Een van de sterkste Godargumenten, dat kan geen toeval zijn

universum

Het universum heeft bepaalde eigenschappen die niet aan toeval kunnen worden toegeschreven. En dit inzicht leidt tot een interessant argument voor het bestaan van God. Dat zegt – in een nieuw essay – filosoof Emanuel Rutten: We bevinden ons op de rand van een scheermes – Het fine tuning argument. Het argument is zo sterk als honderdduizend mensen in een voetbalstadion die allemaal hetzelfde getal op een briefje schrijven, terwijl de opdracht is een willekeurig getal te noteren. Dat kan geen toeval zijn.

Wat wellicht verrassend is, is dat iets soortgelijks aan de hand is met de kosmos. Het universum heeft bepaalde eigenschappen die om vergelijkbare redenen als hierboven niet aan toeval kunnen worden toegeschreven. En dit inzicht leidt tot een interessant argument voor het bestaan van God. (…) Het argument wordt het fine tuning argument genoemd.’ 

Rutten legt in zijn artikel uit hoe het argument precies werkt. Daarbij komen een aantal mogelijke tegenwerpingen al direct aan de orde. Ook bespreekt hij nog enkele aanvullende bezwaren. Wat hij betoogt, is dat geen van de tegenwerpingen overtuigend is. Het argument behoort dan ook tot de sterkste Godargumenten. 

Conclusie fine tuning argument
D
e conclusie van het fine-tuning-argument is dat het universum is voortgekomen uit een bewuste gewilde handeling. Er is sprake van een bewuste voortbrenging van de kosmos, en dus bestaat God. Volgens Rutten leven we op de rand van een scheermes, want bij extreem minimale afwijkingen in de natuurconstanten en begincondities zou er niet eens een duurzaam universum met stabiele materie ontstaan zijn, laat staan leven in welke vorm dan ook.

‘Dit betekent echter helemaal niet dat we met de term ‘fine tuning’ al direct willen zeggen dat er een fine tuner moet zijn, oftewel dat de constanten en condities bewust gekozen zijn. Natuurlijk niet. Dat de waarden van de natuurconstanten en condities bewust gewild zijn, vormt de uiteindelijke conclusie van het fine tuning argument, zoals ik hieronder zal laten zien, en niet een op voorhand al aangenomen veronderstelling. Want dat zou het argument hopeloos circulair maken.’ 

IMG-20130909-WA001

Emanuel Rutten (foto: ER) stelt dat een kosmos geschikt voor leven niet alleen extreem onwaarschijnlijk is, maar tevens buitengewoon opmerkelijk tegenover al die vele universums die niet geschikt voor leven zijn. ‘Pas deze twee factoren samen maken een beroep op toeval als verklaring voor het feit dat het universum geschikt is voor leven onredelijk.’ De fine tuning van het universum vereist als verklaring meer dan toeval. 

De filosoof vraagt zich af waarom de constanten en condities waarden hebben die leven mogelijk maken. Puur toeval vanwege de combinatie van extreme onwaarschijnlijkheid en buitengewone opmerkelijkheid valt af.

‘Een beroep op een theorie van alles biedt ook geen uitweg om te beargumenteren dat de constanten en condities fysisch noodzakelijk zijn: ze laten vaak juist een groot aantal verschillende waarden voor de natuurconstanten en begincondities toe, waarbij het aandeel van waarden geschikt voor leven veel te klein is om zo’n theorie van alles als verklaring voor de waarschijnlijkheid van fine tuning te accepteren.’

Bewust intentioneel wilsbesluit
O
ok bestrijdt Rutten dat er vele universums zijn met elk hun eigen constanten en condities – waardoor er altijd wel een universum mogelijk kan zijn zoals zij die nu op aarde beleven. Er bestaat geen goede empirische ondersteuning voor de multiversum hypothese. Volgens theoretisch fysicus Roger Penrose is dat zelfs uitzonderlijk onwaarschijnlijk. De enige mogelijke verklaring die overblijft voor de opmerkelijke fine tuning is daarom een beroep op intentionaliteit.

