Nationaal religiedebat: religieuze ervaringen

Godhelm

Een religiedebat vol breinen. Een ex-gelovige breinwetenschapper, een gelovige neuropsychiater, een dogmavrij-gelovige filosoof, en de vraag wat nu praktische en maatschappelijke consequenties zijn van het denken over geloof en brein. In dat kader wordt gekeken naar het fenomeen religieuze ervaringen. Het debat wordt georganiseerd door ForumCDe Nieuwe Liefde, dagblad Trouw en het tijdschrift Religie & Samenleving. Het doel is om mensen met verschillende levensbeschouwingen rond de ‘spannende vraag’ Ben je gek als je gelooft? dichter bij elkaar te brengen.

Geloven is geen kwestie van talent, want het gaat niet om prestaties. Wel zal de één sterkere aanleg hebben voor religieuze ervaringen dan de ander,’ stelt André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. ‘Wereldwijd hebben veruit de meeste mensen wel religieus besef, het besef dat er iets groters is dan de mens of het besef dat er na de dood iets is.’ Debaters bij het Nationale Regiedebat Aleman en Michiel van Elk in gesprek in Trouw. ‘Zijn we zelf de baas over onze spiritualiteit?’

Ik ben het met emeritus-hoogleraar biologische psychiatrie Herman van Praag eens dat een biologische basis voor spiritualiteit niet betekent dat die spiritualiteit louter uit ons brein ontsproten is en dus een product van de menselijke geest.’ (Aleman)


Humanistisch psycholoog Abraham Maslov beschrijft ‘religieuze ervaringen als topervaringen die ieder in zijn leven meemaakt, wanneer men zich verbonden voelt’, bv. in kunst, de natuur, bij momenten van geboorte of dood. Dit kan leiden tot gevoelens van het zelf-overstijgende. Het gaat om het besef deel te zijn, zich als deel te ervaren van een ruimer geheel in tijd en ruimte: we zijn een deel van de geschiedenis en dragen het leven verder doorheen generaties, en zijn deel van deze planeet en van een gigantische kosmos. (Uit: Herstelrecht tussen toekomst en verleden, red. Lieven Dupont)


Volgens gelovige (zo meldt het programma) neuropsychiater Aleman (Je brein de baas) zou de religieuze ervaring ook een oorsprong van buitenaf kunnen hebben. Hij stelt dat ook dat een religieuze ervaring per definitie subjectief is.

Als iemand er iets over vertelt, moet je ervan uitgaan dat de ervaring waar is, dat de persoon dit zo ervaren heeft. Authentieke, innerlijk gedreven spiritualiteit blijkt sterker met psychische gezondheid samen te hangen dan louter meedoen omdat het nu eenmaal de cultuur is. Voor mijn geloof is de Bijbel heel belangrijk, daaraan probeer ik mijn spiritualiteit te normeren.’ (Aleman)

Ex-gelovige (zo meldt het programma) breinwetenschapper Michiel van Elk (De gelovige geest), hoofd van het Religion, Cognition & Behaviour Lab van de Universiteit van Amsterdam, zegt dat je iemand wel kan confronteren met bewijs dat al het leven op aarde is ontstaan door middel van evolutie, maar dat diegene toch zal zeggen dat zijn geloof daardoor niet onderuit wordt gehaald.

Dat is een type overtuiging dat niet verifieerbaar is en niet weerlegd kan worden door wat voor empirisch bewijs dan ook.’ (Van Elk)

Over religieuze ervaringen stelt Van Elk dat het niets uitmaakt of ze waar zijn of niet.

Je moet kijken naar de gevolgen die ervaringen hebben. Uit veel onderzoeken blijkt dat spirituele ervaringen over het algemeen heel gezond zijn. Mensen zitten lekkerder in hun vel, ze zijn minder depressief en ze leven zelfs langer. Dan kun je je afvragen of die ervaringen corresponderen met een transcendente werkelijkheid. Maar ik vind die vraag eigenlijk niet zo relevant. Spiritualiteit doet blijkbaar heel veel mensen goed.’ (Van Elk)


even niets

een gedachte houdt me bezig
plots vind ik mezelf hardlopend terug
waar net niets was dan denken
ren ik weer in zon en wind
terug in mijn lichaam, in mijn brein
vogels in de lucht

kinderen op het speelveld 
net nog verbleef mijn bewustzijn
in volkomen niets

niet in iets lichts of duisters of leegte
weer op aarde sprong het inzicht binnen
even was daar puur bewustzijn

