Voor de PKN is van God getuigen best ongemakkelijk

Van filosoof en theoloog Tomáš Halík is de uitspraak: ‘De manier waarop iemand mens is, zegt meer over zijn geloof dan wat hij denkt en zegt over God’. In De namiddag van het christendom, waarnaar magazine Petrus verwijst, citeert Halík wat paus Franciscus zegt over God: ’Ik heb slechts één dogmatische zekerheid: God is aanwezig is ieders leven’.
Halík is opmerkelijk genoeg te vinden in Petrus, het magazine van de Protestantse Kerk Nederland (PKN) waarin God slechts aanwezig blijkt in het christendom. Zegt dat meer over het christendom dan over God die immers ‘aanwezig is in ieders leven’? Het essay Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? leest ongemakkelijk.

‘De Kerk moet vertrouwen op de kracht van God en er serieus rekening mee houden dat de Geest ook buiten de zichtbare grenzen van de Kerk werkzaam is’
(Tomáš Halík)

In het essay Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? door Jedidja Harthoorn, hoofdredacteur van het magazine Petrus van de Protestantse Kerk Nederland (PKN), zegt Harthoorn dat ‘er genoeg theologen en gelovigen zijn die ervoor pleiten om het gesprek over het geloof bewust op te zoeken’. Om te getuigen. De nieuwe scriba van de PKN, dr. Kees van Ekris, kijkt in Petrus terug op de inzichten die dat getuigen hem hebben gebracht.

Geen dialogen
Opvallend in het gehele essay is dat er in Getuigen wel gesprekken zijn over geloof maar geen dialogen. Consequent zijn ze eenzijdig gericht tegen andersdenkenden en niet-gelovigen om te getuigen van het christelijke geloof. Van Ekris wil zijn mede-christenen vooral sterken in dat getuigen.

‘Ik gun christenen fierheid. Leven met een soort zelfvertrouwen: dit doet ertoe, wat wij geloven. Ten diepste heeft dat te maken met een ervaring van geluk: ik wil dit niet kwijt en ik gun het een ander ook. (…)   We moeten zó leren spreken over het christelijke geloof dat het mogelijk verstaanbaar is voor iemand die anders denkt.’
(Kees van Ekris in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)

Abraham
Het voelt ongemakkelijk dat niet-christelijke gelovigen en andersdenkenden blijkbaar christenen moeten worden (hen te ‘koloniseren’, zoals Tomáš Halík dat verwoordt). Heeft Van Ekris weleens geluisterd naar moslima’s die in steeds groteren getale in vooral dienstverlenende sectoren te zien zijn? Allemaal getuigen zij van hun geloof en velen maken dat zelfs fier zichtbaar met hun hoofddoek. Zij zijn, net als christenen, volgers van Abraham waarover Franciscus spreekt in een interview.

‘Abraham is op reis gegaan, zonder echt te weten waarnaartoe, louter op grond van geloof.(…) Ons leven wordt ons niet in de schoot geworpen als een operalibretto, waarin alles al vast staat. Ons leven is op weg zijn, wandelen, doen, zoeken, vinden enzovoort. We moeten dus binnenstappen in het avontuur van de zoektocht naar de ontmoeting, in het zich door God laten zoeken en het zich door God laten vinden’.
(Uit De namiddag van het christendom (2023), Tomáš Halík in Interview Antonio Spadaro S.J. met paus Franciscus (1938 – 2025)


Het ☧-teken, een belangrijk symbool in de protestantse beeldtaal

‘Als de Kerk haar grenzen wil overschrijden en alle mensen wil dienen, dan moet haar dienst verbonden zijn met respect voor het anders-zijn en de vrijheid van hen tot wie ze zich richt. Ze moet ontdaan zijn van de intentie om iedereen in haar gelederen te trekken en de controle over hen te krijgen, hen te ‘koloniseren’. Ze moet vertrouwen op de kracht van God en er serieus rekening mee houden dat de Geest ook buiten de zichtbare grenzen van de Kerk werkzaam is.’
(Uit De namiddag van het christendom (2023), Tomáš Halík)

Anders-zijn
Moslima Saïda bijvoorbeeld. Zij begon als schoonmaakster in een ziekenhuis en werkte daar uiteindelijk als gediplomeerd islamitisch geestelijk verzorger. Als moslim staat zij volledig open voor andersdenkenden, werkt aan de samenleving met iedereen die er ook voor de ander is, en toont de kracht en de wil om samen te werken met mensen met uiteenlopende levensbeschouwingen.


