Nadat God ons had bedacht …

SalvatorMuniLeonarddaVinci

… hebben wij dankbaar toch maar God bedacht, zei ooit oud-journalist-dichter Gerard van den Boomen. God de projectie van mijn verlangen? ‘Ja,’ zei de beroemde psychiater Piet Kuiper, ‘omdat hij mij zó geschapen heeft’. Theoloog Huub Oosterhuis, initiatiefnemer van De Nieuwe Liefde, in Amsterdam, verwees naar deze uitspraken in de Titus Brandsmalezing 2017. ‘In de grote leegte van het niets weten over God, hier beneden, begint de Bijbel en schrijft over een God hoog boven’.

De ontdekking dat de Bijbel een boek-van-beneden is, door generaties mensen ‘bedacht’, heeft mij niet van God afgebracht.’

Oosterhuis zei geleerd te hebben, van joodse leermeesters met name, de talloze nog altijd gangbare interpretaties van dat grote verhaal te wantrouwen en vervolgens hun aanspraak op leergezag en laatste waarheid te verwerpen.

Ik doel op alle theologische tradities sinds het concilie van Nicea in 325 en alle kerkelijke leer die tot op vandaag in het credo van Nicea gegrondvest is – in die ingenieuze tekst met zijn politiek geladen Jezus-definitie ‘God van god, licht van licht, ware god van ware god, geboren niet-gemaakt, één in wezen met de Vader’.’

De theoloog denkt dat er veel van het christelijke geloof wordt afgevallen, omdat het grote Bijbelse verhaal in dit soort dogmatische oneliners wordt samengevat, èn omdat met name de rooms-katholieke kerk aan haar dogma’s een discriminerende moraal verbindt.

Ik zou die vele van huis uit christenen, zo sprak Oosterhuis in zijn lezing, èn de vooraanstaande theologen die afrekenen met hun geloof in God-hemel-hiernamaals willen vragen hoe zij omgaan met het oerverlangen van de mensheid naar ‘eeuwigheid’, met de onuitroeibare hoop op ‘eindelijk gerechtigheid’, vertroosting, vervulling – is dat kinderlijke fantasie, begoocheling, vluchtmechanisme?

Zijn dat, ‘nu eenmaal’ producten van ons brein – ik verwijs nogmaals naar de psychiater Piet Kuiper die, met woorden van Augustinus meende, dat God ons ‘naar zich toe’ geschapen heeft, ‘onrustigs is ons hart totdat het rust in U’, of, met andere woorden, die ons brein/ons hart zo heeft geprogrammeerd dat het hoopt op een god van liefde, de god van psalm 23. Zou ‘hoop’ niet een beter woord zijn dan geloof? Ik hoop dat God bestaat, de god die Jezus zijn vader noemde. Hopen is openhouden.’

Oosterhuis denkt, hij zou willen, dat het tijdperk van dogmatische one-liners voorbijgaat, voorbij is, en dat er een traditie zal ontstaan van verhalende midrash.

In het jodendom, dat van alle stromingen van christendom de springbron is, heeft zich, al eeuwen voor onze gangbare jaartelling, een traditie ontwikkeld van verhalen in de marge van het boek Bijbel: actualiserende uitleg van de Thora, vanuit een mondelinge overlevering die, dachten de rabbijnen, terugging tot Mozes zelf.’

Een nieuwe traditie van verhalende midrash, aldus de theoloog, in plaats van al die dogmatische oneliners. Toen Oosterhuis aan zijn leermeester Jehuda Ashenkasy vroeg: ‘Wat denk je?’, antwoordde hij: ‘Begin er maar aan.’ De theoloog deed dat en schreef het verhaal Een lege troon. Daarin is God zelf aan het woord, zoals af en toe in de Bijbel. Het begint zo:

‘Heb ik ooit engelen geschapen? Nooit. Niet één. Ik heb ook geen mensen geschapen. Mensen hebben engelen bedacht. En mij. Maar anders dan ik ben.’

