De ziel, instrument waarmee we betekenis vinden

De ziel is een ‘gevoelig instrument waarmee we betekenis zoeken, vinden en aflezen. Vanwege deze gevoeligheid is de ziel gemakkelijk beïnvloedbaar en soms de weg kwijt. En er zijn vele kapers op de kust om de ziel te manipuleren; we moeten oppassen voor ‘zielzuigers’.’ – Duidelijke taal van filosoof en theoloog Govert Buijs in zijn online-college Eerherstel voor de ziel. Hij zegt ook ‘dat de ziel ons is gegeven als zeer persoonlijk oriëntatieorgaan in een verwarrende wereld, en waar we goed voor moeten zorgen.’ De ziel ontsluierd, althans, herontdekt.

Prof. dr. Govert Buijs, verbonden aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Amsterdam, nu afdeling Filosofie bij Geesteswetenschappen, gaf een online-college met als thema Eerherstel voor de ziel. Hij schrijft een boek over dit onderwerp dat november 2021 onder dezelfde titel verschijnt.

De versluiering van de ziel begon met het centraal stellen van de ratio, door de filosoof Descartes. De moderne psychologie versmalde de ziel tot psyche. De breinwetenschap ging nog een stap verder en verlaagde spiritualiteit en emoties tot het resultaat van chemische hersenprocessen. In veel kerken werd het oude spreken over de ziel afgedankt als Grieks dualisme, met een onterechte scheiding tussen lichaam en ziel.’

Bovenstaand citaat is van redacteur Erdee Media groep, Huib de Vries, in het RD. Hij schrijft over De herontdekking van de ziel, en verwijst onder meer naar Buijs. Volgens Buijs kan je alles rationeel en materieel willen verklaren, maar laat de wijze waarop we het leven ervaren zich niet verdringen:

De afwijzing van religie ging samen met de opkomst van ideologieën als nieuwe zielsfenomenen. In de jaren 80 van de vorige eeuw kwam de New-Agebeweging op. Nu neemt ook binnen de kerk de aandacht voor spiritualiteit weer toe. De mens hééft een innerlijk met existentiële vragen en zoekt naar zin en betekenis. Dat is voor mij het essentiële van de ziel.’

Buijs kan zich, aldus De Vries, niet vinden in de opvatting dat het ontstaan van de mens door evolutie de ziel buitenspel zet. Waar in dat evolutionaire proces de ziel ontstond, vindt hij niet relevant:

Het gaat erom dat de mens ergens in dat traject een existentiële dimensie ontwikkelde die hem bewust maakt van een Partner die hem innerlijk aanspreekt. Kennelijk is Iemand of Iets op metafysische wijze bezig geweest om voor zichzelf een partner in het leven te roepen.’

De ziel is ons gegeven als zeer persoonlijk oriëntatieorgaan in een verwarrende wereld, zegt Buijs, en we moeten er goed voor zorgen. We worden volgens de filosoof en theoloog niet alleen heen en weer getrokken door zaken van buitenaf, maar ook door innerlijke stemmen. Echter, door de gevoeligheid van de ziel zijn er veel kapers op de kust om haar te manipuleren:

Let op de wereld van de M: Macht, waar de politiek of de natie onze ziel wil hebben; de Markt, die onze hebzucht aanwakkert; Media, die ons zelfbeeld aan anderen leren spiegelen; en de Medische wereld, die gezondheid belooft.’ Op zichzelf allemaal niet verkeerd; maar de wereld van de M heeft de neiging constant te ontsporen en de ziel in bezit te nemen.’

De Bijbel kunnen we zien als oefenboek waarmee we de ziel kunnen opporren. Buijs doelt daarmee op het herkennen van verschillende troostgestalten, zoals de liefde van anderen, de natuur, schoonheid en kunst, wendingen in ons leven of nieuwe gemeenschapsvormen. Achter deze troostgestalten zit de verborgen bron van zegen, zegt hij. Die bron is God, de altijd meereizende, troostende en corrigerende God.

In deze wereld verschijnt er een nieuwe taal: ‘vriendschap’, ‘partner’, ‘verbond’. Dit zijn allemaal zegenwoorden. Het strookt ook met een universele ervaring: de ziel groeit niet door onderdrukking, maar door de ervaring gezien, gewaardeerd en erkend te worden.’

