Pleidooi voor het opnieuw omhoog kijken

Filosoof Ignaas Devisch zegt dat we verleerd zijn omhoog te kijken. Zijn nieuwste boek Vuur kan je volgens hem lezen als een pleidooi om dat opnieuw te doen. ‘Niet om opnieuw de oude goden een plaats te geven, wel omwille van het besef dat de natuur niet ophoudt bij de grenzen van onze planeet. Ook daarbuiten valt iets te halen en die materie bepaalt ons bestaan. De vuurbol die boven ons hangt, is daarvan het voorbeeld bij uitstek. Alles wat leven is op deze planeet, hebben we aan dat vuur te danken.’ In Knack van 6 januari is een boeiend interview te vinden door Jeroen de Preter met professor Ignaas Devisch (Ethiek, Filosofie en Medische Filosofie) van de Universiteit Gent en de Arteveldehogeschool.

Ik denk dat we hier iets kunnen leren van de oude culturen. In hun mythes en verhalen spelen straffende goden een centrale rol. Wij hebben die goden doodverklaard. In plaats van de hoop op verlossing kwamen de verlichting en ons verlangen naar individuele vrijheid. Die demythologisering en onttovering waren uiteraard bijzonder waardevolle ontwikkelingen, maar daardoor zijn we wel uit het oog verloren dat er elementen zijn die ons overstijgen en waar we fundamenteel afhankelijk van zijn.’
(Knack)

De zon is volgens Devisch onze grootste voedingsbodem en de vraag van de filosoof is hoe we de zon weer een centrale plaats geven in ons denken. En ook waarom we er niet beter in geslaagd zijn om het overschot aan energie dat de zon elke dag afgeeft te gebruiken.

In oude tijden was vuur een bron van vrees en fascinatie. Er werden talloze mythen en verhalen verteld en geschreven waarin het vuur was toebedeeld aan God of de goden. Zo bleek vuur een krachtig instrument. Toen de moderne mens, geholpen door wetenschap en techniek, het vuur eenmaal had getemd, leken alle problemen verholpen: de controle over vuur en verbranding zorgde voor vrijheid en vooruitgang. Waar hadden we ons nog zorgen om te maken? Die achteloosheid krijgen we nu als een boemerang in ons gezicht terug: het massale gebruik van fossiele brandstoffen is ziekmakend voor mens én milieu.’
(Knack)

IVuur ontwikkelt Ignaas Devisch, geïnspireerd door denkers als Peter Sloterdijk en Bruno Latour, een nieuw idee over de plaats van vuur in onze wereld. Als we onze levensstandaard willen behouden, kunnen we niet zonder een nieuwe bron die onze vrijheid en welvaart in stand houdt zonder de wereld en onszelf te vernietigen. De grootste vuurbol uit ons sterrenstelsel – de zon – heeft dit potentieel.

Agni, de god van het vuur (bij de hindoes, pd) die zorgt voor licht, warmte en via het vuur in offerrituelen voor de verbinding tussen de mensen en de goden, wordt vereerd. Het vuur is immers het (enige) medium dat ons in staat stelt het leven op aarde te ontstijgen of boodschappen te sturen naar de goden. Daarom worden de doden gecremeerd: zodat Agni de lichaamsdelen kan vervoeren naar het hiernamaals om daar een nieuw lichaam te maken.’
(Uit: Vuur)

Kunnen we leren het heliocentrisme werkelijk te omarmen, is de vraag die Devisch stelt.

Onze beschaving is ondenkbaar zonder vuur. De technische beheersing ervan bracht ons welvaart, vooruitgang en vrijheid. Tegelijk stellen enkele eeuwen van onbezonnen verbranding ons vandaag voor een gigantisch probleem. Wat als de fossiele grondstoffen straks uitgeput zijn? Kunnen we onze welvaart en vrijheid bewaren zonder deze planeet te oververhitten?’
(Knack)

In zijn boek Vuur probeert Devisch aan te tonen dat we, sinds de Verlichting, veel te weinig oog hebben gehad voor de schaduwzijde van de technologische en wetenschappelijke vooruitgang.

