Een zwerftocht door het universum op zoek naar bewustzijn

eBookCover-3D-Chaos-Orde-en-bewustzijn
Volgens Mattees van Dijk is bewustzijn een fundamenteel verschijnsel dat onze kosmos bestuurt. Een kosmos met ingebouwde intelligentie. In zijn e-book Chaos, orde en bewustzijn gaat hij in op lastige filosofische vraagstukken over wat bewustzijn eigenlijk is en in welke context het menselijk bewustzijn hierin staat. Van Dijk is een in kosmologie geïnteresseerde huisarts met een passie voor existentiële vragen. Hij schreef het boek om zijn ideeën over bewustzijnswetenschappen uit te dragen.

‘Het valt niet te vermijden dat kosmologie, kwantumnatuurkunde, de evolutie en hersenwetenschappen dan de revue moeten passeren. Onze grote landgenoot Spinoza was de grondlegger van het pantheïsme. Pantheïsme is weer in opkomst. Spirituele waarden winnen weer terrein, ook bij wetenschappers. Mijn boek probeert een brug te slaan tussen harde wetenschap en spiritualiteit, maar blijft nuchter.’ 

Voor van Dijk is God een ander woord voor holobewustzijn, om te voorkomen dat God wordt vertaald met iets wat met religie te maken heeft. De schrijver is geen atheïst, want vindt aanwijzingen in wetenschap en filosofie dat God een logisch feit is. Toch zegt hij ook geen religieus persoon te zijn.

‘Als een rode draad loopt het pantheïsme van onze grote landgenoot Spinoza door het e-book. De wetenschappelijke resultaten van onze tijd geven hem 300 jaar na zijn dood alle gelijk van de wereld. Het e-book is een handreiking van de natuurwetenschappen  naar het metafysische zonder al te zweverig te worden.’

matteesvandijkMattees Van Dijk (foto: facebook) pretendeert geen wetenschappelijk boek te hebben geschreven, maar probeert wel zo veel mogelijk wetenschappelijke feiten te gebruiken en trekt daaruit conclusies voor eigen rekening.

‘Dit e-book is een zwerftocht door de kosmos, op zoek naar bewustzijn. Onze kosmos bestaat uit energie, massa verdeeld in  ruimte en tijd en wordt geregeerd door de natuurwetten.  Maar onze kosmos is veel meer dan dat, het is ook een enorm informatiesysteem en het bevat bewustzijn.  Wij denken bij bewustzijn aan wat wij denken, voelen en beslissen met onze hersenen, maar is ons bewustzijn wel uniek? Als we ons heelal zien als een gigantisch informatiesysteem moet er immers ook een informatiehouder zijn! Deze informatiehouder moet alle informatie bevatten die er bestaat en noem ik in mijn boek het holobewustzijn.’

De reden dat hij zijn boek heeft geschreven is dat de zoektocht naar de zin van ons bestaan en het wonder van het mens zijn hem zo boeit en fascineert, dat het delen van zijn gedachtegoed met anderen alleen door het schrijven van dit boek mogelijk kon worden. In 2014 verschijnt de Engelstalige uitgave.

‘Het interessante van bewustzijn is dat het in staat is keuzes te maken in tegenstelling tot natuurwetten, die beschreven worden door wiskundige formules. Bewustzijn blijkt bovendien nodig om deeltjes die nog niet echt bestaan in ruimte en tijd  naar de werkelijkheid te brengen, de zogenaamde kwantumcollaps. Bewustzijn is daarmee het fundament van  de kosmos, de kosmos wordt alleen werkelijkheid met bewustzijn. Dit thema brengt ons langs een interessante reis door de kosmologie, de relativiteitstheorie, deeltjesfysica, kwantumnatuurkunde, chaostheorie, informatietheorie, hersenwetenschappen, de evolutietheorie, intelligent design, de oorsprong en geschiedenis van religie, de theorie van het zelf, de vrije wil en nog veel meer.’

