Het christendom de enig ware godsdienst?

religie (1)
Het christendom is ‘waar’. Althans, als we Emanuel Rutten moeten geloven die in een lezing voor studentenvereniging CSFR in Groningen hiervoor vijf argumenten aangaf. Het commentaar hierop van docent filosofie Jan-Auke Riemersma (De Lachende Theoloog) in Enige aantekeningen bij een lezing luidt: ‘Het zijn allemaal bewijzen met een koffertje: ze gaan gezellig op reis en vertrekken daarom vanuit de meest exotische oorden.’

Vanuit de ervaring van het sublieme
Riemersma stelt dat Rutten weet dat God de oorzaak is van zijn sublieme ervaring; hij ervaart het sublieme als hij de Bijbel leest; dus moet de God van de Bijbel wel de God zijn die hij ervaart. Riemersma vindt dit een sluitend argument, maar alleen geschikt voor mensen die het sublieme ervaren als ze bepaalde Bijbelpassages lezen.

‘Bovendien is Ruttens onderzoek van de Bijbelteksten slecht: hij moet niet alleen aannemelijk maken dat men het sublieme ervaart bij het lezen van de Bijbel, hij moet bovendien aannemelijk maken dat andere, willekeurig gekozen passages uit de boeken van overige tradities niet in staat zijn om ons het ‘hogere’ te laten ervaren.’

Het argument vanuit zelflegitimatie
Riemersma is hierover duidelijk:

‘Over Jezus ‘zelflegitimering’ hoeven we het niet eens te hebben.’  

C.S. Lewis’ dilemma-argument
De Lachende Theoloog vindt dit een typisch ‘nou, en?’ argument; de redeneringen van Lewis te gekunsteld en bovendien is er tegen dit argument al zo veel ingebracht. Hij heeft niet kunnen ontdekken of Rutten het argument van Lewis op originele wijze aanvult of verwoordt. Lewis’ argumenten vindt Riemersma te licht en te oppervlakkig. Het dilemma van Lewis vindt hij niet eens van toepassing.

‘Jezus zegt van zichzelf dat hij de Verlosser is. Lewis vraagt zich af wie er nu zoiets ‘mals’ over zichzelf kan zeggen? Je moet of dwaas zijn als je zoiets zegt of het is gewoon waar. We kunnen echter uitsluiten dat Jezus een dwaas was: dan zou hij zijn nieuwe geloof niet hebben kunnen organiseren. En daarom mogen we gevoeglijk aannemen dat Jezus inderdaad de Verlosser was. Met andere woorden: de leer van het christendom is waar.’

Dit argument vindt Riemersma nauwelijks serieus te nemen.

‘Zou u zich bekeren tot de leer van Hubbard louter en alleen omdat Hubbard beweert dat hij over ‘het ware inzicht beschikt’ en omdat hij in staat is om de scientology-kerk uitstekend te organiseren? Voorts schrijft Elaine Pagels dat het in de tijd van Jezus helemaal niet vreemd was om te zeggen dat je een ‘zoon van God’ was.’

Het opstanding-argument
Rutten beweert dat er geen goede seculiere verklaring is voor het lege graf, maar Riemersma vindt dat zeer onwaarschijnlijk. Althans, als we vertrouwen op onze huidige kennis over sterven en dood, want dat mensen de dood niet overleven is een casus die zelfs zó hecht is, dat het tegendeel beweren vrijwel zinloos is.

‘De casus van Jezus’ opstanding is in hechtheid en samenhang slechts een druppel op de gloeiende plaat vergeleken met de hechtheid en samenhang van de overtuiging dat niemand kan opstaan uit de dood. Een kansloze zaak. Alleen de gelovige zal dit ‘argument’ willen accepteren.’

Het wereldbeeld-argument
Riemersma vraagt zich af of het christendom is bij uitstek de beste manier om eenheid aan te brengen in een wereldbeeld. Hij vindt dat geen echt argument, ook al heeft de mens inderdaad een wereldbeeld nodig. Maar voor de docent filosofie werkt het andersom en is de mens geneigd om in God te geloven omdat deze overtuiging zijn wereldbeeld ‘compleet’ maakt.