“joods-christelijke beschaving’, dat doet de geschiedenis geen recht.
De islam hoort al eeuwen bij Nederland.’

(Religiewetenschapper en filosoof Kamel Essabane, in deKanttekening)

Moslimgemeenschap
Ook is het waardevol om kennis te nemen van ‘Verhalen van de Nederlandse moslimgemeenschap die lang onderbelicht zijn gebleven, maar onmiskenbaar deel uitmaken van ons gezamenlijke verleden’. De tentoonstelling Wij zijn hier liet de afgelopen maanden juist zien hoe moslims, generatie op generatie, een fiere rol spelen in het maatschappelijke, culturele en religieuze landschap van Nederland. Soms zichtbaar, vaak op de achtergrond, maar altijd aanwezig.

Zonde
Interessant en spiritueel is de omschrijving die scriba Van Ekris geeft aan het begrip ‘zonde’, een nogal zwaar beladen term in het christendom dat nog altijd angst zaait door dreigend vagevuur en hel. Van Ekris over ‘zonde’:

‘Als je zonde omschrijft als een vreemde ontwrichtende kracht in jezelf die dingen stuk kan maken, wordt dat door veel mensen herkend. Het helpt als je voor dat soort ervaringen taal kunt aanreiken.’
(Kees van Ekris in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)


Scriba PKN Kees van Ekris

‘Iets van God ontdekken’
Voor Van Ekris ontstaat in contact met de ander een ‘heel betekenisvol gesprek’. Maar ook dan wordt er niet aan die ander gevraagd: “Vertel jij eens over de betekenis van jouw geloof?” Terwijl Harthoorn toch zo mooi schrijft:

‘Mensen kunnen blijkbaar op allerlei manieren geraakt worden door iets wat met God en geloof te maken heeft. Woorden en daden, het gewone en het heilige, stilte en muziek – misschien is de hele breedte van de menselijke ervaring wel nodig om iets van God te kunnen ontdekken en van die ervaring te leren.’
(Jedidja Harthoorn in Petrus, Getuigen: een ongemakkelijke opdracht?)

Paus Franciscus
Saïda, ook geraakt door God, heeft dit al lang geleden geleerd. Zij kent de kern van de Abrahamitische godsdiensten waarnaar paus Franciscus verwijst: joden, christenen en moslims hebben dezelfde God. En vol vertrouwen brengt de geestelijk verzorger dat in de praktijk.

Getuigen van God
Door te getuigen, bevestig je je persoonlijke ervaringen van je geloof als waarheid. Een ongemakkelijke opdracht als je slechts van je eigen godsdienst kan getuigen en niet van God.

Bronnen:
Jedidja Harthoorn
* Magazine Petrus, Nr 30 – Getuigen: een ongemakkelijke opdracht? (Jedidja Harthoorn)“Al zo’n 200.000 Nederlanders krijgen het christelijk magazine Petrus [4x per jaar gratis] in de brievenbus.” (Petrus)
Saïda
*Academie voor Geesteswetenschappen, Saïda, van schoonmaakster tot islamitisch geestelijk verzorger – Jeroen Jeroense & Trijnie Nielen-Rosier (Boekrecensie: Paul Delfgaauw)

*Wij zijn hier – Een gedeeld verleden, moslims vertellen – Tentoonstelling in de Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdok (14 juni – 6 september 2025)
* De namiddag van het christendom – op weg naar een nieuw tijdperk (Tomáš Halík, Kokboekencentrum Uitgevers) – Opgedragen aan paus Franciscus, met eerbied en dankbaarheid)
*deKanttekening: Het Moslim Archief wil The Black Archives achterna: ‘Groepen bij elkaar brengen’ (Historicus en journalist Ewout Klei)

Beeld: PKN
Het ☧-teken: Petrus / De Glashut +Designer
Foto joods-christelijke beschaving: Universiteit Utrecht
Foto Van Ekris: AD / ANP

Jongeren zoeken houvast, maar ‘opnieuw geboren worden’…? 

