‘Jezus is bovenal een mythe’

jezus.rembrandt

‘Het christendom is een godsdienst, zoals andere en ook anders dan andere. Het heeft allereerst de kenmerken van alle godsdiensten: centraal staan mythen en riten.’ Dit schreef theoloog en filosoof Arne Jonges in zijn essay Redelijk geloven. Hierin stelt hij dat het meest wezenlijke van religie – of zou moeten zijn – is dat het mensen de vrijheid geeft om hun plaats in het leven en de samenleving te vinden en niet om hen vanuit een autoriteit die plaats aan te wijzen.

Op 20 februari verscheen het nieuwste boek van Arne Jonges: Angst voor de mythe, waarin hij duidelijk wil maken dat we geen historische gegevens hebben over Jezus. De man uit Nazareth is bovenal een mythe.’ (VrijZinnig, maart 2018, tijdschrift van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten (VVP)

Jonges stelt dat het niet zo’n zin heeft om op zoek te gaan naar de historische Jezus, daar ieder Jezusbeeld niet meer zal blijken te zijn dan een creatie van de onderzoeker.

Maakt dit alles de betekenis van de verhalen minder belangrijk? ‘Nee’, zegt Arne Jonges. ‘Historische feiten hebben geen enkele relatie met geloofsfeiten.’ Als we tot ons door laten dringen dat de mythe over het heden en de toekomst gaat wordt de boodschap van de verhalen steeds actueler: van groot belang voor de mens van vandaag en morgen.’ (Uit: Angst voor de mythe)

Gedurende eeuwen gold in onze wereld als definitie van een mythe ‘een verzonnen godsdienstig verhaal’. De Bijbelse verhalen golden echter als ‘echt’ in tegenstelling tot de mythen van andere godsdiensten. Door het ontstaan van het ‘historisch besef’ en de kritiek van de wetenschappen is men kritisch gaan kijken naar die verhalen: ‘Is dat wel zo?’.’

Noch de ‘echte’ Jezus, noch Petrus, noch Paulus kennen wij als personen; zij figureren in een mythische setting. Voor begrip van de teksten geldt: Niet het historische is van primair belang maar het mythische. Dit was al in de dertiger jaren de positie van Van den Bergh van Eijsinga in diens boek Leeft Jezus of heeft hij alleen maar geleefd?. De discussie die volgde ging echter vooral over de historiciteit…’ (Uit: Redelijk geloven)

Ook stelt Jonges in het essay dat er evenmin één beeld is van Jezus van Nazareth; we hebben verschillende geloofsuitingen over hem.

De Geschriften bevatten geen informatie over ‘bovennatuurlijke zaken’, ze tonen ons de neerslag van geloofsuitingen. Dit meervoud moeten we in stand houden en niet door een rationele gewelddaad tot een eenheid proberen om te vormen.’ (Uit: Redelijk geloven)

Volgens Jonges gaat het om geloofsuitingen van mensen, dus van de mensen die aan de wieg hebben gestaan en ook van hen gedurende eeuwen met verhalen van het christendom hebben geleefd.

Ze hebben geïnterpreteerd, gedachten toegevoegd, sommige geaccentueerd en andere buiten beschouwing gelaten. Cultuurelementen en folklore werden ermee verweven en zo kreeg het christendom op verschillende plaatsen ook een ander karakter.’ (Uit: Redelijk geloven)

angstvoordemythe
D
e echte Jezus, stelt Jonges in zijn nieuwste boek, vind je in het mythische verhaal en in de levende godsdienst. De mythe is de wieg van ons weten, want mensen zijn vertellende wezens. Een mythe is niet zomaar verzonnen. Mythes zijn verhalen die een leefbare wereld creëren.

In het boek Angst voor de mythe betoogt Arne Jonges dat in de Bijbel het ‘historische’ niet zozeer van belang is, maar het mythische. Het zijn de creatieve en inspirerende mythes, die een groep mensen tot een volk maken. De mythe gaat over vandaag en morgen.’ (Uit: Angst voor de mythe)

Angst voorde mythe | dr. Arne Jonges | ISBN: 9789492421463 | 80 blz. | maart 2018 | paperback / gebrocheerd | € 12,95 

Zie: VrijZinnig – maart 2018

Beeld: Jezus door Rembrandt – (bijbelin1000seconden.be)

‘Geloven geeft te denken en dat denken zal redelijk moeten zijn’

rodin
‘Het huidige geloofsklimaat geeft veel te denken,’ zegt de Beweging voor Eigentijds Geloven (VVP) over het essay van filosoof en theoloog Arne Jonges: er staan een aantal juweeltjes van hoofdstukken in waarin hij onder meer uitlegt dat er waarheden in soorten zijn, en schrijft over de verhouding tussen historiciteit en mythe. Jonges levert prachtige citaten aan waar avonden over doorgepraat kan worden. Zoals: ‘je neemt de bijbel letterlijk of je neemt de bijbel serieus’.

