Het SCP en hoe religie de redelijkheid kleurt

In de basis zijn al onze overtuigingen van hetzelfde laken een pak – ze zitten met z’n allen in een groot web of systeem dat geen uitzonderingsposities of vaste gereserveerde plekken heeft. Maar daarbinnen zijn er wel degelijk verschillen. Sommige overtuigingen zitten aan de rand, andere in het centrum; sommige zitten met heel veel draden vast aan andere overtuigingen, andere bungelen er wat losjes tussenin. Daarom pas je de ene overtuiging ook veel gemakkelijker aan dan de andere. Geloof zit voor gelovigen in het centrum van hun denkweb.

A
an het woord is Jeroen de Ridder, bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan de RUG en universitair hoofddocent filosofie aan de VU. Hij vindt dat ‘religie de redelijkheid kleurt’, maar er blijft volgens hem genoeg overlap tussen wat de gelovige, andersgelovige en niet-gelovige (on)redelijk vinden.

Dit [religie die redelijkheid kleurt] drukt verschillende dingen uit. Allereerst dat religieuze overtuigingen een centrale plek innemen in het denken van gelovigen. Godsgeloof heeft wijdvertakte gevolgen in het denken: het beïnvloedt levensbeschouwing, mensvisie, ethiek, ideeën over wat er bestaat en kan bestaan, zelfs je visie op kennisverwerving.’


Sören Kierkegaard, Blaise Pascal, Herman Dooyeweerd

Kan het hart de redelijkheid eveneens kleuren? De Ridder verwijst naar denkers als Søren Kierkegaard, Blaise Pascal en Herman Dooyeweerd, over wie wel gesuggereerd is dat zij vinden dat religieus geloof een kwestie van ‘redenen van het hart’ is. 

Religieus geloof is volgens deze filosofen van een totaal andere orde dan alledaagse en wetenschappelijke overtuigingen. Het verstand produceert en beoordeelt overtuigingen door conceptueel en talig denken, analyseren en argumenteren. Het hart niet. Sterker nog: dat kan niet eens. Proberen om redenen van het hart verstandelijk te analyseren of te onderbouwen, is net zoiets als proberen te ruiken met je oren.’

De Ridder vindt dat religieuze overtuigingen gevolgen hebben voor wat je redelijk en onredelijk vindt. Religieus geloof is van invloed op de denkregels die je hanteert en als ideaal ziet.

Als je je bij het vormen van je overtuigingen houdt aan goede denkregels, dan zijn je overtuigingen redelijk. Zo niet, dan niet. Concreet: als je je ideeën over de oorlog in Oekraïne uitsluitend baseert op de Russische staatszender, dan zijn je overtuigingen niet redelijk, want die zender verspreidt veel sterk eenzijdige of ronduit misleidende informatie.’


Jeroen de Ridder (Twitter)

De vraag die Jeroen de Ridder zichzelf stelt is of hij met dit voorstel toch geen uitzonderingspositie voor religieus geloof creëert. Kan en moet dat niet beoordeeld worden op redelijkheid? Zijn antwoord daarop is dat religieus geloof weliswaar je ideaal van redelijkheid kleurt, maar niet totaal anders maakt. 

Er blijft voldoende overlap tussen wat de gelovige, andersgelovige en niet-gelovige redelijk of onredelijk vinden. (…) Die overlap biedt voldoende gemeenschappelijke grond om ook gesprekken te voeren over de houdbaarheid en redelijkheid van religieus geloof en andere levensbeschouwingen.’

En zo belanden we bij het SCP-rapport Buiten kerk en moskee, dat laat zien dat de mogelijkheid van open en redelijke gesprekken over religie en levensbeschouwing van groot belang is in onze samenleving: noch gelovigen, noch ongelovigen zouden zich moeten opsluiten in bubbels van eigen redelijkheid en gelijk.

Ik denk zelfs dat we als christenen eigenlijk geen SCP-onderzoekers nodig hebben om ons eraan te herinneren dat er veel is wat ons als medemensen verenigt. Wij kennen immers de Bijbelse opdracht om onze naaste, die ook beelddrager van God is, lief te hebben als onszelf.’

