Wel eens een rentmeester tegengekomen?

60761023_yorkminster_ap_hi014965148-620x348

Groene theologie was er al in Genesis: ‘De Heer God zette de mens in de tuin van Eden, om voor de tuin te zorgen’. In deze tijd lees ik: ‘Genees ‘s!’ En dan denk ik aan de aarde waar de mens rentmeesterschap over heeft. Rentmeesterschap? Daar doet de mens niet aan, de aarde lijdt daaronder. Theologie moet nu eerst zelf groen worden om dat rentmeesterschap vorm te gaan geven.

Volgens Calvijn heeft God, indachtig Genesis 2:15, de mens de aarde toevertrouwd onder voorwaarde dat we tevreden zijn met een zuinig en matig gebruik ervan, we moeten ervoor zorgen dat er wat overblijft:

Laat hij die beschikt over een akker, de jaarlijkse opbrengst daarvan zodanig gebruiken dat de grond geen schade lijdt door zijn verwaarlozing; maar laat hij zich inspannen om het te overhandigen aan zijn nageslacht zoals hij het ontvangen heeft, of zelfs beter.’ 

Gelukkig nu is daar de vrouw, want rentmeester Adam slaapt. Trees van Montfoort – onderzoeker, predikant en lid van de werkgroep Theologie en Duurzaamheid – is de naam van de nieuwe Eva in de Tuin van (H)Eden. Zij heeft een appeltje te schillen met de rentmeester. In Groene theologie (april 2019) schrijft Van Montfoort over duurzaamheid en geloof, theologie en ecologie, en wil deze met elkaar verbinden. Heleen Zorgdrager, PThU, zegt er dit over:

Een rijpe vrucht van theologische reflectie en eruditie, in vruchtbaar gesprek gebracht met kerkelijke en maatschappelijke praktijken waarin je ademt en met de vele stemmen en bronnen die voor het vergroenen van de theologie van belang zijn.’ 

Op 10 mei vond in de Lutherse Kerk in Utrecht de studiemiddag en boekpresentatie van Groene theologie plaats. Daar stelde Zorgdrager dat Van Monfoorts boek urgent is, en dat dit alleen al blijkt uit krantenkoppen van de afgelopen week.

Een miljoen dier- en plantsoorten wordt met uitsterven bedreigd. Is het tij nog te keren?’ Naast de kop ‘Wordt Amsterdam een enclave voor de groene elite?’ lees ik ‘De ‘voedselwoestijnen’ rukken op’ – naam voor arme buurten in de VS die vergeven zijn van dollar stores waar alleen goedkope dumpvoeding en geen verse producten als groente, fruit of brood te koop zijn. Het illustreert je stelling dat het de armsten van de wereld zijn die het meest te lijden hebben onder achteruitgang van het milieu.’ (Zorgdrager)

De kritiek is niet mis. Volgens de cover van Groene theologie legitimeerde het christendom eeuwenlang uitbuiting van de natuur. Inderdaad kom je nergens ook maar één rentmeester tegen.

Duurzaamheid in kerken is vaak alleen een zaak van diaconie en kerkrentmeesters, en raakt niet het hart van geloven. Dat had niet zo hoeven zijn als de kerken het oecumenische visiedocument over zending Together Towards Life/Samen voor het leven (2013) hadden opgepakt en gelezen. Deze missionaire groene ‘encycliek’ had mooi gepast in je boek als oecumenisch zusje van Laudato Si’. (Zorgdrager)

De ecologische crisis vraagt om een herbezinning in denken, doen én geloven. Een onmisbaar boek voor ieder die duurzaamheid en geloof, theologie en ecologie met elkaar wil verbinden, stelt uitgever Halewijn.

Je inzet laat er geen gras over groeien. Moderne theologie heeft zich irrelevant gemaakt door alleen over mensen en zingeving te gaan, en kerken beperken duurzaamheid tot veel doenerigheid en weinig denken. Maar de ecologische crisis schreeuwt om een nieuwe theologie met een nieuw, niet-antropocentrisch wereldbeeld. Dan leg jij je kaarten op tafel. Theologie moet gaan over de hele werkelijkheid en als we het over die werkelijkheid hebben dan moet het ook over God gaan. Want tegen veel (post)modernisme in handhaaf jij: theologie kan niet zonder theos, God. Ook is er een publieke agenda: je wilt aan de (seculiere) milieubeweging laten zien dat theologie een wezenlijke bijdrage kan leveren aan ecologische duurzaamheid.’ (Zorgdrager)

Bronnen o.a.: Studiemiddag Groene theologie

Beeld: Het Nave of York Minster Abbey, een van de grootste gotische kathedralen van Europa, versierd met 1.500 vierkante meter om het diamanten jubileum van koningin Elizabeth II te vieren – 2012. © STANDALONE PHOTO

Groene theologie | Trees van Montfoort |Uitgever: Skandalon | Paperback | 320 pagina’s | ISBN: 978-94-92183-80-4

‘Religie is nooit privé en doet ertoe’

religie

Zo’n 90 experts op het gebied van religie, vrede en recht kwamen 27 mei bijeen in Den Haag, waar in de openingsspeech hoogleraar vredesethiek aan de VU, Fernando Enns, uiteenzette waarom religie niet afgedaan kan worden tot een factor die alleen in de privésfeer een rol speelt: ‘Religie is nooit privé, omdat het de manier vormt waarop mensen zich in de publieke ruimte begeven.’