Ben je jong en zoek je in de kerk naar houvast, duidelijkheid, structuur of zelfs overgave? Dan zoek je het buiten jezelf! Is het dan beter voor je om ‘bij jezelf naar binnen’ te gaan? Mysticus Meister Eckhart zei zeven eeuwen geleden: ‘Waarom zoek je het buiten je? Waarom blijf je niet in jezelf en grijp je niet aan wat goed is in jezelf? Jullie dragen immers de hele waarheid wezenlijk in je?’. In je! De hele waarheid! Is dat voor jou, als jongere, niet te veel van het mystieke?

Jongeren van rond de twintig zijn geloviger en gaan meer naar de kerk dan de generatie voor hen, blijkens het recente onderzoek God in Nederland. Ze zoeken houvast en vinden dat dan meer en meer in de (protestantse) kerken’
(Wim Davidse)

‘Ik-verlies’
Die overgave en houvast kunnen jongeren, volgens Wim Davidse, bij de mystici zoeken. Want veel jongeren kennen al vormen van overgave, zegt hij: ‘In de disco, de overgave aan de muziek met de harde beats, ze gaan uit hun dak’.

‘Maar ook buiten de disco geven ze zich over aan muziek, blijkens de oortjes die veel van hen dragen. Ze kunnen zich overgeven aan drank en drugs. Veel jongeren kennen dus al verschillende vormen van tijdelijk ‘ik-verlies’.’
(Wim Davidse)

Je ‘bestaansgrond’
E
ckhart zegt het wat mystiekerig: ‘God is onze bestaansgrond’. Zoiets als ‘bestaanszekerheid’? Geeft die grond houvast? En in die bestaansgrond moet je dan ‘bij jezelf naar binnen gaan’. In Eckharts woorden: ‘in het “verborgene” vind je het beeld van God dat je in jezelf draagt’. Je hoeft dus niet naar buiten.

‘Over het leven zegt Eckhart: “Ik leef omdat ik leef. Dat komt omdat het leven vanuit zijn eigen bestaansgrond leeft en opwelt uit zichzelf, daarom leeft het zonder waarom in het zichzelf levende leven”.’
(Wim Davidse)

Jezus kent Zijn Vader
Toch klinkt het voor een jongere als een nogal eenzaam gebeuren. Jezus zocht die eenzaamheid ook, is vaak het antwoord. Hij luistert dan naar de stem van Zijn Vader. Veel jongeren weten van Jezus weinig of niets: “Stel je voor dat mensen denken dat ik stemmen hoor!”. Jezus kan bij zichzelf naar binnen gaan, omdat hij ‘weet’ dat daar Zijn Vader is. Dat klinkt als een voorrecht, of mazzel. Veel jongeren komen binnenin slechts donkere leegte tegen. Dan maar de disco, drank en muziek om even geen last van jezelf te hebben. ’s Nachts in bed voel je in je eentje hooguit een misselijke leegte die allesbehalve houvast geeft.

Eenzaam
I
n de Bijbel staat iets over ‘Gods liefde die zich heeft geopenbaard aan mensen door het zenden van zijn Zoon, opdat wij zouden leven door Hem’. Jezus moet erachter gekomen zijn dat hij door God, Zijn ‘eigen Vader’, gezonden is. God heeft dat natuurlijk zelf in Jezus geopenbaard. Lekker makkelijk, zou je zeggen. Jongeren vandaag de dag kennen geen God als Vader, kennen misschien hun eigen vader (of moeder) niet eens (meer). Dat zal erg eenzaam voelen.

‘Mystiek? Wat is dat nou weer?’
W
im Davidse vraagt zich af of mystiek en ervaringen van mystici tegemoet zouden kunnen komen aan de behoefte aan zingeving en aan houvast onder jongeren. “Mystiek? Wat is dat nou weer? En mystici? Kan je iets leren van mystici?” Hoe breng je mystiek en mystici naar jongeren toe? Toch via kerk of klooster?