Zijn wij, zoals we sinds Descartes geloven, heer en meester over de natuur? Ik denk het niet en we moeten beter leren samenwerken met de natuur. Ook op dat vlak denk ik dat we veel kunnen leren van de oude culturen. Uit oude mythes spreekt een veel groter bewustzijn van zowel de voordelen als de destructieve risico’s van het vuur. Ze kunnen het besef bijbrengen dat elke stap vooruit ook een keerzijde of een reactie met zich meebrengt, en ons op die manier helpen bij onze herpositionering ten opzichte van technologie en wetenschap.’
(Knack)

Bronnen:
* Vuur | Ignaas Devisch | De Bezige Bij | € 23,99 | E-book: € 11,99 | Verschijnt 14 januari 2021 | Devisch publiceerde onder meer Het empathisch teveel (2017 en Zijn er nog vragen (2020), een filosofieboek voor kinderen.

* ‘Wij zijn het verleerd om naar boven te kijken’ (Knack)

Foto: PD (Bornia 09 01 2021)

Is de mens de aarde nog nabij?

KERST-ESSAYIn het gedicht Vlinder raakt dichteres M. Vasalis ontroerd door ‘de zomerwei des ochtends vroeg. En op een zuchtje dat hem droeg vliegt een geel vlindertje voorbij’. De slotregel luidt: ‘Heer, had het hierbij maar gelaten’.
Hoe mooi kan de aarde zijn zonder mensen. Miljoenen grazende vissen en zee-egels genieten van het rijkste ecosysteem van de zee: de koraalriffen, ook wel de regenwouden van de zee genoemd. Zij zorgen ervoor dat algen het rif niet overwoekeren. Volgens een onderzoek van UNESCO zullen vele riffen niettemin binnen dertig jaar bezwijken onder hittestress als gevolg van de opwarming van de aarde.
 

Antarctica
Hittestress is een van de vele bedreigingen waaraan de aarde wordt blootgesteld. In een opwarmende wereld kan de ijskap op Antarctica smelten. Een computersimulatie in het natuurwetenschappelijk tijdschrift Nature toont aan dat het westelijk deel van de ijskap niet gelijkmatig, maar met sprongen zal smelten. Nature gaat uit van het feit dat de gemiddelde temperatuur op aarde in de afgelopen 150 jaar 1,1 °C is gestegen. De eerste sprong voltrekt zich in de simulatie bij een opwarming van 2 graden Celsius. Hierover zegt NRC dat als het smelten eenmaal begonnen is, dit proces nauwelijks meer is te stoppen. ‘Een stille aanloop en ineens is het zover.’

Intussen sterven dieren uit, stikken vissen in oceanen, sterven koraalriffen af en komen er steeds meer broeikasgassen zoals methaan en CO2 in de atmosfeer. De aarde kan uiteindelijk in zijn geheel bezwijken als de mens in het huidige tempo doorgaat met zijn destructieve gedrag. Historicus Philip Blom stelt dat ‘de prijs die we voor snelle vooruitgang betalen de ondermijning is van de omstandigheden waarvan de mensheid (en talloze andere soorten) afhankelijk is om te overleven.’

God
God heeft de mens de aarde toevertrouwd. Hoe beziet hij dat rentmeesterschap? Vraagt hij zich af of de mens de aarde nog nabij is?
In het Bijbelboek Genesis staat geschreven: ‘God ziet dat alle mensen op aarde slecht zijn, want alles wat ze uitdenken is steeds even slecht. Hij kreeg er spijt van dat hij mensen heeft gemaakt en voelde zich diep gekwetst.’ Hoe zou hij nu over de mens oordelen? Is het te verwachten dat hij onze nabijheid nog verdraagt? Vermoedelijk gelooft God al lang niet meer in de mens en wil hij die zomerweide ‘s ochtends vroeg graag opnieuw scheppen, maar dan zonder ons.

Nietzsche
En kan de mens God nog in zijn nabijheid dulden? Volgens theoloog Marinus de Jong, in zijn boek Altijd groter, nemen mensen steeds meer afstand van God en is het atheïsme de snelst groeiende overtuiging ter wereld, en niet alleen in de westerse wereld. De mens en God, ze zijn elkaar niet meer nabij. Al weten we dat van God niet zeker, want zijn wegen zijn volgens de Bijbel ondoorgrondelijk.