Er moet sprake zijn geweest van een bewust intentioneel wilsbesluit van een bewust wezen. De oorsprong van de kosmos is daarom geen levenloos ding, maar een bewust wezen. Het is geen iets, maar een iemand. Maar dan volgt de conclusie dat God, opgevat als bewust wezen dat de kosmos heeft voortgebracht, bestaat. En daarmee is het argument gegeven. Van de mogelijke verklaringen voor de fine tuning van de kosmos (toeval, noodzaak, multiversum of een bewust wilsbesluit) is een bewust intentioneel wilsbesluit de beste verklaring.’ 

Rutten vindt de fine tuning van de kosmos extreem onwaarschijnlijk en verrassend als je uit zou gaan van de hypothese dat God niet bestaat. 

Toeval, fysische noodzaak en multiversum vallen immers zoals gezegd redelijkerwijs af. Er is echter niets onwaarschijnlijks of verrassends aan de fine tuning van de kosmos als we uitgaan van het bestaan van God. Sterker nog, het ligt eerder voor de hand dat God een universum zal willen scheppen waarin leven kan ontstaan. Maar dan maakt fine tuning de hypothese dat God bestaat veel waarschijnlijker dan de hypothese dat God niet bestaat. Zeker als we ons bedenken dat er nog vele andere rationele argumenten zijn voor het bestaan van God.’ 

Zie: We bevinden ons op de rand van een scheermes – Het fine tuning argument
Fine tuning: het argument en de tegenwerpingen – Het fine tuning argument behoort tot één van de meest interessante rationele argumenten voor het bestaan van God. In een nieuw essay bespreekt Emanuel Rutten het argument en de belangrijkste bezwaren ertegen. Hij betoogt dat geen van deze tegenwerpingen succesvol is en dat we dan ook kunnen concluderen dat dit argument één van de sterkere Godargumenten betreft. Niets wijst erop dat het argument aan kracht zal inboeten.

Illustr: plazilla.com

Update 02 07 2022: Beluister in De Ongelooflijke Podcast het ongelooflijk sterke betoog van Emanuel Rutten: Bestaat God? 
Update 15 01 2024 (Lay-out)

De vrijheid geofferd op het altaar van religie

Loesje

Het christendom heeft altijd geclaimd de ware godsdienst te zijn en deelt ons eerst en vooral de waarheid over God mee, alsook de waarheid over de mens en de zin van zijn leven. – Dit stelt filosoof Jacques Leirens in het artikel Postmoderniteit, relativisme en waarheid. De relativist krijgt er dan ook flink van langs. ‘De dictatuur van het relativisme’.

‘In 1984 van George Orwell werd door het ‘Ministerie van Waarheid’ onder dekking van het woord ‘waarheid’ precies het tegenovergestelde gedaan dan wat de meeste mensen daaronder verstaan’

Hierin stelt ‘absolutist’ Leirens dat de waarheid geofferd wordt op het altaar van de vrijheid en in dit geval is het christendom de waarheid. Impliciet zijn andere religies en levensbeschouwingen dan onwaar, ook al adviseert Leirens niet de indruk te geven dat ‘alleen de waarheid voor ons telt’, want anders bevestigen we de relativist – die stelt dat de objectieve waarheid niet echt gekend kan worden omdat ze cultuur- of tijdsgebonden is en dus relatief – in zijn vooroordeel.

jacquesleirens

Een interessante kwestie snijdt Jacques Leirens (foto: Facebook), priester, arts en doctor in de filosofie, aan. Hij offert echter op zijn beurt – met de waarheidsclaim van de christenen – de vrijheid op het altaar van religie, i.c. het christendom, want relativeert de vrijheid en verabsoluteert het christendom. ‘Het christelijk geloof deelt ons eerst en vooral de waarheid over God mee,’ stelt Leirens. Hij beargumenteert dat als ‘wij van WC-eend adviseren WC-eend’ door te stellen dat Jezus dat zelf gezegd heeft: ‘Ik ben de waarheid’. Het evangelie werd vervolgens als woord van de waarheid verkondigd.

Dat is nu precies wat de relativist aankaart. Religies claimen allemaal de waarheid; kerken scheuren omdat ze de absolute waarheid ontdekt denken te hebben, maken zich los van kerken die de waarheid volgens hen niet meer kennen.

