Doctrinevrij denken & geloven in 2024

Geloven en denken voor beginners – Zingeving als tegengeluid van ‘X-gekwetter in een Insta-tijd’. Luchtig raakt NRC-journalist Gijsbert van Es metafysica aan, transcendentie en immanentie, zelfs Spinoza en Einstein, en natuurwetenschappers als de ‘theologen van deze tijd’, en eveneens de ‘Natuur die Goddelijk’ is. – God is in de hemel en hier op aarde leeft Hij niet, zegt Van Es, een probleem waarvan de oplossing voor het grijpen ligt: ‘Mensen zijn kinderen van God. Maar welke God?’

‘De Natuur is Goddelijk. En mensen? Nietig klein en kwetsbaar zijn allen,
als een pasgeboren baby’

(Gijsbert van Es)

Blogs, kranten, TV-programma’s, podcasts en ook ‘X- en Facebookgekwetter’ te over rondom zingeving, niet in de laatste plaats in Van Es’ eigen NRC. Daar kan je je zelfs abonneren via ‘Mijn nieuws’ op ‘Religie’. (Op ‘Filosofie’ (nog) niet(!).)

Mensen zijn te klein, vindt de journalist, en vooral: te kleingeestig, en geestelijk afgestompt. Waarschijnlijk daarom zijn dringende overpeinzingen? Grootgeestig worden en geestelijk aanscherpen zal de opzet zijn van de 6 Overpeinzingen. Daar ga ik dieper op in met inzichten die gelukkigerwijs al meer en meer verspreid worden, zelfs via ‘X- en Facebookgekwetter’. 🌟

Wij praten alleen tegen onszelf. We praten niet tegen de rivieren, we luisteren niet naar de wind en de sterren. Dit grote gesprek hebben we afgekapt. Daardoor hebben we [ons eigen] universum verbrijzeld. Alle rampen die nu over ons komen, zijn een gevolg van deze geestelijke afstomping.’
(Amerikaans theoloog en cultuurhistoricus Thomas Berry, geciteerd door Van Es)


Zie niet slechts die ene ster, zie ze allemaal 

1. Durf te geloven
De bovennatuur’ is dat: metafysica, zegt Van Es. – Bladerend door mijn blogs kom ik neuropsycholoog Sarah Durston tegen. Zij zegt hierover dat we vanuit het materialistische denken heel veel dingen [‘bovennatuur’] hebben geparkeerd als onmogelijk en onwetenschappelijk. Die zijn daardoor taboe geworden.

Dat heeft allemaal te maken met de metafysica die we hanteren. Als je ervan uitgaat dat we allemaal in een groter bewustzijnsveld met elkaar verbonden zijn, dan zijn zaken als synchroniciteit maar ook telepathie niet raar en ook niet paranormaal, ze passen dan heel goed binnen de normale werkelijkheid.’
‘Ze [gebeurtenissen en toevalligheden] zijn onderdeel van onze dagelijkse werkelijkheid. Binnen een andere, niet-materialistische metafysica zijn die dingen gewoon mogelijk. Ik denk dus dat wat we als wetenschappelijk beschouwen, moeten oprekken.’
🌟
(Sarah Durston, in: ‘Ons wereldbeeld is toe aan een drastische herziening’)


Ons wereldbeeld

2. Durf je te uiten over je geloof
De journalist haalt Martin Heidegger aan: ‘Durf te leven!’ En dat doe je ‘zonder angst voor eenzaamheid, tegenslag, ziekte en per slot de dood’. (…) ‘Door een onderzoekend leven te leiden en vragen over zingeving niet uit de weg te gaan’.
– Inderdaad, volgens Heidegger kom je, vooral door de confrontatie met onze sterfelijkheid, dichter bij ‘de zin van het zijn’, dichter bij de betekenis van het bestaan.

Heidegger roept zelfs op om voortdurend te leven met het einde voor ogen: Sein zum Tode. Dit lijkt een vrijwel onmogelijke opgave. Juist uit angst onze eigen dood te ontmoeten, willen we liever het leven door onze aderen voelen stromen en ervan genieten. We moeten van de filosoof wel voorkomen af te glijden naar ‘vrijblijvend’ leven: beter zou het zijn ons ‘onverwisselbaar leven’ te verwerkelijken. De dood roept ons op tot bezinning. Heidegger: ‘Hij [de dood] openbaart de onherroepelijkheid van onze beslissingen en roept ons tot het eigenlijke en eigen leven in vrijheid en zelfverantwoordelijkheid.’
🌟
(Uit: ‘Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!’)


Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!

3. Durf moeilijke woorden te gebruiken
Z
oals ‘transcendent’ en ‘immanent’, die volgens van Es staan voor totaal verschillende perspectieven in geloofsbeleving: ‘De eeuwige vraag hier is: wáár huist nu toch die goddelijke kracht? Staat die – transcendent – buiten deze aarde, en zelfs buiten het heelal? Of is die – immanent – vindbaar en voelbaar in alles wat ons vormt en omringt?’