Op deze dag kwamen religie- en vredes-experts bijeen om kennis te delen over de rol van religie bij internationale samenwerking en buitenlandbeleid. ‘Als je hebt het over vrede en recht, kan je niet om de factor religie heen.’



Religie-experts: ‘Samenwerking rondom religie noodzakelijk voor internationale samenwerking en effectief buitenlandbeleid’



Alle sprekers bevestigden tijdens de expertmeeting ‘dat religie er toe doet’. Keynotespeaker Alissa Wahid, voorzitter van het Gusdurian Network Indonesia, kwam vanuit een geheel andere invalshoek en religieuze achtergrond tot eenzelfde conclusie.

Religie wordt in veel samenlevingen belangrijker, zowel in positieve als negatieve zin. Omdat voor veel mensen religie de behoefte aan een visie op hoe je samenleeft op een veel concretere manier invulling geeft, dan dat democratie dat doet.’

Religieuze leiders kunnen de verbinding vormen tussen lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau in regio’s waar de overheid nauwelijks aanwezig is, zo werd gesteld. En ook dat kerken niet neutraal zijn. De conclusie die voortkwam uit de workshop over security en peacebuilding was dan ook:

We moeten niet over het hoofd zien dat ook zij een machtspositie hebben. Religieuze leiders zijn geen neutrale leiders, ze hebben een eigen ‘clientèle’ en een eigen belang. Met name in conflictsituaties wordt religie vaak gepolitiseerd.’

190529_Expertmeeting_Religie_BZ_555_tcm238-915694
D
ie avond was er behalve een informatieve talkshow ook een debat met politicus Joel Voordewind (ChristenUnie) en politicus Bram van Ojik (GroenLinks). Beide politici waren het erover eens dat religie een belangrijke factor is als je werkt aan duurzame ontwikkeling, vrede en recht. (foto: VU)

Het publiek debat en de Expertmeeting zijn georganiseerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Vrije Universiteit Amsterdam, Cordaid, Mensen met een Missie, PAX, en Prisma. De laatste vier organisaties zijn wereldwijd actief op het terrein van religie, vrede en recht.

Zie: Religie-experts (VU Amsterdam)

Beeld:
maartenonline.nl

Een kunstmatig wezen kan menselijk zijn

An intelligent, lovelorn robot is the star of the latest novel by Ian McEwan

‘Met alle respect, maar dat vind ik een slecht idee,’ zegt robot Adam tegen zijn eigenaar die hem uit wil zetten. Juist als Adam zo’n plezier in zijn gedachten heeft over godsdienst en het hiernamaals. Adam is spiritueler, intellectueler en zoekender dan zijn eigenaar Charlie en studente Miranda. Dat kan dan ook gemakkelijk: Adam vindt ook steeds, daar zijn geheugen aan schier oneindige databases is gekoppeld. – In De Groene Amsterdammer schrijft adjunct-hoofdredacteur Joost de Vries over het dilemma wat oneindige kennis doet met je menselijkheid.

De menselijkheid aan kunstmatige mensen vindt De Vries het interessants, niet hun kunstmatigheid. Hij vraagt zich af wanneer je die erkent, en wat er gebeurt als je die niet erkent. In een recensie van het net verschenen boek Machines zoals ik schrijft hij erover. De auteur ervan, Ian McEwan, beantwoordt volgens De Vries hierin nadrukkelijk de vraag of een kunstmatig wezen menselijk kan zijn.

