Religie vriend of vijand van progressieve en groene politiek?



Naar aanleiding van de interviewbundel Green values, religion and secularism, van theoloog en historicus Erica Meijers stelt politicoloog Theo Brand dat voor humanisten individuele vrijheid tegenover ‘boosaardige religies’ bijna een fixatie is geworden. ‘De werkelijkheid is weerbarstig en het antwoord veelkleurig, zo blijkt. GroenLinks schiet niet in een kramp en gaat voorbij de religiestress. Een lichtend en humanitair voorbeeld voor progressief Nederland.’ 

Wie het boek ‘Green values, religion and secularism’ leest, beseft dat er veel levensbeschouwelijke inspiratiebronnen zijn die vrede en vooruitgang bewerkstelligen en dat juist dialoog en ruimte voor levensbeschouwelijke verschillen tussen mensen, hier ook voorwaarden voor zijn. Het zou goed zijn als na GroenLinks ook het georganiseerde humanisme in 2016 de religiestress voorbij gaat. Het komt de humaniteit ten goede.’

Brand stelt dat waar humanisten in de jaren zeventig en tachtig in Nederland bezig waren met maatschappelijke thema’s zoals de wapenwedloop en sociale gerechtigheid, nu individuele vrijheid tegenover ‘boosaardige religies’ bijna een fixatie is geworden.

Zoals vroeger humanisten en vooruitstrevende gelovigen zij aan zij stonden in de strijd tegen kruisraketten en armoede, zouden zij zich vandaag samen sterk kunnen maken voor duurzaamheid, gelijke kansen, een stevige publieke sector, interreligieuze en interculturele dialoog en mensenrechten.’

Brand kan zich moeilijk neerleggen bij het feit dat islamofobie en religiestress gehoor vinden in links-liberale kringen.

De islam deugt niet en eigenlijk is alle godsdienst schijnheilig of achterlijk. Dat is vaak de teneur. Maar hoe vruchtbaar en productief is dit standpunt? Wat versta je onder religie en welke verschijningsvormen zijn er? Is de sociale werkelijkheid niet veel te complex om algemeen geldende uitspraken over religie te kunnen doen?’

ericameijers

In de interviewbundel Green values, religion and secularism is Erica Meijers (foto: GL) van Bureau de Helling – het wetenschappelijk bureau van GroenLinks – samen met een Europese collega erin geslaagd het thema ‘religie’ op een evenwichtige manier te agenderen binnen GroenLinks en de andere groene partijen in Europa. Het boek is de start van een samenwerkingsproject van zes wetenschappelijke bureaus van verschillende Europese groene partijen over religie en groene partijen.

Groene politici van Ierland tot Turkije met uiteenlopende achtergronden – zowel atheïstisch als religieus – laten vanuit een persoonlijk en maatschappelijk perspectief hun licht schijnen op religie als maatschappelijke en politieke factor.’

Wat Meijers opgevallen is dat er in de groene partijen niet echt rabiate fundamentalistische gelovigen zitten, maar ook geen rabiate atheïsten.

Zelfs de duidelijk seculieren zoeken toch naar een antwoord op de vraag hoe je omgaat met pluraliteit met respect voor iedereen.’

Zie:
GroenLinks, religiestress en humaniteit
Enkel de fundamentalistische vorm van religie krijgt aandacht

Green values, religion and secularism | € 14,95 | In this publication, Green politicians from different European contexts reflect on the way their own religious or secular values influence their political attitude; the role of religion in the public forum; conflicts between fundamental rights, such as the freedom of religion and the principle of sexual and gender equality; the role of Islam in Europe and the question whether religion is a source of inspiration or an obstacle for Green politics. 

In the last decades, the relationship between religion and modern society has shifted. As a consequence, there have been fierce debates on issues such as ritual slaughtering, homosexual teachers in schools, the wearing of the headscarf in public institutions and the relationship between Islam and terrorism. 
Although Green parties often have an uneasy relationship to religion, the debate about values, religious or secular, cannot be escaped within a Europe haunted by many different crises at the same time. This publication is an invitation to work towards a more coherent debate within the Greens on the changing role of religion in society.