De Duitse liberale theoloog Jörg Lauster betoogt in het boek Levensduiding in het licht van transcendentie dat een ervaring van transcendentie licht werpt op het bestaan, en dat religie in staat stelt om bij te dragen aan de duiding van het leven. Transcendentie staat voor ‘God’, of het ‘heilige’, soms ook voor ‘het andere’ of ‘iets dat in de mist van een weinig verplichtende vaagheid blijft hangen’. Voor hem is de ervaring van transcendentie het centrale element van religie, en niet slechts ‘het vreemde’ en ‘andere’. Hij noemt het ‘datgene wat ons draagt en vervult’.
🌟
(Uit: Transcendentie is datgene wat ons draagt en vervult)


The Cloud of Unknowing (detail)

4. Probeer Spinoza te begrijpen
V
oor een beginnend gelovige, stelt de journalist, laat de immanente God zich eerder bevatten dan de transcendente. ‘Hierbij helpt een stelling van de filosoof Spinoza (1632-1677). Verbluffend eenvoudig en diepzinnig tegelijk formuleerde hij deze stelling: ‘Deus sive natura.’ Vertaald: ‘God is gelijk aan de Natuur.’ Van Es: ‘Interpreteer het woord ‘Natuur’ hier niet smal, als flora en fauna, maar juist breed, als de Natuur die alomvattend is: van de oneindige kosmos tot en met de diepst verborgen kwantumdeeltjes, en alles wat daar tussenin gloeit en broeit’.

En Einstein las zo’n 300 jaar later Spinoza en kon zich in zijn God vinden, laat de journalist weten en beveelt aan Einsteins inzicht niet weg te poetsen: ‘Ik geloof in de God van Spinoza, die zichzelf openbaart in wetmatige harmonie, en niet in een God die zich bemoeit met het lot en de handelingen van mensen.’

Einstein vond inderdaad dat de hele kosmos zich openbaart in zulk een ordelijke harmonie, en wel zó dat hij dat met zijn beperkte kennis – zoals hij zelf zei(!) – amper kon bevatten: “Toch zijn er mensen die beweren dat er geen God is. Ik word echt boos dat ze mij aanhalen als verdediger van hun standpunt. Ik ben geen atheïst.” Mensen die de Schepper afwezen noemde hij ‘fanatieke atheïsten’.

De religie van de toekomst zal een kosmische religie zijn. Het zou een persoonlijke God moeten transcenderen, en dogma en theologie vermijden. Zowel het natuurlijke als het spirituele betreffende, zou het gebaseerd moeten zijn op een religieuze intuïtie, afkomstig van de ervaring van alle natuurlijke en spirituele dingen als een betekenisvolle eenheid. Het boeddhisme beantwoordt deze beschrijving. Als er een religie is die om zou kunnen gaan met de moderne wetenschappelijke behoeften, zou dat het boeddhisme zijn.’
🌟
(Einstein in: ‘Atheïsme was goed genoeg voor deze idioten’)


Albert Einstein

5. Maak kennis met natuurwetenschappers, als de theologen van deze tijd
Spinoza en Einstein doorzagen, zegt Van Es, al wat grote geleerden nu ontdekken: exacte wetenschappen leiden, via fundamentele kennis, tot nóg dieper inzicht. ‘Zoals het besef dat de letterlijk onbegrensde ruimte en eindeloze tijd zich niet laten vangen in lichtjaren en nanometers’.
Hij verwijst naar de Britse fysicus Julian Barbour die zei: ‘Ik interpreteer mijn theorie (..) in de betekenis die de oosterse mystiek eraan geeft: dat je oplost in het geheel der dingen, dat je deel uitmaakt van de kosmos, en daar leg ik me bij neer. Maar voor veel [mensen] is hun ego te belangrijk om op te geven. Het is een psychologische kwestie.’

IKosmologische wetenschap en godsgeloof gaat emeritus-hoogleraar Russisch Christendom Wil van den Bercken concreet in op de vraag of heelalwetenschap en godsgeloof samen kunnen gaan. Hij beargumenteert dat dit mogelijk is zonder dat de twee zaken in elkaars vaarwater komen. Geloof en wetenschap zijn gescheiden maar zijn wereldbeschouwelijk niet incompatibel met elkaar. Ook enkele Nederlandse kosmologen komen aan het woord met een respectievelijk atheïstisch, gelovig en agnostisch standpunt.

Wetenschap is niet enkel verenigbaar met spiritualiteit, het is een diepe bron van spiritualiteit. Als wij onze plaats erkennen in de immensiteit van lichtjaren en in het verloop van de aeonen, als wij de complexiteit, schoonheid en subtiliteit van het leven beseffen, dan is dat zweverige gevoel, die gecombineerde ervaring van vervoering en nederigheid, beslist spiritueel.

Een religie, oud of nieuw, die de pracht van het universum benadrukt, zoals geopenbaard door de moderne wetenschap, zou een potentieel aan verering en ontzag kunnen opwekken die conventionele geloven nauwelijks kunnen oproepen.’
🌟
(Carl Sagan in: Uit sterrenstof gemaakt, in hoofdstuk Kosmologisch bewustzijn – in: Heelalwetenschap en godsgeloof)


Stervorming

6 Durf klein en kwetsbaar te zijn
H
et lijkt eenvoudig: geloven in één levende God ‘die in de hemelen zijt’, maar hier op aarde leeft godsdienstige eenheid niet, overpeinst Van Es tot slot. ‘Het is een probleem waarvan de oplossing voor het grijpen ligt. ‘God is gelijk aan de Natuur.’ Natuurlijk zijn mensen ‘kinderen van God’. Maar welke God?’

