‘Het universum is wat niet groter gedacht kan worden’

HET ABSURDE UNIVERSUM, van Patrick Chatelion Counet, zullen veel lezers als overrompelend en absurd ervaren. Consequent ironisch schrijft de wetenschapsfilosoof en theoloog over ‘wetenschap’ en mystiek. ‘Wetenschap’ tussen aanhalingstekens want voor hem is wetenschap veelal fictie en fantasie. Toch is het een in alle opzichten uiterst boeiend essay, waarin de auteur bij wijze van samenvatting ‘in het besef dat ik daarmee het geloof in de wetenschap van velen ondermijn’, 95 absurdistische stellingen aan ‘de poort van het huidige wetenschapsgebouw’ spijkert. ‘God is een absurdum in het kwadraat’.

‘Dit boek is een uitnodiging om het mysterie te omarmen en te erkennen
dat geloof voortkomt uit het besef van het onverklaarbare’
(Het absurde universum)

Leibniz
Het absurde universum zag 7 maart 2024 het licht. De auteur heeft ‘absurd’ in zijn boek ‘zo eenvoudig als maar kan (sic) gedefinieerd als iets-wat-niet-kan’. Hij parafraseert wiskundige en filosoof Leibniz als hij zegt, dat het absolute weten stukloopt op de absurditeit dat dit universum – tegen alle logica in – er is, omdat het logischer ware geweest indien er niets was.

Het universum kán niet. Hetzelfde geldt voor God. Hij is hooguit de verdubbeling van het probleem: of hij is uit het niets voorgekomen of hij bestaat van eeuwigheid – beiden kunnen niet, dus God kan niet. Toch is er nog hoop voor God, want als iets wat onmogelijk is, toch bestaat – het universum -, waarom God dan niet?’
(Chatelion Counet)

Anselmus
Natuurlijk haalt de auteur Anselmus erbij. Anselmus van Canterbury voor wie ‘God een vat vol tegenstrijdigheden’ is, en ‘tegelijk het onwrikbare uitgangspunt waarover men kennis en inzicht dient te verwerven’. In 1077 formuleerde de middeleeuwse theoloog een definitie van God. Voor Chatelion Counet geldt de uitspraak van Anselmus: ‘God is wat niet groter gedacht kan worden’ met enige (atheïstische) aanpassing ook voor het universum:

Mutatis mutandis: het universum is wat niet groter gedacht kan worden.’
(Chatelion Counet)


Anselmus van Canterbury

Anselmiaans-nostalgische God
Chatelion Counet stelt over de theorie van parallelle universa dat die inhoudt dat er naast het onze nog andere universa bestaan.

Maar dan nog lachen we met de theoloog uit Canterbury al deze universa in hun gezicht uit omdat ze binnen het ene totaal vallen dat we anselmiaans-atheïstisch universum noemen of anselmiaans-nostalgische God!’
(Chatelion Counet)

Kosmologie
Chatelion Counet filosofeert er ironisch op los, en stelt dat als er iets vóór de oerknal bestond, dit eveneens tot het anselmiaanse universum behoort.

Kosmologie is geen natuurkunde. Kosmologie is logica en theologie.’
(Chatelion Counet)

Een voortdurend NU
Onder een artistieke weergave van Einsteins gedachte-experiment over relativiteit, is onder meer zijn commentaar:

Ik help u uit de droom: Einstein relateert (dat is de betekenis van relativiteit) waarneming aan de snelheid in het inertiaalstelsel* van de waarnemer, maar dat neemt niet weg dat alles in het heelal sequentieel simultaan gebeurt. Eenvoudiger gezegd: er is (‘is’ in de zin van zijn en bestaan) geen verleden en toekomst. Er bestaat alleen een voortdurend NU, een simultaan heden. Ook al kunnen u en ik dat niet gelijktijdig waarnemen.’
(*Intertiaalstelsel: een assenstelsel dat met constante snelheid voortbeweegt, of stilstaat, PD)


Patrick Chatelion Counet ‘Wij scheppen een universum naar ons eigen beeld’

Het kind van de theologie
De auteur noemt zijn boek filosofisch. ‘Over wetenschap. Over wat we weten, denken te weten en niet weten’. Met veel toepasselijke, originele foto’s met bijschriften en schema’s. En ruim vijftig bladzijden bibliografie en dito eindnoten. Met ook weer absurde en ironische verwijzingen, zoals naar Herman Finkers, waarmee Chatelion Counet het hoofdstuk Fysica, het kind van de theologie begint.

