Op zoek naar een ‘openbaring van het heilige’

Boekrecensie Dan maak je maar zin – De agelovige Koert van der Velde zoekt in de kerk van Vézelay hoopvol naar een ‘openbaring van het heilige’. Hij onderzoekt of een mens aangesproken kan worden door ‘iets veronderstelds achter de grens van je begrip’. En zo religieuze voorstellingen weer tot leven te wekken. ‘Door Maria Magdalena bijvoorbeeld, of door God. Deze menselijke verbeeldingen hebben het paradoxale vermogen de beleving te geven dat zij zich aan ons openbaren’. Van der Velde noemt dit de ‘religieparadox’.

Voordat het wiel werd uitgevonden (ruim 6000 jaar geleden) bestond er al religie. En de mens vereerde al goden toen hij de grond ging bewerken en dieren domesticeren (12.000 jaar geleden)’
(Koert van der Velde)

Zelf religies en goden scheppen
De kerk in het Franse Vézelay is de Basiliek Sainte Marie-Madeleine. Daarmee begint het boek: Het verzinsel van Vézelay. Zo’n duizend jaar geleden ligt dat in een streek die nog ‘half heidens’ is. En de kerk onbeduidend. Totdat in het klooster van Vézelay de ‘botjes’, toegeschreven aan Maria Magdalena, worden overgebracht naar de kerk. En daar beginnen de verzinsels. Het ene verhaal door monniken gefantaseerd is nog mooier dan het andere. Koert krijgt zo ‘het inzicht dat het de mensen zelf zijn die religies en goden scheppen’. De ontnuchterende werking ervan leidt tot zijn vraag of het ‘bewust gebruik van de “religieparadox” in onze geseculariseerde cultuur nog toekomst kan geven’.

Transcendente werkelijkheid
Het antwoord hierop leidt tot een zoektocht. Koert gaat als ‘agelovige’ op zoek naar ‘mogelijkheden om toch aan religie te doen’. De kerk wordt zijn ‘belangrijkste religieuze laboratorium’. Voor hem is, net als vroeger in Vézelay, ‘de beleving van een zinvolle transcendente werkelijkheid, waarmee je door rituelen contact kunt zoeken, ‘dé reden om religieus te willen zijn’. En omdat ‘religie nog steeds bijna onmisbaar is voor een niet-oppervlakkig, levensbeschouwelijk relevant leven’, moet Koert ‘zichzelf aan het werk zetten – volgens goed oudhollands gebruik: “Geen zin? Dan maak je maar zin”.’


Basiliek Sainte Marie-Madeleine, Vézelay

Het geheim van Vézelay
Dit boek is, schrijft Koert, een poging ‘het recept te vinden om agelovig religieuze belevingen te krijgen’. Koert maakt daarvoor zó veel zin dat hij zich zelfs laat insluiten in de basiliek, voor hem ‘een spiritueel nest’, waar hij zich ‘beschut en thuis voelt’. ‘Moe en verkleumd’ probeert hij te slapen ‘op een tapijt midden op het koor’. Maria Magdalena ‘ligt precies onder me’. Zijn boek besluit met Het geheim van Vézelay. Zal hij inderdaad ‘verhalen over een spetterende religieuze beleving’ in de kerk van Vézelay?

Dan maak je maar zin
De lezer zal het weten. Vrijwel iedere alinea zet aan het denken. Voortdurend kan je met de auteur meegaan in zijn ‘religie zonder geloof’, maar juist ook als hij over transcendentie (god en goden) schrijft. Met het idee van ‘monotheïsme kan je eveneens meegaan, maar het idee van ‘polytheïsme’ blijkt bijzonder boeiend.      

Polytheïsme
Polytheïsme is ‘de oudste vorm van religie’, schrijft Koert. ‘Die tot in de zestiende eeuw bleef voortbestaan’. Op religieus gebied hebben mensen ‘meestal veel ruimte in hun doen en laten, blijkt uit de studie van het oude Midden-Oosten, de polytheïstische bakermat van het monotheïsme’. De goden zelf hebben ‘allemaal hun eigen specialismen – van schepper tot god van de dood’. En ook zijn er veel vrouwelijke goden. ‘Ze gaan over belangrijke zaken, zoals vruchtbaarheid, oorlog of de zee.’

