‘Atheïsten hebben een signaalfunctie’

Atheïsten houden je volgens theoloog Rikko Voorberg een spiegel voor of de kerk nog impact heeft. ‘Als de kerk een zelfbevestigend cirkeltje is geworden, waarin de woorden alleen betekenis hebben voor de gelovigen zelf, dan is dat de dood in de pot.’ Voorberg, een predikant die zich daadwerkelijk vrijgemaakt heeft uit de vrijgemaakt gereformeerde bubble, houdt ook van het perspectief van een vrijgemaakte theologie. AdRem plaatste een interview met Voorberg, bekend van de PopUpKerk in Amsterdam, ‘We gaan ze halen’ en het boek De dominee leert vloeken: over woede, onmacht en daadkracht.

Dit boek is het verslag van een persoonlijke reis met aanknopingspunten voor constructieve actie. Het is voor cynici die hun cynisme zat zijn. Voor kerkelijken die hun kerkelijkheid zat zijn. Voor geëngageerden die verbaasd een dominee aan hun zijde vinden. Voor gelovigen die weten dat het niet om een hemel gaat. Voor ouderen die verlangen naar nieuw elan. Het is voor iedereen die meent dat alles wat we kunnen doen te weinig is, maar dat niets doen echt niet kan. Het is voor iedereen die zich afvraagt waar de moti­vatie en de energie te vinden zijn om steeds hoopvol opnieuw te beginnen.
(Uit: De dominee leert vloeken)

Voorberg zat, als zoon van de dominee, volledig in de vrijgemaakt gereformeerde bubble, zegt hij. Bij Karl Barth las hij over de ongrijpbaarheid van de eeuwige en het idee van God als gebeuren. Barth opende zijn ogen voor het perspectief van een minder vastgelegde theologie, en sindsdien wil Voorberg liefst zo dicht mogelijk op het ‘geleefde en publieke leven theologiseren’.

Het was met name de ongrijpbaarheid van God die me bij Barth raakte, die werd een ‘vreemde’, een verheven entiteit. Alles wat je over God zei moest ook weer ontkend worden, niemand had hem in the pocket. Ik kon weer ademhalen.’
(Uit: De dominee leert vloeken)

En ook de luthers predikant en theoloog Bonhoeffer.

Dietrich Bonhoeffers theologie die direct voortkwam uit de grote, existentiële vragen van zijn tijd zijn zo veel interessanter dan algemene dogmatische discussies…’ 
(Voorberg in AdRem)

De predikant vindt dat het verhaal van het christendom niet alleen betekenis kan hebben binnen de muren van de kerk. In zijn boek zegt Voorberg dat het kunstenaars en activisten waren die hem het idee gaven dat het mogelijk was om goede woede in constructieve actie om te zetten; hij trof ze toen hij de wereld buiten zijn gereformeerde subcultuur ging verkennen.

Mijn zoektocht werd het te ontdekken wat het geloof, wat het Evangelie voor betekenis heeft in de gewone wereld. Ik zeg soms tegen de kunstenaars en niet-gelovigen met wie ik werk, dat het eigenlijk een wat egoïstisch projectje is. Ik wil niet hen bekeren, maar zoek hun inzicht om zelf opnieuw bekeerd te worden tot een relevanter vorm van christendom. Of het christendom iets te zeggen heeft, moet je onderzoeken tussen niet-gelovigen.’
(Voorberg in AdRem)

Atheïsten hebben een signaalfunctie als kanaries in een kolenmijn, is een uitspraak van Voorberg. In de PopUpKerk in Amsterdam die hij initieerde, was een werkregel dat ‘als er geen atheïsten in een PopUpKerk meer aanwezig zijn, die per direct wordt opgeheven’.

Het is zo helend om niet- of andersgelovigen te betrekken bij wat je doet. Zij houden je een spiegel voor of de kerk nog impact heeft.’
(Voorberg in AdRem)

Mensen zoeken rust en comfort in de kerk, maar… zegt Voorberg, religie hoort altijd ook in zekere zin oncomfortabel te zijn.

Als je het licht wilt vinden, dan moet je in het duister zijn, want daar schijnt het. Ik herken dat heel sterk uit het pastoraat en uit levens van vrienden. Of ik doe wat het evangelie vraagt? Ik doe wat ik soms dénk dat het Evangelie van me vraagt in de hoop om te ontdekken wat het Evangelie werkelijk van me vraagt. Zeker weten, dogmatisme is dan de dood in de pot’.’
(Voorberg in AdRem)

Bronnen:
* Zoek je het licht, ga dan naar het duister (AdRem, februari 2021) | ‘In 1807 werd door Westerlingen een bijbel voor slaven gemaakt, maar ze moesten niet op het idee komen om in opstand te komen. Dus werd 90% van het Oude Testament uit hun bijbel geschrapt.(Voorberg in AdRem)

* De dominee leert vloekenRikko Voorberg | De Arbeiderspers | 25-10-2016 | € 20,99 | E-book: € 10,99 | ‘Rikko Voorberg gelooft in lotsverbondenheid met anderen, dichtbij en ver weg, en laat zien wat dat in de praktijk betekent.’ – Petra Stienen, publiciste en arabiste | ‘Eindelijk een alternatief voor volwassen idealisten. Een boek dat ieders aandacht verdient.’ – Karel Smouter, De Correspondent.

Beeld: VISIE-EO

God, zingeving en verbondenheid

‘Er is een besef dat alles anders moet. Er leeft een ongelooflijk gevoel van urgentie, dat er een opeenstapeling is van gigantische problemen, van het klimaat tot de verharding van de samenleving en kapitaalongelijkheid. Maar voor we het anders gaan doen, hebben mensen tijd nodig. We gaan eerst door een soort rouwproces, de toon verandert echt met de week. Maar ik heb nog niemand gesproken die terug wil naar hoe het voor de coronacrisis was.’ Politicoloog Mounir Samuel zegt dit vol passie in de Volkskrant. Deze passie is ook gloedvol te horen in De Ongelooflijke Podcast bij NPORadio1.

S
amuel maakt zich daarin zorgen over maatschappij, waarin mensen zich steeds verder terug trekken in bubbels. Zelf probeert hij met iedereen échte gesprekken te voeren, ook over zingeving en geloof. Podcast 44 gaat over geloof, gender en het failliet van het identiteitsdenken. ‘De grootste crisis is de geestelijke armoede’.

De publicist ergert zich aan identiteitspolitiek, omdat het afleid van belangrijkere discussies, vindt hij. ‘Zo lang we met elkaar aan het soebatten zijn over gender, kleur en andere zaken – hoe belangrijk ook – staan we niet samen collectief te vechten tegen de echte, grote problemen, zoals het klimaat en Big Tech die ons hele leven infiltreren.

