Neurotransmitters als troost of God, misschien

Boekrecensie van: Op een andere planeet kunnen ze me redden, Lieke Marsman. – Een filosofische queeste naar misschien toch, God. Sprankelende essays en bevlogen (dagboek)verslagen. De auteur als zoeklicht, gevoed door latente spirituele gevoelens die sterk opleven bij de dood voor ogen van de ernstig zieke filosoof en Dichter de Vaderlands 2021-2022. ‘En zo sijpelde de filosofie toch ook de behandelkamer in. Want wie bepaalt wat zinloos lijden is, en wat niet?’ (Update jui 2025: Dichter Lieke Marsman ontvangt dit jaar de Constantijn Huygens-prijs voor haar hele oeuvre.)

‘Hoe gehecht je ook bent aan je eigen rationele wereldopvatting en hoezeer je ook een atheïstische opvoeding hebt genoten, onder de hogedrukspuit van een naderende dood houdt je rationaliteit het niet lang uit’
(Lieke Marsman)

God, misschien
M
et God, misschien, direct na Voorwoord, laat Marsman je onmiddellijk uitnodigend in haar wereld toe. Ze wil, na lang getwijfel, ‘inzichtelijk maken welke dagelijkse praktijken er ten grondslag liggen aan de geestelijke veranderingen’ die zij beschrijft. Een sterke ouverture, waardoor je weet dat je het tot en met de finale wil beleven. Filosoof en psycholoog William James treffen we hier al een paar keer aan. James zullen we nog vaker tegenkomen.

‘Enige tijd later lees ik dat William James, grondlegger van het moderne denken over religieuze ervaringen, drie kenmerken van de geloofstoestand onderscheidt: een gevoel van vrede, een gevoel van waarheid, en de wereld die als nieuw schijnt.’
(Lieke Marsman)

‘Ik móét me wel richten tot God, al heb ik op dat moment nog geen idee wat die ‘God’ voor mij inhoudt. Dat besef dat mijn oude ideeën ontoereikend waren was voor mij trouwens wel een openbaring, eentje die gepaard ging met een enorme last die van mijn schouders viel. Die openbaring herhaalt zich sindsdien bijna wekelijks. En iedere keer is het alsof ik iets vrijer kan ademen, of de uitzaaiingen in mijn longen nou groeien of niet.’
(Lieke Marsman)

‘De wereld is alles wat het geval is’
N
atuurlijk niet onverwacht dat denkers langskomen bij de speurtocht van Marsman. De auteur kent er velen. Filosofen geven antwoord of een begin van antwoord. Zoals taalfilosoof Wittgenstein. Met de Tractatus waarin hij zegt: ‘De wereld is alles wat het geval is.’ In Marsmans woorden: ‘Ik ben het geval. Ik besta.’
Verrassend legt zij Wittgenstein naast de roman Wittgensteins minnares van de Amerikaanse schrijver David Markson. Het spreekt haar aan dat Wittgensteins minnares ‘één lange mislukte poging is om het onuitspreekbare uit te spreken’. Marsman leest hierin de gedachten van hoofdpersoon Kate, die op een ‘oude typemachine typt wat er maar in haar opkomt’.

‘In het boek is er niemand die Kate hoort, niemand die haar rooksignalen beantwoordt. Maar buiten het boek zijn wij er, lezers die hoofdpersonen en hun schrijvers laten voortbestaan zolang we kunnen. Ook na hun dood.’
(Lieke Marsman)


Lieke Marsman

‘Waarover men niet kan spreken…’
M
arsman schrijft in het essay Allemaal kevers over deze zin in de Tractatus: ‘Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen’. Dat is juist wat Marsman niet doet en niet wil. De essentie van haar boek! Zij schreeuwt het uit. En dat helpt.

‘Voor mij onderstreept het juist de essentie van Wittgensteins minnares, een die het best denkbare antwoord op Wittgenstein vormt. We kunnen soms helemaal niet zwijgen over de dingen waarover we niet kunnen spreken! Er zijn trauma’s die zo groot zijn dat niets ze recht doet en toch hebben we de taal nodig om in ieder geval een poging te doen, een allereerste schreeuw.’
(Lieke Marsman)

‘Maar voor mij was het alles’
E
en boek dat je niet kan wegleggen, een magneet. Eerlijk, open en mooi van taal. De auteur praat tegen zichzelf en de lezer zal luisteren. Marsman typt, net als Kate, eveneens wat er maar in haar opkomt. Intuïtief, recht uit haar angstig hart. Zij denkt mee met andere filosofen die haar van alles te zeggen hebben en denkt erover door. Steeds vanuit haar spirituele gevoel, over leven nu en (na) de dood.

‘Krijgen we onder grote druk als het ware een zintuig bij dat een werkelijk bestaande bovennatuurlijke wereld kan waarnemen – of zorgt zulk verdriet alleen voor wat extra neurotransmitters die ons als troost een beetje voor de gek houden? Eén ding is zeker: het verlangen naar bovennatuurlijke krachten op zulke momenten is echt.’
(Lieke Marsman)

‘Mijn eigen ervaring in de Veluwse bossen is, als ik die zo teruglees, niet heel indrukwekkend. Je liep door de modder, en toen had je het gevoel dat God bij je was? That’s it? Maar voor mij was het alles.’
(Lieke Marsman)

‘Misschien is God daar?’
I
n een ander essay, Een tweede bekering, vertelt Marsman dat de ruimte haar altijd mateloos heeft gefascineerd. Misschien is God daar? Een van haar lievelingsfilms is Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey. Ze vertelt over haar fascinatie voor ufo’s. Onderstaand beeld is een van haar favorieten. Met (vertaald) nieuwspamflet dat onder meer stelt: ‘Wat deze tekenen betekenen, dat weet alleen God.’

Een van Marsmans favoriete ufo’s: Hemels fenomeen boven Neurenberg, 14 april 1561

Westerse wetenschap
‘I
n het kielzog van de ufo’s’ vlogen paranormale zaken haar leven binnen. Zoals uittredingservaringen, bijna-doodervaringen, universeel bewustzijn. En ook wetenschappers die opeens iets meemaken waardoor uitgangspunten van de westerse wetenschap volledig op losse schroeven komen te staan. ‘Het idee van een universeel bewustzijn klinkt aanlokkelijk.’ Er zijn momenten dat zij erin gelooft.

‘Het strookt met het beeld dat ik van God heb, een aanwezige afwezigheid die altijd en overal is en alles mogelijk maakt, maar eenieder wel zijn eigen wil gunt. Op andere momenten zit ik hier met mijn lichaam dat overduidelijk een hoopje falende materie is, geen God te bekennen, en kan ik er helemaal niets mee.
Mijn geloof is als een foton dat tegelijk golf en deeltje is, maar waarvan je altijd maar een van de twee toestanden kunt waarnemen. (…) Wat vaststaat is dat ik het heerlijk vind om in ieder geval tussen de verschillende opties te kunnen schakelen. Ik ben liever geen laser maar een zoeklicht.’
(Lieke Marsman)

Op een andere planeet kunnen ze me redden | Lieke Marsman | dagboek/essays | Uitgeverij Pluim | 4 februari 2025 | 252 pagina’s | € 24,99 | E-book € 14,99

Beeld: Detail cover Op een andere planeet kunnen ze me redden
Foto Lieke Marsman: Zomergasten VPRO 2022
Beeld Hemels fenomeen boven Neurenberg, 14 april 1561: The Public Domain Review

‘Wie de mensen leert te sterven, leert ze te leven’

Religie kan in de laatste fase van ons leven troost bieden. Zelfs degenen die niets hebben met religie hopen dat er ‘toch iets is’. Bij gelovige mensen kan troost echter veranderen in twijfel: ‘Misschien is er toch niets na de dood.’ Mensen hebben soms ‘geloof’ in de medische wetenschap. Hooguit biedt dat voor korte of langere tijd troost, en hoop. – Waarom zou je je eigenlijk alleen richten op die laatste fase van je leven? “Wie zijn heden verprutst, is de slaaf van zijn toekomst,” zegt filosoof en meesterschrijver Seneca.

