De ontdekking van het religieus atheïsme

adieu
Voor Ulrich Libbrecht was de persoonlijke God een mijlpaal, die hem echter met een ketting vastbond, zodat hij alleen het theologische gras kon afknagen. ‘Buiten deze cirkel was alles heidens onkruid.’ Deze God was het landschap van zijn jeugd. Daar heeft hij de omtrek afgegraasd en ontdekt dat God en Wereld één zijn, of in zijn filosofie dat energie en informatie één zijn. Libbrecht schrijft dit in zijn nieuwe boek Adieu à Dieu – Naar een religieus atheïsme. 

‘ADIEU betekent vaarwel. Dit boek is inderdaad mijn vaarwel aan de religie waarin ik ben opgevoed. Dit betekent evenwel niet vaarwel aan elke vorm van religiositeit. Ik kan me niet losmaken van het Mysterie dat ik in de kosmos en in mijn eigen hart waarneem. Hoewel ik mezelf beschouw als een kritische rationalist, heb ik me nooit kunnen overgeven aan een begrenzend positivisme, dat het onkenbare beschouwt als het nog-niet-gekende.’ (UL)

ulrichlibbrechtEmeritus prof. dr. Ulrich Libbrecht (foto: knack.be) beschrijft hoe hij zich bevrijdde uit de dogmatiek en de symboliek van zijn katholieke opvoeding, zonder daarbij het wezenlijke van de religie over boord te gooien. Dit wezenlijke is voor hem de ervaring, niet de kennis, van het bestaansmysterie. De onkenbare grond van de werkelijkheid vindt hij terug in het Leegte-concept van het boeddhisme, maar ook in het energiebegrip van het taoïsme en de wetenschappen. Het ‘Deus sive Natura‘ (God = Natuur) van Spinoza geldt hier voor het hele kosmische proces, dat gestuwd wordt door de Energie, c.q. ‘God’, het onpeilbaar Wonder waar alles deel van uitmaakt. De ontroering door dit wonder is de kern van de spiritualiteit. Dit Grote Geheim is het ‘heim’ waarin we leven. (Wever)

À DIEU, ‘Gode bevolen’ betekent dat ik de godsgelovigen wil uitnodigen om vaarwel te zeggen aan de pseudo-god van de westerse traditie. Ik wil ze uitnodigen om vaarwel te zeggen aan de ‘oorzaak der oorzaken’, aan de ‘Dieu des philosophes’, maar vooral aan de ‘Heer der heerscharen’, en op zoek te gaan naar wat deze ‘Dieu’ (Deus) in werkelijkheid betekent. Ik nodig ze uit om op zoek te gaan naar ‘de geur van de roos’, in de plaats van zich vast te klampen aan ‘de naam van de roos’. (UL)

Ulrich Libbrecht begon als leraar wiskunde in het secundair onderwijs. Na zijn studies sinologie en filosofie in Gent en Leiden doceerde hij Chinese klassieke studies, Chinese filosofie en comparatieve filosofie aan de KU Leuven. Hij ontwikkelde een model voor comparatieve filosofie waarin hij wereldbeelden uit Oost en West vergelijkt en integreert. Hij stichtte in Antwerpen en Utrecht (de School voor filosofie Oost-West, PD) een School voor Comparatieve Filosofie(Wever)

ADIEU À DIEU verwijst naar een religieus atheïsme, met als prototype het boeddhisme. Het is geen daad van hoogmoed om de god van de traditie te ontkennen, maar integendeel een daad van grote nederigheid, waarbij men ophoudt de berg theologisch te bestormen, maar in het dal van de stilte wacht op het licht. Mystiek is in haar zuiverste vorm atheïstisch. Dit wil zeggen dat het de grote Leegte, het grote Niets aanvaardt en uit zijn eigen Boeddhanatuur laat verrijzen. Dat men het Mysterie niet be-grijpt, maar er zich door laat grijpen.’ (UL) 

Adieu a Dieu. Naar een religieus atheïsme | Ulrich Libbrecht | Garant Uitgevers NV | 2014 | ISBN 9789044131345 | € 15,90

De Bijbel en ieders Eigen Waarheid

normen


Op Facebook ontspint zich – door het Filosofisch Café – een interessante discussie over relativisme. ‘Enkele decennia geleden begon men vraagtekens te zetten achter de gedachte dat er een absolute waarheid bestaat. Daardoor ondergroef men het Bijbelse denken over waarheid en leugen. Ieder mocht zijn eigen waarheid hebben.’ Er werd op Facebook gelukkig ook serieus gereageerd op het boeiende verschijnsel dat Waarheid heet. Of heette. Ieder zijn Eigen Waarheid?