Zie: Bewustzijn is alles

1264621_592362720829135_962670237_oChaos, orde en bewustzijn
Mattees van Dijk
E-book € 9,95
eBookPoint
2012-11-06
ISBN/ISBN13: 9789491442070

Vrije Geesten: kleine antwoorden op de grote breinvragen

DSCF4052

AMSTERDAM Pia Dijkstra verwoordde het gisterenavond goed in de Rode Hoed: ‘Wat weten we eigenlijk nog weinig.’ En inderdaad, de wetenschap weet nog weinig over de vrije wil, bijna-doodervaringen (BDE), religie en God in het brein. De volle zaal wist het wel. De vrije wil bestaat; BDE bewijst niet dat er leven is na de dood en God is geen product van het brein.

Tweede Kamerlid (D’66) Dijkstra leidde in de Rode Hoed het debat Vrije Geesten over de grote breinvragen. Georganiseerd door ForumC en Brein in Beeld. Maar of de breinen van de aanwezigen er wijzer van zijn geworden? Hun standpunten wijzigden in ieder geval niet na de verschillende discussies tussen hoogleraar filosofie Gerrit Glas, filosoof Leon de Bruin, neurowetenschapper Jeroen Geurts en hoogleraar psychiatrie Iris Sommer (op de foto van links naar rechts.)

Boeiend was het wel, het zet aan tot verder lezen; ook ietwat chaotisch, niet in de laatste plaats door de plagerige en flitsende discussiestijl van Geurts en De Bruin.

De wetenschappers onderschreven de stelling dat we ons brein niet zijn, maar wel een brein hebben. Maar wie dat ‘we’ dan aanstuurt, daar kwamen we vanavond niet uit. De antwoorden op de grote breinvragen blijken klein en soms in het geheel niet te geven. Veel aannames, veronderstellingen en tegenstellingen.

De vrije wil
We zijn beperkt in onze vrije wil, dat wel. We worden gedreven door onbewuste processen, maar dat betekent niet dat er geen vrije wil is. Keuzes maken we soms niet zo bewust, want in verlangens en emoties zit niet veel vrijheid. In de ratio wel. Dus als we langer nadenken, dan maken we beter gebruik van de vrije wil? Nee, want dan spelen onbewuste processen weer een rol. Wie weet kies je ervoor – uit vrije wil? – om pianoles te nemen, maar is er al voor jou gekozen doordat je als kind mooie pianodeuntjes hoorde.

DSCF4048

Bijna-doodervaringen
Unaniem verwezen de wetenschappers Pim van Lommel naar de fabeltjeskrant. Uit BDE kan je niets afleiden: dat je ‘ergens geweest bent’ is geen bewijs, maar een gewone ervaring. De ervaring klopt, de interpretatie niet: geen bewijs dat er nog bewustzijn is na de dood.
We zijn de enige soort die bewust weet dat de dood onontkoombaar is, dus hebben we existentiële angst en daar speelt religie op in: om die doodsangst te bezweren. We willen minstens een beetje bewijs en Van Lommel voorziet in de behoefte aan een eeuwig leven.

Geloof heeft als nadeel dat je minder kritisch bent op het heden. Sommigen kiezen dan eerder voor de dood, zeker als er maagden wachten. Twee van de vier aanwezige wetenschappers zijn gelovig: zij geloven in een persoonlijk voortbestaan, met de nadruk op geloven. Het komt door de ‘onuitroeibare religieuze behoefte’ van de mens. Maar hoe het leven na de dood eruit ziet, weten wetenschappers niet. Blijft het ‘denken’ na de dood ergens? Blijft de informatie bewaard? Het overschrijdt ons begripsvermogen.

God in het brein
God is niet in het brein te vinden, ook al bestaat er een ‘religiekwab’. Maar daarmee kan je God toch niet verklaren. Wetenschappers trekken uiteenlopende conclusies uit de data van het wetenschappelijk onderzoek. Er licht van alles op in de hersenen, maar concrete beelden zie je uiteraard niet. Data bewijzen niets over het bestaan van God. Nonnen werden onderzocht tijdens het denken aan hun diepste religieuze ervaring. Bepaalde hersengebieden lichtten op. Ze waren verrukt, want God maakt contact. Maar de ervaringen zelf zijn niet te scannen. Religie is ook geen ‘afscheidingsproduct’ van het brein. De conclusie was dat de wetenschap eigenlijk niets kan zeggen over religie of God in de hersenen. Geloven is een keuze, zei iemand. Nee, een gave, vond een ander.