‘Voor niets krijgen we zo veel voorbereidingstijd als voor de dood.
Is het dan niet vreemd dat vrijwel niemand erop voorbereid is?’

(Pedagoog Ferdinand Hellers)

‘We weten niets van de dood’
V
olgens de Vlaamse filosofe Patricia de Martelaere (1957-2009) zetelt de doodsangst in het lichaam. Daarnaast bezit de mens de geest en die beschikt over een ‘wonderlijke kracht’, namelijk het vermogen om los te laten. Een levenslang oefenproces.

‘Een voorbeeld van deze oefening in loslaten is het kritisch onderzoeken van onze vooroordelen over de dood. We zijn vaak geneigd om de dood als iets verschrikkelijks te zien, terwijl we er eigenlijk niets van weten. Wie afstand van dit vooroordeel doet, kan geruster sterven.’
(Simone Bassie en Michel Dijkstra, in Filosofie Magazine)

‘Hun hele leven staat stil’
D
e Vlaamse psycholoog Manu Keirse (78), hoogleraar verliesverwerking aan de Katholieke universiteit Leuven, zegt dat iedereen doodgaat en we het onszelf alleen maar moeilijker maken door ons daar niet bewust van te zijn.

‘Je ziet het ook bij mensen die hun hele leven als een wagon vasthangen aan de locomotief die hun partner is. Als die locomotief plots stopt met rijden, staat hun hele leven stil.’
(Manu Keirse)

Besef
I
n de hedendaagse literatuur kom je meer en meer verhalen, romans en essays tegen over leven en dood. Schrijver en kunstenaar Jan Cremer (84) zei onlangs:

‘Je komt alleen, je leeft alleen en gaat alleen. Als je dat beseft, kun je alles aan in het leven.’
(Jan Cremer)


‘De kunst van het sterven’

The Meaning of Life
C
remer heeft zíjn manier gevonden om goed om te gaan met leven en dood. Het gaat inderdaad om besef; het leven leren begrijpen om beter voorbereid te zijn op de dood. Filosoof Terry Eagleton (81), schrijver van The Meaning of Life, zegt dat als je ouder wordt, en veel meemaakt, je verandert. Hij krijgt daardoor juist meer gevoel voor het geloof waarin hij ruimte vindt voor verdriet en kwetsbaarheid, en voor de dood. Hij probeert te leven met de dood.

Dat wil niet zeggen dat ik niet bang ben. Dat ben ik wel. Maar je moet het op een akkoordje gooien met de dood, zoals je dat moet doen met alles wat onvermijdelijk is: of je raakt verbitterd en boos als je mensen om je heen ziet sterven, of je komt tot een relatie met de dood, een modus vivendi – dat is een centraal uitgangspunt in het christendom.’
(Terry Eagleton)

De kunst van het sterven
H
oogleraar filosofie Simon Critchley (64), van New School for Social Research in New York, schreef Over mijn lijk – Wat filosofen en hun dood ons leren. Volgens de auteur is het de hoogste tijd om ons opnieuw te verdiepen en te bekwamen in de kunst van het sterven.

De moderne mens probeert de dood uit alle macht te negeren, waardoor hij des te meer gebukt gaat onder doodsangst.’
(Simon Critchley)

Vrijheid
Critchley werd onder anderen geïnspireerd door filosoof en schrijver Michel de Montaigne (1533 – 1592): “Wie geleerd heeft te sterven, heeft afgeleerd slaaf te zijn.” Hij trekt daaruit de conclusie dat ‘je instellen op de dood niets minder is dan je instellen op vrijheid’.

‘Wie de mensen leert te sterven, leert ze te leven’
(Montaigne)


‘The Teaching of Buddhism’ (Hilma af Klint)

De laatste levensfase kan je vóór zijn
A
nderen ontdekken het vrije van de filosofie juist als welkom alternatief voor het rigide geloof waarvan ze zich hebben losgeworsteld. Filosoof Seneca (4 v. Chr. – 65 n. Chr.) bijvoorbeeld, biedt verrassende inzichten waarmee je je tijdens je leven al goed kunt voorbereiden op de laatste levensfase. Die fase kan je vóór zijn. Ruim vóór zijn. Hij schreef Levenskunst. Filosofische essays over leven en dood. Daarmee duidde hij er eeuwen geleden al op dat je niet moet wachten op je laatste levensfase. Over senioren zegt hij:

Als een aandoening ze weer bewust gemaakt heeft van hun sterfelijkheid, wat sterven ze dan in panische angst! (…) Ze zijn stom geweest, roepen ze, ze hebben niet geleefd, o, als ze deze ziekte overleven, dan gaan ze het echt rustig aan doen’.’
(Seneca)

Beter is het nú te leven
M
et Seneca kom je onvermijdelijk tot de conclusie dat het beter is nú te leven, en daar schrijft de filosoof bijna vrolijk, laconiek en troostend over. De filosoof bereidt je uitnodigend voor op je laatste levensfase en onze tijd niet te verspillen.

‘Het leven is lang genoeg. We krijgen royaal de ruimte om dingen af te maken, als we al die tijd maar goed besteden. Maar als het leven door onze vingers glipt in onze zucht naar luxe en door desinteresse, als we er niets goeds mee doen, zien wij de feiten pas onder ogen in uiterste nood: eerst beseften we niet hoe het voortging, daarna merken we dat het voorbij is’.’
(Seneca)

Anders omgaan met je doodsangst
Levenskunst 
staat vol met de kunst hoe te leven. Seneca’s vele ‘lessen’ kunnen je wijzer maken. Je leert anders om te gaan met je angst voor de dood, bij velen sluimerend aanwezig. Maar uiteindelijk kan je Seneca misschien ook nazeggen:


Lucius Annaeus Seneca – Peter Paul Rubens

‘En wanneer de laatste dag is aangebroken, aarzelt de wijze niet: met ferme tred loopt hij de dood tegemoet’
(Seneca)

Beeld: Altaarstuk nr. 1, deel van een drieluik, Hilma af Klint (1862 – 1944) – ‘Diegenen die de gave hebben dieper te zien, kunnen voorbij de vorm kijken en zich concentreren op het wonderlijke aspect dat schuilgaat achter elke vorm, leven genaamd.’ (Hilma af Klint)
Beeld de kunst van het sterven: Typex, de Volkskrant
Beeld The Teaching of Buddhism, Hilma af Klint, No. 3d, 1920, oil on canvas, 37.5 x 28 cm, 14.76 x 11.02 in., © Stiftelsen Hilma af Klints Verk.
Beeld Afraid of the dark of of the light? Facebook
Beeld Seneca: The Dying Seneca, Peter Paul Rubens (1577 – 1640), Wiki.

AI en het hiernamaals: digitale rouw

De relatie van de geest tot het lichaam, de kwestie van de vrije wil, de mogelijkheid van onsterfelijkheid. Tegenwoordig hebben kunstmatige intelligentie en informatietechnologieën veel van de vragen geabsorbeerd die ooit door theologen en filosofen werden opgepakt: Alle eeuwige vragen zijn technische vragen geworden. – Onlangs verscheen het rapport AI and the Afterlife: From Digital Mourning to Mind Uploading, dat het snijvlak onderzoekt van technologie met dood en verdriet, een gebied dat bekend staat als ‘virtuele onsterfelijkheid’.

Alle eeuwige vragen zijn technische vragen geworden

Virtuele onsterfelijkheid
AI and the Afterlife: From Digital Mourning to Mind Uploading, een onderzoek naar de dood door systematisch theoloog Nathan Mladin. In Theos’ report stelt hij dat AI een van de belangrijkste krachten is die de wereld van vandaag vormgeeft.

