Zoektocht naar God vindt stralend middelpunt

labyrintChartresKatehdraalmlivecom

‘In Het kruislabyrint wordt geen enkele vraag uit de weg gegaan. Of het nu gaat om het geloof in de Schepper versus evolutionisme of om de vraag of de religies van de mensheid inclusief het christelijk geloof wellicht berusten op collectieve psychose.’ Dr. Wim Dekker zei dit bij de presentatie van dit vorige maand verschenen boek van André F. Troost, waarin Max Thomassen op de valreep van zijn emeritaat wordt bestormd door diverse theologische vragen. In dit boek gaat het – ondanks verhalende aspecten – vooral om de theologische inhoud.

De titel van dit boek is veelzeggend. De zoektocht naar God is niet een telkens doodlopende route door een duister doolhof, ook al lijkt dat soms zo te zijn. De zoektocht naar God lijkt veel meer op een labyrint, waarin men wel lijkt te verdwalen, maar waarin je in feite via tientallen omwegen geleid wordt naar een stralend middelpunt.’ (Uit: Het kruislabyrint)

Volgens Dekker kan in de vele dialogen, die in het boek voorkomen, ieder die weleens diepe twijfel koestert aangaande het hele gebouw van de christelijke waarheden wel ergens zichzelf terug vinden, en nergens wordt hij dan gelijk weer afgeserveerd met een christelijk apologetisch argument.

Een simpel boek is het niet geworden: het is geschreven voor lezers met een royale belangstelling voor theologie. In elk geval worden kritische kwesties, opborrelend na lezing van de Bijbel, niet met een vrome verfkwast vlotjes weggesausd.’ (Dekker)


Ik zag het opeens allemaal weer voor me: de verslagen die ik opdiepte uit mijn archiefdozen, de herinneringen aan al die uiteenlopende vormen van religie; de tempels voor de vele goden van de hindoes in Nepal, het heiligdom van Boeddha in Kathmandu, de portretten van de ayatollahs in Teheran, de moskee annex synagoge in Hebron, de woestijn rond Beersheba, de Sint Pieter in Rome, de Wartburg in Eisenach, de Amish People in de omgeving van Washington, de Marble Collegiate Church van Norman Vincent Peale … Het duizelde me. Hoe kan een mens zich een weg banen in dit oerwoud van religies, kerken en geestelijke stromingen? Om van die ingewikkelde uitspraken over de Drie-eenheid tijdens de synodes in Nicea en Constantinopel maar te zwijgen. Hoe vindt een mens in dit doolhof God?’ (Uit: De godenzoon – in: Het Kruislabyrint)


andretroostMet de verbindende verhaallijn wil hij niet verdoezelen dat het in feite gaat om exegetische en dogmatische knelpunten, zegt André F. Troost (foto: cover boek) in het voorwoord van zijn boek.

Het romantische aspect is een poging te voorkomen dat een puur theologisch betoog zou verzanden in een woestijn van dorre theorie. Per slot van rekening gaat het hier wel om theologische beslissingen die wereldwijd geleid hebben tot kloven vol haat, oorlogen en terreur, tot op de dag van heden.’ (Troost)


Sam keek me even aan om na te gaan of ik zijn verhaal nog wel volgde. Blijkbaar had hij er wel vertrouwen in, want al gauw vervolgde hij zijn Bijbelles. ‘Daar komt nog iets bij, Max. Het is nog maar de vraag of Johannes 10:33 wel goed vertaald is. ‘U beweert dat u God bent’. Maar staat dat er eigenlijk wel? Vanuit het Grieks kun je ook vertalen: ‘U beweert dat u een god bent’.’ ‘Een god? Sam, wat mankeer je toch?’ ‘Rustig blijven, Max. Weet je wel wat de Luthervertaling van 1545 hier heeft? Houd je vast: ‘und machest dich selbs einen Gott’. Einen Gott!’ (Uit: De sleutel – in: Het kruislabyrint)


Ook zegt Troost dat, theologisch gezien, dit boek draait om de vraag of de klassieke leer van de Drie-eenheid (Vader, Zoon en heilige Geest) niet onnodig frustrerend is in het onderling gesprek van de drie grote monotheïstische godsdiensten: jodendom, christendom en islam.