En mooi besluit Van Es: ‘Zie daarom, midden in de winternacht, als de hemel opengaat, niet slechts die ene ster, die daagt in het oosten. Zie ze allemaal! De Natuur is Goddelijk. En mensen? Nietig klein en kwetsbaar zijn allen, als een pasgeboren baby’.

Kinderen zijn klein en kwetsbaar. Kinderen, zo denken bijvoorbeeld wetenschappers als Richard Dawkins, zouden daardoor religieuze denkbeelden bijna letterlijk met de paplepel ingegoten krijgen en op die manier geïndoctrineerd worden door hun gelovige ouders. Echter, recent onderzoek in de ontwikkelingspsychologie toont aan dat het indoctrinatiemodel fundamenteel onjuist is.

Zo blijken jonge kinderen geneigd om te redeneren in termen van intelligent design. Ze verkiezen een doelgerichte verklaring –zoals: de wolk is gemaakt om te regenen – boven een naturalistische – bijvoorbeeld: regenen is nu eenmaal iets wat een wolk toevallig doet. Kinderen blijken ‘intuïtieve theïsten’ met een natuurlijke aanleg voor religie, ongeacht hun opvoeding.’
🌟
(Filosoof Leon de Bruin in Kinderen blijken ‘intuïtieve theïsten’)


Intuïtief tekenen

Bron: (Gijsbert van Es in: Zie niet slechts die ene ster, zie ze allemaal, NRC)
Beeld: Journey of the Human Spirit (johns-consciousness.com)
Illustratie ‘Zie niet slechts die ene ster, zie ze allemaal: Indra Bangaru (NRC)   
Illustratie Ons wereldbeeld: worldviewyourneys.com
Beeld Is er leven vóór de dood? Dát is de kwestie!: Civis Mundi, tijdschrift voor Sociale Filosofie en Cultuur
Beeld The Cloud of Unknowing (detail): © Evan Mann 2016 – Referencing a mystic text (The Cloud of Unknowing) written by an anonymous monk in the 14th century, this exhibition is the product of Evan Mann’s explorations of faith in a post-modern world, where knowledge abounds and the reverence for mystery shrivels away in the corner. 
Beeld Albert Einstein: Canon van Nederland
Beeld stervorming: allesoversterrenkunde.nl
Foto intuïtief tekenen: Rosa KokWerkatelier voor persoonlijke ontwikkeling & creativiteit
Update: 10.51 uur

🌟💝 Doctrinevrij denken & geloven gewenst in 2024 💝🌟

‘Spiritualiteit is de werkelijkheid leren kennen’

Wat luisteren naar je innerlijke stem teweeg kan brengen… “Ga eens goed voor jezelf zorgen, Jan.” Zo klonk het vriendelijke antwoord dat Jan Geurtz jaren geleden kreeg toen hij zich ten einde raad afvroeg wat hij moest doen met zijn leven.
– En goed voor zichzelf zorgen deed hij. Radicaal. De stem luidde zijn eerste stappen in op het spirituele pad. Nu is Jan boeddhist en schrijver. Zijn tiende boek, Een lieve klap voor je kop, verscheen in 2023. Djuna Spreksel las het voor Filosofie Magazine.

‘Jij bent datgene wat je gedachten en gevoelens waarnemen vanuit een liefdevol, oordeelloos gewaar-zijn’
 Jan Geurtz

Bovenal ging hij [Geurtz] aan zichzelf werken. In eerste instantie door wat hij de ‘psychologische manier’ noemt: therapie en trainingen in persoonlijke ontwikkeling volgen. Pas tien jaar later kwam de spiritualiteit op zijn pad.’
(Filosofie Magazine)

Bij persoonlijke ontwikkeling gaat het volgens de schrijver nog steeds om het ego dat aan zichzelf werkt.

Spirituele groei speelt zich af in een geheel ander domein, op een soort metaniveau, waarin logica en gedachten ons niet verder helpen. Spiritueel bewustzijn gaat over de realisatie dat je niet je ego bent, maar datgene wat je gedachten en gevoelens kan waarnemen vanuit een liefdevol, oordeelloos gewaar-zijn. Maar dat is zelf geen gedachte, en kan ook niet waargenomen worden.’
(FM)

Geurtz laat in Een lieve klap voor je kop zien dat ingrijpende gebeurtenissen ook benut kunnen worden voor een groei van spiritueel bewustzijn.

In dit boek werkt hij aan de hand van persoonlijke contemplaties het idee uit dat het ervaren van nare gevoelens symptomatisch is voor niet goed naar de werkelijkheid kijken, en dat een heftige crisis ook een zaadje kan zijn voor een (versnelde) groei van spiritueel bewustzijn.’
(Uit: Een lieve klap voor je kop– omslagtekst)


Jan Geurtz

In elk mensenleven komen heftige gebeurtenissen voor: fijne – zoals een wederzijdse verliefdheid of de geboorte van een kind – en pijnlijke, zoals het einde van een relatie, een burn-out, een ziekte of de naderende dood. Meestal verstoren deze gebeurtenissen onze innerlijke rust (als we die al hadden) en belemmeren ze onze spirituele ontwikkeling (als we daar al mee bezig waren).
(Uit: Een lieve klap voor je kop)

Ingrijpende gebeurtenissen, zegt dit boek, kun je leren herkennen als ‘een lieve klap voor je kop’ die je doet beseffen wie en wat je werkelijk bent achter je aangeleerde zelfbeeld, je ego. Dit leidt uiteindelijk tot de realisatie dat ons lijden in werkelijkheid niet-herkende liefde is die wacht om toegelaten te worden.

