God bestaat, maar is hij ook een goede God?

UITGELICHT
God wordt in de traditie van het monotheïsme begrepen als een goed wezen. En hoe zit het dan met het kwaad dat mensen elkaar aandoen, ook in een tijd van vrede op aarde? Volgens filosoof Emanuel Rutten overvalt en ontmoedigt ons het lijden van vele mensen in deze wereld. Hij vertelde hierover in de lezing Is door het enorme lijden in de wereld geloof in een goede God onredelijk?

‘Woorden schieten vaak tekort bij de afschuwelijke berichten die ons bijna dagelijks in de media bereiken. Hoe kunnen we dit redelijk verenigen met een geloof in een goede God? Als God goed is, waarom is er dan zoveel lijden in de wereld?’ 

De lezing hield Rutten eind november 2015 in Theater Brinkhuis in Laren. Hierin vertelde hij onder meer dat atheïsten het argument van het kwaad gebruiken tegen het bestaan van God. Tegen het bestaan van een goede God dan. Hij vindt dit niet geheel ten onrechte, want slechts weinig gelovigen zullen beweren nooit te worstelen met de vraag hoe een goede God al dat lijden in de wereld kan laten voortduren.

De mens koos voor het kwaad
Volgens Rutten is het enorme lijden in de wereld geen overtuigende reden om te denken dat God niet goed is. Hij argumenteert voor de goedheid van God, ondanks alles. Het blijkt dan dat de mens naar zichzelf moet kijken: we keerden ons van Hem af en kozen voor het kwaad, met onze vrije wil. Maar God is toch de grond en oorsprong van de mensheid? Het is het vraagstuk van de theodicee.

‘Het is dus de mens zelf geweest die het kwaad in de wereld heeft gebracht. God gaf ons vrijheid en liet ons zo de keus. En wij kozen in volle vrijheid het kwaad. We zijn daarom zelf verantwoordelijk, aldus het antwoord van Genesis.’

En Gods liefde voor de mensheid?
De filosoof haalt Gijsbert van den Brink aan, die de zondeval erbij betrekt. Volgens Van den Brink werd daardoor iets in gang gebracht dat uiteindelijk ontaardde in het radicale kwaad in de wereld.

‘Maar de vraag blijft waarom God het enorme lijden van de mensheid hier op aarde dan laat voortduren. Is dat te rijmen met zijn goedheid? Juist het christendom is toch een geloof waarin Gods liefde voor de mensheid centraal staat?’ 

emanuelrutten

‘Zelfbewuste antonome vrije wezens’
Een wereld met bewuste wezens zonder lijden lijkt dus inderdaad, los van de vraag of ze vrij zijn, onmogelijk, stelt Emanuel Rutten (foto: Relifilosofie). Het lijden kan deel hebben aan het in vervulling laten gaan van het goede zelf, en ook geestelijke groei kent vaak lijden. Bovendien is een wereld als schepping van God onvermijdelijk minder volmaakt dan God zelf.

‘Omdat het goed is dat er zelfbewuste autonome vrije wezens zijn die beschikken over rede en gevoel, omdat het goed is dat deze wezens in vrijheid kunnen kiezen voor het goede, omdat het goed is dat er in vrijheid voor het goede kan worden gekozen.’

Bijbelverhaal van Job
In zijn artikel speurt Rutten verder naar antwoorden, onder meer met de film Tree of Life van Terrence Malick uit 2011 en het Bijbelverhaal van Job. Maar ook benadert hij het kwaad dialectisch, vanuit het oogpunt van de Duitse filosoof Hegel en de Franse filosoof Alain Badiou. George Bataille en Rudolf Otto komend eveneens aan bod.

peanuts2

Waarom God niet af en toe ingrijpt
Dan vraagt Rutten zich af waarom God dan niet af en toe ingrijpt om het lijden van iemand te verzachten of zelfs op te heffen. Dit zou leiden tot een wereldbeeld waarin God voortdurend overal aan het ingrijpen is om ons lijden te verzachten of op te heffen. Een dergelijke wereld is existentieel echter niet leefbaar.