Loslaten
D
aarbij gaat het ‘kort gezegd om “ik-verlies” en overgave aan wat meer is dan jezelf, aan het “Hogere”, aan God of hoe je dat wilt noemen’:

‘Maar dat ‘ik-verlies’ is in de mystiek natuurlijk ingrijpender, dat vergt vaak een lange weg om dat ‘ik’ te leren kennen en los te laten.’
(Wim Davidse)

‘Van hoge geboorte’
‘W
aar is die weg?’, vraagt menig jongere. ‘En hoe lang is die weg? Moet ik op dat pad mezelf leren kennen en daarna mijn “ik” loslaten? “Ik-verlies” door drank en drugs, laat ik graag los, ik kots het wel uit of neem nog een shotje om me weer wat beter te voelen.’ Voor menig jongere klinken de woorden van Davidse nogal mistig.

‘Mystiek en mystici kunnen hen leren los te komen van zo’n afhankelijkheid. ‘Je bent een mens van hoge geboorte,’ leerde Meister Eckhart bijvoorbeeld. Dat zou toch interesse kunnen wekken bij jongeren.’
(Wim Davidse)

‘Moet ik weer naar school?’
J
ongeren voelen zich geen ‘mens van hoge geboorte’. “Wat wordt daar nu weer mee bedoeld?” Hoe wekt zo’n uitspraak interesse op bij jongeren? “Toch naar kerk of klooster? Wie is Meester Eckhart? Op school waren er geen meesters die zo heetten. Moet ik weer naar school?”

Qatbladeren
O
f is dit misschien helpend: Geestelijk verzorger Marga Haas schreef God en ik, wij zijn een. Davidse verwijst naar haar. Dit zou een ‘mooie kijk op je wezenlijke identiteit’ geven. Hoe komt dat binnen bij jongeren? Het boekje bevat veertig uitspraken van Meister Eckhart, met daarbij overdenkingen van Marga Haas. Elk citaat mag je proeven en er een dag op herkauwen. (Wel beter dan op qatbladeren.)

‘Hoe je moet leven’
U
itspraken van Eckhart over ‘hoe je moet leven’ en over je ‘wezenlijke identiteit’, zijn volgens Davidse:

‘Net onderwerpen waar jongeren tegenwoordig zo mee bezig zijn. Kennismaken met Eckhart, zijn uitspraken ‘proeven’ vergt natuurlijk een goede begeleiding. Maar misschien kunnen jongeren dan beter bij zichzelf naar binnen gaan dan bij een kerk.
(Wim Davidse)


Wim Davidse schrijft eveneens dat er meer in je is: Er is meer in ons – leren van de mystici

‘Je wezenlijke identiteit’
Jongeren zoeken houvast. Goede begeleiding is nodig, zegt Davidse. Kan dat via een boek? Houvast aan een boek kan een beginnetje zijn, maar lezen over ‘je wezenlijke identiteit’ van een mysticus, veertig dagen als houvast? Net als Jezus in de woestijn, maar jij dan in Kootwijkerzand, eenzaam lezend in Eckhart? Ondertussen vasten, insecten eten en hopelijk een bronnetje waaruit wat water welt. Ja, dan kom je jezelf wel tegen.

Bronnen:
* Ongrond – Meister Eckhart voor jongerenWim Davidse
* God en ik, wij zijn één – Veertig dagen met Meester Eckhart | Marga Haas | Meinema, 2e druk, 2017 | ISBN 9789021143828 | € 14,99 | E-book € 5,99 | Het is een tijdloze boodschap, zegt Marga. Nog steeds actueel voor wie zoekt naar verdieping, naar een anker, naar innerlijke vrede. Zij probeert je op weg te helpen: ‘Het bestaat uit een verzameling van veertig korte citaten uit het werk van Meester Eckhart, bedoeld voor evenzoveel dagen. Lees en herlees elke ochtend het citaat van de dag. Leer het uit je hoofd, schrijf het op een briefje, draag het boekje mee en lees het citaat later op de dag nogmaals en nogmaals – kortom: proef het citaat en ‘herkauw’ het gedurende de dag. Bij elk citaat hoort ook een zeer korte overweging. Die is bedoeld voor ’s avonds. In deze overweging deel ik met je wat het citaat bij mij oproept en wat het mij brengt. Dat de weg zich voor je opent!’
* Trouw: Voor het eerst zijn jongeren geloviger dan de generatie voor hen

