Het ondenkbare dat God niet bestaat

De kracht van Godsargumenten is dat ze gezamenlijk een cumulatieve casus vormen voor Gods bestaan. Vele malen sterker dan elk argument afzonderlijk. Ook al is voor filosoof en wiskundige Emanuel Rutten geloof in God op zichzelf al een legitieme basisovertuiging, die zonder rationele argumenten intellectueel eveneens is gerechtvaardigd. Niettemin formuleert Rutten sinds zijn ‘modaal-epistemische Godsargument’ (2012) meerdere rationele argumenten voor het bestaan van God. In zijn komende boek Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden staan acht nieuwe.

‘Bestaat er iets waarboven niets groters gedacht kan worden? Iets subliems dat de oorsprong van de wereld is?’
(Emanuel Rutten)

Op grond van Godsargumenten kun je laten zien dat God bestaat en bepaalde eigenschappen bezit zonder dat je daarbij het wat van God helemaal pretendeert te doorgronden. Er blijft voldoende ruimte over voor het mysterie omtrent Gods wezen.’
(Uit: En dus bestaat God) 


Emanuel Rutten

Wat Rutten doet, is niet nieuw. Paulus deed dat lang geleden ook al. In de Bijbel tref je passages aan die gelovigen aansporen om de redelijkheid van hun geloof inzichtelijk te maken voor zichzelf en anderen.

Paulus stelt in zijn brief aan de Romeinen bijvoorbeeld dat ieder mens het bestaan van God uit de schepping kan afleiden en Petrus wijst er in zijn eerste brief op dat christenen altijd bereid moeten zijn om verantwoording af te leggen voor de hoop die in hen is.’
(Uit: En dus bestaat God) 

Toen Ruttens proefschrift Towards a Renewed Case for Theism (2012) naar de drukker ging, gaf hij een zeer beknopte samenvatting van de inhoud. De filosoof stelt daarin dat er al vanaf Plato rationele argumenten zijn ontwikkeld voor het bestaan van God. En dat in de laatste decennia de filosofische belangstelling ervoor weer sterk is toegenomen.

Rutten onderzoekt in zijn proefschrift kosmologische argumenten. Hierbij wordt het bestaan van God afgeleid uit het feitelijke gegeven dat er veroorzaakte dingen bestaan. Hij betoogt dat de onderzochte argumenten gezamenlijk genomen aannemelijk maken dat de kosmos is veroorzaakt door een noodzakelijk bestaand en vrij wezen, maar dat daarmee nog niet is beargumenteerd dat dit wezen ook de eerste onveroorzaakte oorzaak van de gehele werkelijkheid betreft, wat van God doorgaans wel gezegd wordt.’
(Uit: Proefschrift)

En dit najaar verschijnen er acht nieuwe argumenten in Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden. Rutten toont daarin inzichten uit de metafysica, kennisleer, taalfilosofie en esthetiek. Zo komt hij tot nieuwe argumenten voor het bestaan van een geestelijke grond van de werkelijkheid. Ze gaan verder dan de traditionele, bekende argumenten en bieden zo een originele kijk op de eeuwenoude vraag naar het bestaan van God.

De titel van het boek verwijst naar Anselmus (1033 – 1109). Deze filosoof en theoloog vond het ‘ondenkbaar dat God niet bestaat’, en verwierf zich een blijvende plaats in de geschiedenis van de wijsbegeerte met zijn argument dat ervan uitgaat dat ieder weldenkend mens God definieert als ‘datgene waarboven niets groters gedacht kan worden’.

Uit zijn essentie kan zijn existentie worden afgeleid. Immers als God alleen als gedachte in het verstand zit, maar niet in de werkelijkheid bestaat, is alles wat wel bestaat groter dan het hoogst denkbare. En dat is een contradictie, aldus St. Anselmus. Ergo: God bestaat.’
(KRO-NCRV)

Bronnen:
* Datgene waarboven niets groters gedacht kan worden – Acht nieuwe argumenten voor het bestaan van God | Emanuel Rutten | Kokboekencentrum | Najaar 2023 | ISBN: 9789043540285 | 192 pagina’s | paperback € 18,99 | E-book € 9.99
* En dus bestaat GodDe beste argumenten | Emanuel Rutten, Jeroen de Ridder | Buijten & Schipperhein | € 17,90

* KRO-NCRVAnselmus van Canterbury
* Eerdere blogs van ‘Goden en Mensen

Beeld: OMGMagazine
Foto Emanuel Rutten: Patrick Post – VU Amsterdam, juli 2023

!►Tip: Een filosofische bijsluiter voor de Godsargumenten
‘Rationele argumenten voor het bestaan van God, zoals kosmologische argumenten, ontologische argumenten of het modaal-epistemisch argument, stuiten bij zowel gelovigen als ongelovigen regelmatig op onbegrip.
Dat is jammer omdat dit onbegrip meestal wordt veroorzaakt door misverstanden die eenvoudig voorkomen kunnen worden. Het leek me daarom goed om een filosofische bijsluiter voor Godsargumenten te schrijven.
De bijsluiter lost de belangrijkste misverstanden kort en bondig op. Wie voor het eerst kennismaakt met Godsargumenten doet er daarom goed aan eerst even de bijsluiter te lezen. Daarna kan dan alle aandacht uitgaan naar de argumenten zelf.’
(E.R.)

Update: 10 09 2023 19.56 uur. (Aangevuld: Beeld: OMGMagazine)

‘Bubbels van nu verstikkender dan verzuiling toen’

UITGELICHT – Het ‘verraderlijke is dat we zeggen dat de verzuiling achter ons ligt, maar de zuiltjes van nu, de bubbels (2023: 3,96 miljard mensen maken gebruik van social media) waarin we leven, zijn nog beperkender en verstikkender’. – Dat stelt filosoof Lammert Kamphuis. Zijn nieuwe boek Verslaafd aan ons eigen gelijk, met op de cover het woord eigen verpakt in een glanzende bubbel, is net uit. De wereld waarin Kamphuis opgroeide, bleek een zorgvuldig afgesloten zuil: Kampen, het Mekka van de vrijgemaakten, waar zijn vader net als zijn opa professor dogmatiek was.

‘Het besef dat er alleen vragen zijn, waar alles mogelijk is en niets zeker.
Die stap was voor mij de gang naar het paradijs. Ik vierde de vragen.
Wat een bevrijding. Zuurstof.’

(Lammert Kamphuis)

Filosoof, spreker en schrijver Lammert Kamphuis is onder meer hoofddocent bij The School of Life* in Amsterdam. Een pleidooi voor perspectivische lenigheid is de ondertitel van Verslaafd aan ons eigen gelijk. Hierin stelt hij dat onze samenleving meer en meer gaat lijken op de dogmatische kerk waaruit hij zich bevrijd heeft. Met pijn en moeite brak hij los uit de zwart-wit wereld van zijn jeugd (de vrijgemaakte kerk) en hoopte een wereld te vinden waarin mensen minder zwart-wit denken. *In 2014 opgericht door de Britse filosoof Alain de Botton als ‘apotheek van de geest’.