‘Wij zouden niet werkelijk vrij zijn. We zouden niet echt moreel significante keuzes kunnen maken. We zouden in een soort toy universe leven. God zou zich alleen maar bezighouden met het creëren van een comfortabele omgeving voor ons, net zoals wij dat doen voor onze huisdieren.’ 

Wij zijn niet Gods huisdieren
Volgens Rutten is dit in tegenspraak met de idee dat God de mens juist vrijheid wilde geven om autonoom moreel significante keuzes te maken. En onze vrije morele keuzes kunnen alléén significant zijn indien ze ertoe doen, wat in een wereld waarin onze handelingen nooit ernstige consequenties kunnen hebben niet zo is.

‘Merk hierbij op dat het in vrijheid kunnen kiezen voor het goede inderdaad een zeer groot goed is. Want als God zelf noodzakelijk bestaat en maximaal goed is, dan heeft God zelf deze vrijheid niet. Het ligt daarom voor de hand om te denken dat God juist deze mogelijkheid zal willen realiseren en precies daarom geen toy universe tot stand brengt. Wij kregen dus werkelijke verantwoordelijkheid. De zorg voor elkaar werd ons echt toevertrouwd. Maar dit in ons gestelde vertrouwen is alleen oprecht als God niet voortdurend overal ingrijpt zodra er gevaar is. Wij zijn niet Gods huisdieren.’ 

Krachtig antwoord op het lijden van de mens
Dit blog behandelt summier het thema. In zijn lezing Is door het enorme lijden in de wereld geloof in een goede God onredelijk? gaat Rutten hier uitgebreid op in; het lezen ervan is de moeite waard. Het komt er op neer dat de filosoof acht argumenten voor Gods goedheid voortbouwt op de argumenten voor Gods bestaan. Rutten geeft ook aan wat het krachtige antwoord is op het lijden van de mens, dat ons vanuit de christelijke traditie wordt aangereikt: het kruis als het finale antwoord op de vraag naar het lijden. Hij hoopt dat de lezing aanzet tot verder denken en vragen.

Bron: Is door het enorme lijden in de wereld geloof in een goede God onredelijk?
(pdf Emanuel Rutten)
Illustr: metgezelinzingeving.com
Cartoon: Schulz

Gerelateerd: Hoe God het lijden van de mensheid kan laten voortduren
(Emanuel Rutten – blogspotcom)
Update: maart 2026 (Lay-out)

De mythe van de mythische Jezus

Jezus
De mythische Jezus is het denkbeeld dat Jezus geen historisch persoon is maar – net als Osiris, Dumuzi of Mithra – een mythisch figuur. Historicus Jona Lendering, schrijver van het boek Israël verdeeld, schreef hierover op historiek.net onder de titel Jezus, mythen en voorlichting. ‘Toen het christendom eenmaal vorm had gekregen, heeft het inderdaad leentjebuur gespeeld bij andere godsdiensten.’ Maar volgens Lendering is het mythicisme toch een dood spoor.


Isis-en-Horus-Allard-Piersonmuseum-Amsterdam
‘Toen het christendom eenmaal vorm had gekregen, heeft het inderdaad leentjebuur gespeeld bij andere godsdiensten. Dat geldt met name voor de beeldentaal. Het plaatje dat ik hierbij plaats is een voorbeeld: de Egyptische godin Isis die haar zoontje Horus de borst geeft. (Het reliëf is te zien in het Allard Piersonmuseum). Dit is het model geweest voor de traditionele christelijke Madonna’s. Deze artistieke ontlening is een feit.’ (JL)


In zijn artikelen legt Lendering uit wat er niet aan klopt en vraagt zich vervolgens af wat er is misgegaan in de oudheidkunde dat negentiende-eeuwse ideeën terugkeren. Hij zegt er wel nadrukkelijk bij dat zijn artikelen niet zozeer gaan over de mythische Jezus, maar dat het eigenlijke onderwerp de toekomst van de oudheidkundige disciplines is.