Het staat op het punt om niet alleen onze instituties en capaciteiten te transformeren, maar ook onze relaties, inclusief onze relaties met overleden dierbaren en de manier waarop we om hen rouwen. Dit rapport onderzoekt het snijvlak van technologie met dood en verdriet, een gebied dat bekend staat als ‘virtuele onsterfelijkheid’.’
(Nathan Mladin)

Rouwbots
Het rapportgaat in op digitale erfenis en herdenking, ‘rouwbots’ en digitale persona’s die momenteel te vinden zijn in de populaire cultuur en de markt, maar verdiept zich eveneens in de zorgen erover.

Hoewel door AI aangedreven digitale technologie onder bepaalde omstandigheden kan helpen bij het herinneren van dierbaren en het verwerken van verdriet, schuilt het gevaar in hyperrealistische en interactieve simulaties van de overledene. Deze lopen het risico kwetsbare gebruikers te misleiden en emotionele schade toe te brengen.’
(Nathan Mladin)


 Theos Think Tank AI and the Afterlife: Is Mind Uploading the Future?

Twijfelachtige veronderstellingen
Mind Uploading’ is een speculatief proces van volledige hersenemulatie waarbij een hersenscan wordt gebruikt om de mentale toestand van het individu volledig na te bootsen in een digitale computer.

In het rapport wordt dit onderzocht als voorbeeld en kritiek op het transhumanisme en laat zien dat het uploaden van gedachten berust op een reeks twijfelachtige veronderstellingen over de geest, identiteit en het lichaam, en onsamenhangend is op zowel wetenschappelijke als filosofische gronden.’
(Nathan Mladin)

Transhumanisme
AI and the Afterlife eindigt met een vergelijking van transhumanistische en christelijke opvattingen over de dood, het lichaam en het hiernamaals…

waaruit blijkt dat het transhumanisme een gebied is van de laatmoderne cultuur waar de schaduw van het christendom angstaanjagend blijft hangen, en waar christelijke opvattingen over de dood, wederopstanding en het hiernamaals op fascinerende manieren weerspiegeld en gebroken wordt door een technologisch prisma.
(Nathan Mladin)


Technology, Metaphor, and the Search for Meaning

Filosofische nauwgezetheid
Met het motto in zijn rapport verwijst Mladin naar Meghan O’Gieblyn die in God, Human, Animal, Machine van wie hij vindt dat zij met ‘filosofische nauwgezetheid, intellectueel bereik, essayistische verve, verfrissende originaliteit en een ironisch gevoel van tegenspraak’ ingaat op kunstmatige intelligenties die ons begrip en controle te boven gaan.

Ze put diep en soms op humoristische wijze uit haar eigen persoonlijke ervaring als voormalig religieus gelovige, nog steeds gekweld door geloofsvragen, en ze fungeert als de best mogelijke gids bij het navigeren door het gebied waar we ons allemaal in begeven.’
(Nathan Mladin)

God, Human, Animal, Machine – Technology, Metaphor, and the Search for Meaning | Meghan O’Gieblyn | 12 juli 2022 | 304 blz. | Uitgeverij Random House Usa Inc | Paperback € 13,99 | E-book € 6,99
‘Een opvallend originele verkenning van wat het zou kunnen betekenen om authentiek mens te zijn in het tijdperk van kunstmatige intelligentie, van de auteur van het veelgeprezen Interior States. • ‘Soms persoonlijk, soms filosofisch, met een verkwikkende mix van openheid en scepticisme, spreekt het bedachtzaam en gearticuleerd over de meest cruciale kwesties die onze toekomst te wachten staan.’ (Recensist en schrijver Phillip Lopate)

Bronnen:
* Theos Think Tank: AI and the Afterlife: From Digital Mourning to Mind Uploading (15-02-2024)
* AI and the afterlife: Theos’ report ( pdf, Nathan Mladin)
* Theos Think Tank : AI and the Afterlife: Is Mind Uploading the Future?
* YouTube: AI and the Afterlife: Is Mind Uploading the Future? (Black Mirror Review) ‘Zou jij een digitale versie van jezelf maken die na je dood kan voortleven? Wat dacht je van een interactieve avatar van een overleden dierbare? Of je gedachten uploaden naar een supercomputer? Dit zijn allemaal vragen die dr. Nathan Mladin heeft onderzocht in zijn bespreking van drie televisie- en filmplots die zich richten op het onderwerp mind-uploading en transhumanisme.’

Beeld: Is Digital Resurrection Possible? (theosthinktank.co.uk)
Beeld Nathan Mladin: Linkedin
Beeld  AI and the Afterlife: Is Mind Uploading the Future?: Theos Think Thank
Beeld Meghan O’Gieblyn: Goodreads

‘We moeten ál het leven op aarde centraal stellen’

Landschapspijn en klimaatstress. We voelen emoties bij de veranderende natuur om ons heen. Milieufilosoof en milieuactivist Glenn A. Albrecht geeft momenteel in Nederland een lezingenreeks over zijn boek Aarde-emoties. Over de emoties die de teloorgang van natuur en veranderende leefomgevingen oproepen. Over een nieuw tijdperk: het Symbioceen, waarin mens, natuur en technologie in balans samenleven en profiteren van elkaars bestaan. Aarde-emoties verscheen in 2019 in tal van talen. ‘Een nieuwe taal voor een nieuwe wereld’.

‘Milieufilosoof Glenn Albrecht onderzocht als docent duurzaamheid jarenlang de relatie tussen ecosystemen en de menselijke gezondheid’

Terrafurie
H
et symbioceen moet het destructieve antropoceen opvolgen. In het symbioceen, zegt het boek, hebben we geen last meer van ‘biofobie’ (angst voor het leven), van ‘topoaversie’ (weerstand tegen bepaalde ontwrichte plekken waarvan we ooit hielden), van ‘terrafurie’ of ‘klimaatwoede’.

Wanneer we ergens geen taal voor hebben, kunnen we het ook niet beschermen. Filosoof Ludwig Wittgenstein schreef dat de grenzen van onze taal de grenzen van onze wereld zijn. Je zou kunnen zeggen dat ik probeer om de grenzen van onze wereld te verleggen.’
(Glenn Albrecht)


Glenn Albrecht

Troostwee
O
nze relatie met de aarde verandert. In Aarde-emoties reikt de Australische denker Albrecht hiervoor nieuwe woorden aan: ‘De wereld verandert sneller dan de taal.’

Albrecht beschrijft nieuwe emoties zoals ‘solastalgie’, de ‘troostwee’ die je hebt, terwijl je thuis bent en je vertrouwde leefomgeving wordt vernietigd of in verval is. Dit is misschien wel dé bepalende emotie van de eenentwintigste eeuw.’
(Noordboek)

Paradox
Ondanks gevoelens als ‘solastalgia’ blijft het grootste deel van de mensheid de natuur uitbuiten. Er lijkt dus sprake van een paradox: enerzijds geven mensen om het milieu en anderzijds blijven ze het verwoesten. Voxweb (Magazine van de Radboud Universiteit) vraagt Albrecht hoe hij dat verklaart.

Klopt; we hebben inderdaad zulke gevoelens voor de aarde, maar toch vernietigen we haar. Dat komt omdat we afgeleid zijn. Vandaag de dag leven we in een wereld vol leugens. Reclames en marketing zijn groots in hun pogingen om ons af te leiden van de feiten omtrent klimaatverandering.’
(Glenn Albrecht)


‘Er zijn maar twee opties: de dood of een symbiotische relatie met de wereld’
(Voxweb, Glenn Albrecht)

Antropoceen was destructief
D
e milieufilosoof muntte de steeds meer ingeburgerde term ‘symbioceen’: dat staat voor opnieuw ‘symbiotisch’ leven met de natuur. In het symbioceen leven en werken we samen met alles wat leeft op aarde, zegt de Radboud Universiteit. Radboud Reflects organiseerde afgelopen dinsdag lezingen met Albrecht en andere filosofen.