Bron: Titus Brandsma Lezing 2017

Beeld: Salvator Mundi (Christus als redder van de wereld) door Leonardo da Vinci. (Christie’s)

Geloofsgesprek: iedereen zijn eigen god

lichtgaveIonastichting

‘Het komt natuurlijk sympathiek over, die bereidheid tot dialoog. Maar er zit wel een addertje onder het gras,’ zegt theoloog Wim Jansen. De roep om de interreligieuze dialoog gebeurt vanuit het misverstand van het religieuze gelijk, de waan van het religieuze gelijk. En dwars daardoorheen viert een versplinterd protestantisme vijfhonderd jaar hervorming. Een geschiedenis van moeite met dialoog, volgens de auteur: bovendien bestaat het christendom niet, of de islam, of het hindoeïsme.

Trouwens, waar zijn zij die zich atheïst noemen in deze dialoog? Het lijkt al met al op een religieus onderonsje uit te draaien. Ik had toch in mijn menswording de seculiere filosofie en literatuur niet graag willen missen! Hoe gezond is juist die inbreng voor religies!’ En zij die niet religiegebonden zijn maar wel de transcendente ervaring kennen? Ook zij lijken te worden buitengesloten, terwijl zij, bijvoorbeeld vanuit de religieloze mystiek, wel veel te melden hebben over de geestelijke dimensies.’ (Jansen)

Maar de atheïst bestaat natuurlijk ook al niet. Jansen noemt als voorbeeld van de waan van het religieuze gelijk de repeterende breuk in de geschiedenis van de hervorming: de eindeloze opsplitsingen zijn voortgekomen uit haarkloverijen over de feitelijke hoedanigheden van precies die werkelijkheid die ons te boven gaat.

BernhardReitsmaTwitter

In het geloofsgesprek (gesprek tussen individuen) dat Jansen voorstaat, botst hij onmiddellijk tegen theoloog Bernhard Reitsma (foto: Twitter) aan, die juist vanuit zijn bubbel met de ander die ook in zijn eigen bubbel zit, de religieuze dialoog wil aangaan. Vanuit de bubbel, oftewel in zijn visie bestaat het christendom wel, de islam eveneens.

Een oprechte en diepgaande dialoog is nodig juist omdat we niet identiek zijn. Dat is de grote uitdaging waar we in Nederland vandaag voor staan. Hoe we met verschillende en soms tegengestelde opvattingen, normen, gewoonten en manieren van doen een samenleving kunnen creëren waarin ruimte is voor iedereen. Het gesprek daarover is de echte dialoog.’ (Reitsma)

De vraag van Jansen is wie die dialoog dan gaat voeren. ‘Namens het christelijk geloof: Reitsma of De Lange of Oosterhuis of Van der Staaij…?’ Jansen kan er geen chocola van maken en stelt bovendien dat het religieuze gelijk niet te halen valt omdat we het hier nu eenmaal over God hebben.

En het meest kenmerkende voor God is juist dat hij/zij/het aan al onze waarheidsclaims ontstijgt. Je kunt niets feitelijks over God zeggen.’ (Jansen)

Een geloofsgesprek of interreligieuze dialoog is dan per definitie zinloos, lijkt me. Augustinus zei toch al te zwijgen en niet te kletsen over God, want doordat je je mond vol hebt van hem, lieg je en doe je zonde?

Maar wil je zonder zonde zijn en volkomen, klets dan niet over God! Ook moet je God niet willen kennen, want God is boven alle kennen verheven.’ (Augustinus)

Wim-JansenNieuwWij

Dat maakt het geloofsgesprek een stuk gemakkelijker. Dat hoeft dan niet meer. Dat wordt immers een loos gesprek, onmogelijk, net als een interreligieuze ‘dialoog’ waarin iedereen in zijn eigen bubbel blijft ronddobberen. Het toppunt van reformatie is dan, dat zou Luther zelfs niet verzonnen hebben: allemaal zwijgen over God. Nu. Alle kerken tegen de vlakte. De ultieme beeldenstorm.

