Brain Uploading als menselijke verrijzenis

Brain Uploading

Verrijzen deed Jezus beter. Met lichaam en brein vol bewustzijn voorbij de cloud naar de hemel. Met Brain Uploading kom je niet verder dan de cloud. Willen je hersens daar nog iets voorstellen dan moet wel je hele lichaam mee, want zonder lichaam kan je niet denken en verlies je je bewustzijn en persoonlijkheid. Je wordt een eeuwigdurende computer die van alles kan maar zonder bewustzijn en persoonlijkheid. Zelf ben je dus digitaal dood, niet meer dan een machine. Dit rijst op als ik VN van januari 2020 lees. Brain Uploading als menselijke verrijzenis. Bijna religieus speelt futuroloog Ray Kurzwell hiermee.


‘Kurzweil is de profeet van de singulariteit, de filosofie die in de nabije toekomst een eindeloos snelle technologische innovatie voorziet waarin mens en machine volledig fuseren. Levenden worden onsterfelijk, de doden worden opgewekt, om te beginnen Kurzweils vader. Al jaren bewaart hij daarom in een grote loods alle documenten, foto’s en bezittingen van Kurzweil senior. Een artificiële intelligentie (AI) die de cognitieve capaciteit van mensen ver zal overstijgen, een ‘superintelligentie’, moet al ­deze analoge data inscannen om zijn vader een digitale wederopstanding te geven.’ (Trouw)


De (joods-)christelijke cultuur lijkt nog altijd van grote invloed op sommige wetenschappers. Blijkbaar willen zij uiteindelijk eeuwig leven en als God dat (nog) niet voor ze verwerkelijkt, dan proberen ze Jezus te volgen: opstijgen naar het eeuwige leven en als dat niet naar de hemel kan, dan maar in de cloud proberen. Maar verrijzen is veel meer dan simpel Brain Uploading. Cultuursocioloog Siri Beerends schrijft over Online en onsterfelijk: voor altijd verder leven in de cloud.

Techmiljardairs als Mark Zuckerberg en Elon Musk zijn al jaren bezig met het ontwikkelen van interfaces om onze hersenen over te zetten op een computer. Zo zouden we eeuwig kunnen voortleven. Maar wat moeten we ons voorstellen bij een digitaal bestaan zonder einde? En wát leeft er precies voort?’ (VN)

De Braziliaanse hersenwetenschapper Miguel Nicolelis koppelde brein en machine, en hersenen onderling, en laat volgens Trouw zelfs zien dat het brein de ware schepper is van het universum. De schepper!

Alles wat zich aan ons voordoet is door het brein gecreëerd, het brein is de ‘ware schepper’. Tijd en ruimte bestaan niet als zodanig, maar zijn constructen van het brein, die onze evolutie en ons overleven mogelijk hebben gemaakt.’ (Trouw)

Volgens Beerends is een van de misvattingen dat, wanneer je iemands hersenen overzet op een digitale drager, persoonlijkheid en bewustzijn automatisch meeverhuizen.

Onder invloed van technologieën als fMRI en EEG zijn we onze identiteit steeds meer gaan ophangen aan ons brein. De theorie dat wij een klompje zenuwcellen zijn met een bewustzijn dat zich in onze hersenen bevindt, wordt vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines ontkracht.’ (VN)

Filosoof en psycholoog Pim Haselager, hoofdonderzoeker bij het Donders Instituut voor Brein, Cognitie en Gedrag en universitair hoofddocent Kunstmatige Intelligentie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, vindt dat we tegenwoordig te neurocentrisch denken:

Ik ontken niet dat het brein een rol speelt bij alles wat ik doe, maar dat geldt ook voor mijn lichaam en mijn omgeving. Zo blijkt het metabolische systeem in ons lichaam ook cognitief heel belangrijk te zijn. We moeten niet denken dat bewustzijn, geheugen, persoonlijkheid en waarneming gelokaliseerd zijn in één onderdeel van onszelf.’ (VN)

De Amerikaanse neurowetenschapper Alva Noë weidde een heel boek aan de misvatting dat bewustzijn en persoonlijkheid in onze hersenen zouden zitten. In We zijn toch geen brein? legt Noë uit dat bewustzijn iets is wat we doen in dynamische interactie met de wereld om ons heen.