In een wereld vol religieus getint terrorisme is bezinning vanuit een theologische invalshoek geen overbodige luxe…’ (Troost)

HetkruislabyrintSoms wordt het zelfs zo spannend, volgens Dekker, dat hij zich afvraagt of de schrijver zelf nog grond onder de voeten overhoudt, en uiteindelijk blijkt dat wel zo te zijn, maar niet gevoel en verstand geven dan de doorslag, doch de wil.

Eigenlijk zijn het twee boeken in één. Het ene boek gaat over geloven de twijfel te boven in de diepste zin van het woord. Het andere boek zoomt in op een punt, waar bij de schrijver ooit twijfel zich diep vastzette: Is Jezus wel de Zoon van God?’ (Dekker)

Dekker is wel bang dat de schrijver zijn hand overspeelt wanneer er tegelijk herhaaldelijk een pleidooi gevoerd wordt om het God-zijn van Jezus als het grote struikelblok tussen de drie monotheïstische religies op te ruimen: omdat hier nog heel veel meer vragen aan vastzitten. Hij vindt wel dat het God zijn van Jezus na alle plussen en minnen nog behoorlijk overeind blijft. Meer dan het jodendom kan verdragen, vreest hij en zeker meer dan de Islam dat kan en nodig acht.

Zie:

  • Ons gevoel en ons verstand …
  • Het kruislabyrint | ISBN paperback 978 90 239 2889 8 | ISBN e-book 978 90 239 2890 4 | NUR 703 |  20 10 2017 | © Uitgeverij Boekencentrum, Utrecht | € 20,00 | E-book: € 9,99  | ‘Dit boek is een mengeling van feit en fictie – een Bijbelstudie, omlijst door een geromantiseerd tafereel: de laatste werkweek van een bijna emeritus predikant in zijn kleine gemeente aan de kust. Wie meent in dit boek iemand te herkennen, vergist zich. Dat neemt niet weg dat de hoofdrolspeler in dit boek en ondergetekende wel wat op elkaar lijken … Hoe dan ook, de belangrijkste geloofsworsteling die in dit boek beschreven wordt, is volledig authentiek. De kernvraag in dit boek was jarenlang ook de mijne: hoe kan Jezus God zijn?’ (Troost)

Beeld:  Labyrint in de kathedraal van Chartres, Frankrijk (mlive.com)

Nadat God ons had bedacht …

SalvatorMuniLeonarddaVinci

… hebben wij dankbaar toch maar God bedacht, zei ooit oud-journalist-dichter Gerard van den Boomen. God de projectie van mijn verlangen? ‘Ja,’ zei de beroemde psychiater Piet Kuiper, ‘omdat hij mij zó geschapen heeft’. Theoloog Huub Oosterhuis, initiatiefnemer van De Nieuwe Liefde, in Amsterdam, verwees naar deze uitspraken in de Titus Brandsmalezing 2017. ‘In de grote leegte van het niets weten over God, hier beneden, begint de Bijbel en schrijft over een God hoog boven’.

De ontdekking dat de Bijbel een boek-van-beneden is, door generaties mensen ‘bedacht’, heeft mij niet van God afgebracht.’

Oosterhuis zei geleerd te hebben, van joodse leermeesters met name, de talloze nog altijd gangbare interpretaties van dat grote verhaal te wantrouwen en vervolgens hun aanspraak op leergezag en laatste waarheid te verwerpen.