© Paul Delfgaauw


Derde debater is filosoof en auteur Désanne van Brederode. Zij zal reageren op vragen rond brein en geloof. Opvallend dat het programma niets meldt, in tegenstelling tot de andere debaters, over haar (on)geloof. Volgens Chris Rutenfrans – in een recensie over De ziel onder de arm – is zij rooms-katholiek van geboorte, zonder ‘te leven naar een van hogerhand opgelegde moraal’. Haar geloof wortelt in dat deel van de liturgie ‘waarin brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus veranderen’.

dezielonderdearm

Zoals Christus tijdens het Laatste Avondmaal in de gedaante van brood en wijn zichzelf, zijn lichaam en bloed geeft aan zijn discipelen, zo dienen gelovigen, volgens Van Brederode, mensen te worden ‘die zichzelf aan anderen kunnen wegschenken, omdat ze hun voeding, hun sap, hun bloed van de ware wijnstok ontvangen’. Katholieker kan het niet.’ (de Volkskrant)

Rutenfrans vindt Van Bredero’s boek veel meer dan een godsdienstige verhandeling. Het is volgens hem een bundeling van sterke literaire essays van een schrijfster die haar verknochtheid aan godsdienstige thema’s een bijzonder plezierige en waardevolle vorm heeft gegeven.

Gerelateerd: Religie, humanisme en de mystieke ervaring

Bronnen o.a.:

* Zijn wij ons religieuze brein? (Trouw, 27-10-2018 – via Topics)
* Geloof, rook en liefde (de Volkskrant)
* Nationaal Religiedebat (ForumC)

‘Mijn bestaan is voor Maarten Boudry overbodig geworden’

just_confusing_evolution_god

‘God heeft vandaag zo veel terrein aan de wetenschap prijsgegeven dat zijn bestaan volkomen overbodig is geworden,’ stelt wetenschapsfilosoof Maarten Boudry in de NRC. – Een bizarre these. ‘Ooit in gesprek met Boudry vertelde ik van alles over mijn leven, over mijn studie en wat ik allemaal daardoor voor de wereld betekende,’ vertelde een beroemde wetenschapper: ‘Boudry nam toen direct afscheid van mij. Ik bestond niet meer voor hem, ik was volkomen overbodig geworden nadat hij mijn kennis en kunde tot zich had genomen. Blijkbaar was ik voor hem verworden tot een soort illusie voor gevorderden, zo veel terrein had ik blijkbaar prijsgegeven.’


Nader onderzoek wees uit dat de bewegingswetten van Newton vanzelf leiden tot een stabiel zonnestelsel, zonder noodzaak voor goddelijke bijsturing. Maar dan heeft God toch zeker eerst de boel in gang gezet, om te zorgen dat alle planeten in dezelfde richting draaien? Niet nodig. Dat gaat vanzelf bij de natuurlijke vorming van een zonnestelsel uit verdwaald sterrenstof. De oorsprong van de kosmos dan? Gewoon een kwestie van zelfontsteking, weten we inmiddels. Ruimte en tijd ontstaan uit kwantumfluctuaties in een vacuüm. Onbevattelijk voor de menselijke geest, maar de fysica klopt als een bus. (…) Als je God nergens nog voor nodig hebt in de wereld, dan kan hij net zo goed niet bestaan.* (Maarten Boudry)


In De sluipmoord op God* reageert Boudry op het prijswinnend NRC-essay God bestaat, er is bewijs** door hoogleraar Geesteswetenschappen René van Woudenberg. Boudry zegt dat God zo veel terrein prijsgegeven aan de wetenschap dat zijn bestaan volkomen overbodig is geworden, en weinig meer is dan een vergezochte logische mogelijkheid. Dat geldt zeer zeker voor deze uitspraak van Boudry. ‘Een denkfout van jewelste’, zoals de wetenschapper dacht toen hij de weglopende Boudry peinzend nakeek en uit het verhaal verdween.


Zijn er verschijnselen die verklaard kunnen worden door het bestaan van een God te postuleren, en zou die verklaring ook de beste verklaring van die verschijnselen kunnen zijn? Ik denk dat dat kan. Neem bijvoorbeeld het verschijnsel dat de fysische werkelijkheid grote orde vertoont, dat er wetmatigheden en patronen zijn, op micro-, macro- en mesoniveau. Deze wetmatigheden en patronen laten zich wiskundig en rationeel beschrijven. Maar nu kan men, nog steeds gedreven door een geest van wetenschappelijke nieuwsgierigheid, de vraag stellen of er een verklaring is voor deze ordelijkheid van de fysische wereld. Waarom is de wereld ordelijk? Waarom heeft ze deze orde? De ordelijkheid van de wereld lijkt echter zelf niet wetenschappelijk verklaard te kunnen worden. Waarom niet? Omdat wetenschappelijke verklaringen die orde wel eerst moeten veronderstellen om überhaupt iets te kunnen verklaren.** (René van Woudenberg)


De Engelse filosoof en staatsman Francis Bacon stelde ooit dat een beetje filosofie tot atheïsme leidt, maar grote hoeveelheden ons terug naar God brengen. Dat geldt zeker ook voor wetenschap. Boudry heeft dus nog heel wat uit te diepen. Bacon vond trouwens dat men beter helemaal geen mening over God kan hebben dan een mening die Hem onwaardig is.