‘Het concept God (of: Het Ene, Het Hoogste Idee) is een cognitieve paraplu, je kunt er heel veel onder scharen. Het levert echter wel een hoop nieuwe losse eindjes op. Er zijn veel zaken die niet verenigbaar zijn met het christendom, zoals het lijden van de mens.’

jan-auke riemersmaDefeaters
Vervolgens gaat Riemersma ook kort en enigszins cynisch in op het argument vanuit Alvin Plantinga over de afwezigheid van defeaters (dat wil zeggen in afwezigheid van goede aanwijzingen voor het tegendeel.)
(foto Riemersma: j-ar)

‘Een ‘defeater’ is plantinganees voor een ‘weerlegging’. Volgens dit argument is het niet mogelijk om het christendom te weerleggen. En dat is uiteraard waar. Want wie Plantinga niet aanvaardt, zal eeuwig branden. Dat is inmiddels welbekend.’

Zie voor het volledige commentaar van Riemersma:  Enige aantekeningen bij een lezing.

Illustr: evangelienieuws.nl

Gerelateerd: Het godsargument openbaart de christelijke God 

Het godsargument openbaart de christelijke God


Volgens filosoof en wiskundige Emanuel Rutten zijn er goede rationele argumenten voor het bestaan van God. Sterker nog, de rationele argumenten zijn volgens hem juist in deze tijd zó krachtig geworden dat Godsgeloof in feite de meest redelijke positie is. Echter, argumenten voor theïsme zijn nog geen argumenten voor de christelijke God. Op grond van redelijke argumentatie kan eveneens de stap worden gemaakt van algemeen theïsme naar christendom. 

Wanneer uitgegaan wordt van het bestaan van God, kunnen ook redelijke argumenten gegeven worden voor de meer specifieke bewering dat deze God in feite de God is waarvan het christendom getuigt. Rutten werkte hiertoe vijf verschillende argumenten uit, waaronder enkele variaties op bestaande argumenten en een tweetal eigen argumenten. Denkers die hierbij aan de orde komen zijn bijvoorbeeld Longinus, Rudolf Otto, C.S. Lewis, Heidegger, Plantinga, Craig en André Leonard.

‘Mijn casus voor het christendom omvat vijf argumenten. Dit zijn respectievelijk het argument vanuit de ervaring van het sublieme, het argument vanuit zelflegitimatie, C.S. Lewis’ dilemma-argument, het opstanding-argument en het wereldbeeld-argument. De kracht zit hem vooral ook in de combinatie van deze verschillende argumenten. Ze versterken elkaar. Zo ontstaat een sterke cumulatieve casus voor het christendom.’ (ER)

Rutten komt met zijn Godsargument uit bij de christelijke God, dus bij Jezus. Legitieme historische bronnen zijn in het geval van Jezus van Nazareth opvallend. Van Nazareth heeft werkelijk geleefd. Zijn historisch portret is de laatste decennia zo nauwkeurig in kaart gebracht dat het mogelijk is om op basis ervan redelijk te argumenteren voor de waarachtigheid van het christendom.

csfr

Vanuit de ervaring van het sublieme
H
et argument is gebaseerd op een nadere fenomenologie en analyse van de sublieme ervaring, die Rutten in zijn betoog in hoofdlijnen weergeeft. Meer hierover is te lezen in zijn artikel Goddelijke verheffing of spel van vrees en lust? Het sublieme bij Longinus, Burke en Kant Over het verhevene bij Longinus en zijn verhouding tot alternatieve concepties van het sublieme.

Nu resulteert het lezen van bepaalde Bijbelpassages in het Oude en Nieuwe Testament voor velen (gelovigen als niet-gelovigen) in een sublieme ervaring, ook wanneer wij ons beperken tot die gebeurtenissen, handelingen en uitspraken die deel uitmaken van het historisch portret van Jezus van Nazareth. Deze fragmenten gelden voor velen als schitterende onweerstaanbare expressies van grootse diepzinnige en geestrijke gedachten. Zij wekken zowel bewondering als verbazing.’ (ER)

Het argument vanuit zelflegitimatie
R
utten stelt dat er denkers zijn die een zo grote weergaloze existentiële kracht toeschrijven aan de handelingen, uitspraken, lessen en het optreden van Jezus, dat ze deze beschouwen als zelflegitimerend. Ze zijn volgens hen dus op zichzelf al voldoende grond voor redelijk geloof in zijn goddelijke natuur. Volgens Rutten vormen de evangeliën op afstand het meest sublieme verhaal dat de mensheid ooit gekend heeft.