We zien de natuur niet langer louter als gebruiksvoorwerp of als object, maar als een wezenlijke samenwerkingspartner. Het Symbioceen geeft ons weer hoop voor een toekomst waarin we daadwerkelijk samenleven met de natuur.’
(Radboud Universiteit)

Niet louter consument van de aarde
N
a zijn lezing over Aarde-emoties sprak Albrecht met filosofen Elize de Mul en Boris van Meurs, met als doel te komen tot een symbiografie: een beschrijving van ons leven in relatie met de natuur in plaats van als louter consument van de aarde.

Klimaatverandering, de vernietiging van ecosystemen en mensen die ongelukkiger worden. Het is tijd voor een radicale ommezwaai, vindt de Australische milieufilosoof Glenn Albrecht. ‘We moeten ál het leven op aarde centraal stellen.’
(Trouw)

Bronnen:
* Radboud Universiteit / Voxweb – Milieufilosoof: ‘Er zijn maar twee opties: de dood of een symbiotische relatie met de wereld’
* Filosofie Magazine – Glenn Albrecht: ‘Door klimaatverandering kun je heimwee hebben terwijl je nog thuis bent’
* Trouw – Milieufilosoof Glenn Albrecht: ‘De strijd om klimaatverandering vraagt om nieuwe woorden’

* Aarde-emoties – een nieuwe taal voor een nieuwe wereld | Glenn A. Albrecht | Vertaling: Joris Capenberghs | ISBN 978 94 6471 132 5 | Paperback met flappen| 336 pagina’s | € 34,90 | 01042024 | Noordboek

Zie ook de nieuwe taal van Glenn Albrecht in: NRC – ‘Ecoparalyse, solastalgie – nieuwe termen in tijden van een klimaatcrisis: Volgens milieufilosoof Glenn Albrecht schieten woorden tekort om te beschrijven over wat er met de aarde gebeurt. Dus bedacht hij nieuwe termen. “We moeten op andere manieren leren praten”.

Beeld: Cover Aarde-emotie (detail)
Beeld Glenn Albrecht: Brainwash Glenn Albrecht is via livestream aanwezig op het Brainwash Festival oktober 2024
Beeld aarde: The God who loves © 2024 – Chris Duffett Art

Vincent van Gogh schildert de spiegel van de ziel

De diepe eerbied voor het mysterie dat zich voor Vincent van Goghs ziel plaatste in de onmetelijke hemel boven het vlakke veenland, maar later ook in de Provençaalse zon en de sterrennacht, heeft hem vaak getroost. In zijn werk wilde hij die troost tot expressie brengen. – Kick Bras, voormalig docent spiritualiteit aan de Theologie Universiteit Kampen, schrijft in het artikel ‘In de natuur herkende Van Gogh de condition humaine’ over hoe Van Gogh zin en betekenis in de natuur vormgeeft, en verband legt tussen natuurbeleving en spiritualiteit. ‘Ik zie in de natuur, bijvoorbeeld in bomen, expressie en als ’t ware een ziel.’

‘Welnu, ik zie er dit en dat in, hier op de stille hei
waar ik God voel hoog boven U en mij.’
(Vincent van Gogh)

Bras vertelt dat Vincent van Gogh (1853 – 1890) zichzelf ziet als de zaaier die hoop zaait en zelfs de dood kon beschouwen als een troost.


Korenveld met maaier – Vincent van Gogh -1889

Zo schilderde hij de maaier in het veld even buiten de inrichting waarin hij was opgenomen, als een beeld van de dood, maar in een stralende zon.’
(Kick Bras)

Vincent voegde daar wel aan toe dat het een dood was ‘bijna met een glimlach. Het is helemaal geel, afgezien van een rij paarse heuvels – bleek- en lichtgeel. Ik vind het grappig dat ik het zo heb gezien door de tralies van een cel.’
(Van Gogh Museum)

‘Strijd des levens’
Vincent maakte Boomwortels in 1882. Daarover schreef hij, aldus Bras, aan zijn broer dat hij in die tekening een sentiment wilde leggen:

‘… het zich als ’t ware krampachtig en hartstogtelijk [sic] vastwortelen in de aarde en het toch half losgerukt zijn door de stormen … iets uitdrukken van den strijd des levens.’
(Vincent van Gogh)


Boomwortels – Vincent van Gogh – 1890

Een spiegel van de menselijke ziel
In de natuur herkende Van Gogh de condition humaine. (Die term staat voor ‘wij mensen worden tegengehouden door onszelf’ of ‘het lot van het mensdom’. Ook wel vertaalt als ‘het menselijk tekort’ – waaraan alle mensen onderworpen zijn.) Volgens Bras wilde Vincent in zijn tekeningen en schilderijen de natuur tonen ‘als een spiegel van de menselijke ziel, een spiegel van zijn eigen emoties’.

’Ik zie in de natuur, bijvoorbeeld in bomen, expressie en als ’t ware een ziel.’
(VvG)

Een teken van het grote levensmysterie
De kunstenaar deelde deze visie met zijn vrienden Gauguin en Bernard en, vervolgt de auteur, breder gezien, met de symbolistische kunstenaars: niet de natuur naturalistisch weergeven, maar als symbool van zin en betekenis, menselijke emoties en spirituele waarden.

De natuur werd daarbij niet alleen een spiegel van de ziel, maar ook een teken van het grote levensmysterie, waarmee de mens de confrontatie aan moet gaan.’
(KB)


Foto van de exacte locatie waar Vincent van Gogh Boomwortels schilderde – 1907

‘De dingen zijn zóó onuitsprekelijk’
In dat vlakke land van de veengronden in Drenthe voelt hij een intense verbondenheid met quelque chose là- haut [iets daarboven], zoals de boerenschilder Millet het uitdrukt. 

Het is iets ontzettends, iets awfull’s [ontzagwekkends], waar ge voor staat – de dingen zijn zóó onuitsprekelijk dat ik er geen woorden voor heb, dat als ik niet Uw broer en Uw vriend was, die zwijgen voor ondankbaar en voor weinig humaan zou houden, ik niets zou zeggen …  welnu, ik zie er dit en dat in, hier op de stille hei waar ik God voel hoog boven U en mij.’
(VvG)

Iets verder in de tekst zegt de auteur: ‘Het mysterie van Dat wat boven ons uitgaat roept in zijn ziel een diepe awe op. Dit betekent zoiets als eerbied, ontzag.’


Stilleven met Bijbel – Vincent van Gogh – 1885

Joie de vivre
Op de stille hei voel ik God hoog boven U en mij’, schrijft Vincent. – In een eerder blog, Vincents joie de vivre, wil de schilder optimaal leven, van het leven genieten.

Maar maar ja, die altijd aanwezige Bijbel… van zijn vader, de dominee. Op Vincents doek Stilleven met Bijbel durft Vincent zijn ‘eigen bijbel’: La  joie de vivre van Emile Zola, te schilderen. Voorzichtig, klein, naast de lijvige Bijbel van zijn vader, die nog maar pas dood is. Het boek van Zola kan je zien als een soort ‘bijbel’ van het moderne leven. Beide boeken staan symbool voor de verschillende levensvisies van Vincent en zijn vader. – Vincent vindt zijn ziel en God in de natuur, ervaart het mysterie van het leven puur, als een mysticus.
(PD)


Don McLean

Don McLean zingt Van Gogh
Een verrassingsoptreden van Don McLean voor de bezoekers van het Van Gogh Museum, met aller tijden favoriet Vincent (meer bekend als Starry, Starry Night), op zondag 25 augustus 2019. Als je goed luistert, hoor je dat McLean niet alleen de Starry, Starry Night bezingt, maar ook zijn andere schilderijen.