Mythicisten stellen dat geen rationeel mens bronnen gelooft waarin wonderen staan vermeld; de evangeliën zijn laat geschreven, want de handschriften van het Nieuwe Testament zijn laat; elkaar tegensprekende bronnen zijn onbetrouwbaar; Jezus wordt vooral in christelijke bronnen genoemd; de vroegste christelijke literatuur beschrijft Jezus’ leven niet; Jezus’ daden lijken op die van heidense godheden.’ (JL)

Paulus-volgens-RembrandtLendering stelt aan de hand van de historisch-kritische methode – in tien artikelen – dat er sprake is van feitelijk onjuiste beweringen, onvolledige kennis van de oude wereld en tekortschietend begrip van wat oudheidkunde eigenlijk is. Als een van de voorbeelden verwijst hij naar Paulus.
(Illustr: historiek.net).

Paulus schrijft heel weinig over het leven van Jezus,’ observeren mythicisten, om te concluderen dat in Paulus’ tijd Jezus nog niet werd herkend als historisch figuur en dus een mythologisch personage was. Paulus’ zwijgen is echter normaal in een orale cultuur. Wat hij op papier zet, zijn alleen meningen die niet iedereen kende. Los daarvan waren er vóór pakweg 60 nog volop mensen in leven die Jezus hadden gekend. De evangeliën werden pas geschreven omdat die generatie uitstierf: pas toen was het nodig eens wat over Jezus’ leven aan het papier toe te vertrouwen.’  (JL)

Volgens Lendering weten mythicisten niet alleen onvoldoende over de recente oudheidkunde, maar ook over de Oudheid zelf. De vraag die hem interesseert is niet of ze gelijk of ongelijk hebben, maar waarom hun visie zo afwijkt van de wetenschappelijke. Jezussceptici blijken niet echt vertrouwd met wat oudhistorici precies doen.

Een ander mythicistisch argument is dat de manuscripten van het Nieuwe Testament betrekkelijk jong zijn en dus wel vervalsingen zullen zijn uit bijvoorbeeld de late tweede eeuw. Dit verraadt gebrekkige kennis van het filologische handwerk. De handschriften dateren weliswaar niet uit de tijd van de evangelisten zelf, maar dat geldt voor geen enkele antieke historische tekst. Het oudste handschrift van Tacitus’ Historiën dateert uit de elfde eeuw en niemand heeft ooit geopperd dat de auteur een middeleeuwer was of dat Julius Civilis niet heeft bestaan.’ (JL)

Ook is het volgens Lendering niet waar dat Jezus in de Oudheid uitsluitend in christelijke bronnen zou zijn genoemd. Mythicisten redeneren vaak dat als de bronnen elkaar tegenspreken, dit een ongunstig licht werpt op hun betrouwbaarheid. Dat is geen onredelijke observatie, maar er moet bij worden gezegd dat antieke bronnen elkaar voortdurend tegenspreken. Lendering concludeert ten slotte dat het enerzijds niet valt vol te houden dat er geen niet-christelijke bronnen zouden zijn en anderzijds dat er met de gangbare historische methoden voldoende bewijs is voor Jezus’ bestaan.

jonaIn zijn verdere artikelen geeft Jona Lendering (foto: deondernemer.nl) aan hoe Jezusmythicisten anders denken dan wetenschappers; dat mythicisten zich baseren op veronderstelde feiten die door wetenschappers niet meer als feit worden erkend en dat mythicisten de antieke context niet goed kennen. Hun kritiek is bovendien selectief.