Beeld: José van Eldik
Meister Eckhart: reddit.com: Christian Mysticism

‘Een wereld waarin alles in relatie staat tot God’

Theoloog Aza Goudriaan, hoogleraar Wetenschap & Vroomheid, gaat ‘een wereld waarin alles in relatie staat tot God’ onderzoeken. Hij is niet de eerste. Gisbertus Voetius, (veld)predikant en hoogleraar in de Oosterse talen en theologie, beschrijft deze gedachte al. ‘Op fascinerende manier’, zegt Aza en noemt hem de ’sleutelfiguur binnen zijn onderzoek’. Voetius schrijft in zijn inaugurele rede over de ‘verbintenis tussen de vroomheid en de wetenschap’. En nu zit Aza op de nieuwe, persoonlijke, leerstoel* ‘Wetenschap & Vroomheid’. ‘Heel toepasselijk, zo dicht bij het Voetius-herdenkingsjaar 2026’.

‘Voetius is iemand die op een theoretische en een praktische manier geprobeerd heeft om het hele leven en de werkelijkheid te beschouwen en te leven als van God afhankelijk en door Hem geleid’
(Aza Goudriaan)

Verbinding met de wetenschappen
H
et is niet alleen de mens Gisbertus Voetius (1589 – 1676) door wie Aza gefascineerd is, maar vooral de manier waarop hij de werkelijkheid beschouwt.

‘Hij [Voetius] is een voorbeeld van een manier van denken die heel het leven en heel de werkelijkheid in verband brengt met God, en onder Gods regering ziet. Iemand die een poging heeft gedaan om theologie met verschillende wetenschappen te verbinden en zo het hele leven in verband te brengen met het dienen van God.’
(Aza)

Genuanceerd afwegen
A
za vindt Voetius ‘een meester in het schetsen van verschillende posities, het genuanceerd afwegen van vraagstukken in uitgebreid gesprek met de traditie en de internationale literatuur’.

‘Dat levert niet de meest toegankelijke manier van schrijven op, maar wel precisie. De nauwkeurigheid waarmee hij beschrijft, zijn streven om aan de posities van mensen recht te doen – ik vind het een respectvolle manier van omgaan met mensen.’
(Aza)

‘Kijk maar welke methode je het meest geschikt lijkt. Als Jezus Christus maar wordt verkondigd aan het hart van de mensen.’
(Gisbertus Voetius)

Tegenstelling?
I
n zijn onderzoek wil Aza de komende jaren de verschillende aspecten van Voetius’ theologie samenhangend bestuderen. ‘Het is een manier van kijken die een relatie tot God veronderstelt. God heeft de wereld geschapen, dus dan moet je ook de wereld en de geschiedenis in relatie tot Hem bekijken’. 

‘Ik ben benieuwd wat voor beeld je dan krijgt. Wetenschap met vroomheid verbinden was een opgaaf, en het is soms wel gezien als een tegenstelling: persoonlijke vroomheid aan de ene kant en schoolse geleerdheid aan de andere kant.
(Aza)

Origenes
E
r zijn ook anderen die op Voetius’ manier kijken, zegt Aza: ‘Het was eigenlijk een oud christelijk streven, dat iemand als Origenes al in Caesarea probeerde vorm te geven’. – Origenes, aldus vroegekerk.nl, is een experimenteel theoloog uit de 3e eeuw, die zich ‘verdiepte in de profane wetenschappen, zoals wijsbegeerte en filosofie’. 

‘Als hoofd van de Alexandrijnse catechetenschool schreef Origenes zijn belangrijkste dogmatische werk: “Over de grondbeginselen”, waarschijnlijk een weerslag van het onderwijs dat hij aan de hoogopgeleiden gaf. De titel van dit werk is dubbelzinnig. Griekse filosofen hadden deze titel ook al gebruikt bij de beschrijving van de oorzaken en grondslagen van het bestaan. Zocht Origenes bij hen aansluiting? In ieder geval beschreef hij de grondbeginselen van het Christendom.