De waarheidsclaim van de christenen, ‘voor alle mensen bestemd’, versus ‘de dictatuur van het relativisme’? Zonder de zuurstof van de waarheid dooft de vlam van het geloof uit, stelt Leirens. Geloof stelt hij hiermee gelijk aan de waarheid. Wel erg kort door de bocht. Je kunt in een waarheid geloven, maar daardoor is het nog geen waarheid. In 1984 van George Orwell werd door het ‘Ministerie van Waarheid’ onder dekking van het woord ‘waarheid’ precies het tegenovergestelde gedaan dan wat de meeste mensen daaronder verstaan…

Het relativisme kaart juist aan dat iedere gelovige maar kan claimen wat hij als absolute waarheid gelooft. Je zou een vergelijking kunnen trekken met waarheid ‘1 en 1 = 2’. Dat is immers niet altijd waar, het is relatief. Afhankelijk van het referentiekader. In het binaire stelsel bijvoorbeeld geldt een heel andere uitkomst, een andere waarheid. Jezus is de waarheid voor het christendom. De islam vertelt over diezelfde Jezus een andere waarheid.

Wat de vrijheid aangaat, theoloog Stefan Paas stelt in zijn boek Vrede stichten: ‘Mens en wereld kunnen slechts vrij zijn wanneer God de wereld zichzelf laat’. ‘Liefdevolle ruimte, dat is vrijheid.’ Als God alle vrijheid geeft aan mensen om Zijn geboden na te volgen of niet, dan doen navolgers van Christus er onverstandig aan deze vrijheid te beperken, voegt Wouter Beekers, directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie, eraan toe.

De Amerikaanse theoloog Matthew Kaemingk zegt het volgens Beekers zo: ‘God heeft diversiteit in deze wereld geschapen, een ontkenning daarvan is uiteindelijk een ontkenning van Zijn scheppingswerk. Het is uiteindelijk God die regeert. Alle menselijke pogingen om Zijn gezag op de overheid of andere mensen op te leggen zijn in essentie een ontkenning van de almacht van God.’

Misschien had inderdaad, zoals Leirens bepeinst, het christendom in haar cultuur moeten blijven en de andere culturen met rust moeten laten: als één van de culturele varianten van alle mogelijke religieuze ervaringen van de mensheid. Als andere religies en levensbeschouwingen dat relativisme dan ook hadden kunnen opbrengen, was er wellicht meer vrijheid en vrede geweest voor mensen wereldwijd.

Zie: De hedendaagse wereld begrijpen (4/10)

Illustr: loesje.nl
Update 04072025 (lay-out, links)

‘De empirische wetenschap evolueert tot intellectuele gevangenis’

theflathearthsociety,org
In het artikel God en wetenschap stelt Philipe Dalleur dat de empirische wetenschap opbotst tegen de metafysische muren van haar kennen: de mysteries van het zijn, van zijn ontologische samenstelling en van de diepe oorsprong van zijn wetten.

Sommige wetenschappers breken hun hoofd over de vorming van ons universum door zich af te vragen: kan men wetenschappelijk analyseren wat er gedurende de Big Bang gebeurd is, of voor deze gebeurtenis, en zelfs hopen daarin zingeving te vinden tenminste indien de tijd zelf een zin had? Kan men een wetenschappelijke betekenis geven aan een schepping, spontaan of niet, vanuit het niets, of aan een eeuwige wereld zonder oorsprong? Men vindt hier het duizelingwekkend probleem van het zijn.’

De Italiaanse prof. Dalleur zegt dit in een onlangs gestarte tiendelige serie bij het Belgische Didoc, onder de naam De hedendaagse wereld begrijpen. In deel drie bespreekt hij de crisis van de metafysica en de theologie; een nieuw begrip van wetenschap; de ‘exacte’ wetenschap en metafysica, en God en de wetenschap. Er volgen nog zeven delen.

De crisis van de metafysica en de theologie
De metafysica, stelt hij, gaat over al wat bestaat, en dus ook over God, zijn bestaan en zijn natuur. Voor de theologie, aldus de doctor in de Toegepaste Wetenschappen en in de Filosofie, zal het cruciaal zijn de betrouwbaarheid van haar bronnen te bewijzen, zoals de geschiedkundige wetenschappen dat doen.