Welke methode je ook gebruikt, je moet haar consistent toepassen. Als je het te weinig vindt dat vier niet-christelijke bronnen Jezus presenteren als historisch personage, moet je ook andere, minder goed geattesteerde historische figuren afdoen als mythologisch. Dat doen mythicisten echter niet en dat maakt hun scepsis even selectief als ongeloofwaardig. Dat is jammer.’  (JL)

Mythicisten, zo hoop ik te hebben aangetoond, denken anders dan oudheidkundigen. Sceptischer. Daar is niets mis mee, mits je consistent bent. Je kunt niet enerzijds sceptisch zeggen dat er onvoldoende bewijs is voor de historiciteit van Jezus en vervolgens anderzijds voor het ontstaan van het christendom een verklaring bieden die niet bestand is tegen diezelfde scepsis. Dat is selectief winkelen.’ (JL)

In zijn artikelen stelt Lendering uiteindelijk dat Jezusmythicistische ideeën zich kunnen verspreiden doordat er online weinig actuele en wel veel verouderde informatie is te vinden, doordat het prestige van de universiteiten aan slijtage onderhavig is en doordat het de geesteswetenschappen aan strategie ontbreekt om het publiek te bereiken.

Zie: Jezus, mythen en voorlichting

Illustr: Muurschildering in Londen van een moderne Jezus (nrc.nl) 

Israël-Verdeeld-Jona-LenderingIsraël verdeeld | Jona Lendering | Athenaeum-Polak & Van Gennep | 2014 | 240 pagina’s | ISBN 9789025303907
Volgens de NRC zijn er veel boeken geschreven over Jezus en zijn tijd, maar toch zijn er weinig die zo helder zijn als het nieuwe boek van Jona Lendering.
Lendering is historicus, webmaster van Livius.org en docent bij Livius Onderwijs. Hij publiceerde verschillende boeken en verzorgt een nieuwsbrief over de Oudheid. Zie ook zijn blog: mainzerbeobachter.com

Multiversum als verklaring waarom God bestaan van het kwaad tolereert

multiversum

God koestert normen en waarden’, zegt theoretisch natuurkundige Don Page van de Universiteit van Alberta in het Canadese Edmonton. ‘Hij wil dat wij van het leven genieten, maar streeft ook naar een elegant universum.’ Page zegt dit in de NewScientist, in het artikel Multiversum. Page gelooft niet dat we over een vrije wil beschikken, omdat hij het gevoel heeft dat we in een realiteit leven waarin God allesbepalend is.

We leven in een tijd als die van Copernicus en Darwin, toen respectievelijk het besef doorbrak dat de aarde niet het middelpunt vormt van het heelal en dat de mens niet los is geschapen van de dieren. Beide inzichten veranderden ons beeld van onze plaats in het universum, en daarmee ons denken en onze ethiek. Het multiversum lijkt de mensheid op een vergelijkbare manier tot nederigheid te dwingen.’

Max Tegmark, hoogleraar in de natuurkunde aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT), gelooft eveneens in een multiversum. Vroeger zou hem dat buiten de gevestigde orde hebben geplaatst. Toen Hugh Everett, destijds promovendus aan Princeton University, de veelwerelden-interpretatie voor het eerst naar voren bracht, was hoongelach zijn deel.

Everett kreeg zijn idee slechts met moeite gepubliceerd, en hij zou de wetenschappelijke wereld al snel vol walging de rug toekeren. Maar de afgelopen halve eeuw zijn steeds meer natuurkundigen onder de indruk geraakt van de elegante verklaringen die de theorie biedt voor sommige raadselachtige quantumverschijnselen. 

Toegewijd christen en fanatiek ‘Everettiaan’ Page stelt dat voor God elegantie boven lijden gaat. Daarom gebeuren er naast goede ook slechte dingen.

God zal nooit de golffunctie laten instorten om aardbevingen te voorkomen of mensen van kanker te genezen. Dat zou het universum namelijk minder elegant maken.’ 

Voor Page vormt een multiversum een intellectueel bevredigende verklaring van het probleem van het kwaad en hij veronderstelt dat de veelwereldeninterpretatie tevens het vraagstuk van de vrije wil oplost.

