Godsdienstonderwijs voor jonge moslims goed tegen dwang radicalen


Godsdienstonderwijs moet. Is dat niet achterhaald? Dat moeten we toch juist afschaffen? Volgens Bart Voorzanger niet, omdat (vooral jonge) moslims meer kennis en inzicht nodig hebben in hun eigen islam om radicale geloofsgenoten van repliek te kunnen dienen. Thuis en in de moskee krijgen ze dat te weinig. Met meer kennis en inzicht kunnen zij beter hun eigen geloofs- en gedragskeuzen rechtvaardigen. En zijn ze beter bestand tegen dwang van radicalen.

Kortom, ze weten maar weinig van hun eigen geloof, en alle kennis die hen kan helpen hun eigen positie te bepalen, die met kracht van argumenten te verdedigen, en respectvol maar standvastig afstand te nemen van visies die hen niet aanspreken, wordt hen haast stelselmatig onthouden.  

Voorzanger, op de site ‘Sargasso’, schrijft hierover naar aanleiding van het feit dat de Hogeschool van Amsterdam zijn informele gebedsruimte op slot deed, omdat gematigd islamitische studenten zich door een groep fanatiekelingen gedwongen voelden om er gebruik van te maken. Voorzanger redeneert nu dat godsdienstige vorming kan voorkomen dat een niet te verwaarlozen islamitische minderheid gegijzeld wordt door een handvol radicalen.

Het Nederlandse onderwijs zal in elk geval zijn islamitische leerlingen en studenten een gedegen godsdienstige vorming moeten meegeven. Dat is in hún belang, omdat het ze de vrijheid geeft zélf te besluiten wat ze willen geloven en welke betekenis ze hun geloof in hun leven willen geven. Onze grondwet garandeert vrijheid van godsdienst, en voor die vrijheid zijn kennis en inzicht noodzakelijke voorwaarden.

Zie: Godsdienstvrijheid vereist godsdienstige vorming (Sargasso)

Illustr: kuleuven.be

Waar is de vrijheid binnen de godsdienst?


Volgens Marcel Poorthuis, hoogleraar interreligieuze dialoog Universiteit Tilburg, zwicht artsenorganisatie KNMG voor ‘seculiere terreur’. Omdat de artsen zich tegen uitspreken tegen besnijdenis. Besnijdenis is echter een schrijnend voorbeeld van onvrijheid binnen godsdienst, onder het mom van vrijheid van godsdienst. Poorthuis bestrijdt seculiere terreur, maar praat de terreur van godsdienst goed.

Baby’s werden in Amerika indertijd inderdaad besneden uit medisch oogpunt. Op dat moment kies je als arts natuurlijk hiervoor: omdat het de gezondheid betreft. Gezondheid stond toen boven de integriteit van baby’s. Als inzichten echter voortschrijden, kan je besluiten dat besnijdenis niet meer noodzakelijk is. Dan telt integriteit natuurlijk weer. Een arts zal nooit een besnijdenis mogen uitvoeren als dit voor de gezondheid onnodig is.

Voortschrijdend inzicht in religie is een ander punt. Moedwillig baby’s besnijden die niets van God of de wereld afweten, kan je niet goed praten: je kunt baby’s niet verplichten aan God ‘te doen’, misschien willen ze later wel boeddhist worden. De zich emanciperende wereld komt meer en meer tot het inzicht dat er in religie geen dwang mag zijn, dus ook geen kinderen opzadelen met een geloof waarmee ze wellicht later niets te maken willen hebben.

De KNMG getuigt van dit inzicht. Kinderen verplichten tot een onomkeerbaar verbond met God is religieuze terreur. Ethisch zou zijn als kinderen op latere leeftijd hierover zelf bewust mogen beslissen. Dan kunnen ze waarachtig kiezen voor een religie en/of besnijdenis, of juist niet. Dat is pas echt vrijheid van godsdienst.

Zie: Artsenorganisatie zwicht voor seculiere terreur (Nederlands Dagblad)

Gerelateerd artikel: Besnijdenis dwingt jongens tot onomkeerbaar verbond met God  (godenenmensen.wordpress.com)

Zie ook: De besnijdenis: Grote gevolgen van een kleine ingreep (Trouw)

Illustr: viatadefamilie.com

Besnijdenis dwingt jongens tot onomkeerbaar verbond met God


Dat vrijheid van godsdienst kan betekenen dat religies ongestraft zich alles kunnen permitteren om gelovigen onomkeerbaar aan hun God te binden, doet die vrijheid juist steeds meer wankelen. Rituele slacht en besnijdenis zijn er voorbeelden van. Logisch dat de zich emanciperende wereld meer en meer in verzet komt tegen dit soort religieuze traditie dwang. Hoezo ‘vrijheid’ van godsdienst?

‘Door een jongen te besnijden geef je hem een teken dat hij deel uitmaakt van een gemeenschap,’ argumenteert Elisa Klapheck, rabbijn van een liberaal(!) joodse gemeente in Frankfurt. ‘Het is een teken van het verbond tussen God en de mensen. Het gaat terug op Abraham.’