‘Om de spiritualiteit waar dit boek over gaat te onderscheiden van de ‘verhalende spiritualiteit’ noem ik haar ‘wetenschappelijke spiritualiteit’. Ze maakt namelijk gebruik van dezelfde methode als de exacte wetenschap’.
(uit: Een lieve klap voor je kop)

Ook het boeddhisme heeft een filosofie over de werkelijkheid, zegt de schrijver, maar tegelijkertijd biedt het een onderzoeksmethode, die via de directe ervaring de theorie probeert te weerleggen.

Bovendien wordt in de boeddhistische spiritualiteit niet alleen de werkelijkheid onderzocht, maar ook degene die de theorieën formuleert. Op die manier bevindt spiritualiteit zich niet alleen op een metaniveau ten opzichte van de filosofie als geheel, maar ook ten opzichte van haar eigen filosofie – die net zo goed wordt beperkt door de taal en het denken.’
(FM)

Een onjuist geloof in de echtheid van onze gedachten en gevoelens – door een ego dat zich identificeert met die gedachten en gevoelens – vertroebelt volgens Geurtz ons begrip van de werkelijkheid. En wel zo, dat we blijven steken in een vicieuze cirkel van verslaving, pijn en lijden. Of dit nu gaat om een verslaving aan verdovende middelen of om de erkenning van onze liefdespartner.

Geurtz gelooft niet dat het bereiken van verlichting het permanente eindpunt is van spirituele ontwikkeling.

Hij ziet verlichting in de spirituele weg die een mens aflegt, als een oneindig doorgaand proces richting steeds meer bewustzijn. Want, zo stelt hij, het spirituele bewustzijn heeft een belangrijk kenmerk: het verlangt altijd naar meer bewustzijn van zichzelf.’
(FM)

Bronnen:
* Jan Geurtz: ‘Je bent niet je gevoelens en gedachten’ (Filosofie Magazine, juni 2023)
* Vertrouw altijd je innerlijke stem (godenenmensen.com, april 2023)
* Filosofie Magazine
* Een lieve klap voor je kop | Jan Geurtz | ambo | anthos uitgevers | ISBN: 9789026361173 | 264 pagina’s | paperback 21,99 | E-book 13,99 |
Jan Geurtz (1950) is een Nederlandse schrijver. Hij studeerde orthopedagogiek, onderwijskunde en wetenschapsfilosofie en heeft daarna gewerkt in de verslavingszorg. Jan Geurtz laat zich vooral inspireren door het boeddhisme. Van zijn hand verschenen meerdere bestsellers, waaronder Verslaafd aan liefde, waarvan meer dan 125.000 exemplaren werden verkocht’. (ambo | anthos)

Beeld: Zen Garden – 18121281 Pixabay
Foto Jan Geurtz: ambo | anthos

Van Tomáš Halík moet een christen soms atheïst zijn

In Theater voor engelen spreekt Tomáš Halík niet alleen overtuigde christenen aan, maar ook atheïsten en mensen die op zoek zijn naar zingeving. Een theologisch-filosofisch boek van Halík, dat dinsdag verscheen, over de zoektocht naar en de ontmoeting met God. Hierin nodigt hij ons uit het geloof als een levensexperiment op te vatten en de openheid van onze geest in te zetten. ‘Ik heb er vaak naar verlangd uit de cirkel van mijn eigen lotsbestemming te breken en de wereld ook met de ogen van anderen te zien, op een of andere manier deel te krijgen aan hun ervaringen.’

‘Als jongetje werd ik me ervan bewust dat het perspectief van waaruit ik de wereld om me heen waarneem uniek en niet-uitwisselbaar is. Wat ik op dit ogenblik waarneem, vanaf de plaats waarop ik sta, en wat ik daarbij ervaar en wat ik denk, wordt door niemand anders gezien, gevoeld of gedacht. Ieder van ons heeft dus een eigen wereld, hoe dicht we fysiek, emotioneel of ideologisch ook bij elkaar staan.’
(Tomáš Halík in: Theater voor engelen)

Volgens theoloog, filosoof en socioloog Tomáš Halík zoekt God de mens vaak op in de stilte en in het verborgene, zonder dat iemand het zelf merkt. De auteur wijdt onder meer een hoofdstuk aan de vraag of je zonder geloof kunt leven, en bespreekt in een volgend hoofdstuk zijn gedachte dat een christen soms een atheïst moet zijn. Hij laat zien dat ‘gelovigen’ en ‘ongelovigen’ tegenwoordig om tal van redenen meer gemeen hebben dan ooit tevoren. Deze situatie is voor beide partijen en ook voor onze gemeenschappelijke wereld een kans waarvan het een zonde zou zijn als we die niet zouden zien en gebruiken.

Dat doe ik niet uit een of ander goedkoop ‘irenisme’, want dat zou een verlangen naar ‘verzoening’ tegen elke prijs betekenen, zelfs tegen de prijs van het verkwanselen van je eigen identiteit, van ontrouw aan tradities. Dat zou betekenen dat we naïef en tegelijkertijd arrogant de verschillen negeren.’
(Uit: Theater voor engelen)

Halík huivert bij de arrogantie van het geloof dat de stem van de kritische rede negeert, net als bij de arrogantie van de seculiere rede die de geestelijke en morele roeping van het geloof veracht.

