Transcendentie is datgene wat ons draagt en vervult

Boekrecensie: Levensduiding in het licht van transcendentie – De theologie van Jörg Lauster. Levensduiding is betekenis geven aan het leven. Transcendentie staat voor ‘God’, of het ‘heilige’, soms ook voor ‘het andere’ of ‘iets dat in de mist van een weinig verplichtende vaagheid blijft hangen’. Dit boek gaat over de ervaring van transcendentie, bezien in het licht van het werk van de Duitse liberale theoloog Jörg Lauster. Voor hem is de ervaring van transcendentie het centrale element van religie, en niet slechts ‘het vreemde’ en ‘andere’. Hij noemt het ‘datgene wat ons draagt en vervult’.

Liberale theologie

De auteurs zijn hoogleraar vrijzinnige theologie Rick Benjamins en emeritus hoogleraar protestantse kerk en cultuur Wouter Slob. Het boek begint met een interview door journalist Andreas Main met Lauster. Hierin wordt de liberale theologie gedefinieerd, ook wel cultuurprotestantisme genoemd. Het gesprek gaat over de toekomst van het christendom. De liberale theologie wil het ‘absolute tegendeel van elke vorm van religieus fundamentalisme’ zijn. Zij wil de boodschap van het christendom vertalen in een andere, moderne taal en de grenzen tussen niet-religieuzen, christenen, joden en moslims ‘een beetje vloeibaar maken’.

Zingeving
D
it boek gaat uitgebreid in op transcendente ervaringen en hoe deze (religieus) te duiden. Door transcendente ervaringen kan de wereld op een onuitsprekelijke manier als zinvol worden ervaren, stellen de auteurs, waardoor het niet zinloos is om aan zingeving te doen. Transcendentie-ervaringen kan je opdoen binnen religie, in het samenleven, de natuur of de kunst. De ervaringen zelf worden echter nauwelijks beschreven. Levensduiding in het licht van transcendentie is vooral een literatuurstudie van Lausters boeken door Benjamins en Slob.

Het werk van Jörg Lauster
W
e maken kennis met de boeken zoals Religion als Lebensdeuting, waarin Lausters opvattingen over de duiding van het leven, de Bijbel en transcendentie beschrijft. Een mens kan ‘iets’ ervaren en dat alleen maar duiden met woorden die naar transcendentie verwijzen, zoals ‘God’, ‘heilig’ of ‘onwerelds’, omdat iedere andere duiding tekortschiet.
In Gott und das Glück gaat het over God, het geluk en het goede leven. De transcendentie-ervaring zou een perspectief op geluk kunnen openen dat naar een veranderde levensvoering kan leiden, gericht op het goede leven.

Lausters bewering dat de werkelijkheid ‘meer’ is dan ze is, vanwege een transcendente dimensie die zich kenbaar maakt, beschrijft hij in Die Verzauberung der Welt. Hij zegt dat die transcendente dimensie de werkelijkheid is, zich op bijzondere momenten op een onuitspreekbare manier zinvol toont en door de mens van zingeving wordt voorzien.
In Der ewige Protest zegt hij dat het religieuze profaan en leeg wordt als het niet meer naar transcendentie verwijst. Transcendentie-ervaringen vormen ‘het hart van het religieuze’ en worden in verschillende tijden op verschillende manieren met verschillende middelen tot uitdrukking gebracht. Volgens Benjamins en Slob is de transcendentie-ervaring de kern van Lausters theologie en van zijn hele oeuvre.

Middenweg
D
e theoloog lijkt vooral een middenweg te zoeken tussen orthodoxie en vrijzinnigheid. Hij bestudeert de opvattingen van subjectiviteitstheoretici en de openbaringstheologen. Volgens de subjectiviteitstheorie is de weg naar God geen weg naar buiten via de wereld, maar naar binnen via jezelf. De mens zelf is een verschijningsvorm van het transcendente en kan op zijn eigen manier naar de wereld kijken, geworteld in God. Daarentegen gaat de openbaringstheologie ervan uit dat de band met God langs de Bijbel gaat, en niet langs onszelf.