Het thema werd ingegeven door een onderzoek van alweer een tijdje geleden waaruit bleek dat de morele opvattingen van christelijke jongeren zich niet onderscheiden van onkerkelijke jeugd. Op een aantal punten bleken christelijke jongeren zelfs een ruimer geweten te hebben.

DrBillMaier-216x250

Volgens dr. Bill Maier (foto: myfaithradio.com), klinisch psycholoog van de organisatie Focus on the Family, ligt dat aan het feit dat enkele decennia geleden men vraagtekens begon te zetten achter de gedachte dat er een absolute waarheid bestaat.

Daardoor ondergroef men het Bijbelse denken over waarheid en leugen. Ieder mocht zijn eigen waarheid hebben. Dat betrof aanvankelijk de godsdienstige of ideologische waarheidsaanspraken, maar het kon niet uitblijven dat dit ook de ethische opvattingen omtrent waarheid en onwaarheid zou gaan raken. Wat ik stelen vind, hoeft een ander nog geen stelen te vinden.’

Maier stelt dat er bij de meeste Amerikaanse christenen geen sprake is van een gefundeerd geloof en van een doordachte christelijke levensbeschouwing. 

‘Als je die niet hebt kun je wat oppervlakkig fatsoen aan je kinderen overdragen, maar geen overtuigende waarden en normen. Jongeren voelen het aan of je het meent wat je hen voorhoudt of dat je maar iets doet omdat het nu eenmaal zo hoort.’ 

Interessant. Eerst was er de Bijbelse Waarheid, die werd ontzenuwd door de wetenschap, door mensen als Richard Dawkins. Wellicht constateerden velen, de kritische jongeren voorop, dat de Bijbel dus geen Waarheid bleek, maar een Leugen (of een van de vele Waarheden.) Daar is het allemaal mee begonnen. Filosofie kan redding brengen door mede Levensbeschouwing kritisch te doceren en te doordenken: dan krijg je vele Waarheden, waar je over kan denken, in plaats van later weer te moeten constateren dat het Leugens zijn.

Ethiek aan jongeren leren kan heel goed, zolang er geen Waarheden verkondigd worden. Dan worden dat nooit Leugens en leidt het later niet tot liegen en andere aan lager wal geraakte normen. Dan komt de ruimte voor eerlijkheid en betrouwbaarheid vanzelf.

Trouwens, veel ouderen moeten zich na de Waarheid van de Bijbel ook weer (ethisch) omscholen. 😉

Zie:
Filosofisch Café
* Moreel relativisme stimuleert liegen 

Over God, schepping, evolutie en de oorsprong van het kwaad

waarkomthetkwaadvandaan (1)

Mens en techniek: het thema van de Maand (april) van de Filosofie 2014. De keuze van het thema is ingegeven door het feit dat mens en techniek steeds meer met elkaar verweven worden. De mens is hard op weg een cyborg te worden, omringd en omhangen door techniek als smartphones, Google glasses, navigatieapparatuur, smartwatches en chips die onze fysieke conditie controleren.

Binnenkort kunnen we zelfs onze hersens downloaden – zielloos en dus zonder bewustzijn een eeuwig leven leiden. De hel op aarde lijkt me dat, hoewel je daar zonder bewustzijn geen weet van hebt: je hersens zijn dan immers niet meer dan een levenloze supercomputer.

Blijkbaar wil de mens het ‘natuurlijk kwaad’ van zijn sterfelijkheid bedwingen. De term ‘natuurlijk kwaad’ komt van dr. Bert van Veluw. Deze godsdienstfilosoof omschrijft ‘natuurlijk kwaad’ als lijden dat niet door de mens wordt veroorzaakt, zo meldt de site Christelijke Filosofie – die het kwaad verbindt het thema van de Maand van de Filosofie: mens en techniek, dat ‘ons dwingt opnieuw na te denken over de verhouding tussen techniek en moraal’.