Zie:
* Online-college Eerherstel voor de ziel (YouTube, 15 februari 2021)
*
De herontdekking van de ziel (Huib de Vries, RD, 23 maart 2021)
*
Prof. Govert Buijs: Bijbel oefenboek voor de ziel (RD, 29 januari 2021)

Eerherstel voor de ziel | Govert Buijs | November 2021 | ISBN 9789024432639 | 192 blz. | € 20,00

Beeld: Gerhard G. (Pixabay)

God als ‘de gebeurtenis’

De Amerikaanse theoloog en godsdienstfilosoof John Caputo neemt het woord ‘God’ heel serieus. Hij denkt dat er iets aan de hand is in de naam van God, wat hij in navolging van de Franse filosoof Jacques Derrida ‘de gebeurtenis’ noemt. Caputo is één van de grote inspiratiebronnen van godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes. Hij twitterde al lang van tevoren trots rond dat hij zijn ‘idool’ mocht interviewen. Toen verklapte hij nog niet wie dat was. Op zijn website is nu zijn complete Interview met John Caputo te vinden.

De gebeurtenis’ die plaatsvindt in de naam van God. En ik neem dat heel serieus, maar ik denk dat het mythologisch is om God ergens met een wezen te identificeren.’

In dit blog beperk ik me tot wat Caputo over God vertelt. Hij haalt dan vaak anderen aan, zoals Husserl, Tillich, Marion, Heidegger, Kierkegaard en Derrida. Voor het volledige interview verwijs ik graag naar Smedes. Hij gaat in zijn (Engelstalige) interview ook uitgebreid in op religie (het christendom) in de VS, Trump, Republikeinen en Democraten.

Caputo neemt het woord ‘God’ heel serieus, zegt hij zelf, en denkt dus dat het mythologisch is om God met een wezen te identificeren.

Dus nee, ik geloof niet dat er ergens een wezen is, een opperwezen, dat beantwoordt aan de naam van God. Ik denk dat dat mythologisch denken is. Maar ik denk niet dat dit het einde van de theologie is, het is het begin! Van radicale theologie.’

God wordt door Caputo ook ‘de grond van het zijn’ genoemd, zoals Tillich God beschrijft. God als wezen van zijn, zichzelf zijn. Maar we hebben geen toegang tot de diepten van het zijn, zegt Caputo. Mensen vragen hem weleens waarom hij over God blijft praten, waarom hij niet gewoon zegt wat hem bezighoudt?

Eigenlijk was hij vooral met (klassieke) filosofie bezig, maar ‘de onderliggende theologische dingen die me altijd hadden geïnteresseerd, kwamen weer naar boven’.

Maar ik heb het niet gekozen, het heeft mij gekozen.’

Caputo noemt God ook ‘de onvoorwaardelijke’, eveneens naar Tillich. Smedes vraagt hem of het uitmaakt hoe je God noemt. Als je spreekt over ‘het onvoorwaardelijke’, zo stelt Smedes, dan is dat een soort filosofisch, abstract concept, terwijl het woord ‘God’ voor veel mensen een aura van relationaliteit om zich heen heeft. Je kunt geen relatie hebben met het onvoorwaardelijke.

Als ik spreek over het onvoorwaardelijke, verwijs ik naar wat Tillich erover zegt. Hij zegt dat God het onvoorwaardelijke is, maar het onvoorwaardelijke is niet God. Dus God is een van de manieren waarop we het onvoorwaardelijke noemen, maar het onvoorwaardelijke zelf zit daar gewoon en de namen stuiteren erop.’ 

Je hebt geen naam voor wat wij het onvoorwaardelijke noemen, zegt Caputo, want zodra je een naam hebt, omschrijf je die met een bepaalde reeks voorwaarden, van toevallige, historische constructies, of ze nu literair, filosofisch, theologisch of wetenschappelijk zijn. Je bent dan begonnen het te interpreteren, het te interpreteren, wat belangrijk is.

Sommige manieren van interpreteren zijn zorgzamer, beminnelijker of liefdevoller dan andere.’

Caputo heeft het over Kierkegaard die in het Naschrift Johannes Climacus laat zeggen: ‘De naam van God is de naam van iets om te doen’. Het betekent, volgens Caputo, hoe de wereld eruit zou zien als hij geregeerd zou worden door God in plaats van door de machten en overheden. Maar, vervolgt Caputo, iets verderop: het zegt: ik praat tegen jou! Laat dit gebeuren! Het koninkrijk van God hangt af van jou, van mij.

God is een roeping die zichzelf blijft aandringen op ons, en zichzelf blijft aandringen in ons leven, en het is aan ons om die te laten bestaan.’

Zie: Interview met John Caputo (Taede Smedes, 23 maart 2021)

Beeld: Stefan Keller (Pixabay)

‘Atheïsten hebben een signaalfunctie’

Atheïsten houden je volgens theoloog Rikko Voorberg een spiegel voor of de kerk nog impact heeft. ‘Als de kerk een zelfbevestigend cirkeltje is geworden, waarin de woorden alleen betekenis hebben voor de gelovigen zelf, dan is dat de dood in de pot.’ Voorberg, een predikant die zich daadwerkelijk vrijgemaakt heeft uit de vrijgemaakt gereformeerde bubble, houdt ook van het perspectief van een vrijgemaakte theologie. AdRem plaatste een interview met Voorberg, bekend van de PopUpKerk in Amsterdam, ‘We gaan ze halen’ en het boek De dominee leert vloeken: over woede, onmacht en daadkracht.