In zijn boek Noodzakelijke gesprekken praat hij vanuit huis met uiteenlopende mensen over hoe zij de coronacrisis ervaren en hoe ze zich de wereld voorstellen als het virus bedwongen is.

Ik wilde naar een dieper gesprek over God, zingeving en verbondenheid. Het coronavirus werkt als een soort snelkookpan voor de grote thema’s van deze tijd. Het legt bloot wat we al jaren doen. De gesprekken gaan over de vragen die we onszelf moeten stellen op weg naar een nieuwe wereld, zodat we niet teruggaan naar business as usual.’
(de Volkskrant)

Mounir Samuel omschrijft zichzelf als een ‘Egyptisch-Nederlandse, christelijke maar in de islam gespecialiseerde, visueel beperkte, seksueel fluïde, transgender man van kleur’. Hij is politicoloog, publicist, theatermaker, Midden-Oostencorrespondent en presentator van het tv-programma De Nieuwe Wereld. Naast schrijver en journalist voor o.a. De Groene Amsterdammer, is hij ook adviseur ‘diversvaardigheid’, en beweegt zich in zijn werk en leven soepel over de scheidslijnen van politiek, geografie, media, cultuur, taal, religie en gender.

De begrippen buitelen over elkaar heen als je Mounir goed wil omschrijven, mede daarom noemt hij zichzelf ‘het failliet van het identiteitsdenken’. Wat bedoelt hij daarmee? En wat voor rol spelen God en geloof in zijn tumultueuze leven?
Mounir schreef middenin de coronacrisis het boek
Noodzakelijke Gesprekken, waarin hij 15 mensen interviewt over de grote vragen van deze tijd. Maar dit keer is hij zelf aan de beurt. Journalist David Boogerd en theoloog Stefan Paas praten met Mounir Samuel over geloof, twijfels, geestelijke armoede en één identiteit die alles overstijgt.’
(De Ongelooflijke Podcast)

Noodzakelijke gesprekken – reflecties op een nieuwe wereld | Mounir Samuel | Essaybundel | Uitgeverij Jurgen Maas | December 2020 | €19.95 | 240 blz. |
Noodzakelijke gesprekken bevat vijftien spraakmakende interviews over de grote vragen van deze tijd. Daarin gaat Mounir geen ongemakkelijk thema of maatschappelijke uitdaging uit de weg. Of het nu leven in quarantaine, de klimaatcrisis, de Black Lives Matter-beweging, gender, de zorg, het onderwijs, God en religie, politieke representatie, feminisme, intimiteit, depressie, het ouderschap of de verwerking van verlies betreft. Met een scherpe pen destilleert Mounir samen met zijn gesprekspartners een nieuwe wereld.’ (Cover)

Luister: #44 – Geloof, gender en het failliet van het identiteitsdenken met Mounir Samuel en Stefan Paas (De Ongelooflijke Podcast – NPORadio1) ‘Geestelijke armoede is de grootste pandemie.’
‘Nederlandse christenen moeten niet zo verlegen doen over hun geloof. Het verbaast schrijver en journalist Mounir Samuel regelmatig dat veel gelovigen nauwelijks durven te praten over hun religie, terwijl er juist veel behoefte is aan zingeving, denkt hij. Zelf heeft hij er geen last van: “Ik kan niet niét over God praten”, zegt hij in De Ongelooflijke Podcast.’

Beeld: wp.johannescentrum.nl
Update 29062024: lay-out

Is de mens de aarde nog nabij?

ESSAY – In het gedicht Vlinder raakt dichteres M. Vasalis ontroerd door ‘de zomerwei des ochtends vroeg. En op een zuchtje dat hem droeg vliegt een geel vlindertje voorbij’. De slotregel luidt: ‘Heer, had het hierbij maar gelaten’.
Hoe mooi kan de aarde zijn zonder mensen. Miljoenen grazende vissen en zee-egels genieten van het rijkste ecosysteem van de zee: de koraalriffen, ook wel de regenwouden van de zee genoemd. Zij zorgen ervoor dat algen het rif niet overwoekeren. Volgens een onderzoek van UNESCO zullen vele riffen niettemin binnen dertig jaar bezwijken onder hittestress als gevolg van de opwarming van de aarde.
 

‘De prijs die we voor snelle vooruitgang betalen is de ondermijning van de omstandigheden waarvan de mensheid (en talloze andere soorten) afhankelijk is om te overleven’
(Historicus Philip Blom, in De Groene Amsterdammer)

Antarctica
H
ittestress is een van de vele bedreigingen waaraan de aarde wordt blootgesteld. In een opwarmende wereld kan de ijskap op Antarctica smelten. Een computersimulatie in het natuurwetenschappelijk tijdschrift Nature toont aan dat het westelijk deel van de ijskap niet gelijkmatig, maar met sprongen zal smelten. Nature gaat uit van het feit dat de gemiddelde temperatuur op aarde in de afgelopen 150 jaar 1,1 °C is gestegen. De eerste sprong voltrekt zich in de simulatie bij een opwarming van 2 graden Celsius. Hierover zegt NRC dat als het smelten eenmaal begonnen is, dit proces nauwelijks meer is te stoppen. ‘Een stille aanloop en ineens is het zover.’


Smeltende gletscher, 30 mei 2025, Oostenrijke Alpen, Op 2750 m(!).

Intussen sterven dieren uit, stikken vissen in oceanen, sterven koraalriffen af en komen er steeds meer broeikasgassen zoals methaan en CO2 in de atmosfeer. De aarde kan uiteindelijk in zijn geheel bezwijken als de mens in het huidige tempo doorgaat met zijn destructieve gedrag. Historicus Philip Blom stelt dat ‘de prijs die we voor snelle vooruitgang betalen de ondermijning is van de omstandigheden waarvan de mensheid (en talloze andere soorten) afhankelijk is om te overleven.’

Rentmeesterschap
G
od heeft de mens de aarde toevertrouwd. Hoe beziet hij dat rentmeesterschap? Vraagt hij zich af of de mens de aarde nog nabij is?
In het Bijbelboek Genesis staat geschreven: ‘God ziet dat alle mensen op aarde slecht zijn, want alles wat ze uitdenken is steeds even slecht. Hij kreeg er spijt van dat hij mensen heeft gemaakt en voelde zich diep gekwetst.’ Hoe zou hij nu over de mens oordelen? Is het te verwachten dat hij onze nabijheid nog verdraagt? Vermoedelijk gelooft God al lang niet meer in de mens en wil hij die zomerweide ‘s ochtends vroeg graag opnieuw scheppen, maar dan zonder ons.