De moderne theologie moet een uiterst nauwkeurige en systematische methode volgen voor haar onderzoek naar God en naar wat Hem betreft. Zij moet ook gebaseerd zijn op de Openbaring, op de religieuze ervaring van de mens en van de culturen, en op de meest betrouwbare conclusies van de filosofie.’

Een nieuw begrip van wetenschap
Hierin stelt Dalleur dat de moderne wetenschap zich bezighoudt met veranderingen op materieel gebied, niet met de schepping uit het niets in de eigenlijke betekenis. Iedere secundaire oorzaak heeft noodzakelijkerwijs een eerste oorzaak van metafysische, ontologische aard. Hij stelt dat het afwijzen van deze meta-empirische grondslag – verwijzend naar David Hume – leidt naar een gesloten scepticisme dat het metafysisch verklaren van de bestaansreden van de dingen uitsluit.

Er bestaan zogenaamde humane en historische wetenschappen, niet direct exact want de ervaring is er onrechtstreeks (getuigenissen, overblijfselen, documenten) of niet reproduceerbaar. En zij zijn min of meer ongeschikt voor de uiterst strikte wiskunde. De theologie kan aanspraak maken op een gelijkaardig wetenschappelijk statuut, verschillend van dat van de exacte wetenschappen. Een wiskundige formulering of een wetenschappelijk experiment — in de moderne empirische zin, te vergelijken met de wet van de zwaartekracht — van God en van zijn handelen is onmogelijk.’

‘Exacte’ wetenschappen en metafysica
Elke poging, zo vindt Philipe Dalleur (foto: ditattica.pusc.it), om de kennis van God en van zijn handelen te herleiden tot mechanische oorzaken – wat Creation Science en Intelligent Design doen – lijkt gedoemd te mislukken. De empirische wetenschap evolueert volgens hem in een soort intellectuele gevangenis, opbotsend tegen de metafysische muren van haar kennen: de mysteries van het zijn, van zijn ontologische samenstelling en van de diepe oorsprong van zijn wetten.

PhotoWebIn feite is het universum van de kennis open, onbegrensd zoals de Copernicaanse wereld en niet eindig zoals die van Ptolemeüs. Maar de begrippen oneindigheid, eeuwigheid en almacht vallen buiten het experimenteel bereik, zodat hun gebruik door de moderne wetenschap eigenlijk niet wetenschappelijk maar metafysisch gegrond is. Sommige hedendaagse wetenschappers overschrijden de metafysische drempel, die ze weigerden te overschrijden, om in meta-empirische speculaties te vervallen. Hun wetenschap wordt zoals een religie met haar geloof en haar dogma’s.’ 

God en de wetenschap
O
ns begrip van God is volgens Dalleur een meta-empirische projectie waar geen woorden voor te vinden zijn eerder dan onuitsprekelijk, meer gekend door analogie, eminentie en ontkenning dan door bevestiging: On-eindig, Al-machtig, Absolute goedheid,… Volgens hem waren de belangrijkste wetenschappelijke denkers bekende gelovigen: hun wetenschap was verenigbaar met hun geloof. Dit veranderde vanaf het einde van de 18e eeuw toen zich kritische stemmen verhieven, eerst tegen het christendom en dan tegen het geloof in een persoonlijke God.

De moderne wetenschap heeft ook aanwijzingen gevonden voor compatibiliteit tussen haar theorieën en een machtige intelligente Schepper: de entropie die universeel lijkt, het begin van ons universum dat berekend werd op 13,7 miljard jaar geleden, verrassende coïncidenties in zijn constanten en zijn wetten, de onherleidbaarheid van het menselijk intelligent bewustzijn, enz. Het gaat niet om mathematische bewijzen voor de schepping door God, maar om betekenisvolle aanwijzingen, vooral in een context die vijandig staat tegenover het geloof.’

Ten slotte stelt Dalleur dat de mens een bijzonder wezen is met karakteristieken die niet reduceerbaar zijn tot de materie: bovennatuurlijke (meta-natuurlijke) verlangens en spirituele eigenschappen. En ook dat de anti-theologische invloed ook zeer zichtbaar is in de reflecties die zich baseren op minder exacte wetenschappelijke theorieën, zoals evolutie en de neurowetenschappen.

