De werkelijkheid religieus benaderen voor een rechtvaardige wereld

Wereldhanden
‘We willen een rechtvaardige wereld; en dus moeten we doen wat we kunnen: daarom benaderen we de werkelijkheid religieus. We ontdekken de metafysische en bovennatuurlijke aspecten van de werkelijkheid. Gelukkig: dan hebben we naast wetenschap nog andere ijzers in het vuur op weg naar onze ideale wereld.’ Aldus docent filosofie Jan-Auke Riemersma in een discussie met enkele trollen op het wereldwijde web. Want als we het aan de atheïstische humanist moeten overlaten…

Als we moeten wachten tot de atheïstische humanist de wereld een grammetje idealer heeft weten te maken, dan kunnen we alle hoop wel laten varen: met zulke mensen en hun kortzichtige visie blijft ’t aanmodderen.’

Volgens Riemersma is de architectuur van onze kennis toegesneden op het gebruik door de mens (en ’t dier) en zijn wij niet in staat om de werkelijkheid naar waarheid te vormen.

Ons brein manipuleert de waarneming krachtig: we krijgen een veel te eenvoudig beeld van de werkelijkheid voorgeschoteld. Het maakt ’t brein niet zoveel uit of je de waarheid ziet, zolang je je kennis maar zo ordent dat er op elk ogenblik een goede en adequate handeling op gebaseerd kan worden.’

Riemersma vraagt zich af wat we doen als we ontdekken dat onze grote idealen (een rechtvaardige wereld, een wereld zonder lijden) niet zullen worden verwezenlijkt door wetenschap, kunst en filosofie.

Dan onderzoekt men de werkelijkheid op hogere waarden. Wie dat niet doet is dom: die is als een gevangene die wel ontsnappen wil, maar bepaalde ontsnappingsroutes niet wil bespreken.’

Bovendien, zo vervolgt de filosoof, als ons brein ons een veel te eenvoudig beeld van de wereld voorspiegelt, dan mogen we verwachten dat de werkelijkheid zelf van een geheel andere orde is. Volgens hem zijn we op de wereld om te handelen, om te doen, om iets te bereiken en dus maken we gebruik van de gehele werkelijkheid, ook van het bovennatuurlijke domein.

Het spreekt voor zich dat deze metafysische wereld (het bovennatuurlijke of transcendente domein van de werkelijkheid) zich voornamelijk slechts conceptueel laat onderzoeken (maar sluit de religieuze ervaring niet op voorhand uit). Maar dat is werkelijk geen bezwaar. De wereld is nu eenmaal veel ‘geheimzinniger’ (maar dus ook: beloftevoller) dan de moderne, door al te lang verblijf in ’t benauwde laboratorium afgestompte wetenschapper ons wil doen geloven.’

Riemersma noemt het ironisch dat veel domoren niets zien in religie is omdat ze een verkeerd beeld van de mens en de menselijke evolutie hebben. 

We bezien de wereld ook in kleine, logische brokjes. Zodat we er iets mee kunnen aanvangen. Meer niet. En als ik wat kan aanvangen met ’t inzicht dat er een bovennatuurlijke werkelijkheid is, waarom zou ik dat dan nalaten? Inzichten zijn er om te gebruiken, om er iets mee te doen.’

Dit maakt ons volgens de filosoof in de eerste plaats tot ethische wezens die voortdurend ‘waarden’ tegen elkaar afwegen. Hij vindt het daarom te verdedigen dat wij leven in een ethische werkelijkheid, eerder dan in een door en door natuurlijke werkelijkheid.

Wij móeten handelen en zijn zo gebouwd dat we niet anders kunnen dan voortdurend laten zien of we het goede willen of het slechte. Vandaar dat sommige verstandige mensen zeggen: religie moet je doen – een goede theoloog wast de voeten van de armen, maar blijft niet eeuwig kleven achter zijn werktafel.’

Kortom, zo besluit Riemersma zijn betoog, een verstandig mens opent zijn ogen en richt zijn blik op het bovennatuurlijke.  (Ik vond deze reactie – die ik deels weergeef – van de docent filosofie in een discussie naar aanleiding van een artikel bij Geloof & Wetenschap van een hoogleraar theologie en wetenschap die naar consonantie zoekt, een te mooi pareltje om het in de krochten van internet te laten verzwijnen.)