Nietzsche
E
n kan de mens God nog in zijn nabijheid dulden? Volgens theoloog Marinus de Jong, in zijn boek Altijd groter, nemen mensen steeds meer afstand van God en is het atheïsme de snelst groeiende overtuiging ter wereld, en niet alleen in de westerse wereld. De mens en God, ze zijn elkaar niet meer nabij. Al weten we dat van God niet zeker, want zijn wegen zijn volgens de Bijbel ondoorgrondelijk.


Waarin: De dolle mens

De dolle mens
I
n het verhaal De dolle mens van filosoof Friedrich Nietzsche hebben wij zèlf God gedood, zijn wij allen zijn moordenaars. ‘Het heiligste en machtigste dat de wereld tot dusver bezeten heeft, is onder onze messen verbloed,’ roept de dolle mens uit in De vrolijke wetenschap. ‘Dolen in het niets’ is het gevolg. Het lijkt alsof Nietzsche de mens verwijt zich afgekeerd te hebben van God, maar volgens de filosoof bestaat er niet eens een eeuwige macht en staat de mens alleen. In zijn redenering leidt de dood van God tot nihilisme. Nietzsche klinkt nogal ambigu daar hij er tegelijkertijd van overtuigd is dat de mens zich zonder God vrij kan ontwikkelen. ‘Het ontbreken van een dergelijk wezen vind ik geweldig’, zegt hij in Der Wille zur Macht.

Zingevingsvraagstukken
D
at dolen in het niets valt nogal mee. Volgens de oud-voorzitter van het Humanistisch Verbond, Boris van der Ham, is de ongelovige zeker niet goddeloos. Ook niet-gelovigen houden zich bezig met zingevingsvraagstukken. Van der Ham verwijst naar een representatieve enquête van het Humanistisch Verbond. Hierin wordt gezegd ‘dat vooral “de ander” belangrijk is voor niet-gelovigen’. Voor Christenen geldt dat zeker. Volgens het Nieuwe Testament predikt Jezus immers naastenliefde, en zorg voor de zwakken en degenen die in nood verkeren. De toestand van de wereld lijkt echter volstrekt onbelangrijk voor veel mensen, gelovig of niet.

Dit essay wordt hier vervolgd: Verder lezen Onze naasten, Waartoe zijn wij op aarde, Gulden Regel, Is er hoop? Nu het nog kan.

Beeld: PtHU
Foto Vasalis: Straatpoezie
Foto Smeltende gletscher, Oostenrijke Alpen, 2750 m.: Paul Delfgaauw, 30 mei 2025
UPDATE: 09092023 / 05062025 (Lay-out, links)

De God van de radicale theologen

Radicale theologie wordt wel eens beschreven als het doordringen tot de wortels van wat het betekent om te geloven, dit wil zeggen het radicaal bevragen van zekerheden, concepten en ideologieën waarmee God in hokjes gestopt wordt. Maar God is dood, is de gedachte van radicale theologie. Theoloog Daan Savert zegt zich thuis te voelen bij deze beweging en deze manier van theologie bedrijven. Hij gelooft in een God voorbij alle beelden van God, en in een kwetsbare en gewonde manier van geloven. Radicale theologie zelf is niet dood, sinds haar geboorte in de jaren zestig, en lijkt (weer) op te leven. Ook theoloog en filosoof Leon Kooijmans schetst een beeld van radicale theologie.

De dood van God is op velerlei manieren uit te leggen. Letterlijk dood voor Thomas J. J. Altizer: voor hem is de dood van God en de afname van religie zelfs noodzakelijk voor de opstanding van God. Niet wordt uitgelegd hoe die opstanding er dan uitziet. Peter Rollins ziet God als alles waarvan we denken dat het de leegte vult die we ervaren. Hoe dan ook, radicale theologie is een theologie na de dood van God, maar wat er wordt bedoeld met de dood van God verschilt per denker.

De secularisering van theologie is een belangrijk aspect van radicale theologie’, zo wordt gezegd. Wonderlijke terminologie eigenlijk: secularisering van theologie. Je snijdt dan ‘theo’ af van ‘logos’, dat zo veel betekent als ‘leer’ of ‘kennis’. Volgens Nietzsche heeft de mens God zelf gedood, zoals Kooijmans hem citeert:

Horen wij nog niets van het gedruis der doodgravers die God begraven hebben? Ruiken wij nog niets van de goddelijke ontbinding? – ook goden raken in ontbinding! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!’
(Friedrich Nietzsche, De Vrolijke Wetenschap, 1882 – vertaald door P. Hawinkels)

Hoe dan ook, de radicale theologie stelt niet God, maar zijn dood centraal. Secularisering wil de religieuze en dogmatische taal van de theologie vertalen naar een seculiere variant. Kan dat dan, vraag ik me af? Krijg je dan geen dode taal? Nou ja, wereldse? Rudolf Bultmann wilde de theologie van het Nieuwe Testament ontdoen van haar verouderde mythologische karakter met het doel om de concepten te moderniseren. Moderniseren waarin of waartoe dan?

Radicale theologie is volgens Kooijmans in ieder geval niet geïnteresseerd in het bestaan van God of de eigenschappen van God. Ben benieuwd hoe het Nieuwe Testament er dan uit ziet. De radicale theologie is echter nog wel geïnteresseerd in het heilige als fenomeen, waar het zich ook manifesteert.

Dat de christelijke God dood is betekent namelijk niet dat het goddelijke niet op andere plekken te vinden is. Vooral kritische radicale theologen vragen zich af of dit wel goed is en zoeken naar God om te zorgen dat hij wel degelijk dood is en dood blijft.’

Is God verhuisd? Uit de theologie vertrokken en ook werelds geworden? Blijkbaar wel, want radicale theologie beschrijft en analyseert volgens Jeffrey W. Robbins wat als heilig wordt beschouwd in bijvoorbeeld religie, cultuur, ethiek en in de politiek. Opmerkelijk, wel in religie maar niet in theologie? Wat zou dan heilig zijn in religie? Komt God daar dan een beetje in terug? Ja, een beetje wel, als je John D. Caputo hoort:

DWeak Theology van Caputo richt zich op religieus spreken wat volgens hem te zeker, te krachtig en te bovennatuurlijk spreekt. Spreken over God kan alleen op een zwakke, poëtische manier. Hij gebruikt de filosofie van Derrida om dit aan te tonen. Caputo ziet het goddelijke als een stille stem die hoop geeft voor het onmogelijke. Het biedt een horizon die nooit te bereiken is maar waar we wel naar verlangen. Als we die stem proberen vast te leggen in concepten dan sterft het en hebben we het over de dood van God.’

