
Het christendom is ‘waar’. Althans, als we Emanuel Rutten moeten geloven die in een lezing voor studentenvereniging CSFR in Groningen hiervoor vijf argumenten aangaf. Het commentaar hierop van docent filosofie Jan-Auke Riemersma (De Lachende Theoloog) in Enige aantekeningen bij een lezing luidt: ‘Het zijn allemaal bewijzen met een koffertje: ze gaan gezellig op reis en vertrekken daarom vanuit de meest exotische oorden.’
Vanuit de ervaring van het sublieme
Riemersma stelt dat Rutten weet dat God de oorzaak is van zijn sublieme ervaring; hij ervaart het sublieme als hij de Bijbel leest; dus moet de God van de Bijbel wel de God zijn die hij ervaart. Riemersma vindt dit een sluitend argument, maar alleen geschikt voor mensen die het sublieme ervaren als ze bepaalde Bijbelpassages lezen.
‘Bovendien is Ruttens onderzoek van de Bijbelteksten slecht: hij moet niet alleen aannemelijk maken dat men het sublieme ervaart bij het lezen van de Bijbel, hij moet bovendien aannemelijk maken dat andere, willekeurig gekozen passages uit de boeken van overige tradities niet in staat zijn om ons het ‘hogere’ te laten ervaren.’
Het argument vanuit zelflegitimatie
Riemersma is hierover duidelijk:
‘Over Jezus ‘zelflegitimering’ hoeven we het niet eens te hebben.’
C.S. Lewis’ dilemma-argument
De Lachende Theoloog vindt dit een typisch ‘nou, en?’ argument; de redeneringen van Lewis te gekunsteld en bovendien is er tegen dit argument al zo veel ingebracht. Hij heeft niet kunnen ontdekken of Rutten het argument van Lewis op originele wijze aanvult of verwoordt. Lewis’ argumenten vindt Riemersma te licht en te oppervlakkig. Het dilemma van Lewis vindt hij niet eens van toepassing.
‘Jezus zegt van zichzelf dat hij de Verlosser is. Lewis vraagt zich af wie er nu zoiets ‘mals’ over zichzelf kan zeggen? Je moet of dwaas zijn als je zoiets zegt of het is gewoon waar. We kunnen echter uitsluiten dat Jezus een dwaas was: dan zou hij zijn nieuwe geloof niet hebben kunnen organiseren. En daarom mogen we gevoeglijk aannemen dat Jezus inderdaad de Verlosser was. Met andere woorden: de leer van het christendom is waar.’
Dit argument vindt Riemersma nauwelijks serieus te nemen.
‘Zou u zich bekeren tot de leer van Hubbard louter en alleen omdat Hubbard beweert dat hij over ‘het ware inzicht beschikt’ en omdat hij in staat is om de scientology-kerk uitstekend te organiseren? Voorts schrijft Elaine Pagels dat het in de tijd van Jezus helemaal niet vreemd was om te zeggen dat je een ‘zoon van God’ was.’
Het opstanding-argument
Rutten beweert dat er geen goede seculiere verklaring is voor het lege graf, maar Riemersma vindt dat zeer onwaarschijnlijk. Althans, als we vertrouwen op onze huidige kennis over sterven en dood, want dat mensen de dood niet overleven is een casus die zelfs zó hecht is, dat het tegendeel beweren vrijwel zinloos is.
‘De casus van Jezus’ opstanding is in hechtheid en samenhang slechts een druppel op de gloeiende plaat vergeleken met de hechtheid en samenhang van de overtuiging dat niemand kan opstaan uit de dood. Een kansloze zaak. Alleen de gelovige zal dit ‘argument’ willen accepteren.’
Het wereldbeeld-argument
Riemersma vraagt zich af of het christendom is bij uitstek de beste manier om eenheid aan te brengen in een wereldbeeld. Hij vindt dat geen echt argument, ook al heeft de mens inderdaad een wereldbeeld nodig. Maar voor de docent filosofie werkt het andersom en is de mens geneigd om in God te geloven omdat deze overtuiging zijn wereldbeeld ‘compleet’ maakt.
‘Het concept God (of: Het Ene, Het Hoogste Idee) is een cognitieve paraplu, je kunt er heel veel onder scharen. Het levert echter wel een hoop nieuwe losse eindjes op. Er zijn veel zaken die niet verenigbaar zijn met het christendom, zoals het lijden van de mens.’
Defeaters
Vervolgens gaat Riemersma ook kort en enigszins cynisch in op het argument vanuit Alvin Plantinga over de afwezigheid van defeaters (dat wil zeggen in afwezigheid van goede aanwijzingen voor het tegendeel.)
(foto Riemersma: j-ar)
‘Een ‘defeater’ is plantinganees voor een ‘weerlegging’. Volgens dit argument is het niet mogelijk om het christendom te weerleggen. En dat is uiteraard waar. Want wie Plantinga niet aanvaardt, zal eeuwig branden. Dat is inmiddels welbekend.’
Zie voor het volledige commentaar van Riemersma: Enige aantekeningen bij een lezing.
Illustr: evangelienieuws.nl
Gerelateerd: Het godsargument openbaart de christelijke God








