Wetenschap en creationisme kruisen de degens

crocoduck (2)

Hans Degens, universitair hoofddocent in Muscle Cell Physiology aan Manchester Metropolitan University, antwoordt op Geloof & Wetenschap op Het fundament en het faillissement van het creationisme van Dirk van der Wulp, student master wijsbegeerte aan de Universiteit Antwerpen. De student schreef dit omdat het debat tussen aanhangers en tegenstanders van de evolutietheorie weer oplaait.

Het artikel van zijn hand luidt: Faillissement intelligent ontwerp en schepping! Echt waar? Hij laat weten dat creationisten de Bijbel inderdaad zien als onfeilbare openbaringsbron en noemt dat toepasbaar op alle christenen.

Creationisten zijn er inderdaad van overtuigd dat Genesis 1 een creatio ex nihilo laat zien en geen geleidelijke ontwikkeling van het leven. (…) In weerwil van de wetenschap, maar door Goddelijke openbaring (Mattheus 16:15-17), geloven wij in de maagdelijke geboorte en wederopstanding van Jezus. ’

In weerwil van de wetenschap’. Dan zou je zeggen discussie gesloten, want het gaat hier om Goddelijke openbaring. Daar is geen wetenschap tegen gewassen. Degens verwijst vervolgens naar een radicaal citaat dat door atheïsten als wapen in de handen kan vallen.

Die Christenen die het scheppingsverhaal als een mythe of allegorie zien ondermijnen de rest van de Schrift, want als er geen Adam was, was er geen zondeval; en als er geen zondeval was, dan is er geen hel; en als er geen hel is, dan is er geen enkele reden voor Jezus als tweede Adam en vleesgeworden zaligmaker, gekruisigd en opgestaan… Evolutie is daarmee het krachtigste wapen om het Christelijk geloof te vernietigen!’

Vernietigen zelfs. Alsof je IS hoort. (Citaat uit: A. J. Mattill in Three Cheers for the Creationists, Free Inquiry 2(Spring), p. 17, 1982.) Heftig. Degens citeert ook Lewontin, New York Review of Books, 1997. Ook niet mis. Het geeft op een andere manier te denken. Evolutionisten, aldus Degens, erkennen een tunnelvisie te hebben:

‘…wij zijn gedwongen door onze a priori acceptatie van materialistische oorzaken, een apparaat van onderzoek en een serie concepten te creëren, die een materialistische uitleg tot gevolg hebben, ongeacht hoe contra-intuïtief of raadselachtig het is voor de niet ingewijde. Inderdaad, dat materialisme is absoluut, want we kunnen geen goddelijke voet binnen de deur laten.’

Tja, dan wordt het openbaring versus materialisme. Oftewel creationisme versus wetenschap. Dat levert niet veel op en dat zie je ook als je het debat volgt. Waar leidt het toe? Van der Wulp zei al in zijn artikel:

Wanneer ‘creationisme’ een wetenschappelijke theorie is, dan kan en moet zij getoetst worden aan gangbare criteria van de natuurwetenschappen en doet zich de vraag voor of zij zich wel houdt aan het methodologisch naturalisme. Ook is dan het de vraag of creationisme, gezien haar bijbelvisie, wel kritisch genoeg kan zijn naar haar eigen resultaten, nu deze op grond van dezelfde bijbelvisie immers als geopenbaarde waarheid al vaststaan.’

Er hiermee is de cirkel rond. Toch is het boeiend om de (uitgebreide) discussie te volgen. Wat je ervan kunt leren is dat de wetenschap geen toereikend antwoord lijkt te hebben op het geloof in God en dat diehard gelovigen het scheppingsmodel met behulp van wetenschap (nog?) niet echt hard kunnen maken. En dan zijn er nog de weerleggingen van argumenten – plus de kritiek daar weer op – van zowel de evolutietheorie als het creationisme.

Misschien moet iedereen maar Het geheime dagboek van topnerd Tycho van Cees Dekker en Corien Oranje lezen? Om het oplaaien mee neer te laten slaan? Kinderboeken zijn soms zo verhelderend.