‘Er is weinig aandacht voor nuance en steeds minder begrip voor andersdenkenden. In Verslaafd aan ons eigen gelijk stelt Kamphuis filosoferen voor als training om de wereld vanuit meerdere invalshoeken te bekijken.’
(Uit: Verslaafd aan ons eigen gelijk)  


Lammert Kamphuis (School of Life)

‘Overdosis zeker-weten
‘Mystieke agnost’ noemt de auteur zich sinds een paar jaar, omdat het niet-weten bij hem past. In een interview in Trouw zegt hij: ‘Ik heb van huis uit een overdosis zeker-weten meegekregen.’ Hij ziet zich de laatste jaren echter terug in een samenleving die steeds meer gaat lijken op de kerk waarin hij opgroeide.

‘Ik doe, net als [de Australisch-Engelse singer-songwriter] Nick Cave, op z’n minst alsof er een waarheid is. Een waarheid met een voorlopig karakter, een samenleving kan niet helemaal zonder. Anders kun je niet meer zeggen welke uitspraken de werkelijkheid benaderen, en welke niet. Ik ben dus niet echt postmodern.’
(Trouw)

Samen zoeken naar zin
Aan Trouw vertelt hij dat je zelf de betekenis van je leven moet zoeken en in je eentje vormgeven. Het individualisme is een bevrijding, maar dat blijkt niet het hele verhaal. Het zorgt ook voor verharding van de maatschappij. Er staat veel spanning op.

‘Daarom begrijpt Kamphuis de aantrekkingskracht van levensbeschouwelijke gemeenschappen wel. Niet de traditioneel-godsdienstige, maar groepen ‘die niet de waarheid hebben gevonden, maar samen zoeken naar zin, heel lenig’.’
(Trouw)


‘Voor wie te weinig tijd heeft om de verzamelde werken van Nietzsche te (her)lezen is dit een praktische toepassing: een soort yoga voor de geest, met handige oefeningen om je denken te trainen in beweeglijkheid.’ 
(De Standaard , beste cadeauboeken 2023)

Bubbel in de hemel
In Verslaafd aan ons eigen gelijk vertelt Kamphuis over een bubbel in de hemel.  Petrus verwelkomt daar mensen en geeft ze een rondleiding.

‘Nadat ze langs een dichte deur met een stiltebord daarop zijn gelopen, wordt de vraag gesteld waarom ze daar niet mochten praten. Petrus legt uit: ‘Daar zitten gereformeerd-vrijgemaakten. Zij denken dat ze hier alleen zijn’.’
(Uit: Verslaafd aan het eigen gelijk) 

Bronnen:
* Verslaafd aan het eigen gelijk | Lammert Kamphuis | Verkrijgbaar als paperback, e-book en luisterboek. (Zoek een boekhandel in de buurt)
* ‘In dit boek legt Kamphuis uit hoe het komt dat we zo polariseren. Hij observeert en stelt een diagnose. Ook doet hij een poging om tot een oplossing te komen. ‘Filosofie betekent ‘liefde voor de wijsheid’.  Een heel mooie definitie van wijsheid komt van de Nigeriaanse filosofe Sophie Oluwole. Volgens haar is wijsheid de mogelijkheid om iets op een andere manier te zien. In mijn boek geef ik oefeningen, die mensen helpen zich te verplaatsen in andere ideeën. Dus hun perspectivistische lenigheid te ontwikkelen.’ (verhaalmetimpact.nl)
* altijdbekend.nl 2023: 3,96 miljard mensen maakten gebruik van social media
*  Als je lenig in denken blijft, maakt dat het samen leven soepeler’ Trouw, 25 augustus 2023

Lammert Kamphuis (1983) is geboren in Voorburg. Na in Zwolle het gymnasium te hebben afgerond, is hij afgestudeerd in de filosofie aan de Universiteit Utrecht, in de theologie aan de Theologische Universiteit in Kampen en heeft een eerstegraads docentenbevoegdheid gehaald aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na zijn studies is hij begonnen als docent filosofie op middelbare scholen, hogescholen en universiteit.
Zijn boeken ‘Filosofie voor een weergaloos leven’ (2018) en ‘Verslaafd aan ons eigen gelijk’ (2023) werden bestsellers. Vertalingen zijn verschenen in het Spaans, Duits en Zuid-Koreaans. Kamphuis tourde met meerdere theatershows door het land in o.a. een uitverkochte de Kleine Komedie en Tivoli. Nouveau magazine noemde hem ‘een van de meest inspirerende sprekers van het moment’.

Lees hier over: Filosofie voor een weergaloos leven.

Beeld: altijdbekend.nl
Foto Lammert Kamphuis: School of Life
Update: oktober 2025 (Lay-out, foto, links, info boek)

Vincent van Goghs ‘joie de vivre’

Vincent van Gogh wil optimaal van het leven genieten, maar ja, die altijd aanwezige Bijbel… van zijn vader, de dominee. Op Stilleven met Bijbel durft Vincent zijn ‘eigen bijbel’: La  joie de vivre van Emile Zola, te schilderen. Voorzichtig, klein, naast de lijvige Bijbel van zijn vader, die nog maar pas dood is. Het boek van Zola kan je zien als een soort ‘bijbel’ van het moderne leven. Beide boeken staan symbool voor de verschillende levensvisies van Vincent en zijn vader.

‘Wel, mijn werk, daarvoor riskeer ik mijn leven, en het heeft me de helft van mijn verstand gekost. Maar wat wil je…’
(Vincent van Gogh)

Vincents Stilleven met Bijbel is altijd te vinden in het Van Gogh Museum. En nu is er over deze impressionistische kunstschilder een speciale tentoonstelling: Van Gogh in Auvers – Zijn laatste maanden. Georganiseerd samen met Musée d’Orsay. Je volgt Vincent vanaf zijn aankomst in Auvers-sur-Oise waar hij hoopvol en vol ambitie aan het werk gaat. Vaak maakt hij meer dan één schilderij per dag, en experimenteert volop met kleur, penseelstreek, formaten en onderwerpen.

De laatste maanden van zijn leven woont Vincent in het Franse dorp Auvers-sur-Oise, vlak bij Parijs, van 20 mei 1890 tot aan zijn dood op 29 juli van dat jaar. Hij is in die maanden zeer productief en maakt er enkele van zijn bekendste meesterwerken, zoals Korenveld met kraaienDokter Paul Gachet en De kerk van Auvers-sur-Oise.


De kerk van Auvers-sur-Oise

Een groots oeuvre laat Vincent achter. De tentoonstelling gaat in op zijn nalatenschap, wat hij betekent als kunstenaar, en hoe zijn reputatie groeit in de eerste jaren na zijn dood.

Wel, mijn werk, daarvoor riskeer ik mijn leven, en het heeft me de helft van mijn verstand gekost. Maar wat wil je…’
(Dit is de laatste zin uit de onvoltooide brief aan Theo, met de aantekening van Theo: ‘De brief die hij bij zich droeg op 27 juli, die verschrikkelijke dag.’)