Het is ‘het verhaal der verhalen’. Het is een verhaal dat zo voortreffelijk is dat we het niet slechts als een historische tekst kunnen beleven, maar steeds tegelijkertijd ook iets ervaren van het buitengewone, of beter, buitenhistorische ervan. En dit kan zich zo sterk aan ons opdringen dat we ons eigenlijk niet goed meer kunnen voorstellen dat het louter bedacht zou zijn door mensen. Maar dan is het niet absurd of onredelijk om een goddelijke herkomst ervan te vermoeden.’ (ER)

C.S. Lewis’ dilemma-argument
I
s het redelijk is te geloven dat Jezus is wie hij zegt te zijn? Rutten verwijst hierbij naar Lewis die een dilemma-argument geeft. Was Jezus een leugenaar, een gek of goddelijk? Nu is ‘leugenaar zijn’ of ‘gek zijn’ psychologisch incompatibel met zijn ontegenzeggelijk enorm grote morele leiderschap, zoals dat heel duidelijk blijkt uit zijn historisch portret.

Precies omdat Jezus een groot moreel leider was, en het psychologisch onwaarschijnlijk is dat zo iemand een apert leugenaar of volslagen gestoord is, volgt dat hij waarschijnlijk gewoon was wie hij zei te zijn, namelijk het licht van de wereld, de verwachte Messias. Maar dan kan zijn leer, en daarmee het christendom, redelijkerwijs erkend worden.’ (ER)

Het opstanding-argument
R
utten stelt dat indien Jezus van Nazareth werkelijk is opgestaan uit de dood, dit dan een beslissende rechtvaardiging vormt voor zijn optreden en leer, en daarmee voor de waarheid van het christendom.

Door nu deze diepe existentiële ervaring, deze transformatieve gebeurtenis, zelf ook als gegeven toe te voegen aan de historische portretfeiten van het lege graf, de getuigenissen van postmortale verschijningen, de verkondiging van de opstanding door de eerste discipelen, en de snelle opkomst van het christendom in de periode daarna, zien we dat de opstandingverklaring in vergelijking tot de seculiere verklaringspogingen eigenlijk alleen nog maar overtuigender wordt.’ (ER)

Het wereldbeeld-argument
D
it vertrekt vanuit de existentiële conditie van de mens. Volgens Rutten is het christendom als wereldbeeld namelijk niet alleen coherent en plausibel, maar ook geeft het een samenhangend antwoord op de grote existentiële vragen van de mensheid, zoals de oorsprong van de kosmos en de mens, de herkomst van het morele, en de vraag naar het goede leven.

God verkeerde op het moment van de schepping volgens genoemd antwoord in een existentiële crisis. Hij wist dat vrijheid onvermijdelijk ook lijden zou veroorzaken. Wat te doen? De duisternis en de leegte dan maar laten overwinnen of, ondanks alles, de wereld tot aanzijn laten komen? Dan besluit God zoals gezegd toch te scheppen, licht in de duisternis te laten schijnen, het niets, de leegte, niet te laten overwinnen.’ (ER)

Voor een volledig overzicht van Ruttens argumentatie hoe hij uitkomt bij de God van het christendom, verwijs ik naar de uitgebreide lezing Van algemeen theïsme naar christendom. Een cumulatieve casus, die hij afgelopen donderdag hield bij studentenvereniging CSFR in Groningen.

Foto: Christus de Verlosser is een groot standbeeld van Jezus Christus in de wijk Alto da Boa Vista in de stad Rio de Janeiro in Brazilië. Het beeld is 38 meter hoog en staat op de 710 meter hoge berg Corcovado, uitkijkend over de stad Rio de Janeiro. (Wikipedia)

erutten

Emanuel Rutten (foto: ER) studeerde wiskunde aan de Universiteit van Enschede en ronde zijn studie met succes af aan de TU Delft. Vervolgens behaalde hij zijn propedeuse economie aan de Universiteit van Amsterdam en ronde hij tevens een master filosofie af aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij verwierf vooral bekendheid om zijn proefschrift waarin hij een nieuw Godsargument uiteenzette. Dit leverde hem in 2012 een doctorstitel op.

Kocku von Stuckrad vaag en onkritisch over moderne esoterie

Boekrecensie – Geen afbeelding uit een oud manuscript,  maar een rookpluim in regenboogkleuren siert de omslag van het boek Esoterie – De zoektocht naar absolute kennis. Het suggereert oneindigheid, het bestaan van een multiversum en een frisse kijk op esoterie. In negen hoofdstukken brengt Kocku von Stuckrad het esoterisch denken van de voorbije eeuwen tot leven. Hij start met een zeer academische uiteenzetting over esoterie en het esoterisch discours veld.

door gastblogger Annick Van Damme

Het was even wennen aan de overvloed van namen, boeken en ideeën die hij zeer bondig naar voor schuift. En meteen denk ik: dit onderwerp is moeilijk in een klein boekje te proppen, zeker als je er zoveel over weet te vertellen. Neem dus maar vanaf het begin een blaadje bij de hand om te noteren over welke onderwerpen je bijkomende informatie wil opzoeken. Mocht de informatiestroom nog te overweldigend zijn, laat dan de drang om elke zin te begrijpen los en het lezen zal een stuk aangenamer worden. De eerste dertig bladzijden waren voor mij tandenbrekers, ook al ben ik vertrouwd met het onderwerp.