Zie:
* Het fundament en het faillissement van het creationisme
* Faillissement intelligent ontwerp en schepping! Echt waar?
*
Het geheime dagboek van topnerd Tycho

Illustr: Crocoduck – Creationistische komedie: wat creationisten doen om de evolutietheorie te ontkrachten. Tijdens een televisiedebat in 2007 toonde creationist Kirk Cameron een afbeelding van de zogenaamde ‘Crocoduck‘. Dit fictieve dier moest een tussenvorm voorstellen tussen de krokodil en de eend. Aangezien er nooit een fossiele ‘Crocoduck‘ gevonden is, klopt de evolutietheorie niet. (scientias.nl) 

Adieu Geloof en Wetenschap, hallo Spiritualiteit

mondriaan15
De academici hebben volgens godsdienstfilosoof Taede A. Smedes geloof en wetenschap uit handen gegeven en ten prooi overgelaten voor de meningen van de hoi polloi: geloof en wetenschap is opnieuw het terrein van hobbyisten geworden. Hierover mijmert Smedes, die ook theoloog is, in zijn nieuwste blog Langzaam afscheid van ‘geloof en wetenschap’? Maar zijn boeken over geloof en wetenschap doet hij nog niet weg. Ergens hoopt hij dat ze op zekere dag toch nog van nut zullen zijn.

Men wist waarover het ging wanneer het over God ging. Die vanzelfsprekendheid is weg. Daarmee is ‘God’ een vaag begrip geworden dat zich voor vele invullingen leent. De theologie is niet in staat gebleken de erosie van het godsbegrip het hoofd te bieden en is dan ook in rap tempo bezig haar bestaansgrond en academische legitimering te verliezen.’ (Smedes)

Taede A. Smedes (foto: TAS) vindt dat het niet echt goed gaat met geloof en wetenschap. Hij noemt een viertal factoren, zoals de outreach en groei van het vakgebied geloof en wetenschap: die is minimaal, om nog maar te zwijgen van het banenperspectief. De weinig inhoudelijke vernieuwing: veel recycling en zelfcitatie. De verdamping van de plausibiliteitsstructuur van het christelijk geloof: het theïstisch godsidee erodeert; en de invloed van extremistische en fundamentalistische denkrichtingen in het publieke domein: het creationisme staat ineens weer op de kaart.

taedeasmedesDe academici hebben geloof en wetenschap uit handen gegeven en ten prooi overgelaten voor de meningen van de hoi polloi (gepeupel, PD). Geloof en wetenschap is opnieuw het terrein van hobbyisten geworden.’ (Smedes)

Volgens mij spelen nog meer factoren een rol. De hoi polloi gelooft niet altijd meer op gezag. God wordt zo inderdaad een vaag begrip. Mensen verwachten meer van de wetenschap. Kort door de bocht gezegd: men hoopt op een godsbewijs. Maar dat blijft steken bij argumenten die het brein bezighouden, maar het hart leeg laten. De wetenschap heeft dus ook geen antwoorden. Mensen zoeken verder en (her)ontdekken meer en meer de spiritualiteit. ‘Ken uzelve’ is het adagium. Weg van het collectief: de individualiteit hervonden. De hoi polloi gaat zelf nadenken en bij het eigen hart te rade.

Het lijkt erop dat we dan misschien weer uitkomen bij iets van lang geleden, bij de Spiltijd bijvoorbeeld, waarin filosofen geen belangstelling hadden voor doctrines of metafysica. Over theologie praten leidde maar af en werd zelfs schadelijk gevonden.

degrotetransformatieAnderen voerden aan dat het onvolwassen, onrealistisch en pervers was om te zoeken naar het soort absolute zekerheid dat veel mensen van religie verwachten.’ (uit: De grote transformatie)

Of  van de (religie)wetenschap verwachten… In de Spiltijd (tussen 900 en 200 v. C.) verschoven alle tradities die toen ontwikkeld werden de grenzen van het menselijk bewustzijn en legden een transcendente dimensie in de kern van ons wezen bloot, maar ze beschouwden dat niet noodzakelijkerwijs als iets bovennatuurlijks en weigerden meestal erover te praten.

De wijzen waren er in elk geval niet op uit hun eigen visie op deze ultieme werkelijkheid aan anderen op te dringen. Integendeel, niemand mocht ooit religieuze leerstellingen in goed vertrouwen of uit de tweede hand aanvaarden, vonden zij.(Uit: De grote transformatie)

karenarmstrongDe grote transformatie vertelt dat het er niet om ging wat je geloofde, maar hoe je je gedroeg. Religie betekende dingen doen die je diepgaand veranderde.