In het verhaal De dolle mens van filosoof Friedrich Nietzsche hebben wij zèlf God gedood, zijn wij allen zijn moordenaars. ‘Het heiligste en machtigste dat de wereld tot dusver bezeten heeft, is onder onze messen verbloed,’ roept de dolle mens uit in De vrolijke wetenschap. ‘Dolen in het niets’ is het gevolg. Het lijkt alsof Nietzsche de mens verwijt zich afgekeerd te hebben van God, maar volgens de filosoof bestaat er niet eens een eeuwige macht en staat de mens alleen. In zijn redenering leidt de dood van God tot nihilisme. Nietzsche klinkt nogal ambigu daar hij er tegelijkertijd van overtuigd is dat de mens zich zonder God vrij kan ontwikkelen. ‘Het ontbreken van een dergelijk wezen vind ik geweldig’, zegt hij in Der Wille zur Macht.

Zingevingsvraagstukken
D
at dolen in het niets valt nogal mee. Volgens de oud-voorzitter van het Humanistisch Verbond, Boris van der Ham, is de ongelovige zeker niet goddeloos. Ook niet-gelovigen houden zich bezig met zingevingsvraagstukken. Van der Ham verwijst naar een representatieve enquête van het Humanistisch Verbond. Hierin wordt gezegd ‘dat vooral “de ander” belangrijk is voor niet-gelovigen’. Voor Christenen geldt dat zeker. Volgens het Nieuwe Testament predikt Jezus immers naastenliefde, en zorg voor de zwakken en degenen die in nood verkeren. De toestand van de wereld lijkt echter volstrekt onbelangrijk voor veel mensen, gelovig of niet.

Onze naasten

Dit essay wordt hier vervolgd: Verder lezen
Onze naasten, Waartoe zijn wij op aarde, Gulden Regel, Is er hoop? Nu het nog kan.

Beeld: PtHU

Staat God boven de wet?

Rabbijn Nathan Lopes Cardozo bespreekt in het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW) op boeiende wijze de balans tussen democratie en de goddelijke wet aan de hand van de symboliek van de chanoekia (de negenarmige kandelaber, PD.) Volgens de halacha (de joodse wet) bestaat er een ‘fascinerende balans tussen de goddelijke wet en democratie’. Beide zijn vertegenwoordigd en samen zorgen ze ervoor dat een maatschappij kan functioneren, terwijl de Tora wordt gezien als de ultieme spirituele en morele bestemming.

De halacha schept de mogelijkheid voor een democratisch model waarin de mens over de wet beslist, en niet alleen God. Met Gods volledige toestemming. Zelfs op het initiatief van God, zoals weerspiegeld in Tora.

Met andere woorden, de Tora zelf geeft de aanzet tot het Staatsrecht: Stel shoftim (rechters in het Sanhedrin) aan, én shotrim (magistraten die oordelen volgens ‘de wet van de koning’, het civiel recht, Devarim 16:18). Evenzo schrijft de Tora: Tzedek tzedek tirdof (streef zuivere rechtspraak na, 16:20). De herhaling van het woord tzedek (rechtvaardigheid) kan worden uitgelegd als rechtspraak die in overeenkomst is met zowel de wetten van de Tora als de ‘wetten van de koning’.’
(NIW)

De grote Talmoedgeleerde en denker Rabbi Nissim van Gerona (14e-eeuws Spanje), ook wel Ran genoemd, dacht na over het Judaïsme. Het Judaïsme vertegenwoordigt een theocentrisch wereldbeeld waarbij God in het centrum wordt geplaatst. Hij is de focus en absolute autoriteit. Terwijl het democratische wereldbeeld de mensheid centraal stelt. Ran kwam met een theorie waarin hij uiteenzette dat Judaïsme niet het idee propageert van volledige theocratie, maar eigenlijk een halachische democratie voorstaat.

Hij zette een moedige en zeer intrigerende politieke theorie neer waarin de wet van de Tora gescheiden werd van ‘de wet van de koning’, de maatschappelijke wet.’
(NIW)

De koning en het politieke systeem echter, is het toegestaan – en zelfs aan te bevelen – om burgers te beoordelen op andere criteria die in overeenstemming zijn met de tijd, en die soms zelfs tegen het standaard oordeel van de Tora ingaan, aldus Lopez Cardozo. Ran, zo zegt hij, vond het nodig wetten in te voeren die te maken hebben met ‘de werkelijkheid van het dagelijks leven, die vaak niet beantwoorden aan de spirituele eisen van de Tora‘.

God staat niet boven de wet.