Om het leven te kunnen ervaren, zijn we afhankelijk van de samenwerking tussen hersenen, lichaam en een betekenisvolle omgeving. Zonder deze verknoping kunnen we de wereld niet bewust ervaren. Waarschijnlijk blijft er dus maar een gedeelte van je over wanneer alleen je hersenen worden overgezet op een digitale drager.’ (VN)

Volgens kunstmatige intelligentie-experts zoals David Watson worden de overeenkomsten tussen mensen en zelflerende computersystemen schromelijk overdreven.

Zowel binnen als buiten zijn vakgebied worden ten onrechte menselijke eigenschappen zoals bewustzijn, intuïtie en empathie toegedicht aan computers.’ (VN)

Aan het slot van haar artikel is Beerends zeer uitgesproken:

Voor toekomstige generaties zal het een zegen zijn dat hun bewustzijn niet gekopieerd kan worden. Dan zijn ze zich in elk geval niet bewust van hun existentiële leegte wanneer ze ronddwalen in de cloud als datamelkkoe voor een handjevol techbedrijven.’ (VN)

Bronnen o.a.:
* VN:
Online en onsterfelijk: voor altijd verder leven in de cloud
* Trouw: De ware schepper van onze wereld? Ons brein
* Trouw: Kunstmatige intelligentie: De nieuwe God die ons onderwerpt

Foto: Kerrie Grist looks at a real human brain being displayed as part of new exhibition at the @Bristol attraction on March 8, 2011 in Bristol, England – Matt Cardy/Getty Images

Kunstmatige intelligentie is ‘alsof-intelligentie’

KunstmatigeIntelligentie-BrownMantisPixabay

Waarom computers nooit zullen denken, is de titel van een recensie door Arthur Veenstra, auteur bij iFilosofie, over De zin van denken van filosoof Markus Gabriel. Gabriel beschouwt ons intellect als een soort zintuig dat gedachten waarneemt. Het intellect produceert dus niet actief gedachten, maar neemt passief de objectief bestaande gedachten waar. Gabriel stelt dat ons intellect een soort zintuig is dat gedachten waarneemt: een noöscoop. ‘Computers zouden nooit een dergelijk zintuig kunnen ontwikkelen.’

Het misschien meest steekhoudende argument dat Gabriel inzet tegen denkende computers, vindt Veenstra, is afkomstig van de Amerikaanse filosoof John Searle.

Searle argumenteerde dat computers nooit het karakteristieke kenmerk kunnen hebben van bewustzijn: intentionaliteit. Intentionaliteit is de eigenschap dat bewustzijn altijd bewustzijn van iets is. Bewustzijn heeft dus een relationeel karakter. Ik zie de roos, ik voel hem, ik denk aan de roos. Altijd is er een relatie tussen mijn bewustzijn en iets.’

Volgens Searle projecteren wij intentionaliteit op de computer. De computer zelf gedraagt zich weliswaar alsof hij objecten herkent, maar in werkelijkheid voert de computer blind zijn mechanische/reactieve processen uit.

Hoe ingewikkeld de programma’s ook zijn, uiteindelijk bestaat ieder programma simpelweg uit enen en nullen die de computer blind verwerkt. Sterker nog, de computer weet niet eens dat het enen en nullen aan het verwerken is. Voor de computer zijn er alleen maar impulsen waar het mechanisch/blind op reageert.’

Veenstra heeft het over miljoenen minuscule schakelaars, en miljarden elektronen, die zich een wegbanen door de chips van de computer. Maar als je wilt beargumenteren dat computers kunnen denken, dan moet je ook laten zien hoe het kan dat de blinde processen van een computer gepaard gaat met bewustzijn.

Gabriel maakt middels Searles argument duidelijk dat kunstmatige intelligentie in feite een misnomer is: om misverstanden te voorkomen zou kunstmatige intelligentie beter kunnen worden omgedoopt tot ‘alsof-intelligentie’.’