Vóór God was er niets, en Maria is zijn moeder.’
(Herman Finkers)

Geloof dat begrip zoekt
De auteur zegt de oude kerkvaders niet te begrijpen als zij zeggen dat God zonder oorsprong is. Begrijpen is onmogelijk, je kunt hooguit geloven dat het waar is. En zo komen we uit bij weer andere adagia van Anselmus die de auteur verder uitwerkt in het hoofdstuk Geloof dat begrip zoekt. Geloof ligt naast wetenschap, geloof in big bang naast God.

Uiteraard mag je ten eeuwigen dage naar bewijs en begrip blijven zoeken, maar je geraakt nooit verder dan het anselmiaanse fides quarens intellectum: geloof dat naar begrijpen zoekt.’ (…) Of credo ut intelligam: dat betekent dat men ‘gelooft opdat men tot begrip moge komen.’
(Chatelion Counet)

Het absurdum
Logica (en wiskunde) noemt de auteur het instrument waarmee we naar de werkelijkheid kijken. Volgens hem bezitten we niets dan logica en daarmee zien we het grootste deel van de werkelijkheid.

Wanneer de logica ons naar gebieden brengt waar we met ons verstand niet meer bij kunnen – ‘oneindigheid’ of ‘niets’, of dingen buiten ruimte en tijd, of nieuwe universa (achter of ín zwarte gaten), of in de tijd terugreizende antideeltjes – dan betreden we het terrein van het absurdum.’
(Chatelion Counet)

Wij zijn een zin- en betekenisgevend wezen
Voor de mens is het onmogelijk geen orde of patronen te zien. Onze geest, zegt Chatelion Counet, creëert overzichtelijkheid en werkelijkheid. Niet in de filosofisch-idealistische zin: er is daar iets, out there (but not the truth).

We creëren werkelijkheid in semiotische zin. Wij zijn een zin- en betekenisgevend wezen (homo semioticus). Achter onze betekenisgevende theorieën, beelden, voorstellingen, verschuilt zich iets wat we nooit zullen kennen (ignorabimus). Wij géven de werkelijkheid betekenis (religieus, wetenschappelijk). Het is een misverstand te denken dat de werkelijkheid betekenis bezit of hééft, en dat we die ontdekken. Zonder ons heeft niets betekenis – en omgekeerd: op zichzelf bestaat er geen betekenis.’
(Chatelion Counet)


Heino Falcke

Het ‘fotogenieke gat’
Het ‘fotogenieke gat’ van hoogleraar astrodeeltjesfysica en radioastronomie Heino Falcke: het bewijs van het bestaan van een zwart gat, geleverd in de vorm van een foto, vindt de auteur verbijsterend. Dit kan helemaal niet, want uit een zwart gat ontsnapt geen licht en kan niet gefotografeerd worden. ‘Zo’n vage afbeelding waarin men van alles kan zien’.

Het is een computercompilatie, die met behulp van kunstmatige intelligentie fotonen per golflengte, radiogolven en andere data analyseert en deze tot een ‘ingekleurde foto’ componeert. (…) Een serieuze bedenking bij de afbeelding is dat het licht dat men waarneemt niet de waarnemingshorizon van een zwart gat is (het gat zelf is sowieso onzichtbaar), maar ander omgevingslicht. Het licht en de radiogolven kunnen voor hetzelfde (dure) geld afkomstig zijn van andere sterren, objecten en nevels in het gefotografeerde gebied en zelfs van sterren achter dat gebied.’
(Chatelion Counet)

Geen bewijs voor de oerknal
Als laatste voorbeeld van het absurde universum van Chatelion Counet nog even over ontstaan en herkomst van de maan, waarover in de wetenschap volgens de auteur nog steeds geen algehele consensus bestaat.