Page gelooft eigenlijk niet dat we over zo’n vrije wil beschikken, omdat hij het gevoel heeft dat we in een realiteit leven waarin God allesbepalend is. In zo’n wereld is geen plaats voor onafhankelijk menselijk handelen. Maar in de veelwereldeninterpretatie wordt elke mogelijke daad ook daadwerkelijk verricht. ‘Dat betekent niet dat vooraf wordt bepaald welke handeling ik verricht’, zegt Page. ‘In een multiversum verricht ik ze simpelweg allemaal.’ 

Zie: Multiversum (NewScientist)

Illustr: rooschristoph.blogspot.com
Update: 29042024: lay-out / link

De hemel in kaart of de mysteries van het hiernamaals onderzocht

hemelinkaart
De zeventiende-eeuwse wetenschapper Emanuel Swedenborg was de eerste moderne wetenschapper die de hemel als een bestaande plek beschouwde, en de eerste die hem in kaart probeerde te brengen. Eben Alexander verwijst onder meer naar hem in zijn boek De hemel in kaart, dat afgelopen oktober verscheen. ‘Swedenborg was bijzonder geïnteresseerd in de hersenen en heeft jaren besteed aan het zoeken van de locatie van het bewustzijn; de fysieke locatie van wat in zijn tijd nog ziel werd genoemd.’

Na het verschijnen van Na dit leven door dezelfde schrijver, waren er volgens de uitgever mensen die de bijna-doodervaringen waarover hij schreef, afdeden als onmogelijk. Maar er waren nog veel meer lezers die hem schreven dat zijn verhaal hen diep raakte, op allerlei vlakken. In De hemel in kaart deelt Alexander enkele van de verhalen die hem zijn verteld, en linkt deze aan wat de grote spirituele tradities, wereldreligies en filosofen op de wereld ons vertellen over de reis van de ziel. Alexander over de hemel:

De plek is zo echt als de kamer, het vliegtuig, het strand of de bibliotheek waar je nu bent. Er zijn objecten in aanwezig. Bomen, velden, mensen, dieren. Zelfs (als we de Openbaringen uit de Bijbel of de twaalfde-eeuwse Perzische visionair Suhrawardi of de twaalfde-eeuwse Arabische filosoof en mysticus Ibn ‘Arabi moeten geloven) hele steden. 

De Perzische mysticus Najmoddin Kobra schreef, in een taal die schitterend is door zijn onverschrokken directheid, dat de hemel niet de ‘zichtbare lucht daarboven’ is. ‘Er zijn,’ zo zei hij, ‘andere hemelen, die dieper, subtieler, blauwer, puurder, helderder, ontelbaar en onbegrensd zijn.’ Bedoelde hij echt andere hemelen?  Ja, dat bedoelde Kobra.’ (Uit: De hemel in kaart) 

taedeasmedes


Godsdienstfilosoof, theoloog en schrijver Taede A. Smedes (foto: TAS) schreef er op zijn blog een recensie over De hemel in kaart. Hij bleef sceptisch in zijn recensie maar zei open te staan voor de mogelijkheid dat er werkelijk meer is, dat de werkelijkheid groter en dieper is dan ons denkvermogen – dat immers altijd van onze materiële hersenen gebruik maakt – kan vatten.

Een bijna-doodervaring wordt door Alexander in dit boek beschreven analoog aan een inwijdingsritueel uit de oude mysteriegodsdiensten, die ook in het teken van de eigen dood en de opstanding stonden. Volgens Alexander hadden die mysteriegodsdiensten al een idee dat de werkelijkheid groter en dieper is dan het oog kan waarnemen, de hand kan voelen of het oor kan horen.

Dat steeds meer mensen ervoor uitkomen dat ze soortgelijke ervaringen hebben gehad, betekent voor Alexander dat er een soort van bewustwordingsproces gaande is, een transformatie van het menselijk bewustzijn, die echter heel langzaam en met veel tegenwerking verloopt. Dit zijn uiteraard ideeën die verder niet te verifiëren zijn. Toch vond ik de analogie met mysteriegodsdiensten prikkelend en interessant.’ (TAS)

dehemelinkaartVolgens Smedes brengt dit boek vooral troost voor mensen die hier en nu met pijn en in verdrukking leven, die rouwen om een overleden naaste, en houdt dit boek vooral lessen voor levenden in, wil het vooral zin geven aan wat er hier en nu gebeurt, het idee dat wie en hoe wij zijn opgenomen is in een groter, alomvattend en zinvol geheel dat onze individuele levens overstijgt en waar we via het denken of door wetenschappelijk onderzoek geen grip op kunnen krijgen.