Radicale theologie houdt God eigenlijk hoopvol in leven. Die broodnodige stem moeten we dus inderdaad niet radicaal vastleggen in concepten en ideologieën waarmee we God in hokjes stoppen.

Bronnen:
* God is (niet) dood – een kennismaking met radicale theologie
* Radical Theology: disharmonie en gebrek zijn de kern van ons bestaan

Beeld: De Helixnevel is een grote planetaire nevel in het sterrenbeeld Waterman. (Met de G van God. 😉 ) © Shutterstock

God als ondoordringbaar mysterie

God is aanwezig als The Force (Star Wars) die het universum bij elkaar houdt; als de 42 op alle vragen (The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy); als een drijvende onderstroom waarin alles zijn samenhang vindt; als overal aanwezige waarin we worden samengebracht, zo fantaseert Wouter van den Toorn, van Creatov. Hij zegt – in een boeiend blog – struikelend te schrijven over God en vraagt zich af wat hij bedoelt als hij het over God heeft. Hij heeft een boekenkast vol theologische werken, dus hij zou uit allerlei vaatjes kunnen tappen. Maar voor Van den Toorn voelt het snel ‘platgeslagen’. ‘Alsof de schoonheid eruit is gewrongen om de waarheid nu eindelijk maar eens in handen te kunnen krijgen.’

Als Van den Toorn nadenkt over het ‘ondoordringbare’ mysterie God, dan behoort God opeens niet meer tot het domein van bijvoorbeeld alleen maar gelovigen, al helemaal niet tot christenen met een bepaalde overtuiging. Alle ideeën over God vindt hij bekrompen.

Alle ideeën ja. De mijne incluis. En de jouwe incluis. En incluis de mensen die niet geloven in God, in ieder geval niet in de God waar jij in zegt te geloven. Incluis alle zeker weters. Hun idee is ook te bekrompen. En incluis de ras-evangelisten die je in een perfecte elevator-pitch klem kunnen zetten met hun overtuiging. Vertrouw ze niet. Vertrouw het allemaal niet, van niemand die je kan uitleggen wie God eigenlijk is. Vertrouw mij niet in al mijn pogingen het ook weer te ontvlechten.’

Eigenlijk vindt de media-innovator en artdirector van Jesus.net dat we misschien het woord ‘God’ maar eens een jaar of vijftig niet meer moeten gebruiken.

Vanwege de simpele reden dat het woord te ingewikkeld is geworden, te plat, we hebben er te concrete ideeën bij. Waar oude verhalen, sprookjes, mythen, heldenverhalen, oerverhalen en nog meer verhalen werden verteld om een vleugje te kunnen aanraken van een werkelijkheid die de onze niet is, daar is God ondertussen op de ontleedtafel gelegd, in het laboratorium vakkundig uit elkaar gevlooid, alles gecategoriseerd en geïndexeerd en vervolgens hebben we er commentaar op gegeven, en daar weer kritiek op en daar ook weer een naslagwerk omheen gebouwd.’

Zou het zo kunnen zijn, vraagt Van den Toorn, die zich sinds 2019 Thomas (de Twijfelaar) noemt, en ook schrijft voor het Nederlands Dagblad, dat hoe minder hij God, hem, haar of het benoemt, hoe meer ruimte er is om het grote mysterie te omarmen?

Dus minder woorden voor geloofsstellingen, minder aandacht voor uitleg. Meer aandacht voor verwondering, medemenselijkheid, aandacht, en meer leven in het nu. Omdat ik nu mens kan zijn.’

Zie: God als het grote mysterie  (creatov.nl – blog over spiritualiteit, verhalen, geloof, kunst, Jezus, oude wijsheid, kerk, Internet, nieuwe media, technologie, film.)

Beeld: Public.Domain.Pictures (detail) (Pixabay)

De onmiskenbare Joodse identiteit van Jezus

In zijn boek Jezus – Reconstructie en revisie schrijft theoloog Henk Bakker over de bronnen die er over het leven van Jezus zijn, zoals de evangelieboeken en geschriften die daar direct en indirect verband mee houden. Ook geeft hij een reconstructie en interpretatie van opvattingen die in de loop van de eerste eeuw over Jezus zijn ontstaan. Hij zegt goed te luisteren naar Nederlandse en internationale onderzoekers die belangrijke bouwstenen voor het onderzoek naar de historische Jezus hebben aangedragen.

 ‘Dit boek brengt je dichter op de huid van Jezus’

‘Jezus jood-zijn ondergeschikt gemaakt’
Volgens de auteur hebben christenen de neiging om Jezus’ identiteit buiten het Jodendom te verankeren, in aannames over Gods eeuwige op-Zichzelf-zijn, of sterker nog: in de grenzeloze verbeelding van modieuze theologie.

Jezus’ jood-zijn is vrij snel na zijn dood en opstanding ondergeschikt gemaakt aan een hogere identiteit, die tot speculeren uitnodigde. Dit speculeren leidde volgens [theoloog Arnold Albert, PD] Van Ruler tot ‘gedrochtelijkheden’, maar niet alleen in de theologie.
Ook werden gedrochtelijkheden bedacht die hun oorsprong hadden in volksreligie en persoonlijke vroomheid. De kerk zelf was hier verantwoordelijk voor, omdat de verankering van haar christologie niet uit te leggen was. Het ging om een hogere wiskunde, vol paradoxen en tegenstellingen, die onnavolgbaar was.
Zo leidden gedrochtelijkheden tot gedrochtelijkheden (‘Waar geen goden zijn, daar heersen spoken’, Novalis). Nog altijd zijn er beelden van Jezus die (letterlijk en figuurlijk) van enig verband met het evangelie zijn losgezongen.’
(Deel I, Hfst. 2)

Bakker ziet ook om naar (een deel van) de bronteksten om in het licht van recente discussies opnieuw gericht naar de bronnen te vragen.

Christologisch onderzoek
In deel I: Kritisch onderzoek naar Jezus, bespreekt de auteur een aantal visies uit het moderne onderzoek naar de historische Jezus, en geeft een exemplarische inleiding in de discussie, waarbij hij in sommige kwesties aan Nederlandse bijdragen de voorkeur geeft. Dit om de inhoudelijke kwaliteit, daar Nederlandse exegeten en theologen wezenlijk hebben bijgedragen aan het christologisch onderzoek.