Von Stuckrad schotelt een gevarieerd esoterisch buffet voor. Hij wijst op de rijkdom aan ideeën door de eeuwen heen, hoe ze in elkaar overlopen en sommige oude ideeën terug opflakkeren. Een groot pluspunt aan dit boek is dat hij steeds wijst op de noodzaak kritisch te zijn over hoe we de esoterische informatie uit het verleden vanuit onze huidige zienswijze op esoterie, religie en cultuur interpreteren. Alleen al daarom is dit boek een aanrader voor iedereen die zich wil verdiepen in het onderwerp.

De laatste drie hoofdstukken stellen me regelmatig teleur, in het bijzonder het deel over Magische ordes ofwel Egypte in Engeland.  Zijn uiteenzetting  lijkt me gebaseerd op een oppervlakkige bestudering van de literatuur over de Golden Dawn en Aleister Crowley. Zijn informatie is soms fout, onvolledig en zijn conclusies te kort door de bocht.

annickvandamme

Mag ik een meer genuanceerd beeld over de Hermetic Order of the Goden Dawn (HOGD) en de relatie met het Theosofische Genootschap schetsen? (foto Annick van Damme: AVD)

De broedplaats van de HOGD is de Societas Roscruciana in Anglia.  De HOGD had een grote aantrekkingskracht, ook op leden uit het Theosofisch Genootschap.  De HOGD liet zowel mannen als vrouwen toe en opvallend is wellicht dat vooral vrouwen doorstroomden tot de hogere graden en achter de schermen een leidinggevende rol vervulden (zowel in opleiding, organisatie als financiering). In tegenstelling tot het Theosofisch genootschap was de HOGD opgericht met het doel om niet alleen de esoterische ideeën over geest, ziel, lichaam/natuur te onderzoeken, maar deze kennis en ervaring ook te gebruiken in magische rituelen. Een idee dat bij Blavatsky de haren deed rijzen, waarop ze al vlug verbood dat leden van haar genootschap tevens lid waren van de HOGD. De relatie tussen Blavatsky en de HOGD was ronduit vijandig.

Over Aleister Crowley is heel wat te zeggen, maar hem een centrale figuur van de Golden Dawn noemen is toch een foutieve interpretatie van de rol die hij binnen de HOGD heeft gespeeld. Noem hem eerder een vrouwenversierder en onruststoker die op vraag van Mathers in de Londense HOGD-tempels orde op zaken moest stellen, maar daar de gelegenheid niet toe kreeg.

Zo weinig informatie de auteur het heeft over de HOGD, zo uitgebreid is hij over het Theosofisch Genootschap van Blavatsky. Is het misschien het aantal jaren dat een genootschap bestaat, dat de waarde ervan bepaald? Does size matter? Mij lijkt het een te sterke benadrukking van het Theosofisch Genootschap als beïnvloedende organisatie op de moderne vormen van esoterie.

In de eerste hoofdstukken worden heel wat namen opgesomd van personen waar ik nog nooit over heb gehoord. Dat waardeer ik aan dit boek, want het verruimt mijn horizon. In de eerste hoofdstukken schuwt Von Stuckrad vaagheid. Dit is voor een boek over het esoterische een enorme uitdaging en een absolute noodzaak, maar die houding lijkt weg te vallen als hij het heeft over esoterie vanaf de 19e eeuw. Nergens lees ik in de laatste hoofdstukken iets over Stanislas de Guaita, Oswald Wirth, Papus of Eliphas Levi. Laat Von Stuckrad Frankrijk en Zwitserland links liggen op de kaart van het esoterisch landschap?

