der Welt. Hij zegt dat die transcendente dimensie de werkelijkheid is, zich op bijzondere momenten op een onuitspreekbare manier zinvol toont en door de mens van zingeving wordt voorzien.
In Der ewige Protest zegt hij dat het religieuze profaan en leeg wordt als het niet meer naar transcendentie verwijst. Transcendentie-ervaringen vormen ‘het hart van het religieuze’ en worden in verschillende tijden op verschillende manieren met verschillende middelen tot uitdrukking gebracht. Volgens Benjamins en Slob is de transcendentie-ervaring de kern van Lausters theologie en van zijn hele oeuvre.

Middenweg
D
e theoloog lijkt vooral een middenweg te zoeken tussen orthodoxie en vrijzinnigheid. Hij bestudeert de opvattingen van subjectiviteitstheoretici en de openbaringstheologen. Volgens de subjectiviteitstheorie is de weg naar God geen weg naar buiten via de wereld, maar naar binnen via jezelf. De mens zelf is een verschijningsvorm van het transcendente en kan op zijn eigen manier naar de wereld kijken, geworteld in God. Daarentegen gaat de openbaringstheologie ervan uit dat de band met God langs de Bijbel gaat, en niet langs onszelf.

Lauster bedient zich van de hermeneutiek (= alles wat zich tussen de tekst en de lezer afspeelt) om inzicht te krijgen in de transcendentie-ervaring en relateert die aan de Bijbel, de geschiedenis, de moderniteit en de christelijke religie. Zo wil hij een middenweg vinden tussen het transcendente dat zich spontaan bij de mens aandient of dat juist begint bij de mens die via zijn eigen bewustzijn toegang tot de werkelijkheid heeft.

Religie als innerlijk beleven
L
auster is van mening dat de kerk het transcendente niet moet veronachtzamen, omdat daarmee de ziel uit de kerk zou verdwijnen en slechts lege hulzen zouden overblijven. Hij zegt dan ook dat ‘religie niet het simpele voor-waar-houden is van kerkelijke leerstellingen, maar een innerlijk beleven en een persoonlijke overtuiging’ zijn. Hij vindt het kleingeestig om te zeggen dat lege kerken de ondergang van het christendom betekenen. Desondanks blijft voor hem de kerk wel de plek waar mensen ‘de boodschap van het christendom leven en aan anderen doorgeven’.


Jörg Lauster

Mijn conclusie
D
e liberale theoloog zoekt verbinding tussen niet-religieuzen, christenen, joden en moslims. Zijn uitgangspunt is evenwel alleen de christelijke kerk. De auteurs stellen terecht dat wie bijvoorbeeld het woord ‘God’ niet in zijn bagage heeft, geen ervaring van God zal opdoen. In het boek wordt nauwelijks stilgestaan bij hoe niet-religieuzen transcendentie beleven. Het transcendente lijkt zo alleen vanuit de christelijke religie woorden te kunnen geven die leiden tot een ‘dieper verstaan van de wereld en zichzelf en daarmee tot een betere duiding van het leven’.
Blijft de vraag of en hoe Lauster de moderne samenleving die het transcendente vooral vanuit de eigen (seculiere) levensfilosofie ervaart, kan betrekken in zijn middenweg.

Levensduiding in het licht van transcendentie – De theologie van Jörg Lauster | Rick Benjamins en Wouter Slob | Uitgeverij Van Warven | ISBN 978-94-93175-45-7 | Druk: 1 | februari 2021 | 124 pagina’s | €16,95

Beeld: Journey of the Human Spirit (johns-consciousness.com)
Foto Jörg Lauster: devrijzinnigelezing.wordpress.com

(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

!Tip: Op 25 maart 2022 is ’s avonds in de Geertekerk in Utrecht de Vrijzinnige Lezing. Jörg Lauster betoogt hierin dat een ervaring van transcendentie licht werpt op het bestaan en dat religie in staat stelt om bij te dragen aan de duiding van het leven. De titel van de lezing die hij uitspreekt is The Idea of a Religion. Prospects of a Liberal Christianity Today. De voertaal is Engels.