Van Gogh Museum Amsterdam | Van Gogh in Auvers. Zijn laatste maanden | 12 mei 2023 – 3 september 2023 |

✨✨✨


Nuit Étoilée sur le Rhône

Musée d’Orsay | ‘Vincent Van Gogh is een van de beroemdste impressionistische schilders aller tijden. Sterrennacht boven de Rhône werd voltooid toen hij in 1888 naar Arles in Zuid-Frankrijk verhuisde. Van Gogh had altijd al de verschillende kleuren van de nacht bewonderd en aan zijn broer en zus geschreven hoe graag hij die wilde schilderen. Het schilderij toont de Rhône rivier die slechts een paar minuten verwijderd was van zijn huis dat hij in die tijd huurde. Het geeft de sterren weer die helder aan de hemel staan te schitteren tussen de lichten van de gebouwen terwijl een echtpaar langs dit uitzicht loopt’. (Musée d’Orsay)

Beeld Stilleven met Bijbel: Vincent van Gogh (1853 – 1890), Nuenen, oktober 1885 | Olieverf op doek, 65.7 cm x 78.5 cm. Credits: Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)
Beeld De kerk van Auvers-sur-Oise, 1890: Musée d’Orsay. Foto: Dist. RMN-Grand Palais / Patrice Schmidt
Beeld Nuit Étoilée sur le Rhône: RF 1975 19 (Musée d’Orsay)

Bronnen o.a.:
* Van Gogh Museum Amsterdam
* Musée d’Orsay

! Nog te zien tot 11 januari 2026: Tentoonstelling Van Gogh en de Roulins. ‘Eindelijk weer samen’. Ontdek de bijzondere vriendschap tussen Vincent van Gogh en postbeambte Joseph Roulin en zijn gezin. Van Gogh maakte vele portretten van het gezin, waarvan een groot deel voor het eerst samen te zien is in het Van Gogh Museum. In de tentoonstelling kun je niet alleen veel zien, maar ook veel doen, met de hele familie!

Geert Groote predikte Jezus’ leer en kreeg preekverbod

Het blijft verbijsterend hoe frequent de kerk systematisch tegen Jezus’ leer ingaat na het vroege christendom, vanaf het Eerste Concilie van Nicea (325), en nog altijd. Steeds weer duiken namen op van gelovigen en geestelijken die Jezus proberen te bevrijden van de Kerk. Toenemend verschijnen hierover nieuwe artikelen en boeken. Het is het directe gevolg van het institutionaliseren: het godsdienstig leven is vastgezet in een onwrikbare vorm, gegoten in dogma’s en wetten. “De kerk verliest dan het contact met veel gelovigen, omdat zij vervreemdt van die gelovigen,” schreef Trouw al in 1996 in de recensie van het boek In de kerk zie ik het niet zitten van J. Jonker.

In een korte biografie beschrijft hij, hoe hij (‘na vijftig jaar actief kerkelijk meeleven’) vervreemdt van de georganiseerde kerk. Dat komt, omdat hij het evangelie anders leerde verstaan en dus anders ging geloven, én omdat voor die geloofswijze geen plaats bleek te zijn in de kerk waarin hij zich altijd had bewogen: zijn persoonlijk geloof in Jezus en in de ‘op menselijkheid bedachte’ God botste met het kerkelijk bedrijf.’
(Trouw)

Geloven in en kennis nemen van de oorspronkelijke Jezus werd al snel onmogelijk gemaakt. De woorden van Jezus gingen ten onder aan de almacht van de geïnstitutionaliseerde Kerk. Van Jezus’ eigenlijke leer bleef niet veel over. Het vroege christendom werd overruled door de onfeilbare hiërarchie die de Kerk hervormde in ondoordringbaar gewapend beton. Volgens cultuurhistoricus Jacob Slavenburg is er zelfs ‘praktisch geen enkele overeenkomst tussen de kerken en de vroegchristelijke gemeenten’.

Veel kerken doen niet wat de mensen nodig hebben en handelen niet volgens de boodschap van Jezus. Er is een spanningsveld tussen de boodschap van Jezus en de autoriteit van de kerk. De kerk is te priesterlijk gestructureerd en leeft van de angst die mensen voor God hebben. Jezus’ bedoeling is de mensen te helen van de waanzin van hun angst. Hij leert de mens het vertrouwen dat goedheid en openheid mogelijk zijn.’
(Cultuurfilosoof, trendwatcher, docent, publicist, zingever Rinus van Warven, LinkedIn, 6 mei 2023)

De Duitse theoloog, psychotherapeut en schrijver Eugen Drewermann was ooit priester in de katholieke kerk en is ervan overtuigd dat veel kerken niet doen wat Jezus zou hebben gewild. Drewermann beschouwt religie als verbonden met het innerlijk van de mens en de verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament als verhalen ter inwijding van de menselijke ziel. De opvatting dat priesters en dominees bemiddelaars van het heil zijn houdt de angst van de mens voor God in stand. Van Drewermann verschijnt half mei: ‘God, waar bent u?’, uitgegeven door Van Warven.

Geert Grote (ook wel: Groote) (1340 – 1384), diaken (en korte tijd kanunnik in Utrecht: van 1371 tot 1374), wijdde zich jarenlang, voor, tijdens en na zijn kloostertijd, aan studie en gebed voordat hij ging prediken. Tot ver buiten de landsgrenzen werd hij bekend als grondlegger van de Moderne Devotie. Deze vernieuwingsbeweging stond voor een persoonlijke beleving van het geloof en een eenvoudig en oprecht leven.

Grote’s Moderne Devotie had – zoals op velen – ook grote invloed op Erasmus. In Lof der zotheid schreef hij spottend over misstanden in de Kerk. In Erasmus schrijft de Nederlandse historicus Sandra Langereis in een aantal hoofdstukken ook over de ‘stichter van de broederschap’ en ‘rijke burgemeesterszoon Geert Grote’. Zij vertelt dat bekering en opvoeding vanaf het prilste begin tot de kerntaken van de broeders hoorden. Grote trok rond als boeteprediker.

Na een paar jaar probeerde de Utrechtse bisschop hem monddood te maken door boetepredikers te laten oppakken aangezien Grotes donderpreken de bisschop behoorlijk in het nauw brachten. “Geen sterveling zou zijn zielenheil redden door op zondag goudgeld te doneren voor de verfraaiing van verdorven kerken en kathedralen om zich vanaf maandag weer uit te leveren aan alle denkbare aardse verlokkingen,” had Grote gepreekt op de winderige kerkpleinen van alle Hanzesteden in de IJsselvallei.’
(Uit: Erasmus, Sandra Langereis)

Thomas Kempis, de auteur van De imitatione Christi, schreef eveneens (een boek) over Grote: Leven van Geert Grote. Hierin schrijft Kempis onder meer dat:

Toen hij merkte dat er evenzeer prelaten van de kerk onder zijn regenstanders waren, die uit vijandige na-ijver zijn verkondiging verhinderden en door een sluw edict, week hij nederig terug voor hun woede en nijd, omdat hij het volk niet wilde ophitsen tot oproer tegen de clerus.’
(Uit: Leven van Geert Grote, Thomas Kempis)

Rondwandelingen Moderne Devotie Deventer: vanaf 20 mei t/m 21 oktober | ‘De Moderne Devotie is een hervormingsbeweging geweest in de 14e en 15e eeuw en ontstond uit het gedachtegoed van Geert Grote (1340-1384). Groote wordt wel gezien als de grootste burger die Deventer heeft voortgebracht en wiens invloed zich tot op de dag van vandaag nog steeds doet gelden.’ (Geert Groote Huis – rondleiding met Museumkaart: € 2,25) – De stichting Geert Groote Huis is niet verbonden aan enige levensbeschouwelijke stroming en concentreert zich op de cultuurhistorische betekenis van de persoon Geert Groote en de waarde van zijn ideeën in onze tijd.