Update 11 12 2024 (Lay-out, links)

Liberaal christendom niet echt liberaal

liberaalchristendom

‘Een liberale theologie is een theologie die onorthodox, open, vrijmoedig, vrijzinnig of modern is, of vooral op zo’n manier de christelijke traditie interpreteert.’ Zo begint het voorwoord van het boek Liberaal christendom, onder redactie van Rick Benjamins, Jan Offringa en Wouter Slob. Zij willen een ruimdenkende, niet-dogmatische vorm van christendom delen, die zonder opdringerigheid het belang van christelijk geloof wil uitspreken.

De auteurs in dit boek zijn opgegroeid in heel verschillende kerken of gemeenten, die orthodox, midden-orthodox of vrijzinnig hervormd waren, gereformeerd of evangelisch. Het liberale blijft dan ook beperkt tot het christelijk liberale. Terecht luidt nu al de kritiek dat er geen woord gewijd wordt aan de islam of aan de uitdaging om het christelijk perspectief te hanteren in een multiculturele en multireligieuze omgeving.

Toch zeggen de auteurs dat Liberaal christendom laat zien dat er meer is tussen óf orthodox geloven óf niet geloven. Het laat echter alleen maar zien hoe we vandaag de dag van God kunnen spreken, met de Bijbel kunnen omgaan en vanuit christelijke inspiratie kunnen leven.

De drie bestempelen zichzelf als liberale theologen. Wat dat betekent, vertellen ze, is dat ze een ruimdenkende, creatieve, niet-dogmatische vorm van christendom voor ogen hebben.’ (Trouw)

Evenwel luidt een andere kritiek dat het dogmatisch perspectief domineert. Niet in de zin van dwingende doctrine, maar omdat veel artikelen gaan over de geloofsleer en weinig over de geloofspraktijk.

Geen enkele aandacht voor oecumene, noch voor missionair kerk-zijn in een geseculariseerde context, laat staan voor de nieuwe religieuzen. De klimaatcrisis komt even voorbij, maar in de krap twee pagina’s die daar aan worden gewijd is nog geen begin te bespeuren van een theologische doordenking van het begrip duurzaamheid, of een theologische visie op de economie.’ (NieuwWij)

En zo klinkt de kreet ‘Hou toch eens op met de tegenstelling dat je óf gelovig bent óf seculier!’ die de drie eindredacteuren in Trouw uitroepen nogal vreemd. Het doet me denken aan cabaretier Fons Jansen die ooit in een conference zei: ‘Wees oecumenisch, maar doe het wel in de Jozefkerk!’. Nu dus ook weer: ‘Wees liberaal, maar dan wel christelijk’. Wat betekent dat voor seculieren? Moeten zij christelijk seculier worden? Seculier vanuit christelijke inspiratie?

Hou toch eens op met de tegenstelling dat je of gelovig bent – het liefst orthodox – of seculier! Er is niet een simpele keus tussen of een theïstisch godsbeeld of het seculiere niks. Zowel binnen als buiten de kerk wordt naar tussenvormen gezocht. Daaraan doen wij van harte mee. We hebben duidelijk afstand genomen van het theïsme, maar we zijn niet doorgeslagen in de seculariteit.’ (Trouw)

Niet doorgeslagen in de seculariteit. Toch lijken de schrijvers van het boek op weg naar het humanisme. Misschien is dat het ware liberale christendom? Geloven voorbij God luidt overduidelijk de titel van het artikel in Trouw.