Maar als er een ding zeker is in de wetenschappen, dan is het dat alle zekerheden gaandeweg verschuiven. De wetenschappelijke modellen van vandaag zijn op vrijwel elk onderzoeksterrein radicaal verschillend van die van twee eeuwen geleden. Wie weet hoe de paradigma’s van het volgende millennium eruit zullen zien.’ (Peter Russell)

De wetenschap heeft nog zeer veel te ontdekken, en weet nog weinig raad met het bewustzijn, zo stelde de Britse natuurkundige Peter Russell, die in 1996 zag dat er voor God al helemaal geen plaats was in de natuurwetenschappen. Hij dacht wel dat onderzoek naar het raadsel van het bewustzijn, de natuurkundigen bij God zal brengen.

De wetenschap heeft de verre ruimte, de verre tijd en de verre materie verkend, en geen plek voor of behoefte aan God aangetroffen. Nu voor het eerst het bewustzijn wordt bestudeerd, is er een koers ingeslagen die tenslotte zal leiden tot de beschouwing van de ‘verre geest’. En al doende kan de wetenschap zich uiteindelijk gedwongen zien om God binnen te laten.’ (Russell)

Boudry stelt dat de mysteriën van vandaag de wetenschappelijke doorbraken van morgen zijn. Wie weet wat er ons allemaal nog voor doorbraken te wachten staan. Dat betekent niet dat wetenschap allerlei gaten zal vullen waarin God nog zit, maar dat God door diezelfde wetenschap laat zien wat Hij allemaal voor elkaar gekregen heeft. Iets zo verbazingwekkend groots, dat geen wetenschapper dat zal kunnen vatten, laat staan evenaren. Dat gat waar God in zit, is een opening, en kosmisch groot. Hij laat zich niet verjagen. God heeft nog onmeetbaar veel terrein, nog zò vol hiaten voor wetenschappers, dat Zijn bestaan noodzakelijk is, en een logische mogelijkheid.

Niet het concept van God dat we bij de hedendaagse religies tegenkomen – die onvermijdelijk blootgesteld waren aan vervorming en verlies bij de overdracht van de ene generatie op de volgende, maar de God die het wezen vormt van ons eigen zelf, de kern van het bewustzijn.’ (Russell)

** ‘In het essay ‘God bestaat, er is bewijs’, dat op 13/10 in NRC stond, schrijft filosoof René van Woudenberg dat hij de hand van God ziet in de ‘grote orde’ in de natuur, met name de talloze ‘wetmatigheden en patronen’. (NRC)

Bronnen o.a.:
* De sluipmoord op God
** God bestaat, er is bewijs

Illustr: Baloocartoons.com

Het kosmisch religieuze gevoel

PanpsychismeWorldunity.me

Panpsychisme of Albezielingsleer is de opvatting dat aan alle, ook aan de levenloze natuur, een bezieling of bewustzijn wordt toebedacht. Volgens Gregory L. Matloff, natuurkundige aan het New York City College of Technology, zouden mensen als het universum kunnen zijn, in essentie en in geest. Corey S. Powell (American Scientist, Aeon, Discover) schreef in 2017 bij NBC News dat een ‘proto-bewustzijnsveld’ zich door de hele ruimte kon uitstrekken. In principe zou de hele kosmos zelfbewust kunnen zijn.

Het idee van een bewust universum klinkt meer als de rommel van ’s avonds-laat-tv dan academische tijdschriften. Het ‘panpsychisme’ blijkt echter op verschillende gebieden prominente supporters te hebben. New York University-filosoof en cognitief wetenschapper David Chalmers is een voorstander. Zo ook, op verschillende manieren, neurowetenschapper Christof Koch van het Allen Institute for Brain Science, en de Britse fysicus Sir Roger Penrose, bekend om zijn werk over zwaartekracht en zwarte gaten. Waar het op neerkomt, meent Matloff, is dat panpsychisme te belangrijk is om te negeren.’ (Powell)

Matloff zegt dat het allemaal erg speculatief is, maar het is iets dat we kunnen controleren, valideren of falsificeren. Powell zegt dat Penrose drie decennia geleden met zijn theorie een sleutelelement van het panpsychisme introduceerde. Het bewustzijn zou zijn geworteld in de statistische regels van de kwantumfysica zoals die gelden in de microscopische ruimten tussen neuronen in de hersenen. In tegenstelling tot Matloff, die naar de sterren kijkt om panpsychisme te verifiëren, kijkt Koch naar mensen, stelt dezelfde site.