Een diepgaander begrip en verdere interpretatie zullen een grondige herziening vereisen van onze ideeën over bewustzijn, causaliteit, ruimte en tijd. Sterker nog, een aanzienlijke versterking van de natuurkunde, die de realiteit van het bewustzijn (ziel of geest) volledig omarmt als de basis van alles, is nodig om het diepe mysterie in de kern van de kwantumfysica te overstijgen.’ (Uit: De hemel in kaart)

Zodra de wetenschap niet-fysieke verschijnselen gaat onderzoeken, zal zij in tien jaar meer vooruitgang boeken dan in alle voorgaande jaren van haar bestaan samen. – Nikola Tesla (1856–1943)’ (Uit: De hemel in kaart)

De hemel in kaart – Een neurochirurg onderzoekt de mysteries van het hiernamaals | Eben Alexander met Ptolemy Tompkins | Oorspronkelijke titel The Map of Heaven | © 2014 by Eben Alexander MD | Vertaling Fabe Bosboom | Omslagontwerp: Pinta Grafische Producties | © 2014 | A.W. Bruna Uitgevers B.V. | Amsterdam | ISBN 978 94 005 0408 0 | nur 728 

EbenAlexanderDr. Eben Alexander (foto: ebenalexander.com) werkt al meer dan vijfentwintig jaar als universitair neurochirurg, waarvan vijftien jaar aan Harvard Medical School in Boston. Hij schreef De hemel in kaart in samenwerking met Ptolemy Tompkins, redacteur voor de tijdschriften Guideposts en Angels on Earth en auteur van vier boeken. Zijn artikelen verschenen onder meer in Harper’s, The New York Times en The Los Angeles Times. Eben Alexanders eerste boek Na dit leven was een internationale bestseller. Het boek is vertaald in bijna veertig talen en wereldwijd werden er meer dan twee miljoen exemplaren verkocht.

Gerelateerd: Een wetenschappelijk argument voor de eeuwigdurende ziel

Zie ook: Neurochirurg Eben Alexander biedt troostrijke boodschap voor de levenden. (boekbespreking)

Illustr:
ad.nl

Het heelal, ontstaan uit intelligentie of chaos

557741187_5_6dpT

Henk Keilman heeft allerlei argumenten gevonden, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, waaruit hij concludeert dat God bestaat. Hij zegt dat wat er de laatste dertig jaar ontdekt is door de wetenschap over de structuur en het ontstaan van het heelal er duidelijk op wijst dat het universum niet bij toeval is ontstaan. Hij vindt dat geen kwestie van waarschijnlijkheid of onwaarschijnlijkheid, maar een kwestie van een mathematische zekerheid.

Het heelal is niet bij toeval ontstaan.’ Tot die conclusie kwam ondernemer Henk Keilman, die een jarenlange zoektocht ondernam naar het ontstaan van de wereld en het bestaan van God. Zijn boek ‘Intelligentie of chaos’ is een verslag van die zoektocht. Hij noemt zichzelf geen christen. ‘Ik geloof in een universele religie.’ Van sektarische vormen van religie ‘als mensen hun religie beschouwen als de enige, absolute waarheid’, moet hij niets hebben. Hij vertelt erover in Dit is de Dag.’ 

Op dertienjarige leeftijd kwam hij in contact met de Oosterse wijsbegeerte. Ook raakte hij erg geïnteresseerd in de natuurkunde, in de relativiteitstheorie van Einstein, en werd nieuwsgierig naar hoe het universum in elkaar zat.