De verenigbaarheid tussen de moderne wetenschap en het geloof vindt men niet in de exacte wetenschappen, maar in de metafysische aard van de realiteit die door deze wetenschappen geanalyseerd wordt. In de actuele discussies over God en de wetenschap is er een wederopbloei van de interesse voor de theologie van de natuur. Dat heeft soms geleid tot spectaculaire bekeringen, zoals die van de militante atheïst Anthony Flew. Laat ons hopen dat de discussie serener en meer opbouwend mag zijn dan in het verleden het geval was.’

Zie: De hedendaagse wereld begrijpen (3/10) (Didoc)

Illustr: theflathearthsociety.org – Een afbeelding van een houtgravure die te zien is in Camille Flammarions L’atmosphere Meterologie Populaire (1888) – in de legende van een missionaris uit de Middeleeuwen die vertelt dat hij het punt vond waar de hemel en de aarde raakte. Digitaal gerestaureerd en gekleurd.

Hoe ziet de wereld eruit als niemand meer gelooft?

newscientist
Leven zonder God – De NewScientist zegt in het artikel Is daar iemand? dat ons brein perfect lijkt gemaakt om te geloven in God, maar dat de leegloop van kerken toch onverminderd doorgaat. Het vraagt zich af of een mens wel zonder het goddelijke kan en of een wereld zonder religie wel echt zoveel beter is. Hoe ziet de wereld eruit als niemand meer gelooft? kopt het blad op de cover.

Adjunct-hoofdredacteur van de NewScientist, Graham Lawton, beschrijft een ander beeld van een atheïstische toekomst dan dat van een koude, rationele wereld, dat werd geschetst door Weber en Durkheim – en recenter door evolutiebioloog Richard Dawkins­ en andere New Atheists.

Een beetje halleluja-roepend, een beetje spiritueel, meer gedreven door onverschilligheid dan door vijandigheid, en ingebed in een gezonde samenleving. Een samenleving die dus niet veel verschilt van die van veel westerse landen. Als ik op die zonnige zondagmorgen terugloop naar mijn auto, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat dat vooruitzicht helemaal niet zo slecht is.’ 

Die zondagmorgen was Lawton vroeg opgestaan om naar de kerk te gaan, de atheïstische, wel te verstaan. Anderhalf uur lang zong hij mee en luisterde hij naar voordrachten. Hij stelt nadrukkelijk dat atheïsme geen deel uitmaakt van het programma dat de Sunday Assembly, een gemeente zonder God, biedt. Het gaat daar om het vieren van het leven, want het doel is mensen helpen het maximale te halen uit het leven – ‘het enige leven dat ze ooit hebben’.

Lawton stelt dat slechts 13% van de wereldbevolking aangeeft atheïst te zijn. Dat zijn er nog altijd 1 miljard. Nog eens 1,5 miljard mensen zijn naar eigen zeggen weliswaar gelovig, maar hangen geen religie aan. In het artikel geeft hij aan dat het er eerst op leek dat de secularisering onvermijdelijk was, maar dat aan het einde van de twintigste eeuw religie zelfs een periode van opleving kreeg. Echter nu is secularisering weer aan de orde van de dag.

‘In de afgelopen twee decennia is de religiositeit in vrijwel alle maatschappijen sterk afgenomen’, zegt socioloog Phil Zuckerman, van het Pitzer College in Californië. ‘Wereldwijd zien we religie wegkwijnen. Natuurlijk zijn er brandhaarden van fundamentalisme. Maar over het algemeen neemt de secularisering toe, ook in samenlevingen waar dat eerder nog niet was waargenomen – plaatsen als Brazilië, Ierland, en zelfs Afrika.’  