Ontstaan en oorsprong van de rest van het heelal vormt evenwel geen probleem. De oerknal kan ook buiten de wetenschap op brede consensus rekenen. Hoe groot deze consensus ook is, bewijs voor de oerknal is er niet. Het is een geloof.’
(Chatelion Counet)

Bron:
Het absurde universum – Hoe de wetenschap stukloopt op de ongrijpbare werkelijkheid | Patrick Chatelion Counet | VBK Media | KokBoekencentrum | 352 pagina’s | € 27,99 | E-book € 14,99

Gerelateerd:
* En God ontstak de Oerknal – Er was eens… in het TijdRuimteloze, God, die besloot samen met miljarden engelen de kosmos te scheppen. (2015)
* ‘God is veel groter dan je kunt denken’ – De foto van het zwarte gat voelde voor Falcke alsof hij keek naar ‘de poorten van de hel’, naar ‘het einde van ruimte en tijd’. (2021)
* De duizelingwekkende diepten in de kwantumfysica – ‘Het lijkt dat men bestanddelen heeft gevonden van wat men vroeger ‘geest’ noemde.’ (2022)

Noot van de redactie: Met dank aan KokBoekencentrum die GODENENMENSEN spontaan een recensie-exemplaar van Het absurde universum toestuurde. – Binnenkort verschijnt – na bovenstaande eerste indruk van dit essay – de recensie op RELIFILOSOFIE.
! UPDATE: Recensie van bovenstaand boek blijkt ondoenlijk, er staat zo veel informatie in, allemaal zeer de moeite waard, maar niet in een adequate recensie samen te vatten helaas. Tip: Lees zelf het boek: verrassend en boeiend op iedere pagina. (November 2025)

Beeld: Wereldschildpad Atuin de Grote (Hebban.nl)
Beeld Anselmus: Bibliotheek Brugge
Foto Patrick Chatelion Counet: De Brug Nijmegen 
Foto Heino Falcke: Bert Beelen (De Gelderlander)

Reiken voorbij het zichtbare

Zelfhulp en zingeving beleven een opmerkelijke opmars. Dat hoeft niet per se zweverig te zijn. NRC zegt in de Special Zingeving van boeken die gaan over vragen rond zingeving: ‘Zin geven aan het bestaan is voor de mens zo natuurlijk als ademen’. Uitgekiend gepubliceerd rond Kerstmis, dan denken mensen, gelovig of niet, bij een goed glas wijn, meestal wat meer aan de zin van alles. Je kan zelfs van de Anonieme Alcoholisten iets leren als je je leven zin wil geven. Ook bespreekt de krant oorspronkelijke kritiek op eigentijdse zingeving. Over zingeving en neoliberalisme. Met vragen als ‘Is het liberalisme verworden tot een dogmatisch geloof?’

‘Hartstochtelijke pleidooi voor gezamenlijke zingeving’
(Karel Smouter over Life worth living)

‘De hele wereld op weg naar de koophemel’
In het artikel Filosoof John Gray draagt het liberalisme ten grave schrijft Menno Hurenkamp een recensie over De nieuwe Leviathans. Nieuwe visies na het liberalisme. Van de Britse filosoof John Gray. Hurenkamp omschrijft zijn boek als ‘een kritiek op het liberalisme als voortzetting van religie met andere middelen’.  

Nederland is een veelzeggend voorbeeld. We zien onszelf graag als een liberaal landje, denk aan ‘de koopman en de dominee’. Maar we hesen onlangs massaal volksvertegenwoordigers op het schild met een broertje dood aan gelijke rechten en tolerantie.
(Menno Hurenkamp)

Via vermeend universele principes als keuzevrijheid en marktwerking vermomde het moderne liberale denken zich als ‘christelijk monotheïsme’: de hele wereld op weg naar de koophemel, zo nodig met militaire invallen (denk aan Irak en Afghanistan).’
(Menno Hurenkamp)

‘De voortrazende burger’
NRC
geeft aandacht aan de nuttige rol van religie in een grotendeels seculiere maatschappij, de zoektocht naar zingeving als een individuele of juist een gezamenlijke onderneming en de rol van grote levensvragen in actuele romans en verhalen. Onder meer verwijst de krant naar socioloog Hartmut Rosa die stelt dat religie kan helpen bij ‘de voortrazende burger die in onze democratie steeds agressiever wordt’. Het gevolg van die almaar voortrazende houding is:

