De nabij-de-doodervaring

BDEStudiumGeneraleTUDelft

Theoloog Rinus van Warven van Netwerk Nabij-de-Dood-ervaringen, spreekt niet van de ‘bijna-doodervaring’ maar geeft de voorkeur aan de term ‘nabij-de-doodervaring’ (NDE), omdat de dood een heel lastig begrip is. ‘De mensen om wie het gaat zijn wel in de buurt van de dood, nabij de dood, maar niet bijna dood’. Het betreft inderdaad niet de bijna-doodervaring, maar de ervaring nabij-de-dood.

Die ervaringen waar we het over hebben, waren de hele mensgeschiedenis al bekend. Dan heet het verlichtende ervaring of mystieke ervaring, eenheidservaring. Er was een grote diversiteit aan namen voor. De term BDE is nu zo ingeburgerd, dat ik hem ook maar handhaaf. En als je de afkorting BDE dan toch wil uitleggen, doe dat dan met de woorden Bewustwording Door Ervaring.’ (Rinus van Warven)

De stichting Netwerk Nabij-de-Doodervaringen (sinds 1988) gebruikt de afkorting NDE, daar steeds meer mensen voorkeur hebben voor de term ‘nabij-de-dood’ in plaats van ‘bijna-dood’. Een nabij-de-doodervaring wordt door het netwerk omschreven als een geheel van indrukken tijdens een bijzondere bewustzijnstoestand die het gevolg is van een periode van klinisch dood zijn, een ernstige ziekte, een bijna fatale situatie of een stervensproces. Een NDE/BDE kan ook voorkomen bij hoge stress of diepe meditatie, of zelfs heel spontaan zonder enige aanleiding.

Mensen betrekken bij de NDE vaak het geloof of de gedachte dat er meer is dan dit leven. Blijkbaar is de dood een overgang naar iets anders; het leven gaat dóór. Zeker als mensen zoiets ervaren als ontmoetingen met overleden familieleden of zelfs met het Hogere. Dan kom je inderdaad al gauw bij God terecht, of bij het ‘Al’ zoals Eben Alexander het formuleert in Na dit leven. ‘Al’ staat dan voor God, Allah, Jehovah, Brahman, Vishnu, Schepper of Bron. Pim van Lommel heeft het woord ‘God’ in Eindeloos bewustzijn bewust niet gebruikt omdat iedereen er in onze cultuur zijn eigen concept erbij heeft.

Netwerk NDE organiseert landelijk en regionaal bijeenkomsten waar NDE’ers elkaar kunnen ontmoeten en hun ervaringen uitwisselen, en tracht door middel van tal van activiteiten de opgebouwde kennis van NDE’s en hun implicaties uit te dragen. Het Netwerk NDE schept en verbetert de mogelijkheden tot begeleiding van NDE’rs met hulpvragen. Ook bevordert en steunt deze stichting het wetenschappelijk onderzoek naar de nabij-de-doodervaring.

de_bijna-dood_ontrafeld

Het onderzoek gaat verder
Drs. Maureen Venselaar begon in 2000 een langdurige detailstudie naar BDE met als doel om meer inzicht te krijgen in het fenomeen – inclusief de neurologische en bovennatuurlijke verklaring – om een non-dualistisch verklaringsmodel te ontwikkelen in relatie tot de (astro)fysica en de levensbeschouwingen. Haar theorie zou voor het eerst in de geschiedenis alle BDE-kenmerken kunnen verklaren. Zij ontving lovende (inter)nationale recensies en publiceerde haar studie o.a. in 2014 bij Studium Generale van de TU Delft. Venselaar wil – net als Netwerk NDE – een handreiking bieden aan de optimalisering van de zorg voor BDE’ers, zowel intramuraal als extramuraal.


‘Zo’n 15 jaar geleden is Venselaar met de detailstudie naar de BDE begonnen, vanuit een integratie van het domein van de empirie van de BDE, de natuurwetenschap en ten dele de levensbeschouwing. Zij bestudeerde honderden bijna-doodervaringen en ontwikkelde uiteindelijk een geheel nieuwe BDE-verklaring. Deze duidt voor het eerst – op een consistente en coherente wijze – zowel de oude als nieuwe kenmerken. Tevens legt de nieuwe BDE-verklaring een absolute link met het naderen van het levenseinde en een mogelijk leven na de (bijna)dood. Daarnaast bepaalt de ernst van het trauma eveneens de diepte en volledigheid van de BDE. Ook onderscheidt Venselaar fasen in de BDE. Dit is – in grote lijnen – in overeenstemming met de visie van wereldwijd gerenommeerd BDE-deskundige dr. Moody, maar in tegenstelling tot de visie van drs. Van Lommel en prof. dr. Swaab. (2014 – Studium Generale TU Delft)