Aanhangers van religies komen er onderling al niet uit om zich in te leven in het standpunt tegenover, laat staan als je iets moet verstaan in de volstrekt vreemde taal van een (andere) religie.’ (Jansen)  

Wim Jansen (foto: NieuwWij) vindt dat het moet gaan over de mens achter zijn religie. Dus ook de mens achter zijn atheïsme, neem ik aan, de mens achter zijn religieloze mystiek, de mens achter zijn transcendente ervaring. En zo komen we uit bij het humanisme, pardon, het humanisme bestaat ook al niet. Ook ieder mens leeft in zijn eigen bubbel, want de mens bestaat eveneens niet, evenmin als de Nederlander. In het geloofsgesprek heeft uiteindelijk iedereen zijn eigen god. En God zelf? De werkelijkheid die ons te boven gaat? God heeft geen religie.

Bronnen (NieuwWij):
“Er is geen echte dialoog als ik bij voorbaat tussen haakjes zet wie ik ben”
*  De waan van het religieuze gelijk

Beeld: Glaskunstenaar Peter Vormer – een hedendaagse illustratie van de metafoor waarmee Dionysius de onkenbare eenheid van God aanduidt – als de ‘oorspronkelijke en bovenoorspronkelijke lichtgave’, die ‘door een bonte vormenrijkdom van de heilige omhullingen bedekt is’. (iona.nl)

Geloof, filosofie, robots en cyborgs

wijwordenwakker.org

Vrijdag verschijnt Alleen God kan ons nog redden, over techniekfilosoof Egbert Schuurman. Veel eerder verscheen, over filosoof Martin Heidegger, Alleen nog een God kan ons redden. Twee boeken met nagenoeg dezelfde titel. Beide handelen onder meer over technologische ontwikkelingen. Schuurman nu actueel over robots en cyborgs, genetische manipulatie, de klimaatcrisis en politiek. 

Heidegger (1889 – 1976) stelde al lang geleden dat de mens geen greep meer heeft op de moderne technologische ontwikkelingen; het wezen van de techniek onttrekt zich zelfs volledig aan menselijke beheersing.

EgbertSchuurman


Het boek over filosoof, ingenieur en ex-politicus (ChristenUnie) Schuurman heeft als ondertitel: Tegendraads christen in een seculier land. Het is een biografie van de hand van historicus en journalist Remco van Mulligen over het leven van emeritus-hoogleraar voor de stichting Christelijke Filosofie (SCF) en medeoprichter van het Lindeboom Instituut. Van Mulligen is verbonden aan het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie.

Schuurman (1937), die in 1972 promoveerde op het proefschrift Techniek en Toekomst — Confrontatie met wijsgerige beschouwingen, publiceert veel over technische onderwerpen. Zijn afscheidscollege aan de Wageningen Universiteit was De uitdaging van de Islamitische technologiekritiek. Hij schreef vaak in relatie tot bijvoorbeeld evolutie, filosofie en geloof. Volgens deze filosoof wordt de westerse cultuur te veel bepaald door technologie en een ethiek van materialisme en secularisme.

In de afwijzing van deze ‘technologische cultuur’ moeten de christenen de handen ineen slaan met gematigde moslims, betoogde Schuurman. Beide verzetten zich immers tegen de ‘religie van de materie’ en streven een duurzame samenleving na.’ (Uit: Islam, een godsdienst of niet, deel 3, Leonard Kool, Isaac Jansz)

In Islam stelt Schuurmans dat islamitische fundamentalisten hun strijd tegen het Westen voeren vanwege het technologische, niet-religieuze karakter van de westerse samenleving.

MartinHeidegger


Heideggers Alleen nog een God kan ons redden is de weergave van een gesprek in Der Spiegel (mei 1976) met journalist Rudolf Augstein. De filosoof stelt zelfs dat de filosofie naar zijn oordeel geen verandering meer in de hedendaagse wereldsituatie kan brengen (Die Philosophie ist am Ende). Door het interview werd de uitspraak van Heidegger “Alleen nog een God kan ons redden” beroemd.

Het is de cybernetica die volgens Heidegger de plaats van de filosofie heeft ingenomen. Deze uitspraak, al in 1966 gedaan, kan profetisch worden genoemd, gezien de omvang, snelheid en reikwijdte van de informatierevolutie sinds de jaren ’80.’