Dat de burger een agressieve basishouding tegenover de wereld heeft ontwikkeld. Elk jaar moeten mensen meer voor elkaar zien te krijgen. De gevolgen daarvan zie je terug op drie niveaus. We zijn agressief tegenover de natuur met onze industrieën en grondstoffen die we aan de aarde onttrekken. Maar we zijn ook agressief tegenover andere mensen.’
(Hartmut Rosa)

Sociale ruimtes
V
olgens Rosan Hollak hebben veel mensen inmiddels het geloof afgezworen. Zij vraagt aan socioloog Hartmut Rosa hoe we dan leren om naar elkaar te luisteren. Rosa antwoordt dat we om resonantie te bevorderen sociale ruimtes nodig hebben, en kijken hoe we op een andere manier met elkaar in gesprek kunnen gaan.


Erzählcafé, Tirol

In Duitsland [en Oostenrijk] bestaan Erzählcafés, plekken waar mensen elkaar hun verhaal vertellen en echt luisteren. En we zouden scholen tot sferen van resonantie kunnen maken. Want wat is eigenlijk het doel van onderwijs? In ieder geval niet het verwerven van vaardigheden die je kunt meten en vergelijken. Gaat het er niet om kinderen vooral te inspireren?’
(Hartmut Rosa)

‘Geloof het of niet – in de Nederlandse literatuur is méér tussen hemel en aarde’
(Thomas de Veen)

Geloof in metafysische zin
G
eloof het of niet, zegt Thomas de Veen in de special, maar het afgelopen jaar, in tijden van bloeiend rechts-populisme, van woekerende crypto currency en ook nog hemeltergend aardse en reële oorlogen, was dit een van de grote onderwerpen in de Nederlandse literatuur: geloof.

En dan heb ik het niet over geloof in de literaire roman zelf (hem doodverklaren kan altijd nog), maar over geloven als onderwerp in romans. Geloof in de metafysische zin van het woord: de handeling die wil reiken voorbij het zichtbare en tastbare hier en nu. Het vast vertrouwen in en het voor waar houden van iets wat niet bewezen is of vastgesteld kan worden.’
(Thomas de Veen)


Boeken te over die gaan over zingeving

Natuur, vriendschap, activisme
R
ens Bod, hoogleraar Digital Humanities aan de Universiteit van Amsterdam, wil zingeving breder definiëren dan dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doorgaans doet. CBS turft in zijn onderzoeken slechts vier zingevingsvormen: sociale relaties, persoonlijke ontwikkeling, religie of spiritualiteit en het ervaren van transcendentie (het overstijgen van jezelf). Bod onderscheidt wel 180 verschillende vormen van zingeving.

Het gaat hem daarbij om een waaier van praktijken, rituelen en idealen. Van ‘harmonie met de natuur’ tot ‘vriendschap’ en ‘activisme’. Beide boeken laten zien dat zingeving niet alleen iets is voor in de kerk of in de moskee, of voor de zelfhulphoek van de boekhandel. Het is zo gewoon als ademen of poepen; een menselijke activiteit met tal van evolutionaire voordelen bovendien. Het maakt je bijvoorbeeld aantrekkelijker. Bod verbaast zich er dan ook over dat een boek als het zijne, [Waarom ben ik hier?] – Een kleine wereldgeschiedenis van de zingeving, er nog niet was.’
(Karel Smouter)

Zelfhulp is nog geen zingeving
Maar pas op, zegt Karel Smouter, zelfhulp moet niet worden verward met zingeving, zo wordt in twee nieuwe boeken betoogd: Zingeving begint, kun je zeggen, waar het streven naar grip op grenzen stuit.

Een drietal Yale-theologen schreef samen Life Worth Living. Veelbezongen moderne idealen als autonomie, voorspoed, macht en roem zouden, met mate, best kunnen bijdragen aan een betekenisvol leven. Maar wie deze zaken als doelen op zich nastreeft, waarschuwt het drietal, krijgt slechts een goedkope imitatie voorgeschoteld van ‘wat er echt toe doet.’
(Karel Smouter)


Zingeving waar het streven naar grip op grenzen stuit

Gezamenlijke zingeving
ILife worth living gaan de Yale-theologen Miroslav Volf, Matthew Croasmun en Ryan McAnnaly-Linz een flinke stap verder dan Bod, vervolgt Smouter, in hun pogingen lezers dichter bij een antwoord op The Question te brengen, zoals ze het object van zingeving ietwat mysterieus omschrijven. 