‘Hoe anders had onze wereld eruitgezien als de laatste polytheïstische Romeinse keizer Julius niet op het slagveld was gestorven en Europa niet monotheïstisch was geworden.(…)Hoeveel minder godsdienstoorlogen en kettervervolgingen waren er dan geweest? De Renaissance was dan overgeslagen, en wellicht was ook de Verlichting niet nodig geweest, de rede had dan eerder gezegevierd.’
(Het verzinsel van Vézelay, noot 6: Julian Barnes, Elisabeth Finch. Amsterdam 2022, 85-140)

‘In de geest van Abraham’
Koert noemt zijn boek een pleidooi voor religie zonder geloof. Hij zegt ‘dat we iets belangrijks verliezen als we door ons onvermogen te geloven we er niet meer in zouden slagen religieus te zijn’. Veel goeds laat hij zien van mensen die wel het vermogen hebben religieus te zijn.
Zoals de gelovige negentiende-eeuwse filosoof Søren Kierkegaard, die zichzelf overwint ‘in de geest van Abraham op weg naar Moria. Abraham staat wat Kierkegaard betreft voor een man die niet buigt voor zijn eigen angst, die recht door zee is en God vertrouwt. Het geloof moet van hem voorop staan, wat de consequenties daarvan ook zijn’. Koert volgt vooral Kierkegaard uitgebreid in zijn boek, bij wie hij uiteindelijk ook vraagtekens zet.


Zeus, die zich veranderd heeft in een arend, ontvoert Ganymedeš om hem tot zijn geliefde en opperschenker van de goden te makenBasiliek Sainte Marie-Madeleine, Vézelay

Verzingeven
Verzingeven. Zelf religies en goden scheppen: de paradoxale religieuze beleving dat het beleefde niet zelf geschapen is. Koert vraagt zich af of we dat niet nog steeds kunnen en zouden willen. ‘Maar dan consequenter, zelfbewuster en vrijer aan het verzingeven te gaan?’

‘Om te verzingeven kan naar eigen smaak worden geput uit millennia oude religieuze verhalen en technieken uit alle mogelijke culturen, en uiteraard ook uit de eigen fantasie. Mijn flirten met God-experimenten zijn pogingen expliciet zelf zin te maken door te proberen religieuze belevingen op te wekken, terwijl dit religieus gezien eigenlijk onmogelijk is. Het draait in religies immers om de sensatie dat er iets van buiten komt, dat ik het juist níét zelf was. Het initiatief is aan de goden.’
(Uit: Dan maak je maar zin)

‘De Franse Verlichtingsfilosoof Voltaire propageerde het religieuze geloof uit niet-gelovig perspectief, omdat het goed zou zijn voor de orde in de maatschappij. Zo maande hij eens zijn deftige disgenoten tot zwijgen tijdens een discussie over hun gemeenschappelijke inzicht dat God wellicht helemaal niet bestond’
(Koert van der Velde)

Agelovig?
Koert zegt tot slot dat hij ‘nog maar aan het begin van de weg naar een rijk agelovig religieus leven’ staat. Of dat ‘agelovig’ zal zijn, vraag ik me af. In Dan maak je maar zin en Flirten met God proef je op iedere bladzijde duidelijk zijn vurige wens werkelijk een ‘religieuze ervaring’ op te doen. Daarom onderzoekt hij echt alles wat maar naar religie en geloof smaakt. Daarom ook is de auteur al bezig met onder meer neo-sjamanistische trancedans, islamitisch gebed en mystieke islam. Hierover zegt hij ‘verslag te doen in het nog te verschijnen boek Verzingeven’.

Besluit
Dan maak je maar zin laat mij in positieve zin onthutst achter. Wat een prestatie. Koert verslindt echt alles over (on)geloof en religie. Honderden voetnoten maken er gewag van. Van Gilgameš tot Stefan Paas, van Genesis tot Jesaja, van William James tot Søren Kierkegaard, Van Hume tot Eckhart, van Jean-Paul Sartre tot Immanuel Kant. Alain de Botton, Jezus, Ludwig Wittgenstein, Daniel Dennet, Henri Nouwen. En velen mij onbekend die vast de moeite waard zijn om ook kennis van te nemen. Koert hoopt op een werkelijk religieuze beleving, heeft daarvoor zelfs de berg van Mozes naar de top beklommen. Ontdekt Koert wellicht dat je het transcendente niet (alleen) buiten jezelf moet zoeken?