Verslag & foto’s: PD

‘Toekomst religie zal mystiek-introspectief zijn’

Dat voorspelde Simon Vestdijk al in 1947, in De toekomst der religie. Volgens filosofe Welmoed Vlieger lijkt die voorspelling te zijn uitgekomen, getuige de groeiende aandacht voor mystieke geschriften en contemplatie. Maar, vraagt ze zich vervolgens af, waarom zijn kerken en levensbeschouwelijke organisaties over het algemeen maar niet in staat, of bereid, zich met deze ontwikkelingen te verbinden, er een huis voor te bieden?

De behoefte aan (met name ondogmatische vormen van) spiritualiteit en zingeving is vandaag de dag enorm. Steeds meer mensen hebben geen eenduidige levensbeschouwelijke identiteit, maar putten voor hun zingeving uit verschillende religieuze bronnen en wijsheidstradities.’ 

Vlieger vraagt zich af of dit knip- en plakwerk is of diepere inspiratie. En hoe het zit met de religieuze ervaring? En de evolutie in de godsdiensten? Is de evolutie, deze oer-ervaring inmiddels, samen met de door Nietzsche in 1882 doodverklaarde God, geheel en al voorbij geschreden? Schuilt die evolutie…

‘…in het feit dat we inmiddels, op basis van voortschrijdend natuurwetenschappelijk inzicht, spreken van Inspirerende Verhalen in plaats van Waarheid, als het om de heilige schriften gaat?’

Kerken en levensbeschouwelijke organisaties verliezen in snel tempo aan terrein, zegt Vlieger, maar intussen raken en inspireren mensen als bijvoorbeeld de Dominicaanse monnik Meister Eckhart de geseculariseerde mens. De filosoof en mysticus geniet meer belangstelling dan ooit tevoren. Vlieger legt die belangstelling voor Eckhart uit aan de hand van twee ‘sleutels’ waarmee de filosoof zich bedient, namelijk ‘bezieling’ en ‘techniek’. Bezieling die altijd samenvalt met iets omvattends, iets wat je inspireert en raakt. Bezieling die wortelt in ontvankelijkheid, openheid. 

Levensbeschouwelijke communicatie is in het beste geval bezielde communicatie, die niet invult, uitlegt of voorschrijft maar ruimte schept voor beide elementen en zo de aanraking met het numineuze of heilige opnieuw mogelijk maakt.’ 

Die levensbeschouwelijke communicatie vraagt om een andere insteek of techniek die Vlieger, opnieuw aan de hand van Meister Eckhart, toelicht. 

Communicatie gebeurt niet in en voor jezelf maar in relatie tot de ander. Er moet nog iets bijkomen om bezieling een uitlaatklep te geven, ‘over te laten stromen’, zodat ook de ander er door uitgenodigd wordt, eraan kan deelnemen.’

De crisis waar kerken en levensbeschouwelijke organisaties in gevangen zitten, vraagt volgens Vlieger om nieuwe taal- en communicatievormen.

Medewerkers van levensbeschouwelijke organisaties hebben nog weinig voeling met de – vaak in ouderwetse en hoogdravende bewoordingen geformuleerde – missie of doelstelling. Het wordt steeds moeilijker aanknopingspunten te vinden tussen de eigen identiteit en de snel veranderende wereld ‘out there’. In de kerken neemt de rol van de Bijbel en het gebed af en doet men verwoede pogingen om het instituut van nieuwe inhoud en elan te voorzien, tot nog toe zonder veel succes. Dat de kerken in rap tempo leeglopen en inmiddels bij dozijnen worden verkocht en gesloopt is oud nieuws.’ 