Offringa: ‘Het gaat erom echt mens te worden.’ Ik hoor eigenlijk humanisten. Benjamins: ‘Christelijk humanisme. We staan in de traditie van Erasmus.’ Offringa: ‘Wij zijn vanuit het christendom geïnspireerd tot het humanisme.’ (Trouw)

Liberaal christendom | Auteurs: Jan Offringa, Rick Benjamins, Wouter Slob | Uitgeverij Skandalon | ISBN 9789492183217 | 240 pag. | € 21,95
Rick Benjamins is docent dogmatiek (PThU) en en bijzonder hoogleraar vrijzinnige theologie vanwege de VVP (RuG); Jan Offringa theoloog en predikant; Wouter Slob bijzonder hoogleraar vanwege de Stichting Bijzondere Leerstoel Protestantse ­Theologie op de leerstoel ‘Protestantse Kerk, Theologie en Cultuur’.

Zie:
Recensie van ‘Liberaal christendom’ (NieuwWij)
Geloven voorbij God (Trouw – Blendle)
Liberaal christendom (Inkijkexemplaar)

Gerelateerd: Remonstrantse God niet echt vrijzinnig

Remonstrantse God niet echt vrijzinnig

Mijn-God-laat-zich-niet-kennen
‘Ook hechten we aan voortschrijdend inzicht. Je zou dat geestelijke souplesse kunnen noemen. God laat zich niet vangen in woorden, kerken en geloofsbelijdenissen,’ zeggen de remonstranten. Toch hebben ze een geloofsbelijdenis. Zelfs in meerdere talen verkrijgbaar. Volgens Stijn Fens, gisteren in Trouw, kan je met de remonstranten alle kanten op.

Met andere woorden: met de God van de remonstranten kun je alle kanten op. Nu is vrijzinnigheid een groot goed, maar te veel geestelijke souplesse kan problematisch worden. Als je alles maar gelooft, geloof je op een gegeven moment niets meer.’ (Fens)

De remonstranten geloven – hoewel vrijzinnig – echter niet alles, maar weten zich een deel van de kerk van Christus, zoals in de Grondslagen staat. En ze hebben dus wel degelijk een geloofsbelijdenis, waarin ze tot uiting brengen wat hun geloof bezielt, verenigt en roept.

‘Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust. Hij had de mensen lief en werd gekruisigd maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij. Hij is ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed en brengt ons Gods eeuwige liefde nabij.’ (remonstranten.nl)

Fens heeft geen gelijk als hij zegt dat je met de remonstranten alle kanten uit kunt. Remonstranten zijn immers geworteld in het evangelie van Jezus Christus, zoals ze zelf zeggen. Dat is duidelijk maar één kant. God beperkt zich blijkbaar tot hen die in Jezus Christus geloven. Het ondubbelzinnige dogma van de remonstranten.

En een dogma hier en daar (houden remonstranten ook niet van) geeft het huis van de Heer enige stevigheid. Tenslotte is het dan een kwestie van je overgeven aan de Eeuwige, maar ook dat zie ik die remonstranten dus niet snel doen. Ze zien eruit als zelfbewuste gelovigen die vinden dat zij volledig naar eigen eer en geweten hun geloof moeten kunnen invullen. (Fens)

Misschien wordt het tijd dat er een keer een echt vrijzinnig kerkgenootschap opstaat dat zich niet beperkt tot een christelijke God, of welke dan ook, maar getuigt van een Eeuwige voor alle mensen, voor de hele wereld. Met een seminarium waarin een theologie God niet langer christelijk verklaart, of joods of islamitisch, maar wereldomvattend. Een God die er alleen maar is voor de christenen kan je geen God noemen, want God kan alleen maar God zijn als hij er voor iedereen is. Anders is hij geen God maar een deelgodje.

Remonstranten vormen een christelijke kerk. Het geloof van remonstranten geworteld in het Evangelie van Jezus Christus. Heb God en je naaste lief. Dat is de kern van de boodschap van Jezus die we met elkaar levend houden.’ (remonstranten.nl) 

De rector van het remonstrants seminarie, Tjaard Barnard, zegt dat zijn helper de God is die alles heeft gemaakt. Klopt. Niet alleen de remonstranten, maar alle mensen. We komen bovendien allemaal voort uit de oerknal, zeggen de remonstranten ook nog.