Over moderniteit en esoterische beleving blijft Von Stuckrad vaag en opvallend onkritisch. Hij heeft het over  de sacralisering van de psyche, de ziel als landschap en noemt een aantal new-age fenomenen zoals bv. channeling en tendensen, en het samengaan van ecologie en esoterie, maar al bij al is dit een mager hoofdstuk. Een enkele keer verwijst hij naar seksualiteit als onderdeel van esoterische beleving, geen enkele keer naar het gebruik van geestverruimende middelen. Ik denk dat beide aspecten een belangrijke invloed hebben gehad op het esoterisch denken en beleving in de 20e eeuw. Het ontbreekt ook aan een kritische noot over de invloed van marketing op het huidig esoterisch denken.

En dan is het boek plots uit en blijf ik toch met een enigszins onbevredigd gevoel naar esoterisch kennis achter. Dit is in hoofdzaak een academisch boek, dat slechts met mate zal doorsijpelen naar het  ruimere publiek dat niet enkel het esoterische wil bestuderen, maar het ook een waardevolle plaats in hun leven willen geven. Misschien is er te veel versnippering in het esoterisch denken in de 21eeuw om er iets zinvols over te zeggen? 

esoterie (1)

Kocku von Stuckrad is hoogleraar Religiewetenschap en Decaan van de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap bij de Rijksuniversiteit Groningen.
Kocku van Stuckrad: Esoterie. De zoektocht naar absolute kennis | Uitgeverij AUP | Paperback | € 19,95 288 blz | ISBN 978 90 8964 621 7 | !! Alleen nog als e-book verkrijgbaar

Gerelateerd: Religie en de zoektocht naar absolute kennis

Klik hier voor meer over Annick Van Damme.
Update 15052025 (Lay-out)

‘In het heelal zou het moeten wemelen van leven’

Freelance journalist science writer René Fransen ziet de landing van buitenaardsen met (geloofs)vertrouwen tegemoet. Hij verwacht dat ‘we’ binnen enkele jaren leven buiten de aarde zullen ontdekken. Of dat ze ons ontdekken. Volgens wis- en natuurkundige Fred Zwarts hanteren wetenschappers echter allerlei aannames om te verklaren dat we nog steeds geen signalen ontvangen van die beschavingen elders in het heelal. Hij houdt het daarom voorlopig maar op de ene aanname dat de kans op buitenaards leven heel klein is. 

‘De enige ontsnappingsmogelijkheid is dan om nog meer aannames te maken. Bijvoorbeeld: dat al die beschavingen niet gezien willen worden en zich opzettelijk verbergen. Of dat geen van die hogere beschavingen nog radiosignalen gebruiken. Of dat intelligente beschavingen allemaal slechts een korte levensduur hebben en dus nu al weer uitgestorven zijn.’ (FZ) 

‘Maar dan hebben we het niet meer over natuurwetenschappelijke argumenten.’ Volgens Zwarts zou het, als er een kans is op eens in de miljoen jaar, in het heelal moeten wemelen van planeten met leven. Maar is die kans eens in de tien-tot-de-vijftigste-macht jaar, dan is het leven op aarde uniek in het heelal. 

‘Het aantal planeten in alleen de Melkweg is wel geschat op 100 miljard. Als slechts 1 op de 2000 lijkt op de aarde, zijn de ‘aardeachtige’ planeten al met miljoenen. En met miljoenen planeten waar leven kan ontstaan zou de kans op intelligent leven elders in het heelal aanzienlijk zijn.’(RF)

Zwarts stelt dat al decennialang SETH intensief de hemel afspeurt naar sporen van intelligent buitenaards leven. Het essay van Fransen gaat er volgens Zwarts vanuit dat het heel gewoon is dat leven al na enkele honderden miljoenen jaren op aarde kon ontstaan, en dat het zich in drie miljard jaar kon ontwikkelen tot intelligent leven.

‘Het heelal is zo’n veertien miljard jaar oud en er zijn miljarden en miljarden planeten. Dan moet er al veel eerder en al heel vaak intelligent leven ontstaan zijn. Ja, dan moet het heelal wemelen van buitenaardse beschavingen, waarvan heel veel al miljoenen, of zelfs miljarden jaren oud moeten zijn.’ (RF)

Dan, zo redeneert Zwarts verder, moeten er ook al miljoenen of miljarden jaren signalen op ons af komen…

‘Een afstand van vijfhonderd lichtjaar, zoals in het essay werd gezegd, is dan geen enkele verklaring dat we die signalen niet zien. De aanname dat er een grote kans op buitenaards intelligent leven is, leidt dus tot conclusies die in strijd zijn met de waarnemingen. Dan denk ik dat de aanname niet klopt.’  (FZ)

Religie speelt bij Fransen – gelovige in de God van de Bijbel – ook een rol in zijn essay. Hij gelooft dat ons universum door God geschapen is en als er ergens buiten de aarde intelligent leven aanwezig is, verwacht hij dat ook zij iets weten van hun Schepper. Maar Fransens geloof zal aan het wankelen gebracht worden ‘als er intelligente buitenaardse wezens landen op aarde, en ze blijken geen enkel besef van God te hebben’.