De (bijna-)dood ontrafeld (2011) geeft volgens uitgever Akasha een geheel nieuwe, samenhangende visie op de (bijna-)dood, en neemt uniek stelling in de (controversiële) discussie in hoeverre de BDE neurologisch of bovennatuurlijk te verklaren is. De BDE is uitgangspunt voor de ontrafeling van het leven na de dood en licht een tipje van de sluier op van wat ieder van ons te wachten staat op het moment dat wij heengaan. Het stelt dat we geleidelijk de grenzen van ruimte en tijd achter ons zullen laten en ervaren dat we een verruimd bewustzijn hebben.

De Fibonacci-code geeft hierbij spectaculaire inzichten en draagt bij aan de verklaring van bekende kenmerken van de bijna-doodervaring zoals het zien van kleuren en van licht aan het einde van de tunnel, en van onbekende kenmerken zoals het zien van een immense zandloper. In totaal worden er tien kenmerken van de bijna-doodervaring voor het eerst beschreven. Deze zijn gebaseerd op de bestudering van honderden ervaringsverhalen.’ (Uit: De (bijna-)dood ontrafeld)

Venselaar is achttien jaar geestelijk verzorgster geweest. In haar werk kwam zij in aanraking met vragen rondom leven en dood en met bijzondere ervaringen zoals de (bijna-)dood. Vanuit deze praktijk is zij haar tienjarige literatuurstudie naar de (bijna-)dood begonnen.

Haar boek De (bijna-)dood ontrafeld bevat een geheel nieuwe en non-dualistische verklaring van de bijna-doodervaring via (astro)fysica, aan de hand van ervaringsverhalen en prachtige kleurenfoto’s. Het geeft ook aanbevelingen in relatie tot het persoonlijke en relationele leven, tot het (para)medisch (ethisch) domein (waaronder eerstelijnszorg, crisishulpverlening, de reikwijdte van bewustzijn, orgaandonatie), en tot het spirituele leven.’ (Uitgeverij Akasha)

Hoe alfa- en bètawetenschappen samenkomen
I
n een review wordt gezegd dat deze studie ook wordt gedragen door het Institute Of Noetic Sciences (IONS) en The Near Death Research Foundation (NDERF). Deze noemen het indrukwekkend, boeiend en enerverend. (Westbrook University, Virginia (USA). Bres vindt dat de nieuwe (astro)fysische verklaring van de bijna-doodervaring heel wat meer nieuws brengt ten opzichte van de oude bekende neurologische en bovennatuurlijke BDE-verklaring. Emeritus bijzonder hoogleraar prof. dr. P. Heydendael, Radboud Universiteit Nijmegen zegt: ‘Geweldig. Met ontzag. Krachtig hoe alfa- en bètawetenschappen samenkomen’.

Netwerk Nabij-de-Dood-ervaringen – Over nabij-de-doodervaringen (NDE), dood en sterven, het hiernamaals en reïncarnatie, hulptelefoon, hulpverlening, adviezen, lezingen, onderzoek, publicaties, het Netwerk NDE zelf en zijn activiteiten. (Vernieuwde website – 2019)

Drs. Rinus van Warven (1956) studeerde theologie met een specialisatie cultuurfilosofie en massacommunicatie. Na zijn studie is hij werkzaam geweest  voor tal van organisaties op het gebied van zingeving en spiritualiteit. Duurzaamheid, ontwikkelingssamenwerking en het raakvlak tussen media en cultuur hebben zijn speciale belangstelling.

Zie ook: Jacobine – NPO-televisie: Jacobine Geel in gesprek met cardioloog Pim van Lommel en met ervaringsdeskundigen Lucia Prinsen en Rinus van Warven.