De Hanze Experience 2023: (15 april – 31 december) – De oude Mariakerk is het kloppend hart van het Hanzejaar in Deventer. De Hanze Experience voert je in een kwartier durend schouwspel mee over de IJssel, de levensader van Deventer en zet voet aan wal in middeleeuws Deventer. In de Experience ontdek je via indrukwekkende beeldprojecties, meeslepende muziek en boeiende verhalen de belangrijkste Hanze-historie van de stad: zo komen de handelsrelaties, jaarmarkten, culturele bloei, maar ook de religieuze aspecten van middeleeuws Deventer aanbod: Ook Geert Grote kom je daarin weer tegen.

Bronnen:
*
Hij zag het niet meer zitten in de kerk| Trouw | 10 juni 1996
*
‘In de kerk zie ik het niet zitten’ – Een poging tot herstel van het gesprek | J. Jonker | Kampen (Kok) | 1996
*
Het verguisde christendom- oorsprong en teloorgang van de vroegste ‘kerk’ | Jacob Slavenburg | Walburgpers, Zutphen | 2016 |
*
Moderne Devotie | KRO-NCRV
*
Erasmus | Sandra Langereis | De Bezige Bij | 2021
*
Leven van Geert Grote |  Kokboekencentrum Uitgevers Utrecht

Foto Museum Geert Grote Huis Deventer: PD (29 04 2023)

Zingevingscrisis biedt kansen

Hartverwarmend was het: de hoopgevende en positieve blik in de toekomst met journalist Wouter van Noort (NRC – ‘Future Affairs’). Hij doet prachtig verslag over de nieuwste wetenschappelijke ontdekkingen én zingeving. De Ongelooflijke Radio liet dat graag horen afgelopen zaterdagnacht.   

Het positieve geluid van Van Noort bestaat al een tijd in de vorm van de Nieuwsbrief van Future Affairs. Hierin word je op de hoogte gehouden van nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap. Van Noort verbindt wetenschap op heldere wijze met spiritualiteit. Voorzichtig laat de wetenschap zien dat er meer is tussen hemel en aarde. Zingeving en de toekomst verbinden zich.

In de woorden van Van Noort hoor je onmiskenbaar dat de zingevingscrisis waarin de wereld zich bevindt, wel degelijk kansen biedt. Crisis is kans. Van Noort veranderende van atheïst in agnost…


Wouter van Noort

In Het Ongelooflijke Café Carèl op de Janskerkhof in Utrecht sprak de journalist afgelopen zaterdagnacht begeesterd over hoe die nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen laten zien dat er méér is, samen met David Boogerd en theoloog Stefan Paas.  

Wouter van Noort heeft twee boeiende en populaire nieuwsbrieven met tienduizenden abonnees: ‘Future Affairs’ over de toekomst en ‘Transcend’ (Zingeving gezocht) over zingeving. Van Noort kijkt, leest, luistert en vraagt zoveel mogelijk over technologie, klimaatverandering, nieuwe manieren van leven en systeemtransformatie, en deelt die oogst elke zaterdagochtend.

De Ongelooflijke Podcast is al meer dan een jaar te beluisteren en sinds kort ook De Ongelooflijke Radio. Zij geven zin aan nieuwe ontwikkelingen, met uitzendingen over spiritualiteit, religie, filosofie, wetenschap en nog veel meer moois. 🦋

#129 – Ongelooflijke Café: Hoe nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen laten zien dat er méér is (met Wouter van Noort en Stefan Paas)

Foto Wouter van Noort: Twitter

Het staat in, nee, zo verstá ik de Bijbel

God schrok geweldig.Mon Dieu! Wat lees ik nou: De Bijbel als Gods enige en onfeilbare Woord staat niet alleen wereldvrede in de weg, maar frustreert ook een gezond vertrouwen in de mens en zijn mogelijkheden.” In toorn ontstoken las de Almachtige mee over mijn schouder. ‘Zo heb ik het nooit bedoeld!’ Het Opperwezen vl**kte nog nèt niet, al kan Gods toorn best heftig zijn, zeker dezer dagen.

‘Wie zijn standpunt verdedigt met ‘Het staat in de Bijbel’, zou moeten zeggen:
‘Zo verstá ik de Bijbel.’
(Dirk van de Glind)

‘Eh, beste Schepper,’ zei ik zo empathisch mogelijk, ‘je moet wel correct citeren, want het staat er nèt even anders. Er staat in die zin nog iets vóór, namelijk: ‘De overtuiging dat…’ ‘Hemeltje!,’ riep de Allerhoogste verbouwereerd uit, ‘trap ik zèlf in de val dat je Heilige Woorden verkeerd kan lezen.’ ‘Kan de beste overkomen,’ zei ik schertsend, ‘maar belangrijker is ze goed te verstáán, toch? En daar gaat juist dit artikel over.’ ‘Je hebt gelijk, laten we samen lezen, eh… verstáán.’

In dit zevende deel van de serie ‘Van geloven naar vertrouwen’ stelt Dirk van de Glind dat de overtuiging dat de Bijbel Gods enige en onfeilbare Woord is, niet alleen wereldvrede in de weg staat, maar ook een gezond vertrouwen in de mens en zijn mogelijkheden frustreert.’
(Volzin, januari 2023)

God had natuurlijk beter kunnen weten, want auteur Van de Glind was al in zijn boek Het lef om op te staan ervan overtuigd dat de Bijbel – die hij het ‘Oude Boek’ noemt – op iedere bladzijde tot waarachtige menselijkheid oproept. Het legt een onvoorwaardelijk geloof in onze menselijke mogelijkheden aan de dag en biedt een schat aan verhalen waarin het streven naar een zinvol bestaan het leidmotief is, maar…

‘… het laat ook met groot psychologisch inzicht zien hoe dat streven verwrongen kan raken. En hoe het tot mislukking en ellende kan leiden, zowel op het persoonlijke als op het maatschappelijke vlak. Van de Glind blaast in dit boek [Het lef om op te staan] het starre dogmatische stof van oude verhalen. Tegendraads, maar met compassie en humor laat hij Bijbelse figuren opstaan als mensen van vlees en bloed. Ze kijken de verraste lezer aan en dagen hem of haar uit het leven voluit te leven.’
(Uit: Het lef om op te staan)


In het artikel Van goddelijk dictaat naar menselijke oproep, in Volzin, zegt Van de Glind dan ook dat wie de Bijbel alleen verstaan kan binnen vooraf opgezette of opgelegde kaders, het risico loopt ‘dat zij slechts hoort wat zij horen wil en wat zij waarschijnlijk toch al wist. Maar op deze wijze is de Bijbel een afgod geworden, een buiksprekend gouden kalf: “Dit zegt God!”’

