‘Kuitert lichtte christelijk geloof tot in al zijn uithoeken door’

Dr._H.M._Kuitert1969wikipedia (1)

‘Geloven is geen slikken of stikken. En dit is precies waarom Kuitert zo belangrijk is.’ Dit zegt hoogleraar geschiedenis van het christendom en hoogleraar wijsbegeerte, Arie L. Molendijk in Kuitert: een onafwendbare inhaalmanoeuvre, in de paper Harry Kuitert, zijn theologie en de samenleving. ‘Als je een uiterst pretentieus geloofssysteem zoals het christendom hebt, dan zul je dat als wetenschappelijk theoloog moeten uitleggen. Getuigen alleen is niet genoeg. Verantwoording is dus cruciaal. Dat te doen en daar je levenswerk van te maken is geen geringe opgave.’

Al heeft Kuitert dan mijns inziens ongelijk als hij stelt dat de mens ‘ongeneeslijk religieus’ is, toch bestaan er veel mensen met een sensibiliteit voor het transcendente – een sensibiliteit die zeer goed door godsdienstige tradities gevoed kan worden.’

In de herinnering van Molendijk was er sprake van een grote mate van waardering voor het ‘intellectuele niveau’ van Kuitert. Hier werd geargumenteerd, en niet slechts geponeerd, of nog erger getuigd van eigen overtuigingen. Met name in zijn eigen vakgroep Godsdienstwijsbegeerte en Ethiek werd dit hogelijk gewaardeerd. Zij hadden het idee dat aan de VU op een bepaalde manier een geestverwant sprak en prefereerden Kuiterts stijl van denken boven de cryptotheologie die de Utrechtse godsdienstwijsgeren praktiseerden.

Hij [Kuitert, PD] verschool zich niet achter ontoetsbare openbaringsclaims, maar argumenteerde op grond van algemeen inzichtelijke uitgangspunten.’

Molendijk vond het opvallend hoe subtiel Kuitert vaak te werk ging, en vindt dat dit misschien moeilijk te begrijpen is voor degenen die hem als de grote afbreker zien, maar Molendijk zag vooral ‘de niet aflatende moeite en zorg en energie die Kuitert erin gestoken heeft om het christelijk geloof tot in al zijn uithoeken te doorlichten.’

In Trouw van 11 oktober 2011 werd onder de kop ‘Harry Kuitert is echt passé’ gerapporteerd dat jonge theologen Kuitert niet meer spannend en vernieuwend vinden. ‘Die afrekentheologie, dat hoeven wij niet meer’. Dat lijkt mij te gemakkelijk.’

Volgens Molendijk mag er een element van waarheid in deze wijsneuzerige kritiek zitten, maar doet zij geen recht aan de betekenis van Kuitert. Ook al worden zijn boeken niet meer herdrukt, dat wil niet zeggen dat zijn gedachtegoed of de lange denkweg die hij heeft afgelegd niet meer relevant zijn.

De kerkelijke officials houden niet van dwarsliggers. In de nieuw gevormde Protestantse Kerk in Nederland lijkt een soort van nieuwe, parmantige orthodoxie de boventoon te vormen. Een orthodoxie – of wat daar voor doorgaat – die het heel goed met zichzelf getroffen heeft. Kritisch zelfbewustzijn lijkt daar bepaald geen deugd. De vraag die kritische ouders zich vandaag de dag weer moet stellen is: ‘moet ik mijn kinderen aan zo’n kerk blootstellen’? In die zin is een denken à la Kuitert zeker niet passé – of pessimistischer gedacht: zou dat niet moeten zijn.

Zie: Een VU-theoloog die verder keek: Harry Kuitert, zijn theologie en de samenleving, redactie Ab Flipse (academia-edu, 2017) In deze bundel zijn ook artikelen te vinden van Fred van Lieburg – Inleiding: een godgeleerde verrekijker; Petra Pronk – Harry Kuitert: de man met de loep; George Harinck – Vrijheid van dwang; Alain Verheij – Het hellend vlak: voor ons was Kuitert de duivel; Désanne van Brederode – Wie zegt dat al het spreken van beneden komt? Over inspiratie als godsgeschenk, en Maarten Wisse – Hoe we van ons Kuitert-complex afkomen.