Zie: Valt er over religie niet te twisten? (Reformatorisch Dagblad, 2 april 2022)

Foto: ‘Binnen kerk en moskee’ – In Córdoba (Spanje) werd in 1523 de oude gebedsruimte verbouwd: men bouwde de kathedraal gewoon in de moskee. (toerismeinspanje.eu)
Foto’s denkers:
Sören Kierkegaard (li, imdb.com), Blaise Pascal (re bo, Debabrat, Facebook), Herman Dooyeweerd (re on, Twitter)

Geloven in een God die niet hoeft te bestaan

geloofenwetenschap

Hoogleraar fundamentele theologie, Marcel Sarot, belijdt niet dat God bestaat, maar wel dat hij in Hem gelooft. Het bestaan van God beargumenteren hoeft niet van Sarot. Een variatie op geloven in een god die niet bestaat van Klaas Hendrikse? God ‘gebeurt’ volgens de laatste; volgens Sarot hoef je alleen maar in Hem te geloven. Een taalspel over God, daar leek de studiedag van de christelijke filosofie op. Wie spreekt het beste over God, de filosofen of de christenen?

Waarom zijn argumenten dan toch belangrijk? In de eerste plaats hebben we ze nodig als we aan anderen willen uitleggen waarom we al dan niet geloven in God. (…)In de tweede plaats zijn argumenten belangrijk, omdat ze min of meer de redelijke grenzen aangeven van onze standpunten; ze bepalen de denkruimte die wij ons kunnen veroorloven.’ (Uit: God bewijzen)

Een argument voor Gods bestaan is een goed argument als het iets toevoegt aan de geloofwaardigheid van Gods bestaan. Als er genoeg van zulke argumenten zijn, is het alleen al op basis van die argumenten – nog los van persoonlijke ervaringen bijvoorbeeld – redelijk om te geloven dat God bestaat.’ (Uit: God bewijzen)

Universitair docent filosofie, Jeroen de Ridder, van het ‘project van de God van de filosofen’, erkent dat het geloof in God geen wetenschappelijke hypothese is, maar een liefdesrelatie, maar dat we echter in een tijd leven waarin er getwijfeld wordt aan het object van deze liefdesrelatie. Hij stelt dat argumenten kunnen helpen om in te zien dat er goede redenen zijn voor het geloof in God.

Dat is van belang in apologetische gesprekken met atheïsten of agnosten. Hij noemde zijn methode ‘het project van de God van de filosofen’. Kenmerkend is het argumenteren voor de waarheid van specifiek christelijke geloofsovertuigingen, de redelijkheid van het geloof in God en het doordenken van de klassieke eigenschappen van God.’

Volgens Sarot komt de denkwijze van De Ridder voort uit het funderingsdenken van de Verlichting: je kunt niet geloven zonder goede gronden, zonder fundament, en Godsbewijzen worden dan ingezet om dat fundament te leggen. Volgens Sarot spreekt de theologie veel genuanceerder over het Persoon-zijn van God.

Daar is God één Wezen in drie Personen. Dat redeneert moeilijker dan in een Godsbewijs. Wie verder wil komen op deze weg van het argumenteren over God, zal moeten laten zien wát wij over God geloven en waarom wij dat geloven. Dat is lastiger, maar het kan niet anders als je andere mensen daarvan wilt overtuigen.’

Dat wát en waarom liet Sarot helaas niet zien, maar volgens hem maakt de manier waarop De Ridder (de schrijver van, samen met Emanuel Rutten, En dus bestaat God) over God spreekt toch dat je in feite meegaat in het taalspel van hen die over God willen spreken als hypothese.

Maar jullie taalspel deugt niet. De eerste christenen geloofden niet dat God bestáát. Geloven ín is wat anders. God ís op een andere wijze dan wat in de werkelijkheid ís.’

paas_peels_god_bewijzen

Maar in de werkelijkheid leven we. En het is geen taalspel, maar wetenschappelijke ernst. Jeroen de Ridder verwees onder meer naar het boek God bewijzen van Rik Peels en Stefan Paas. Daarin beschrijven zij zes argumenten als een cumulatieve case, en de tegenwerpingen. Ze bespreken daarin het kosmologisch argument; argumenten op basis van bewustzijn; het argument op basis van godservaringen; het argument op basis van finetuning; het argument op basis van wonderen en het ontologisch argument. De argumenten moeten volgens de schrijvers samen worden gezien: zelfs als ze afzonderlijk niet zo sterk zijn, vormen ze samen een goede case voor Gods bestaan.

Bron: Studiedag christelijke filosofie: ‘Godsbestaan niet te bewijzen, alleen te beargumenteren’

Beeld: geloofenwetenschap.nl

God bewijzen | Stefan Paas & Rik Peels | Uitgeverij Balans, Amsterdam | ISBN 978 94 600 3725 2 | nur 730 | | € 19,95 | E-book € 9,99