Volgens hem is het bestaan van een wijdverspreid alomtegenwoordig bewustzijn sterk verbonden met het huidige inzicht van wetenschappers in de neurologische oorsprong van de geest.’ (Powell)

Enkele van ’s werelds meest gerenommeerde wetenschappers vragen zich dus af of de kosmos een innerlijk leven heeft dat lijkt op het onze, ook al worden ‘ontdekkingsreizigers’ zoals Matloff routinematig afgedaan als pseudo-denkers. John Searle, filosoof en hoogleraar aan de universiteit van Californie in Berkeley, wijst in Waarom bestaat de wereld? panpsychisme zonder verdere uitleg van de hand als ‘geschift’.


Een denker die het panpsychisme serieus neemt, is Australische filosoof David Chalmers. Hij voelt zich aangetrokken tot het panpsychisme omdat je er twee metafysische problemen voor de prijs van één mee kunt oplossen: het probleem van de stof en het probleem van het bewustzijn. Het panpsychisme levert niet alleen de grondstof (geestesstof) die de zuiver structurele wereld uit de natuurkunde vlees op de botten bezorgt. Het is ook meteen een verklaring voor het feit waarom de verder zo grauwe fysieke wereld uit haar voegen barst van het veelkleurige bewustzijn. Bewustzijn is niet zo maar op raadselachtige wijze opgedoken in het heelal toen bepaalde deeltjes materie toevallig in de juiste rangschikking terechtkwamen; het is er vanaf het begin geweest, omdat die deeltjes zelf stukjes bewustzijn zijn. Kortom, een ligt één enkele ontologie ten grondslag aan de subjectieve-informatietoestand in onze geest en de objectieve-informatietoestand in de fysieke wereld, en vandaar het motto van Chambers: ‘Ervaring is informatie van binnenuit, natuurkunde is informatie van buitenaf’. (Uit: Waarom bestaat de wereld?)


Het is moeilijk, zegt Powell, om niet door te gaan met de vraag of onze menselijke geest slechts een klein onderdeel is van een veel groter kosmisch brein.

Er zijn geen sterren om te monitoren en geen hersens om te meten, om te begrijpen of de realiteit afhangt van de aanwezigheid van bewustzijn. Zelfs als het niet bewezen kan worden, breidt het participatieve antropische principe de bindende agenda van de moderne wetenschap uit, en roept krachtig het gevoel van verbondenheid op dat Albert Einstein het kosmisch religieuze gevoel noemde.’ (Powell)


Bij het zien van zo’n harmonie in de kosmos die ik met mijn beperkte mensenverstand kan herkennen, zijn er toch mensen die zeggen dat er geen God is. (…) Ik geloof in Spinoza’s God die zich openbaart in de ordelijke harmonie van wat bestaat, niet in een God die zich bekommert om de lotgevallen en de handelingen van menselijke wezens. (…) Mijn godsbegrip komt voort uit een diepgevoelde overtuiging dat er een superieure intelligentie bestaat die zich openbaart in de kenbare wereld. (Einstein)


Het woord ‘panpsychisme’ werd in de zestiende eeuw bedacht door de Italiaanse filosoof Francesco Patrizi en is afgeleid van de twee Griekse woorden pan (alles) en psyche (ziel of geest). De panpsychisme-theorie lijkt volgens sommigen veel op wat hindoes en boeddhisten Brahman noemen. Het weerspiegelt veel spirituele gedachten.

Voorstanders van de panpsychisme-theorie zeggen dat bewustzijn een fundamenteel onderdeel van de materie is. Dit betekent dat het hele universum wordt bevolkt door bewustzijn. Panpsychisme is geen nieuwe uitvinding. Oude denkers zoals Plato, Thales van Miletus, Leibnitz, Spinoza en het genie Gottfried Wilhelm Leibniz, die de intellectuele basis legden van het tijdperk van de Verlichting, pleitten voor panpsychisme. Het is pas recent dat moderne wetenschappers deze fascinerende theorie hebben herontdekt en proberen het te vatten. Dit is niet gemakkelijk, omdat we het nog steeds niet eens kunnen worden over een gemeenschappelijke definitie van bewustzijn.’ (Cynthia McKanzie)