Vlieger stelt dan ook dat statisch geworden overtuigingen, structuren, praktijken en bijbehorend jargon moeten worden opgegeven of desnoods opgeschort.

Concreet houdt dit de uitdaging in dat we die ene specifieke taal- en communicatievorm  even laten voor wat het is en ons oprecht (en oordeelloos!) verdiepen in de belevingswereld, de dilemma’s en achterliggende waarden van anderen. De nieuwe taal- en communicatievormen die hieruit ontstaan, zijn niet zozeer gericht op het overbrengen van een boodschap maar op het creëren van verbinding, het betekenis geven aan maatschappelijke en levensbeschouwelijke ontwikkelingen en het scheppen van transformaties.’ 

Bron: ‘God is een woord dat zichzelf spreekt’ – levensbeschouwelijke communicatie in een nieuwe tijd (Welmoed Vlieger)

Foto: PD

welmoed-vlieger

Welmoed Vlieger (1976) (foto: Twitter) studeerde Wetenschap van Godsdienst en Levensbeschouwing en Wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is sinds 2009 voorzitter van de Vrije Gemeente. Welmoed houdt zich – via onderzoek en het geven van lezingen en cursussen – bezig met het grensvlak tussen filosofie en mystiek, tussen fictie en werkelijkheid; steeds weer in relatie tot het grondbegrip ‘vrijheid’. Zij laat zich in grote mate inspireren door Meister Eckhart en Martin Heidegger, in wier leven en denken zij zich tijdens haar studies gespecialiseerd heeft. Verder is zij geïnteresseerd in poëzie, film, kunst en muziek – uitingsvormen waarin de menselijke verbeelding vrijuit spreken kan.

Update 08112023

‘Het leven kent geen universele zin’

omroepbrabant


‘… maar je moet je er wel druk om maken.’ Godsdienstfilosoof en theoloog Taede A. Smedes leest over de zin van het leven in het boek Wie ben ik? En wat wil ik? van Nienke Wijnants. Dat boek handelt bijna 300 pagina’s lang over zingevingsvragen, zonder antwoorden. Smedes wordt er doodmoe van, maar schrijft desondanks een schitterende doch dodelijke recensie. 

‘Dit boek is een achtbaanrit. Je wordt van hot naar her geslingerd en uiteindelijk kun je onder niet meer van boven onderscheiden. Maar anders dan een achtbaan, gaat dit boek nergens naartoe. Het begint veelbelovend, namelijk dat het algehele gevoel van crisis dat in onze samenleving gevoeld wordt – niet alleen door dertigers – eigenlijk een kwestie is van zingeving.’ 

20110210 Nienke WijnantsPsychologe Nienke Wijnants (foto: pkn-assen.nl) zegt elders een ‘pure nihilist’ te zijn. Ze kan op de grote levensvragen geen antwoorden vinden en die geeft ze dan vervolgens in haar boeken, zoals eerder in Het dertigersdilemma (2008). Het gefilosofeer erover lijkt desalniettemin hààr zin van het leven te zijn, want ‘filosoferen maakt me gelukkig’, zegt zij in Volzin, het magazine voor zinvol leven.

Terug naar Smedes. Eerst denkt hij nog dat Wijnants een punt heeft als zij stelt dat twijfelende twintigers en dertigers last hebben van zingevingsvragen en tot bladzijde 72 een aantal interessante punten beschrijft, maar daarna vliegt ze volledig uit de bocht. 

‘Het is één ding te zeggen dat we geen definitief antwoord op de zin van het leven kunnen vinden. Maar bij Wijnants lijkt het erop dat de zin van het leven gewoon niet mag bestaan. Iemand die meent antwoorden te hebben gevonden op de grote vragen van het leven wordt door Wijnants min of meer impliciet weggezet als ‘dopaminejunkie’. Iedere schijn van zekerheid moet koste wat kost vermeden of bestreden worden.’ 