De (bijna-)dood ontrafeld | Maureen Venselaar | Uitgeverij Akasha | 2011 | ISBN 9789460150425 | € 26,50 | ‘Het boek geeft een spectaculaire nieuwe visie op de bijna-doodervaring en unieke antwoorden. Het bevat een samenhangende visie met zeer treffende overeenkomsten tussen de empirie van de BDE, de natuurwetenschap en wereldbeschouwingen.’ (Uit een van de reviews)

Foto: Studium Generale TU Delft

Vrije Geesten: kleine antwoorden op de grote breinvragen

DSCF4052

AMSTERDAM Pia Dijkstra verwoordde het gisterenavond goed in de Rode Hoed: ‘Wat weten we eigenlijk nog weinig.’ En inderdaad, de wetenschap weet nog weinig over de vrije wil, bijna-doodervaringen (BDE), religie en God in het brein. De volle zaal wist het wel. De vrije wil bestaat; BDE bewijst niet dat er leven is na de dood en God is geen product van het brein.

Tweede Kamerlid (D’66) Dijkstra leidde in de Rode Hoed het debat Vrije Geesten over de grote breinvragen. Georganiseerd door ForumC en Brein in Beeld. Maar of de breinen van de aanwezigen er wijzer van zijn geworden? Hun standpunten wijzigden in ieder geval niet na de verschillende discussies tussen hoogleraar filosofie Gerrit Glas, filosoof Leon de Bruin, neurowetenschapper Jeroen Geurts en hoogleraar psychiatrie Iris Sommer (op de foto van links naar rechts.)

Boeiend was het wel, het zet aan tot verder lezen; ook ietwat chaotisch, niet in de laatste plaats door de plagerige en flitsende discussiestijl van Geurts en De Bruin.

De wetenschappers onderschreven de stelling dat we ons brein niet zijn, maar wel een brein hebben. Maar wie dat ‘we’ dan aanstuurt, daar kwamen we vanavond niet uit. De antwoorden op de grote breinvragen blijken klein en soms in het geheel niet te geven. Veel aannames, veronderstellingen en tegenstellingen.

De vrije wil
We zijn beperkt in onze vrije wil, dat wel. We worden gedreven door onbewuste processen, maar dat betekent niet dat er geen vrije wil is. Keuzes maken we soms niet zo bewust, want in verlangens en emoties zit niet veel vrijheid. In de ratio wel. Dus als we langer nadenken, dan maken we beter gebruik van de vrije wil? Nee, want dan spelen onbewuste processen weer een rol. Wie weet kies je ervoor – uit vrije wil? – om pianoles te nemen, maar is er al voor jou gekozen doordat je als kind mooie pianodeuntjes hoorde.

DSCF4048

Bijna-doodervaringen
Unaniem verwezen de wetenschappers Pim van Lommel naar de fabeltjeskrant. Uit BDE kan je niets afleiden: dat je ‘ergens geweest bent’ is geen bewijs, maar een gewone ervaring. De ervaring klopt, de interpretatie niet: geen bewijs dat er nog bewustzijn is na de dood.
We zijn de enige soort die bewust weet dat de dood onontkoombaar is, dus hebben we existentiële angst en daar speelt religie op in: om die doodsangst te bezweren. We willen minstens een beetje bewijs en Van Lommel voorziet in de behoefte aan een eeuwig leven.

Geloof heeft als nadeel dat je minder kritisch bent op het heden. Sommigen kiezen dan eerder voor de dood, zeker als er maagden wachten. Twee van de vier aanwezige wetenschappers zijn gelovig: zij geloven in een persoonlijk voortbestaan, met de nadruk op geloven. Het komt door de ‘onuitroeibare religieuze behoefte’ van de mens. Maar hoe het leven na de dood eruit ziet, weten wetenschappers niet. Blijft het ‘denken’ na de dood ergens? Blijft de informatie bewaard? Het overschrijdt ons begripsvermogen.

God in het brein
God is niet in het brein te vinden, ook al bestaat er een ‘religiekwab’. Maar daarmee kan je God toch niet verklaren. Wetenschappers trekken uiteenlopende conclusies uit de data van het wetenschappelijk onderzoek. Er licht van alles op in de hersenen, maar concrete beelden zie je uiteraard niet. Data bewijzen niets over het bestaan van God. Nonnen werden onderzocht tijdens het denken aan hun diepste religieuze ervaring. Bepaalde hersengebieden lichtten op. Ze waren verrukt, want God maakt contact. Maar de ervaringen zelf zijn niet te scannen. Religie is ook geen ‘afscheidingsproduct’ van het brein. De conclusie was dat de wetenschap eigenlijk niets kan zeggen over religie of God in de hersenen. Geloven is een keuze, zei iemand. Nee, een gave, vond een ander.

Verslag & foto’s: PD