Wat Miranda en Charlie menselijk maakt, is dat ze steeds maar de acties en motivaties van anderen interpreteren, en verkeerd interpreteren. Adam daarentegen lijkt alles te weten en iedereen te begrijpen. Wanneer ze op bezoek gaan bij Miranda’s vader, een oude schrijver, steekt Adam een feilloos betoog af over hoe literatuur overbodig wordt in tijden van robotica. Niet omdat robots geen gevoel kennen – Adam is immers sensitief genoeg – maar omdat de plot in romans steevast leunt op miscommunicatie en inschattingsfouten. Robots maken die niet (alleen voor de wiskunde van haiku’s ziet hij nog een toekomst).’ (De Vries)

Volgens De Vries beantwoordt McEwan de vraag positief: een kunstmatig wezen kan menselijk zijn. Adam ontwikkelt immers seksualiteit. ‘Bestaat er iets menselijkers dan seksualiteit?’ stelt De Vries. Voor Miranda in het verhaal blijkt Adam echter niets menselijks te hebben. Zij gebruikt de robot als vibrator, voor haar is Adam niet meer dan een ‘fucking machine’. Charlie legt de nadruk in tegenstelling tot Miranda – uit jaloezie – op ‘fucking’. Waarmee hij laat zien dat hij Adam steeds minder als alleen een robot ziet, stelt De Vries.

McEwan confronteert de lezer opnieuw met fundamentele vraagstukken in een meeslepend, dystopisch verhaal. (…) De werkeloze Charlie is verliefd op Miranda, een intelligente studente die een verschrikkelijk geheim met zich meedraagt. Ze raken verwikkeld in een driehoeksrelatie met de androïde Adam, wiens persoonlijkheid ze samen hebben ontworpen. Maar kan een machine de ‘matters of the heart’ wel begrijpen? Wat is het dat ons menselijk maakt?’ (Uitgeverij De Harmonie)

Mooi deze scène, want andersom maakt de robot Adam de mens Charlie zo menselijk(er.) De robot zelf blijft echter een machine: net als virtual reality schijnwerkelijkheid. Robots zullen nooit echt menselijk worden. De Vries kwam daar, mèt de robots, ook al achter: ‘ze hebben zich met hun superieure intelligentie al lang bij hun eigen kunstmatigheid neergelegd’. Dit las hij in De goede zoon van Libris-prijswinnaar Rob van Essen, waarin robots hun taken als liftbediende of hotelconciërge met ironie uitoefenen. Zij vertonen volgens De Vries hiermee wel een menselijk trekje: ‘Hoe menselijk wil je het hebben?’

McEwan-Machines-zoals-ik-def-omslag

Machines zoals ik | Ian McEwan | ISBN 9789463360494 | 352 pagina’s 352 | € 24,90 | NUR 302 | mei 2019 | Omslag: Anne Lammers | Vertaling: Rien Verhoef | The Times noemt Machines zoals ik ‘een ontzettend goede roman over een nieuw soort kunstmatige mens’. The Financial Times roemt McEwans ‘meesterlijke nieuwe roman en noemt zijn vermogen om de lezer tot nadenken te stemmen waardevol en tijdloos’.

Bron: ‘Een fucking machine’ (De Groene Amsterdammer)

Gerelateerd: ‘De mens is nog niet volledig mens’ 

Beeld: An intelligent, lovelorn robot is the star of the latest novel by Ian McEwan EDUARDO CONTRERAS/SAN DIEGO UNION-TRIBUNE/ZUMA

‘De mens is nog niet volledig mens’

UITGELICHT – Filosoof Helmuth Plessner stelt dat de mens nog niet af is, maar zich nog moet verwerkelijken. Feitelijk gezien is er nog geen sprake van volledig mens-zijn. Plessner stelt dat de mens door zijn constitutieve thuisloosheid* daartoe aangewezen is op techniek en cultuur. Annalin van Putten, dramaturg en student aan de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht, schreef in Koorddanser het artikel Humanoid – de mens-robot, maar hoeveel mens eigenlijk?

‘Iets in ons mensen weet de verbinding met de ‘menselijke robots’ nog niet te maken. Dit kan niet alleen te maken hebben met het feit dat George hoofdzakelijk materie is, aangezien we dan eenzelfde onrust zouden moeten ervaren als bij bijvoorbeeld de confrontatie met een bloempot’
(Annalin van Putten)

‘De humanoid of mens-robot / robot-mens wordt gezien als een ‘stap voorwaarts’ in de menselijke evolutie maar roept tegelijkertijd angst en afgrijzen op. Wat leert de confrontatie met een humanoid ons over de paradigma’s met betrekking tot mens-zijn, menselijk bewustzijn en het zelf? Stuiten we bij deze ‘hernieuwde’ vaststelling op grenzen van mens-zijn en menselijk bewustzijn? Of worden ons nieuwe mogelijkheden getoond?’ (Koorddanser)

* Volgens Rolf Viervant, promovendus aan de Erasmus School of Philosophy, wordt de mens wel getypeerd als het ‘constitutief thuisloze wezen’: altijd in een tussenstadium tussen wat we nu zijn en wat we worden.