De boekpresentatie van Alleen God kan ons nog redden is op 6 oktober. Van Mulligen laat in de biografie de veelzijdigheid van Schuurman zien. Het geeft bovendien een tijdsbeeld van Nederland in een periode van enorme veranderingen: van een verzuild land naar een seculiere natie. Schuurman zocht zich daarin als orthodox christen een weg. In een slotinterview gaat de filosoof en politicus op frisse manier in op de meest actuele kwesties. Kritisch, maar tegelijk optimistisch en hoopvol, aldus de uitgever.

In januari 2018 organiseert de SCF een bijeenkomst over Egbert Schuurman op de jaarlijkse conferentie. Er wordt dan dieper ingegaan op de relevantie van Schuurmans filosofische erfenis voor nu en de toekomst.

Alleen nog een God kan ons redden | Martin Heidegger – R. Augstein | Uitgeverij Klement | Vertaling P. Beers | januari 2006 | Druk 1 | ISBN10 9077070176 | ISBN13 9789077070178 | € 14,99

Alleen God kan ons nog redden | Paperback | 384 blz. | Buijten en Schipperheijn B.V., Drukkerij en Uitgeversmaatschappij | 2017 | EAN: 9789058819567 | € 29,90

Beeld: wijwordenwakker.org

Update 7 3 2024 (Lay-out)

De moderne droom van de Godgeworden mens

12

‘Wie kan de definitieve uitkomst voorzien?’ vroeg Freud zich ooit af, geciteerd door filosoof Ger Groot in De geest uit de fles. Freud had het toen over ‘de eindeloze reeks van zelfontwerpen zonder richtsnoer of doel die tot een gevoel van onbehagen leidt’. Religie speelt bij de uitkomst ervan misschien een grotere rol dan Groot zelf vermoedt, ook gezien het feit dat er op aarde vele malen meer gelovigen dan ongelovigen zijn, aldus Simone Bassie & Michel Dijkstra in een recensie over zijn boek in hun artikel De denker en de dode God.  

De filosofie wil net als haar tweelingzusje de wetenschap, de mens en zijn wereld begrijpen en daar zijn altijd onvermijdelijk dromen, visioenen en beloften mee gepaard gegaan.’ (Ger Groot)

Kennis en inzicht gaan volgens de auteurs – in Volzin – nu eenmaal gepaard met zulke zaken. Het bijzondere van filosofie is volgens Groot echter dat zij ‘nooit bij zichzelf blijft stilstaan, altijd op zichzelf vooruitloopt en een toekomst ontwerpt – die zich zelden op die manier waarmaakt.’ Wijsgerig denken wordt dus gekenmerkt door openheid en het kritisch bevragen van eerdere ideeën en vooronderstellingen, aldus Bassie en Dijkstra.

Volgens Groot is de geschiedenis van de moderne wijsbegeerte ‘één aanhoudende poging in het reine te komen met dit verlies van een goddelijk ankerpunt. De betekenis daarvan gaat veel verder dan de religieuze vraag of iemand in God gelooft’.’

degeestuitdeflesHoewel de filosoof atheïst is, schuift hij volgens Bassie en Dijkstra het fenomeen religieus geloof niet zomaar terzijde.

Groot stelt dat de zogenaamde ‘architectuur van het denken’ radicaal veranderd is door de reflectie op de dood van God. De Schepper viel namelijk samen met de absolute waarheid en werkelijkheid, maar de mens kan zich die rol nooit aanmeten: ‘Wanneer de mens in de moderne tijd ‘God wordt’ of minstens ‘voor God speelt’, zoals soms gezegd wordt, moet hij zich tegelijk rekenschap afleggen van de eindigheid of beperkingen die voor hem nu eenmaal wezenlijk zijn.’ Op die manier heeft het verdwijnen van het goddelijke fundament van de werkelijkheid de moderne mens gemaakt tot wie hij is.’ 