Ik doel op alle theologische tradities sinds het concilie van Nicea in 325 en alle kerkelijke leer die tot op vandaag in het credo van Nicea gegrondvest is – in die ingenieuze tekst met zijn politiek geladen Jezus-definitie ‘God van god, licht van licht, ware god van ware god, geboren niet-gemaakt, één in wezen met de Vader’.’

De theoloog denkt dat er veel van het christelijke geloof wordt afgevallen, omdat het grote Bijbelse verhaal in dit soort dogmatische oneliners wordt samengevat, èn omdat met name de rooms-katholieke kerk aan haar dogma’s een discriminerende moraal verbindt.

Ik zou die vele van huis uit christenen, zo sprak Oosterhuis in zijn lezing, èn de vooraanstaande theologen die afrekenen met hun geloof in God-hemel-hiernamaals willen vragen hoe zij omgaan met het oerverlangen van de mensheid naar ‘eeuwigheid’, met de onuitroeibare hoop op ‘eindelijk gerechtigheid’, vertroosting, vervulling – is dat kinderlijke fantasie, begoocheling, vluchtmechanisme?

Zijn dat, ‘nu eenmaal’ producten van ons brein – ik verwijs nogmaals naar de psychiater Piet Kuiper die, met woorden van Augustinus meende, dat God ons ‘naar zich toe’ geschapen heeft, ‘onrustigs is ons hart totdat het rust in U’, of, met andere woorden, die ons brein/ons hart zo heeft geprogrammeerd dat het hoopt op een god van liefde, de god van psalm 23. Zou ‘hoop’ niet een beter woord zijn dan geloof? Ik hoop dat God bestaat, de god die Jezus zijn vader noemde. Hopen is openhouden.’

Oosterhuis denkt, hij zou willen, dat het tijdperk van dogmatische one-liners voorbijgaat, voorbij is, en dat er een traditie zal ontstaan van verhalende midrash.

In het jodendom, dat van alle stromingen van christendom de springbron is, heeft zich, al eeuwen voor onze gangbare jaartelling, een traditie ontwikkeld van verhalen in de marge van het boek Bijbel: actualiserende uitleg van de Thora, vanuit een mondelinge overlevering die, dachten de rabbijnen, terugging tot Mozes zelf.’

Een nieuwe traditie van verhalende midrash, aldus de theoloog, in plaats van al die dogmatische oneliners. Toen Oosterhuis aan zijn leermeester Jehuda Ashenkasy vroeg: ‘Wat denk je?’, antwoordde hij: ‘Begin er maar aan.’ De theoloog deed dat en schreef het verhaal Een lege troon. Daarin is God zelf aan het woord, zoals af en toe in de Bijbel. Het begint zo:

‘Heb ik ooit engelen geschapen? Nooit. Niet één. Ik heb ook geen mensen geschapen. Mensen hebben engelen bedacht. En mij. Maar anders dan ik ben.’

Bron: Titus Brandsma Lezing 2017

Beeld: Salvator Mundi (Christus als redder van de wereld) door Leonardo da Vinci. (Christie’s)

Van kerkelijk naar spiritueel christendom

Bosch..Sophia

Theoloog en pastor Hans Stolp vond door de esoterische traditie zijn eigen innerlijk weten terug. ‘Alsof ik door de antwoorden die daar gegeven werden mij iets bewust werd van wat al zo lang als een zeker weten in mij leefde, maar wat ik maar niet ‘naar boven kon halen’ en mij bewust kon maken.’ Hij schrijft hierover in zijn vele boeken. Het stond haaks op wat hij als kind in de kerk en later als theologisch student over Jezus Christus geleerd had. Hij voelde heel diep en intens dat het allemaal heel anders was dan hem daar – in de kerk en op de universiteit – voorgehouden werd.

Ik voelde vanbinnen: het is anders, zó is het niet. Maar hoe dat geheim van Jezus Christus dan wél in elkaar zat, wist ik in het geheel niet. Pas toen ik in aanraking kwam met de esoterische traditie, ofwel de spirituele traditie van het christendom, vond ik de antwoorden en de inzichten waarnaar ik al zo lang op zoek was.’