Bronnen:
* ‘In de natuur herkende Van Gogh de condition humaine’  (Volzin, 17 10 2023)
* Vincent van Goghs ‘joie de vivre’ (Goden En Mensen, 28 03 2023)

* Van Gogh Museum Amsterdam

– Beeld: Sterrennacht boven de Rhône – Vincent van Gogh – 1889. Credits: Van Gogh Museum, Amsterdam
(Vincent van Gogh Stichting)
Korenveld met maaier – Vincent van Gogh. Credits: Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)
Beeld: Boomwortels – Vincent van Gogh. Credits: Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)
Foto Boomwortels (1907): de exacte locatie waar Vincent van Gogh het schilderij Boomwortels schilderde (Pontoise Museum blog)
– Beeld Stilleven met Bijbel: Vincent van Gogh, Nuenen. Credits: Van Gogh Museum, Amsterdam
(Vincent van Gogh Stichting)
Beeld Don McLean: wikipedia

‘Stop de waanzin. Help mij te leven’


Waardig leven en sterven

De noodkreet van hoogleraar Ethiek van de Gezondheidszorg, Theo Boer, klinkt heftig: “Stop de waanzin. Help mij te leven in plaats van de handdoek in de ring te gooien.” Het hernieuwde D66-wetsvoorstel zegt ouderen die willen sterven, te helpen. Maar volgens Boer, in Trouw, knaagt dat voorstel ‘aan ons aller bereidheid van de moeilijkste tijden nog iets te maken’. – Willen ouderen ècht dood is de vraag. Hebben zij inderdaad het gevoel dat de maatschappij hen niet meer nodig heeft? Dat zij als ouderen ondergewaardeerd worden?

‘Natuurlijk heeft dit iets medemenselijks: sommige mensen zien huizenhoog op
tegen het leven in de laatste levensfase’

(Theo Boer)

Suïcidepreventie
Gooit D66 de handdoek in de ring, in plaats van ouderen boven de 75 helpen te leven? En waarom, zo vraagt Boer zich ook af, word je als je 55 of 65 bent en wil sterven naar de suïcidepreventie-lijn 113 doorverwezen? ‘Die leeftijdsgrens van 75 jaar is ook nog eens discriminerend naar anderen met een persistente doodswens. Kennelijk is het lijden van jongere volwassenen niet ernstig en hun doodswens niet invoelbaar genoeg.’

 ‘Gaande generatie’ van boomers
Met dit wetsvoorstel wordt een complete generatie – een ‘gaande generatie’ van boomers die uit miljoenen mensen bestaat – weggezet. ‘Wilt u sterven? Weet u het zeker? Want wat ons betreft kunnen wij zonder u.’ Het kan niet anders of hiermee wordt de toch al voortgaande onderwaardering van ouderen en van ouder-zijn geïmpliceerd.’
(Theo Boer, Trouw, 10 11 2023)

Hulp bij leven en sterven
Het probleem dat Theo Boer in Trouw schetst, is niet eenvoudig. In onze maatschappij willen we – of hebben we de menselijke plicht – mensen bij te staan. Sommige mensen willen hulp om te leven, anderen willen juist hulp bij sterven. Dat geldt voor alle leeftijden. Als je jong, of ouder, en suïcidaal bent, loop je voor hulp tegen muren aan, om er uiteindelijk vanaf te springen.
Dat wordt mede veroorzaakt door een schrikbarend tekort aan zorgverleners. Palliatieve zorg wil een zo goed en prettig mogelijk leven bieden aan mensen die niet meer genezen. Ook voor die zorg zijn nauwelijks mensen. Mantelzorgers worden zelf ziek.

Verwarde mensen
Tot 2009 werkte ik bijna veertig jaar lang in de zorg, van lichamelijke tot psychische zorg, van ziekenhuis tot psychotherapeutische kliniek. Overal ontmoette ik mensen die beter wilden worden, maar zag ook velen lijden aan het leven. Sommigen kregen nauwelijks een goede behandeling, zeker in de ‘oude psychiatrie’: velen – nu verwarde mensen genoemd, en overal op straat te vinden – vonden daar veilig onderdak. Maar meer ook niet. Therapeutische hulp was daar nauwelijks. Patiënten kwamen de dag door met ‘behulp’ van tranquillizers of psychofarmaca, sluimerend, en met bezigheidstherapie. In de loop der jaren zag ik de hulpverlening wel op alle niveaus sterk verbeteren, maar de laatste decennia is de zorg finaal uitgekleed.

Zelfredzaam zijn?
Bejaarden- en verpleegtehuizen zijn vrijwel opgeheven. Mensen moeten immers zo lang mogelijk zelfstandig leven, ‘zelfredzaam zijn’, maar dat wordt op hoge leeftijd onleefbaar. De (thuis)zorg kan de hulp niet meer geven: er zijn steeds minder hulpverleners. Opvang in een tehuis is onmogelijk geworden: ze worden niet eens meer gebouwd. En niet alleen vanwege stikstofproblemen, maar door jarenlang verkeerd (geen) overheidsbeleid, beleid zonder visie op lange termijn.

Waardig sterven
Onze inzet is altijd dezelfde gebleven: waardig sterven moet voor iedereen boven de 75 jaar mogelijk zijn,’ zegt [D66-Kamerlid Anne-Marijke] Podt. ‘Ik besef heel goed dat er veel mensen zijn in het land die het ongelooflijk spannend vinden dat wij zelfbeschikking mogelijk willen maken. Terwijl anderen de voorstellen niet ver genoeg vinden gaan. Je moet deze discussie zorgvuldig voeren.’
(Wilma Kieskamp, Trouw, 6 11 2023)

Waardig leven
Waardig sterven zou voor velen mogelijk moeten zijn; maar eigenlijk zou waardig leven op de eerste plaats moeten staan. Zò’n wetsvoorstel zou zoden aan de dijk zetten: mensen krijgen dan echt zelfbeschikkingsrecht. Over hun leven, over hun sterven, over waardig oud worden, zonder het gevoel te krijgen dat je er niet meer toe doet als oudere. Woningen en tehuizen horen ook bij dat waardig leven. En als je dan uiteindelijk het tijdelijke met het eeuwige wisselt, kom je hopelijk ook op waardige wijze in die andere wereld terecht.

Restauratie van Nederland
N
a vele jaren van beleid zonder visie, heeft Nederland restauratie nodig: het land weer terug in goede staat. Nu de verkiezingen naderen, zou het mooi zijn als mensen bewuster dan ooit gaan stemmen – zelfbeschikking! – op partijen die op restauratie en waardig leven (bestaanszekerheid!) gericht zijn. Dat zal jaren duren, maar doorgaan op de huidige destructieve wijze van overheidsbeleid, zal de situatie slechts verergeren. Soms moet de onderste steen boven. Om uiteindelijk iedereen de kans te geven menswaardig te leven. En te sterven.
Stop de waanzin, help het leven. 🌱

Beeld: Herfst in Utrecht Leidsche Rijn, 10112023, PD
Tekening: zorgenvoormorgen.org
Cartoon: rws.be – ZAK, huistekenaar van De Morgen, tekende uit sympathie en ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van RWS deze cartoon

‘Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’

Een vertelling in de Indische wijsheidstraditie verhaalt over een leerling die van een wijze heel graag wil weten of er leven is na de dood. Het antwoord van de wijze luidt: ‘Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’ Leven vóór de dood is vooral de kwestie als de dood zich plotseling aankondigt als: Diagnose ongeneeslijk ziek. Sterfelijkheid wordt dan ineens actueel en kan tot levenshaast leiden. In de tijd die je rest, wil je zo veel mogelijk uit het leven halen. De confrontatie met onze sterfelijkheid kan de mens volgens filosoof Martin Heidegger bovendien dichter bij ‘de zin van het zijn’ brengen, dichter bij de betekenis van het bestaan.