Paradoxaal genoeg, zo zeggen de auteurs, heeft het christendom zelf de afsterving van het geloof voorbereid. Het protestantisme brengt door zijn nadruk op de intimiteit van de gelovige met God, aldus de auteurs, namelijk het instituut kerk ongewild in diskrediet, en zo komt de absolute, uit de middeleeuwen stammende macht van de religie over de mens in gevaar:

Juist in haar toespitsing op de individuele mens bereidde de Reformatie in veel opzichten het moderne perspectief voor, waarin God steeds minder en de mens steeds meer de spil en grondslag van de wereld werd.’

Of je deze ontwikkeling nu positief of negatief beoordeelt, zeggen zij, maakt volgens Groot niet zoveel uit. Tenminste, als je de filosofische problematiek goed tot je laat doordringen:

Zolang de moderne droom van de Godgeworden mens duurt, ontkomt de filosofie niet aan de contradictie tussen de humanistische pretentie in hem een nieuwe grondslag van alles te hebben gevonden en het menselijk onvermogen daaraan te beantwoorden.’ 

04_oratio_de boer-groot_omslag_voorzijdeOp het eerste gezicht lijkt Groot zich met deze analyse in De geest uit de fles puur negatief uit te spreken over de rol van religie in de moderne tijd, aldus de recensenten, en zij stellen dat in een eerder werk, de met Theo de Boer gepubliceerde dialoog Religie zonder god (2013), Groot echter een ander perspectief schetst op religieus geloof.

Godsdienst laat ‘een opening in de werkelijkheid zien die het denken niet kan dichten’.’

Bassie en Dijkstra stellen dat volgens Groot een plechtige religieuze handeling de mens op het transcendente wijst en dat deze transcendentie echter uitdrukkelijk niet slaat op een de zichtbare werkelijkheid overstijgend wezen.

Integendeel: met Sartre vult Groot dit begrip juist zeer aards in. Door het bijwonen van een ritueel wordt de mens namelijk geconfronteerd met datgene wat zijn ego of bewustzijn overstijgt, namelijk de wereld of de medemens. Deze ontmoeting met de ander of het andere is precies wat de moderne mens nodig heeft.’

De auteurs vinden dat de moderniteit zich namelijk niet alleen kenmerkt door een reflectie op het verlies van God als de absolute waarheid, maar ook door de gerichtheid van het subject op zichzelf.

Met andere woorden: in de moderne tijd trekt de filosofie zich terug uit de werkelijkheid om zich puur op de inwendigheid van het bewustzijn te richten. Groot: ‘Als er immers íets is dat dit moderne subject kenmerkt, dan is het wel het feit dat het een zuivere innerlijkheid geworden is’.’

De vraag die zich bij deze these opdringt aan Bassie en Dijkstra is of Groot niet te veel aan de buitenkant van religie blijft staan.

Is religie voor een gemiddelde gelovige inderdaad hoofdzakelijk een praxis en denkt hij nooit na over wie God is en wat zijn verhouding ten opzichte van de Schepper inhoudt? Beschouwt hij God niet als iets dat of iemand die de zichtbare werkelijkheid overstijgt, dus de transcendente instantie die een ritueel als bidden zin geeft? Het is zeer de vraag of een gelovige zichzelf in het betoog van Groot kan herkennen.’

Ger Groot | De geest uit de fles | Lemniscaat | 360 blz. | € 34,50 | Theo de Boer & Ger Groot | Religie zonder God. Een dialoog | Sjibollet | 119 blz. | € 17,95

Zie: De denker en de dode God

Beeld: despiertacordoba.wordpress.com

Geloven in een grillige God

Geloven is een avontuur ‘behelst met de ongrijpbaarheid en meerduidigheid van het Geheim. Het betekent overgave en loslaten, vallen en zweven, eeuwig blijven vragen en zoeken. Gelovig bestaan komt erop neer, dat je voortdurend wordt verrast en op het verkeerde been wordt gezet, omdat God steeds weer anders is’. Dit citaat komt uit een bespreking van Houvast, een boek van Koen Holtzapffel, waarin alle inzichten op een rijtje over ons vragend bestaan.