Om de vraag te kunnen beantwoorden of de wereld er beter of slechter van wordt als de ongelovigen de overhand krijgen, onderzoekt hij eerst waarom mensen überhaupt in een God geloven. Dan komt hij uit bij cognitieve wetenschappers en de psychologische eigenschappen die de mens tijdens zijn evolutie ontwikkelde; aan onze neiging ons te conformeren aan sociale normen. Mensen hebben het comfort dat het geloof in God met zich meebrengt niet meer nodig. Verder heeft hij het over de relatie welvaart en religiositeit, en het ‘apatheïsme’.

grahamlawtonUiteindelijk komt Graham Lawton (foto: Twitter) tot de conclusie dat religie geen vereiste is voor een gezonde samenleving en dat samenlevingen zelfs baat kunnen hebben bij secularisering. Tegelijk wijst hij op studies die uitwijzen dat er een verband bestaat tussen religiositeit, gezondheid en geluk, die als verklaring daarvoor noemen de gezondere levensstijl van gelovigen, plus hun sterkere sociale netwerken. Anderzijds stelt hij weer dat het verband tussen gezondheid en religie niet zo vaststaand is als wordt beweerd. En als mensen niet langer in God geloven…

Als mensen niet langer in God geloven, betekent dat nog niet dat ze intuïtief al het bovennatuurlijke afwijzen’, zegt Norenzayan. ‘Zelfs in overwegend atheïstische samenlevingen gelooft men in paranormale verschijnselen als astrologie, karma, buitenaards leven – allemaal zaken waarvoor geen wetenschappelijk bewijs bestaat, maar die wel op ons gevoel werken.’ 

Dat is trouwens niet per se slecht. ‘Het is belangrijk om te onderkennen dat er krachtige psychologische redenen bestaan waarom we religieus zijn’, zegt Norenzayan. ‘We kunnen niet zomaar zeggen: het is maar bijgeloof, weg ermee! We moeten op zoek naar alternatieve oplossingen voor de diepe, voortslepende problemen van het leven, de problemen die religie probeert te verzachten. Alleen als samenlevingen daarin slagen, is atheïs­me een haalbaar alternatief.’ 

Zie: NewScientist, 20 juni 2014. (Via Blendle) Is daar iemand?
UPDATE 3 juli: Nu ook gedeeltelijk in de NewScientist te lezen.

De evolutie verlost de mens van de erfzonde

Adam-en-Eva
Een eerste mens heeft niet bestaan, ergo, Adam en Eva kunnen niet echt bestaan hebben. En dat levert weer problemen op met de historische zondeval. Hierover reflecteert godsdienstfilosoof Taede A. Smedes in het derde deel van zijn drieluik Een aanzet tot een theologie van de evolutie. Beslist interessant om kennis van te nemen. ‘Evolutie is een gradueel proces, er is dus niet zoiets als een abrupte overgang tussen aapachtige en mensachtige.’

Hoeft de mens niet langer gebukt te gaan onder de ballast van de erfzonde, die volgens de leer van het christendom het gevolg is van de zondeval? Schudt de christelijke dogmatiek nu op zijn grondvesten?

‘Het punt nu is: als Adam en Eva niet werkelijk bestaan hebben, kun je dan nog wel van een historische zondeval spreken? Immers, als Adam en Eva niet werkelijk bestaan hebben, dan heeft ook een historische zondeval, zoals die volgens sommigen in Genesis beschreven wordt, nooit plaatsgevonden. En als ook die zondeval nooit heeft plaatsgevonden, wat is dan nog de betekenis van het verlossingwerk van Jezus?’

Niet Jezus, maar de evolutie verlost ons blijkbaar van de erfzonde. Is Jezus’ offerdood inderdaad voor niets geweest? Volgens Smedes geeft wetenschapsjournalist René Fransen in zijn boek Gevormd uit sterrenstof een speculatieve draai aan de zondeval.

‘Hij stelt dat weliswaar Adam en Eva als historische personen niet bestaan hebben, maar dat we wellicht moeten uitgaan van een groepje personen binnen de bredere groep van eerste mensen, die door God geroepen werden en die uiteindelijk een zondeval hebben begaan. Het Bijbelse verhaal van Adam en Eva vertelt dus volgens Fransen eigenlijk over de lotgevallen van dit kleine groepje mensen. Een dergelijk idee is hoogst speculatief en behoorlijk vergezocht.’ 