Net als Bod zijn de drie denkers bepaald niet cultureel eenkennig in hun queeste en tappen ze uit ieder denkbaar levensbeschouwelijk vaatje, van Boeddha tot Confucius en Christus. Het belangrijkste verschil met de benadering van Bod is het hartstochtelijke pleidooi dat er in het boek besloten ligt voor gezamenlijke zingeving.’ 
(Karel Smouter)

Bronnen: SPECIAL ZINGEVING (NRC) – 21 december 2023
* Wat je van Anonieme Alcoholisten kunt leren als je je leven zin wilt geven
* Socioloog Hartmut Rosa: ‘De voortrazende burger wordt in onze democatie steeds agressiever. Religie kan helpen.’
* Geloof het of niet – in de Nederlandse literatuur is méér tussen hemel en aarde
* Welke rol speelt het geloof in de politiek? Is het neoliberalisme in de afgelopen jaren zelf tot een dogmatisch en onaantastbaar geloof geworden? En kan een religie eigenlijk wel zonder een hel?

Beeld: Spirituele Transformatie Academie
Foto Erzählcafe, Tirol: Niet alleen in Duitsland te vinden, maar onder meer ook in Oostenrijk.(freiwillig-engagiert.at)
Foto Boeken over zingeving: poortnaargeluk.nl
update 18 02 2024 (datum digitale NRC-uitgave Special Zingeving)

Vrijmetselarij is bouwvak in geestelijke zin

INTERVIEW – De symbolische werkwijze van de vrijmetselarij is ooit afgeleid van het middeleeuwse kerkenbouw. Naar het voorbeeld van de vroegere kathedralenbouwers beoefenen vrijmetselaars nu het bouwvak in geestelijke zin. Om meer te weten over die ‘geestelijke zin’, klop ik aan bij vrijmetselaar Gé Beaufort voor een interview. Hij heeft niets geheimzinnigs over zich, komt niet over als iemand uit een sekte, zoals sommigen over de vrijmetselarij denken. Gewoon, een vriendelijke man met een zachtaardige blik die mij uitnodigend welkom heet.

‘Symbolen kunnen je helpen om je te verbinden met
het gehele complexe verhaal van mens-zijn’
(Gé Beaufort)

is weg- en waterbouwkundige die ook na zijn pensionering actief betrokken is bij de waterveiligheid in Nederland. Daarnaast werkt hij aan zichzelf, om daardoor ook weer zijn steentje bij te kunnen dragen aan de samenleving. Na een studie psychosynthese werkt hij nu verder aan zichzelf als vrijmetselaar. Zeventig jaar is hij als de vrijmetselarij op zijn pad komt. Samen met zijn vrouw Marina, die mee wil luisteren, zitten we aan een kleine tafel die direct uitnodigt tot gesprek. 

Wat is vrijmetselarij?
: “Vrijmetselarij is een wereldomspannende verbinding tussen mensen, en ik zit in een mannenvrijmetselarij. Het idee dat je deel uitmaakt van een broederschap dat de wereld omspant, is een aantrekkelijke en inspirerende gedachte. Vrijmetselaren noemen elkaar dan ook broeder of zuster. Toen ik ‘aanklopte aan de poort van de loge’ voelde ik al in het eerste contact dat ik daar ja ging zeggen tegen dingen waarvan je niet weet wat het gaat brengen – en dat is als ja zeggen tegen het leven zelf natuurlijk.”

Marina zegt eerst wat bedenkingen te hebben als Gé zich bij de broederschap wil aansluiten.
“Als Gé bij zo’n club gaat, psychosynthese of vrijmetselarij, dan werkt hij aan zijn eigen persoonlijke ontwikkeling. Omdat vrijmetselarij een mannengemeenschap is, was ik bang dat hij zich zou gaan ontwikkelen in een richting waaraan ik geen deel kan hebben en Gé van mij afdrijft. Dat beeld blijkt gelukkig niet te kloppen.” – Het tegendeel gebeurt, want Marina raakt betrokken. Niet als vrijmetselaar maar bij de zorg voor de bibliotheek, het opknappen en verzorgen van het logegebouw èn bij de broeders zelf.