Zie:
* Essay: Wat als ET ooit landt op aarde? (ND, betaalmuur)
* Kans dat er ET’s zijn is miniem (ND, betaalmuur)

Illustr: 123rf.com
Update 21072024: layout

Religie en de zoektocht naar absolute kennis

esoterie (1)

Volgens de Groningse hoogleraar Religiewetenschap Kocku von Stuckrad is de esoterie allesbehalve een duister zijspoor van de Europese geestesgeschiedenis. Ze heeft eerder juist een onuitwisbaar stempel op de grote theologische en natuurwetenschappelijke discussies gedrukt en de esoterie dient dan ook serieus te worden genomen als een belangrijke rode draad in de Europese godsdienstgeschiedenis.

‘In de esoterie, en vooral in de mystiek, is er altijd een focus geweest op het individu. Je gelooft niet zomaar wat de priester zegt, nee, je onderzoekt dat zelf, door tekenen, visioenen of andere religieuze ervaringen. Zo kon je onafhankelijk denken.’

Niemand weet wat ‘esoterie’ is: ja, iets heel vaags en zweverigs, verder komen mensen niet.’ Dat zegt Von Stuckrad, in het interview Magie en ratio gaan prima samen. Hij is de schrijver van Esoterie – de zoektocht naar absolute kennis. ‘Het gaat om ‘eigenlijke’ kennis, waar de goegemeente – zeg maar: de verzamelde Schriftreligies – geen weet van heeft.’

Vanuit religiewetenschappelijk perspectief delen de aanhangers van verschillende verschijningsvormen van esoterie de zoektocht naar een absolute, verborgen kennis die hun door een mystiek visioen, door een goddelijke autoriteit of door persoonlijke ervaring zal worden geopenbaard.  

KVonStuckrad

Volgens Kocku von Stuckrad (foto: rug.nl) is wat je in de esoterische boekhandel vindt en in Happinez leest geen nieuwe traditie en begon esoterie al vroeg, bij Plato. Er is een ziel, veronderstelt de esoterie, die los staat van het lichaam. Volgens de hoogleraar zijn magie en irrationalisme niet het tegengestelde van wetenschap en rationeel inzicht.

Ons beeld van de Europese cultuur is veel te simpel. Idem dito voor de Verlichting. Wij denken: nu zijn we verlicht, en vroeger was hier het christendom, en dan had je nog een beetje jodendom, en een nog kleiner beetje islam, en dat was het dan wel. Maar de religieuze vormen van de Oudheid zijn al die tijd springlevend gebleven, en, sterker nog, ze zijn nog steeds onderdeel van wat we vandaag doen. Oók van waar harde wetenschappers zich mee bezighouden.’ 

Op de vraag hoe de esoterie dan bijdroeg aan harde wetenschappen, antwoordt Von Stuckrad dat gnostici er vanaf het begin vanuit gaan dat je God niet alleen kunt begrijpen, maar zelfs zijn plek kunt innemen.

Iets dergelijks zit in de Verlichtingsgedachte: door natuurwetenschappelijke kennis kun je de plaats van God innemen. (…) Van Newton zijn we vergeten dat zijn hoofdbezigheid de alchemie was. Zijn ‘natuurwetenschappelijke’ boeken liggen in een glazen vitrine in het British Museum, maar zijn ‘alchemistische’ geschriften duiken op vlooienmarkten op. Dat is heel scheef. Wij denken nu: alchemie is een soort middeleeuws bijgeloof. Maar dit was gewoon onderdeel van Newtons wetenschap, zijn zoeken naar de verborgen wetten in de natuur. Met experimenten zocht hij dat uit. Hij zag geen onoverbrugbaar probleem. ’

Zie: Magie en ratio gaan prima samen (Trouw)

esoterie (1)

Kocku von Stuckrad is hoogleraar Religiewetenschap en Decaan van de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap bij de Rijksuniversiteit Groningen.
Kocku van Stuckrad: Esoterie. De zoektocht naar absolute kennis | Uitgeverij AUP | Paperback | € 19,95 288 blz | ISBN 978 90 8964 621 7 | Ook als e-book verkrijgbaar