Dan maak je maar zinPleidooi voor religie zonder geloof | Koert van der Velde | mei 2026 | 268 blz. | € 27,50

Beeld: Instagram / boekhandeldekler 
Basiliek Sainte Marie-Madeleine, Vézelay: Het centrale timpaan van de narthex (1140-1150), geopend voor het verlaten van de mis. Basiliek Sainte-Marie-Madeleine in Vézelay. 15 juli 2008, foto: Vassil (Commons Wikimedia)
Beeld De ontvoering van Ganymedes: Zeus, die zich veranderd heeft in een arend, ontvoert Ganimedeš om hem tot zijn geliefde en opperschenker van de goden te maken. 7 juli 2008, foto: Vassil (Commons Wikimedia)

Toch die blijvende zoektocht naar God

Oppergod Zeus krijgt zojuist de cijfers van statistiekenbureau CBS onder ogen. Ook zijn tempel Olympieion trekt minder gelovigen. Tegen Hera klaagt hij: ‘De zaak der goden staat er uiterst kritiek voor en het wordt op het scherp van de snede uitgevochten of wij in de toekomst nog eer behoren te ontvangen en de eregaven behouden die wij op aarde genieten, of dat wij volledig buiten spel behoren te staan, ja zelfs helemaal niet meer in het spel voorkomen.’

‘Toch lijkt het raadzaam zich in te voegen in een groter geheel, in een kerk,
wil men niet navelstarend door het leven gaan.’
(Daniël De Waele)

Daniël De Waele gaat (zonder mijn CBS-fantasie) ver terug in de (ideeën)geschiedenis en kijkt ook naar de toekomst in Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God. In dit boek dat in februari 2023 uitkomt, bezint hij zich op ‘de spannende vraag hoe de gelovige tot God kan naderen, hoe hij de gans Andere kan ontmoeten’.

Godenschemering van Daniël De Waele is een theologische cultuurgeschiedenis die de evolutie van het geloof in God uitdiept in de loop der tijd. Israël ontdekte in een polytheïstische wereld de Ene God, die door de tijd heen steeds humaner werd en dichterbij kwam. Hoe is het geloof na die grote stap geëvolueerd? Hoe past het verdampen van het geloof, dat uiteindelijk eindigde in de dood van God, in deze evolutie? En welke rol heeft het bestormen van de godenbeelden gespeeld? De Waele ontwaart naast deze geloofsevolutie een andere geschiedenis: een blijvende zoektocht naar de ene God.’
(Kokboekencentrum)

Steeds minder Nederlanders rekenen zich tot een religie of levensbeschouwing blijkt uit cijfers van CBS. Ik zie dat sommige media hieruit de verkeerde conclusie trekken dat het percentage gelovigen in Nederland verder is gedaald. Wel zijn er gelovigen die het instituut kerk minder bezoeken. God is echter overal en de manier om Hem te ervaren is niet echt meer in de kerk. Die gebouwen verdwijnen dan ook in rap tempo, de gelovigen niet.

W
aarom zouden mensen plots, of langzaamaan, het geloof in de goden opgeven, vraagt De Waele zich desondanks af. Alsof ook hij het aantal gelovigen alleen maar afleest uit kerkbezoek. Hoe kan het, dat wat mensen eeuwen en eeuwenlang als vanzelfsprekend hebben aangenomen, dat uiteindelijk toch gaan betwijfelen, is desalniettemin zijn onderzoeksvraag. 

Volgens William James, Amerikaans filosoof en psycholoog, moet het ontstaan van geloof in goden altijd van psychologische aard zijn geweest. Mensen ervoeren dat de goden leiding gaven, dat zij beschermden tegen boze machten, dat zij voor vruchtbare akkers zorgden, dat zij, kortom, in het algemeen zeer nuttig waren. Als dat in later tijd veranderde, als de goden gebeden niet verhoorden of zij niet langer beantwoordden aan ondertussen gewijzigde menselijke verwachtingen, zeden of idealen, geraakten die goden in onbruik.’

De auteur zegt dat zijn boek over de belangrijke ontwikkelingen verhaalt die zich in het godsgeloof hebben voorgedaan op de lange weg doorheen de geschiedenis waarin de mens met zijn God wandelde.