‘[De joods-Duitse theoloog en godsdienstfilosoof, PD] Franz Rosenzweig schreef dat de historische Jezus onze geïdealiseerde Jezus altijd van zijn sokkel zal stoten. Mentale fabricages die in fantasieën wortelen – hoe oprecht en gemeend ook – en niet in historische christelijke bronnen, hebben in het christelijk belijden niets te zoeken.
Om aan de schijn voorbij te komen heeft de christelijke kerk een joodse historische bedding nodig, niet alleen bij haar exegese, maar ook bij haar handelen in het heden.’
(Deel II, Hfst. 9)

‘Waar geen goden zijn, daar heersen spoken’
(Novalis)

De betekenis van Jezus
Het tweede deel van het boek is getiteld: Getuigen van het eerste uur. Het gaat de auteur daarin om vroege teksten die vertellen wat christenen hebben meegemaakt, wat Jezus volgens hen zei, deed en teweegbracht, en hoe zij die gebeurtenissen binnen de Joodse wereld van toen betekenis gaven.

Jezus – Reconstructie en revisie. Het poogt een reconstructie en revisie te geven van de persoon, de geschiedenis en de betekenis van Jezus. Reconstructie en de revisie zijn met het historisch onderzoek gegeven. Een reconstructie van de gebeurtenissen die plaatsvonden, waaronder Jezus’ woorden en daden, is uitgebreid aan de orde geweest.
Ik heb daarbij steeds naar gebeurtenissen, ervaringen en duidingen teruggevraagd, zoals bij Jezus’ conflict in de tempel, maar ook bij zijn doop en zijn dood. In mijn methodologie heb ik uitgelegd dat historische reconstructie en narratieve betekenisgeving niet los van elkaar kunnen worden gezien.’
(Deel II, Hfst. 9)

Jezus’ relatie tot God
Volgens Wolter Huttinga, in Trouw, brengt dit boek je ‘dichter op de huid van Jezus’. Volgens deze krant kiest Bakker een helder en consequent uitgangspunt om over Jezus’ identiteit te spreken en was Jezus een Joodse man die in de brede stroom aan Joodse verwachtingen stond over het komen van God tot zijn volk Israël. ‘Zo en niet anders kunnen we aan hem recht doen,’ aldus Trouw, dat het boek vier **** geeft.  

Dus overal waar het denken en spreken over Jezus los komt te staan van deze Joodse bedding wordt verraad gepleegd aan wie Jezus werkelijk was. Niet alleen aan zijn concrete menszijn, maar juist ook aan de specifieke manier waarop zijn relatie tot God ervaren en beleden werd, door hemzelf en door de gelovigen van de vroege kerk.’
(Trouw)

Inzicht in Jezus
Hoe wetenschappelijk het boek ook is, aldus Tjerk de Reus in het Friesch Dagblad, het is zeker ook geschikt voor een breder publiek dan alleen vakgenoten. Wie er voor wil gaan zitten, wordt met dit boek rijk beloond.

Bakker vertelt vanuit de context van het Israël van toen, en je ziet het voor je ogen gebeuren: Jezus’ optreden, zijn omgang met mensen en natuurlijk zijn verkondiging. Tegelijk zorgt de brede blik van Bakker ervoor dat het inzicht in Jezus, ondanks alle complexiteit, een heldere theologische diepgang krijgt.
(Friesch Dagblad)

Jezus – Reconstructie en revisie | Henk Bakker | KokBoekencentrum | 296 blz. | € 27,50 | E-book € 14,99 | ‘Wie altijd al een goed boek over Jezus had willen lezen, moet nu zijn slag slaan. Deze week [22 september 2020, PD] verscheen Jezus – Reconstructie en revisie, geschreven door Henk Bakker, theoloog aan de Vrije Universiteit. Een verrassend en informatief boek.’ (Friesch Dagblad)

Zie ook:

* Dit boek brengt je dichter op de huid van Jezus (Trouw)
* Theoloog Henk Bakker denkt breed: het gaat om de joodse Jezus
(Friesch Dagblad)

Beeld:
Cover Jezus – Reconstructie en visie
(detail)
Update: 21122024 (Layout)

‘Het gaat niet om wat je gelooft, maar hóé je dat doet’

‘Alle fundamentalisten, of ze nou religieus zijn of extreemrechts of radicaal-links, baseren zich op een tekst of een autoriteit die ze als hun fundamentals beschouwen en waar ze blind op varen,’ zegt filosoof en theoloog Rik Peels. Hij kreeg vorig jaar 1,5 miljoen euro van de Europese Onderzoeksraad voor een onderzoek naar fundamentalisme. Inmiddels heeft hij daarmee voor wel drie miljoen aan deelprojecten kunnen uitzetten. Filosofen, theologen, religiewetenschappers, historici, juristen, sociale wetenschappers, economen, criminologen, psychologen en psychiaters worden erbij betrokken.

Gedeeltelijk worden fundamentalistische overtuigingen geïnspireerd door persoonlijke oorzaken, maar de groepsdynamiek is tegelijk belangrijk. Kijk naar fundamentalistische jongeren die zich afkeren van hun moskee en zelf op internet op zoek gaan naar interpretaties van Koranteksten, en zo deel uit gaan maken van een virtuele gemeenschap.’ 

Een team van zes onderzoekers staan klaar, maar evenveel buitenpromovendi werken mee in hun eigen tijd en doen op eigen kosten promotieonderzoek, zei Peels afgelopen woensdag in Ad Valvas in een interview met Peter Breedveld. Veel studenten als stagiair, en werkend aan hun masterscriptie, draaien in het project mee. In de groep zitten christenen, moslims, atheïsten, hindoes en agnosten, jongeren en ouderen.

‘Het gaat niet zozeer om wat je gelooft, maar hóé je dat doet.’
(Rik Peels)

Peels sluit niet uit dat enkele teamleden, verdeeld over de faculteit Religie en Theologie en de faculteit Geesteswetenschappen van de VU Amsterdam, in bepaalde opzichten zelf naar fundamentalisme neigen, maar dat ziet hij niet als een risico dat het project ondermijnt.

Het kan juist een kracht zijn dat mensen hun eigen ervaringen meebrengen in het onderzoek. Het risico zit ’m juist in onderzoek dat louter vanuit het perspectief van de derde persoon wordt gedaan. Zoals ik al zei: fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij. Als een deel van de onderzoekers zich in hen kan verplaatsen, maakt dat het alleen maar spannender.’

Peels onderzoeksgroep kijkt ook naar de zogeheten intellectual vices: intellectuele ondeugden, zoals dogmatisme, narrow-mindedness en intellectuele hoogmoed.

‘Dan zie je dat er een zekere overlap is met de neiging om in samenzweringstheorieën te geloven, wat je vaak bij fundamentalisten ziet: zij tegen de rest van de wereld.’

Volgens Peels hebben veel fundamentalisten, of ze nou religieus zijn of niet, met elkaar gemeen dat ze geloven dat er ooit een paradijselijke toestand is geweest, dat er toen een val kwam waardoor de wereld gebroken is. 