Zie:
* De diepgaande betekenis van de menora (NIW)

Beeld: Arnold Friberg – Impressie van het ontvangen van de stenen tafelen door Mozes

De God van de radicale theologen

Radicale theologie wordt wel eens beschreven als het doordringen tot de wortels van wat het betekent om te geloven, dit wil zeggen het radicaal bevragen van zekerheden, concepten en ideologieën waarmee God in hokjes gestopt wordt. Maar God is dood, is de gedachte van radicale theologie. Theoloog Daan Savert zegt zich thuis te voelen bij deze beweging en deze manier van theologie bedrijven. Hij gelooft in een God voorbij alle beelden van God, en in een kwetsbare en gewonde manier van geloven. Radicale theologie zelf is niet dood, sinds haar geboorte in de jaren zestig, en lijkt (weer) op te leven. Ook theoloog en filosoof Leon Kooijmans schetst een beeld van radicale theologie.

De dood van God is op velerlei manieren uit te leggen. Letterlijk dood voor Thomas J. J. Altizer: voor hem is de dood van God en de afname van religie zelfs noodzakelijk voor de opstanding van God. Niet wordt uitgelegd hoe die opstanding er dan uitziet. Peter Rollins ziet God als alles waarvan we denken dat het de leegte vult die we ervaren. Hoe dan ook, radicale theologie is een theologie na de dood van God, maar wat er wordt bedoeld met de dood van God verschilt per denker.

De secularisering van theologie is een belangrijk aspect van radicale theologie’, zo wordt gezegd. Wonderlijke terminologie eigenlijk: secularisering van theologie. Je snijdt dan ‘theo’ af van ‘logos’, dat zo veel betekent als ‘leer’ of ‘kennis’. Volgens Nietzsche heeft de mens God zelf gedood, zoals Kooijmans hem citeert:

Horen wij nog niets van het gedruis der doodgravers die God begraven hebben? Ruiken wij nog niets van de goddelijke ontbinding? – ook goden raken in ontbinding! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!’
(Friedrich Nietzsche, De Vrolijke Wetenschap, 1882 – vertaald door P. Hawinkels)

Hoe dan ook, de radicale theologie stelt niet God, maar zijn dood centraal. Secularisering wil de religieuze en dogmatische taal van de theologie vertalen naar een seculiere variant. Kan dat dan, vraag ik me af? Krijg je dan geen dode taal? Nou ja, wereldse? Rudolf Bultmann wilde de theologie van het Nieuwe Testament ontdoen van haar verouderde mythologische karakter met het doel om de concepten te moderniseren. Moderniseren waarin of waartoe dan?

Radicale theologie is volgens Kooijmans in ieder geval niet geïnteresseerd in het bestaan van God of de eigenschappen van God. Ben benieuwd hoe het Nieuwe Testament er dan uit ziet. De radicale theologie is echter nog wel geïnteresseerd in het heilige als fenomeen, waar het zich ook manifesteert.

Dat de christelijke God dood is betekent namelijk niet dat het goddelijke niet op andere plekken te vinden is. Vooral kritische radicale theologen vragen zich af of dit wel goed is en zoeken naar God om te zorgen dat hij wel degelijk dood is en dood blijft.’

Is God verhuisd? Uit de theologie vertrokken en ook werelds geworden? Blijkbaar wel, want radicale theologie beschrijft en analyseert volgens Jeffrey W. Robbins wat als heilig wordt beschouwd in bijvoorbeeld religie, cultuur, ethiek en in de politiek. Opmerkelijk, wel in religie maar niet in theologie? Wat zou dan heilig zijn in religie? Komt God daar dan een beetje in terug? Ja, een beetje wel, als je John D. Caputo hoort:

DWeak Theology van Caputo richt zich op religieus spreken wat volgens hem te zeker, te krachtig en te bovennatuurlijk spreekt. Spreken over God kan alleen op een zwakke, poëtische manier. Hij gebruikt de filosofie van Derrida om dit aan te tonen. Caputo ziet het goddelijke als een stille stem die hoop geeft voor het onmogelijke. Het biedt een horizon die nooit te bereiken is maar waar we wel naar verlangen. Als we die stem proberen vast te leggen in concepten dan sterft het en hebben we het over de dood van God.’

Radicale theologie houdt God eigenlijk hoopvol in leven. Die broodnodige stem moeten we dus inderdaad niet radicaal vastleggen in concepten en ideologieën waarmee we God in hokjes stoppen.

Bronnen:
* God is (niet) dood – een kennismaking met radicale theologie
* Radical Theology: disharmonie en gebrek zijn de kern van ons bestaan

Beeld: De Helixnevel is een grote planetaire nevel in het sterrenbeeld Waterman. (Met de G van God. 😉 ) © Shutterstock