Het zijn vaak ingrijpende zaken, soms zijn het dramatische omwentelingen, die zonder dat we het beseffen, ons denken en geloven (als dat er nog is) hebben vormgegeven.’

Ook over de teloorgang van het heiligdom verhaalt dit boek, van wat millennia lang de ontmoetingsplaats is geweest tussen hemel en aarde. De auteur onderzoekt eveneens welke gebeurtenissen in de geschiedenis van Israël aanleiding hebben gegeven zich te beperken tot aanbidding van Jahwe alleen, en hoe Israël op de gedachte gekomen is dat er welbeschouwd toch maar één God bestaat. Een ander hoofdstuk vertelt over geweld en doodslag die door God worden bevolen:

Het feit echter dat de gelovige dit als probleem ervaart is opmerkelijk; het houdt een expliciete kritiek in op de Schrift, die toch juist voor de gelovige gezaghebbend is.’

Alles wat ons overkomt, wordt ons uit de liefderijke hand van God geschonken: zegen en straf, leven en dood, zegt de auteur. Het alternatief is een volstrekte willekeur in de gebeurtenissen van deze wereld:

Maar dat dingen zomaar, willekeurig gebeuren, dat wat je overkomt geen enkele betekenis heeft, wie kan dat verdragen?’

Drie hoofdstukken gaan specifiek over transformaties in het geloof van christenen. Ook beschrijft de auteur de Drie-eenheidsleer:

Dat is tegenwoordig geen erg populair gespreksonderwerp, maar dat is ooit anders geweest. In de 3e en 4e eeuw stortte menigeen zich in vurige controverses over hoe God precies in elkaar zat.’


Daniël De Waele

Vervolgens gaat Godenschemering in op hoe zich met name in Europa een evolutie heeft voltrokken van geloof naar ongeloof; hoe de evolutietheorieën van de Grieken en die van Darwin eruit zagen; en als God er niet meer was, wat is dan de betekenis geweest van religie in al die eeuwen die voorbij zijn gegaan; over de onvrede met het verdwijnen van God en de hunkering naar het geestelijke, naar mystiek; over mystiek buiten de kerk; over ‘onze eigen tijden’ en de hedendaagse gelovige:

Kort samengevat komt het erop neer dat die zelf wel zal uitmaken wat hij gelooft en hoe hij gelooft. Toch lijkt het raadzaam zich in te voegen in een groter geheel, in een kerk, wil men niet navelstarend door het leven gaan.
Tenslotte bezinnen we ons over de spannende vraag hoe de gelovige tot God kan naderen, hoe hij de gans Andere kan ontmoeten. Terwijl de vorige hoofdstukken vooral beschrijvend en informatief zijn, geef ik in dit laatste hoofdstuk ook mijn eigen, persoonlijke visie weer. Als gelovige.’

Bron: Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God (danieldewaele.com)

Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God | Daniël De Waele | KokBoekencentrum | Verschijnt 9-2-2023 | 352 pagina’s | € 27,99 | E-book: € 14,99 | Dr. Daniël De Waele is leraar Protestantse Godsdienst en docent Nieuwe Testament aan het Hoger Instituut voor Protestantse Godsdienstwetenschappen (HIPGO) te Brussel. Daarnaast is hij lid van de Leerplancommissie voor Protestants Godsdienstonderwijs in Vlaanderen.

Beeld: Het beeld van Zeus (5e eeuw v.Chr.) stelde de Griekse oppergod voor, tronend op de berg Olympus. Het beeld stond in de Dorische tempel van Olympia, waar de oorspronkelijke Olympische Spelen werden gehouden ter ere van deze god. (wereldwonderen.com)

Beeld Daniël De Waele: Berne Media

Pleidooi voor het opnieuw omhoog kijken

Filosoof Ignaas Devisch zegt dat we verleerd zijn omhoog te kijken. Zijn nieuwste boek Vuur kan je volgens hem lezen als een pleidooi om dat opnieuw te doen. ‘Niet om opnieuw de oude goden een plaats te geven, wel omwille van het besef dat de natuur niet ophoudt bij de grenzen van onze planeet. Ook daarbuiten valt iets te halen en die materie bepaalt ons bestaan. De vuurbol die boven ons hangt, is daarvan het voorbeeld bij uitstek. Alles wat leven is op deze planeet, hebben we aan dat vuur te danken.’ In Knack van 6 januari is een boeiend interview te vinden door Jeroen de Preter met professor Ignaas Devisch (Ethiek, Filosofie en Medische Filosofie) van de Universiteit Gent en de Arteveldehogeschool.