De recensent stelt dat volgens Gabriel de mens een uniek dier is en blijft; als enige begaafd met een zesde zintuig dat gedachten kan waarnemen. Tot slot stelt hij dat De zin van het denken de lezer uitdaagt en hem of haar de ammunitie geeft om zelf te gaan nadenken over ons mysterieuze en ongrijpbare vermogen om na te denken.

De zin van denken | Markus Gabriel | Vertaald door Mark Wildschut | Boom, Amsterdam | 2019. ‘Dit boek is het laatste deel van een trilogie waar ook Waarom de wereld niet bestaat en Waarom we vrij zijn als we denken deel van uitmaken. Het is zo geschreven dat het zonder kennis van beide eerdere delen begrepen kan worden. Net als die voorgangers behoort het tot een genre dat zich richt tot al diegenen die graag hun gedachten laten gaan over wijsgerige thema’s. En precies om dit proces van het denken moet het hier gaan.’ (Gabriel)

Zie: Waarom computers nooit zullen denken, in iFolosofie nr 46, het filosofietijdschrift van de ISVW, oktober 2019.

Beeld: BrownMantis (Pixabay)

‘Licht, geest, creativiteit en religie horen bij elkaar’

lichtalsdeeltjeengolftweakers.net

‘Alles wat er in het heelal voor mij bestaat, bestaat in de eerste plaats als gedachten en beelden in mijn bewustzijn.’ In Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? benadert auteur Gerrit Teule – in het deel Licht en bewustzijn – geest en bewustzijn vanuit een ongebruikelijke kant, namelijk vanuit de natuurkunde en wat die met haar experimenten ons zegt over licht. Teule zegt een ‘gulden’ middenweg te bewandelen om tot inzicht te komen. Hij legt onze ‘binnenwereld’ naast die van de ‘harde’ natuurkunde. 


Ik heb het gevoeld, een aanwezigheid die mij met vreugde beroert.
Verheven gedachten, een prachtige gewaarwording,
van iets wat veel dieper samengesmolten is.
Het licht van de ondergaande zon is zijn woning
en ook de oceaan om ons heen, en de levende lucht,
en de blauwe hemel en de geest van een mens.

(William Wordsworth)


Teule heeft het over psychomaterie: een synthese van geest en stof. (Geest, ziel en bewustzijn zijn volgens hem geen ‘bovennatuurlijke verschijnselen’ en het begrip materie verandert in ‘psychomaterie’.) De auteur begint bij ‘harde’ natuurkunde en verifieerbare of falsifieerbare theorie, maar al snel komt er een toegevoegde ‘ruimtedimensie’ bij:

Een zuiver product van de geest, dat weliswaar in veel hoofden kan bestaan en bruikbaar is, maar dat toch moeilijk verifieerbaar is. Bewijsbaarheid van deze extra ruimtedimensie, de imaginaire dimensie, met waarnemingen uit de natuur is niet mogelijk, want dimensies bestaan slechts in onze geest als ‘actieve metaforen’: onze denkconstructies die de vorming van bewustzijnsbeelden begeleiden of zelfs geheel bepalen.’

Atoomfysicus en theoloog Lawrence W. Fagg concludeerde in zijn boek Elektromagnetism and the Sacred dat licht, geest, creativiteit en religie bij elkaar horen, zo vertelt Teule, die dit boek vertaalde: Op de grens van geest en stof – Elektromagnetisme en het Heilige. Hij zegt dat Jung daar nog het numineuze aan toevoegde: het ontzagwekkende, het adembenemende, het grootse.

Er bestaat een rechtstreeks verband tussen elektronische interacties en de werking van de hersencellen en ons lichaam: elk elektro-encefalogram of elektrocardiogram bewijst dat.’

Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? is geen eenvoudig boek dat je ‘even leest’ maar wel in alle rust kan bestuderen om te doorgronden hoe en waarom de auteur (boeiende en bijzondere) verbanden legt tussen ‘harde wetenschap’ en gedachten van filosofen als Pierre Teilhard de Chardin, Carl Jung, en anderen. Je komt erachter dat er in de hoofden van deze denkers gedachten speelden die later door de wetenschap min of meer bevestigd worden, of althans, zeker worden verbanden zichtbaar. Zo vertelt Teule bijvoorbeeld dat van Jung gezegd wordt dat hij langs experimentele weg het bestaan van het onbewuste aantoonde, met een nauwkeurige galvanometer.