Wie zijn standpunt verdedigt met “Het staat in de Bijbel”, zou moeten zeggen: “Zo verstá ik de Bijbel.” Dat mag hoogmoedig lijken, maar het kan simpelweg niet anders omdat je nooit aan je eigen oordeel ontsnappen kunt. Wie zegt gehoorzaam te willen leven aan ‘het Woord van God’ kan dat immers alleen maar betekenisvol doen als het om een bewuste keuze gaat.’
(RvG)

Van de Glind haalt onder meer Socrates en Mozes aan. (‘Het is niet in de hemel(!), niet aan de overkant van de zee. Maar het is zeer dicht bij je, in je mond en in je hart’.) Ook een aantal keren vind je wijze citaten van Etty Hillesum (1914-1943), zoals:

Zo leven dus de mensen. Ze gebruiken de anderen om zichzelf van iets te laten overtuigen, waaraan ze in hun hart niet geloven. Je zoekt dan in de anderen een instrument om de eigen innerlijke stem te overschreeuwen. Als iedereen toch maar wat meer zou luisteren naar zijn eigen innerlijke stem, als iedereen zou proberen er een te laten opklinken in zichzelf, dan zou er een hoop chaos minder zijn.’
(Etty Hillesum)


Bijbels opvoeden

De Bijbel noemt Van de Glind ‘Het Oude Boek van Liefde’. Oud staat hier voor ‘wijs en eerbiedwaardig’ en Liefde is de liefde die hij ervaart als ‘de grond en het wezen van mijn humaniteit’. Religies ziet de auteur als menselijke pogingen te dealen met de grote vragen van het leven. Hij vindt dat we elkaar dus niet hoeven overtuigen van ons grote gelijk, en al helemaal niet te vuur en te zwaard. We kunnen open zijn naar elkaar in gelijkwaardigheid en van elkaar leren.

Op dezelfde manier zie ik de Bijbel als een boek van ménsen, waarin een grote rijkdom aan levenswijsheid, inzichten en vermoedens verzameld is. Ik ben de stem van liefde gaan verstaan die eruit opklinkt en ben de mensen dankbaar die eraan hebben gewerkt: de zieners en de dromers, de mensen die hunkerden naar gerechtigheid en wilden bouwen aan een betere wereld, degenen die het aandurfden te vertrouwen op de zachte krachten van liefde en mededogen.’
(RvG)

Bronnen:
* Van goddelijk dictaat naar menselijke oproep (Dirk van de Glind, Volzin)
* Het lef om op te staan: de bijbel zonder vrome praatjes (Dirk van de Glind)

Cartoon: 
Deel uit strip Anton Dingeman van Pieter Geenen, Trouw – 23 november 2021
Beeld gouden kalf: illustratie van een bijbelkaart gepubliceerd in 1901 door de Providence Lithograph Company (Wikipedia)
Foto Holy Bible: bijbelsopvoeden.nl

‘De denker is altijd religieus’

De denker is altijd religieus, omdat die niet kan denken op een filosofische manier zonder contact te hebben met het wonder van betekenis. Maar de denker kan heel goed denken, zonder gelovig te zijn in termen van een christelijke dogmatiek. – Met de zichzelf ‘in zekere zin’ als een gelovige beschouwende Denker des Vaderlands Paul van Tongeren, heeft Soφie een interview over ‘betekenis’ als kernwoord van de filosofie en de verhouding tussen filosofie en religie. ‘Het wonder van betekenis’ is het punt waarop religie en filosofie elkaar raken.

‘Een filosofische vraag is per definitie een vraag naar betekenis’
(Paul van Tongeren)

Het wonderlijke dat de werkelijkheid voor ons altijd al betekenisvol is, wordt in de religie uitgelegd in rituelen, praktijken, gebeden en theologische theorieën. Datzelfde wonderlijke gegeven wordt in de filosofie geuit en uitgelegd in de vragende houding. Wat is dat eigenlijk, ‘natuur’, of wat is nu eigenlijk ‘mens-zijn’ of ‘menswaardig zijn’. Die vragende en onderzoekende houding, dat is de filosofische houding ten opzichte van betekenis. Terwijl de aanbiddende, vererende cultiverende praktijk de religieuze uitwerking ervan is.’

Op de vraag wanneer de relatie tussen religie en filosofie problematisch wordt, zegt Van Tongeren dat het lastig wordt op het moment dat religie een heel bepaalde vorm krijgt, bijvoorbeeld de christelijke religie of de reformatorische interpretatie van het christendom.

Paul van Tongeren schreef Het wonder van betekenis, Hierin zegt hij dat een van de problemen van spreken over het wonder is dat het door die term onmiddellijk religieus gaat klinken.

Een wonder is nu eenmaal iets dat de wetenschap niet, of niet helemaal, kan verklaren. Ik vind dat niet zo erg trouwens, die religieuze bijklank. Het is zelfs een beetje mijn bedoeling die associatie te wekken. (…) Ik ga in tegen seculariserende stemmen die wat er nog van godsdienst rest in onze samenleving willen wegpoetsen, inclusief zelfs maar de herinnering eraan, alsof het de laatste restjes middeleeuwse achterlijkheid betreft. Zo van: dat hebben we nou gehad, nu kunnen eindelijk redelijk gaan denken.’
(Uit: Het wonder van betekenis)

De auteur gaat op zoek naar geluk en wijsheid. En zegt dat ons denken uitgedaagd wordt door het grootste wonder dat er is: dat er betekenis bestaat. Dat wij niet anders kunnen dan betekenis zien, horen, voelen, ruiken, kennen. Die betekenis is er niet zonder ons. Wat zou er überhaupt kunnen zijn zonder ons?

De filosoof hoeft niet zijn eigen geloofspraktijk tussen haakjes te zetten. Laat ik zeggen hoe het voor mij is: ik beschouw mijzelf in zekere zin als een gelovige. Ik kan niet anders dan zeggen ‘in zekere zin’, vanwege wat volgt. Dat zet ik niet tussen haakjes als ik denk. Maar dat neemt niet weg dat ik denkend kan zeggen: God is een naam die we geven aan een soort knooppunt van betekenis en betekenisgeving. Terwijl ik in de kerk een gebed kan uitspreken, waarin ik God zeg, maar dan op een andere manier’

Er is een zekere gespletenheid in mij, zegt Van Tongeren, als hij zichzelf een filosoof en ook een gelovige noemt. Niet omdat hij niet beide tegelijkertijd kan zijn, maar omdat hij een andere taal in de kerk spreekt dan achter zijn bureau.