Vanuit het perspectief van het esoterisch christendom bekijkt Stolp – die een studie maakte van het esoterisch christendom – ook de islam en geeft er lezingen over. Wetenschappelijk gezien wordt zijn werk – en dat van cultuurhistoricus Jacob Slavenburg – echter niet serieus genomen. Desondanks maakt Stolp de oorspronkelijke, spirituele of esoterische traditie (weer) voor een breed publiek toegankelijk, wat hem in 2008 de titel toptheoloog opleverde door de lezers van Trouw.

Wat houdt dat esoterisch christendom – waarvan men wel zegt dat het ‘zich beweegt buiten het algemene katholieke geloof zoals de Kerk dit belijdt’ – eigenlijk in? In de eerste eeuw na Christus, vertelt ‘ketter’ Stolp, waren er overal mensen die zich geraakt wisten door de verhalen die de leerlingen van Jezus Christus over hem vertelden en de boodschap die hij zijn leerlingen had meegegeven.

Maar natuurlijk vertelde ieder van die leerlingen die verhalen en die boodschap op een eigen manier, precies zoals hij (of zij!) het zelf van Jezus Christus begrepen had. Zo ontstond er een bont en veelkleurig christendom, waarin op vele verschillende manieren over Jezus Christus verteld werd en waarin ook verschillende accenten gelegd werden bij het doorgeven van zijn boodschap.’

HansStolpNL

Achteraf gezien tekenden zich voor Hans Stolp (foto: HS) – ook wel ‘herverteller van een oude traditie aan de rand van het kerkelijk christendom’ genoemd – langzamerhand twee duidelijke hoofdstromingen af binnen dat christendom van de eerste twee, drie eeuwen: het meer kerkelijk georiënteerde christendom, zoals we dat in onze tijd nu nog kennen, en een veel vrijer, spiritueel christendom.

Bij het kerkelijke christendom ging het vooral om het geloof in de mens Jezus, die tegelijk God was, en om een vast geloof in zijn sterven en opstanding. Daarnaast ging het om dogma’s, om een strakke hiërarchie, om het geloof in wat een priester je voorhield, en in de betekenis van het instituut kerk. ‘Salus extra ecclesiam non est’, ofwel: ‘buiten de kerk geen heil’, was de kernachtige grondregel zoals die door kerkvader Cyprianus in de eerste helft van de derde eeuw geformuleerd werd.’

Bij het spirituele christendom ging en gaat het volgens de theoloog daarentegen vooral om de (heel persoonlijke) weg naar binnen, een weg van geestelijke groei, en Jezus Christus is vooral de leermeester en gids die ons helpt om ook in onszelf de goddelijke geest, de innerlijke Christus, tot leven te brengen zoals die toen, tweeduizend jaar geleden, in hemzelf was gaan leven.

De bisschoppen hadden in de vierde eeuw n.C. het bevel over de politie gekregen, vertelt Stolp verder, en waren de christenen eerder al een paar eeuwen lang door diezelfde politie vervolgd en onderdrukt. In het hele Romeinse rijk waren overal christenvervolgingen geweest. Maar toen het kerkelijke christendom – de kerk dus – in de vierde eeuw eerst (in 313) door keizer Constantijn erkend werd en later (in 393 onder keizer Theodosius) zelfs staatsgodsdienst werd, werd diezelfde politie nu door de bisschoppen ingezet om de spirituele christenen te vervolgen en te onderdrukken.

Niet alleen de spirituele christenen zélf werden heftig en fanatiek vervolgd, ook de geschriften waarop zij zich beriepen en die zij graag lazen in hun kringen, zoals het evangelie van Thomas, het evangelie van Maria Magdalena, het Geheime Boek van Johannes en andere, werden verboden. Het in bezit hebben van dergelijke geschriften werd verboden verklaard en iedereen die een dergelijk geschrift in huis had, kon met de dood gestraft worden. Zo werden de spirituele christenen en hun geschriften uitgeroeid. Dat gebeurde zó grondig dat er nauwelijks meer iets van die geschriften overbleef, behalve een enkele snipper, die echter meestal onbegrijpelijk was, omdat het geheel waartoe het behoorde, ontbrak.’