Je zou in zekere zin kunnen zeggen dat wetenschap en techniek middelen zijn die mensen in staat stellen op allerlei manieren het ‘natuurlijke kwaad’ onder controle te krijgen. Door deze middelen kunnen wij tal van ziekten met een zeker succes bestrijden en ons beter voorbereiden op en verweren tegen rampen. Met behulp van wetenschap en techniek hebben wij onze afhankelijkheid van grillige natuurfactoren een stuk kunnen reduceren. De wereld is maakbaar geworden.’ (@cfilosofie) 

VanVeluw

Bert van Veluw schrijft hierover in zijn boek Waar komt het kwaad vandaan? Over God, schepping, evolutie en de oorspong van het kwaad. Hierin maakt hij een zoektocht naar de oorsprong van het kwaad en bespreekt onder meer de vraag of de duivel en demonen niet uit een achterhaald wereldbeeld afkomstig zijn. De duivel moeten we van hem niet te veel macht toedienen, als een soort ‘tegengod’. Volgens dr. M. J. Paul geeft Van Veluw een prachtig overzicht van allerlei standpunten in verleden en heden. Ook laat hij zien hoeveel haken en ogen er zitten aan gangbare redeneringen. (foto: forumC)

‘De presentatie van allerlei meningen gebeurt op een faire manier, waarbij de auteur vaak lijnen doortrekt en consequenties als problemen benoemt. Ongeacht welk standpunt men zelf inneemt – en wie is ooit uitgedacht over dit onderwerp? – kan men veel van zijn gading vinden in dit boek, dat deels het karakter heeft van een naslagwerk.’ (M J Paul)

Volgens Vergadering.nu wordt het grootse deel van het boek besteed aan de prangende vraag naar het waarom van het zogenaamde `natuurlijke kwaad`: aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, overstromingen, ziektes en ongelukken.

Van Veluw zet de antwoorden, die in de loop van de tijd zijn gegeven, op een rij en zoekt naar de waarheidsmomenten van elk van hen. Daarbij worden vragen rond schepping en evolutie met betrekking tot dit kwaad uitgebreid voor het voetlicht gebracht. Ten slotte bespreekt hij de leer van de erfzonde, een doctrine die we volgens de schrijver niet kunnen missen, willen we de menselijke situatie en het probleem van het kwaad juist verstaan.’ (vergadering.nu) 

Vergadering.nu stelt dat het antwoord dat Van Veluw in zijn studie biedt, er – kort gezegd – op neer komt dat het kwaad er is omdat de mens een vrije wil heeft.
Godsdienstfilosoof Taede A. Smedes besprak het boek indertijd bij bol.com. Hij vindt het boek controversieel, niet alleen vanwege het flirten met creationisme en intelligent design,

‘…maar vooral omdat nogal wat verklaard wordt met behulp van (het feitelijk bestaan van) de duivel en de (historische) val van engelen om moreel en natuurlijk kwaad ook voor de schepping van de mens te verklaren. De voornaamste zwakte zit in de voortdurende argumentatie dat wanneer iets natuurwetenschappelijk niet wordt uitgesloten, dat impliceert dat het redelijk is om dat ook als feit aan te nemen.’(bol.com)

Zie:
* Natuurlijk kwaad en technisch kwaad
* April is de maand van de filosofie
* Dr. Van Veluw houdt het kwaad tegen het licht
* Recensies

Waar komt het kwaad vandaan? | Dr. A.H. van Veluw | 700 Pagina’s Gebonden | € 29,95 | ISBN10 9058299961 | ISBN13 9789058299963
Volgens de uitgever verkent Van Veluw allerlei wegen in de doolhof van vragen naar het ‘waarom’. Zo stelt hij onder andere de zinloosheid van het bestaande kwaad en Gods volmaakte goedheid en almacht aan de orde. Ook gaat hij in op de vraag in hoeverre de mens een vrije wil heeft en in hoeverre hij of zij verantwoordelijk gesteld kan worden voor het ‘morele kwaad’. (Groen/Jongbloed)

waarkomthetkwaadvandaan

Cover:
De omslag toont een appel, met daarin Adam en Eva, uiteraard verwijzend naar het eten van de verboden vrucht. Ik miste de toelichting in het boek, maar het Latijnse woord ‘malum’ kan zowel ‘appel’ als ‘kwaad, ramp’ betekenen, en dat lijkt de aanleiding geweest te zijn tot deze gelijkstelling.
(M J Paul)