Het uitgangspunt van Origenes bij de beschrijving van de Christelijke grondbeginselen is dat het object van religieuze kennis een mysterie is. Dit heeft iets van een tegenstrijdigheid. Want waarom zouden we een mysterie leren kennen als het mysterie onkenbaar is? Origenes’ antwoord hierop is dat het mysterie in zijn totaliteit voor de mens onkenbaar is.’
(vroegekerk.nl)

‘Kennis komt na het geloof’
V
olgens Historiek wordt de theologie van Voetius gekenmerkt door het primaat van geloof boven wetenschap en zijn klemtoon op vroomheid.

‘Een van zijn kernleuzen was “ik geloof opdat ik begrijp”. Kennis kwam na het geloof en moest dus godsvruchtig zijn om kennis te zijn. In deze zin stond Voetius diametraal tegenover de rationalistische filosofie van onder meer René Descartes, die uitging van het adagium “Ik denk, dus ik ben”.’
(Historiek)


Gevelsteen aan de voorzijde Sint-Catharijnekerk in Heusden
(Voetius werd geboren op 3 maart 1589 in Heusden, oorspronkelijk als Gijsbert Voet)

Werkelijkheid beschouwen
H
et onderzoek van Aza klinkt veelbelovend en hij zal de wereld waarin alles in relatie staat tot God veelzijdig moeten bestuderen. Voetius duikt de diepte in als hij in 1634 de positie van hoogleraar aanvaardt, op zoek naar God: ‘Als je God wilt dienen, moet je Hem kennen, dat wil zeggen: studeren’.

‘In de Bijbel, maar ook in andere vakgebieden die licht werpen op God en Zijn daden. Voetius is iemand die op een theoretische en een praktische manier geprobeerd heeft om het hele leven en de werkelijkheid te beschouwen en te leven als van God afhankelijk en door Hem geleid.” Negentiende-eeuws theoloog en oud-minister-president Abraham Kuyper noemde hem “de grootste godgeleerde waarop het gereformeerd Nederland roemen mag”.’
(Aza)


Presentatie-exemplaar van G. Voetius, van zijn Politieke Ecclesiastica (kerkpolitiek)

* De leerstoel Wetenschap & Vroomheid is ontstaan mede op initiatief van de stichting Ad pias causas. Deze stichting hecht veel waarde aan de bestudering van theologie en filosofie ten tijde van de Reformatie en stelde de PThU voor onderzoek op dit thema te sponsoren. De PThU heeft vervolgens een profiel voor een leerstoel en onderzoeksprogramma uitgewerkt.

Bronnen:
* PThU: “Achter de teksten en de schepping staat de Schepper”
(interview)
* Vroegekerk.nl: Origenes, een experimenteel theoloog uit de 3e eeuw
* Historiek: Gisbertus Voetius (1589-1676) – Gezicht van de Nadere Reformatie


Beeld: Vatican City / Bridgeman ImagesDe Schepping van Adam, van het Sixtijnse Plafond, 1510 (detail), Michelangelo Buonarroti, Vatican Museums and Galleries
Gisbertus Voetius: Christian Study Library
Gedenkteken Voetius: Heusden in BeeldVoetius werd geboren op 3 maart 1589 in Heusden, oorspronkelijk als Gijsbert Voet. Hij werd vooral bekend als eerste hoogleraar van de Universiteit van Utrecht.
Politieke ecclesiastica (Kerkpolitiek) Gisbertus Voetius: Uitgever: Johannes Janssonius van Waesberge. 1663, 1666, 1669, 1676. Zeldzame complete set van dit monumentale werk over het kerkelijk leven van de Nederlandse calvinistische theoloog Gisbertus Voetius (1589-1676), die beroemd werd door zijn botsing met Descartes. (Abebooks.com)

‘God, een kracht die oproept en aandringt tot bestaan’

Essayrecensie – Theoloog Martijn Rozing schreef Bidden na de dood van God (2024). Bidden? ‘Wanneer het universum zwijgt? Wanneer wij geen antwoord meer kunnen verwachten? En de mens verantwoordelijk is voor de dood van God? God stierf geen natuurlijke dood, wij mensen vermoordden hem’. – Rozing staat met zijn verwijzing naar Nietzsche in zijn essay niet alleen. De dolle mens is sinds enige tijd trending topic bij theologen, filosofen en schrijvers. Dat is welkom, want Nietzsches ‘God is dood’ wordt vaak misverstaan.