Smedes hoopt nog dat Wijnants nog een alternatief biedt dat een en ander in een ander perspectief zet, maar Wijnants heeft ‘niets te melden’ en zegt bovendien nog dat we die onzekerheid over de zin van het leven juist zouden moeten willen. 

taedesmedes‘En daarmee slaat het boek om van een interessant betoog naar een schier eindeloze en onoverzichtelijke opsomming van mogelijke antwoorden, feitjes, alternatieven, zienswijzen en perspectieven, die zonder enige leidraad wordt gepresenteerd. Ik voelde me met dit boek als iemand die geblinddoekt een Albert Heijn XL wordt ingestuurd met de opdracht om de allerbeste ingrediënten te kiezen om een driegangendiner klaar te maken. Je krijgt tijdens het lezen voortdurend iets in je handen gedrukt, maar geen idee wat het is of wat je ermee moet doen.’ 

Wijnants legt de wetenschap weg, religie ook en stort zich zo ‘tenenkrommend naïef’ op de filosofie dat bij Taede A. Smedes (foto: TAS) het licht uitgaat. Een lichtpuntje hoopt hij nog te vinden in het hoofdstuk Van zinloosheid naar nieuw existentialisme, maar ook dat dooft snel als hij leest dat zij slechts één ding met zekerheid durft te stellen, en dat is dat zij voor zichzelf heeft besloten dat het leven geen universele zin kent (of dat zij deze in elk geval niet kent), maar dat zij het leven desalniettemin graag wil beleven.

Zie: Over het eindeloze, zinloze, en vermoeiende gefilosofeer van Nienke Wijnants (boekbespreking) – Taede A. Smedes

Foto: omroepbrabant.nl

wibenikwatwilikNienke Wijnants
Wie ben ik? En wat wil ik?
Dertigers en veertigers op zoek naar authenticiteit, zin en geluk
Amsterdam | Prometheus/Bert Bakker |  2013
ISBN 9789035135086
292 pp. | Paperback | € 18,95
E-book: 
€ 11,99

Religie neemt niet af naarmate wetenschap voortschrijdt


geloofenwetenschap


De Britse filosoof en staatsman Francis Bacon stelde ooit dat weinig wetenschap van God verwijdert en veel wetenschap Hem terugbrengt. Nu stelt de Britse socioloog David Martin dat onze filosofiegeschiedenis van de verhouding wetenschap en religie niet alleen het feitelijke beeld van de secularisatie vertroebelen, maar er eigenlijk voor zorgen dat we in een permanente onwetendheid verkeren over de realiteit in de wereld op dit moment.

Martin zegt dit in het artikel Hoe meer wetenschap hoe minder geloof? dat over de complexe verhouding gaat tussen religie, wetenschap en secularisatie. Hij stemt hiermee in met atheïst Sir Bob Geldof die zegt dat, tenzij wij religie gaan begrijpen, we onvoldoende door zullen hebben wat er wereldwijd gebeurt. Martin stelt vast dat de natuurwetenschappers en technologen een grotere godsdienstigheid tonen dan de beoefenaren van de geesteswetenschappen en sociale wetenschappen. We moeten af van het idee dat harde wetenschappen niet verenigbaar zijn met religie.

‘Stark laat zien dat de softste wetenschappen ook de meest ongodsdienstige zijn, en dat ongodsdienstigheid niet evenredig stijgt met een toenemende blootstelling aan de harde wetenschappen.’

Martin geeft als pakkend voorbeeld het onderscheid tussen de ingeperkte eendimensionele ruimte die in de voormalige DDR werd nagestreefd – waar een denken in ‘of-of’ regeerde – en anderzijds de nogal open denkruimte in de Verenigde Staten, waar een geloof in engelen, UFO’s  en buitenaardse wezens kennelijk vrolijk samengaat met ruimtevaarttechnologie.

davidmartinOok is boeiend om vergelijkingen te lezen als: ‘Jouw leven is in hun handen’ als we over artsen spreken en ‘Hij heeft de hele wereld in Zijn hand’. Of: ‘De waarheid is groot en zal zegevieren’ versus ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven’. Martin heeft het dan over taal en sociologische analyse.