Foto: Kuitert in 1969 (Jac. de Nijs (Anefo) – Nationaal Archief, via Wikipedia)

‘Radicale religie kan samengaan met verdraagzaamheid’

coexist


‘Wie claimt de waarheid in pacht te hebben, stelt scherpe grenzen aan verdraagzaamheid of tolerantie. Hoe sterker iemands geloof in de waarheid, hoe moeilijker het wordt om verdraagzaam te zijn. Wie dus in een radicaal plurale samenleving leeft, doet er het beste aan zijn waarheidsclaims zoveel als mogelijk te matigen, want anders is er met die radicale pluraliteit niet meer om te gaan.’ Bij deze logica stelt theoloog Maarten Wisse vraagtekens in zijn lezing Waarheid en grenzen aan verdraagzaamheid.

Wisse, vanaf september 2017 hoogleraar Dogmatiek aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), problematiseert ook de gedachte dat als we verder willen komen met verdraagzaamheid we waarheid in meer radicale zin nodig hebben, een waarheid ook die wellicht anderen uitsluit. Hij stelt dat het verlichtingsparadigma dat de omgang met religie in de moderne samenleving nog altijd stempelt, ons zicht op de ‘waarheid’ in religies op een dramatische manier heeft verstoord.

Dat verlichtingsparadigma dwingt ons om religieuze tradities ofwel op te sluiten in hun eigen gelijk en vervolgens weg te zetten als extremistisch, ofwel alle religieuze verschillen te relativeren omdat er geen serieuze religieuze verschillen zijn.’

Als je behoudend of evangelicaal christen bent, zegt Wisse, moet je zeggen dat moslims er in hun geloof radicaal naast zitten.

Ze kunnen dus ook niet gered worden. Of als je liberaal christen bent: moslims zijn knuffelgelovigen, want dat zijn we allemaal. We bedoelen het allemaal goed. In beide gevallen negeer of ontken je radicale verschillen.’

Hoe kunnen we nu toch tolerant of verdraagzaam zijn tegenover anderen, vraagt Wisse zich af. Daarvoor trekt hij twee lijnen vanuit de stelling dat Christus de waarheid is: een inclusieve en een exclusieve.

De inclusieve opent de gelovigen idealiter naar anderen toe, om te erkennen dat ook anderen kunnen delen in de kennis en het heil dat ze ten deel valt. Sterker nog: anderen iets gezien hebben dat zij niet hebben gezien en desondanks waar en goed is. De exclusieve is voortgekomen uit wat men in de christelijke traditie ‘dogmatiek’ is gaan noemen:

Als voor ons de waarheid in Christus zelf gelegen is, is het van het grootste belang om die ‘waarheid’, juist omdat we haar nooit helemaal in onze greep hebben, tegen allerlei misverstanden te beschermen.’

Wisse spreekt in zijn lezing over een absolutistisch denkende geloofstraditie en heeft het dan in de rooms-katholieke traditie over de periode van het eerste Vaticaanse concilie en in de protestantse traditie over het neocalvinisme.

Zij gaan hun geloofstraditie behandelen als een bron van absolute waarheden, gebaseerd op een absolute bron van waarheid, waardoor de kleinste details uit hun traditie, de kleinste ritueeltjes of meest verfijnde leerstellige formuleringen, op een krampachtige manier ‘waar’ worden zoals ze wellicht nog nooit waar waren geweest. Geen wonder dat bijvoorbeeld bij de neocalvinisten al die krampachtige zekerheden in de tweede helft van de twintigste eeuw met een grote knal uiteen vliegen, omdat de meeste van die ‘waarheden’ hun functionele betekenis in de traditie hebben verloren, vermoedelijk deels omdat ze die functie van absolute waarheid nooit hadden gehad.’

maartenwisse (1)

Maarten Wisse (foto: MW) stelt dat, terwijl het christendom vanwege zijn binding aan de heilsfeiten nog een intrinsieke interesse in de waarheid heeft, de islam toch op de eerste plaats een wetstraditie is, en in die wetstraditie met de daaropvolgende jurisprudentie bij uitstek de nuance en de praktische wijsheid verpakt zit die matigt en in overeenstemming brengt met wat op dat moment in de gegeven situatie verstandig is.

En wellicht gebeurt dan met die wijsheidstraditie, vol van nuance en voorzichtigheid als ze is, hetzelfde als ze clasht met een seculiere moderne samenleving. Dan vergeet een klein deel van die traditie haar ware aard, juist in een poging om die ware aard te behouden, en transformeert de eigen wijsheidstraditie tot een absolute bron van kennis.’