Jezus.mijn.broeder

In 1945 echter werd in het zand bij de Nijl in Egypte een aardewerken kruik gevonden, waarin 52 geschriften zaten, allemaal van het spirituele christendom, die al eeuwenlang verdwenen waren.

(wordt vervolgd)

Bron: Jezus mijn broeder | Hans Stolp | ISBN: 97890 202 99830 | NUR: 720 | Uitgeverij Ankh-Hermes BV, Deventer.

Beeld: Sophia (Jeroen Bosch) – In het midden staat een helder figuur. Ze is de vertegenwoordiger van de krachten van Sophia. Voor haar voeten liggend ziet men de vis, symbool van het esoterische christendom, waarmee ze innig verbonden is. Over haar verschijning valt als eerste de dubbele kers op die ze op haar hoofd draagt. Deze dubbelkers zegt dat de drager of draagster de hoogste stap van de godsvriendschap beklommen heeft. Deze bestaat in de hoogste stap van de loutering tot in de ondernatuur toe, zodat de ziel tot aan de intuïtie heeft kunnen opstijgen. (willehalminstituut.blogspot.nl)

Update: 18 03 2024 (Lay-out)

 

Geloofsgesprek: iedereen zijn eigen god

lichtgaveIonastichting

‘Het komt natuurlijk sympathiek over, die bereidheid tot dialoog. Maar er zit wel een addertje onder het gras,’ zegt theoloog Wim Jansen. De roep om de interreligieuze dialoog gebeurt vanuit het misverstand van het religieuze gelijk, de waan van het religieuze gelijk. En dwars daardoorheen viert een versplinterd protestantisme vijfhonderd jaar hervorming. Een geschiedenis van moeite met dialoog, volgens de auteur: bovendien bestaat het christendom niet, of de islam, of het hindoeïsme.

Trouwens, waar zijn zij die zich atheïst noemen in deze dialoog? Het lijkt al met al op een religieus onderonsje uit te draaien. Ik had toch in mijn menswording de seculiere filosofie en literatuur niet graag willen missen! Hoe gezond is juist die inbreng voor religies!’ En zij die niet religiegebonden zijn maar wel de transcendente ervaring kennen? Ook zij lijken te worden buitengesloten, terwijl zij, bijvoorbeeld vanuit de religieloze mystiek, wel veel te melden hebben over de geestelijke dimensies.’ (Jansen)

Maar de atheïst bestaat natuurlijk ook al niet. Jansen noemt als voorbeeld van de waan van het religieuze gelijk de repeterende breuk in de geschiedenis van de hervorming: de eindeloze opsplitsingen zijn voortgekomen uit haarkloverijen over de feitelijke hoedanigheden van precies die werkelijkheid die ons te boven gaat.

BernhardReitsmaTwitter

In het geloofsgesprek (gesprek tussen individuen) dat Jansen voorstaat, botst hij onmiddellijk tegen theoloog Bernhard Reitsma (foto: Twitter) aan, die juist vanuit zijn bubbel met de ander die ook in zijn eigen bubbel zit, de religieuze dialoog wil aangaan. Vanuit de bubbel, oftewel in zijn visie bestaat het christendom wel, de islam eveneens.