Zie: Met mijn God kun je alle kanten op (Blendle, Trouw)

Meer harmonie tussen geloof en wetenschap dan velen erkennen

jezusversusdarwin

‘Wetenschap ontleent haar krediet grotendeels aan haar vermogen om tal van levensbeschouwelijke stromingen en groeperingen, inclusief godsdienstige, te verenigen rondom gemeenschappelijke cognitieve aanspraken.’ – Aldus prof. dr. Gijsbert van den Brink in zijn rede over conflict en consonantie tussen geloof en wetenschap, waarover Geloof & Wetenschap verslag doet.

Van den Brink gaf in zijn openbare college een overzicht van drie verschillende modellen die gehanteerd worden om de relatie tussen geloof en wetenschap te beschrijven. Het conflictmodel is buiten de academische wereld, en vooral in de pers, zeer populair. Wetenschap neemt in dit model langzaam maar zeker de plek van religie. Maar het conflictmodel wordt in het academisch debat nauwelijks serieus genomen.’ (G&W)

Van den Brink spreekt dan ook van een conflict-mythe, wat voor hem overigens niet betekent dat geloof en wetenschap in harmonie zijn, want botsingen zijn er wel degelijk.

Wetenschap levert geen Godsbewijs, maar is ook niet in strijd met het bestaan van God, aldus Van den Brink. ‘De wetenschap kan wel vragen oproepen, bijvoorbeeld door de wreedheid van evolutie, die volgens sommigen betekent dat er een wrede god is, of louter toeval en dus helemaal geen god.’ Die vragen moeten worden onderzocht: ‘En daarbij zijn de traditionele leer en Bijbelinterpretaties niet boven kritiek verheven.’ Van den Brink wijst erop dat de statische aarde in het centrum van het universum uiteindelijk ook is opgegeven door de kerk. Hoewel Voetius hier nog aan vast hield, hebben zijn opvolgers geaccepteerd dat de aarde om de zon draait.’ (G&W)

Binnen het consonantiemodel zijn er volgens Van den Brink ‘harmonieën’ en ‘dissonanten’, en waar dissonanten optreden is een oplossing nodig. Dat is niet erg, want juist op punten van dissonantie – waar twee kennisaanspraken botsen – ontstaan constructieve en creatieve ideeën.

Harmonie is daarbij geen gegeven, maar een doel waarnaar wordt gestreefd.’ Een basis voor dit model is de observatie dat wetenschap ‘consoneert’ met tal van religies. ‘De wetenschap weet mensen uit verschillende religies aan zich te binden, zij accepteren de wetenschap.’ (G&W)

Volgens de Vrije Universiteit Amsterdam adviseert Van den Brink in tijden van toenemende levensbeschouwelijke spanningen én groeiende wetenschapsscepsis de consonantie te koesteren.

Daar waar sprake is van dissonantie tussen geloof en wetenschap, komt het er intussen op aan deze productief te maken, door alert te zijn op grensoverschrijdingen van beide zijden en – voor de theologie – door geconsolideerde wetenschappelijke kennis vanuit de eigen bronnen in een verhelderend zingevend kader te plaatsen.’ (VU) 

Zie:
Meer consonantie tussen geloof en wetenschap dan gedacht
Hoogleraar theologie en wetenschap op zoek naar consonantie

Update 30-12-2015:
De oratie van Gijsbert van den Brink is HIER te vinden.

Ilustr:
Gatomagenta

De werkelijkheid religieus benaderen voor een rechtvaardige wereld

Wereldhanden
‘We willen een rechtvaardige wereld; en dus moeten we doen wat we kunnen: daarom benaderen we de werkelijkheid religieus. We ontdekken de metafysische en bovennatuurlijke aspecten van de werkelijkheid. Gelukkig: dan hebben we naast wetenschap nog andere ijzers in het vuur op weg naar onze ideale wereld.’ Aldus docent filosofie Jan-Auke Riemersma in een discussie met enkele trollen op het wereldwijde web. Want als we het aan de atheïstische humanist moeten overlaten…

Als we moeten wachten tot de atheïstische humanist de wereld een grammetje idealer heeft weten te maken, dan kunnen we alle hoop wel laten varen: met zulke mensen en hun kortzichtige visie blijft ’t aanmodderen.’