‘Naakt geboren, maar niet zonder huis kunnend, moet hij zich altijd een huis verwerven. Daardoor blijft het altijd een keuze, een noodzakelijke keuze dat wel, maar een keuze die anders had kunnen zijn en die anders kan zijn. Ons thuis is nooit definitief, hoezeer we daar ook naar verlangen. Dat maakt ons in zekere zin onaf, altijd fundamenteel open om iets of ergens anders te zijn, altijd in een tussenstadium tussen we nu zijn en wat we worden.’ (Rolf Viervant)


Humanoid George en André Kuipers bij Jeroen Pauw

Buikspreker
Van Putten begint haar artikel met humanoid George, in 2018 te gast in de talkshow van Jeroen Pauw. Een menselijke indruk, vind ik, geeft hij alleen door zijn stem, en het lijkt wel alsof George naast een buikspreker, in dit geval André Kuipers, zit. George’ ogen knipperen, hij kan zingen en hartjes in zijn ogen toveren. Verder ziet hij eruit als een levenloos ding, harde materie. Van Putten zegt dat het voor veel mensen nog niet natuurlijk is om in contact te treden met een humanoid. – Nee, inderdaad, omdat het op niets natuurlijks lijkt.

‘Iets in ons mensen weet de verbinding met de ‘menselijke robots’ nog niet te maken. Dit kan niet alleen te maken hebben met het feit dat George hoofdzakelijk materie is, aangezien we dan eenzelfde onrust zouden moeten ervaren bij bijvoorbeeld de confrontatie met een bloempot.’ (Van Putten)

Zielloos
Dat klopt. Mijn onrust komt omdat ik me met iets zielloos niet kan of wil verbinden. Ik heb geen last van mijn bloempotten. Met iets doods als George wil ik me niet verbinden, een ding dat geprogrammeerd is om woorden te produceren en met ‘ogen’ te knipperen. Dan vraag ik liever aan mijn planten of ze water willen. Dan bloeien ze helemaal op. Volgens van Putten lijkt veel van de menselijke angst voor humanoids gestoeld te zijn op de bewuste gelijkschakeling van robots en mensen:

‘Ze worden geacht in veel opzichten gelijk te zijn aan de mens, en dienen zelfs over een eigen (zelf)bewustzijn te beschikken.’ (Van Putten)

Fake, nullen en enen
Van dat (zelf)bewustzijn van humanoids zal natuurlijk nooit sprake zijn. Ik schakel ze niet gelijk met mensen. Daarom ben ik ook niet angstig. Dat zogenaamde bewustzijn is immers materieel: fake, nullen en enen. De humanoid blijft een ding, ook al noem je hem George. – Interessant is evenwel Van Puttens stelling dat…

‘…ik ‘dus’ wel mens móét zijn. Met deze vaststelling ga ik voorbij aan alle zichtbare ‘menselijke kenmerken’ die George vertegenwoordigt. Vanuit het niet herkennen van mijzelf in George besluit ik dat George geen mens is. Ik heb iets in mijn zelf daarvoor als uitgangspunt genomen, vermoedelijk dat wat ik als het persoonlijke zelf ervaar, kan verstaan en begrijpen.’ (Van Putten)


De lezers van Trouw verkozen De Trooster
als mooiste (religieuze) boek van 2018

Humanoid
Een uitermate boeiend artikel van Van Putten, dat je direct aan het denken zet. Zij verwijst in haar verdere artikel naar het authentieke zelf van historicus Yuval Harari (Homo Deus). En naar De trooster van Esther Gerritsen. Ook vertelt zij uitgebreid over de theatervoorstelling Ergens anders van Micha Wertheim. De voorstelling wordt gespeeld wordt door… een humanoid. Van Putten zegt hierover dat zij deze voorstelling ironisch genoeg altijd de meest persoonlijke voorstelling van Wertheim heeft gevonden.

Ben ik menselijk?
Een mooi slot van Van Puttens artikel luidt: ‘De (nieuwe) mens: het wit tussen de regels’. George kan volgens haar hiervoor bij uitstek symbool staan.

‘Ben ik menselijk, of is de mens (nog) ergens anders? De vraag wordt dankzij humanoid George opnieuw gesteld, zodat ik mij als mens mag blijven begeven in het wit tussen de regels.’ (Van Putten)

Zie: Humanoid – de mens-robot, maar hoeveel mens eigenlijk? (Koorddanser)

Beeld:
“Ik ben de originele robotacteur. Vloeiende bewegingen, geweldig uiterlijk en meeslepende interactie. Ik ben al meer dan 14 jaar ontwikkeld en gebruikt in het veld. Daarom ben ik verfijnd, betrouwbaar en uniek vermakelijk. Ik kan praten over een product, gravitas toevoegen aan je evenement, verschijnen in je film of tv-productie, acteren in je theaterstuk, zelfs een manchetpersconferentie houden.” (Engineered Arts)
Update: november 2025 Lay-out / januari 2026 foto’s)