Dit boek is het verslag van een persoonlijke reis met aanknopingspunten voor constructieve actie. Het is voor cynici die hun cynisme zat zijn. Voor kerkelijken die hun kerkelijkheid zat zijn. Voor geëngageerden die verbaasd een dominee aan hun zijde vinden. Voor gelovigen die weten dat het niet om een hemel gaat. Voor ouderen die verlangen naar nieuw elan. Het is voor iedereen die meent dat alles wat we kunnen doen te weinig is, maar dat niets doen echt niet kan. Het is voor iedereen die zich afvraagt waar de moti­vatie en de energie te vinden zijn om steeds hoopvol opnieuw te beginnen.
(Uit: De dominee leert vloeken)

Voorberg zat, als zoon van de dominee, volledig in de vrijgemaakt gereformeerde bubble, zegt hij. Bij Karl Barth las hij over de ongrijpbaarheid van de eeuwige en het idee van God als gebeuren. Barth opende zijn ogen voor het perspectief van een minder vastgelegde theologie, en sindsdien wil Voorberg liefst zo dicht mogelijk op het ‘geleefde en publieke leven theologiseren’.

Het was met name de ongrijpbaarheid van God die me bij Barth raakte, die werd een ‘vreemde’, een verheven entiteit. Alles wat je over God zei moest ook weer ontkend worden, niemand had hem in the pocket. Ik kon weer ademhalen.’
(Uit: De dominee leert vloeken)

En ook de luthers predikant en theoloog Bonhoeffer.

Dietrich Bonhoeffers theologie die direct voortkwam uit de grote, existentiële vragen van zijn tijd zijn zo veel interessanter dan algemene dogmatische discussies…’ 
(Voorberg in AdRem)

De predikant vindt dat het verhaal van het christendom niet alleen betekenis kan hebben binnen de muren van de kerk. In zijn boek zegt Voorberg dat het kunstenaars en activisten waren die hem het idee gaven dat het mogelijk was om goede woede in constructieve actie om te zetten; hij trof ze toen hij de wereld buiten zijn gereformeerde subcultuur ging verkennen.

Mijn zoektocht werd het te ontdekken wat het geloof, wat het Evangelie voor betekenis heeft in de gewone wereld. Ik zeg soms tegen de kunstenaars en niet-gelovigen met wie ik werk, dat het eigenlijk een wat egoïstisch projectje is. Ik wil niet hen bekeren, maar zoek hun inzicht om zelf opnieuw bekeerd te worden tot een relevanter vorm van christendom. Of het christendom iets te zeggen heeft, moet je onderzoeken tussen niet-gelovigen.’
(Voorberg in AdRem)

Atheïsten hebben een signaalfunctie als kanaries in een kolenmijn, is een uitspraak van Voorberg. In de PopUpKerk in Amsterdam die hij initieerde, was een werkregel dat ‘als er geen atheïsten in een PopUpKerk meer aanwezig zijn, die per direct wordt opgeheven’.

Het is zo helend om niet- of andersgelovigen te betrekken bij wat je doet. Zij houden je een spiegel voor of de kerk nog impact heeft.’
(Voorberg in AdRem)

Mensen zoeken rust en comfort in de kerk, maar… zegt Voorberg, religie hoort altijd ook in zekere zin oncomfortabel te zijn.

Als je het licht wilt vinden, dan moet je in het duister zijn, want daar schijnt het. Ik herken dat heel sterk uit het pastoraat en uit levens van vrienden. Of ik doe wat het evangelie vraagt? Ik doe wat ik soms dénk dat het Evangelie van me vraagt in de hoop om te ontdekken wat het Evangelie werkelijk van me vraagt. Zeker weten, dogmatisme is dan de dood in de pot’.’
(Voorberg in AdRem)

Bronnen:
* Zoek je het licht, ga dan naar het duister (AdRem, februari 2021) | ‘In 1807 werd door Westerlingen een bijbel voor slaven gemaakt, maar ze moesten niet op het idee komen om in opstand te komen. Dus werd 90% van het Oude Testament uit hun bijbel geschrapt.(Voorberg in AdRem)

* De dominee leert vloekenRikko Voorberg | De Arbeiderspers | 25-10-2016 | € 20,99 | E-book: € 10,99 | ‘Rikko Voorberg gelooft in lotsverbondenheid met anderen, dichtbij en ver weg, en laat zien wat dat in de praktijk betekent.’ – Petra Stienen, publiciste en arabiste | ‘Eindelijk een alternatief voor volwassen idealisten. Een boek dat ieders aandacht verdient.’ – Karel Smouter, De Correspondent.