Lauster bedient zich van de hermeneutiek (= alles wat zich tussen de tekst en de lezer afspeelt) om inzicht te krijgen in de transcendentie-ervaring en relateert die aan de Bijbel, de geschiedenis, de moderniteit en de christelijke religie. Zo wil hij een middenweg vinden tussen het transcendente dat zich spontaan bij de mens aandient of dat juist begint bij de mens die via zijn eigen bewustzijn toegang tot de werkelijkheid heeft.

Religie als innerlijk beleven
L
auster is van mening dat de kerk het transcendente niet moet veronachtzamen, omdat daarmee de ziel uit de kerk zou verdwijnen en slechts lege hulzen zouden overblijven. Hij zegt dan ook dat ‘religie niet het simpele voor-waar-houden is van kerkelijke leerstellingen, maar een innerlijk beleven en een persoonlijke overtuiging’ zijn. Hij vindt het kleingeestig om te zeggen dat lege kerken de ondergang van het christendom betekenen. Desondanks blijft voor hem de kerk wel de plek waar mensen ‘de boodschap van het christendom leven en aan anderen doorgeven’.


Jörg Lauster

Mijn conclusie
D
e liberale theoloog zoekt verbinding tussen niet-religieuzen, christenen, joden en moslims. Zijn uitgangspunt is evenwel alleen de christelijke kerk. De auteurs stellen terecht dat wie bijvoorbeeld het woord ‘God’ niet in zijn bagage heeft, geen ervaring van God zal opdoen. In het boek wordt nauwelijks stilgestaan bij hoe niet-religieuzen transcendentie beleven. Het transcendente lijkt zo alleen vanuit de christelijke religie woorden te kunnen geven die leiden tot een ‘dieper verstaan van de wereld en zichzelf en daarmee tot een betere duiding van het leven’.
Blijft de vraag of en hoe Lauster de moderne samenleving die het transcendente vooral vanuit de eigen (seculiere) levensfilosofie ervaart, kan betrekken in zijn middenweg.

Levensduiding in het licht van transcendentie – De theologie van Jörg Lauster | Rick Benjamins en Wouter Slob | Uitgeverij Van Warven | ISBN 978-94-93175-45-7 | Druk: 1 | februari 2021 | 124 pagina’s | €16,95

Beeld: Journey of the Human Spirit (johns-consciousness.com)
Foto Jörg Lauster: devrijzinnigelezing.wordpress.com

(Eerder gepubliceerd bij de Academie voor Geesteswetenschappen, Utrecht)

!Tip: Op 25 maart 2022 is ’s avonds in de Geertekerk in Utrecht de Vrijzinnige Lezing. Jörg Lauster betoogt hierin dat een ervaring van transcendentie licht werpt op het bestaan en dat religie in staat stelt om bij te dragen aan de duiding van het leven. De titel van de lezing die hij uitspreekt is The Idea of a Religion. Prospects of a Liberal Christianity Today. De voertaal is Engels.

‘De mens is slechts een geëvolueerde aap’

De opvatting dat de mens centraal staat, blijkt diep geworteld in het christendom, stelt ‘Jonge Denker’ Liselot Fetter. Het werd een belangrijke basis van het westerse denken. Volgens de Bijbel heeft God eerst de mens en daarna alle andere dieren geschapen, waarbij de mens een superieur wezen is. Het is voor Fetter duidelijk dat we natuur nodig hebben, maar zij vraagt zich af wat de wenselijke verhouding is tussen mens en natuur. ‘De moderne mens is een wezen dat gedreven wordt door economisch gewin en materialisme’.

Descartes
F
etter schreef het essay Kom uit je bubbel in iFilosofie, het tijdschrift van de Internationale School voor Wijsbegeerte. Zij stelt dat de mens zichzelf centraal zet sinds Descartes’ Cogito ergo sum: mijn bewustzijn, het subject, staat tegenover al het andere, het object. Oftewel, ik sta als individu tegenover de rest van de wereld: een antropocentrische benadering, waarbij de natuur in dienst staat van de mens. De opvatting dat de mens centraal staat, blijkt dus ook diep geworteld in het christendom, dat een belangrijke basis is van het westerse denken.

De natuur staat volgens de Bijbel in dienst van de mens. Dankzij de evolutietheorie zijn we inmiddels tot het inzicht gekomen dat de mens slechts een geëvolueerde aap is. Bovendien bestond de aarde al miljoenen jaren voordat de mens zijn intrede deed. We zijn slechts een hoofdstuk in een dik boek. Toch maken we ons nog steeds schuldig aan het subject-objectdenken van Descartes, waarin de mens centraal staat.’