Bibliotheek

Mijn contact met de vrijmetselarij ontstaat door een uitnodiging van Gé om een bijeenkomst bij te wonen. Direct valt op hoe vrij de leden over zichzelf praten, dat er zorgvuldig vragen worden gesteld, open en uitnodigend. En alles wat binnen bijeenkomsten gezegd wordt blijft onder de roos. Die hangt fraai geschilderd boven de vergaderplaats. ‘Onder de roos’ betekent dat er niets naar buiten gaat: alles wat er gebeurt en wordt gezegd, blijft besloten binnen de muren.
 
Bij de voorbereiding van het interview lees ik dat bij de aanneming tot leerling een kandidaat een gelofte aflegt, op wat de ‘Drie Grote Lichten’ genoemd wordt: Bijbel, passer en winkelhaak. De Bijbel wordt bij de vrijmetselaars gezien als een boek waarin universele gedachten zijn verwoord die voor alle tijden gelden en tot steun kunnen zijn bij het zoeken van een weg naar een bepaalde levenshouding. 

Gé, klopt het dat de vrijmetselarij noch een geloof, noch een religie is, en ook geen leer kent?
“Ja en nee. Alle geloven zijn welkom, maar er ligt wel een Bijbel open. En als een moslim in wil treden en vraagt of er een Koran kan liggen, dan kan dat. Lichtsymboliek maakt eveneens deel uit van de rituelen. Feit is wel dat in Nederland de meeste mensen in een christelijke cultuur opgegroeid zijn. Ook is het zo dat mensen met hun geloof vaak in aanraking komen met de mythische wereld.”


Deze plaquette werd ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de loge in 1980 geplaatst op de plek van de oprichting van Loge Ultrajectina; nu het toegangsgebouw tot de domtoren.

En iedereen kan lid worden van de vrijmetselarij?
“Ja. In het aannemingstraject wordt wel eerst gekeken of iemand bereid en in staat is kritisch naar zijn eigen denken, gedrag en handelen te kijken. In staat is tot zelfreflectie. Het bestuur van de loge beoordeelt dat. Er is eerst een gesprek met de broeder voorlichter. Daarin krijgt degene die kandidaat wil worden de opdracht een levensbeschrijving te maken en uit te leggen waarom hij bij de vrijmetselaars wil toetreden. En dan zijn er vervolggesprekken. Een en ander is ook bedoeld om teleurstellingen te voorkomen, van beide kanten.” 

Waarin vinden vrijmetselaars elkaar?
“In het samenkomen, elkaar vrijlaten, en als individu binnen die gemeenschap je eigen leerweg te kunnen gaan. Je komt binnen als leerling en een jaar daarna word je bevorderd tot gezel, en weer een jaar later tot meester.’

Hoe gaat die weg naar ‘meester’ bij de vrijmetselarij?

“Het is zo dat bij de bevordering van leerling tot gezel leerlingen niet aanwezig mogen zijn, omdat die dat nog zelf moeten ondergaan. De gang van zaken wordt zo geheim gehouden. Zo zijn er bij meester worden geen gezellen en leerlingen bij. Je bent dan wel meester, maar blijft altijd leerling, én gezel, én meester. Het is belangrijk dat iedereen uiteindelijk zichzelf als leerling blijft zien, anders kan je niet doorgroeien.”

De leerling ondergaat het inwijdingsritueel waar iedereen bij is, in de voltallige loge. De leerling is dan de hoofdpersoon.  
“Het inwijdingsritueel interpreteer ik als een soort van hergeboorte. De rituelen vinden plaats in de tempel, ook wel werkplaats genoemd, boven in het gebouw. Rituelen zijn de inwijding, de bevorderingen tot gezel en meester. Een ander ritueel is de rouwloge als een broeder van onze loge is overleden. En de jaar-hoogtepunten: het ‘Zomer Sint Jan’ en het ‘Winter Sint Jan’.”