Deze beide waanideeën en eenzijdigheden hebben zich van elkaar losgemaakt en vallen elkaar nu aan en provoceren elkaar, waarbij ze niet zien hoe angstaanjagend veel ze op elkaar lijken. Juist daarin zie ik het werkelijk acute gevaar voor onze wereld. Paus Johannes Paulus II waarschuwde herhaaldelijk voor het gevaar van geloof zonder denken en denken zonder geloof.’
(Uit: Theater voor engelen)

Gelovigen en ongelovigen hebben volgens Halík dus veel meer gemeen dan de meesten van ons denken. Hij bedoelt dat niet als eindpunt om elkaar dan vervolgens de hand te reiken en ongestoord naast elkaar verder te leven. Integendeel.

We moeten juist wederzijds elkaars rust verstoren! Als ik van de vooronderstelling uitga dat zowel geloof als ongeloof een deel van de waarheid bezitten, dan wil ik me niet tevredenstellen met de goedkope postmoderne slogan ‘Iedereen zijn eigen waarheid’. Als mij de ‘waarheid van het ongeloof ’ interesseert, is het mij er niet om te doen dat neerbuigend te ‘erkennen’, maar om door het doordenken en door-lijden van het ongeloof mijn geloof te kunnen verrijken.’
(Uit: Theater voor engelen)

Schrijver Arnon Grunberg lijkt Halík wel te kennen en experimenteerde eind september met het opzetten van een eigen (tijdelijke) geloofscommune. Hij hield dat levensexperiment op een eilandje in de Vinkeveense plassen. Op de vraag of religie zonder god bestaat is zijn antwoord dat hij steeds meer geneigd is om te denken van wel: het humanisme heeft zich ontwikkeld tot een christendom zonder Jezus. 

Religie heeft lange tijd voorzien in zingevende behoeften van mensen. In onze geseculariseerde maatschappij zijn die behoeftes niet verdwenen, integendeel. Zingeving die niet-gelovige mensen in hun leven zoeken wordt onterecht als niet-religieus herkend, terwijl het dat wel ten dele is.’

Bestaande verlangens naar religie worden over het hoofd gezien. Mensen hebben behoefte aan rituelen om op terug te vallen in tijden van feest en nood. Daar gaat dit experiment over. Ik denk dat het bijdraagt aan een debat over waar we heen moeten met de vragen die vroeger binnen een geloofsgemeenschap werden beantwoord. Op die manier kan de samenleving hier wat aan hebben.’
(Grunberg)

Theater voor engelen – Het leven als religieus experiment | Tomáš Halík | Kokboekencentrum | ISBN: 9789043536431 | Pagina’s: 224 | Publicatiedatum: 9-11-2021 | € 22,50

Arnon Grunberg is op zoek naar een religie zonder God (via Trouw, of Blendle of Topics)

Het toneelstuk van het leven leidt naar het mysterie van God (De Nieuwe Koers, Tjerk de Reus ook via
Blendle)

In De theologie podcast gaan Elsbeth Gruteke en Mark de Jager in gesprek met Erik Borgman over de inhoud en de betekenis van het nieuwe boek van Halík.
 
Beeld: Cover Theater voor engelen (detail)

‘Zonder beweging geen nieuw denken’

Veluwe29062020

Neuropsycholoog Erik Scherder zou dat Friedrich Nietzsche zo nazeggen als hij op het filosofenpad met hem mee zou wandelen. Scherder is ervan overtuigd dat wandelen goed is voor het brein. Nietzsche ook, en dan vooral voor het denken. Niet alleen bìnnen filosoferen, maar denkend eropuit trekken. Je brein moet je fit houden om goed te kunnen denken, beter denken zelfs. Nieuw denken ontwikkelen. Scherder houdt dus de hersenen fit, Nietzsche haalt daar dan nieuwe ideeën uit. De ISVW wandelde mee onder ‘de rode plu van Nietzsche’.

Dringend advies
D
e ISVW organiseert sinds 2016 zomerse wandelweken, onder meer op landgoed Den Treek, en ging ook aan de wandel met Nietzsche. Een verslag vol gedachten is dan ook een vreugde om te lezen in nummer 51 van iFilosofie. Wandelen is meer dan een luchtje scheppen in de pauze van een filosofiecursus.

Nietzsche geeft het dringende advies geen ideeën aan te nemen die niet zijn ontstaan ​​door een vrije beweging in de open lucht en waarin niet de spieren doorklinken.’

De auteur van het artikel Onder de rode plu van Nietzsche, filosoof Eric Brinckmann, verwijst naar hem als Nietzsche zegt dat het buiten, in zijn boeken, ‘beleefbaar’ moet zijn. Dat lukt alleen maar, stelt Nietzsche, omdat de taal met de wandelaar de ledematen strekt, ze vrij, beweeglijk en elastisch wordt. De mens die zichzelf centraal stelt in plaats van de aarde, scheidt zich af, zet de aarde op afstand, exploiteert haar overmatig en raakt er zo steeds verder van verwijderd.

Het wandelen zelf beschouwt hij [Nietzsche] als een manier om aansluiting te houden bij het natuurlijke levensproces, om te aarden: om de overweldigende vitaliteit van het leven buiten te laten resoneren met de rijke expressie van binnen. Expressie in jezelf dus. De moderne levensstijl houdt de mens ervan af, stelt de mens centraal in plaats van de aarde. Ze stelt hem boven de natuur en ontaardt hem daardoor van datgene waar hij een onlosmakelijk onderdeel van is.’