Moderne scanonderzoeken tonen inderdaad aan, dat er in onze hersenen in elektrochemische zin veel gebeurt waar we ons niet bewust van zijn. Dat kunnen we ook aanduiden met termen als voorbewuste of het onderbewuste, of we moffelen het weg als wat elektronisch gerommel in de marge (ook te verpakken in onduidelijke termen als ‘ruis’, of ‘schuim op de hersengolven’).’  

Zijn we met ons bewustzijn überhaupt in staat datzelfde bewustzijn helemaal te doorgronden, vraag Teule zich af. Met deze principiële vraag begint volgens de auteur de kennis over de extreme elektromagnetische complexiteit en breindynamiek. De auteur verwijst weer naar Fagg die stelt dat we alle elektronische interacties in de breedste zin van het woord kunnen zien als de werking van het licht. Dit maakt Teule vervolgens uitgebreid en diepgaand duidelijk in zijn boek. Door het verband wat de auteur legt tussen geest, licht en elektronen, komt hij uiteindelijk uit bij de diepste wortels van de bewustzijnsevolutie en de psychologie: het onderwerp van zijn boek.


‘Ongeveer tien jaar, tegelijk met mijn natuurkundige werk op het gebied van kernfysica aan de Katholieke Universiteit van Amerika, studeerde ik theologie aan de George Washington Universiteit. Bij de meest interessante colleges van het programma waren er twee die gingen over de teksten van christelijke mystici. In hun werk en in de geschriften van alle religies die ik bestudeerde, had licht (een elektromagnetische straling!) een speciale plaats, niet alleen als een symbool of metafoor, maar ook als een diepe, intieme ervaring van heilige aanwezigheid.’ (Lawrence W. Fagg)


Bron: Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? Deel I Licht en bewustzijn, 1. Elektronen uit licht.

Beeld: tweakers.net – Wetenschappers maken eerste snapshot van licht als golf en deeltjesstroom (2015)

Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? | De evolutie van geest, ziel en bewustzijn als een natuurlijk proces; hoe moderne natuurkunde en informatica ons leiden naar een universele en diepe psychologie | ISBN 9789461533487 | Uitgeverij Aspekt B.V. | 386 pag.

Gerelateerd:
– ‘Ga heen en komt tot bewustzijn! 
– Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan?

Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan?

Hebbenwijeenziel (1)

Natuurkunde is alleen maar compleet als het gaat over alles wat in de natuur bestaat, dus naast al het materiële ook het geestelijke. In het boek Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? haalt auteur Gerrit Teule direct Pierre Teilhard de Chardin aan die al de nadruk legde op de ‘binnenkant’ van de materie, in tegenstelling tot de ‘buitenkant’, waar de klassieke natuurkunde zich mee bezighoudt. Maar ook denkbeelden van andere ‘originele denkers en eigengereide filosofen’ als Carl Jung, Roberto Assagioli en Jean Charon betrekt de auteur erbij om met de nieuwste bevindingen over informatica en fysica een samenvattende hypothese te schrijven over de relatie tussen geest en stof.

Mensen werpen Teule soms tegen dat ze hun ‘bewustzijn toch al hebben, net als hun ziel’ en vinden de natuurkunde en informatica niet nodig om het bestaan van hun ziel te bevestigen. Maar technicus Teule laat het daar niet bij daar hij zich altijd afvraagt ‘hoe iets werkt’. Dat doet hij uitgebreid in dit boek over een ‘eonische psychologie’, waarin zeer oude oosterse gedachten uit de Upanishaden en het taoïsme, en moderne kennis over elektromagnetisme hand in hand gaan.

Mijn voorstel is dus: laten we de vragen over bewustzijn, geest en ziel eens van een heel andere kant bekijken, de kant van de elektromagnetische interactie en de daarmee nauw samenhangende bewustzijnsevolutie.’