De wijzen predikten een spiritualiteit van empathie en mededogen; ze stonden erop dat de mensen hun egoïsme en hebzucht, hun gewelddadigheid en liefdeloosheid lieten varen. (…) Elke traditie ontwikkelde haar eigen formulering van de Gulden Regel: wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Voor de wijzen uit de Spiltijd draaide religie om respect voor de heilige rechten van anderen en niet om orthodox geloof. Als mensen zich vriendelijk en grootmoedig gedroegen tegenover anderen, konden ze de wereld redden.’ (uit: De grote transformatie)

Wij moeten dit ethos uit de Spiltijd herontdekken, stelt Karen Armstrong (foto: ncrv), de schrijfster van De grote transformatie, door de Volkskrant indertijd beschreven als ‘een monumentaal epos van de geest, een intrigerende speurtocht’. Misschien is er toch nog genoeg werk voor theologen en (religie)wetenschappers? Nadenken over een Tweede Spiltijd?

Zie: Langzaam afscheid van ‘geloof en wetenschap’? (Taede A. Smedes)

Boek: De grote transformatie, Karen Armstrong 

Foto: Evolutie (1911), Piet Mondriaan. Het drieluik verbeeldt het spirituele ontwaken van de mens in drie stadia. (rudedo.be) – Arend Landman: ‘Dit drieluik symboliseert de reis die de ziel moet maken om los te komen van het materiële aardse bestaan (linker-paneel), via innerlijke contemplatie (rechter paneel) naar het ervaren van het goddelijk licht (midden-paneel).’

Simultaan wetenschappelijk denken en religieus geloven

Copernicus Planisphere
John Worrall zegt in Science Discredits Religion: ‘Wetenschap en geloof zijn in onverzoenlijk conflict met elkaar… Het is volstrekt onmogelijk om en fatsoenlijk wetenschappelijk te denken en een waarachtig religieus gelovige zijn.’ Duidelijk iemand die te plaatsen is binnen het conflictmodel waarin de interactie tussen wetenschap en religie wordt beschreven. Gelukkig zijn er ook nog andere modellen.

In de middeleeuwen waren theologie en natuurfilosofie versmolten in één systeem van kennis. Nu heb je religie en wetenschap. En hoe wordt tegenwoordig de relatie tussen wetenschappelijk en religieuze kennis het liefst beschreven? ‘Aanvullend’ of ‘complementair’. Samen kunnen ze niet door één deur, maar door twee verschillende deuren komen ze toch in dezelfde kamer en zitten ze aan één tafel. Kunnen ze het eens worden?

Tegenpolen kunnen in ieder geval lekker tegen elkaar tekeer gaan binnen het Conflictmodel. Zo’n beetje wat Worall zei. Nog altijd een populair model. Met een knipoog van Richard Dawkins die als fervent aanhanger van dit model ooit zei dat hij religies het compliment geeft dat hij ze als wetenschappelijke theorieën beschouwt en… God als een concurrerende verklaring ziet voor feiten over het heelal en het leven.

‘In het algemeen geldt dat er conflicten ontstaan wanneer wetenschap of religie zich ‘expansionistisch’ opstellen en doen alsof ze vragen kunnen beantwoorden die rechtens behoren tot het andere onderzoeksdomein.’ (G&W)

miracle
D
an het NOMA-model: Niet-Overlappende Magisteria. Dan zijn wetenschap en religie met heel verschillende vragen bezig: er kan niet eens sprake zijn van conflict! Wetenschap houdt zich dan met feiten bezig en religie met vragen over ethiek, waarde en doel. Ook niet onbelangrijk. Maar als een van de kritiekpunten wordt gesteld dat wetenschap haar succes heeft te danken aan de beperkte aard van haar vragen. Maar zelfs dat beperkte repertoire brengt feiten aan het licht die voor veel wetenschappers religieuze betekenis hebben:

Paul Davies bijvoorbeeld, een kosmoloog die geen traditioneel religieus geloof aanhangt, merkte dat de fraaie fijnregeling van de wetten die de structuur van het heelal beschrijven hem noopte om religieuze verklaringen in overweging te nemen.’ (G&W)

De Fusiemodellen. Die gaan verder dan theologie doordat ze stellen dat de inhoud van wetenschap mede de inhoud van religie levert, en vice versa. Maar ja, dat neemt dan weer het gevaar met zich mee dat je religieuze overtuigingen baseert op gangbare wetenschappelijke theorieën. Wetenschappelijke ontwikkelingen echter, gaan soms snel… en dan is je religie al gauw achterhaald.