Overweldigende vitaliteit
Z
o’n 95% van ons leven brengen we door in binnenruimtes, zegt de auteur, zodanig dat we er niet eens meer bij stil staan dat we nauwelijks buiten komen.

Volgens Nietzsche is de moderne wereld daarom uit het ritme van het leven geraakt en tot decadentie vervallen, van het Latijnse decadere, wegvallen, in dit geval naar een lager niveau. In Nietzsches termen: van de overweldigende vitaliteit die het buiten te bieden heeft naar een vegetatieve toestand. We hebben het dierlijke in ons, dat buiten rijpt, begrijpt en absorbeert, gedood of gekooid.

Al wandelend fantaseert en citeert Brinckmann Nietzsche die zich naar hem omdraait en zegt dat hij moet ophouden zichzelf zo’n fantastisch ego te voelen!

Iedereen! Leer stap voor stap het vermeende individu van je af te werpen! Hoe? Boven mijn en dijn uit! Kosmisch gewaarworden!’

‘De laag van Usselo’
N
ietzsche lijkt niet alleen met zijn voeten op aarde te wandelen – zo lees ik dit bijzondere wandelverslag – maar is ook met zijn hoofd bij de kosmos. De auteur weet niet of hij die kosmische gewaarwording helemaal begrijpt, maar vindt wel een aanknopingspunt op een plek in Usselo in Twente waar ooit zand werd gewonnen. Tijdens het graven kwamen er resten van een bos uit het Allerød te voorschijn, aldus de auteur, een warme fase na de laatste ijstijd die plotsklaps weer in een koude periode verviel. Een zwart laagje in het zandpakket is er te zien, op de donkere streep in de steilrand langs het water: verkoold materiaal, resten van bosbranden die 12.000 jaar geleden over grote delen van het noordelijk halfrond woedden.


Nog enkele invloedrijke wandelende denkers: Heraclitus, Zhuang Zi, Cusanus, Dionysius de Kartuizer, Hobbes – met een inktpot aan zijn wandelstok – Rousseau, Goethe, Emerson, Thoreau, Wittgenstein en Heidegger. (ISVW)


In dat laagje is een verhoogde concentratie van het scheikundig element iridium aangetroffen, een aanwijzing dat het weleens om een komeetinslag kan gaan: er zou ooit een kosmische ramp hebben plaatsgevonden die ‘de laag van Usselo’ deed ontstaan. Twee jaar geleden werd dat bevestigd: toen vonden geologen een enorme krater onder de Hiawatha-gletsjer in Groenland die, zoals het zich nu laat aanzien, precies 12.000 jaar oud is.

Kosmisch gewaarworden, in de kracht en de proportie van een komeet die op aarde inslaat, dat is een sterk beeld! Vernietiging en terugveren, na de brand de kou en daarna weer het leven. Dit geweld accepteren betekent geen vage versmelting met ‘het Al’ of dat soort gepraat, maar dat je zonder twijfel voeling krijgt met het immense dat je omvat.’ 

Zie:
Onder de rode plu van Nietzsche (Eric Brinckmann, iFilosofie)

Beeld: PD, 29062020

‘Ook het denken is lichamelijk’

Da_Vinci_Vitruve_Luc_Viatour

Filosoof Simon Gusman buigt zich over de vraag of de geest zonder een lichaam bestaat. En wat ons lijf betekent voor wie we zijn. Hij bespreekt vijf filosofen over het verband tussen ons lichaam en ons denken: Ik denk dus ik heb een lijf. In zijn boek What Computers Can’t Do uit 1972 rekent Hubert Dreyfus af ‘met het idee dat mensen supercomputers zijn. Willen we een mens nabouwen, dan moeten we recht doen aan het lichaam. Een supercomputer zonder lichaam snapt niet wat het is om mens te zijn’. 

We berekenen niet hoe we ons tot de wereld moeten verhouden, maar beleven de wereld direct als betekenisvol. Als ik wil drinken uit het kopje koffie dat voor me staat, hoef ik niet uit te rekenen hoe ver ik mijn hand moet uitsteken om het op te pakken. Ik ervaar in één oogopslag dat het kopje is om uit te drinken en kan moeiteloos de juiste beweging maken om dat te doen. Deze betekenisvolle belichaamde verhouding tot de wereld om ons heen is wat ons bestaan kenmerkt – en is iets dat een lichaamloze supercomputer niet heeft.’

Volgens Maurice Merleau-Ponty, de filosoof die het lichaam echt op de kaart heeft gezet, is het denken van zichzelf altijd al belichaamd. Niet omdat onze geest in een lichaam zou zitten, maar omdat alle vormen van ervaren, inclusief denken, uiteindelijk lichamelijk van aard zijn. 

Ons lijf kan van alles. Als we daar actief bij nadenken, bijvoorbeeld bij hoe we onze voeten neerzetten bij het lopen, wordt het alleen maar moeilijker. Ook als we alleen maar nadenken, zijn we belichaamd: we zitten in een bepaalde houding, trommelen met onze vingers op tafel of spelen met een pen in onze handen. Al deze dingen laten zien dat de geest en het lichaam niet van elkaar los te denken zijn.’