Zie: Hoogleraar theologie en wetenschap zoekt naar consonantie

Illustr: Kunst Foto’s Haarlem (haarlem.nederland-web.nl)

Vrije Geesten: kleine antwoorden op de grote breinvragen

DSCF4052

AMSTERDAM Pia Dijkstra verwoordde het gisterenavond goed in de Rode Hoed: ‘Wat weten we eigenlijk nog weinig.’ En inderdaad, de wetenschap weet nog weinig over de vrije wil, bijna-doodervaringen (BDE), religie en God in het brein. De volle zaal wist het wel. De vrije wil bestaat; BDE bewijst niet dat er leven is na de dood en God is geen product van het brein.

Tweede Kamerlid (D’66) Dijkstra leidde in de Rode Hoed het debat Vrije Geesten over de grote breinvragen. Georganiseerd door ForumC en Brein in Beeld. Maar of de breinen van de aanwezigen er wijzer van zijn geworden? Hun standpunten wijzigden in ieder geval niet na de verschillende discussies tussen hoogleraar filosofie Gerrit Glas, filosoof Leon de Bruin, neurowetenschapper Jeroen Geurts en hoogleraar psychiatrie Iris Sommer (op de foto van links naar rechts.)

Boeiend was het wel, het zet aan tot verder lezen; ook ietwat chaotisch, niet in de laatste plaats door de plagerige en flitsende discussiestijl van Geurts en De Bruin.

De wetenschappers onderschreven de stelling dat we ons brein niet zijn, maar wel een brein hebben. Maar wie dat ‘we’ dan aanstuurt, daar kwamen we vanavond niet uit. De antwoorden op de grote breinvragen blijken klein en soms in het geheel niet te geven. Veel aannames, veronderstellingen en tegenstellingen.

De vrije wil
We zijn beperkt in onze vrije wil, dat wel. We worden gedreven door onbewuste processen, maar dat betekent niet dat er geen vrije wil is. Keuzes maken we soms niet zo bewust, want in verlangens en emoties zit niet veel vrijheid. In de ratio wel. Dus als we langer nadenken, dan maken we beter gebruik van de vrije wil? Nee, want dan spelen onbewuste processen weer een rol. Wie weet kies je ervoor – uit vrije wil? – om pianoles te nemen, maar is er al voor jou gekozen doordat je als kind mooie pianodeuntjes hoorde.

DSCF4048

Bijna-doodervaringen
Unaniem verwezen de wetenschappers Pim van Lommel naar de fabeltjeskrant. Uit BDE kan je niets afleiden: dat je ‘ergens geweest bent’ is geen bewijs, maar een gewone ervaring. De ervaring klopt, de interpretatie niet: geen bewijs dat er nog bewustzijn is na de dood.
We zijn de enige soort die bewust weet dat de dood onontkoombaar is, dus hebben we existentiële angst en daar speelt religie op in: om die doodsangst te bezweren. We willen minstens een beetje bewijs en Van Lommel voorziet in de behoefte aan een eeuwig leven.

Geloof heeft als nadeel dat je minder kritisch bent op het heden. Sommigen kiezen dan eerder voor de dood, zeker als er maagden wachten. Twee van de vier aanwezige wetenschappers zijn gelovig: zij geloven in een persoonlijk voortbestaan, met de nadruk op geloven. Het komt door de ‘onuitroeibare religieuze behoefte’ van de mens. Maar hoe het leven na de dood eruit ziet, weten wetenschappers niet. Blijft het ‘denken’ na de dood ergens? Blijft de informatie bewaard? Het overschrijdt ons begripsvermogen.

God in het brein
God is niet in het brein te vinden, ook al bestaat er een ‘religiekwab’. Maar daarmee kan je God toch niet verklaren. Wetenschappers trekken uiteenlopende conclusies uit de data van het wetenschappelijk onderzoek. Er licht van alles op in de hersenen, maar concrete beelden zie je uiteraard niet. Data bewijzen niets over het bestaan van God. Nonnen werden onderzocht tijdens het denken aan hun diepste religieuze ervaring. Bepaalde hersengebieden lichtten op. Ze waren verrukt, want God maakt contact. Maar de ervaringen zelf zijn niet te scannen. Religie is ook geen ‘afscheidingsproduct’ van het brein. De conclusie was dat de wetenschap eigenlijk niets kan zeggen over religie of God in de hersenen. Geloven is een keuze, zei iemand. Nee, een gave, vond een ander.