Ik wil uitdragen dat onze manier van geloven historische gronden heeft en dat het christelijke zingevingskader, mits het open en tolerant is, relevant is voor zinzoekers’
Remonstrant Koen Holtzapffel

Eric Corsius benoemt in zijn recensie zingeving als je overgeven aan het bestaan als vraag, het avontuur durven aangaan met een grillige God:

Juist daarin kunnen we, paradoxaal uitgedrukt, ons houvast vinden. Zelf probeer ik zo in het leven te staan: me vastklampen aan strohalmen, bij gebrek aan beter, en me laten verrassen. Of het altijd lukt is een andere vraag. Maar het gaat in het leven ook niet om ‘lukken’ en ‘ergens in slagen’ en ‘doelen bereiken’. Het gaat erom dat we van het ons vaak ontglippende leven kunnen blijven houden zoals het is.’

Corsius noemt het geen wonder dat we hunkeren naar houvast. Het menselijk bestaan noemt hij een sprong in het ongewisse.

Het leven is een gang over het slappe koord zonder vangnet en met de overkant gehuld in nevels. De wereld en wijzelf zijn ons één groot vraagteken.’

Geloven, zegt remonstrant Corsius, is voortdurend op het verkeerde been staan en dat laatste nu heeft iets tegenstrijdigs, want als gelovige – en met name als vrijzinnig gelovige – is hij ervan overtuigd dat geloven juist geen houvast betekent.

Geloof is een onzeker bezit. Zodra we het als houvast zien, moeten we ons afvragen of we nog wel bezig zijn met wat geloven ten diepste is. Hebben we het dan niet gereduceerd tot iets voorspelbaars en ééndimensionaals? Teruggebracht tot een leer of een dogma?’

Mooi dat Holtzapffel in zijn boekje Houvast weer eens alle inzichten op een rijtje heeft gezet,’ aldus de recensist, ‘over ons vragende bestaan, over de hardnekkige zinvraag en over de paradox van het zoeken naar houvast. Het is een feestje van herkenning en geeft woorden aan onze vermoedens over deze duistere materie’.

Volgens de uitgever heeft Holtzapffel het vragende karakter van het vrijzinnige geloof nader bestudeerd en geanalyseerd. De auteur zegt dat het een boek is voor mensen op zoek naar zin, die de antwoorden niet in pacht hebben. En voor mensen die dachten de antwoorden in huis te hebben en weer opnieuw vragen gaan stellen. Die van de antwoord- weer terugkeren bij de vraagzijde.

Ik wil de vrijzinnigheid positioneren binnen de wereld waar vragen een belangrijke rol spelen. De filosofie heeft die functie een beetje overgenomen. Uit het rapport ‘God in Nederland’ [2015] blijkt dat mensen helemaal niet meer het idee hebben dat zinvragen in de kerk aan de orde kunnen komen. Bij ons [Remonstranten, PD] wel. Ik wil uitdragen dat onze manier van geloven historische gronden heeft en dat het christelijke zingevingskader, mits het open en tolerant is, relevant is voor zinzoekers.’ (Holtzapffel)

Boekomslag-Houvast

Het boek is ook een introductie op het jaarthema ‘Houvast’ van de Remonstranten. Volgens hoogleraar remonstrants Seminarium, Christa Anbeek, is dit grote vragenboek geïllustreerd met literaire, filosofische, poëtische, filmische en biografische voorbeelden van hoe er met vragen geleefd kan worden en welke antwoorden tijdelijk houvast bieden.

Elk mens zoekt naar houvast in het leven, naar zin en betekenis, naar antwoorden op levensvragen. Vroeger werd dat houvast gegeven door het christelijke zingevingskader. Het functioneerde vaak als een automatisch antwoordapparaat. Voor veel mensen is dat kader inmiddels weggevallen. Zij staan als zinzoekers aan de vraagzijde van het bestaan. Wat geeft houvast?’ (Uit: Handreiking gesprekskringen bij het boek)

Houvast. Aan de vraagzijde van het bestaan | Koen Holtzapffel | Meinema | augustus 2017 | 144 blz. | ISBN 978 90 211 4491 7 | €12,99

Zie: Geloven betekent geen houvast, maar avontuur
Update 22 04 2025 (Lay-out, links, kleine tekstaanpassing)