Ik denk dat we hier iets kunnen leren van de oude culturen. In hun mythes en verhalen spelen straffende goden een centrale rol. Wij hebben die goden doodverklaard. In plaats van de hoop op verlossing kwamen de verlichting en ons verlangen naar individuele vrijheid. Die demythologisering en onttovering waren uiteraard bijzonder waardevolle ontwikkelingen, maar daardoor zijn we wel uit het oog verloren dat er elementen zijn die ons overstijgen en waar we fundamenteel afhankelijk van zijn.’
(Knack)

De zon is volgens Devisch onze grootste voedingsbodem en de vraag van de filosoof is hoe we de zon weer een centrale plaats geven in ons denken. En ook waarom we er niet beter in geslaagd zijn om het overschot aan energie dat de zon elke dag afgeeft te gebruiken.

In oude tijden was vuur een bron van vrees en fascinatie. Er werden talloze mythen en verhalen verteld en geschreven waarin het vuur was toebedeeld aan God of de goden. Zo bleek vuur een krachtig instrument. Toen de moderne mens, geholpen door wetenschap en techniek, het vuur eenmaal had getemd, leken alle problemen verholpen: de controle over vuur en verbranding zorgde voor vrijheid en vooruitgang. Waar hadden we ons nog zorgen om te maken? Die achteloosheid krijgen we nu als een boemerang in ons gezicht terug: het massale gebruik van fossiele brandstoffen is ziekmakend voor mens én milieu.’
(Knack)

IVuur ontwikkelt Ignaas Devisch, geïnspireerd door denkers als Peter Sloterdijk en Bruno Latour, een nieuw idee over de plaats van vuur in onze wereld. Als we onze levensstandaard willen behouden, kunnen we niet zonder een nieuwe bron die onze vrijheid en welvaart in stand houdt zonder de wereld en onszelf te vernietigen. De grootste vuurbol uit ons sterrenstelsel – de zon – heeft dit potentieel.

Agni, de god van het vuur (bij de hindoes, pd) die zorgt voor licht, warmte en via het vuur in offerrituelen voor de verbinding tussen de mensen en de goden, wordt vereerd. Het vuur is immers het (enige) medium dat ons in staat stelt het leven op aarde te ontstijgen of boodschappen te sturen naar de goden. Daarom worden de doden gecremeerd: zodat Agni de lichaamsdelen kan vervoeren naar het hiernamaals om daar een nieuw lichaam te maken.’
(Uit: Vuur)

Kunnen we leren het heliocentrisme werkelijk te omarmen, is de vraag die Devisch stelt.

Onze beschaving is ondenkbaar zonder vuur. De technische beheersing ervan bracht ons welvaart, vooruitgang en vrijheid. Tegelijk stellen enkele eeuwen van onbezonnen verbranding ons vandaag voor een gigantisch probleem. Wat als de fossiele grondstoffen straks uitgeput zijn? Kunnen we onze welvaart en vrijheid bewaren zonder deze planeet te oververhitten?’
(Knack)

In zijn boek Vuur probeert Devisch aan te tonen dat we, sinds de Verlichting, veel te weinig oog hebben gehad voor de schaduwzijde van de technologische en wetenschappelijke vooruitgang.

Zijn wij, zoals we sinds Descartes geloven, heer en meester over de natuur? Ik denk het niet en we moeten beter leren samenwerken met de natuur. Ook op dat vlak denk ik dat we veel kunnen leren van de oude culturen. Uit oude mythes spreekt een veel groter bewustzijn van zowel de voordelen als de destructieve risico’s van het vuur. Ze kunnen het besef bijbrengen dat elke stap vooruit ook een keerzijde of een reactie met zich meebrengt, en ons op die manier helpen bij onze herpositionering ten opzichte van technologie en wetenschap.’
(Knack)

Bronnen:
* Vuur | Ignaas Devisch | De Bezige Bij | € 23,99 | E-book: € 11,99 | Verschijnt 14 januari 2021 | Devisch publiceerde onder meer Het empathisch teveel (2017 en Zijn er nog vragen (2020), een filosofieboek voor kinderen.