Toch zit er ook voor mij een positief aspect aan de toegenomen belangstelling voor panpsychisme binnen de westerse filosofie. Het geeft in ieder geval aan dat het absurde en deprimerende materialisme terrein aan het verliezen is. Men is dus hoe dan ook wat wijzer aan het worden volgens mij. (Psycholoog en filosoof Titus Rivas – in: Alles is bezield: de opkomst van het panpsychisme)


Zie:
* Could the Universe Be Conscious? (Corey S. Powell)
Our Universe Is Conscious – Panpsychism Theory Suggests  (Cynthia McKanzie)

Beeld: NASA via Reuter – Natuurkundige Gregory Matloff betoogt dat een ‘proto-bewustzijnsveld’ zich door de hele ruimte zou kunnen uitstrekken.

De mens als neurologische computer

darwin.ichtus.visje.sticker‘Vernietig de schepper van de dingen, om zodoende het oneindige universum te begrijpen’. Dat is volgens filosoof Daniel Dennett de betekenis van het symbool van een vis met het woord ‘Darwin’ erin. Een variatie op het bekende visje als christelijk symbool, ICHTHYS, acroniem voor het Griekse equivalent van ‘Jezus Christus Gods Zoon en Redder’. DARWIN zou dan staan voor ‘Delere Auctorem Rerum Ut Universum Noscas’, door Dennett met een knipoog vrij vertaald in ‘Vernietig de schepper van de dingen, om zodoende het oneindige universum te begrijpen’.

Tijdens een lunch in zijn hotel aan de Herengracht in Amsterdam kreeg Arthur Veenstra, auteur bij iFilosofie, de gelegenheid om Dennett nog een keer te vragen waarom wij echt ‘zombies’ zouden zijn, een wezen zonder werkelijk bewustzijn. Eerder schreef Veenstra het artikel We zouden zombies kunnen zijn, een kritische recensie over Van bacterie naar Bach en terug, over de evolutie van de geest. Volgens Veenstra claimt Dennett daarin een ‘kronkelig pad door een oerwoud van filosofie en wetenschap’ te hebben gevonden, dat leidt naar verbeterde antwoorden op de grote vragen over ons bewustzijn.

De provocerende stelling dat wij alleen maar ‘materiële objecten’ zijn, en dat ons bewustzijn dus een fysisch neuraal verschijnsel is, raakt iedereen in de kern. Het is een directe aanval op zowel religieuze als agnostische overtuigingen. Stel dat wij volledig fysisch causaal zijn gedetermineerd. Is dan de betekenis van het leven, vrije wil en moraliteit niet ook een illusie? Een betekenisloos verhaal dat wij onszelf vertellen? Dennett heeft zich de afgelopen vijfentwintig jaar verrijkt met inzichten uit neurowetenschappen, filosofie, biologie en computerwetenschappen, en belooft ons daarmee in dit boek – van ongeveer 500 pagina’s – een nog overtuigender antwoord te geven op de bewustzijnsvraag.’ (Uit: We zouden zombies kunnen zijn)

Dennett heeft zich tot op heden vooral op de hoe-vraag geconcentreerd: hoe werkt ons bewustzijn?; hoe zijn allerlei cognitieve processen geëvolueerd?, maar is zich nu op de wat-vraag aan het richten is: wat is datgene waardoor wij ons bewust zijn van al die cognitieve processen?

De illusie van bewustzijn ontstaat doordat wij tegelijkertijd het model en dat wat het model vertegenwoordigt waarnemen. Als we dat model, de representatie van de wereld, het medium noemen, moeten we niet de fout maken om een ‘geest in het medium’ te bedenken, een geest die naar het model van de wereld zit te kijken.’ (Uit: Lunchen met Dennett)

We zijn toch niet een soort neurologische computer, vraagt Veenstra zich af. Een dergelijke computer bestaat volgens hem alleen uit atomen en elektronen die gedachteloos volgens de wetten van de natuur reageren. Hij vat zijn twijfel samen door te verwijzen naar een argument van David Chalmers: computers en zombies ‘run dark’: ze hebben geen innerlijke bewuste ervaring, terwijl wij dat overduidelijk wel hebben. Volgens Dennett zijn wij vanbinnen echter donker zoals een computer en is er geen reden om magisch denken te omarmen en een ‘geest in het medium’ uit te vinden.

Al met al vindt Veenstra toch, dat als je met extravagante claims komt als: ‘bewustzijn is een illusie’ en ‘jij bent een zombie’, dat soort stellingen om veel overtuigender argumenten vragen. Maar net als bij het lezen van Dennetts recente boek is Veenstra nu ook weer enorm onder de indruk van zijn omvangrijke en inspirerende kennis over de werking van ons brein, al heeft hij hem nog steeds niet weten te overtuigen van zijn visie op de aard van het bewustzijn.