Dat leidt tot het volgende soort paradoxale uitspraken: ik kan bidden tot God en tegelijkertijd zeggen dat ik helemaal niet weet wat dat betekent. Hoe ik die twee bij elkaar krijg? Daar heb ik eerlijk gezegd niet zoveel moeite mee.’

Als bepaalde betekenissen in onze cultuur zo sterk door een bepaalde religieuze praktijk gevormd zijn, dat we ze eigenlijk daarvan niet meer los kunnen maken – dankbaarheid bijvoorbeeld – dan dreigt er iets verloren te gaan, aldus de denker.

Niet de religieuze praktijk waarbinnen die betekenis gestaan heeft, maar die betekenisnotie zelf. Als wij de ervaring van dankbaarheid verliezen, omdat we die niet meer kunnen verstaan in termen van een bepaalde religie, dan ga ik niet die religie verdedigen, maar dan ga ik proberen de dankbaarheid te redden. Als filosoof probeer ik namelijk iedereen aan te spreken, niet alleen een religieus smaldeel.’


Friedrich Wilhelm Nietzsche

Over zijn relatie met het werk van Friedrich Nietzsche zegt Van Tongeren dat Nietzsche uitdrukkelijk het gevecht aangaat met religie, maar tegelijkertijd een merkwaardig soort van affiniteit met religie ziet. Hij houdt zich veel bezig met Also sprach Zarathustra. Dat werk ziet hij door en door verweven met religieuze en vooral Bijbelse literatuur.

In een ander werk, De antichrist, staat een lofzang op de Jezusfiguur. Tegelijkertijd is er een enorme haat. Natuurlijk geeft dat een spanning, maar dat is wat Nietzsche voor mij aantrekkelijk maakt. Het is iemand die je voortdurend weer wakker schudt, irriteert en prikkelt. Ik kan die spanning tussen Nietzsche en mijn religieus-zijn absoluut niet wegnemen. Maar daar heb ik ook helemaal geen behoefte aan. Dat hoort erbij.’

Bron: Betekenis als het hart van de filosofie (Soφie)
Beeld: Tim Dirven, Museum Leuven, De Morgen (B)
Beeld Nietzsche: Filosofie Magazine

Het wonder van betekenis | Marc van Dijk – Paul van Tongeren | Boom Filosofie | € 17,50 | E-book € 14,90

►Tip!
De Ongelooflijke Podcast 8 januari 2023, #122: ‘God is dood’, zei Nietzsche. Heeft hij een punt? – met Denker des Vaderlands Paul van Tongeren en theoloog Stefan Paas.

‘Horen wij nog niets van het gedruis der doodgravers die God begraven hebben? Ruiken wij nog niets van de goddelijke ontbinding? – ook goden raken in ontbinding! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!’
(Uit: GodenEnMensen: Friedrich Nietzsche, De dolle mens – vertaald door Pé Hawinkels)

Toch die blijvende zoektocht naar God

Oppergod Zeus krijgt zojuist de cijfers van statistiekenbureau CBS onder ogen. Ook zijn tempel Olympieion trekt minder gelovigen. Tegen Hera klaagt hij: ‘De zaak der goden staat er uiterst kritiek voor en het wordt op het scherp van de snede uitgevochten of wij in de toekomst nog eer behoren te ontvangen en de eregaven behouden die wij op aarde genieten, of dat wij volledig buiten spel behoren te staan, ja zelfs helemaal niet meer in het spel voorkomen.’

‘Toch lijkt het raadzaam zich in te voegen in een groter geheel, in een kerk,
wil men niet navelstarend door het leven gaan.’
(Daniël De Waele)

Daniël De Waele gaat (zonder mijn CBS-fantasie) ver terug in de (ideeën)geschiedenis en kijkt ook naar de toekomst in Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God. In dit boek dat in februari 2023 uitkomt, bezint hij zich op ‘de spannende vraag hoe de gelovige tot God kan naderen, hoe hij de gans Andere kan ontmoeten’.

Godenschemering van Daniël De Waele is een theologische cultuurgeschiedenis die de evolutie van het geloof in God uitdiept in de loop der tijd. Israël ontdekte in een polytheïstische wereld de Ene God, die door de tijd heen steeds humaner werd en dichterbij kwam. Hoe is het geloof na die grote stap geëvolueerd? Hoe past het verdampen van het geloof, dat uiteindelijk eindigde in de dood van God, in deze evolutie? En welke rol heeft het bestormen van de godenbeelden gespeeld? De Waele ontwaart naast deze geloofsevolutie een andere geschiedenis: een blijvende zoektocht naar de ene God.’
(Kokboekencentrum)

Steeds minder Nederlanders rekenen zich tot een religie of levensbeschouwing blijkt uit cijfers van CBS. Ik zie dat sommige media hieruit de verkeerde conclusie trekken dat het percentage gelovigen in Nederland verder is gedaald. Wel zijn er gelovigen die het instituut kerk minder bezoeken. God is echter overal en de manier om Hem te ervaren is niet echt meer in de kerk. Die gebouwen verdwijnen dan ook in rap tempo, de gelovigen niet.

W
aarom zouden mensen plots, of langzaamaan, het geloof in de goden opgeven, vraagt De Waele zich desondanks af. Alsof ook hij het aantal gelovigen alleen maar afleest uit kerkbezoek. Hoe kan het, dat wat mensen eeuwen en eeuwenlang als vanzelfsprekend hebben aangenomen, dat uiteindelijk toch gaan betwijfelen, is desalniettemin zijn onderzoeksvraag. 

Volgens William James, Amerikaans filosoof en psycholoog, moet het ontstaan van geloof in goden altijd van psychologische aard zijn geweest. Mensen ervoeren dat de goden leiding gaven, dat zij beschermden tegen boze machten, dat zij voor vruchtbare akkers zorgden, dat zij, kortom, in het algemeen zeer nuttig waren. Als dat in later tijd veranderde, als de goden gebeden niet verhoorden of zij niet langer beantwoordden aan ondertussen gewijzigde menselijke verwachtingen, zeden of idealen, geraakten die goden in onbruik.’

De auteur zegt dat zijn boek over de belangrijke ontwikkelingen verhaalt die zich in het godsgeloof hebben voorgedaan op de lange weg doorheen de geschiedenis waarin de mens met zijn God wandelde.

Het zijn vaak ingrijpende zaken, soms zijn het dramatische omwentelingen, die zonder dat we het beseffen, ons denken en geloven (als dat er nog is) hebben vormgegeven.’

Ook over de teloorgang van het heiligdom verhaalt dit boek, van wat millennia lang de ontmoetingsplaats is geweest tussen hemel en aarde. De auteur onderzoekt eveneens welke gebeurtenissen in de geschiedenis van Israël aanleiding hebben gegeven zich te beperken tot aanbidding van Jahwe alleen, en hoe Israël op de gedachte gekomen is dat er welbeschouwd toch maar één God bestaat. Een ander hoofdstuk vertelt over geweld en doodslag die door God worden bevolen:

Het feit echter dat de gelovige dit als probleem ervaart is opmerkelijk; het houdt een expliciete kritiek in op de Schrift, die toch juist voor de gelovige gezaghebbend is.’