Als alle ware kennis uiteindelijk onderdeel is van dezelfde werkelijkheid, hoe kunnen deze domeinen dan ooit gescheiden zijn? Deze wereldbeschouwing heeft boeken opgeleverd die betogen dat bijvoorbeeld de kwantummechanica bepaalde raakvlakken heeft met oosters religieus gedachtegoed, wat dan een voorbeeld is van de ‘fusie’-benadering.’ (G&W) 

Tot slot het Complementariteitsmodel. Dit model stelt dat wetenschap en religie dezelfde werkelijkheid benaderen vanuit verschillende invalshoeken, en dat ze verklaringen bieden die geenszins met elkaar concurreren maar eerder elkaar aanvullen. Dat komt er op neer, dat als je bijvoorbeeld het menselijk individu wil begrijpen, een heleboel wetenschappelijke vakgebieden nodig hebt, die elkaar ook niet beconcurreren, maar aanvullen. Hetzelfde geldt voor onze hersens en verstand: dat is ook een complementaire relatie. 

Wetenschappelijke beschrijvingen van neuronale gebeurtenissen die plaatsvinden bij hersenactiviteit, zijn complementair met de ‘ik’-taal van het persoonlijk handelen, dat een afspiegeling is van het bewuste menselijke denken. Onze voorstelling van het menselijk persoon-zijn verschraalt wanneer wij het ene niveau negeren ten koste van het andere.’ (G&W) 

Dit model wordt het meest vruchtbaar genoemd. Mensen die denken dat de kennis die hun eigen specialisme levert de enige kennis van belang is, zouden hun blik moeten verbreden en niet zo bekrompen moeten zijn. Duidelijk?!

Denis Alexander schrijft over de voors en tegens van de vier modellen in het Faraday-paper Interactie tussen religie en wetenschap: vier modellen, gepubliceerd en vertaald door ForumC en te vinden bij Geloof en Wetenschap.

De interacties tussen religie en wetenschap zijn divers en complex, zowel historisch gezien als in onze dagen. Wie de feiten wil begrijpen, kan baat hebben bij modellen. Dit paper vergelijkt vier belangrijke modellen die zijn ontwikkeld om interacties tussen wetenschap en religie te beschrijven. Van elk model worden de sterke en de zwakke kanten belicht. De conclusie luidt dat ‘complementariteit’ het meest vruchtbare model is om de relatie tussen wetenschappelijke en religieuze kennis te beschrijven.’ (G&W)

Lees ook de andere Faraday-papers: steeds helder geschreven en beslist de moeite waard.

Denis_AlexanderDr. Denis Alexander (foto: CC BY-SA 3.0) is directeur van het Faraday Institute for Science and Religion en Fellow van St. Edmund’s College, Cambridge. Ook is hij Senior Affiliated Scientist aan The Babraham Institute te Cambridge, waar hij eerder voorzitter van het Molecular Immunology Programme en hoofd van het laboratorium voor Lymphocyte Signalling and Development was.

Alexander is tevens redacteur van het blad Science & Christian Belief en auteur van Rebuilding the Matrix – Science and Faith in the 21st Century (Lion, 2001).

Zie: Interactie tussen religie en wetenschap: vier modellen

Cartoon: © Sidney Harris – sciencecartoonsplus. com

Illustr: humanistischecanon.nl – Copernicus Planisfeer. De Pool Nicolaus Copernicus wijdde zich aan het einde van zijn leven als kanunnik aan de studie van de antieke sterrenkundigen. Zijn hoofdwerk, De revolutionibus orbium coelestium, Over de omwentelingen van de hemelse sferen verscheen in 1543, het jaar van zijn dood.