Fundamentalisten zien het als hun taak die paradijselijke toestand te herstellen, dat zie je bij sommige orthodoxe gereformeerden en salafisten, maar bijvoorbeeld ook bij de actievoerders van Extinction Rebellion en bij een bepaalde aanhang van Forum voor Democratie die gelooft dat er ooit een blank-boreaal Europa was waar hij weer naar terug wil.’ 

Wat zou er uit het onderzoek komen als Peels zijn licht erop heeft laten schijnen? Het onderzoek duurt vijf jaar. In Trouw zei Peels een jaar geleden dat ‘het doel is om ideeën en concepten te ontwikkelen die precies dit doen: onderzoekers dichter bij de geest van een fundamentalist brengen’.

Filosofie Magazine vroeg vorig jaar aan Peels hoe zijn onderzoek uiteindelijk zal uitmonden in een beleidsstuk dat de wetenschappelijke resultaten vertaalt naar de praktijk; hoe dat er uit zal zien.

Als je radicalisering wilt aanpakken door die te voorkomen of te genezen, moet je eerst begrijpen hoe radicalisering in het hoofd van een fundamentalist werkt. Daar ligt mijn taak als wetenschapper. Het is mijn expertise om onderzoek te doen, de literatuur te kennen, en hierdoor mensen die een wending hebben gemaakt naar het fundamentalisme beter te begrijpen. Naarmate mijn onderzoek vordert, zal ik veel gaan praten met mensen die aanzienlijk dichter op de praktijk zitten, zoals de veiligheidsdiensten. Bij de vertaling van de resultaten naar de concrete praktijk heb ik hen hard nodig.’

Zie:
* ‘Fundamentalisten zijn niet zo heel anders dan wij’ (Ad Valvas, onafhankelijk platform van de Vrije Universiteit Amsterdam)
* Wat is eigenlijk een fundamentalist? (filosofie.nl)
* Deze filosoof kruipt in het hoofd van fundamentalisten (Trouw)

Collage: Paul Delfgaauw
, maart 2017.

Dierentheologie in de veganistische kerk

dieren.waarvan.we.houden.appie.abspoel.nl (2)

Vanuit Oxford maakt de dierentheologie een opmars. Een soort bevrijdingstheologie, maar dan voor dieren? ‘De pijn van een ijsbeer is theologisch relevant,’ zegt onafhankelijk theoloog Alain Verheij in het artikel met de gelijknamige titel in De Nieuwe Koers. Groene theologie zet zich al in voor de aarde; dierentheologie is een vrij onbekend fenomeen in de wereld. Ik denk niet dat het voorkomt in het nieuwe theologieboek  Alle dingen nieuw van Erik Borgman

Verheij schrijft een portret van dr. Clair Linzey, die samen met haar vader Andrew voorvechter is van de dierentheologie. ‘Willen we op deze planeet kunnen blijven leven, dan moeten we radicaal veranderen hoe we met andere wezens omgaan.’

Andrew Linzey mag zich de ‘godfather’ van de dierentheologie noemen. De anglicaanse theoloog schreef al in de jaren zeventig van de vorige eeuw een christelijk betoog voor dierenrechten. Volgens hem en zijn geestverwanten is ons theologisch denken over dieren behoorlijk pover. Je vindt bij de meeste theologen nauwelijks aandacht voor het onderwerp. Als ze er al over schrijven, komen zij vaak niet verder dan wat [middeleeuws theoloog en filosoof Thomas van] Aquino* ook dacht: dieren zijn onze minderen, en het is ons volste recht om over hen te heersen.’

Linzey vindt dat theologie, die ons gevoelig maakt voor het lijden van heel de schepping, christelijke theologie is. Onder heel die schepping vallen nadrukkelijk ook de dieren, zeker waar zij lijden in de bio-industrie of door klimaatverandering.

Theologie die ons ongevoelig maakt voor het lijden van de hele schepping kan op geen enkele wijze christelijke theologie zijn.’

In Nederland blijkt ook een veganistische kerk te bestaan, waar Linzey afgelopen maart een toespraak hield (via o.a. sociale media) over 25 jaar dierentheologie, en onder meer vertelde over de Bijbel die zegt dat de mens naar het beeld van God is geschapen. Ze vroeg zich af of dat betekent dat de mens de andere soorten mag domineren, of betekent het dat de mens extra verantwoordelijk moet zorgen voor andere schepselen? ‘Waar komt het idee vandaan dat een mens wel een ziel en een geest heeft, maar een dier niet? Er zijn volgens haar drie fundamentele gedachten over dieren die niet deugen’.

De eerste is dat dieren een soort gebruiksvoorwerp voor mensen zijn: instrumentalisme. Alles heeft een doel, en het doel van dieren is dat ze nuttig zijn voor ons. De tweede verkeerde gedachte is dat dieren maar lappen vlees zijn zonder persoonlijkheid. Daarom schelden we met ‘domme gans’, of ‘beest’ of ‘zwijn’. Ten derde is het een gevaar als onze theologie en geloofsbeleving alleen maar om mensen draait. Alsof God het meest, en exclusief en alleen, van onze soort houdt, en daarbij de rest van zijn schepping zou vergeten of veronachtzamen.’

De wereld is niet van ons, vindt Linzey, en als we haar blijven behandelen zoals we al die tijd hebben gedaan, zullen onze huidige problemen alleen maar blijven groeien.

Christenen zijn in een unieke positie om dit alles voor het voetlicht te brengen. De grondslag van dierentheologie is: wij zijn niet God, maar we mogen en moeten voor Gods wereld zorgen. Het is een diep christelijke denktrant, waarvan ik zou willen dat alle christelijke culturen er bewuster mee omsprongen.’

Incarnatie noemt Linzey een belangrijk theologisch begrip, omdat je dan in de huid kruipt van een lijdend schepsel.

Waar wij in geïnteresseerd zijn, is niet in eerste instantie hoeveel diersoorten er uitsterven, maar op welke manier dat gebeurt. Wij weten dat de ijsberen met uitsterven worden bedreigd. Voor ons is de pijn van een individuele stervende ijsbeer iets wat er theologisch toe doet.’