Voor alles heeft de lunch mij duidelijk gemaakt dat het succes van Dennetts boeken Bewustzijn Verklaard in de jaren negentig en Van Bacterie naar Bach en terug in 2017 niet uit de lucht komt vallen. Ze zijn ontsprongen aan een bewustzijn dat een tomeloze lust heeft naar kennis over het bewustzijn zelf.’ (Uit: Lunchen met Dennett)

Zie:
We zouden zombies kunnen zijn (iFilosofie.nl)
Lunchen met Dennett (pdf)

Beeld: stickerland.nl

Descartes en ons leven in een computersimulatie

neo_reality-matrixvisionairnl

In Meditaties bespreekt René Descartes, de vader van de moderne filosofie,  het probleem dat we niet zeker lijken te kunnen weten dat onze ervaring zich niet in een droomwereld afspeelt of door een kwaadaardig demon veroorzaakt wordt. Een variatie hierop werd onlangs besproken door Leon Geerdink, promovendus aan de faculteit wijsbegeerte van Rijksuniversiteit Groningen in zijn artikel Leven we in een computersimulatie? Een reële mogelijkheid!

Volgens Geerdink probeerde Descartes dit probleem op te lossen door te stellen dat een algoede God zo’n radicale misleiding van zijn schepsels niet zou toestaan.


‘In mijn geest is echter de oude mening gegrift dat God, die alles kan, en door wie ik zoals ik ben geschapen ben, bestaat. Op grond waarvan weet ik echter dat hij er niet voor gezorgd heeft dat er helemaal geen aarde is, geen hemel, geen uitgebreidheid, geen gestalte, geen omvang, geen plaats, en dat al deze dingen slechts bestaan op de manier zoals ze zich aan mij voordoen? Sterker nog: net zoals ik oordeel dat anderen zich soms vergissen in wat ze heel precies menen te weten, zo kan ik ook dwalen…’ (Descartes, Meditaties, Boom Klassiek, pag. 42)


Elon Musk, CEO van onder meer Tesla en SpaceX, stelt dat de kans dat we niet in een simulatie leven verwaarloosbaar klein is. Geerdink vraagt zich af of Musk hier slechts de rol van de excentrieke CEO speelt of dat zijn bewering ook filosofisch interessant is.

In mijn ogen zijn Musks beweringen wel degelijk filosofisch interessant. Hij populariseerde daarmee namelijk een argument van de Zweedse filosoof Nick Bostrom, die onder meer bekend is als de auteur van de bestseller Superintelligence: Paths, Dangers, Strategies. Bostroms oorspronkelijke paper, getiteld ‘Are you living in a computer simulation?’, vindt u hier, naast ander interessant gerelateerd materiaal. In het genoemde paper verdedigt Bostrom de stelling dat het mogelijk is dat we in een computersimulatie leven.’


‘Maar misschien wilde God niet dat ik zo bedrogen zou worden, want hij wordt toch volmaakt goed genoemd. Maar als het met zijn goedheid in strijd zou zijn mij zo te hebben geschapen dat ik altijd dwaal, zou het toch even vreemd zijn dat ik soms dwaal. Toch kan dit laatste niet vreemd worden genoemd.’ (René Descartes, Meditaties, Boom Klassiek, pag. 42)


Bewustzijn speelt een rol. Bostroms argument berust volgens Geerdink op twee vooronderstellingen. De vooronderstelling dat bewustzijn op verschillende manieren geïmplementeerd kan zijn en de voorspelling dat onze beschaving in de toekomst over praktisch oneindig veel rekenkracht en opslagcapaciteit zal beschikken.

Het idee is nu dat alle systemen die voldoende informatie kunnen verwerken ook bewustzijn kunnen produceren. Bostroms argument noemt Geerdink echter erg speculatief, omdat computers misschien helemaal geen bewustzijn kunnen simuleren, maar dat – in tegenstelling tot computers – onze hersenen bepaalde materiële eigenschappen hebben die cruciaal zijn voor het produceren van bewustzijn.

Superintelligence.Paths_Dangers_StrategiesOok stelt Geerdink dat er redenen zijn om te denken dat de exponentiële groei in rekenkracht momenteel aan het afvlakken is, bijvoorbeeld dat computeronderdelen inmiddels zo klein zijn geworden dat ze last krijgen van kwantumeffecten, en groei in rekenkracht dus niet bereikt kan worden door verdere miniaturisatie.

‘Een andere mogelijkheid is dat technologisch geavanceerde beschavingen misschien wel bewustzijn kunnen simuleren, maar dit niet of nauwelijks zullen doen omdat ze zich moreel verantwoordelijk voelen voor het lijden van hun gesimuleerde schepsels.’