Een hoog ecologisch prijskaartje
D
e antropocentrische benadering is de oorzaak van ons huidige consumptiegedrag, zegt Fetter. De moderne mens is een wezen dat gedreven wordt door economisch gewin en materialisme. Bruno Latour noemt dit consumptiegedrag transactionalisme. Als voorbeeld neemt Fetter een shirtje van 5 euro, dat een koopje lijkt, maar waar  een hoog ecologisch prijskaartje aanhangt.

Wanneer je in rekening neemt dat voor de productie van één shirtje 2700 liter water is verbruikt, chemicaliën onnodig in het milieu zijn gedumpt en mensenrechten worden geschonden, zou je het shirtje dan nog steeds kopen?’


Liselot Fetter, een van de Jonge Denkers des Vaderlands 2020

Transactionalisme
Met je gezonde verstand kun je bedenken dat dit een slechte deal is, concludeert de Jonge Denker, en toch blijven we met z’n allen meer kleding kopen.

Op dit moment heeft transactionalisme ertoe geleid dat we in de grootste ecologische crisis ooit terecht zijn gekomen, die de mens met uitsterven bedreigt. De longen van de aarde staan in brand. Het zeeniveau stijgt. Koraalriffen gaan dood. Oogsten mislukken door toenemende droogte. Het aantal natuurrampen neemt toe. Kortom, de aarde is niet langer een stabiele woonplaats voor de mens.’

Ecocentrische benadering noodzakelijk
Fetter ziet in de toekomst door bewustwording wel een omslag plaatsvinden. Onze antropocentrische denkwijze moet omvergegooid worden. Een ecocentrische benadering is noodzakelijk: hierbij wordt ervan uitgegaan dat de natuur onafhankelijk van de mens bestaat en dus een intrinsieke waarde heeft. We zien onszelf niet als onderdeel van de natuur, aldus Fetter. Toch moeten we de aarde weer gaan zien als een systeem waar we als mensen deel van uitmaken. Als mensheid staan we voor een grote uitdaging, namelijk het behouden van de natuur, zodat de aarde voor volgende generaties nog bewoonbaar is.

‘Klimaatverandering kent geen grenzen. In de toekomst zal de klimaatcrisis in de geschiedenisboeken staan als de grootste crisis die de mensheid ooit gekend heeft, met dit moment als keerpunt. Er zal met afschuw worden gekeken naar ons niet handelen. Het versterkte broeikaseffect is al een decennium lang bekend. Toch staat het bestrijden van klimaatverandering nog steeds niet overal op de agenda.’

Zie: De Jonge Denkers – iFilosofie 56, Kom uit je bubbel – ‘We zitten in een bubbel die ons beschermt tegen de onvoorspelbaarheid van de natuur. Dus: kom uit je bubbel!’ (Liselot Fetter, een van de zeven Jonge Denkers des Vaderlands 2020, Gymnasium Haganum, Den Haag)

Beeld: Lothar Dieterich (Pixabay)

Foto: Liselot Fetter (Gymnasium Haganum )

Zeg maar je, glimlacht de Hij-God

Doe toch niet zo afstandelijk, maant God mij vriendelijk als ik hem weer eens met U aanspreek in de bossen van Lage Vuursche. Hij moet lachen en geeft me vriendschappelijk een paar stompen tegen de schouders. Niet letterlijk, want God is geest, maar toch voel ik hem om me heen, vooral als hij stompt. Dan weet ik dat Hij… eh… hij het is, en geen fantasievriendje.

Ik ben geen U of Gij of Hij, zeg maar je tegen U, sprak God. ‘Al die eerbiedskapitalen, dat schept maar afstand, terwijl ik juist zo dichtbij ben. Dat hijgerige ge-Hij. Waarom moet het beeld van mij zo patriarchaal zijn? Ik ben niet eens een hij. En ook geen zij zoals sommigen dat liever zien. Ik ben geen mens, dus geen man, en ook geen vrouw.’
‘Godzijdank.’
‘Ook geen vrouw, zei ik.’ Weer een stomp tegen mijn schouder.
‘Sommigen willen natuurlijk Godhijdank horen.’