Volgens Riemersma is de architectuur van onze kennis toegesneden op het gebruik door de mens (en ’t dier) en zijn wij niet in staat om de werkelijkheid naar waarheid te vormen.

Ons brein manipuleert de waarneming krachtig: we krijgen een veel te eenvoudig beeld van de werkelijkheid voorgeschoteld. Het maakt ’t brein niet zoveel uit of je de waarheid ziet, zolang je je kennis maar zo ordent dat er op elk ogenblik een goede en adequate handeling op gebaseerd kan worden.’

Riemersma vraagt zich af wat we doen als we ontdekken dat onze grote idealen (een rechtvaardige wereld, een wereld zonder lijden) niet zullen worden verwezenlijkt door wetenschap, kunst en filosofie.

Dan onderzoekt men de werkelijkheid op hogere waarden. Wie dat niet doet is dom: die is als een gevangene die wel ontsnappen wil, maar bepaalde ontsnappingsroutes niet wil bespreken.’

Bovendien, zo vervolgt de filosoof, als ons brein ons een veel te eenvoudig beeld van de wereld voorspiegelt, dan mogen we verwachten dat de werkelijkheid zelf van een geheel andere orde is. Volgens hem zijn we op de wereld om te handelen, om te doen, om iets te bereiken en dus maken we gebruik van de gehele werkelijkheid, ook van het bovennatuurlijke domein.

Het spreekt voor zich dat deze metafysische wereld (het bovennatuurlijke of transcendente domein van de werkelijkheid) zich voornamelijk slechts conceptueel laat onderzoeken (maar sluit de religieuze ervaring niet op voorhand uit). Maar dat is werkelijk geen bezwaar. De wereld is nu eenmaal veel ‘geheimzinniger’ (maar dus ook: beloftevoller) dan de moderne, door al te lang verblijf in ’t benauwde laboratorium afgestompte wetenschapper ons wil doen geloven.’

Riemersma noemt het ironisch dat veel domoren niets zien in religie is omdat ze een verkeerd beeld van de mens en de menselijke evolutie hebben. 

We bezien de wereld ook in kleine, logische brokjes. Zodat we er iets mee kunnen aanvangen. Meer niet. En als ik wat kan aanvangen met ’t inzicht dat er een bovennatuurlijke werkelijkheid is, waarom zou ik dat dan nalaten? Inzichten zijn er om te gebruiken, om er iets mee te doen.’

Dit maakt ons volgens de filosoof in de eerste plaats tot ethische wezens die voortdurend ‘waarden’ tegen elkaar afwegen. Hij vindt het daarom te verdedigen dat wij leven in een ethische werkelijkheid, eerder dan in een door en door natuurlijke werkelijkheid.

Wij móeten handelen en zijn zo gebouwd dat we niet anders kunnen dan voortdurend laten zien of we het goede willen of het slechte. Vandaar dat sommige verstandige mensen zeggen: religie moet je doen – een goede theoloog wast de voeten van de armen, maar blijft niet eeuwig kleven achter zijn werktafel.’

Kortom, zo besluit Riemersma zijn betoog, een verstandig mens opent zijn ogen en richt zijn blik op het bovennatuurlijke.  (Ik vond deze reactie – die ik deels weergeef – van de docent filosofie in een discussie naar aanleiding van een artikel bij Geloof & Wetenschap van een hoogleraar theologie en wetenschap die naar consonantie zoekt, een te mooi pareltje om het in de krochten van internet te laten verzwijnen.)

Zie: Hoogleraar theologie en wetenschap zoekt naar consonantie

Illustr: Kunst Foto’s Haarlem (haarlem.nederland-web.nl)