‘Het gelaat van God toont zich doorzichtig en dient zich aan als een insisterende kracht, een kracht die oproept en aandringt tot bestaan. Een gelaat dat zowel verontrustend als ook tot leven wekkend is’

Het begint met een ervaring
Z
orgethicus en geestelijk verzorger Martijn Rozing is over het thema bidden na de dood van God begonnen met een promotieonderzoek aan het Arminius Instituut. De theoloog wil de betekenis en de waarde van het gebed, van bidden, uitdiepen. Als de proponent dat net zo gloedvol uitwerkt als dit eindessay voor het Remonstrants Seminarium, dan gaat dat zeker lukken. Recensie over Bidden na de dood van God. Het begint met een ervaring.

‘Ik ben nog niet begonnen met het gebed of ik loop er al in vast. De eenvoudige vraag roept nieuwe vragen op. Tot wie richt ik me eigenlijk? Wat is dit voor gesprek dat ik begonnen ben? Is het wel een gesprek? Maar als het dat niet is, waarom spreek ik hier dan iemand aan? Wat maakt dat ik deze woorden gebruik, alsof ik me wend tot een vertrouwd persoon, terwijl ik werkelijk niet verwacht ook maar enig antwoord te krijgen? Om nog maar te zwijgen over het feit dat ik geen voorstelling heb van die- of datgene tot wie ik me zo persoonlijk wend. Het woord God is voor mij omgeven met het grootst mogelijke ongemak en de overtuiging dat het zeker niet om een persoon gaat.’

Doordenken
B
idden na de dood van God. Een essay waarin het promotieonderzoek al gloeit. Het leest niet zomaar weg. Tussen poëtische zinnen door is het soms kijken in een ‘wazige spiegel’ van de wetenschap. ‘Vol raadselen’, zou Paulus zeggen. Maar als je die spiegel al lezend oppoetst, dan licht de essentie op. Gefascineerd lees je dan hoe Rozing denkt, niet alleen geïnspireerd door Nietzsche, maar ook door anderen die de laatste tijd in het licht staan: John D. Caputo, Charles Taylor en socioloog Hartmut Rosa.


Friedrich Nietzsche | Charles Taylor

De dolle mens
N
ietzsche neemt de persoonlijke identiteit van God radicaal serieus, zegt de proponent. En mede door andere inzichten verklaart de filosoof God dood. In De Dolle Mens wordt de dood van God aangekondigd ‘bij diegenen die al langer niet aan God geloofden’.

‘De inzet van zijn tekst is de betekenis van die ongelofelijke gebeurtenis, zoals het verlies van het geloof in een (persoonlijke) God door Nietzsche wordt genoemd, duidelijk te maken. Hij stelt dat de mens hier zelf verantwoordelijk voor is; de dood van God is geen natuurlijke dood, wij mensen hebben hem gedood.’


Hartmut Rosa | John D. Caputo

Bidden tot wie?
R
ozing richt zich tot ‘wij als vrijzinnigen’ als hij zich afvraagt of ‘wij nog wel kunnen bidden na de dood van God’. Direct in de aanhef is Caputo te vinden: ‘Religie begint en eindigt met gebed; waar gebed is, is religie; waar religie is, is gebed’. Duidelijk. De vraag rijst: Gebed voor wie? en ook: wat is bidden eigenlijk? En ‘op welke manier kan er door vrijzinnigen en andere hedendaagse religieuzen – in onze seculiere, post-theïstische tijd – nog waarachtig gebeden worden?’

Het ‘wilde’ bidden
G
eïnspireerd beschrijft de auteur twee verschijningsvormen: het ‘wilde’ bidden en het ‘gecultiveerde’ bidden. ‘Wild’ bidden past in wilde situaties waarin OMG uitgeroepen wordt, zoals bij een ‘naderend hoogtepunt’. ‘Oh, God!’. Dat gaat minder bewust dan in het ‘gecultiveerde’ gebed, zoals het bidden van het ‘Onze Vader’.

‘In beide gevallen is sprake van een diepe geraaktheid van waaruit zich een stem laat horen. We openen ons of worden geopend voor datgene in ons menselijk bestaan wat ons in positieve of negatieve zin wezenlijk raakt’.