Oninvoelbare logica: ‘de kinderdoop’ wordt door Wim van Vlastuin, rector en docent aan het seminarie van de hersteld-hervormde kerk aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, ‘net zo onomkeerbaar als de besnijdenis’ genoemd. Nog meer oninvoelbare logica: vrouwen gelden ‘als zijnde besneden’. Dit laatste is de mening van Klapheck. ‘Vrouwen hebben, volgens de Talmoedische traditie, al van zichzelf een sociale instelling, staan daardoor dichter bij God. Vrouwen gelden daarom ‘als zijnde besneden’.’

Tja, je moet iets verzinnen om je argumenten kracht bij te zetten. Mannen zijn nu eenmaal asociaal en staan ver van God. De besnijdenis dwingt mannen tot een niet zelf gewild verbond met God. Als je acht dagen oud bent, weet je amper iets van God en de wereld, maar aan Hem zit je vast. Maar naar je voorhuidje kan je fluiten.

Volgens de artsenfederatie KNMG moeten het kabinet, de Tweede Kamer maar ook organisaties als Amnesty International, Forum en de Kinderombudsman zich uitspreken tegen jongensbesnijdenis. Dat zou het einde aan ‘een pijnlijk en schadelijk ritueel’ kunnen bespoedigen. ‘Besnijden van jongens is gevaarlijk en een inbreuk op kinderrechten. Van regering tot religieuze voormannen, iedereen moet hierin zijn verantwoordelijkheid nemen,’ schrijven Gert van Dijk, Lode Wigersma en Tom de Jong, respectievelijk ethicus en directeur verbonden aan artsenfederatie KNMG; hoofd afdeling kinderurologie van het Wilhelmina Kinderziekenhuis UMC Utrecht, en het Emma Kinderziekenhuis AMC Amsterdam, in Trouw.

Joop Zibo reageert in Trouw: ‘BESTRAF BESNIJDENIS van jongens en meisjes met zware taakstraf van twintig jaar en betaling van 20 duizend euro boete. Besnijdenis is zware middeleeuwse genitale verminking. Bij jongens is besnijdenis een belemmering bij masturbatie en geeft een schurend gevoel van de eikel tegen de onderbroek en het geeft een lelijke verdroging van de eikelhuid. Zet rabbijnen of imams die besnijdenis, halal slachten, uithuwelijken of eerwraak propageren blijvend het land uit. Ik stem SP.’

Zie: Dan ook de doop maar verbieden?

Besnijdenis is onomkeerbaar, maar dat geldt voor zoveel keuzes die ouders maken

Tijd om het besnijden van jongens de wereld uit te helpen

Illustr: Besnijdenisinfo.nl

SGP wil nog altijd alleen voor christenen godsdienstvrijheid


Het officiële partijstandpunt van de SGP is nog altijd dat alleen christenen recht op godsdienstvrijheid hebben, en niet aanhangers van ‘valse religies’.  ‘Vanuit artikel 36 van de NGB (Nederlandse geloofsbelijdenis, pd) zijn wij er tegen dat Mohammedanen hun geloof in het openbaar kunnen belijden. De overheid mag de afgoderij niet toestaan.’  

Het zijn de woorden van drs. P.H. op ’t Hof, voorzitter van de Landelijke Stichting ter Bevordering van de Staatkundig Gereformeerde Beginselen. Mij komt deze uitspraak nogal laatdunkend voor, het getuigt van weinig respect. Meestal wordt deze aanduiding alleen spottend gebruikt.

Hij is bang dat dit standpunt voor velen binnen de SGP een gepasseerd station is. Op ’t Hof is degene die indertijd in het Reformatorisch Dagblad verkondigde dat het hem een raadsel is waarom de SGP principieel gezien niet voor een verbod op openbare verkoop van de Koran heeft gestemd. Inmiddels is hij geen SGP-lid meer.

Dirk-Jan Nijsink, jeugdwerk­adviseur van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten, vindt dat zijn partij ervan af moet en dat zij in het beginselprogramma moet opnemen dat ze godsdienstvrijheid wil voor elke religie. Richting de achterban draagt de SGP volgens hem het officiële partijstandpunt uit, dat gelovigen van andere godsdiensten alleen gewetensvrijheid hebben.

Geert Jan Spijker, Medewerker van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie, verwondert zich. ‘Stellen de auteurs nu echt dat de SGP ook niet-christelijke groeperingen dezelfde godsdienstvrijheid en onderwijsvrijheid wil geven als de christelijke minderheid? Dat zou nieuw zijn.’

Reformatorisch Dagblad: ‘De beleidsadviseur (Dirk-Jan Nijsink, pd) zou het goed vinden als binnen de SGP een commissie wordt ingesteld die het beginselprogramma eens grondig gaat bestuderen en dat document in lijn brengt met de inmiddels gegroeide praktijk van alledag. Met name op het punt van godsdienstvrijheid. ‘Ik vind het onverteerbaar dat de partij zich in een bepaalde richting ontwikkelt, terwijl het beginselprogramma ongewijzigd blijft.’

Het begin is er, wellicht. ‘Godsdienstvrijheid is een grondrecht voor iedereen,’ zei SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij dinsdag in het Nederlands Dagblad.

Zie: Verschuift visie van SGP op vrijheid godsdienst?