Hij las over de Vedanta, dat sprak hem aan. Het was in de tijd dat de Beatles mediteerden in India. India werd hot en veel Oosterse, Indiase, goeroes kwamen naar het Westen om hier hun visie over de werkelijkheid te verkondigen.

Keilman vond dat allemaal erg boeiend omdat het een religieuze, spirituele benadering betrof, die vooral ook intellectueel erg interessant en bevredigend was. Niet een bepaald geloof of dogma dat hij kon accepteren of niet, nee, hij werd juist aangezet om zelf te denken en kritisch te redeneren en te analyseren.

Hoewel christelijk opgevoed, kon hij het christelijk dogmatische toch niet erg plaatsen in zijn wereldbeeld, voor hem intellectueel en filosofisch niet erg verheffend. Fundamenteel vindt hij het christendom wel een goede religie, maar het filosofische, intellectuele ontbreekt. Dat vond hij wel in de Vedanta, in de Indiase wijsbegeerte. Die is ongeveer zesduizend jaar oud en later kwam daar het hindoeïsme uit voort, en nog later indirect het boeddhisme. Hij vond daarin een wetenschappelijke benadering van het bestaan van een hogere energie in het universum en hoe dat uitgelegd werd in de Vedanta. Dat vond hij adembenemend, ongelooflijk boeiend en inspirerend.

Henk Keilman

Later is Henk Keilman (foto: cityroermond.nl) filosofie en natuurwetenschappen gaan studeren. Leerde over deeltjesfysica, kwantumleer en relativiteitsleer. En zo leerde hij over het antropische principe: het universum dat in zijn diepste kern vanaf zijn eerste milliseconde van zijn bestaan gefinetuned is: het universum wordt geregeerd door vier basiskrachten: de zwaartekracht, de elektromagnetische kracht, de sterke en de zwakke kracht. Die vier krachten zijn constanten en opereren onafhankelijk van elkaar. Ze zijn precies met elkaar in evenwicht waardoor het bestaan van materie op zijn meest fundamentele niveau mogelijk werd gemaakt. (Over finetuning verwees ik eerder naar Emanuel Rutten.)

Over wat voor God hebben we het dan vroeg de interviewer. Daarop antwoordde Keilman dat of het heelal is uit chaos ontstaan, of uit intelligentie. Statistisch, wiskundig, vindt hij het onmogelijk dat het universum bij toeval heeft kunnen ontstaan. Chaos en toeval zijn volgens Keilman geen opties, het enige alternatief dat dan overblijft – bij eliminatie – moet dan ook intelligentie zijn.

God vindt hij een ongelooflijk moeilijk te definiëren begrip. Het is oneindig, bovennatuurlijk, het ligt buiten ons gezichtsveld en ervaringswereld. De energie waarin wij zitten, de schepping, het heelal en de aarde, en wij allemaal als wezens zijn een deel daarvan. Eigenschappen van God kunnen we wel gedeeltelijk kennen, omdat we er zelf een deel van zijn, net zoals een druppel in de oceaan. Aan de hand van een druppel water kan je de chemische samenstelling van de oceaan begrijpen, ook al is die oceaan oneindig en die druppel water beperkt.

God vindt hij persoonlijk, noemt hem bewust en oneindig, een bron van intelligentie, schepper van het stoffelijk universum. Alles wordt bestuurd door God. Keilman zegt dat de wet van karma door God is ingesteld om het universum te reguleren. God helpt degene die zichzelf helpt. Niets is toevallig in je leven. Het leven heeft een doel, je groeit ergens naartoe. Hij gelooft in een universele religie, gelooft in de persoon Jezus, maar noemt God universeel, sektarische religie overstijgend.

Bovenstaande is een enigszins geparafraseerde en gedeeltelijke weergave van een interview dat DIDD 29 november met Henk Keilman hield. Het is hier te vinden. Binnenkort verschijnt als e-book via iTunes zijn boek Intelligentie of chaos.

Beluister: ‘Wetenschappelijk bewijs voor bestaan van God’

Illustr: diamental.nl