Verderop stelt David Martin (foto: wapenveld.nl) dat volksreligie en de elitaire Verlichting meestal hand in hand gingen bij de opbouw van een inclusief burgerlijk nationalisme. Martin vestigt ook extra de aandacht op het proces van sociale differentiatie en het ontwikkelen van een bewust persoonlijke religie, dat nogal kenmerkend is voor moderniserende maatschappijen. Hij stelt dat terwijl op vele plekken in de wereld magie en religie door de opkomst van moderniteit uiteenvallen, dat dit niet zo duidelijk geldt voor de oosterse orthodoxie in Europa.

‘Zo vinden we in Griekenland een verrassend geloof in de kracht van iconen en bescherming vanuit het spirituele domein, gepaard gaand met een geloof in de duivel, dat slechts geëvenaard wordt in de Verenigde Staten. Vanuit de Griekse geschiedenis bezien niet zo verwonderlijk, maar helder is wel dat het voortschrijden van wetenschap niet de meest voor de hand liggende factor is voor wie een verklaring zoekt.’ 

Martin stelt voorts dat de intellectuele geschiedenis wordt beïnvloed door een master narrative dat godsdienst beziet als een incoherent en achterlijk bijgeloof of als ziekelijk schuim dat het ware zicht op de realiteit belemmert. Deze filosofische geschiedopvatting is volgens Martin te veel beïnvloed door wat John Weightman ontleed heeft in zijn The Concept of the Avant Garde.

‘Het is niet zo dat het concept van de avant-garde nooit gebruikt mag worden, maar het wordt gevaarlijk indien de progressieve voorhoede als standaard voor een samenleving wordt genomen, omdat die nu eenmaal de krantenkolommen vult.’ 

Mensen liggen niet zozeer wakker van esoterische vragen zoals die naar mogelijke constructiefouten in de schepping. Volgens Martin houdt mensen het mogelijk schadelijk verband tussen religie en geweld en intolerantie bezig en krijgt hierdoor vooral het verhaal aandacht dat het religieuze dwaalspoor en de verwijtbare slechtheid zullen eroderen door de ontdekking van de wetenschappelijke waarheid.

‘De link die wordt verondersteld tussen religie en het kwade, of dit nu aanbevolen wordt door populaire wetenschappers of door borrelpraat, lijkt overtuigend te zijn en roept om een grondige sociologische analyse, die ik hier onmogelijk kan geven. Het berust echter op een naïeve en simplistische verwijzing naar een handvol feiten of het nu Noord-Ierland betreft, het Midden-Oosten of waar dan ook terwijl een grondige studie uit de weg wordt gegaan van de cruciale, maar zeer complexe vraag over hoe religie al dan niet zich tot macht en de dynamiek van macht verhoudt.’

Martin stelt dat de afname van religie eerder te wijten is aan wetenschappelijk falen dan aan de ontdekking van wetenschappelijke waarheid.

‘Het is belangrijk om hier op te merken dat bepaalde wetenschappelijke theorieën die religie in ons brein positioneren als een ingebouwd neurologisch programma dat in een verafgelegen oertijd onze kans op overleving vergrootte, ondertussen secularisatie op wetenschappelijke of pseudowetenschappelijke gronden fors beperken.’

Ten slotte nog een mooie uitsmijter van Martin:

‘Als ik atheïst zou zijn die van plan was het geloof van een intelligente jonge vriend te ondermijnen, dan zou ik hem het vak Bijbelkritiek aanbevelen –  ‘t lijkt heel wat, maar het is niet veel zaaks of onderwijs in psycho-gebabbel en socio-gebabbel, of helemaal het beste, een krachtige onderdompeling in de romantische literaire Weltschmerz. Maar zeker niet, absoluut niet, een onderwijsmodule in astrofysica. Hij of zij zou namelijk nogal gemakkelijk kunnen gaan denken dat hij of zij ‘The Mind of the Maker’ (Gods Gedachten) aan zou treffen.’

Zie: David Martin Hoe meer wetenschap, hoe minder geloof?
(Via Geloof & Wetenschap)

Illustr: kerkindenhaag.nl