Geerdink stelt even verder dat Bostroms argument helemaal niet bewijst dat we hoogstwaarschijnlijk in een computersimulatie leven. En Musks weergave van het argument vindt hij een beetje misleidend.

Bostrom beargumenteert niet dat we niet 100% zeker kunnen weten dat we niet in een computersimulatie leven, maar dat het een reëel mogelijkheid is dat we wel in zo’n simulatie leven.’

Bostrom, stelt Geerdink, denkt dat de mogelijkheid dat we in een computersimulatie leven even waarschijnlijk is als de mogelijkheid dat simulatie van bewustzijn onmogelijk is of dat bewustzijnssimulaties niet grootschalig zullen worden uitgevoerd.

Vooral filosofisch vindt Geerdink de computersimulatie-gedachte interessant en bespreekt dit verder met behulp van sceptische scenario’s, epistemologisch en metafysisch. Hij komt dan tot de conclusie dat, zodra de lezer ervan overtuigd raakt dat het simulatiescenario inderdaad een reële mogelijkheid is, Bostrom er al in slaagt de lezer tot metafysisch scepticus te maken.

Metafysisch scepticisme stelt dat het een reële mogelijkheid is dat de aard van de werkelijkheid anders is dan we normaal gesproken geneigd zijn te denken.’

De wetenschap krijgt het nog moeilijk met de hypothese dat we in een computersimulatie leven. Volgens de Belgische filosoof Maarten Boudry zou een computer, die een virtuele wereld tot in de kleinste details tot leven kan wekken op dusdanige manier dat we er ook nog eens mee kunnen interageren, ingewikkelder zijn dan het hele universum.

‘En zou ook – zoals de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett al eerder betoogde – meer energie vragen dan het universum bevat. Boudry: ‘De waarschijnlijkste en eenvoudigste hypothese om onze complexe ervaringswereld te verklaren, is dat er een echte wereld aan ten grondslag ligt.’ (welingelichtekringen.nl) 

Zie: Leven we in een computersimulatie? Een reële mogelijkheid! (Site: Bij Nader Inzien, gesponsord door de Nederlandse Onderzoeksschool Wijsbegeerte (OZSW).

Beeld: visionair.nl

‘Iets in het bewustzijn stelt de vraag naar een ontwerper’

god-architect

Evolutionist Richard Dawkins denkt dat vroegtijdige indoctrinatie de sleutel is voor het verspreiden van het geloof in god. Maar, zegt geloofswetenschapper Justin Barrett (Oxford University), zet een groep achtergelaten baby’s op een onbewoond eiland en die zal opgroeien tot een gelovige gemeenschap. In een artikel van journalist Ianthe Sahadat (de Volkskrant) komt dat door het brein dat bij uitstek ingericht is voor geloof in het bovennatuurlijke.

Sahadat stelde dat je moet erkennen – of je nu fervent atheïst of diepgelovig bent – dat de mensheid een gelovig gezelschap is: mensen geloven in één god, in een heel pantheon aan goden of beschermheiligen, in onze voorvaderen, in ‘iets’.

Stelt u zich onze voorvader of oermoeder eens voor zittend bij het kampvuur, de dagelijkse besognes overpeinzend, het natuurgeweld beziend en pats-boem daar is de hoe-waarom-waartoe-vraag. Het zou zomaar kunnen, toch?’

De journalist verwijst naar een onderzoek met gebruik van een ‘godhelm’, waarin een magneet was aangebracht om het brein in de ‘godstand’ te krijgen. Iets waarvan de Amerikaanse experimentele psycholoog Michael Persinger (Universiteit van Ontario in Canada) overtuigd is. Het zou te maken hebben met het verstoren van het contact tussen de twee hersenhelften.

Op het Lowlandfestival afgelopen zomer werd ook geëxperimenteerd met een godhelm, en werd later verklapt dat het een gewone helm was geweest met nutteloze draadjes en ducttape. Deelnemers werden dus genept. Het onderzoek was gericht op hoe snel mensen een goddelijke ervaring krijgen als de omstandigheden voor suggestie optimaal worden gemaakt.

In een huisje met een soort satelliet op het dak kregen deelnemers een helm op het hoofd. Het oogde als een beeld uit een sciencefictionfilm uit de jaren tachtig. Via de draden op de helm zullen wij je brein stimuleren met elektrische pulsen om te kijken wat dit met je doet, kregen de deelnemers te horen. Geblinddoekt en met een koptelefoon met ruis op het hoofd moesten ze vervolgens een kwartier blijven zitten.’