‘Geloof bestand tegen elke atheïstische bedenking’

antoine.coypel.democritus.circa.460.circa.370.bc.1692
Existentiële omstandigheden inspireren docent filosofie Jan-Auke Riemersma waarde te hechten aan religieuze ideeën, aan de gedachte dat er méér is dan hij kan opmerken; deze gedachte werkt, want ze maakt het onrecht van de dood ongedaan en ze maakt de existentiële last van de mens dragelijk (zonder God geen zinvol bestaan!) 

Het geloof blijkt volgens Riemersma nu heel goed uitvoerbaar te zijn. Je hebt, als het belang van deze epistemologische omkering goed tot je is doorgedrongen, tenminste het volste recht om ‘gewoon’ te geloven in God (fideïsme).’

Je kunt dan gewoon naar de kerk gaan en geloven dat God je hoort, zolang je maar niet – zegt Riemersma erbij – beweert dat God je been verlengt, je rug weer recht, de evolutie georkestreerd heeft, de wereld heeft gemaakt buiten de natuurwetten om en al dergelijke: dat staat gelijk aan beweren dat je kunt vliegen.

‘Heeft de mens dan niet het recht, om met zijn scherpe verstand, te kijken of er iets is áchter de dood? Want als de dood een onrecht is en als de existentiële problemen zwaar wegen, dan is men wijs als men zich verweert, hoe dan ook. Daarom: als ik mij met mijn verstand een metafysische voorstelling van het bovennatuurlijke (transcendente) kan vormen, en dit religieuze gedachtegoed maakt het voor mij mogelijk om mij staande te houden in dit leven, dan heb ik het epistemologische recht om dit te doen en hier in te geloven. Immers, de belangrijkste epistemologische vraag is: werkt het (is het nuttig)?’ 

Het is eenvoudig genoeg om te zeggen dat de werkelijkheid zelf absurd genoeg is om je geloof te ruggensteunen, zegt Riemersma. Je kunt immers betogen dat, aangezien de wereld geen logische bouw heeft, er wel degelijk een transcendente werkelijkheid is – en dat de gelovige, per saldo, het beter gezien heeft dan de naturalist:

Er is letterlijk meer dan wij kunnen bevatten, voor ons is de werkelijkheid (= ongelijk aan ons model van de wereld) zo rijk aan mogelijkheden, dat wij ons met een gerust hart enige religieuze overtuigingen kunnen permitteren. Bovendien maakt deze constructie het mogelijk om het naturalisme te combineren met religie.’

Volgens Riemersma heeft de atheïst een onevenredig groot vertrouwen in onze rationele denkwijze, omdat hij denkt dat ons verstand bedoeld is om een volledig en uitputtend beeld van de werkelijkheid te schetsen. De atheïst zal de gelovige tot de orde willen roepen met zijn traditionele kennistheoretische vragen en zal vragen of je geloof mogelijk is en werkelijk uitvoerbaar.

De atheïst gelooft dat het bestaan van God in absolute zin ‘waar’ of ‘onwaar’ kan zijn. Het is echter verstandiger om te denken dat onze ratio en ons onderzoek van de werkelijkheid een beeld opleveren dat ons helpt om te bepalen of onze intenties uitvoerbaar zijn. Ons beeld van de werkelijkheid is zélf instrumenteel. Het is bedoeld om ons gedrag te regelen – en niet om te dienen als een universeel geldig vergezicht. Mensen zijn niet ‘alwetend’. De metafysica van de atheïst is niet te verdedigen.’  

Riemersma stelt dat hiermee het geloof volkomen verantwoord en absoluut bestand is tegen elke atheïstische bedenking.

Zie: Een smal strand (Religie Verantwoord) – De Lachende Theoloog

delachendetheoloogIllustr. boven: Democritus (Demokritos) van Abdera, Oudgrieks:  Δημόκριτος, Dêmókritos) (ca. 460 v. Chr.-380/370 v. Chr.) was een Grieks geleerde, filosoof, astronoom en reiziger. Hij wordt tot de presocratici gerekend. Hij wordt ook de ‘lachende filosoof’ genoemd. (Schilderij: Antoine Coypel 1661 – 1722 – filosofie.wikispaces.com) Jan-Auke Riemersma noemt zich ‘de lachende theoloog’. (Foto: J-A R).