Alles wat ons overkomt, wordt ons uit de liefderijke hand van God geschonken: zegen en straf, leven en dood, zegt de auteur. Het alternatief is een volstrekte willekeur in de gebeurtenissen van deze wereld:

Maar dat dingen zomaar, willekeurig gebeuren, dat wat je overkomt geen enkele betekenis heeft, wie kan dat verdragen?’

Drie hoofdstukken gaan specifiek over transformaties in het geloof van christenen. Ook beschrijft de auteur de Drie-eenheidsleer:

Dat is tegenwoordig geen erg populair gespreksonderwerp, maar dat is ooit anders geweest. In de 3e en 4e eeuw stortte menigeen zich in vurige controverses over hoe God precies in elkaar zat.’


Daniël De Waele

Vervolgens gaat Godenschemering in op hoe zich met name in Europa een evolutie heeft voltrokken van geloof naar ongeloof; hoe de evolutietheorieën van de Grieken en die van Darwin eruit zagen; en als God er niet meer was, wat is dan de betekenis geweest van religie in al die eeuwen die voorbij zijn gegaan; over de onvrede met het verdwijnen van God en de hunkering naar het geestelijke, naar mystiek; over mystiek buiten de kerk; over ‘onze eigen tijden’ en de hedendaagse gelovige:

Kort samengevat komt het erop neer dat die zelf wel zal uitmaken wat hij gelooft en hoe hij gelooft. Toch lijkt het raadzaam zich in te voegen in een groter geheel, in een kerk, wil men niet navelstarend door het leven gaan.
Tenslotte bezinnen we ons over de spannende vraag hoe de gelovige tot God kan naderen, hoe hij de gans Andere kan ontmoeten. Terwijl de vorige hoofdstukken vooral beschrijvend en informatief zijn, geef ik in dit laatste hoofdstuk ook mijn eigen, persoonlijke visie weer. Als gelovige.’

Bron: Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God (danieldewaele.com)

Godenschemering – De geschiedenis van ons geloof in God | Daniël De Waele | KokBoekencentrum | Verschijnt 9-2-2023 | 352 pagina’s | € 27,99 | E-book: € 14,99 | Dr. Daniël De Waele is leraar Protestantse Godsdienst en docent Nieuwe Testament aan het Hoger Instituut voor Protestantse Godsdienstwetenschappen (HIPGO) te Brussel. Daarnaast is hij lid van de Leerplancommissie voor Protestants Godsdienstonderwijs in Vlaanderen.

Beeld: Het beeld van Zeus (5e eeuw v.Chr.) stelde de Griekse oppergod voor, tronend op de berg Olympus. Het beeld stond in de Dorische tempel van Olympia, waar de oorspronkelijke Olympische Spelen werden gehouden ter ere van deze god. (wereldwonderen.com)

Beeld Daniël De Waele: Berne Media

‘De mens slaapt en als hij sterft ontwaakt hij’


Ibn Arabi

De twaalfde-eeuwse soefi Ibn Arabi is weg van deze uitspraak van profeet Mohammed: ‘De mens slaapt en als hij sterft ontwaakt hij.’ En Ibn Arabi doet er nog een schepje bovenop: mensen die in dat ene moment zijn blijven hangen zijn verveeld geraakt, versuft en in slaap gesukkeld. ‘Ze dromen in een droom.’ – Onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, Cornelis van Lit, expert op het gebied van de islamitische filosofie, heeft de afgelopen vier jaar gewerkt aan ‘de notie van verbeelding bij Ibn Arabi’.

 ‘Saaie tijd, fascinerend moment:
Ibn Arabi over fascinatie terugbrengen in je leven
(Utrecht Religie Forum, Universiteit Utrecht)

De mens slaapt en als hij sterft ontwaakt hij’. Dit doet mij ook denken aan het hindoeïsme. In de Vedische geschriften uit het oude India wordt heel intrigerend gesproken van ‘wakker worden’ in plaats van ‘doodgaan’. De Indiase schrijver, mysticus en wijsgeer Rabindranath Tagore (Nobelprijswinnaar voor de Literatuur 1913) zei: ‘De dood is niet het doven van het licht, maar het uitblazen van de lamp omdat de dag is aangebroken.’

‘Ze dromen in een droom.’
Ons ontworstelen aan aardse gedachtegangen en de rijkheid van Gods herschepping inzien is opwindend en werkelijk een ontwaking. We ontwaken dan uit de droom in een droom. Zo verwoordt Ibn Arabi dat het mystieke inzicht dat God elke keer weer alles herschept ook niet alles is! We dromen namelijk nog steeds, tot het moment dat we werkelijk ontwaken en de natuurlijke wereld voorgoed achter ons laten.’

Mystieke inzichten
Ibn Arabi (1165 – 1240) – ‘de grootste van alle moslimfilosofen – volgde mystieke inzichten op en smeedde ze daarna om in filosofische systemen. De soefi begon, zo vertelt Van Lit, met de observatie dat eigenlijk alles dat we in deze wereld kennen komt en vergaat. In die zin zijn de dingen om ons heen het ene moment bestaand en op een later moment niet-bestaand.

Daar bovenuit stijgend staat God, die altijd bestaat. Sterker nog, zo beredeneert Ibn Arabi afgaande op mystieke inzichten: God herschept de hele kosmos elke micro-seconde, elk miniem momentje, opnieuw. Dat we voort blijven bestaan is te danken aan de continue herscheppende goedheid van God.’


Taj Mahal

‘Vriend van God’
Ibn Arabi – op zijn ideeën is het ontwerp van de Taj Mahal, uit de 17e eeuw, gebaseerd – zinspeelt vaak op het verschil tussen mystiek en filosofie, ervaring en beredenering, gevoel en verstand, ook bij tijd. Dat God elk moment alles herschept is iets dat je aan moet voelen, vervolgt Van Lit de gedachtegangen van de soefi. Je kunt dat ervaren door God in gebed of meditatie te naderen, door een ‘vriend van God’ (wali Allah) te worden. Discrete tijd is dan ook waarneembaar voor mystici. Ben je echter alleen met je hoofd bezig en probeer je slechts te beredeneren, dan neem je aan dat tijd continu is.

Het idee van continue tijd wil Ibn Arabi niet per se afschieten als onzinnig. Toch wil hij de lezer uitdagen en noemt een interpretatie van tijd als continu saai, ontstaan uit verveling. De verveling zit hem erin, volgens Ibn Arabi, dat we als het ware blijven hangen in één zo’n moment dat God heeft geschapen.

Terwijl de schepping van God alweer vele malen voorbij is gekomen, denkt iemand die iets teveel op zijn verstand afgaat dat we nog steeds in dat ene, eerdere moment leven. Hij of zij verheft dat ene moment tot het enige moment. Daarmee gaat het inzicht verloren dat er nog zoveel meer momenten zijn, dat de schepping van God nog zoveel rijker is.’