Verslag & foto’s: PD

Een zielloos tweede leven in een computer

535d5bca2bbf9dabc08bb36df4ec5c14_medium
Stephen Hawking beweerde 20 september jl. dat onze hersens mogelijk een tweede leven kunnen krijgen via een computer. Hij zei dat zijn idee momenteel theoretisch is, maar dat ons brein op soortgelijke wijze als een computer functioneert en daarom theoretisch na de dood op een computer zou kunnen worden overgebracht, en daarop blijven functioneren ‘zonder het lichaam om het aan te drijven’.

‘Een aparte onderzoeksgroep genaamd de ‘Brain Preservation Foundation‘, werkt aan de ontwikkeling van een proces om het brein te preserveren samen met zijn herinneringen, gevoelens en bewustzijn. Het proces, chemische fixatie en plastic verankering genaamd, omvat het omzetten van het brein naar plastic, waarna dit in dunne plakjes wordt gesneden, om het dan in een synapsedriedimensionale structuur in een computer te laden.’ (Illustr: brainpreservation.org)

Een bizarre ontwikkeling. Als je niet in God gelooft, moet je het eeuwig leven wel zelf fabriceren, zal Hawking gedacht hebben. Als zijn idee in de praktijk wordt gebracht, zal het brein echter weinig doen. De ziel van de mens verhuist immers niet mee naar de computer. De (geest van de) mens zelf is dood, alleen de hersenen doen het nog, misschien. Niet meer dan een machientje zonder bewustzijn. Gelukkig maar, want een mens in een computer lijkt me een helse marteling; een eeuwigdurende gevangenis.

Stephen Hawking in Gocompare.com ad
Stephen Hawking (foto: PA) denkt dat het brein als een programma in de geest is, dat als een computer werkt, meldde The Telegraph.

‘Dus is het theoretisch mogelijk het brein naar een computer te kopiëren en zo in een vorm van leven na de dood te voorzien.’ Hij bevestigde dat een dergelijke prestatie ‘buiten onze huidige capaciteiten’ ligt.

Niet dus, geen tweede leven, want er is geen persoon of ziel die het brein aanstuurt. Het brein zal zielloos zijn, hooguit met behulp van techniek een robotarm omhoog krijgen, of iemand schoppen met een robotvoet. Een puur technisch gebeuren dus, de mens zit niet meer in het brein. Er is dus geen sprake van een tweede leven. Hooguit zal het bewijs geleverd worden dat hersenen helemaal niets zijn zonder ziel. Een levenloze machine, gevangen in techniek.

paultiesingaVolgens Paul Tiesinga (foto: RU), hoogleraar Neuroinformatica aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, zelf werkend aan een computermodel van het menselijke brein als een van de hoofdonderzoekers binnen het Human Brain Project (HBP), zullen waarschijnlijk alleen basale functies van het brein tot in detail kunnen gesimuleerd kunnen worden. In het artikel Je brein in een computer, zegt hij:

‘We zullen geen ‘geest’ creëren. Onder andere omdat we geen ervaringen in het model zullen stoppen.’

pimhaselagerNeurofilosoof Pim Haselager (foto: RU) stelt in hetzelfde artikel dat het brein niet compleet is zonder lichaam.

‘Het is opvallend dat alle wezens die een cognitieve beleving hebben – zoals pijn en honger – afhankelijk zijn van een hele nauwe samenwerking tussen hersenen en lichaam. Van die wederzijdse verknoping hangt onze overleving af, en het is mijns inziens ook een vereiste voor bewustzijn.’

‘Om te beginnen met de meest filosofische vraag van allemaal: hoe weet je zeker of een computer of robot bewust is? Een computer kan daar van alles over beweren, want je kunt hem programmeren om dit te doen. Koud kunstje om hem te laten zeggen: ‘Ik besta’, of ‘Ik denk dus ik ben’. Maar qua beleving kan hij dan nog steeds als een ijskast zijn: hij voelt niets.’

Zie: Stephen Hawking says it maybe possible for our brains to have an afterlife via computers 

en: Je brein in een computer (Kennislink)

Bron: Knipsels (30 september 2013) 

Illustr: plazilla.com (Het Human Brain Project)

Hoe een immateriële geest een materieel lichaam in beweging zet

fabre_brein2
‘De geest kan los staan van ons lichaam.’ Volgens de zwaartekrachttheorie van Newton trekken de zon en de aarde elkaar op afstand aan. Newton kon op geen enkele manier ook maar bij benadering duidelijk maken hoe deze werking op afstand precies in haar werk gaat. Dit vormde geen onoverkomelijk bezwaar tegen de acceptatie ervan.