‘In confrontatie met de dood besef je dat tijd niet oneindig is – en laadt de schaarse tijd die we hebben op met zin’
(Koen Haegens)

Levenshaast
De autobiografie Levenshaast (2016), van communicatieadviseur Ingeborg van Beek (1976 – 2022) is ‘haar rauwe, authentieke en krachtige verhaal over leven met een tikkende tijdbom in haar hoofd’. Ze schrijft over spijt en verlangens, verdriet en optimisme en haar rotsvaste geloof in de kracht van het nu. Haar psychologe voelt bij haar, naast verdriet door de confrontatie met ziekte en de dood, een buitengewone vrolijkheid. Zij noemt Van Beek levendig en ontdekkend en zegt dat ze lijdt aan levenshaast. Laconiek vraagt Van Beek of daar pillen voor zijn. De psycholoog schudt daarop haar hoofd: ‘Geniet van elk moment, je leeft maar één keer!’ Van Beeks reactie hierop is dat zij inderdaad ‘maar één keer, maar vooral iedere dag leeft’. Levenshaast regeert: op haar sterfbed wil de auteur geen spijt krijgen van alles wat zij níét heeft gedaan. ‘Ik wil drinken, dansen, de levenshaast door mijn aderen voelen stromen en ervan genieten’.

Memento mori
L
evenshaast lijkt de overtreffende trap van carpe diem: pluk de dag. Dit Latijnse spreekwoord komt van de Romeinse dichter Horatius. Hij zei er wel bij: ‘Moge je wijs zijn’ en ‘dat je de dag leert dragen wàt het ook maar zal zijn’. Je weet immers nooit wat je plukt, zal hij gedacht hebben. En als dat de nabije dood is, kom je onverhoeds uit bij memento mori: Gedenk te sterven.

Beperkte tijd
D
e tijd kan snel door onze vingers glippen. Journalist Koen Haegens vertelt hierover in een interview in Filosofie Magazine. Van de beperkte tijd wordt hij zich sterk bewust als hij midden in het leven onverwacht een levensreddende operatie moet ondergaan. Daarna wil hij elke dag leven alsof het de laatste is, maar binnen een jaar zit hij weer in de draaimolen van apps en sociale media. Hoe komt het toch, vraagt hij zich af, dat we het liefst zo veel mogelijk van onze beperkte tijd willen genieten, maar tegelijk onze tijd verspillen aan apps en sociale media?

Toegewijde tijd
H
aegens is de auteur van Op zoek naar de verstrooide tijd (2023), waarin hij onze tijdsbeleving bestudeert via de filosofie en wetenschappelijk onderzoek. In de verstrooide tijd beslissen we volgens de auteur niet actief over wat we met onze tijd doen, maar laten we ons meevoeren op de golven van de tijd. Het tegenovergestelde ervan is toegewijde tijd. Haegens: ‘In confrontatie met de dood besef je dat tijd niet oneindig is – en laadt de schaarse tijd die we hebben op met zin’.

De zin van het zijn
Een plotselinge confrontatie met onze sterfelijkheid kan de zin van het zijn in ons wakker schudden. En niet zachtzinnig, maar meedogenloos, als door het luide gerinkel van een ouderwetse wekker. Ineens zit je rechtop in bed.
‘Word ik morgen nog wakker?’ Dit is wat Haegens ervoer, toen hij vanwege een gescheurde aorta in het ziekenhuis lag: ‘Het besef van onze eindigheid zorgt ervoor dat de mens niet opgaat in een alledaags of oppervlakkig leven’.

Ons onverwisselbaar leven 
Heidegger roept zelfs op om voortdurend te leven met het einde voor ogen: Sein zum Tode. Dit lijkt een vrijwel onmogelijke opgave. Juist uit angst onze eigen dood te ontmoeten, willen we liever het leven door onze aderen voelen stromen en ervan genieten. We moeten van de filosoof wel voorkomen af te glijden naar ‘vrijblijvend’ leven: beter zou het zijn ons ‘onverwisselbaar leven’ te verwerkelijken. De dood roept ons op tot bezinning. Heidegger: ‘Hij [de dood] openbaart de onherroepelijkheid van onze beslissingen en roept ons tot het eigenlijke en eigen leven in vrijheid en zelfverantwoordelijkheid.’

Gemoedsrust
L
even met het einde voor ogen. Moet je dan alles uit het leven halen wat erin zit? Elke dag leven alsof het de laatste is? Voor je het weet is hedonisme je levensfilosofie. Genot en geluk nastreven als ultiem levensdoel. Al snel komt dan ‘de filosoof van het genot’, Epicurus, in zicht. Die heeft het echter niet over ‘platvloers’ hedonisme, maar begrijpt genot als gemoedsrust: ‘Het doel van de mens is afwezigheid van geestelijke pijn’. De autobiografie van Van Beek is wat dit betreft veelzeggend: met de dood voor ogen bestrijdt zij haar geestelijke pijn door ultiem van het leven te genieten.

Elkaar ondersteunen
B
ij Arjan Broers, auteur van De beste helft (2023), is de ervaring van een flinke burn-out belangrijk geweest voor wie hij is geworden. Nadat hij ‘was opgekrabbeld en weer energie voelde, kwam de vraag op: wat ga ik in het vervolg van mijn leven doen?’ Het interesseerde hem minder dan vroeger wat hij wilde verdienen of bereiken, maar was nieuwsgierig geworden naar iets anders: naar ‘wat ik te doen of te geven heb’. Het bracht hem dichter bij de zin van het zijn, dichter bij de betekenis van het bestaan.

Maar weet je lieve schat wat het geval is? Ik zoek iets meer ik weet alleen niet waar”. Met deze openingszinnen uit de songtekst Is Dit Alles (1982) (YouTube) van de band Doe Maar opent Broers het hoofdstuk Is dit alles? Het boek kreeg als subtitel mee: Kunnen we behalve alsmaar ouder ook wat wijzer worden? ‘We moeten stilstaan bij wie we zijn en wat we betekenen’, zegt de auteur. Er komt er een moment dat je ‘iets of iemand bent geworden. En dan moet je nog een poos’. Altijd op zoek naar wijsheid, vond hij dat een uitgelezen moment om geestelijk te groeien en wijzer te worden: een taak voor ieder van ons, en voor ons samen. Broers: ‘Want we kunnen het alleen als we elkaar helpen en ondersteunen’.

Levenshaast?
Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’ zei de wijze in het begin van deze overdenking. Zou je de confrontatie met je sterfelijkheid beter in een eerder stadium moeten aangaan? Levenshaast? Of liever bijtijds stílstaan bij leven en sterven? Epicurus, uit de vierde eeuw v. Chr., zegt: ‘De kunst om goed te leven en de kunst om goed te sterven is dezelfde’.

Beeld: Civis Mundi, tijdschrift voor Sociale Filosofie en Cultuur

N.B. Eerder, op 15 juni 2023 gepubliceerd in de Nieuwsbrief, onder de titel Memento Mori – Een beschouwing voor de Vereniging leven met dood.
‘Haast om te leven. Anders gezegd: alles eruit willen halen wat erin zit. Wie een dierbare heeft verloren en sterfelijkheid van heel dichtbij heeft meegemaakt, kan soms de urgentie voelen om harder te gaan leven. Maar de vraag is of je jezelf daar een plezier mee doet.’

In de Nieuwsbrief onder meer ook: Cees BaanUitgesteld verdriet: haast maken met liefhebben.
‘Er zat blijkbaar wat verwaarloosd verdriet in mij.’ Cees Baan vertelt zijn persoonlijke verhaal over zijn gevoel ‘haast’ te moeten maken met zorg en aandacht voor zijn geliefden.

De stilistische kracht van Marieke Lucas Rijneveld

Volgens de dominee is ongemak goed: ‘in ongemak zijn we echt’, zegt Jas in De avond is ongemak. Zij is in gesprek met twee padden over de verschillen tussen hen en haar. ‘Het belangrijkste verschil tussen jullie en mij is dat jullie geen vader en moeder meer hebben of ze niet meer zien’. In de zin die erop volgt – en typerend is voor de buitengewone en sterke stijl van schrijven van Rijneveld – zegt Jas: ‘Ik mis vader en moeder vaak, terwijl ik ze iedere dag zie’.

‘Het schrijnende verhaal van een gereformeerd boerengezin dat wordt getroffen door de dood van een kind. Door de ogen van Jas, die zich ophoudt in het niemandsland tussen kindertijd en volwassenheid, zien we hoe de familieleden elk op hun eigen manier omgaan met het verlies’

Niemandsland
Vrijwel alles wat Jas ervaart koppelt zij aan een herinnering of gedachte die nog meer van haar en haar leven laat zien; veelal met speelse, fraaie maar ook pijnlijke metaforen die ten dienste staan van wat ze als tienjarige beleeft, of beter gezegd ondergaat, in het boerengezin.