Cornelis van Lit

Islamoloog Cornelis van Lit werkt aan de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de wisselwerking van filosofie, theologie en mystiek in de late middeleeuwen, onder andere bij Al-Ghazali, Suhrawardi en Ibn Arabi. Tevens heeft hij een voortrekkersrol in de integratie van digitale methoden en data analyses in de geesteswetenschappen.

Van Lit werkte van 2018 – 2022 aan de geschriften van de middeleeuwse soefi-denker Ibn Arabi en zijn commentatoren, met name aan hun notie van  alam al-mithal (beeldwereld) en, meer in het algemeen, hun denken over de functie van de verbeelding. Hij is gepatroneerd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Waarschijnlijk horen we binnenkort meer van hem over Ibn Arabi.

Bronnen:
* Saaie tijd, fascinerend moment: Ibn Arabi over fascinatie terugbrengen in je leven (Utrecht Religie Forum – Universiteit Utrecht)
* The Digital Orientalist

Gerelateerd:
* Al-Ghazali, inspiratiebron voor miljoenen moslims
* Doodgaan is wakker worden

Beeld: Ibn Arabi (teemtiquotes.com)
Beeld Taj Mahal: 6 maart 2004 (Dhirad, commons wikimedia)
Beeld Cornelis van Lit: digitalorientalist.com

Godsgeloof staat haaks op complotdenken

Het onvermijdelijke loslaten van ‘kinderlijke’ geloofssystemen voert ons door een geestelijke leegheid die zijn weerga niet kent. En daarin kan de grootste gekkigheid, van religieus gedachtegoed tot waanzinnige complotgedachten, aantrekkelijk worden. – Niks geloven, alleen jezelf nog overhouden, dat blijkt geen doen. Maar in dat geestelijke vacuüm kan ook iets verrassend nieuws ontstaan, vindt predikant Herman Koetsveld. Hij reageert op schrijver Paul de Bont die geloven beschouwt als complotdenken. Ook de theologen Rik Peels en Kees van der Kooi zijn kritisch.

‘Het geloof in een complot is niet meer of minder geloofwaardig
dan elk ander geloof’
(Paul de Bont)

Geloven in een complot
Schrijver Paul de Bont veronderstelt dat geloven in God gelijk staat aan geloven in een complot. ‘Een complottheorie probeert een verklaring voor de werkelijkheid te geven, gebaseerd op de overtuiging dat er meer is dan gewone mensen kunnen waarnemen’:

Achter de dingen die gebeuren zou iets groters bestaan dat onze wereld beïnvloedt en zelfs beheerst. Onze wereld is een schijnwereld, wij gewone mensen zijn slechts marionetten in de handen van grotere machten, zoals reptielen of IT-miljonairs. Een complottheorie is een onbewijsbaar geloof in een werkelijkheid die de mens en de wereld regeert.’
(De Bont)

Verschil complotdenken en Godsgeloof
T
heologen Rik Peels en Kees van der Kooi vinden dat Bonts gedachtegangen over complottheorieën ontsporen. Een complottheorie vereist volgens hen geloof in een complot, dat wil zeggen een geheime samenzwering van meerdere personen die – en dat is het tweede – kwaad willen, zoals het knechten van gewone burgers. Beide elementen vinden de theologen echter evident afwezig in de grote godsdiensten. Ze tonen het verschil tussen complotdenken en Godsgeloof:

COMPLOTDENKEN
Antisemitische Protocollen van de wijzen van Sion-theorieën, Great Reset opvattingen, QAnon, en de reptielentheorie van David Icke en tegenwoordig Thierry Baudet. Wat hebben die opgeleverd? Polarisatie, gezondheidsschade, racisme en geweld.’

GODSGELOOF
Godsgeloof heeft mensen direct geïnspireerd tot het bouwen van ziekenhuizen, het stichten van universiteiten, zorg voor de armen, weergaloze muziek, het bouwen van kathedralen en het formuleren van mensenrechten. Dat vloeide rechtstreeks voort uit het plot van hun grote verhaal.’
(Peels en Van der Kooi)

Overeenkomst complotdenken en Godsgeloof
D
e Bont lijkt wel onbekend met religie, stellen Peels en Van der Kooi. Ze vragen zich af of het een seculier vooroordeel is om alles dat anders is of denkt over één kam te scheren.

In dat geval kan De Bont wellicht het beste doen wat we zelf voorschrijven als het om complotdenken gaat: niet demoniseren maar in gesprek gaan. Zo hebben we toch nog een overeenkomst tussen complotdenken en Godsgeloof gevonden.’
(Peels en Van der Kooi)

Geen angst en haat, maar geloof, hoop en liefde
W
at critici als De Bont volledig missen, aldus de theologen, is dat Godsgeloof, in tegenstelling tot complotdenken, een repertoire biedt om je in te zetten voor een betere wereld.

Zo zegt het christendom dat onze medemens naar Gods beeld (imago Dei) gemaakt is, dat we allemaal gebrekkig zijn en verlossing nodig hebben en dat de grootste invloed in deze wereld van God komt en daarmee goed is. De grondtoon is geloof, hoop en liefde, geen angst en haat.’
(Peels en Van der Kooi)

Verbeelding van alle menselijke levenservaringen
Het ‘zalige inzicht dat de geloofsverhalen’ waarmee Herman Koetsveld is opgevoed ‘niet waar zijn omdat zij in historisch zin zo gebeurd zouden zijn – daar weten we op de keper beschouwd inderdaad maar bar weinig van’.
Maar ze zijn waar, zegt hij, omdat ze de verbeelding zijn van wat in ieders mensenleven kan gebeuren. Hier en nu dus. De ontdekking ‘de Bijbel te lezen als een groots boek, gevuld met de verbeelding van alle menselijke levenservaringen tezamen, over telkens ondervonden kracht van vertrouwen, hoop en liefde, maakt niet superieur, maar dankbaar en hoopvol’.

Het verhaal van Jezus die bij storm en in het duister van de nacht over het water tot zijn leerlingen komt, wordt losgezongen van elke ‘complotgedachte’ als begrepen wordt dat de symboliek ervan één op één verbonden is met de grote thema’s van ons leven, waarin zoveel stormt, zo veel duister is en dus zoveel angst is. En dan daarbij te weten dat de ‘zee’ het beeld is van de grondeloosheid van ons bestaan.’
(Koetsveld)

Bronnen:
* Religie is meer dan een kinderlijk geloof in een onzichtbaar opperwezen
* Geloven in God heeft veel weg van geloven in een complot
* Complotdenkers lijken niet op gelovigen: ze geloven namelijk in een samenzwering


Foto: Suzanne Tucker (Shutterstock) ‘Jongen met aluminium hoedje, ook wel autohoedje genaamd. Sommige mensen dragen hoofddeksels van aluminium om zich te beschermen tegen schadelijk geachte invloeden zoals elektromagnetische velden of telepathie’. (de Volkskrant 2016)
Cartoon: arnulf.be (Tertio)