Gusman betrekt René Descartes erbij, de filosoof van ’Ik denk dus ik ben’, bij wie het lichaam geen centrale rol speelt. Voor hem is de geest een ‘denkend ding’ dat los bestaat van het mechanische lichaam.

Het lichaam is eigenlijk niets anders dan een fontein, stelt Descartes. De geest stuurt via een klier in het brein het lichaam aan en laat zo bloedvaatjes open- en dichtgaan, alsof het pijpleidingen in een fontein zijn. Het lichaam is een machine die op deze manier bediend kan worden. Hoewel Descartes’ denkbeelden over deze kant van het lichaam misschien wat simpel klinken, vormen ze de basis van de manier waarop veel wetenschappers vandaag de dag denken over lichaam en geest.’

Jean-Paul Sartre beschrijft in zijn beroemde boek Het zijn en het niet (1943) het voorbeeld van iemand die door een sleutelgat anderen staat te bespioneren. Zolang hij dit doet, is zijn aandacht gericht op het schouwspel achter het sleutelgat. Hij is enkel een toeschouwer. Op het moment dat hij betrapt wordt, is hij zich plotseling bewust van zichzelf, hoe hij daar staat, gebogen voor de deur.

We kijken naar hoe we bekeken zouden worden door anderen. Deze buitenkant is niet hetzelfde als een objectieve beschrijving van ons lichaam. Deze manier van kijken is niet de objectieve blik van de anatoom, maar de subjectieve blik van onze medemens die zich een beeld over ons kan vormen, ons kan prijzen of veroordelen om hoe we eruitzien.’

Auto’s worden standaard gebouwd met het mannenlichaam in het achterhoofd. ‘Testdummy’s zijn gebaseerd op mannenlichamen. Als gevolg hiervan is de kans dat vrouwen letsel overhouden aan een ongeluk vele malen groter’. – Gusman verwijst hier naar Caroline Criado Perez die stelt dat  sekseongelijkheid vooral gaat over lichamelijke verschillen. Zij schrijft hierover in Onzichtbare vrouwen (2019).

Testdummy’s zijn gebaseerd op mannenlichamen. Als gevolg hiervan is de kans dat vrouwen letsel overhouden aan een ongeluk vele malen groter. Ook kogelvrije vesten en veiligheidsmaskers tegen giftige stoffen worden allemaal eigenlijk alleen maar gemaakt voor mannen, niet omdat daar specifiek voor gekozen is, maar door het diepgewortelde idee dat een mannenlichaam de standaard voor alle mensen is. Sekseongelijkheid gaat dus niet alleen om rolpatronen, maar vooral ook om lichamelijke verschillen.’

Zie: Ik denk dus ik heb een lijf (Filosofie Magazine, december 2019)

Foto: Luc Viatour – Mens van Vitruvius van Leonardo da Vinci, ca. 1490, Gallerie dell’Accademia, Venetië – De regels voor de tekening bedacht Da Vinci niet allemaal zelf; hij baseerde zich op het tiendelige handboek voor de bouwkunde van de Romeinse architect Vitruvius, De architectura geheten. Reeds in de eerste eeuw voor Christus tekende deze architect de regels voor een perfect menselijk lichaam op. Volgens Vitruvius heeft een menselijk lichaam bepaalde vaste verhoudingen.  (ciatutti.nl)

‘Denken is meer dan hersenactiviteit’

Fluide-Intelligenz-trainieren-Arbeitsgedaechtnis-Kristalline-Lernen

‘Bezien vanuit de neurowetenschap zijn we slechts toeschouwer van ons mentale leven,’ stelt Naomi Kloosterboer. ‘Gedachten en gevoelens worden dan door neurologische processen bepaald.’ Maar, stelt de filosoof, als je nadenkt kan je overtuigingen ontwikkelen. Echter, de neurowetenschap behandelt die overtuigingen als stenen die in de hersenen liggen, waarvan we niet weten hoe die er gekomen zijn of waarom die er zouden moeten blijven liggen.

Als we negeren dat we door middel van reflectie en beslissingen ons actief tot ons mentale leven verhouden, krijgen we een vervreemdend beeld van zelfkennis en het mens-zijn. Mijn onderzoek toont aan dat deze actieve houding ten opzichte van ons mentale leven essentieel is voor ware zelfkennis.’

Kloosterboer promoveerde eind oktober tot doctor in de filosofie met haar alternatief beeld van ons mens-zijn en onze relatie tot ons mentale leven: Attitude and Commitment. Zij vindt dat ons huidige beeld in de wetenschap over de relatie tot onszelf niet klopt. Voor de filosoof heeft ons denken altijd inhoud, een gerichtheid op een onderwerp. Dat valt weg als je een overtuiging als hersenactiviteit beschouwt. 

Hiermee beoog ik niet te zeggen dat hersenen helemaal geen rol spelen bij denken. Mijn punt is dat denken niet gereduceerd kan worden tot enkel hersenactiviteit: denken doe je met je hoofd, maar denken zit niet in je hoofd. De inhoud van de gedachten draait om jouw perspectief op de wereld. Dat perspectief is wat denken is.’

Een overtuiging hebben betekent voor de filosoof allereerst dat je overtuigd bent van iets. En die overtuigingen, maar ook intenties, verlangens en emoties bestaan niet alleen in je hoofd.