De tempel of werkplaats

“Het gebruik van symbolen bij de rituelen ligt vast. Toch heb ik iedere keer als ik weer eenzelfde ritueel meemaak een andere waarneming, en nieuwe beleving. Ik denk dat dat komt omdat ik zelf steeds weer anders ben en hetzelfde dus anders waarneem. Ik veronderstel dat daarin mijn groei zit en te voelen is.”

“Symboliek is in de vrijmetselarij, maar ook in de kunst en het schrijven eigenlijk een ondergewaardeerd begrip. Iets waarvan je denkt ‘hoe kan dat nou’? Iets wat een werkzaamheid heeft waar je niets van begrijpt, behalve dan dat het je iets doet. Het gaat vooral ook om meer mens te worden. Soms zeggen we ‘om een beter mens’ te worden, maar het gaat om ‘méér mens’ worden. Symbolen kunnen je helpen om je te verbinden met het gehele complexe verhaal van mens-zijn.”

In het verhaal van mens-zijn is ‘de broederschap heel belangrijk’, vult Marina aan:
“Broeders zorgen voor elkaar. Een demente broeder wordt geholpen als hij alleen woont. Er wordt ook aan de vrouwen van de broeders gedacht. Zieke broeders worden eveneens geholpen als zij dat willen. De broeders zijn sociaal met elkaar bezig.”

Aan de Bijbel ontleent de vrijmetselarij ook elementen die een belangrijke rol spelen in haar symbolen en rituelen, zoals de bouw van de tempel in Jeruzalem door koning Salomo.
Gé:
“Een van de belangrijkste symbolen is dat we met z’n allen werken aan de tot ritueel gemaakte Tempel van Salomo. Salomo wordt beschouwd als de wijze tempelbouwer.”

Als vrijmetselaar werk je aan je ‘eigen ruwe steen’, zegt Gé. Hij doet dat ook letterlijk, werkt met steen, bakt intrigerende kleiwerken, waarin hij ook zijn innerlijk legt en er zijn verhaal bij uitdrukt. Bij ‘steen’ moet ik denken aan de tijd van de kathedralenbouw en bouwgilden.

“Opdat je eigen steen past in de kathedraal. Dat is de symboliek. Je steen past in de wereldwijde broederschap.” 

 
Alles blijft onder de roos

En zo blijkt de vrijmetselarij geen wereldvreemde organisatie, maar juist een wereldwijde broederschap, waarin dus ook ‘zusters’ (de ‘weefsters’) actief zijn. Vrijmetselaars, die juist door aan zichzelf te werken er voor de wereld zijn: ze zijn er voor elkaar èn voor de samenleving. Allround ‘bouwvakkers’ die de wereld mede vorm geven.
Foto Gé Beaufort: © Bart van den Dikkenberg, redacteur van het Reformatorisch Dagblad (RD)
Andere foto’s: © 2017-2021 © Stichting Logegebouw Utrecht
Info: Vrijmetselaars in Utrecht – Open avond, gastlezing, kennismaken met Loge Ultrajectina, de oudste loge van de stad, sinds 1830.

Tip!Lezing ‘Freemasonry and Kabbalah: Cultural Exchange in Esoteric Art’ door Peter Lanchidi | Embassy of the Free Mind, Amsterdam: 7 december 2023 19.30 – 21:00 uur | Tickets: € 15 – Zoom (live stream) € 12,50 | Student € 8,50 | Taal: Engels | Peter Lanchidi is hoofddocent aan het Instituut voor Kunstgeschiedenis aan de Eötvös Loránd Universiteit (ELTE) in Boedapest. Zijn proefschrift over de vrijmetselaars-kabbalistische kunst van David Rosenberg, een rabbijn van de vrijmetselaars, won de scriptieprijs van de European Society for the Study of Western Esotericism (ESSWE). Met een achtergrond in kunstgeschiedenis en esthetiek (BA) uit Boedapest en in Joodse studies (MA) uit Stockholm en Heidelberg, richt zijn onderzoek zich op het raakvlak tussen Vrijmetselarij en Kabbala in beeldmateriaal in de negentiende eeuw en de historische en culturele contexten ervan.