‘In de moderne fysica worden talloze onvoorstelbare conclusies getrokken, zoals elementaire deeltjes die op enorme afstand met elkaar verstrengeld zijn, deeltjes die ontstaan uit een absoluut vacuüm, deeltjes die terug in de tijd reizen, deeltjes die ook golf zijn, enzovoort. De ondoorgrondelijkheid van dit alles vormt echter geen reden om deze conclusies als onzinnig te verwerpen. En dat is maar goed ook, want de theorieën die fysici ontwikkelen worden de laatste decennia alleen nog maar onbevattelijker.’ 

erFilosoof Emanuel Rutten, onderzoeker verbonden aan het Abraham Kuyper Centrum voor Wetenschap en Religie van de Vrije Universiteit in Amsterdam, geeft bovenstaande voorbeelden in zijn artikel Dualisme van materie en geest zo gek nog niet in Wijsgerige reflecties waarin hij stelt dat de geest niet samenvalt met het brein.

‘Hij bestaat er los van en staat ermee in een onderlinge wisselwerking. (…) Het zou volkomen onduidelijk zou zijn hoe een geest een wisselwerking zou kunnen aangaan met de hersenen. ‘Hoe kan een immateriële geest een materieel lichaam in beweging zetten?’ 

De eerste reactie van Rutten hierop is dat de geest het lichaam natuurlijk niet beweegt op dezelfde manier als waarop bijvoorbeeld materiële dingen, zoals botsende biljartballen, elkaars beweging veroorzaken. Er moet sprake zijn van een ander soort oorzakelijkheid, namelijk mentale veroorzaking.
Rutten vraagt zich verder af wat de argumenten zijn voor de opvatting dat onze geest identiek is aan ons brein, daar er vaak wordt gewezen op het principe van de ‘oorzakelijke geslotenheid’ van de fysische natuur.

‘Alle materiële gevolgen zouden slechts materiële oorzaken hebben. Wil onze geest iets materieels kunnen veroorzaken, dan moet ze dus zelf materieel zijn. De geest is daarom niets anders dan ons brein. Genoemd principe volgt echter niet uit modern natuurkundig onderzoek en wordt er evenmin door verondersteld. Het is vooral een metafysische overtuiging van materialisten. Een dualist hoeft het niet te accepteren.’ 

Er is volgens Rutten een goede reden om te denken dat mentale ervaringen inderdaad niet identiek zijn aan neurale processen in de hersenen.

‘Wij kennen onze mentale gewaarwordingen alleen van binnenuit, vanuit het eerstepersoonsperspectief. Het zijn innerlijke, subjectieve ervaringen en dus van een heel andere orde dan groepjes vurende neuronen. Zo hebben ervaringen geen massa of volume, en hebben neuronen geen gevoel. Daarom zijn mentale gewaarwordingen niet hetzelfde als de neurale processen die zich in ons brein afspelen. De geest is ongelijk aan het brein omdat hij van een andere aard is. En dit is precies wat de dualist beweert.’ 

Zie: Dualisme van materie en geest zo gek nog niet (Emanuel Rutten)

Illustr: Johan Sanctorum op Alphavillle: ‘Onlangs openbaarde kunstenaar Jan Fabre dat we na zijn dood zijn brein kunnen bewonderen, als middelpunt van een postume installatie. ‘Ik kijk ook graag naar mijn hersenen. In scans en in sculpturen,’ aldus de cultartiest. Grappig en pathetisch tegelijk: een hoofdarbeider die onder de schedelpan gaat kijken, om te zien waar al dat moois vandaan komt. Niets kan schoner zijn, dan dat wat schoonheid produceert.
Toch vermoed ik achter deze extreme uiting van ijdelheid een vorm van perplexiteit: hoe hebben die hersenen dat klaargespeeld? De gearriveerde meester-kunstenaar beseft plots dat hij nooit dat zal beheersen wat hem tot de creatie dreef. Gevoelens van ontzag, (zelf)liefde, maar misschien ook van (zelf)haat en afkeer komen boven in deze confrontatie.
Dat wat men doorgaans inspiratie noemt (letterlijk: ‘de geest die binnentreedt’, zoals in het Pinksterwonder), blijkt nu wat gesuis van neuronen in een gesloten circuit. Met het kunstwerk als onbeheersbaar, flatulair neveneffect.’