Stel bijvoorbeeld dat ik zeg: ‘Ik geloof dat het regent.’ Daarmee zeg ik iets over de staat van de wereld; dat het waar is dat het regent. Ik doe geen verslag van iets in mijn hoofd; ik zeg iets over de wereld. Door overtuigd te zijn, ben ik actief betrokken bij de wereld. Denken is actief betrokken zijn bij datgene waarover je denkt.’

Dinsdagavond 3 december vertelt Kloosterboer hierover meer in het Filosofisch Café in Utrecht, het Hofman Café – een voor iedereen vrij toegankelijke activiteit van Studium Generale Universiteit Utrecht. Volgens de filosoof zijn onze gedachten en emoties meer dan het gevolg van een proces in ons brein. Hoe moeten we ze dan wél begrijpen? Haar lezing heeft de titel: Hoe (goed) ken jij jezelf?

Waarom denk je wat je denkt en voel je wat je voelt? Een neurowetenschapper zou zeggen: doe een hersenscan. Want uiteindelijk worden gedachten en gevoelens door neurologische processen bepaald. Wie dat zegt, doet volgens filosoof Naomi Kloosterboer MA (UU) zichzelf tekort. Bezien vanuit de neurowetenschap zijn we slechts toeschouwer van ons mentale leven. Maar dat is niet hoe we het ervaren. Onze gedachten, gevoelens en zelfkennis worden niet van een afstandje door ons beschouwd, maar juist geleefd. Een overtuiging dat mannen en vrouwen moreel gelijk zijn ligt niet vastgebakken in ons brein, maar hangt samen met hoe we de wereld zien. Welke rol speelt ons eigen perspectief in het vergaren van zelfkennis? En wat betekent het om een actieve houding aan te nemen tegenover onze innerlijke wereld?’ (Studium Generale Universiteit Utrecht)

Zie:
*
Hoe (goed) ken jij jezelf?
(Universiteit Utrecht)
* Waarom denken meer is dan hersenactiviteit (Bij Nader Inzien)
* Proefschrift

Beeld: jumpic.com

Kunstmatige intelligentie is ‘alsof-intelligentie’

KunstmatigeIntelligentie-BrownMantisPixabay

Waarom computers nooit zullen denken, is de titel van een recensie door Arthur Veenstra, auteur bij iFilosofie, over De zin van denken van filosoof Markus Gabriel. Gabriel beschouwt ons intellect als een soort zintuig dat gedachten waarneemt. Het intellect produceert dus niet actief gedachten, maar neemt passief de objectief bestaande gedachten waar. Gabriel stelt dat ons intellect een soort zintuig is dat gedachten waarneemt: een noöscoop. ‘Computers zouden nooit een dergelijk zintuig kunnen ontwikkelen.’

Het misschien meest steekhoudende argument dat Gabriel inzet tegen denkende computers, vindt Veenstra, is afkomstig van de Amerikaanse filosoof John Searle.

Searle argumenteerde dat computers nooit het karakteristieke kenmerk kunnen hebben van bewustzijn: intentionaliteit. Intentionaliteit is de eigenschap dat bewustzijn altijd bewustzijn van iets is. Bewustzijn heeft dus een relationeel karakter. Ik zie de roos, ik voel hem, ik denk aan de roos. Altijd is er een relatie tussen mijn bewustzijn en iets.’

Volgens Searle projecteren wij intentionaliteit op de computer. De computer zelf gedraagt zich weliswaar alsof hij objecten herkent, maar in werkelijkheid voert de computer blind zijn mechanische/reactieve processen uit.

Hoe ingewikkeld de programma’s ook zijn, uiteindelijk bestaat ieder programma simpelweg uit enen en nullen die de computer blind verwerkt. Sterker nog, de computer weet niet eens dat het enen en nullen aan het verwerken is. Voor de computer zijn er alleen maar impulsen waar het mechanisch/blind op reageert.’

Veenstra heeft het over miljoenen minuscule schakelaars, en miljarden elektronen, die zich een wegbanen door de chips van de computer. Maar als je wilt beargumenteren dat computers kunnen denken, dan moet je ook laten zien hoe het kan dat de blinde processen van een computer gepaard gaat met bewustzijn.

Gabriel maakt middels Searles argument duidelijk dat kunstmatige intelligentie in feite een misnomer is: om misverstanden te voorkomen zou kunstmatige intelligentie beter kunnen worden omgedoopt tot ‘alsof-intelligentie’.’

De recensent stelt dat volgens Gabriel de mens een uniek dier is en blijft; als enige begaafd met een zesde zintuig dat gedachten kan waarnemen. Tot slot stelt hij dat De zin van het denken de lezer uitdaagt en hem of haar de ammunitie geeft om zelf te gaan nadenken over ons mysterieuze en ongrijpbare vermogen om na te denken.

De zin van denken | Markus Gabriel | Vertaald door Mark Wildschut | Boom, Amsterdam | 2019. ‘Dit boek is het laatste deel van een trilogie waar ook Waarom de wereld niet bestaat en Waarom we vrij zijn als we denken deel van uitmaken. Het is zo geschreven dat het zonder kennis van beide eerdere delen begrepen kan worden. Net als die voorgangers behoort het tot een genre dat zich richt tot al diegenen die graag hun gedachten laten gaan over wijsgerige thema’s. En precies om dit proces van het denken moet het hier gaan.’ (Gabriel)

Zie: Waarom computers nooit zullen denken, in iFolosofie nr 46, het filosofietijdschrift van de ISVW, oktober 2019.

Beeld: BrownMantis (Pixabay)