‘De wetenschap heeft de ziel hard nodig’

opreismetdekleineprins
‘Vele van de grootste wetenschappelijke ontdekkingen werden gedaan door mensen die even stopten met nadenken, wat gingen recreëren en toen intuïtief een nieuw inzicht kregen (een aha-erlebnis) – net toen ze aan het vissen waren, of aan de bar hingen, of aan een kerkdienst deelnamen of even wegdoezelden en de oplossing in een droom verscheen. Zonder de ziel blijft het verstand onvruchtbaar en is er geen creativiteit mogelijk.’ Aldus columnist en theoloog Jean-Jacques Suurmond.

Hij verwijst in dit kader ook naar het recente bericht over Universiteit Wageningen waar proefschriften niet naar religie mogen wijzen verwijzen. (Na kritiek weer wel, PD.) Dit is precies de eenzijdige wetenschappelijke houding waartegen Antoine de Saint-Exupéry zijn boekje De kleine prins schreef.

In het opnieuw uitgegeven boekje van Suurmond – geïnspireerd door De Saint-Exupéry – Op reis met de kleine prins,  is de kleine prins een symbool van de ziel, van spiritualiteit en waarden die niet wetenschappelijk zijn te meten maar de wereld wel leefbaar houden. Een priester vertelde hem eens dat hij het boekje van luchtvaartpionier, schrijver en mysticus Saint-Exupéry elk jaar een keer las, ‘om mens te blijven’.

De wetenschap schrijft pillen voor. Maar de woestijnervaring waarin ons leven vastgelopen is en we nergens meer zin in hebben, is geen probleem dat opgelost moet worden. De opdracht is om die woestijn uit te houden totdat zich een andere wijze van leven aandient, een leven waarin de ziel meezingt. De woestijn is een belangrijk aspect van het spirituele louteringsproces dat in het kerkelijk jaar uitgedrukt wordt in de Veertigdagentijd.’

Verschillende reacties op dit boek spreken van een ‘geweldig boek’, een ‘aanrader’ en een ‘fijnzinnig verhaal waarin veel wijsheid verborgen zit’. Volgens Suurmond is het ten diepste niet het verstand maar de ziel die ons ‘bezielt’ en meeneemt op een reis van menswording, door alle ups en downs van het bestaan heen.

opreisIn het wereldwijd bekende en geliefde verhaal van de kleine prins zijn etappes van de spirituele weg van ieder mens te ontdekken. De wijze vos neemt de lezer mee op een avontuurlijke, innerlijke reis met de kleine prins.

– Goedemiddag, zei ik.
– Goedemiddag, zei de vos.
– Weet je wat mij dwars zit?
– Nou?
– Bij het verhaal van de kleine prins krijg ik hetzelfde gevoel als wanneer ik de Bijbel lees. Of een ander religieus boek.
– En dat is?
– Dat ik iets belangrijks mis. Alsof ik de zon zie zonder warmte te voelen.
– Of een kippetje eet zonder iets te proeven, zei de vos peinzend. Jij ziet alleen de buitenkant van het verhaal. Dan mis je het wezenlijke…’

Zie: ’De kleine prins’ en de reis van de ziel (Theoblogie)

jjsuurmondDr. Jean-Jacques Suurmond
(foto: J-JS)

Op reis met de kleine prins

Naar het verhaal van Antoine de Saint-Exupéry
Illustr. Bas Mazur | 72 pagina’s
Paperback | € 9,95
ISBN: 9789021143606

‘Op zoek naar het wezen van de kleine prins en zijn rijk van verbondenheid wijst de vos hem de weg, naar de planeten waar de koning, de ijdeltuit, de dronkaard, de zakenman, de lantaarnopsteker en anderen elk hun eigen imperium hebben gecreëerd en naar de plaats waar bloemen bloeien. Aldus mijmert hij op allegorische wijze over tam worden, licht en duister, riten, levenskeuzes, woestijn, einde en nieuw begin.’ (Ton Smits)

‘Geloof bestand tegen elke atheïstische bedenking’

antoine.coypel.democritus.circa.460.circa.370.bc.1692
Existentiële omstandigheden inspireren docent filosofie Jan-Auke Riemersma waarde te hechten aan religieuze ideeën, aan de gedachte dat er méér is dan hij kan opmerken; deze gedachte werkt, want ze maakt het onrecht van de dood ongedaan en ze maakt de existentiële last van de mens dragelijk (zonder God geen zinvol bestaan!) 