Pierre Teilhard de Chardin (1881 – 1955) tegenkomen in dit boek is dan niet zo vreemd. Deze Franse jezuïet en paleontoloog stelde zijn ideeën over bewustzijnsevolutie en bezielde stof centraal, zoals Teule memoreert. Dat geldt ook voor de andere filosofen, van wie hij korte levensbeschrijvingen weergeeft.

Het bijzondere van Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? is, dat, als je je ervoor openstelt, gaat begrijpen hoe en waarom de auteur fysica en psychologie elkaar de hand laat geven en samen verder laat gaan ‘op het pad van psychofysica en bewustzijnsevolutie, waarin basaal elektromagnetisme een cruciale rol speelt’.

Zo ontstaat er een hypothese over ‘geestdeeltjes’ (menticles), die een deeltje- en een golfkarakter bezitten en die via non-lokale interacties tijdloos informatie aan elkaar kunnen overdragen, ongeacht de afstand.’

De auteur geeft aan dat duidelijk zal worden dat dit fraaie aanknopingspunten geeft, vooral als het gaat om gedachten over hersenwerking, het gemeenschappelijke onbewuste, de relatie tussen lichaam en geest, robots en bewustzijn, synchroniciteit, archetypen en misschien zelfs paranormaal aandoende verschijnselen als telepathie, psychokinese, bijna-doodervaringen en buitenlichamelijke waarnemingen c.q. helderziendheid.


Als de geest sinds de oerknal bezig is, zoals we in de eonische theorie laten zien, en als er in de oerknal alleen maar elementaire deeltjes bestaan (voornamelijk elektronen, lichtdeeltjes en quarks), moet daar dan ergens ook de verbinding liggen tussen geest en deze vroegste materie? Met deze vraag komen we terecht bij de ‘korreligheid’ van onze geest. Bestaat er dan zoiets als ‘elementaire geestdeeltjes’?

We kunnen hier dus op een natuurkundige manier spreken over de geestelijke ‘binnenkant’ van materie, zoals Teilhard het bedoelde. Teilhard had het over de ‘atomiciteit’ van de geest en dat leidt ook vanuit zijn filosofische standpunt tot de gedachte dat de geest bestaat uit deeltjes: geestdeeltjes, die in de loop van de evolutie steeds ‘wijzer’ worden, c.q. informatie verzamelen.’
(Teule in: Bewustzijnsevolutie en Artificial Intelligence)


Teule zegt zich niet bezig te houden met ‘lege onbenulligheden’, zoals de ‘gezichtsbepalende sociale psychologie’ dat doet met zijn (veel te) sterke nadruk op gedragspsychologie en het materialistisch gedachte brein. Psychologie verwordt tot ‘feitjesmachine van losse ditjes en datjes’, zoals prof. dr. J. J. Derksen in de NRC zegt: ‘Breinobsessie leidt tot lege onzinpsychologie’.

Ik houd mij in dit boek niet bezig met ‘lege onbenulligheden’, maar richt me op fundamentele psychologie: wat is geest en hoe beïnvloeden geest en materie elkaar? Hoe evolueerden geest en bewustzijn sinds de oerknal? Wat is onze ziel en is die ziel onvergankelijk? Is onze geest iets individueels of heeft het ook iets gemeenschappelijks? En is dat gemeenschappelijke misschien wel de essentie van het mens zijn?’

Bron: Hebben wij een ziel? Zo ja, waar dan? ‘Een fascinerend en ideaal boek om komende herfst- en zeker ook winteravonden met verwondering en bewondering naar middernacht te brengen, zo veel als de auteur tevoorschijn tovert in bijna 400 bladzijden om duidelijk te maken ‘hoe het werkt’. Er gaat een bijzondere wereld open.’ (PD)

‘Auteur Gerrit Teule (1942) was na een opleiding als werktuigbouwkundige 27 jaar werkzaam in de ICT-branche. Vanaf 1992 werkt hij als onafhankelijk schrijver, in het bijzonder op het gebied van bewustzijnsevolutie en natuurlijk elektromagnetisme in alles wat leeft en groeit.’ (Uitgeverij Aspekt)

Beeld: Anipa Baitakova – cover (detail)

Gerelateerd: ‘Ga heen en komt tot bewustzijn!’

(Wordt z
éker vervolgd in de komende herfst- en wintermaanden…)