Volgens Smedes is er geen ontkomen aan de conclusie dat de zondeval nooit kan hebben plaatsgevonden als een historisch te lokaliseren gebeurtenis, tenzij iemand bereid is te schaven aan de betekenis van ‘eerste mens’ of aan het concept van de ‘zondeval’. Het idee van de zondeval wordt volgens Smedes vaak metaforisch opgevat: Adam en Eva zijn verhaalpersonages die symbool staan voor ieder mens. Hij vraagt zich ook af hoe het dan zit met de christologie. Of dat niet in de lucht komt te hangen als de zondeval niet heeft plaatsgehad.

‘Het hangt er maar vanaf. Met name in het protestantisme is vanouds over de rol van Christus nagedacht in termen van de ‘trits’ schepping-zondeval-verlossing. Maar wat als we dat schema – dat geen Bijbels schema is, maar net als het dogma van de zondeval een door theologen uitgedacht concept, een constructie bedoeld om systeem aan te brengen in de vele concepten die het christendom rijk is – wat als we dat schema nu eens loslaten? Hoe kunnen we dan over de rol van Jezus Christus nadenken?’

TaedeVervolgens gaat Taede A. Smedes (foto: TAS) door over Jezus van wie gezegd wordt dat God in Jezus ons nabij is gekomen. Over zijn menswording. Over het feit dat ook de mens Jezus een aapachtige als voorouder heeft gehad. Smedes vindt dat de evolutietheorie een verrijking biedt omdat het de continuïteit tussen de mens en de rest van de schepping benadrukt. Alles hang met alles samen. De mens blijkt een sterrenkind, de spiegel van de kosmos zelf. Zouden we niet, zo vraagt Smedes zich af, kunnen zeggen dat de glimp die wij door middel van de wetenschap opvangen van hoe alles is en geworden is, een God’s-eye-point-of-view is? Smedes zet er in zijn drieluik in ieder geval meeslepende gedachten over neer!

‘De geschiedenis van de mens is de geschiedenis van het heelal en van de evolutie van het leven op aarde. Er schuilt iets bijzonders in de mens dat door de wetenschap wordt blootgelegd, maar dat diezelfde wetenschap telkens weer ontglipt. De mens is een onherleidbaar, complex mysterie dat door biologen, filosofen en theologen wordt benoemd en bestudeerd, maar dat ook zij uiteindelijk niet van zijn intrigerende karakter kunnen ontdoen.’ 

Zie het complete drieluik: Een aanzet tot een theologie van de evolutie (deel 1), (deel 2) en (deel 3)

Dr. Taede A. Smedes (Drachten, 1973) is godsdienstfilosoof en theoloog, en was tot januari 2013 werkzaam als Senior Onderzoeker aan de Faculteit der Filosofie, Theologie, en Religiestudies (FTR) van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is gespecialiseerd in discussies omtrent science and religion, de verhouding van theologie/geloof en natuurwetenschap, en publiceert daar regelmatig over. Daarnaast schrijft hij af en toe bijdragen voor kranten en tijdschriften; is o.a. sinds kort recensent bij de Bezieling.  

Illustr: soulvability.nl

Het christendom de enig ware godsdienst?

religie (1)
Het christendom is ‘waar’. Althans, als we Emanuel Rutten moeten geloven die in een lezing voor studentenvereniging CSFR in Groningen hiervoor vijf argumenten aangaf. Het commentaar hierop van docent filosofie Jan-Auke Riemersma (De Lachende Theoloog) in Enige aantekeningen bij een lezing luidt: ‘Het zijn allemaal bewijzen met een koffertje: ze gaan gezellig op reis en vertrekken daarom vanuit de meest exotische oorden.’

Vanuit de ervaring van het sublieme
Riemersma stelt dat Rutten weet dat God de oorzaak is van zijn sublieme ervaring; hij ervaart het sublieme als hij de Bijbel leest; dus moet de God van de Bijbel wel de God zijn die hij ervaart. Riemersma vindt dit een sluitend argument, maar alleen geschikt voor mensen die het sublieme ervaren als ze bepaalde Bijbelpassages lezen.