De VVP zegt in een korte reactie op het essay (een pdf van 43 blz.) dat we de functie van godsgeloof allemaal moeten lezen, evenals de opmerkingen over verantwoordelijk zijn voor je eigen geloof.

In zijn essay zegt Jonges dat ‘geloven als zodanig niet redelijk is’, want door te stellen dat het in ‘onze natuur’ zou liggen, ons gelukkiger maakt, of door het een ‘basale overtuiging’ te noemen, maakt het nog niet redelijk: veel van wat tot onze natuurlijke neigingen behoort is niet zo redelijk. Hij verwijst naar het boek God bewijzen, van Stefan Paas en Rik Peels, en vindt het niet zonder meer redelijk om in God te geloven.

Tenslotte leveren hun escapades langs de godsbewijzen uit de wijsbegeerte niet meer op dan dat daarin veel vernuft en redelijkheid is geïnvesteerd, maar niet dat het geloof in God derhalve redelijk is. Die laatste stap kan de rede immers niet maken.’ 

Wie de rede te hulp roept om tot beantwoording van Godsvraag te komen, komt niet verder dan een cirkel: uit de redenering volgt, waartoe de redenering is opgezet. Iedereen die God wil ‘bewijzen’ is al van God uitgegaan, betoogt De Boer terecht.’ 

Een abstract godsidee levert volgens Jonges godsdienstig gezien weinig op. Hij verwijst naar Heidegger die stelt dat tot zo’n God niet te bidden valt. Jonges verwijt de auteurs dat wat ze beogen een fundering of garantie van de rede is voor hun religieuze praxis. Hij schets ook het alternatief: geen redelijke garanties voor geloof, maar redelijk geloven. En stelt dat het niet de vraag is of het redelijk is om te geloven, maar hoe je redelijk kunt geloven.

Bonhoeffers vraag ‘Hoe kun je geloven met ‘intellectuele redelijkheid?’ is derhalve nog steeds actueel. Voor de beantwoording van die vraag is het van belang de functie van de godsidee in wijsgerige en godsdienstige context te bezien alsmede de vraag naar de verhouding tussen het geloof en de rede te stellen.’ 

Fokke.en.Sukke.geloven.meer.in.een.universele.hogere.macht.210511.2826
J
onges gaat in zijn essay hierop door en stelt dat ieder geloof in eerste en laatste instantie een geloof van mensen is.

Als leidraad heeft een denker slechts zijn eigen wereld en geloof. Over het geloof van anderen is niet eenvoudig te oordelen, toch impliceert het met ‘intellectuele redelijkheid’ te willen geloven een normatief element. Redelijkheid impliceert ook kritiek. Niet alles ‘wat wordt geloofd’ verdient om die reden zonder meer respect.’ 

Hij verwijst verder naar onder anderen Peter Sloterdijk die laat zien dat de zeepbel van de metafysica uiteengespat is waardoor religie haar grond heeft verloren, want God was verwikkeld in de metafysica. En ook naar Kant, die alle godsbewijzen onderuithaalt. Jonges schrijft verder over de Verlichting waardoor de rede aan statuur heeft ingeboet.

De oude droom van de wijsbegeerte van een mathesis universalis, een redelijkheid die alle kennis zou kunnen verbinden, a theory of everything, leeft misschien nog bij een enkele natuurkundige, maar geldt nu niet meer als reëel.’ 

Het essay handelt verder over de beperktheid van de kennis; de wetenschap; de denkweg van Husserl; de rede opnieuw; waarheid in soorten; geloof en fundament; ideeën (Plato); gehistoriseerde mythen; Bijbel en mythe; geloofsverstaan; rite als context van de mythe; religieuze ervaring; de functie van het Godsgeloof; God verwerkelijken, en de verantwoordelijkheid voor het eigen geloof een eis van redelijkheid. En zo kan Jonges terecht eindigen met: ‘Het geloven geeft te denken en dat denken zal redelijk moeten zijn’.

Werkelijk een prachtig, helder geschreven essay dat de rede vriendelijk prikkelt, een weldaad voor de geest, voor op een stille zondagmorgen…

arnejongesDr. Arne Jonges (foto: Linkedin) studeerde theologie in Leiden en promoveerde in de wijsbegeerte in Nijmegen.

Cartoon: Jean-Marc van Tol (foksuk.nl)

Foto: EPA  Een van de kunstwerken die in verband wordt gebracht met analyses en denkmethoden, is ‘De denker’ van Rodin.

Zie: Redelijk geloven, door dr. Arne Jonges