‘De avond is ongemak’ van Marieke Lucas Rijneveld is het schrijnende verhaal van een gereformeerd boerengezin dat wordt getroffen door de dood van een kind. Door de ogen van Jas, die zich ophoudt in het niemandsland tussen kindertijd en volwassenheid, zien we hoe de familieleden elk op hun eigen manier omgaan met het verlies. Vader en moeder zijn volledig verlamd door verdriet en zien niet hoe Jas en haar zusje Hanna en haar broer Obbe ondertussen langzaam ontsporen.’
(Uitgeverij Atlas Contact)

De overkant
Het verlangen naar ‘de overkant’ is bij Jas (ze leeft in een jas die ze nooit uitdoet) sterk aanwezig, een thema dat je ook terugvindt in Rijnevelds dichtbundel Kalfsvlies. Aan de overkant ‘waar de wereld pas echt zou beginnen’. Zo opgesloten voelt Jas zich in het gezin waar ‘vader en moeder er wel zijn en ook weer niet’. Eigenlijk wil ze ‘andere ouders’, ‘ouders die je zien’. En aan ‘de overkant’ kan ze misschien eindelijk zichzelf zijn. Jas zegt niet zozeer naar ‘tietjes’ of ‘jongens’ te verlangen, maar naar zichzelf.

Beklemmend
Donker christelijk orthodox denken en leven slaat koud op je neer als je de roman De avond is ongemak (2018) leest. Ik schrik ervan, verkeren velen nog altijd in de tijd van Wolkers, ’t Hart en Reve? Bestaat dat leven nog altijd, terwijl ik, als veertienjarige, al in 1962 naar ‘de overkant’ kon gaan? En ik verliet slechts een milde vorm van (katholiek) geloof. – Duister, beklemmend, doodmakend is het leven waarin Jas, met zusje Hanna en broertje Obbe klem zitten. En de overkant lijkt voor hen onbereikbaar.

‘Ik ben voor de schemering thuis,’ riep hij naar moeder. In de deuropening draaide hij zich nog eenmaal om en zwaaide naar me, de scène die ik later in mijn hoofd steeds zou afspelen, tot zijn arm niet meer omhoogging en ik begon te twijfelen of we überhaupt wel afscheid hadden genomen.’
(uit: De avond is ongemak)

Afstandelijk heel dichtbij
Rijneveld schrijft op een bepaalde manier afstandelijk, klinisch observerend. Met een loep zit ze weliswaar boven op het leven, maar doet dat alsof ze het boerengezin wetenschappelijk, met een helicopterview, bestudeert: zo op afstand schrijven lukt tenminste. Maar juist met die afstandelijkheid komt Rijneveld in de roman akelig dichtbij dat leven. Als lezer zit je er midden in, je wordt erin getrokken, soms tot in het detail, het verhaal laat je niet los. Naargeestig, terwijl je denkt: hoeveel gelovigen zitten hier nog in vast? Wat een wereld laat ze zien!

God verliezen
Jas schrijft erachter te zijn gekomen ‘dat je op twee manieren het geloof kwijt kunt raken: sommige mensen verliezen God als ze zichzelf vinden, sommige mensen verliezen God als ze zichzelf verliezen’. Jas denkt dat zij bij de laatste groep gaat horen.

Gedachtewereld
Literair gezien een juweel van een boek, met soms een hele gedachtewereld achter één woord of één zin. Mooi bijvoorbeeld als Jas zich afvraagt of dit ons oorspronkelijk bestaan is, of ‘wacht er ergens op aarde nog een ander leven dat net zo goed om ons heen past als mijn jas?’ Over haar vader: ‘Hij zegt nooit “sorry”. Hij krijgt het woord niet over zijn lippen, enkel Gods woord rolt er gemakkelijk uit’.

De wereld is ongemak | Marieke Lucas Rijnveld | 2018 | uitgeverij atlas contact | 272 pagina’s | 15,00 |
De avond is ongemak verscheen in 2018 en werd meteen een succes, bekroond met de ANV Debutantenprijs en stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs. De Engelse vertaling (The Discomfort of Evening) werd bekroond met de prestigieuze International Booker Prize.

Beeld Marieke Lucas Rijneveld (2022): wikiportret.nl – Michaël Roumen, CC-BY-SA 4.0
Update 06052025

Voltooid leven? Doe als Boeddha

Misschien lijden mensen die hun leven voltooid vinden wel het meest ondraaglijk en uitzichtloos. Zij voelen zich levensmoe en vinden dat het leven weinig tot geen perspectief biedt. Maar ze gaan (nog) niet dood. Elke dag moeten ze weer opstaan. Dezelfde dag steeds weer beleven. Ze kennen geen enkel, zelfs geen minimaal, zinvol moment. Het verlenen van hulp bij zelfdoding aan iemand die het leven voltooid vindt, blijft echter verboden.

‘Hoewel het leven zelf pijn brengt, zijn we niet veroordeeld
om hier passief onder te lijden’

(Boeddha)

Anders omgaan met je voltooide leven
De rechtbank Den Haag deed in december 2022 uitspraak over het strafrechtelijke verbod op hulp bij zelfdoding. Het verbod blijft gehandhaafd. Coöperatie Laatste Wil vindt dit teleurstellend voor eenieder die menselijk en waardig wenst te sterven op een zelfgekozen moment en noemt de uitspraak inhumaan.

Maar blijft dit het enige dat ­iemand met een voltooid leven kan doen? Zijn er voorbeelden van mensen die wél in staat zijn met een voltooid leven om te gaan?

Boeddha leefde ‘voltooid’ verder
Het leven van prins Siddhartha Gautama is voltooid op 35-jarige leeftijd. Na een beschermde opvoeding ziet Siddhartha dat het leven lijden is. Vanaf zijn 29ste ziet hij voor het eerst mensen die oud zijn, ziektes krijgen en doodgaan. En dat dit normaal is.

Uiteindelijk besluit Siddhartha te gaan mediteren onder een bodhiboom totdat hij verlichting zou bereiken of zou sterven. Zes jaar later bereikt hij verlichting. Dan wordt hij Boeddha (‘de verlichte’ of ‘de ontwaakte’). Zijn leven is vanaf dan voltooid. Maar hij gaat niet dood. Nog 45 jaar zet hij zich in voor anderen en onderwijst hij zijn nieuw gevonden inzicht. Hij wordt een gerespecteerd spiritueel leider.


Boeddha onderwijst de vier edele waarheden

Er zijn voor de ‘onvoltooide’
Nu zijn de meesten van ons geen Boeddha, maar mensen wier leven voltooid voelt, zouden met de energie die ze toch nog hebben, wel iets voor de ander kunnen betekenen. Sommige ‘voltooiden’ – vaak mentaal nog kraakhelder – zouden anderen kunnen vertellen over hun levenservaring en inzichten.

Het leven is dan minder ondraaglijk en uitzichtloos en kan zelfs weer enig perspectief bieden. Als ‘voltooide’ kan je voor die ander, wellicht een ‘onvoltooide’, iets betekenen en die ander kan er voor jou zijn.

Accepteren
Het leven is lijden, zegt Boeddha, maar de spiritueel leider zegt ook dat te accepteren. Als je er weerstand aan biedt, wordt het alleen maar erger. Je kan elkaars lijden verlichten. Een nobel doel volgens Boeddha: “Want hoewel het leven zelf pijn brengt, zijn we niet veroordeeld om hier passief onder te lijden.”

Op weg gaan met de ander
Ook geestelijk verzorger en pastoraal vormingswerker Marinus van den Berg stelt dat je lijden niet moet ontkennen of onderschatten, want dan wordt het juist zwaarder. ‘De dood hoort bij het leven. Door met elkaar te praten kun je leren op een menselijke manier om te gaan met afscheid en de dood.’ Van den Berg schreef tientallen boeken, waaronder Lijden verlichten.