Matthijs de Jong bijvoorbeeld, projectleider – ook weer een man – van de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap, zal eisen dat je GodHijdank zegt. ‘De hoofdletter laat Gods ‘andersheid’ zien,’ vindt De Jong… Zo lust ik er nog wel een. Er zijn mensen die wijzer zijn, die zeggen al jaren goddank, altijd goed,’ lacht God, zo uitbundig dat de dennenbomen ervan ruisen.

In de bronteksten zijn helemaal geen eerbiedskapitalen te vinden,’ zeg ik. ‘Het Hebreeuws kent zelfs geen hoofdletters. En nu moet je ineens weer U en Hij worden.’
‘Ken je nagaan! Wat is er mis met de bronteksten?’ Pats! God slaat met een hand keihard op een boomstronk. Ik zie tenminste zand en bladeren overal van de stronk afstuiven. ‘Heremetijd. Stelletje eerbiedskapitalisten!’
‘Hij staat voor mannelijk, patriarchaal, zeker als hij in kapitaal wordt geschreven. Die hoofdletter schijnt voor veel mannen extra belangrijk. Er is een studie (al in 1994) verschenen, en er zijn er meer, die de trieste en schadelijke gevolgen van een patriarchaal Godsbeeld en het doorgeven daarvan voor voornamelijk vrouwen in kerk en samenleving heeft aangetoond,’ vertel ik God. Overbodig natuurlijk, want Hij, eh… hij weet alles.
‘Ik weet het, te triest voor woorden. Daarom zien veel vrouwen mij liever als zij. Dat komt omdat mannen ervoor gezorgd hebben dat ik een patriarchale God ben. Zo konden zij hun ‘man-zijn’ kracht bijzetten. Zonde. Doodzonde. Als God ben ik voor gelijkwaardigheid. Zij is van net zo veel waarde als hij, en dat geldt ook voor iedereen die zich hij of zij voelt en alle gradaties daaromheen.’

De nieuwe Bijbel ligt al bij de drukker, dus het wordt Hij,’ zucht ik. ‘En na het drukken mag een groep vrouwelijke religiewetenschappers en theologen erover komen praten. Voor spek en bonen dus. Het boek is al drukklaar!’
‘Ineens moet de Bijbel snel klaar zijn, terwijl deze al eeuwen oud is. Dan kan je toch wel even wachten en goed overleggen of het Hij of hij moet worden? Maar eigenlijk kan het allebei niet. Zoals ik zei, ik ben geen mens, dus geen man en geen vrouw.’
Die vrouwen willen ook dat je niet mannelijk of vrouwelijk bent, maar ‘boven onze beelden uitgaat’.’
‘Beeldig! Maar wat voor beeld? Wie ben ik? Ik raak potverdrie helemaal in een identiteitscrisis.’
‘Je bent toch die je bent?’, knipoog ik.
God knipoogt terug door de zon in een flits tussen de wolken te laten schijnen. ‘O ja, natuurlijk, ik ben die ik ben. Dat zei ik nog tegen Mozes. Dat moet genoeg zijn.’
Met een high five nemen we afscheid. Mijn arm slaat door de windstoot achterover.
‘Adieu,’ zeg ik. ‘Voor mij ben je hem altijd.’
‘Hem?’ God moet zo hard lachen, dat een fikse storm opsteekt.

Beeld: Genesis 2:1-3 in de Statenvertaling (druk: Kampen, S. van Velzen Jr, 1868) – ‘De Statenbijbel uit de familie van mijn grootvader (gedrukt in 1868) is mij dierbaar en ademt grote eerbied voor God. Toch heeft die Bijbel op veel plaatsen geen eerbiedshoofdletters. Wat opvalt is dat die oude Statenbijbel eerbiedshoofdletters vooral gebruikt in teksten waar verwarring mogelijk is. Zoals bijvoorbeeld in Genesis 22:1, waar niet meteen duidelijk is of Abraham of God spreekt. Maar in Genesis 1 en 2, waar God de enige is die spreekt, staat ‘hy’ zonder hoofdletter. Hoofdlettergebruik dus in die gevallen waar dat behulpzaam is.’ (Universitair Hoofddocent Oude Testament Marjo Korpel)