Het geloof blijkt volgens Riemersma nu heel goed uitvoerbaar te zijn. Je hebt, als het belang van deze epistemologische omkering goed tot je is doorgedrongen, tenminste het volste recht om ‘gewoon’ te geloven in God (fideïsme).’

Je kunt dan gewoon naar de kerk gaan en geloven dat God je hoort, zolang je maar niet – zegt Riemersma erbij – beweert dat God je been verlengt, je rug weer recht, de evolutie georkestreerd heeft, de wereld heeft gemaakt buiten de natuurwetten om en al dergelijke: dat staat gelijk aan beweren dat je kunt vliegen.

‘Heeft de mens dan niet het recht, om met zijn scherpe verstand, te kijken of er iets is áchter de dood? Want als de dood een onrecht is en als de existentiële problemen zwaar wegen, dan is men wijs als men zich verweert, hoe dan ook. Daarom: als ik mij met mijn verstand een metafysische voorstelling van het bovennatuurlijke (transcendente) kan vormen, en dit religieuze gedachtegoed maakt het voor mij mogelijk om mij staande te houden in dit leven, dan heb ik het epistemologische recht om dit te doen en hier in te geloven. Immers, de belangrijkste epistemologische vraag is: werkt het (is het nuttig)?’ 

Het is eenvoudig genoeg om te zeggen dat de werkelijkheid zelf absurd genoeg is om je geloof te ruggensteunen, zegt Riemersma. Je kunt immers betogen dat, aangezien de wereld geen logische bouw heeft, er wel degelijk een transcendente werkelijkheid is – en dat de gelovige, per saldo, het beter gezien heeft dan de naturalist:

Er is letterlijk meer dan wij kunnen bevatten, voor ons is de werkelijkheid (= ongelijk aan ons model van de wereld) zo rijk aan mogelijkheden, dat wij ons met een gerust hart enige religieuze overtuigingen kunnen permitteren. Bovendien maakt deze constructie het mogelijk om het naturalisme te combineren met religie.’

Volgens Riemersma heeft de atheïst een onevenredig groot vertrouwen in onze rationele denkwijze, omdat hij denkt dat ons verstand bedoeld is om een volledig en uitputtend beeld van de werkelijkheid te schetsen. De atheïst zal de gelovige tot de orde willen roepen met zijn traditionele kennistheoretische vragen en zal vragen of je geloof mogelijk is en werkelijk uitvoerbaar.

De atheïst gelooft dat het bestaan van God in absolute zin ‘waar’ of ‘onwaar’ kan zijn. Het is echter verstandiger om te denken dat onze ratio en ons onderzoek van de werkelijkheid een beeld opleveren dat ons helpt om te bepalen of onze intenties uitvoerbaar zijn. Ons beeld van de werkelijkheid is zélf instrumenteel. Het is bedoeld om ons gedrag te regelen – en niet om te dienen als een universeel geldig vergezicht. Mensen zijn niet ‘alwetend’. De metafysica van de atheïst is niet te verdedigen.’  

Riemersma stelt dat hiermee het geloof volkomen verantwoord en absoluut bestand is tegen elke atheïstische bedenking.

Zie: Een smal strand (Religie Verantwoord) – De Lachende Theoloog

delachendetheoloogIllustr. boven: Democritus (Demokritos) van Abdera, Oudgrieks:  Δημόκριτος, Dêmókritos) (ca. 460 v. Chr.-380/370 v. Chr.) was een Grieks geleerde, filosoof, astronoom en reiziger. Hij wordt tot de presocratici gerekend. Hij wordt ook de ‘lachende filosoof’ genoemd. (Schilderij: Antoine Coypel 1661 – 1722 – filosofie.wikispaces.com) Jan-Auke Riemersma noemt zich ‘de lachende theoloog’. (Foto: J-A R).