Geloofsgemeenschappen moeten de moed maar op durven brengen, aldus de theoloog, om de ruimte voor tolerantie en verdraagzaamheid niet in het relativeren van alle tradities en het nivelleren van alle verschillen te zoeken. Integendeel, zegt hij, die tradities juist binnengaan en daarin de deugden van verstandigheid, voorzichtigheid, rechtvaardigheid en dapperheid als hoeders en bronnen van waarheid aanboren, biedt juist een volstrekt ernstig nemen van die tradities zelf een uitstekende garantie voor tolerantie:

Hoe meer waarheid in waarachtigheid, hoe meer tolerantie.’

Tot slot verwijst Wisse in zijn lezing naar de Bergrede, het meest radicale gedeelte uit het Nieuwe Testament, en zegt hierover: ‘Wie zei er nu dat een radicale vorm van religie niet gepaard kan gaan met verdraagzaamheid?’

Zie: (sinds 26 juni online): Waarheid en de grenzen aan verdraagzaamheid

Beeld: deugd.net.nl

Tomás Halík over het christendom na de religie

thomashalik

Tomás Halík, theoloog-filosoof, schreef Ik wil dat jij bent, over de God van liefde. Het vormt min of meer een eenheid met Geduld met God en De nacht van de biechtvader. Achtereenvolgens handelen ze over geloof, hoop en liefde. Volgens De Nieuwe Koers een uitdagend boek, vol wijsheid, dat je bij de kladden grijpt en niet meer loslaat. Na afloop kun je alleen maar denken: nog een keer lezen. ‘Atheïsme, twijfel, secularisatie en vergelijkbare thema’s spelen voortdurend een rol in Halíks overwegingen, ook als hij schrijft over de liefde’. 

Trouw schrijft bij monde van Pauline Weseman dat de gevierde theoloog indruk maakt met zijn pleidooi voor liefde als tegendeel van narcisme. Volgens Weseman gaat Halík op zoek naar hoe je God, jezelf en je vijand lief kunt hebben temidden van de drie stromingen in het Europa van vandaag: christendom, seculier humanisme en neopaganisme.

God is voor Halík geen object, maar de radicaal andere, een absoluut mysterie waarover we niets weten, behalve dat hij ‘de biosfeer van alle echte liefde’ is: God gebeurt, echte liefde gebeurt daar waar we liefhebben.’ (Weseman)

Het christendom na de religie, zo luidt de ondertitel van Ik wil dat jij bent. Dit doet De Nieuwe Koers herinneren aan de theoloog Bonhoeffer die in de oorlogsjaren al sprak over het ‘einde van de religie’ en over de betekenis daarvan voor het christendom.

In de loop van de naoorlogse jaren – in Nederland vooral na 1960 – hebben nogal wat theologen laten weten hoe het christelijk geloof opnieuw vormgegeven moest worden, met het oog op de secularisatie en het wegvallen van de vanzelfsprekendheid van religie. Niet zelden hintten die theologen op uitwegen die ook letterlijk een ‘weg uit de kerk weg’ waren, met daarbij stevige effecten op de geloofsinhoud. Zo’n type theoloog is Halík niet. Misschien kun je hem een secularisatietheoloog noemen, maar dan wel eentje van een veel latere generatie dan zijn beruchte vakbroeders uit de jaren zestig. Het verschil maakt Halíks politieke en kerkelijke achtergrond.’ (De Nieuwe Koers)

Volgens Tjerk de Reus, van Het Goede Leven, kijkt Halík kritisch naar verschillende kanten, zegt hij ronduit dat hij de algemene, seculiere definitie van liefde wil verrijken: met de liefde voor de vijand en de liefde voor God.

Voor hem zijn dit cruciale aspecten van de liefde, die ook duidelijk maken dat het hedendaagse idee van tolerantie te mager is. Hij verdiept dus het beeld van de liefde, tot een gebeuren waarin de mens zichzelf overstijgt of over zijn eigen grenzen wordt getrokken. In de ware liefde, die meer met trouw, aanvaarding en nederigheid te maken heeft dan met emoties, vinden we God, aldus Halík. Dat betekent niet dat God opgaat in onze liefdeservaringen, eerder geeft dit besef een nieuwe, ook kritische inhoud aan de liefde.’ (Tjerk de Reus)

Weseman stelt dat de uiterst belezen Halík met zijn analyse van zelfverafgoding de kern raakt en een merkbaar doorleefde weg daaruit biedt: de impopulaire weg van eigen verantwoordelijkheid nemen, zelfopoffering en zelfreflectie die ongetwijfeld zal schuren bij menig lezer.