* ‘Wij zijn het verleerd om naar boven te kijken’ (Knack)

Foto: PD (Bornia 09 01 2021)

Zijn de goden nu aan de humanisten overgeleverd?

fallofthegiants
Het geloof in de menselijke macht, wat de kern van het humanisme genoemd kan worden, hoeft niet het geloof in de goddelijke macht uit te sluiten. – Dit staat in het tijdschrift Radix, waarin theoloog en religiewetenschapper Martijn Stoutjesdijk en theologe Roshnee Ossewaarde stellen dat het misleidend is om het humanisme met het atheïsme gelijk te stellen, en om het christendom en het humanisme tegen elkaar uit te spelen.

Als ik het redactioneel lees, dan lijkt er wel sprake van een nieuwe verlichting binnen het humanisme, waarin onderkend wordt dat religie gelovigen en ongelovigen bezighoudt: want anders dan de beruchte secularisatiethese voorspelde, is religie niet van zins te verdwijnen uit deze door en door rationalistische en sciëntistische maatschappij.

Nog niet zo lang geleden was dat nog anders. De radiospotjes van 2008 klinken nog altijd door. Toentertijd stelde het Humanistisch Verbond al dat ze niet kwetsend waren bedoeld. Het wilde benadrukken niet godsdienstig te zijn en achtte de vrijheid van godsdienst, van levensbeschouwing, een groot goed.

De antigodsdienstige tendens binnen het Humanistisch Verbond leidde in 2008 tot een veelbesproken radioreclame waarin verkondigd werd dat het geluid van religies steeds harder klinkt en het humanisme zonder de financiële steun van de luisteraars ‘aan de goden is overgeleverd’.

In het christelijke, multidisciplinair wetenschappelijk kwartaaltijdschrift Radix betogen Stoutjesdijk en Ossewaarde nu dat het humanisme geenszins het geloof in God uitsluit.

Het moderne humanisme is immers mogelijk gemaakt door het christelijke beamen van de mens en van het sterfelijke leven. Het geloof in de menselijke macht, wat de kern van het humanisme genoemd kan worden, hoeft niet het geloof in de goddelijke macht uit te sluiten.’

Het blad stelt in het redactioneel dat religie wordt betwist, naar nieuwe manieren zoekt om zich te uiten en op onverwachte plaatsen opduikt. Het schrijft over het ‘losmakingsproces’ van religie in de jaren zestig en heeft het over post-religieuze identificatiefiguren als Jan Wolkers, Gerard Reve en Maarten ’t Hart (foto: Universiteit Utrecht). In Radix schrijft ook promovendus Jesseka Batteau, die in 2014 in haar proefschrift het werk van genoemde auteurs onderzocht.

De schrijvers leverden verhalen en beelden waarmee het publiek zich kon identificeren en waarmee ze hun eigen post-religieuze identiteit konden uitdrukken,’ aldus Batteau. Volgens haar zijn de boeken en performances van de auteurs belangrijke referentiepunten geworden in de secularisatiegeschiedenis van Nederland en de collectieve herinnering aan een religieus verleden.’

schrijvers
B
atteau concludeert dat post-religiositeit geen kwestie is van het verzwijgen van het religieuze verleden, maar juist datzelfde verleden positioneren tegenover een bevrijd heden. Een soortgelijke beweging is de laatste decennia zichtbaar geworden bij het Humanistisch Verbond.

Het gaat in Radix vooral over de plaats van religie in de samenleving van de 21e eeuw. Over  ‘neo-pentecostale evangelicale’ kerken; het sociale gedrag van diverse religieuze stromingen in Nederland, en het feit dat mede dankzij de voortgaande globalisering zich vandaag de dag een veelheid aan culturen en religies aan ons opdringt. Maar, zo stelt het blad:

Gelukkig is het denkpotentieel van het neocalvinisme van Abraham Kuyper en de zijnen ook wat deze vraagstukken betreft nog niet uitgeput. Volgens Richard Mouw (filosoof en theoloog, PD) zijn met name Herman Bavincks theologische verkenningen van grote waarde bij de uitdagingen waar de wereldkerk in de 21e eeuw voor staat.’

Zie:
Aan de goden overgeleverd (Geloof & Wetenschap)
Redactioneel (Radix)

Illustr: Fall of the Giants from Mount Olympus, from the Sala dei Giganti; Giulio Romano; 1530-32; fresco