Radicale Theologie wil bevrijdend niet-zeker-weten

Onzeker weten keert met sprankelende praktijkvoorbeelden traditionele zekerheden binnenstebuiten en ontdekt juist in het christendom ruimte voor een bevrijdend niet-zeker-weten. Onzekerheid als uitgangspunt. Onder de vlag van Radicale Theologie geven religiewetenschapper Bram Kalkman, filosoof Gerko Tempelman en theoloog Rikko Voorberg ‘een rijke mix van postmoderne filosofen, kunstenaars en activisten’ het woord.

Het boek Onzeker weten, dat 1 maart verschijnt, omschrijft zichzelf als bron van creativiteit, authenticiteit en verbinding: verbinding met jezelf, met anderen en met de eeuwenoude christelijke traditie. ‘Een levende theologie van de onzekerheid’. De recente opleving van het radicaal theologisch gedachtegoed komt volgens de auteurs van buiten de kerk, van filosofen die zichzelf atheïst noemen (of ‘christelijke atheïst’). Het is een van de redenen dat zij Onzeker weten laten beginnen met een filosofische geschiedenis om dat filosofisch denken vervolgens toe te passen op theologische thema’s.

‘… een nieuwe vorm van theologisch weten, het onzeker weten. Een weten dat niet wordt bedreigd door twijfel, maar dat de twijfel incorporeert in zichzelf en daardoor alleen maar sterker wordt. Het is voor veel radicale theologen niet moeilijk om zich voor deze (ontwrichtende) praktijk te beroepen op niemand minder dan Jezus zelf. Want was dat niet precies wat Hij deed in de context van zijn tijd?’
(Uit: Onzeker weten)

Radicale Theologie zegt theologische kritiek te willen leveren op maatschappelijke structuren en doet voorstellen voor een radicaal theologische praktijk. Daarbij wil ze met improviserende, theatrale benadering van de christelijke teksten en traditie laten zien dat Jezus beter te begrijpen is als performancekunstenaar dan als dominee.

Radicale theologie raakt de onzekerheid aan die onder de oppervlakte schuilt. Het wil verbinding brengen tussen mensen die zich zomaar ‘de enige’ voelen. De enige die twijfelt, de enige die aan het leven lijdt, de enige die niet weet of ze het nog gelooft. Het biedt ook een alternatief voor degenen die dreigen te bezwijken onder de gevoelde verantwoordelijkheid om de ander te ‘verlossen’.
Hoe zwaar kan het vallen om te proberen de depressieve ander op te beuren, de zieke te helpen aan genezing of de twijfelaar te overtuigen dat het toch allemaal waar is. De ervaring leert dat het erkennen van de onzekerheid soms helender is dan het aandragen van een oplossing.’
(Uit: Onzeker weten)

Onzeker weten stelt dat om ons heen mensen van alles zeker lijken te weten en dat voor elk van onze onzekerheden er wel een oplossing wordt aangedragen. Het heeft iets aantrekkelijks, maar werken zulke oplossingen, vraagt het boek zich af.

Het is de radicale theologie die kerk en samenleving erop wijst dat juist christendom voor deze bevrijding goud in handen heeft. Tenminste, als je het christelijke verhaal radicaal onzeker gaat lezen.’
(Uit: Onzeker weten)

Dat in de jaren 90 van de vorige eeuw hernieuwde interesse ontstond in radicale theologie, waarbij de Ierse filosoof Peter Rollins degene was die de filosofische ideeën wist te ontsluiten voor een groter publiek, doet volgens Onzeker weten bij mensen weer een belletje rinkelen.

Radicale Theologie is echter datgene wat confessioneel theologische ideeën opschudt. Ze is het bij nacht verschijnende knagende gevoel van twijfel dat zelfs de meest overtuigde gelovige kan bevangen. Ze stelt vragen die niet gesteld zouden moeten worden.(…) De radicale theologie bestaat niet op zichzelf – ze schept geen nieuw systeem. Ze krabt aan het bestaande. Ze jaagt op. Ze doet opschrikken. Ze schudt wakker.’
(Uit: Onzeker weten)