Natuurlijk is zijn uiteindelijke boodschap dat we elkaar lief moeten hebben, maar die wordt des te krachtiger doordat hij pijnlijke thema’s behandelt die de liefde op de proef stellen, wanneer de liefde niet vanzelf (meer) gaat, zoals in relaties, na de Holocaust of bij andersdenkenden. Een waardevolle aanvulling in het huidige religiedebat.’ (Weseman)

Zie:

Ik wil dat jij bent – Het christendom na de religie | Tomás Halík | Uitgeverij Boekencentrum | 10 mei 2017 | € 19,90 

Christendom filosofisch beschouwd in Overdenkingen

OverdenkingenRutten

‘Ik had daadwerkelijk het idee dat er buiten de wiskunde en logica, tezamen dan met mijn interesse in geschiedenis en muziek, helemaal niets meer was. Ik begon een leegte te voelen. Een enorme leegte.’ Aldus filosoof Emanuel Rutten in zijn boek Overdenkingen, gericht op zijn wijsgerig denken over het Christendom, waarin hij een existentiële en ook ethische waarachtigheid vond, een wijsgerige diepgang en een sublieme esthetiek die hij tot dusver nog bij geen enkele filosoof was tegengekomen.

In mijn jaren in Delft betekende religie helemaal niets voor mij. Het betekende zo weinig dat ik mijzelf niet eens atheïst zou hebben genoemd als iemand mij ernaar zou hebben gevraagd. Het onderwerp bestond eenvoudigweg niet. De weg naar het christendom is bovendien lang geweest.’ (Uit: Overdenkingen)

Overdenkingen is een essaybundel waarin een groot deel van Ruttens wijsgerige bijdragen van de afgelopen jaren over het christelijk geloof gebundeld zijn. Deze handelen over de vraag naar de redelijkheid van het geloof in God, het lijden in de wereld, het persoonlijk christelijke leven, en meer in het algemeen over het christendom als wereldbeschouwing.

En toen stond op een dag Heidegger op het programma. Die dag zal ik nooit meer vergeten. Nooit meer. Marinus ging in op Heideggers zijnsleer en op de ontologische differentie tussen de zijnden en het zijn, en ik werd op slag verliefd. Verliefd op de filosofie, verliefd op Heideggers manier van beschouwen, verliefd op deze intens verdiepende manier van denken. Zo kan men dus ook rationeel zijn, dacht ik.’ (Uit: Overdenkingen)

Rutten schrijft onder meer over de redelijkheid van het christelijk geloof. Voor hem is het christendom een (theïstisch) wereldbeeld dat de zeven criteria die hij ontwikkelde voor wereldbeelden, uitstekend doorstaat. Ook staat hij stil bij het lijden in de wereld, en over God en de moraal. En hij vraagt zich af wanneer je jezelf een christen kunt noemen en of religieuze ervaring mogelijk is. Hij overdenkt Goden breken van Marc de Kesel, het goddelijke bij Georges Bataille en het heilige bij Rudolf Otto.

Tijdens mijn jaren aan de VU raakte ik ook steeds meer in contact met het christendom, en daarin vond ik een existentiële en ook ethische waarachtigheid, een wijsgerige diepgang en een sublieme esthetiek die ik tot dusver nog bij geen enkele filosoof was tegengekomen. Dit heeft mij ertoe aangezet mij nog veel verder te verdiepen in het christendom, en na verloop van tijd wist ik het. Dit is mijn ‘best account’. Dit is mijn manier van leven. Dit is mijn wijze van in de wereld zijn. Dit is wat ik ben: christen.’ (Uit: Overdenkingen)

Overdenkingen | Emanuel Rutten | Uitgeverij Stad op een berg | ISBN: 9789082186994 | April 2017 | Winkelprijs: € 15,95

EmanuelRuttenDr. ir. Emanuel Rutten (1973) is filosoof. Hij is als onderzoeker en docent verbonden aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam (zowel binnen het Abraham Kuyper Centrum voor wetenschap en de grote vragen als binnen centrum Ethos voor maatschappelijke transformatie). Het onderzoeks- en onderwijsterrein van Emanuel omvat de relatie tussen geloof en wetenschap, het evalueren van de rationaliteit van seculiere en religieuze wereldbeelden, kennisleer en speculatief realisme, logica en retorica, en esthetiek. (Uitgeverij Stad op een berg) (Foto: Twitter)