‘Bovendien is Ruttens onderzoek van de Bijbelteksten slecht: hij moet niet alleen aannemelijk maken dat men het sublieme ervaart bij het lezen van de Bijbel, hij moet bovendien aannemelijk maken dat andere, willekeurig gekozen passages uit de boeken van overige tradities niet in staat zijn om ons het ‘hogere’ te laten ervaren.’

Het argument vanuit zelflegitimatie
Riemersma is hierover duidelijk:

‘Over Jezus ‘zelflegitimering’ hoeven we het niet eens te hebben.’  

C.S. Lewis’ dilemma-argument
De Lachende Theoloog vindt dit een typisch ‘nou, en?’ argument; de redeneringen van Lewis te gekunsteld en bovendien is er tegen dit argument al zo veel ingebracht. Hij heeft niet kunnen ontdekken of Rutten het argument van Lewis op originele wijze aanvult of verwoordt. Lewis’ argumenten vindt Riemersma te licht en te oppervlakkig. Het dilemma van Lewis vindt hij niet eens van toepassing.

‘Jezus zegt van zichzelf dat hij de Verlosser is. Lewis vraagt zich af wie er nu zoiets ‘mals’ over zichzelf kan zeggen? Je moet of dwaas zijn als je zoiets zegt of het is gewoon waar. We kunnen echter uitsluiten dat Jezus een dwaas was: dan zou hij zijn nieuwe geloof niet hebben kunnen organiseren. En daarom mogen we gevoeglijk aannemen dat Jezus inderdaad de Verlosser was. Met andere woorden: de leer van het christendom is waar.’

Dit argument vindt Riemersma nauwelijks serieus te nemen.

‘Zou u zich bekeren tot de leer van Hubbard louter en alleen omdat Hubbard beweert dat hij over ‘het ware inzicht beschikt’ en omdat hij in staat is om de scientology-kerk uitstekend te organiseren? Voorts schrijft Elaine Pagels dat het in de tijd van Jezus helemaal niet vreemd was om te zeggen dat je een ‘zoon van God’ was.’

Het opstanding-argument
Rutten beweert dat er geen goede seculiere verklaring is voor het lege graf, maar Riemersma vindt dat zeer onwaarschijnlijk. Althans, als we vertrouwen op onze huidige kennis over sterven en dood, want dat mensen de dood niet overleven is een casus die zelfs zó hecht is, dat het tegendeel beweren vrijwel zinloos is.

‘De casus van Jezus’ opstanding is in hechtheid en samenhang slechts een druppel op de gloeiende plaat vergeleken met de hechtheid en samenhang van de overtuiging dat niemand kan opstaan uit de dood. Een kansloze zaak. Alleen de gelovige zal dit ‘argument’ willen accepteren.’

Het wereldbeeld-argument
Riemersma vraagt zich af of het christendom is bij uitstek de beste manier om eenheid aan te brengen in een wereldbeeld. Hij vindt dat geen echt argument, ook al heeft de mens inderdaad een wereldbeeld nodig. Maar voor de docent filosofie werkt het andersom en is de mens geneigd om in God te geloven omdat deze overtuiging zijn wereldbeeld ‘compleet’ maakt.

‘Het concept God (of: Het Ene, Het Hoogste Idee) is een cognitieve paraplu, je kunt er heel veel onder scharen. Het levert echter wel een hoop nieuwe losse eindjes op. Er zijn veel zaken die niet verenigbaar zijn met het christendom, zoals het lijden van de mens.’

jan-auke riemersmaDefeaters
Vervolgens gaat Riemersma ook kort en enigszins cynisch in op het argument vanuit Alvin Plantinga over de afwezigheid van defeaters (dat wil zeggen in afwezigheid van goede aanwijzingen voor het tegendeel.)
(foto Riemersma: j-ar)

‘Een ‘defeater’ is plantinganees voor een ‘weerlegging’. Volgens dit argument is het niet mogelijk om het christendom te weerleggen. En dat is uiteraard waar. Want wie Plantinga niet aanvaardt, zal eeuwig branden. Dat is inmiddels welbekend.’

Zie voor het volledige commentaar van Riemersma:  Enige aantekeningen bij een lezing.

Illustr: evangelienieuws.nl

Gerelateerd: Het godsargument openbaart de christelijke God