Kernvraag onderzoek
R
ozing vraagt zich af wat we eigenlijk ‘doen’ wanneer we bidden en speelt met de aankondiging: ‘laten we bidden’. Het verandert in ‘sprake van inkeer’ en: ‘laten we inkeren’. Maar waarin, is dan weer de vraag.

‘Maar hoe kan ik hier verder denken over het gebed, wanneer ik dat traditionele Godsbeeld los heb gelaten; wanneer ik leef ‘na de dood van God’? Hiermee komen bij de kernvraag van mijn onderzoek: op welke manier is het nog mogelijk te bidden, dat wil zeggen; tot een aanspreken van God of het Heilige te komen, wanneer dat traditionele Godsbeeld is komen te vervallen?’

‘Het onvoorwaardelijke’
H
et antwoord van Caputo hierop is dat ‘het werkelijke onderwerp niet God is, maar “het onvoorwaardelijke” (“the unconditional”)’. Tegelijk ‘weigert hij afscheid te nemen van het woord God’. Voor Caputo…

…‘blijft er iets in dat woord van betekenis; iets van een gebeuren dat zich lastig in taal laat uitdrukken, maar wel vitaal is. En hierop – op het belichten van wat niet te verhelderen valt, op het beschrijven van wat niet te benoemen is – is een groot deel van zijn denken en schrijven gericht.’


Martijn Rozing

De diepte van God
D
e roep uit de diepte van God komt uit het duister, zegt de auteur. ‘Net als Nietzsche en Rosa komt Caputo met dat beeld van het donker, een leegte… Alleen is er geen sprake van een koude leegte’.

‘Het donker, met zijn richtingloosheid van het niet-weten, staat wel tegenover de mens, maar van de diepte daarvan gaat een appel uit. Het gebed dat hierop antwoordt, is niet langer alleen een gebed tot God, maar tevens tot de aarde, tot het geheel van het leven dat in haar hoedanigheid als “gebeuren”, vitaliteit en intensiteit tot ons spreekt. Het woord “God” vormt een ingang tot spreken; vanuit het aanspreken wordt aan dat gebeuren stem gegeven.’

Het begint met luisteren
R
ozing zegt te hopen dat hij laat zien wat er in het gebed gebeurt. Dat laat hij zeker zien: bidden wordt belicht van veel kanten. Op verrassende wijze. Vooral ook dat ‘het begint met luisteren en vanuit bewogenheid overgaat naar antwoorden’. Het is ‘de kern van een contemplatieve levenshouding die zijn uitdrukking krijgt in de praktijk van bidden’.

‘De in dit eindessay verkende inzichten en oriëntatie op bidden na de dood van God kunnen mij als toekomstig remonstrants predikant helpen nieuwe wegen te verkennen in concrete geleefde praktijken. Voor mij opent het een creatieve ruimte om zowel binnen liturgische settingen als pastorale contacten op nieuwe manieren vorm te geven aan intuïties, stemmen en ervaringen rond wat wezenlijk is in ons leven.’

Antwoorden
M
artijn Rozing begint met luisteren en het gaat over naar antwoorden. Of, zoals hij het zelf formuleert: ‘Vanuit een schaduwrijk niet-weten laat ik woorden opkomen om zo stem te geven aan mijn hart’.

Bronnen:
* Bidden na de dood van God, Ad Rem, Remonstrants tijdschrift, jaargang 36 nummer 2 maart 2025
* Eindessay Remonstrants Seminarium, Martijn Rozing, Utrecht, maart 2024 Bidden na de dood van God Essay over de mogelijkheid en betekenis van het vrijzinnige gebed

Beeld ‘Galaxy’: Robby de Letter
Foto’s: Martijn Rozing: Remonstranten | Friedrich Nietzsche (in 1869): en.wikipedia.org | Charles Talor: thejesuitpost 2021 | Hartmut Rosa: Universiteit Erfurt | John D. Caputo: Syracuse University

Verdieping:
Gefascineerd door het gebed en het fenomeen bidden is Rozing op 1 februari 2025 begonnen met zijn promotieonderzoek aan het Armenius Instituut in samenwerking met Johan Roeland (Universitair Hoofddocent aan de VU en aan het Remonstrants Seminarium). Zo hoopt de promovendus de betekenis en de waarde ervan voor vrijzinnigen verder te kunnen belichten.