* N.B. Met deze redenering duidt Aquino aan dat dieren, door de goddelijke voorbestemming, voor de mens moeten bestaan. Dit betekent niet dat de mens alles met dieren mag doen. In zijn Summa Contra Gentiles schrijft hij dat wreedheid tegen dieren verwerpelijk is. Niet omwille van het dier, maar vanwege het feit dat dit wreedheid van mensen oproept tegen andere mensen. Deze visie blijft dominant in de geschiedenis van het christendom. (dierenmuseum.nl)

Zie:

* Dier & Evangelie, theologie voor dierenrechten | Andrew Linzey | Volledig gerecycled papier | softcover | 117 pagina’s | €15.00 | ‘Dierendominee’ Hans Bouma zegt het volgende: ‘Vanuit christelijk oogpunt heb je, naast puur humane redenen, nog redenen te meer om het dier op te nemen in je morele bewustzijn. Iemand die dit overtuigend en met grote volharding heeft aangetoond, is de Britse theoloog Andrew Linzey. Dieren hebben als creaties van God een eigen, intrinsieke waarde en verdienen daarom een plaats in onze morele gezichtskring. De keuze voor dierenrechten is voor Linzey ten diepste een kwestie van navolging van Jezus. In dit boek bespreken Maaike Hartog, Sandra Hermanus-Schröder en Nienke van Ittersum – geïnspireerd door en in dialoog met Andrew Linzey – de motieven die je als christen kunt hebben om de rechten van dieren te verdedigen. De manier waarop ze dit doen is even kundig als persoonlijk, even vernieuwend als hartverwarmend’. (Vegan Church)

*
‘De pijn van een ijsbeer is theologisch relevant’ (De Nieuwe Koers via Blendle)

Foto: appieabspoel.nl

Oer, een (r)evolutionair scheppingsverhaal

Oer_1200x628-kaal-670x351

Natuurkundige Cees Dekker, tekstschrijver Corien Oranje en theoloog Gijsbert van den Brink schreven samen, vanuit christelijk perspectief, een scheppingsverhaal waarin geloof en evolutie samenkomen. Oer, het grote verhaal van nul tot nu ligt vanaf vandaag in de winkel en stopt 14 miljard jaar in 160 pagina’s, ‘historisch en spannend’. ‘De twee onbekenden vertelden me over vroeger, over het begin van de tijd en van de ruimte, vele tijdperken geleden. Ze vertelden me over iemand die ze Schepper noemden, en aan wie ik blijkbaar mijn bestaan te danken had. Het was een bizar verhaal, en ik vond het moeilijk om het te geloven.’

Wat een ongelofelijke reis. Wat een duizelingwekkende rollercoaster. Een avontuur dat bijna veertien miljard jaar geleden begon, en dat zo vaak dreigde te mislukken dat het een regelrecht wonder is dat ik er nog ben. Ik had er ondanks alles geen seconde van willen missen. En het beste moet nog komen. ‘Laat het opschrijven,’ zeiden mijn vrienden. ‘Voor wie dan?’ vroeg ik. ‘Jullie waren er zelf ook bij.’ ‘Voor de mensen,’ zeiden ze. ‘Doe het voor hen, want het is niet alleen ons verhaal, het is ook hun verhaal. Ze moeten het weten, ze komen immers nog maar net kijken. Vertel ze wat we hebben meegemaakt.’ Ik was niet meteen enthousiast over het idee. ‘Homo sapiens? Ze zijn zo beperkt. Ze kunnen het niet bevatten.’ ‘Geeft niet,’ zeiden ze. ‘Gebruik hun taal, gebruik woorden die zij kunnen begrijpen. Probeer het gewoon, Pro. Als ze maar een heel klein beetje een idee krijgen.’
(Uit Proloog, in Oer
)

Corien Oranje vertelt op haar website dat de hoofdpersoon een proton is, dat in de eerste seconden na de oerknal ontstaat. Zij moest zich dus verdiepen in wat er allemaal gebeurde in die eerste tijdperken na de oerknal, in molecuulvorming, in de werking van DNA, in het ontstaan van de aarde en het ontstaan van het leven, en in de Bijbel.

Maar ik ben blij dat ik me erin heb vastgebeten, want het was fascinerende stof, en ik ben die stokoude protonen, neutronen en zelfs de elektronen toch meer gaan waarderen.’
(Corien Oranje)

Ik weet het niet,’ zegt Proton, ergens in het begin van het verhaal. Hij wilde dat hij scherpzinniger was, dat hij precies kon begrijpen wat Achaton hem vertelde, dat hij gevatte antwoorden kon geven, maar het lukte hem niet.

Dan hadden we jou hier niet gezien. Laten we het daarop houden.’ ‘Maar het mooie was,’ zei Kalon, ‘de krachten bleken onderling perfect op elkaar afgestemd. De zwaartekracht, de elektromagnetische kracht, de sterke en de zwakke kernkracht: de Schepper heeft ervoor gezorgd dat ze vrienden zijn geworden.’ ‘Nou …’ zei Achaton. ‘Vrienden …’ ‘Oké, vrienden is misschien te sterk uitgedrukt. Collega’s dan, een team. Partners. Ze voelen elkaar perfect aan, alsof ze altijd al hebben samengewerkt. Met z’n vieren voeren ze één grote dans uit ter ere van de Schepper.’
(Uit Oer, in Oer)

Het was al te laat,’ zegt verteller Proton, verderop in Oer. Hij vertelt dan over de nanoseconde die voorafging aan een botsing.

We konden elkaar niet ontwijken. In de nanoseconde voorafgaand aan de botsing voelde ik geen angst, hooguit teleurstelling, dat dit het was, dat het allemaal voorbij was nog voor het goed en wel begonnen was. Ik zou er niet achter komen wat het plan was, waarover Kalon en Achaton het gehad hadden, dat plan van de Schepper. Ik zou nooit te weten komen wat de bedoeling was van dit heelal. De klap was hevig. Heel even voelde ik de enorme hitte die me overspoelde en bezit van me nam. Daarna was er niets meer.’

‘Is-ie nou wakker, of niet?’ hoorde ik iemand zeggen. ‘Gaat het wel goed met hem?’ ‘Geen idee. Hé, hallo! Jij daar!’

(Uit Kosmos, in Oer)

Vorige week schreef Oranje op haar site dat zij bijna drie jaar geleden samen met Dick het Pieterpad liep. Zij waren halverwege in Gelderland, toen zij in haar mobiel een mailtje ontdekte van wetenschapper Cees Dekker, met wie zij samen Het geheime logboek van Topnerd Tycho schreef.