Het was warm in de tent, de vloer trilde een beetje van de concerten in de verte. Suboptimale omstandigheden om je helemaal over te geven, volgens Maij. Toch had de helft van de deelnemers een ongewone, soms als mystiek omschreven, ervaring.’

Psychologiepromovendus David Maij (Universiteit van Amsterdam) omschrijft zichzelf als een pure atheïst, hoewel hij wel ‘gelooft’ in de wetenschap. Voor hem is zijn non-religieuze oorsprong juist de basis voor een fascinatie voor het geloof. Hij stelt dat ‘mensbrede psychologische mechanismen ons vatbaar maken voor religie’.

Allereerst: hoe is je wereldbeeld? ‘Geloof je in een god of in het bovennatuurlijke, dan sta je meer open om een ervaring die je niet direct kunt duiden aan iets externs toe te schrijven’, zegt Maij. Een lichtflits is bij iemand met een spiritueel wereldbeeld sneller ‘licht aan het einde van de tunnel’, terwijl een atheïst zal zeggen: ik zag een lichtflits.’

Hoogleraar Ontwikkelingswetenschappen en Psychologie aan de Fuller Graduate School of Psychology, Justin Barrett, een ‘fanatiek katholiek’, naar wie Sahadat ook verwijst, zei in een BBC radio-interview in 2013 dat peuters vaak ‘onzichtbare vriendjes’ hebben om mee te spelen en te praten. Volgens de psycholoog bewijst dat hoe vanzelfsprekend de menselijke geest omgaat met een abstract idee.

Maar ook al in de eerste maanden van een baby heeft Barrett aanwijzingen ontdekt voor een aangeboren geloof. De baby onderscheidt dan al objecten die zich verplaatsen met een bedoeling. Dit ‘lezen van gedachten’ bestaat volgens Barrett alleen bij de mens.’

Een ander onderzoek toont volgens hem aan dat kinderen de ‘goddelijke natuur’ gemakkelijker begrijpen dan de ‘natuurlijke’: kinderen nemen namelijk eerder aan dat de mens altijd doorleeft, dan dat er een eind aan het leven komt.

De psycholoog acht het mogelijk, zo stelt een Rob Nanninga in een artikel – onder meer over het boek Born believers (2012) – dat het opperwezen de menselijke evolutie zodanig heeft bijgestuurd dat we bijzonder ontvankelijk werden voor het geloof in bovennatuurlijke wezens. Voor Barrett overigens geen hypothese die wetenschappelijk bewezen kan worden.

Verder citeert Barrett een onderzoek dat stelt dat dieren, planten en zelfs stenen volgens kinderen een doel buiten zichzelf hebben. Iets in het bewustzijn stelt de vraag naar een ontwerper: ‘Kennelijk begrijpen peuters dat er een hogere macht nodig is. En daar komt God binnen.’

Het doet me denken aan de Britse natuurkundige Peter Russell over wie in 2008 The Optimist schreef: ‘De wetenschap heeft de verre ruimte, de verre tijd en de verre materie verkend, en geen plek voor of behoefte aan God aangetroffen. Nu voor het eerst het bewustzijn wordt bestudeerd, is er een koers ingeslagen die tenslotte zal leiden tot de beschouwing van de ‘verre geest’. En al doende kan de wetenschap zich uiteindelijk gedwongen zien om God binnen te laten.’ Echter, Russell doelt hierbij niet op de God van de hedendaagse religies.

Niet het concept van God dat we bij de hedendaagse religies tegenkomen – die onvermijdelijk blootgesteld waren aan vervorming en verlies bij de overdracht van de ene generatie op de volgende, maar de God die het wezen vormt van ons eigen zelf, de kern van het bewustzijn. Deze mogelijkheid is absoluut taboe binnen het hedendaagse wetenschappelijke superparadigma.’

Voor filosoof Emanuel Rutten echter geeft het bestaan van het bewustzijn in de kosmos aanleiding tot een redelijk argument voor het bestaan van God. Hij komt zelfs uit bij de christelijke God. Het levert er volgens hem in elk geval een buitengewoon sterke aanwijzing voor op.

Zie:
* De mens is een gelovig wezen door zijn brein (de Volkskrant, 24.12.2016)

* Geloven in God is aangeboren (eo.nl)
* Kinderen van God – de cognitieve wetenschap van religie (skepsis.nl)
* Laat de wetenschap God binnen? (VanGodenEnMensen)
* Bewustzijn wijst naar boven (Emanuel Rutten)
* Het godsargument openbaart de christelijke God (Emanuel Rutten)

Beeld: God als architect van het universum (NN, Österreichische Nationalbibliothek)