Beeld: VISIE-EO

Pleidooi voor mystiek in de psychologie

Het is hoog tijd dat de psychologie zich óók door de mystiek laat inspireren. Psycholoog Vincent Duindam vraagt zich af of er een psychologie denkbaar is waarin we leren om contact te maken met je wezenlijke identiteit, een diepere dimensie: je diepte, je stilte, de bron, de verticale dimensie. Kunnen we de ‘ziel’ weer terugbrengen in de psychologie? Psychologie dus die zich niet alleen laat inspireren door natuurwetenschappen of geesteswetenschappen, maar ook door spiritualiteit. Kan de psychologie weer bezield worden?

Het maakt Duindam nieuwsgierig naar de mogelijkheden. Hij zegt zelf ook niet zeker van de antwoorden te zijn, maar het gaat hem om de poging. Daarover gaat zijn boeiende artikel Psychologie moet zich óók door de mystiek laten inspireren in Volzin. Psychologie kan op de natuurwetenschappen willen lijken (‘wij zijn ons brein’), of zich richten op betekenis, zingeving, je verhaal. De ziel die Duindam terug wil brengen in de psychologie ligt echter dichtbij de humanistische en de positieve psychologie.

Ik denk dat het nu revolutionair en hoog tijd is dat de psychologie zich óók door de mystiek laat inspireren. Dus: door stilte, meditatie, ‘uit je verhaal stappen’. De psychologie kan en mag zich later inspireren door natuurwetenschappen, geesteswetenschappen, en ja ook door spiritualiteit. Het laatste perspectief maakt nieuwsgierig naar de mogelijkheden. Ik ben zelf ook niet zeker van de antwoorden, maar het gaat om de poging.’
(Duindam)

Duindam noemt mystiek in één adem met spiritualiteit. Toch zijn er verschillen. Filosoof dr. Angela Roothaan beschrijft in Spiritualiteit begrijpen als gemene deler van de spiritualiteit: ‘leven, in de zin van echt, authentiek leven, gebalanceerd leven, in liefde met het hogere leven’. Bij mystiek denk ik meer aan ‘bewustzijn van Gods aanwezigheid in ons’, zoals Rob Faesen SJ dat omschrijft. Het is natuurlijk allebei waardevol, maar op de sofa bij de psycholoog zijn mensen vaak niet op zoek naar God, ze willen vooral in contact komen met hun ziel, hun eigen diepte of zichzelf (her)vinden. Maar misschien kom je dan toch bij God uit, bij het hogere leven…

Psychologie gaat, aldus Duindam, vaak over ‘de beste versie van jezelf ontwikkelen’, spiritualiteit gaat over het vinden van je diepste identiteit: ‘Op die diepste plek is ruimte en ben je niet alleen, maar verbonden met ‘het geheel’.’ Hij verwijst naar prof. dr. Sarah Durston (hoogleraar ontwikkelingsstoornissen van de hersenen aan het UMC Utrecht en voorzitter van de Stichting Bewustzijn en Wetenschap.) Zij roept op spiritualiteit serieus te nemen, omdat dit wel degelijk een onderdeel is van de menselijke ervaring.

Ook noemt de auteur prof. dr. Mia Leijssen (emeritus-hoogleraar psychologie en psychotherapie) die een existentiële welzijnscounseling ontwikkelde: Existential Well-being Counseling. Het gaat dan onder meer om focussen.

‘Focussen is een hele mooie, zachte manier om in dialoog met je eigen lichaam, een waarheid te ontdekken die zich onder je alledaagse bestaan afspeelt. Het is een creatieve methode waarin je jezelf tot je verbazing dingen hoort zeggen, die je niet met je hoofd had kunnen bedenken. Er komen veelzeggende beelden tevoorschijn.’
(Duindam)

Het belangrijkste van deze aanpak vindt Duindam echter dat de luidruchtige mind omzeild wordt:

Dat betekent niet alleen dat je jezelf verrast doordat je langs je geijkte denkpatronen en je eigen vaste clichés gaat, het betekent ook dat je in contact komt met een diepere dimensie. Je kunt dit je diepte, je stilte, de bron, de verticale dimensie noemen.’
(Duindam)

Bronnen:
* Psychologie moet zich óók door de mystiek laten inspireren (Volzin)
* Spiritualiteit begrijpen, een filosofische inleiding – Angela Roothaan

Foto: © Françoise Idzerda