Of ik nog een boek wilde schrijven, samen met hem en met theoloog Gijsbert van den Brink, maar dan voor volwassenen. Een hervertelling van het grote verhaal van onze wereld, op een manier die recht zou doen aan wetenschappelijke bevindingen én aan de Bijbel.’
(corienoranje.nl)

Oer, het grote verhaal van nul tot nu | Ark Media | april 2020 | ISBN-10: 903380218X | ISBN-13: 9789033802188 | 160 pagina’s | € 14,99 | Bij de lokale boekhandel! | ‘Dit aansprekende boek past in een lange en rijke traditie waarin wetenschappers gedreven door hun geloof proberen de oorsprong en evolutie van ons heelal te duiden, van de oerknal tot het leven op aarde. Het delen van deze fascinatie en passie voor de natuur is een universeel goed dat ons allen dichter bij elkaar brengt, ongeacht onze persoonlijke overtuiging.’ (Robbert Dijkgraaf, hoogleraar natuurkunde en directeur Institute for Advanced Study Princeton)

‘Religie nog steeds opium van de massa’

Jordy Meow Pixabay

Dat zegt Theoloog des Vaderlands Samuel Lee. Je verwacht dat niet, maar als je zijn artikel in De Linker Wang leest, begrijp je al gauw dat hij niet houdt van religie, van religieuze systemen. Jezus heeft volgens hem ook nooit de intentie gehad om een religieus systeem te bouwen. ‘Hij was niet eens een christen.’ En God zelf? ‘Die heeft geen religie.’ Lee wil niet verstrikt raken in dogma’s en doctrines, en is God dankbaar dat hij niet in een christelijke omgeving werd geboren. Lee gelooft dat religie nog steeds opium is van de massa. ’Het christendom is mensenwerk, dat inzicht verruimt mijn blik.’


Een werkelijk universeel geloof
T
om Holland stelt in zijn boek Heerschappij dat ‘een kleine joodse sekte’ ertoe bijdroeg dat een nieuw volk kon ontstond waar man en vrouw, jood en Griek, slaaf en vrije, Romein en barbaar, vrij zouden zijn. Er ontstond een werkelijk universeel geloof waar iedereen bij mag horen. – Nu is in de loop der eeuwen dat geloof veelal verworden tot religie als opium, maar in de kern kon iedere gelovige indertijd vrij zijn. In deze tijd proberen steeds gelovigen meer tot een nieuw, vrij, geloof te komen.)
(Zie: Het revolutionaire van christelijke waarden)

Geloof kan revolutionair zijn
Samuel Lee zegt in De Groene Amsterdammer dat vrijheid centraal staat in zijn denken. ‘Vrijheid is een kernwaarde van mijn geloof. We vergeten alleen vaak om buiten onze groep te denken, we vergeten dat dit ook iets zegt over hoe we moeten omgaan met moslims en hindoes en gays en atheïsten, met zwart en met wit.’ – Lee denkt als theoloog zo vrij als Jezus, kan je zeggen. Zijn geloof heeft niets met religie als systeem te maken. In die zin kan religie (lees: geloof) ook nu revolutionair zijn. Er zijn steeds meer tekenen die daarop wijzen. Een mooi voorbeeld is Overvecht waarover De Groene verslag doet.


Religie als machtsinstrument
L
ee zegt uit een land in het Midden-Oosten te komen, een land dat hij liever niet noemt. Er heerst daar een theocratie, in dit geval een islamitische heerschappij, die zich bemoeit met de meest elementaire zaken uit het persoonlijke leven. 

Van wie mag je houden? Met wie mag je trouwen? Het klinkt belachelijk, maar ook bijvoorbeeld met welke voet je als eerste de WC moet betreden. Als kind stond ik wel open voor godsdienst, maar langzamerhand ontdekte ik dat het niet klopte. Ik zag mensen dood in bomen hangen, ter dood gebracht, met daarbij juichende mensen die God prezen. Religie als machtsinstrument. Het beeld van God dat daar uit oprijst is angstaanjagend. Ik was boos op God en op religie.’

‘Wereld groter dan doctrines en traditie’
H
ij is heel blij juist van buitenaf naar de dingen te kunnen kijken, zegt de doctor in de theologie. Hij komt immers niet uit een christelijke omgeving. Dat verrijkt hem en geeft hem misschien ook kans om christenen in Nederland een spiegel voor te houden, om uit hun bubbel te komen.

De wereld is groter dan jouw doctrines en traditie. De wereld is zoveel rijker.’

Vermoeide discussies
L
ee heeft respect voor christenen en kerken, en hij begrijpt ze ook wel.

Maar als ik discussies hoor over de kinderdoop of de heilige maaltijd, dan word ik daar zo moe van. Het zijn vermoeiende discussies, waardoor je mensen van je vervreemdt in plaats van dat je ze kunt binden en boeien.’

Jezus stelde geloofstraditie al ter discussie
I
n zijn leven heeft Jezus al zijn zekerheden neergelegd, de wetten en regels van zijn geloofstraditie ter discussie gesteld, omwille van liefde, omwille van een mens, zegt Lee. Hij denkt daarbij aan acties zoals een genezing op de sabbat.

Dat ging in tegen de heersende doctrine. Hij sprak als jood met een Samaritaanse vrouw en ging om met melaatsen en prostituees. Jezus heeft niet alleen zijn leven gegeven, maar alle heersende regels en codes op zijn kop gezet. En wat doen veel kerken vandaag? Vasthouden aan regels en opvattingen terwijl ze daardoor mensen kwijt raken. Durf je omwille van de liefde normen en doctrines opzij te zetten?’

‘Doorbreek de muren!’
J
e moet niet exclusief blijven denken, maar inclusief gaan kijken en handelen, stelt Lee, niet alleen houden van je eigen club, je eigen groep en je eigen doctrines, maar van de hele wereld. In deze tijd, aldus Lee, zou Jezus zeggen dat je uit je systeem moet komen, muren moet doorbreken en de wereld liefhebben.

Niet alleen je eigen club, de farizeeërs, maar ook de Samaritaan. Heb de moslims lief, heb de Palestijn lief, heb de Jood lief, heb de LHBT-er lief! Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn, maar heb elkaar werkelijk lief. Doorbreek de muren!’

Afscheid van religie
D
e theoloog nam afscheid van religie als systeem en omarmde de boodschap van Jezus.

Jezus is een deur, maar wij trekken muren op. Voor mij persoonlijk is de kerk niet een gebouw of instituut, maar de plek waar twee of meer mensen in de naam van Jezus samenkomen om op weg te gaan. Niet volgens theoloog zus of zo, maar de Jezus van de Bergrede.’

Zie De Linker Wang – mei 2020: Het christendom is mensenwerk, dat inzicht verruimt mijn blik’

Foto: Jordy Meow  (Pixabay) – ‘Tempel Otagi Nenbutsu-Ji wordt bewoond door ruim 1200 rakan, expressieve stenen weergaven van Boeddha’s volgelingen. Je ziet ze met een brutale grijns en bedekt met mos, schreeuwend met hun armen richting de hemel en verlegen weggedoken in een hoek. De een heeft een tennisracket in de hand, de ander een fles sake en er schijnt zelfs een Super Mario-figuur aanwezig te zijn.’ (National Geographic, Kyoto, Japan)
Update 24 01 2025 (Lay-out)