Elkaars lijden verlichten
Van den Berg heeft het niet expliciet over voltooid leven, maar wel over wat lijden doet. Daar ik in dit artikel stel dat mensen die hun leven voltooid vinden misschien wel het meest ondraaglijk en uitzichtloos lijden, breng ik dit boek onder de aandacht: ‘Het erkennen van lijden kan het lijden verlichten. ‘

Wat doet lijden? Lijden tast mijn concentratie aan, lijden kan heersen als een tiran, lijden kan uitputten, lijden kan mijn nachten eindeloos lang maken, lijden kan me boos maken en onmachtig. Lijden doet een mens geen goed.
(Uit: Lijden verlichten)


Er zijn voor de ander

Tijd, aandacht en empathie
Van den Berg – werkzaam bij het regionaal palliatief centrum Cadenza te Rotterdam – schrijft persoonlijke reflecties en poëtische intermezzo’s. Kerngedachte van Van den Berg is: met mensen optrekken en het lijden met hen uitzitten. Zij bepalen het tempo. Het gaat dan niet om antwoorden, maar om tijd, aandacht en empathie.

Beeld: prins Siddhartha Gautama (npokennis.nl)
Beeld Boeddha: Sanskriet document waarop te zien is hoe Boeddha de vier edele waarheden onderwijst (Publiek Domein – wiki)
Foto Er zijn voor de ander: Ontmoeting

Lijden verlichten | Marinus van den Berg | Uitgeverij Ten Have | E-book € 11,99

Bewerkte (en aangevulde) versie van mijn eerder verschenen opinieartikel in dagblad Trouw onder de kop: ‘Voelt het leven voltooid? Doe als Boeddha’ (In  de rubriek ‘Zinvol leven’, 30 januari 2023)
UPDATE: 06052023 / 04062025 / september 2025 (Lay-out, foto-aanpassingen)

Kan de mens andere dimensies binnengaan?

HET ‘BEYOND’ IN FILOSOFIE, WETENSCHAP, RELIGIE EN KUNST – ‘In dromen en hallucinaties, in meditatie, onder hyp­nose, in mystieke en paranormale ervaringen kunnen wij zien, voelen, proeven, horen en ruiken. Frederic Myers vroeg zich af of deze ervaringen poorten zijn naar dimensies en sferen die ècht bestaan. Zou de mens latente vermogens bezitten om andere dimensies te kunnen betreden?

‘Voor eenieder die zichzelf afvraagt wat de mens in wezen is: één van de meest
belangwekkende vragen die iemand zich kan stellen’

Wetenschappelijke benadering
H
et boek Menselijke persoonlijkheid is het meesterwerk van Frederic Myers (1843 ­- 1901). Nu in de Nederlandse vertaling. De Engelse classicus raakte gefascineerd door de vraag of persoonlijk overleven na de fysieke dood mogelijk zou zijn. Hij was de eerste die een wetenschappelijke manier voor het benaderen van parapsychologische verschijnselen ontwikkelde.

Menselijke persoonlijkheid is niet alleen één van de eerste pogingen om de psychologie van de mens zo volledig mogelijk te beschrijven, het is tevens een lucide uiting van de Victoriaanse worsteling tussen spiritualiteit en de toen opkomende wetenschap.’
(Uitgeverij Van Warven)

!Symposium ter gelegenheid van het uitkomen van de Nederlandse vertaling van: Frederic Myers Menselijke persoonlijkheid, een gotische psychologie | Frederic Myers Symposium | 2023 16 april 11.00 – 17.00 uur | Bilthoven: In de tuinzaal van Huize Het Oosten: Rubenslaan 1 | 3723 BM Bilthoven | 030 – 27 44 600


Frederic Myers

SYMPOSIUM: Zin en bestemming
Het symposium
staat in het teken van zin en bestemming die wij zoeken en vinden op onze levensweg, zegt theoloog, filosoof, voorganger, auteur en uitgever Rinus van Warven. Hij vertelt hij over manifestaties van religie en spiritualiteit.

In een nabij de doodervaring of mystieke ervaring blijkt het ‘heilige’ als zingevende eeuwigheid altijd al in en rondom ons aanwezig te zijn geweest. Even interessant als belangrijk is dat belemmeringen tussen ons dagelijks leven en de mystieke dimensie poreus lijken te zijn.’

 Moderne parapsychologie
Hans Gerding
, filosoof en parapsycholoog spreekt over Frederick Myers, Carl Jung en de moderne parapsychologie. Voor Myers en Jung staan de grote levensvragen centraal en het mensbeeld dat daarbij hoort. Bij het zoeken naar antwoorden speelt voor beide wetenschappers het onderzoek naar mentale uitzonderingstoestanden en hun betekenis een grote rol.

De invloed van Myers op Jung is groot, en samen staan ze aan de wieg van de wetenschappelijke parapsychologie. Ligt de moderne hedendaagse parapsychologie in het verlengde van hun denken of niet?’

Een gift uit Avalon
Annet Brouwer, healer in praktijk Farus te Zaltbommel, auteur van Een gift uit Avalon (over contact met overleden dierbaren), zegt dat er veel persoonlijke verhalen van mensen zijn die verrast worden door een onverwacht teken van een overleden dierbare.

Ondanks de enorme diversiteit in tekens en bezoek kan iets gezegd worden over de ‘taal’ waarin gene zijde tot ons spreekt, de betekenis die het contact voor de nabestaanden heeft en de boodschappen die erin besloten liggen. Uit onderzoek blijkt dat de troostende werking van deze ervaringen groot is.’

De vernieuwing van ons denkklimaat
Filosoof, muzikant, en o.a. verbonden aan de stichting Filosofie Oost-West, Hein van Dongen, vertelt over Frederic Myers en William James, pioniers van een nieuwe psychologie die het hedendaagse reductionistische mensbeeld overstijgt en in allerlei richtingen uitbreidt.

Myers ontdekte de noodzaak tot verbreding en verdieping van ons mensbeeld in de bloeitijd van het spiritisme. De veranderingen in het denkklimaat in de twintigste eeuw hebben ertoe geleid dat zijn ideeën later wonderlijk gedateerd aandeden. Maar het klimaat verandert snel: wat we nu nodig hebben is juist een wetenschap die ons terugbrengt bij wat we in onze reductionistische monomanie zijn vergeten.’

Wetenschappelijke parapsychologie
Gerard Burger, biochemicus, arts, klinisch patholoog en vertaler van Menselijke Persoonlijkheid: spreekt over: Wat een mens werkelijk is: ‘Menselijke Persoonlijkheid’ volgens Frederic Myers.  

In deze lezing staat Frederic Myers centraal. Zijn fascinatie voor de grote levensvragen, vooral rondom sterven en dood, zette hem aan tot een baanbrekende studie. In het mensbeeld waar hij op uitkwam is plaats voor paranormale ervaringen. Myers’ werk is de basis van de dieptepsychologie en de wetenschappelijke parapsychologie, en nog steeds bijzonder actueel.’

Menselijke persoonlijkheid, een gotische psychologie | Frederic Myers | Paperback | 550 blz. | €32,50 | Uitgeverij Van Warven |
‘In dit boek bouwt Myers met behulp van veel voorbeelden deze psychische structuur op een originele manier geleidelijk op, waardoor de meer exotische parapsychologische verschijnselen op een volstrekt geloofwaardige manier worden ingepast. Hierdoor ontstaat een logisch bouwwerk, dat veel intrigerende vragen oproept die nog altijd niet beantwoord zijn. Het boek is na zo’n honderdtwintig jaar nog steeds actueel en een must voor eenieder die zichzelf afvraagt wat de mens in wezen is, een van de meest belangwekkende vragen die iemand zich kan stellen.’

Beeld: nieuwetijdskind.com
Beeld Frederic Myers: Uitgeverij Van Warven