Een oprechte en diepgaande dialoog is nodig juist omdat we niet identiek zijn. Dat is de grote uitdaging waar we in Nederland vandaag voor staan. Hoe we met verschillende en soms tegengestelde opvattingen, normen, gewoonten en manieren van doen een samenleving kunnen creëren waarin ruimte is voor iedereen. Het gesprek daarover is de echte dialoog.’ (Reitsma)

De vraag van Jansen is wie die dialoog dan gaat voeren. ‘Namens het christelijk geloof: Reitsma of De Lange of Oosterhuis of Van der Staaij…?’ Jansen kan er geen chocola van maken en stelt bovendien dat het religieuze gelijk niet te halen valt omdat we het hier nu eenmaal over God hebben.

En het meest kenmerkende voor God is juist dat hij/zij/het aan al onze waarheidsclaims ontstijgt. Je kunt niets feitelijks over God zeggen.’ (Jansen)

Een geloofsgesprek of interreligieuze dialoog is dan per definitie zinloos, lijkt me. Augustinus zei toch al te zwijgen en niet te kletsen over God, want doordat je je mond vol hebt van hem, lieg je en doe je zonde?

Maar wil je zonder zonde zijn en volkomen, klets dan niet over God! Ook moet je God niet willen kennen, want God is boven alle kennen verheven.’ (Augustinus)

Wim-JansenNieuwWij

Dat maakt het geloofsgesprek een stuk gemakkelijker. Dat hoeft dan niet meer. Dat wordt immers een loos gesprek, onmogelijk, net als een interreligieuze ‘dialoog’ waarin iedereen in zijn eigen bubbel blijft ronddobberen. Het toppunt van reformatie is dan, dat zou Luther zelfs niet verzonnen hebben: allemaal zwijgen over God. Nu. Alle kerken tegen de vlakte. De ultieme beeldenstorm.

Aanhangers van religies komen er onderling al niet uit om zich in te leven in het standpunt tegenover, laat staan als je iets moet verstaan in de volstrekt vreemde taal van een (andere) religie.’ (Jansen)  

Wim Jansen (foto: NieuwWij) vindt dat het moet gaan over de mens achter zijn religie. Dus ook de mens achter zijn atheïsme, neem ik aan, de mens achter zijn religieloze mystiek, de mens achter zijn transcendente ervaring. En zo komen we uit bij het humanisme, pardon, het humanisme bestaat ook al niet. Ook ieder mens leeft in zijn eigen bubbel, want de mens bestaat eveneens niet, evenmin als de Nederlander. In het geloofsgesprek heeft uiteindelijk iedereen zijn eigen god. En God zelf? De werkelijkheid die ons te boven gaat? God heeft geen religie.

Bronnen (NieuwWij):
“Er is geen echte dialoog als ik bij voorbaat tussen haakjes zet wie ik ben”
*  De waan van het religieuze gelijk

Beeld: Glaskunstenaar Peter Vormer – een hedendaagse illustratie van de metafoor waarmee Dionysius de onkenbare eenheid van God aanduidt – als de ‘oorspronkelijke en bovenoorspronkelijke lichtgave’, die ‘door een bonte vormenrijkdom van de heilige omhullingen bedekt is’. (iona.nl)

Religieuze heimwee

heimwee

‘De secularisering is te snel gegaan’, stelt Alain Verheij, maar het kan wél helpen om weer naar onze christelijke wortels te graven. Hij zegt als theoloog te maken te hebben met een onderbelicht aspect van deze storm in de tijdgeest die religieuze heimwee heet. De ‘theoloog des Twitterlands’ stelt dat zij die zich bedreigd voelen in hun nationale identiteit vaak ook lijden aan een ontworteld gevoel op het gebied van godsdienst. 

Als ik met generatiegenoten over mijn vakgebied spreek, zie ik sporen van verstrooide heimwee in hun ogen, soms gemengd met frisse nieuwsgierigheid. Niet zelden volgt er een warm verhaal over een oudtante of een grootmoeder.’

Volgens Verheij hoef je tegenwoordig geen kerkse reactionair meer te zijn om te vinden dat de secularisering zich in Nederland overhaast heeft voltrokken.

Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw hebben enkele generaties zich in rap tempo losgemaakt van hun religieuze roots. Vaak om heel begrijpelijke redenen. Helaas werd de vraag naar het kind en het badwater daarbij te laat en te weinig gesteld. De erfenis waarmee zij ons opzadelden, zal nog lang voelbaar blijven.’

De ‘randkerkelijk theoloog’ stelt dat onder ouderen en in de slinkende traditionalistische bolwerken met toenemende vervreemding wordt gekeken naar een maatschappij waar een deel van het hart uit lijkt te zijn geslagen.

Van de twintigers, dertigers en veertigers die als religieuze analfabeten uit hun opvoeding kwamen, valt een enkele kwetsbare voor een sektarische vorm van geloven en shopt een enkele creatieve een eigen religie bij elkaar uit uiteenlopende bronnen.’

We hebben religie onderschat, stelt Verheij, door te denken dat alle vormen van geloof vanzelf uit de wereld zouden verdwijnen, en door te vergeten dat religie meer is dan een set theoretische denkbeelden over het ontstaan, de aard en de toekomst van het universum.

Wie religie uit de maatschappij verwijdert, kan niet volstaan met Darwin en Dawkins als substituut – dan bedek je alleen de krater van de dogma’s. Terwijl religie behalve uit believing ook uit behaving en belonging bestaat. Met onze ontkerstening verloren wij ook onze gedeelde morele denkkaders én onze vastomlijnde groepsidentiteit: wij, christelijke Nederlanders.’

Alain Verheij (foto: Twitter) stelt dat religie een heilzaam verzachtende rol had kunnen spelen, als de secularisering niet decennialang de poten onder haar stoel had weggezaagd. De ontkerkelijking raakte volgens hem ons groepsgevoel.

alainverheijtwitterHij spreekt van anywheres en somewheres, en vindt die begrippen bij de Britse publicist David Goodhart. Anywheres zijn dan mensen die de wereld vanuit alle perspectieven kunnen beschouwen. De somewheres, aan de andere kant, beschouwen de wereld het liefst vanaf één specifieke plaats, een somewhere. Zij voelen zich graag sterk geworteld en zijn gehecht aan groepsidentiteit, zekerheid en vastigheid. Zelf noemt Verheij zich een anywhere, omdat hij zich als christelijk theoloog zich vrij flexibel staande kan houden in een geseculariseerde wereld.

Dat lukt zonder dat ik de neiging voel om te radicaliseren in de richting van struisvogelorthodoxie of juist weg te zakken in een ‘weet het ook niet maar er zal wel wat zijn’ agnosticisme.’

Maar, zo zegt Verheij, de maatschappij wordt er ook niet mooier van als we terugkeren naar een wit, christelijk patriarchaat waar we met de gulden betalen. De oplossing ligt volgens hem ergens tussenin. Hij stelt dat als de christelijke erfenis ergens nog een open zenuw is, waarom we die wond dan niet zouden verzorgen en respectvol laten helen.

Juist gezonde kennis van wie je bent, waar je vandaan komt en tot welke nationale, culturele en spirituele groep je behoort is een buffer die kan beschermen tegen radicalisme dat het roer omgooit. Het medicijn tegen patriottische destructie is niet de globetrotter-arrogantie van de anywhere. Eerder is het de welwillende, gunnende, open-minded herwaardering van de oude groepsidentiteit zonder de ouderwetse uitsluiting van de Ander.’

Verheij gelooft in een hervonden christelijk erfgoed dat kan voldoen aan het verlangen van een grote groep Nederlanders naar religieuze groepsidentiteit en grond onder de voeten. Met medeneming van alle waardevolle lessen uit de afgelopen halve eeuw. Op die manier probeert hij als theoloog een nieuwe brug te zijn tussen de somewhere en de anywhere.

Zie voor het uitgebreide artikel: Het kan wél helpen om weer naar onze christelijke wortels te graven – Reporters online (Blendle)

Beeld: jampasmandala.wordpress.com