Onzeker weten – Een inleiding in de radicale theologie | Rikko Voorberg, Gerko Tempelman, Bram Kalkman | VBK Media / Kok Boekencentrum | 9789043537933 | € 20,00,- | verschijnt 1 maart 2022 | ‘Onzeker weten pakt theologie aan zoals het wat mij betreft bedoeld is. Met flair en zin voor avontuur. Het is de taak van de theologie om de geslotenheid in het denken te doorbreken waarin wij ons leven steeds weer gevangen laten zetten. Dit boek spreekt vrij en opent het gesprek waar velen dachten dat het was afgesloten.’ (Hoogleraar theologie prof. dr. Erik Borgman)

Beeld: Carl Heinrich Bloch 1834 – 1890 – ‘De Bergrede wordt wel de kern van het Nieuwe Testament genoemd. Voor velen is deze toespraak van Jezus over het koninkrijk door de eeuwen een bron van inspiratie geweest voor een radicaal leven.’ (levenindekerk.nl)

Nederland als het enfant terrible van de katholieke kerk

De jaren 60 waren een van de meest revolutionaire én religieuze periodes uit de Nederlandse geschiedenis. Vrouwen gingen massaal aan de pil, heiligen werden overboord gegooid en homoseksualiteit werd voorzichtig bespreekbaar. Een roerig tijdperk dat misschien ver weg lijkt maar doorwerkt tot op de dag van vandaag. Raakte Nederland van God los? De tentoonstelling Van God los? in Museum Catharijneconvent Utrecht laat de grote religieuze veranderingen van de jaren zestig zien.

Een breuk die de geschiedenis van Nederland meer veranderde dan de Tweede Wereldoorlog, zo wordt het tijdperk van de jaren zestig wel omschreven,’ vertelt tentoonstelling Van God los? ‘De economie groeide, de welvaart steeg, de sociale zekerheid werd uitgebreid, er kwam een grotere seksuele vrijheid en jongeren begonnen zich te roeren.’

In 1960 behoorde Nederland nog tot de meest christelijke landen van Europa, maar nergens waren de veranderingen zo tumultueus. Zo werd Nederland van het braafste jongetje van de klas zelfs het ‘enfant terrible’ van de katholieke kerk. Dit alles onder grote belangstelling van de internationale pers. Maar wie denkt dat religie in dit onstuimige decennium met een sneltreinvaart uit Nederland verdween, heeft het mis.’

Van God los? vertelt dat de jaren zestig ook de tijd was van invloedrijke tv-dominees, religieuze bestsellers, beatmissen, zenboeddhisme, opzwepende evangelische bijeenkomsten en experimentele kerkbouw. Zelfs Provo’s bedienden zich van christelijke taal en ook de Reformistische zuil kwam in deze periode op. Nederland was veel religieuzer dan vaak wordt gedacht.

In Van God los? toont het museum de hand van fotografie, muziek, kunst, radio- en tv-fragmenten een wereld waarin het geloof en de traditionele invulling daarvan ter discussie werden gesteld. De eeuwenoude hechte band tussen het instituut kerk en het geloof bleek niet langer vanzelfsprekend. In de tentoonstelling komen zowel de ludieke en vernieuwende geluiden van deze periode (denk aan Gerard Reve en Godfried Bomans ) als de conservatieve tegenbewegingen aan bod.’

Museum Catharijneconvent Utrecht | Tentoonstelling Van God los? – de onstuimige jaren 60 | 19 feb – 28 aug 2022 | Lange Nieuwstraat 38 3512 PH Utrecht | Dinsdag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur | Zaterdag, zondag en feestdagen van 11.00 tot 17.00 uur

Info:
Museum Catharijneconvent
Beeld: Simon Vinkenoog
1966 (Catharijneconvent)
Foto: Beatmis Venlo 1967 (Catharijneconvent / Nationaal Archief)
Foto: Op naar Roermond 1968 – Protest tegen ontslag Ed Miedema. Fotograaf onbekend. (ANP / Catharijneconvent) ‘Al voor hij pastoor van ’t Eikske werd, liep Ed Miedema al voor de muziek uit van het beroemde Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) waarin opgeroepen werd tot modernisering en meer openheid binnen de kerk.’ (Zout Magazine)

Tip: Zie ook – nog tot 6 maart 2022 in Museum Krona (Uden): Vrijheid & Verwarring – Kloosterleven in de jaren zestig.


De Clarissen van Megen, 1961. Foto Guus Bekooy. Collectie Museum Krona